TOELICHTING bestemmingsplan Kanaaldijk 5 NIEUW.pdf
Tekst van het document
Onderdeel Verskeersbewegingen huidige situatie Verkeersbewegingen beoogde situatie Personenauto’s bezoekers camping 2.190 5.110 33 Campers - 4.380 Personenauto’s B&B kamers (boerenlogement) 4.745 10.439 Totaal 6.935 19.929 Voor de beoogde ontwikkeling is een stikstofberekening gemaakt waarin is beoordeeld of de beoogde situatie ten opzichte van de referentie situatie leidt tot een toename van de stikstofdepositie in een of meer Natura 2000-gebieden. De berekening is bijgevoegd als losse bijlage, zie bijlage 4. Uit de berekening blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie in Natura 2000- gebieden 5.4.3 Soortenbescherming Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van soortenbescherming concludeert EcoReest het volgende: − In de huidige situatie biedt het plangebied geschikte broedgelegenheid voor (beschermde) vogels, waaronder vogels met jaarrondbeschermde nesten; − Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn in de bomen rondom de camping te verwachten, ook is het waarschijnlijk dat het plangebied onderdeel vormt van een foerageergebied; − Marterachtigen (bunzing en marter) alsmede algemener voorkomende zoogdieren (egel, mol, muizen) zullen van de locatie gebruik maken; − Groei- en/of verblijfplaatsen van beschermde flora, vissen, reptielen, amfibieën en ongewervelden zijn gezien de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens uitgesloten.
− Het aanpassen van het bestemmingsplan naar de (al lang aanwezige) feitelijke situatie ter plaatse heeft in beginsel geen (negatief) effect op de ecologische functionaliteit van het terrein en het gebied rondom. 5.5 Water Het is verplicht om in de toelichting bij een bestemmingsplan te verantwoorden op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Dit is bepaald in artikel 3.1.6, eerste lid, sub b van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Deze verantwoording wordt ook wel de waterparagraaf genoemd. Dit hoofdstuk kan als zodanig beschouwd worden. 5.5.1 Waterwet De Waterwet regelt in hoofdzaak het beheer van watersystemen, waaronder waterkeringen, oppervlaktewater- en grondwaterlichamen. De wet is gericht op het voorkomen dan wel beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, de bescherming en verbetering van kwaliteit van watersystemen en de vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. 34 5.5.2 Waterparagraaf Omgevingsvisie Overijssel De grondwaterbescherming is verwoord in het provinciale beleid. De hoofdlijnen van het beschermingsbeleid lopen via drie sporen: het ruimtelijkeordeningsbeleid, het waterbeleid en het milieubeleid. Via de lijn van het waterbeleid wordt de voorraad op peil houden, de gevolgen verminderd en waar mogelijk de duurzaamheid verbeterd.
Via de ruimtelijke ordening- en milieulijn wordt de kwaliteit van de grondstof voor de openbare drinkwatervoorziening en de levensmiddelenindustrie beschermd en verbeterd. 5.5.3 Watertoets Voor de gemeente Steenwijkerland geldt het Waterbeheerplan 2016-2021 van Waterschap Drents Overijsselse Delta. Op basis van dit plan willen gemeente en waterschappen de wateropgave verankeren in ruimtelijke plannen door het toepassen van de Watertoets op relevante ruimtelijke plannen en besluiten. De Watertoets is ingevuld voor planlocatie. Het ontvangen waterschapsdocument is als bijlage 1 bij dit bestemmingsplan bijgevoegd. Uit de watertoets zijn uitgangspunten naar voren gekomen. De uitgangspunten die worden benoemd, moeten zichtbaar worden verwerkt in het plan. Dat houdt in dat de initiatiefnemer in de waterparagraaf aangeeft hoe wordt omgegaan met de uitgangspunten en op welke wijze deze worden vertaald naar het plangebied. Hieronder wordt toegelicht hoe binnen het plangebied wordt omgegaan met de uitgangspunten uit de watertoets. Uitganspunten: Watersysteem Er vinden geen wijzigingen plaats in het watersysteem. Waterkwaliteit - verontreiniging De sanitaire gebouwen zijn aangesloten op gemeentelijke riolering. Ook is er op het erf een stortplaats voor het chemisch toilet aanwezig, welke ook is aangesloten op de gemeentelijke riolering.
Bij het camperservicepunt wordt de mogelijkheid geboden om de vuilwatertank van de campers te ledigen. Ook deze afvoer is aangesloten op de riolering. De waterkwaliteit wordt hiermee gewaarborgd. Indien tijdens de uitvoering waterhuishoudkundige aspecten aan bod komen, wordt het waterschap daarover ingelicht. Waterkwaliteit – afvoer hemelwater Overtollig hemelwater wordt gedeeltelijk geïnfiltreerd in de bodem en gedeeltelijk afgevoerd naar oppervlaktewater. De verharde oppervlakte neemt niet toe. 35 5.6 Verkeer 5.6.1 Beleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 heeft de Minister van Infrastructuur en Ruimte haar definitieve Structuurvisie vastgesteld. Deze Structuurvisie is de vervanger van de Nota Ruimte en de Nota mobiliteit. Het Rijk heeft nationale belangen vastgesteld. Het onderhavige planvoornemen is van een dermate geringe omvang dat er op nationale schaal geen belangen in het geding zijn. Verkeersplan Steenwijkerland Op grond van het verkeersplan zijn er een aantal wegen in het buitengebied waar een maximum snelheid van 80 km/uur geldt. Voor de meeste wegen geldt echter een maximum snelheid van 60 km/uur. Voor de Kanaaldijk geldt de maximum snelheid van 60 km/uur. Er vindt geen aanpassing plaats van het snelheidsregiem van deze weg. Ook zal geen nieuwe afslag op de provinciale weg worden gerealiseerd. Hiermee zal geen conflictsituatie ontstaan.
5.6.2 Verkeersgeneratie Verkeersprognose Een onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd plan op het verkeer en infrastructuur. Hierbij is het van belang om na te gaan of de voorgenomen ontwikkeling grote veranderingen ten aanzien van verkeer en infrastructuur teweeg brengt. Het plan voorziet in uitoefenen van de camping met 35 standplaatsen voor caravans en 10 verharde camperplaatsen op de locatie Kanaaldijk 5. Het is voor deze wijziging noodzakelijk dat de aansluiting op de Kanaaldijk een verkeersveilige situatie blijft. Er vinden echter geen grote wijzigingen plaats, omdat er in de huidige situatie ook al recreatieve activiteiten op deze locatie plaatsvinden. Deze activiteiten hebben al een bepaalde verkeersaantrekkende werking. Verwacht wordt dat het extra camping-verkeer niet voor problemen zorgt, omdat het plangebied aan een B-weg is gelegen. De huidige verkeersdruk op deze weg is niet hoog. Op het terrein zelf is voldoende gelegenheid voor personenauto's en campers om te keren. Het plan van initiatiefnemers heeft daarom geen nadelige gevolgen voor de verkeersveiligheid. De CROW-publicatie 317 publiceert kencijfers voor de verkeersgeneratie van verschillende functies. Bij de berekening van de verkeersgeneratie is wat betreft het kampeerterrein, Bed & Breakfast kamers en de groepsaccomodatie uitgegaan van de maximale kencijfers.
Voor de camping is uitgegaan van kencijfers voor de toeristische standplaatsen op campings. Voor de Bed & Breakfast kamers is uitgegaan van de kencijfers van een 1* hotel. Voor groepsaccommodaties zijn geen naar functie herleidbare kencijfers voor de verkeersgeneratie beschikbaar. Voor de verkeersgeneratie van de groepsaccommodaties wordt uitgegaan van de verkeersgeneratie van een recreatiebungalow. Dit 36 kan als volgt worden onderbouwd. Samenzijn is bij de verhuur van groepsaccommodaties een belangrijk item. De gebruikers van de groepsaccommodaties verblijven daardoor relatief vaker op de bestemming. Bij uitstapjes wordt vaak gecarpoold. Voor recreatiebungalows noemt CROW-publicatie 317 een verkeersgeneratie van 2,7 per bungalow met 4 slaapplaatsen in het 'buitengebied’. Voor de camperplaatsen wordt uitgegaan 2 verkeersbewegingen per camperplaats (de heen en terugreis naar de locatie) en een jaarlijkse bezettingsgraad van 60%. In de onderstaande tabel is er een inschatting van de verkeersgeneratie weergegeven. Het aantal ritten per etmaal is zodanig dat verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid op de Kanaaldijk niet in het geding komen. Ontsluiting Het plangebied is ontsloten middels drie in- en uitritten op de Kanaaldijk. Op het terrein zelf is voldoende gelegenheid voor personenauto’s met caravan en campers om te keren.
Hierdoor hoeft op de Kanaaldijk niet gekeerd te worden. Hierdoor hoeven de bezoekers niet achteruit de Kanaaldijk op te rijden en ontstaan er geen gevaarlijke situatie. Zie hiervoor ook figuur 11. 5.6.3 Parkeren Op het erf is voldoende ruimte om in de eigen parkeerbehoefte te voorzien. In totaal kunnen 80 auto’s op het erf parkeren. Hierdoor hoeven er geen auto’s langs de Kanaaldijk geparkeerd te worden en ontstaat er ook geen hinder. Op het erf is daarnaast nog genoeg bufferruimte om tijdelijk meer auto’s te stallen. Zie hiervoor ook figuur 11. Verkeersgeneratie Functie aantal/ grootte Kengetallen verkeers- generatie CROW Aantal ritten omschrijving min max Campingplaatsen 35 pl. 0,4/plaats 0,4/plaats 14 ritten kampeerterrein Camperplaatsen 10 pl. 1,2/plaats 1,2 12 ritten (inschatting) Eigen inschatting Bed & Breakfast 8 kamers 1,2/kamer 1,3/kamer 11 ritten 1* hotel Groepsaccommodatie 42 pl. 0,675/plaats 0,675/plaats 29 ritten recreatiebungalow Totaal 66 ritten 37 Figuur 11 Parkeerplaatsen en ontsluiting Kanaaldijk 5 20 plaatsen 20 plaatsen 5 plaatsen 5 plaatsen 15 plaatsen ontsluiting ontsluiting ontsluiting 15 plaatsen (reserve) 38 Hieronder zijn de parkeernormen voor wonen, werken en voorzieningen van de gemeente Steenwijkerland weergegeven (Parkeernormen 2015 Steenwijkerland). Te zien is dat de norm voor een camping 1,1 parkeerplaats per campingstandplaats is.
In de beoogde situatie bestaat de camping uit 35 standplaatsen voor caravans en 10 verharde camperplaatsen. De parkeernorm geldt niet voor de camperplaatsen, omdat hier geen ander vervoersmiddel wordt gebruikt. Voor de camping zijn 38,5 parkeerplaatsen nodig (35 x 1,1). Figuur 12 Parkeernormen 2015 Steenwijkerland Voor groepsaccommodaties en B&B-kamers zijn geen normen opgenomen. Hoeve Montigny heeft groepsaccommodaties, waarin totaal 42 mensen kunnen verblijven. Daarnaast zijn er 8 B&B-kamers met in totaal 22 slaapplaatsen. Als alle accommodaties verhuurd zijn, is het aantal benodigde parkeerplaatsen: Maximaal verwachte aantal auto’s* Groepsaccommodatie 21 B&B-kamers 11 Camping 40 Totaal 72 * gerekend met 2 personen per auto Op het erf van Hoeve Montigny zijn in totaal 80 parkeerplaatsen voor auto’s aanwezig. Samen zijn er 72 parkeerplaatsen nodig. Er zijn dus ruim voldoende parkeerplaatsen aanwezig.
39 5.7 Bedrijven en milieuzonering Met het voorliggende bestemmingsplan wordt uitbereiding van het aantal campingplaatsen van Hoeve Montigny mogelijk gemaakt. In het kader van de omgeving zijn de mogelijke gevolgen van deze uitbereiding op een aantal aspecten toegelicht. Voor wat betreft de milieuwetgeving zijn er een tweetal belangrijke vragen: • Kan een volwaardige camping bestaan naast het agrarische bedrijf op hetzelfde perceel? • Ligt de camping bij legalisatie op voldoende afstand tot omliggende agrarische bedrijven? (en brengt deze hun bedrijfsvoering niet in gevaar?) Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast.
Milieuzonering heeft twee doelen: • het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; • het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Volgens de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ dient eerst te worden beoordeeld of in de omgeving sprake is van een ‘rustige woonwijk’ of een ‘gemengd gebied’.
• Een ‘rustige woonwijk’ is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. In de VNG-uitgave wordt het buitengebied gerekend tot een met het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ vergelijkbaar omgevingstype. 40 • Een ‘gemengd gebied’ is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. De locatie Kanaaldijk 5 te Giethoorn is gelegen in het buitengebied, waar geen sprake is van een matige of sterke functiemenging. Derhalve wordt in dit geval uitgegaan van het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. In onderstaande tabel zijn de richtafstanden weergegeven behorende bij de verschillende omgevingstypes. Figuur 13 Richtafstanden VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG- uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Hierbij zijn twee vragen van belang: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).
5.7.1 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast of het plan leidt tot hinder of belemmeringen van de bedrijven in de omgeving. Op basis van de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' wordt de camping aangemerkt als ‘Kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken)’. Dergelijke inrichtingen vallen onder milieucategorie 3.1, waarbij de grootste richtafstand van 50 meter geldt voor het aspect geluid. Voor de aspecten geur en gevaar geldt een richtafstand van 30 meter en voor het aspect stof 0 meter. De daadwerkelijke milieubelasting van dergelijke vakantiecentra ontstaat voornamelijk ter plaatse van de centrale voorzieningen, zoals een restaurant met keuken en terrassen, zwembad en centrale parkeerplaats. In het voorgenomen initiatief is een jeu-de-boules baan opgenomen. Deze ligt op
41 meer dan 50 meter vanaf de woning Kanaaldijk 6. De kampeerplaatsen en verblijfsrecreatie zijn gelijk te stellen met de functie wonen en brengen geen milieubelasting met zich mee. Ten noorden en zuiden van het plangebied zijn agrarische bedrijven gelegen. De afstand van woning Kanaaldijk 6 (ten zuiden van kampeerterrein) tot de erfgrens perceel kampeerterrein is 46 meter. Zie onderstaande afbeelding. Figuur 14 Afstand camping Kanaaldijk 5 tot naastliggende agrarische bedrijfswoning Op de plattegrondtekening (inrichtingstekening, zie bijlage 3) is aangegeven dat er eerst nog een brede groensingel langs de erfgrens is waardoor het kampeerterrein op een grotere afstand dan 50 meter vanaf de woning Kanaaldijk 6 is gelegen. Deze groensingel is opgenomen in de KGO verplichting en daarom kan hierin geen recreatie plaatsvinden. De afstand vanaf het plangebied tot de bedrijfswoningen bij Kanaaldijk 6 en bij Kanaaldijk 4 is dus overal groter dan 50 meter, zie figuur 15. Ten oosten zijn op grotere afstand (>230 meter) burgerwoningen gelegen. Geconcludeerd wordt dat ter plaatse van de omliggende woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
42 Figuur 15 Afstanden Kanaaldijk 5 tot omliggende agrarische woningen
43 5.7.2 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie binnen het plangebied hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving. In de omgeving zijn burgerwoningen en agrarische bedrijven gelegen. Als gevolg van voorgenomen ontwikkeling komt het plangebied (de camping) dichter op het agrarisch bedrijf op Kanaaldijk 6 te liggen. Op basis van de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ geldt voor ‘Fokken en houden van rundvee’ een grootste richtafstand van 30 meter voor het aspect stof en geluid. De afstand tussen het agrarisch bouwvlak en de ligging van het plangebied is groter dan 50 meter. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstand. Gesteld kan worden dat er in het plangebied sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat en dat omliggende bedrijven niet worden belemmerd in de bedrijfsvoering. Kampeerterrein en eigen bedrijf Het kampeerterrein maakt onderdeel uit van de totale inrichting. Eventueel gevoelige objecten (geur) of gevoelige gebouwen (geluid) binnen het terrein van de inrichting worden niet beschermd tegen de (agrarische) activiteiten op het eigen erf. 5.8 Geur Richtafstanden met betrekking tot geurhinder worden geregeld in de Wet geurhinder en veehouderij en in het Activiteitenbesluit. Indien geurhindergevoelige objecten worden gerealiseerd, dient beoordeeld te worden of er sprake is van geurhinderzones in de omgeving.
Een kampeerboerderij en een kampeerterrein worden in geval van rechtmatig gebruik niet permanent bewoond en worden derhalve in het kader van de Wet geurhinder niet aangemerkt als geurhindergevoelig object (niet bedoeld om permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze voor menselijk verblijf te worden gebruikt). Het legaliseren van het kampeerterrein is vanuit milieu hygiënisch oogpunt gezien mogelijk. Er zijn geen beperkingen voor de omliggende bedrijven. Tevens kan een volwaardige camping bestaan naast het agrarische bedrijf op hetzelfde perceel. 44 5.9 Geluid Het aspect geluid vloeit voort uit de Wet geluidhinder en kan worden onderverdeeld in geluid afkomstig van wegverkeer, railverkeer en industrie. De Wet geluidhinder (Wgh) vormt het kader voor toetsing van initiatieven. Deze wet geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Recreatieterreinen zijn geen geluidgevoelige objecten volgens de Wet geluidhinder.
Onderzoek is daarom wettelijk gezien niet noodzakelijk, omdat er niet permanent wordt gewoond. Van buiten naar binnen – wegverkeerslawaai Het plangebied ligt aan de Kanaaldijk. Dit is een 60-km weg. Van deze weg wordt geen wegverkeerslawaai verwacht, omdat dit doorgaande drukke weg is. Het overgrote deel van het verkeer volgt de Beulakerweg, de N334. De N334 is als een tweestrooks gebiedsontsluitingsweg geclassificeerd. De maximumsnelheid is 80 km/uur buiten en 50 km/uur binnen de bebouwde kom. De bijbehorende geluidszone is 250 meter. Het plangebied ligt binnen de 250 meter van de N334. Bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan, dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden behorende tot een zone langs een weg, dient akoestisch onderzoek ingesteld te worden bij: • de bouw van woningen, • de realisering van geluidsgevoelige bestemmingen of • de aanleg of reconstructie van de weg Uit dit onderzoek moet naar voren komen wat de te verwachten geluidbelasting voor woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen is en welke maatregelen eventueel dienen te worden getroffen, zodat de maximaal toelaatbare grenswaarden niet worden overschreden. Door het voorgenomen plan wordt er geen geluidsgevoelig object gerealiseerd. Een geluidsonderzoek is daarom niet nodig.
Van buiten naar binnen – locatie Kanaaldijk 5 Op basis van de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' wordt de camping aangemerkt als ‘Kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken)’. Dergelijke inrichtingen vallen onder milieucategorie 3.1, waarbij de grootste richtafstand van 50 meter geldt voor het aspect geluid. Voor de aspecten geur en gevaar geldt een richtafstand van 30 meter en voor het aspect stof 0 meter. Ten noorden en zuiden van het plangebied zijn agrarische bedrijven gelegen. Ten oosten zijn burgerwoningen gelegen. De afstand tot omliggende woningen is groter dan 50 meter. De afstand tot de Kanaaldijk 4 en tot de Kanaaldijk 6 is ook groter dan 50 meter. Geluidsoverlast valt derhalve niet te verwachten. 45 Van binnen naar buiten – geluid agrarische inrichting en verkeer Het bedrijf voldoet aan het Activiteitenbesluit Wet Milieubeheer. Dat besluit regelt met (doel) voorschriften het geluid afkomstig van de inrichting. In voorliggende ruimtelijke onderbouwing worden de recreatieve activiteiten van initiatiefnemers uitgebreid. Deze uitbreiding vindt plaats op het erf en in bestaande gebouwen. De afstand tot de dichtstbijzijnde woningen en bedrijven neemt niet af ten opzichte van de huidige situatie. Verder heeft een kampeerterrein een potentieel aanzienlijke verkeersaantrekkende werking voor met name personenauto's.
Het parkeren geschied op eigen terrein met een ontsluiting op de Kanaaldijk. Gezien het relatief lage aantal vervoersbewegingen in de verschillende etmaalperioden, de afstand van de weg tot een woning van een derde en het bronvermogen van een personenauto, is niet te verwachten dat er geluidhinder ten gevolge van het verkeer ontstaat. 5.10 Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: 1. Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen; 2. Besluit gevoelige bestemmingen; Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10).
Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; • woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; • kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. De luchtkwaliteit in Nederland wordt beïnvloed door de verkeersintensiteit en door 46 de aanwezigheid van industrie en veehouderij. Voor wat betreft fijn stof gelden er bepaalde grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast.
Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Het plan van initiatiefnemers omvat het uitoefenen van de camping met 35 standplaatsen voor caravans en 10 verharde camperplaatsen. Het aantal vervoersbewegingen zal toenemen, echter het blijft (ver) onder de NIBM grens (zie boven). De invloed op de luchtkwaliteit als gevolg van de uitbreiding kan als NIBM worden beschouwd. Daarnaast kan geconcludeerd worden dat de locatie niet in de nabijheid ligt van een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. 5.11 Externe veiligheid 5.11.1 Besluit externe veiligheid Bepaalde maatschappelijke activiteiten brengen risico's op zware ongevallen met mogelijk grote gevolgen voor de omgeving met zich mee. Externe veiligheid richt zich op het beheersen van deze risico's. Het gaat daarbij om onder meer de productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten leggen beperkingen op aan de omgeving. Door voldoende afstand tussen risicovolle activiteiten en bijvoorbeeld woningen kan voldaan worden aan de normen. Aan de andere kant is de ruimte schaars en is het rijksbeleid erop gericht de schaarse ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten.
Het ruimtelijk beleid en het externe veiligheidsbeleid moeten dus goed worden afgestemd. De externe veiligheidsaspecten bestaan uit risicocontouren vanuit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi), effectstralen van de risicokaart van de provincie Overijssel en zones vanuit het in voorbereiding zijnde Basisnet Spoor. In of nabij het plangebied komen geen hoogspanningsleidingen en hogedrukbuisleidingen voor. Daarom hoeft er geen rekening te worden gehouden met de daarbij behorende belemmeringzones. Het op 27 oktober 2004 in werking getreden (en in 2008 op onderdelen aangevulde) Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende Regeling Externe Veiligheid Inrichtingen (Revi) geeft wettelijke risicocontouren rond bepaalde categorieën inrichtingen. Deze regelingen hebben verstrekkende gevolgen voor hoe overheden om moeten gaan met de veiligheid in de omgeving van 47 bedrijven waar met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt. Er moet rekening worden gehouden met het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans aan dat iemand die zich een jaar lang continu op een plek bevindt, overlijdt door een ongeval met bijvoorbeeld gevaarlijke stoffen.
Het groepsrisico (GR) is de kans dat binnen het invloedsgebied van de 1% letaliteitsgrens een groep personen door een ongeval bij een risicovolle activiteit overlijdt. Onderstaand is de planlocatie weergegeven op de Risicokaart. Er zijn in de directe omgeving van het plangebied geen gevaarlijke inrichtingen of transportroutes gelegen. Figuur 16 Aanwezige inrichten en transportroute gevaarlijke stoffen in en nabij plangebied = planlocatie 5.11.2 Externe veiligheid gemeente Steenwijkerland De gemeente Steenwijkerland heeft gemeentelijk beleid opgesteld voor externe veiligheid omdat ze haar burgers een veilige leefomgeving wil bieden.
48 Gebiedsgerichte ambities Op basis van de beschrijving en ligging van de risicobronnen, bedrijventerreinen, woongebieden et cetera is vanuit het perspectief van externe veiligheid een indeling gemaakt in drie gebieden waarvoor het wenselijk is om een verschillend veiligheidsniveau na te streven. Recreatiegebieden zijn ondergebracht in het landelijk gebied. Voor dit gebied geldt dat risicobronnen onder voorwaarden op bescheiden schaal toegestaan zijn. De ambities ten behoeve van de plaatsgebonden risico en groepsrisico voor dit gebied zijn als volgt: Ambitie plaatsgebonden risico • Kwetsbare objecten mogen in nieuwe situaties niet binnen de 10-6 contour van een risicobron liggen (wettelijk voorgeschreven). • PR 10-6 contour dient binnen inrichtingsgrens te blijven. Uitzondering op deze regel betreft situaties waarin de PR 10-6 contour door het stimuleren van bronmaatregelen gereduceerd is, en daarna uitsluitend een gebied inneemt buiten de inrichtingsgrens waarbinnen nu en in de toekomst binnen de contour geen (beperkt) kwetsbare objecten gevestigd zijn of zullen worden. • Ook wanneer de PR 10-6 contour binnen de inrichtingsgrens valt, besteedt de gemeente veel aandacht aan het treffen van bronmaatregelen.
Ambitie groepsrisico • Een toename van het groepsrisico wordt geaccepteerd, mits invulling wordt gegeven aan de verantwoordingsplicht voor het groepsrisico zoals opgenomen in het Bevi en in overleg met de Veiligheidsregio. • Het invloedsgebied van een risicobron dat geldt voor het bepalen van het groepsrisico mag niet over woongebieden vallen. • De oriënterende waarde voor het groepsrisico wordt in nieuwe situaties als richtwaarde beschouwd. Slechts een overschrijding kan incidenteel en gemotiveerd op basis van zwaarwegende argumenten geaccepteerd worden. Het gemeentelijk externe veiligheidsbeleid zorgt ervoor dat nieuwe ontwikkelingen in de buurt van risicovolle inrichtingen, ook moeten worden getoetst aan het gemeentelijk beleid. 5.11.3 Het plangebied Stationaire bronnen Binnen het plangebied zijn geen risicobronnen gelegen waarvan de risicocontouren of het invloedsgebied mogelijk van invloed zijn. Binnen het plangebied zijn ook geen inrichtingen gelegen die onder het Bevi vallen. Verder zijn er direct buiten het plangebied ook geen risicobronnen gelegen. Verantwoording van het groepsrisico is dus niet nodig. Wegen Er vindt in de omgeving van het plangebied geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. 49 Spoorwegen Er vindt geen structureel transport van gevaarlijke stoffen over het spoor plaats.
Doordat er geen structureel transport van gevaarlijke stoffen over het spoor plaatsvindt, is er ook geen sprake van overschrijding van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Zowel voor wat betreft het plaatsgebonden risico als het groepsrisico zijn er geen knelpunten voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor. Buisleiding In of in de directe nabijheid van het plangebied liggen geen buisleidingen waardoor vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Er zijn in dit kader dan ook geen externe veiligheidseffecten waarmee rekening moet worden gehouden. Overig Over het water dat langs en door de gemeente Steenwijkerland loopt vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Ook externe veiligheid met betrekking tot luchthavens is in onderhavig bestemmingsplan niet van toepassing. 5.12 Kabels, leidingen, straalpaden en andere belemmeringen Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit‐ en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Ook zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang.
De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic‐melding in kaart gebracht. In of nabij het plangebied lopen geen hoofdkabels. Ook liggen er geen relevante zones over het plangebied. 50 6. Juridische opzet 6.1 Inleiding In een bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een bepaald gebied opgenomen. Het onderhavige bestemmingsplan regelt de inrichting van het gebied door voor de gronden bestemmingen aan te wijzen. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat ui de verbeelding (kaart) in samenhang met de regels. In deze paragraaf wordt het juridische deel van het bestemmingsplan nader toegelicht. 6.2 Uitganspunten De basis van de Wet ruimtelijke ordening, bepaal doormiddel van een viertal zaken de opzet en inrichting van de planregels, te weten: • De digitale raadpleegbaarheid; • De standaard Vergelijkbare bestemmingsplannen 2020 (SVBP 2012); • Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo); • Het handboek bestemmingsplannen van de gemeente Steenwijkerland. 6.3 De verbeelding Op de verbeelding zijn aangegeven: • De grens van het gebied; • De bestemming van de in het plangebied gelegen grond; • De aanduiding bij de bestemmingen; • De bouwvlakken. Het bouwvlak geeft de begrenzing weer waarbinnen gebouwen opgericht mogen worden. In het bouwvlak mogen gebouwen en bijgebouwen opgericht worden.
6.4 De planregels De regels zijn conform de SVBP 2012 als volgt opgebouwd: • Inleidende regels; • Bestemmingsregels; • Algemene regels; • Overgangs- en slotregels. 51 7. Uitvoerbaarheid Wettelijk bestaan de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. Hierbij wordt onderheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid. 7.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het bestemmingsplan ‘Giethoorn, Kanaaldijk 5' wordt conform artikel 3.9a van de Wet ruimtelijke ordening voorbereid met de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Dat betekent dat er gelegenheid wordt gegeven voor het indienen van zienswijzen. In het kader van participatie is het plan voorgelegd aan omwonenden, met de mogelijkheid om hier een reactie op te geven. Alle buren hebben doormiddel van een handtekening aangegeven dat zij het plan hebben gezien. Het participatie overzicht is bijgevoegd als losse bijlage 8. 7.2 Economische uitvoerbaarheid Het planvoornemen betreft een particulier initiatief. De met de daadwerkelijke realisering gepaard gaande kosten worden dan ook gedragen door de initiatiefnemer. Eventuele bijkomende kosten komen eveneens voor rekening van de initiatiefnemer. Er wordt een planschadeverhaal overeenkomst gesloten met de initiatiefnemer. Eventuele planschade wordt hiermee afgewenteld op de initiatiefnemer.
Ook overigens zijn er geen redenen om aan te nemen dat dit plan economisch niet uitvoerbaar is.