CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Tekst akkoord Samen voor Ryan.pdf

Politieke Markt 11 juni 2019, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Lokaal akkoord opvang-onderwijs-zorg (Samen voor Ryan)6.597 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samen voor Ryan Steenwijkerlands akkoord opvang - onderwijs - zorg versie 30 april t.b.v. raadsvoorstel Intro Ryan is een jongen van vijf jaar en woont in Steenwijkerland. Ryan heeft liefhebbende en doortastende ouders. Al heel vroeg hadden zij het gevoel dat Ryan iets anders nodig heeft om zich te ontwikkelen dan veel andere kinderen. Dit hebben zij aangekaart bij het consultatiebureau, de kinderopvang, de basisschool - niet een keer, maar herhaaldelijk. Helaas hebben zij zich lange tijd niet gehoord gevoeld. De ouders van Ryan hebben ons, op een van onze bijeenkomsten, verteld over hun zoektocht naar hulp. Gelukkig hebben ze die uiteindelijk gevonden en gaat het nu goed met Ryan. Maar hun zoektocht heeft lang geduurd, wat frustrerend was voor hen en voor Ryan. Ieder van ons heeft zich daarbij naar eer en geweten en vanuit zijn/haar deskundigheid ingezet voor Ryan. En toch denken we dat we het anders, beter hadden kunnen doen. Ryan staat voor ons voor alle kinderen in Steenwijkerland die iets anders nodig hebben om zich optimaal te ontwikkelen. Om soortgelijke zoektochten en frustraties voor kinderen en ouders te voorkomen, slaan we de handen ineen en sluiten we dit akkoord. 1. Gemeenschappelijke missie Wij, de ondertekenaars van dit akkoord, werken voor de kinderen in Steenwijkerland en hun ouders.

Voor hen creëren we een veilige en rijke omgeving, waarin zij zich kunnen goed ontwikkelen. We begeleiden hen actief bij die ontwikkeling, kijken naar wat een kind goed kan en letten op signalen van een haperende ontwikkeling. Kinderen die dat nodig hebben geven we extra ondersteuning. ‘Wij’: dat zijn de organisaties voor kinderopvang, voor primair onderwijs, voor voortgezet onderwijs, de samenwerkingsverbanden passend onderwijs, de GGD-jeugdgezondheidszorg, het sociaal werk en het gemeentelijke toegangsteam in Steenwijkerland. Wij zijn zelfstandige organisaties - met een eigen taak en verantwoordelijkheid – maar met een gemeenschappelijk missie: wij willen er samen voor zorgen dat alle kinderen in Steenwijkerland in de eerste 18 jaar van hun leven de vaardigheden ontwikkelen die ze nodig hebben om straks als volwassene zo zelfstandig mogelijk hun leven te kunnen leiden en deel te kunnen nemen aan de samenleving. Daarbij erkennen we dat niet iedereen volledig zelfstandig aan de samenleving kan deelnemen. Ieder mens heeft soms anderen nodig. En sommige van onze kinderen zullen altijd professionele ondersteuning nodig hebben. Daarom hebben we het over ‘zo zelfstandig mogelijk aan de samenleving deel kunnen nemen’.

Ook voor deze kinderen– met náme voor deze kinderen – is het immers van belang dat we heel goed kijken welke vaardigheden zij nodig hebben om hun leven zo zelfstandig mogelijk te kunnen leiden en deel te kunnen nemen de samenleving. 2. Onze ambitie Ieder van ons werkt – op zijn eigen manier en vanuit zijn eigen deskundigheid - aan deze missie. En hierin zijn we succesvol. Immers, met veruit het merendeel van de kinderen in Steenwijkerland gaat het goed; de meeste kinderen hebben zo rond hun 18 e verjaardag de belangrijkste vaardigheden onder de knie. Toch kennen wij allemaal kinderen waar we ons zorgen over maken, soms al als ze nog heel jong zijn. Kinderen die – ondanks al onze inspanningen - het onderwijs verlaten zonder goed te kunnen lezen, schrijven of rekenen. Kinderen die misschien vaktechnisch goed onderlegd zijn, maar een houding hebben die het moeilijk maakt om een baan te krijgen en te behouden. Of kinderen die specialistische hulp krijgen, zonder dat het tot merkbaar resultaat leidt. Ook kennen we de jongeren bij wie we achteraf denken: ‘Wat hebben we in de voorgaande jaren gemist? Hadden we dit niet kunnen voorkomen?’ En er zijn ook in onze gemeente ouders die zich zorgen maken, maar heel lang moeten zoeken naar de juiste hulp – en die soms niet vinden.

Met andere woorden: hoezeer we ook trots mogen zijn op de ‘jeugdinfrastructuur’ die we hebben gebouwd in Steenwijkerland, voor sommige kinderen en hun ouders doen we het niet goed genoeg. Onze ambitie is er samen voor te zorgen dat meer kinderen in Steenwijkerland met meer vaardigheden van school komen, zodat zij als volwassene beter in staat zijn om zelfstandig hun leven te leiden en deel te nemen aan de samenleving. Om dit voor elkaar te krijgen, maken we de afspraken in dit akkoord. 2 3. Overwegingen: leidende principes Aan de afspraken in dit akkoord liggen de volgende overtuigingen ten grondslag: - Voorkomen is vele malen beter dan genezen. Daarom willen we vooral inzetten op preventieve maatregelen. Wij zijn ervan overtuigd dat investeringen in preventie zich dubbel en dwars zullen terugverdienen. - Geen van ons kan het alleen. Voor de kinderen die – ondanks het hoge niveau van onze voorzieningen – toch uitvallen, liggen de makkelijke oplossingen niet op tafel. We moeten de handen ineen slaan en samen zoeken naar de beste oplossingen voor deze kinderen. We zijn daarom op zoek naar aanpakken waarbij wij elkaar kunnen versterken. Daarbij zoeken we actief de samenwerking met andere organisaties die kunnen bijdragen aan het realiseren van onze ambitie. - De belangrijkste personen in het leven van een kind, zijn de ouders.

Om succes te kunnen boeken, moeten we betere bondgenootschappen sluiten met de ouders en verzorgers van onze kinderen. Bij alle aanpakken die we de komende jaren gaan uitvoeren, betrekken we actief ouders (en jongeren). - Meer van hetzelfde werkt niet. De kinderen die ondanks al onze inspanningen en extra begeleiding, toch nog het onderwijs verlaten met te weinig vaardigheden, hebben iets anders nodig. Daarom focussen we op nieuwe aanpakken. - We gaan uit van een holistische kijk op de ontwikkeling van kinderen. Dit betekent dat we erkennen dat: o je over een breed scala aan vaardigheden moet beschikking om aan de samenleving deel te kunnen nemen. Lang niet al deze vaardigheden maken deel uit van de schoolse exameneisen. Onze aandacht gaat niet alleen uit naar de cognitieve vaardigheden, maar naar álle vaardigheden die je als volwassene nodig hebt om deel te kunnen nemen aan de samenleving, dus ook naar de sociale, emotionele, morele en burgerschapsvaardigheden. o de verschillende vaardigheden die een kind zich eigen moet maken, elkaar beïnvloeden én elkaar kunnen compenseren. Bijvoorbeeld: het is niet alleen belangrijk om te kunnen lezen en schrijven, maar ook om vertrouwen te hebben in eigen kunnen. Kinderen die niet goed kunnen lezen, dreigen hun zelfvertrouwen te verliezen. Daarentegen leidt het ontdekken van het eigen talent tot een boost in hun gevoel van eigenwaarde.

Wij kiezen er bewust voor om niet op voorhand één of enkele vaardigheden te selecteren waar we al onze aandacht naar uitgaat. - Kwetsbaarheid is onderdeel van het dagelijks leven, hoe lastig dat ook kan zijn. Onnodig problematiseren en etiketteren dient te worden tegengegaan (normaliseren 1). Kwetsbare gezinnen hebben naast een veilige en stimulerende opvoedomgeving ook een vorm van zorg nodig die de eigen kracht weet te versterken en de sociale omgeving kan activeren en benutten (ontzorgen 2). - Om duurzaam resultaat te boeken, moeten deze leidende principes en werkwijzen deel gaan uitmaken van het ‘dna’ van onze organisaties. 4. Afspraken Wij spreken af in de periode 2019-2023 actief samen te werken om er voor te zorgen dat meer Steenwijkerlandse kinderen met meer vaardigheden van school komen, zodat zij als volwassene beter in staat zijn om zelfstandig hun leven te leiden en deel te nemen aan de samenleving. Concreet doen we dat door het ontwikkelen van een aantal nieuwe aanpakken/ projecten en door continuering en bijstelling van het bestaande beleid. In deze paragraaf staan de afspraken die we hierover maken. 4.1 Nieuwe aanpakken en projecten Begin 2019 hebben we in drie werkconferenties met elkaar gezocht naar aanpakken om onze gezamenlijke ambitie te verwezenlijken. Hieruit zijn de volgende aanpakken gekomen die we als veelbelovend beoordelen.

1 Definitie van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling, Samen verder, verder Samen. Zorgen voor kinderen met complexe problemen , Den Haag, november 2014 2 Ibid. 3 Steenwijkerlandse academie Ons vak is mensenwerk. Onze collega’s zijn, als mens, het instrument om onze ambitie waar te kunnen maken. Zij zijn de sleutel tot succes. We kunnen niet volstaan met het invoeren van nieuwe methodieken of het maken van nieuwe werkafspraken. Investeren in onze mensen is noodzakelijk voor duurzaam resultaat. We zien daarbij drie opgaven: • het creëren van een gezamenlijke taal over en perspectief op de natuurlijke ontwikkeling van het kind. We koesteren het feit dat ieder van ons zijn/haar eigen deskundigheid heeft. Juist door onze krachten te bundelen kunnen we voor ieder kind de goede dingen doen. Echter, om elkaar goed te verstaan is het nodig om een aantal gezamenlijke, algemene uitgangspunten te hebben van waaruit we naar de (natuurlijke) ontwikkeling een kind kijken. Zo kunnen we misverstanden voorkomen, waardoor we veel beter dan nu gebruik kunnen maken van elkaars deskundigheid. • het vergroten van het kennisniveau, waarbij we veel meer gebruik willen maken van bestaande wetenschappelijke kennis én van elkaars kennis. • het versterken van een houding van persoonlijk leiderschap.

We willen werken vanuit een open en onbevooroordeelde houding jegens ouders, kinderen/ jongeren en elkaar. Hier hoort bij het uitspreken van verwachtingen, transparant zijn over de grenzen het eigen kunnen en het respecteren van die van de ander. We mogen fouten maken – en we leren van de fouten die we maken. Een dergelijke houding van persoonlijk leiderschap is niet alleen noodzakelijk om onderling goed samen te werken, maar ook om naast ouders en jongeren te kunnen staan, om aan te kunnen sluiten bij hun leefwereld en betere bondgenootschappen met hen te kunnen sluiten. Persoonlijk leiderschap is daarom de mindset van waaruit wij met elkaar samenwerken en van waaruit wij contact leggen met ouders en jongeren. Om deze opgaven het hoofd te bieden, gaan we samenwerken in de ‘Steenwijkerlandse academie’. Deze academie fungeert als kennisbank: kennis en informatie die ondersteunend is aan onze missie verzamelen we actief en vertalen we vanuit de academie naar praktisch handelen (in de vorm praktische tips of in de vorm van gezamenlijke projecten). Wetenschappelijke inzichten over de natuurlijke ontwikkeling van een kind zijn hier de basis van. Deze kennis groeit razendsnel; daarom zoeken we vanuit de academie nauwe samenwerking met universiteiten en hogescholen, zodat we vlot gebruik kunnen maken van de snel groeiende wetenschappelijke inzichten.

Maar ook binnen onze organisaties is veel kennis aanwezig is die ondersteunend is aan onze missie. Deze kennis bundelen we binnen de academie, zodat we meer gebruik kunnen maken van elkaars kennis. Daarnaast werken we vanuit de academie samen in de deskundigheidsbevordering van onze medewerkers. We ontwikkelen een programma van deskundigheidsbevordering dat bijdraagt aan bovenstaande drie opgaven. Dit programma bestaat uit lezingen, trainingen, intervisie e.d. voor managers en uitvoerende medewerkers van onze eigen organisaties. Maar ook voor ouders en voor andere professionals die werken met jongeren en hun ouders, zoals huisartsen en verloskundigen. De scholing die nodig is voor de andere projecten in dit akkoord, wordt in samenspraak met de academie worden vormgegeven. Op deze manier fungeert de academie niet alleen als kennisbank, maar ook als ‘opleidingsknooppunt’, dat – vanuit de gemeenschappelijke blik op de natuurlijke ontwikkeling van een kind - kennis vertaalt naar praktisch handelen, houding en gedrag. Daarbij maken we actief gebruik van elkaars kennis en expertise: deze brengen we in in de academie en delen we met elkaar. Wij, de ondertekenaars van dit akkoord, spreken af: 1. dat we de Steenwijkerlandse academie samen opzetten en actief meedenken over het programma; 2. dat we onze medewerkers in staat stellen om deel te nemen aan het programma; 3.

dat we de kennis die we binnen de academie verzamelen vertalen naar concrete projecten en handelingstips voor medewerkers en ouders; 4. dat we de kennis die binnen de academie ontwikkelen, actief verspreiden en uitdragen binnen de eigen organisatie (inclusief de vertaling naar praktisch handelen). Vroegsignalering Voorkomen is beter dan genezen. Het komt helaas nog te vaak voor dat het lang duurt voordat kinderen de juiste ondersteuning krijgen. Om hier verandering in te brengen, ontwikkelen binnen dit thema twee aanpakken die nauw met elkaar samenhangen. Ontwikkelen screeningsmethodiek Ieder van ons kijkt vanuit onze eigen deskundigheid, en dus met onze eigen bril op naar een kind en zijn ouders. We zien daarbij ieder maar een deel van het kind en zijn omgeving. En we spreken daarbij ook nog 4 eens een andere taal. In deze situatie kan het voorkomen dat signalen van een ‘niet-natuurlijke’ ontwikkeling 3 worden gemist en dat kinderen en ouders lang moeten wachten op de passende hulp. Om dit te voorkomen spreken wij het volgende af: 5. we selecteren of (indien nodig ontwikkelen) een screeningsmethodiek die alle levensgebieden in beeld brengt (van 0 tot 18 jaar). We onderzoeken of het gedachtegoed van ‘positieve gezondheid’ hier een rol in kan spelen. 6. we voeren een haalbaarheidsonderzoek uit naar een brede implementatie van deze methodiek binnen Steenwijkerland.

NB: het gaat om een methodiek die toepasbaar moet zijn in alle sectoren: onderwijs, ggd, sociaal werk, jeugdhulp, maar ook door bijvoorbeeld verloskundigen en huisartsen. 7. Afhankelijk van de uitkomsten van de haalbaarheidsanalyse, voeren we de screeningsmethodiek in bij de diverse sectoren. Multidisciplinair vroeghulpteam Om op tijd de juiste hulp in te zetten moeten we ervoor zorgen dat we elkaar snel weten te vinden als de problematiek onze eigen expertise te buiten gaat. Dit kan in de vorm van een integraal vroeghulpteam. De professionals in dit team kunnen – samen met ouders – snel beoordelen welke ondersteuning het meest passend is en kunnen ervoor zorgen dat deze hulp ook snel ingezet wordt. Om te kunnen werken met een integraal vroeghulpteam, is het nodig dat we een eensluidend beeld hebben bij de samenstelling, werkwijze en mandaat van het team. Wij spreken het volgende af: 8. We beschrijven de taak, het doel, de werkwijze, samenstelling en mandaat van het multidisciplinair team, waarbij we expliciet aandacht besteden aan de rol van ouders en jongeren zelf. We beschrijven de kritische succesfactoren en maken we een inschatting van de kosten van dit team. 9. Op basis van deze beschrijving besluiten we of we een dergelijk team in het leven willen roepen en gaan bij een positief besluit over tot uitvoering.

De eerste 2000 dagen De eerste 2000 dagen in het leven van een kind zijn extreem bepalend voor de latere ontwikkeling. In deze periode worden belangrijke verbindingen in de hersenen aangelegd en ontstaan diep gewortelde patronen. Dit begint al bij de conceptie. Elk jaar verdubbelt de kennis van de breinontwikkeling van jonge kinderen. Deze kennis geeft ons handvatten voor de wijze waarop wij – en de ouders - de ontwikkeling van jonge kinderen kunnen stimuleren. We spreken af: 10. we gaan – vanuit de Steenwijkerlandse academie - een alliantie aan met kennisinstituten als hogescholen en universiteiten om de wetenschappelijke kennis over de ontwikkeling in de eerste jaren van een kind tot ons te nemen en te vertalen naar het praktisch handelen van onze pedagogisch medewerkers, jeugdverpleegkundigen, sociaal werkers en hulpverleners die werken met jonge kinderen. 11. we verspreiden deze kennis actief onder (potentiële) ouders, collega’s en andere professionals. 12. op basis van deze kennis ontwikkelen we een preventieve aanpak die er op gericht is om de omstandigheden te verbeteren waarin kinderen opgroeien en zich ontwikkelen. Levensvaardigheden Om je leven zo zelfstandig mogelijk te kunnen leven en aan de samenleving deel te kunnen nemen, heb je een breed scala aan vaardigheden nodig is. Binnen het onderwijs ligt sterk de nadruk op cognitieve vakken.

Nederlands, economie, wiskunde, natuurkunde, biologie: dit soort vakken bepalen in hoge mate of je je eindexamen haalt of niet. Dit is heel belangrijk, maar ook de sociale, emotionele, morele en burgerschapsvaardigheden zijn van groot belang. Hierbij gaat het om zaken als: zelfbewustzijn, zelfmanagement, verantwoordelijke besluiten nemen, relationele vaardigheden, maar ook om heel praktische zaken als het op orde houden van je financiën en jezelf verzorgen. Wij willen in Steenwijkerland veel meer aandacht geven aan deze bredere levensvaardigheden. Daarbij zetten we, om te beginnen, in op jongeren vanaf 10 jaar. In een later stadium wordt gekeken of de aanpak verder vertaald kan worden naar het jongere leeftijdscategorieën. Binnen dit thema ontwikkelen we twee projecten: ‘Petje Af’ en ‘Levensvaardigheden als mindset op de middelbare school’. 3 Zie ook bij de Steenwijkerlandse academie 5 Petje Af Kinderen ontwikkelen zich niet alleen op school. Het leven buiten school is minstens net zo leerzaam als het gaat om het opdoen van levensvaardigheden. Hoe rijker de ervaringen in je jeugd, hoe makkelijker is het om te weten wie je bent, waar je talent ligt, hoe de wereld in elkaar zit en wat er van jou als deelnemer in deze samenleving wordt verwacht. Rolmodellen helpen daarbij: aan hen kun je je spiegelen en zien wat er mogelijk is.

De meeste kinderen doen in hun vrije tijd vele leerzame ervaringen op. Bijvoorbeeld op de sportclub, door uitstapjes die ze maken met hun ouders of door te kletsen met een oom of tante die een heel ander beroep heeft dan je moeder. Dit geldt echter niet voor alle kinderen. Er zijn kinderen die – bijvoorbeeld vanwege financiële problemen – buiten schooltijd nauwelijks iets ondernemen. Dit belemmert de ontwikkeling en de kansen van deze kinderen. Wij willen deze kinderen gedurende aantal jaar in hun leven nieuwe ervaringen laten opdoen en in contact brengen met inspirerende rolmodellen. Om dit te realiseren maken we gebruik van de bestaande methodiek van ‘Petje Af’ (zie www.petjeaf.nl). Petje Af richt zich op kinderen tussen de 10 en 14 jaar. We spreken het volgende af: 13. we onderzoeken of en op welke manier het mogelijk is om Petje Af in onze gemeente aan te bieden. Dit doen we in samenwerking met ondernemers uit onze gemeente. 14. bij een positieve uitkomst van het haalbaarheidsonderzoek voeren we Petje Af uit in de gemeente Steenwijkerland. Levensvaardigheden als mindset op de middelbare school Binnen dit project willen we structureel meer aandacht schenken aan de ontwikkeling van levensvaardigheden bij jongeren op de middelbare school. De middelbare schoolleeftijd is de periode waarin deze vaardigheden sterk in ontwikkeling zijn. We spreken het volgende af: 15.

we gaan gezamenlijk mogelijke stagnaties van levensvaardigheden signaleren bij jongeren van 12 t/m 18 jaar. We maken daarvoor – indien mogelijk - gebruik van het screeningsinstrument dat ontwikkeld wordt binnen het project ‘vroegsignalering: ontwikkelen screeningsmethodiek’; 16. we scholen alle docenten in het voortgezet onderwijs in het stimuleren van levensvaardigheden en het herkennen van een niet-normale ontwikkeling op dit gebied; 17. we bieden aan alle leerlingen op de middelbare school gedurende de schoolloopbaan korte trainingen aan op het gebied van levensvaardigheden (binnen het curriculum); 18. we ontwikkelen een intensieve training (of bieden een bestaande training aan) voor de jongeren die extra ondersteuning op dit vlak nodig hebben; 19. we onderzoeken of de aanpak die we voor het VO ontwikkeld hebben, vertaald kan worden naar het primair onderwijs; 20. we maken professionals en ouders bewust van een holistische benadering van het kind en het zijn van een rolmodel; Integratie van jonge anderstaligen (en hun ouders) Jonge anderstaligen (statushouders en (arbeids)migranten) van 0-18 jaar staan in ons land voor een extra uitdaging als het gaat om het aanleren van de vaardigheden die ze nodig hebben om als volwassene zelfstandig hun leven te leiden en deel te nemen aan de samenleving.

Niet alleen moeten ze een vreemde taal leren, ook alle geschreven en ongeschreven regels moeten ze zich eigen maken – ook wanneer die regels conflicteren met de waarden die in hun eigen cultuur centraal staan. De onderwijs- en ondersteuningsbehoeften die deze doelgroep heeft hangt af van de specifieke situatie van het kind, zijn leeftijd en de fase waarin de jonge anderstalige in beeld komt. De onderwijs- en ondersteuningsmogelijkheden in Steenwijkerland zijn in de huidige situatie versnipperd en onvoldoende toereikend. Er dient aandacht worden besteed aan brede integratie door een doorlopende leerlijn (minimaal 5 jaar) met onderwijs- en ondersteuningsbehoeften per leeftijd en fase. Ook de kennis en houding van professionals en ouders verdient aandacht. Ons doel binnen dit project is dat jonge anderstaligen van 0-18 jaar zonder (taal)achterstanden van school gaan en als ‘binnenstaander’ mee kunnen doen in de samenleving. Wij, de deelnemers binnen dit project, spreken af: 21. we ontwikkelen en implementeren een doorlopende lijn in onderwijs en ondersteuning (minimaal 5 jaar) voor jonge anderstaligen van 0-18 jaar in Steenwijkerland. Dit bestaat uit: 6 a. een uniform format om de onderwijs- en ondersteuningsbehoefte van anderstaligen binnen en buiten het onderwijs in beeld te brengen b.

passend onderwijs- en ondersteuningsaanbod voor elke leeftijd en fase, met daarin een doorlopende lijn van 0 tot 18 jaar. 22. we scholen onze professionals en ouders in houding en kennis van de doelgroep 4.2 Staand beleid Onze ambitie en gemeenschappelijke missie is niet nieuw. We werken al jaren met elkaar samen om dit te realiseren. In de loop der jaren hebben we aanpakken ontwikkeld die we al uitvoeren – of al bezig zijn te ontwikkelen. In bijlage 1 staan de bestaande aanpakken waarin onderwijs, kinderopvang en zorg al samenwerken. Evenals de onderwerpen waarover de beleidsontwikkeling al in gang was gezet, voordat we dit akkoord sloten. Tot slot zijn er onderwerpen waarover we – op grond van een wettelijke verplichting – nadere afspraken moeten maken (zoals over de uitbreiding van VVE van 10 naar 16 uur). We spreken af: 23. we continueren in eerste instantie het beleid als beschreven in bijlage 1. In de loop van de komende vier jaar zal ieder onderdeel geëvalueerd en indien nodig bijgesteld worden. 4.3 Doen we de goede dingen goed? Monitoren en same n leren Wij willen weten of we de goede dingen doen en of dat ertoe bijdraagt dat we onze ambitie verwezenlijken. We willen weten of er daadwerkelijk meer kinderen met meer vaardigheden van school komen en of zij als volwassene beter in staat zijn om zelfstandig hun leven te leven en deel te nemen aan de samenleving.

Maar omdat we uitgaan van een heel brede doelgroep (zie paragraaf 2) en een holistische visie (paragraaf 3), is het bijzonder lastig om de ambitie te vertalen in enkele smart geformuleerde doelen. Een doel is immers alleen maar meetbaar als het slechts een zeer afgebakend deel van de werkelijkheid omschrijft. Het centraal stellen van enkele smart geformuleerde doelen zou afbreuk doen aan het feit dat we ons willen richten op alle kinderen die, om welke reden dan ook, niet vanzelf de vaardigheden ontwikkelen die ze als volwassene nodig hebben – en op alle vaardigheden die je nodig hebt als volwassene. Het zou ertoe kunnen leiden dat we ons alleen nog maar focussen op de kinderen of de vaardigheden die deel uitmaken van de set aan geselecteerde meetbare indicatoren - en alle andere kinderen en vaardigheden vergeten. Toch willen we weten of we het goede doen. Om dat te achterhalen, stellen we niet het meten, maar het ‘samen leren’ centraal. ‘Samen leren’ betekent dat we steeds de dialoog voeren of dat wat we doen toegevoegde waarde heeft in het licht van onze missie en ambitie. Om die dialoog te voeren, gebruiken we een aantal hulpmiddelen. Hierover maken we de volgende afspraken: 24.

we onderzoeken samen met een kennisinstituut (hogeschool, universiteit of NJI) welke alternatieve manieren we kunnen achterhalen of we onze ambitie verwezenlijken, rekening houdend met onze brede doelgroep en holistische kijk. 25. we benoemen bij de uitwerking van ieder van de projecten zo meetbaar mogelijke indicatoren waar we het succes van de aanpak aan afmeten. Na afronding van het project zal worden bekeken wat de toegevoegde waarde van de aanpak is geweest en of we bereikt hebben wat we van plan waren. Als dat niet het geval is, analyseren we de mogelijke oorzaken hiervan en we benoemen leermomenten voor een volgende keer. 26. jaarlijks stellen we een verslag op van de activiteiten die we hebben ondernomen, waarbij we tevens beschrijven wat de toegevoegde waarde en belangrijke leermomenten zijn geweest. 27. we betrekken ouders en jongeren bij onze dialoog in het kader van ‘Samen Leren’. 28. minimaal eens per twee jaar maken we een cijfermatige achtergrondrapportage waarin we de belangrijkste kengetallen verzamelen met betrekking tot de jeugd in Steenwijkerland. Daarin is in ieder geval aandacht voor de beheersing van de basisvaardigheden taal en rekenen, voor voortijdig schoolverlaten en thuiszitten, de inzet van jeugdhulp en van sociaal werk. In het periodieke overleg (het Lea, zie volgende paragraaf) zal worden vastgesteld welke indicatoren in beeld worden gebracht.

Alle deelnemende partijen aan dit akkoord leveren, binnen de grenzen van de AVG, de benodigde gegevens aan. Deze rapportage dient als achtergrondinformatie bij ons gesprek over de vraag of we de goede dingen doen. De eerste rapportage zal betrekking hebben op schooljaar 2018-2019. 7 4.4 Verantwoordelijkheden en bijsturing Wij zijn samen verantwoordelijk voor het realiseren van de gemeenschappelijke ambitie. Om voortgang te boeken is het van belang de verantwoordelijkheden helder te beleggen. We spreken daarom af: 29. Het gemeenschappelijk overleg (het Lea) fungeert als opdrachtgever van alle projecten en aanpakken die voortkomen uit dit akkoord. 30. de samenstelling van het Lea-overleg wordt herzien, met als doel te zorgen voor een werkbaar gremium, waarin alle sectoren van dit akkoord deel uitmaken. 31. Elk project heeft een projectleider die verantwoordelijk is voor de voortgang en kwaliteit van het project, van ontwerp tot en met evaluatie. 32. Een van de deelnemers van het Lea treedt op als gedelegeerd bestuurlijk opdrachtgever van de projectleider. Vanuit die hoedanigheid overlegt de gedelegeerd bestuurlijk opdrachtgever op regelmatige basis met de projectleider over de voortgang en kwaliteit van het project, stuurt bij waar nodig en informeert het gemeenschappelijk overleg (het Lea) hierover. 33.

De Steenwijkerlandse academie is ondersteunend aan de overige projecten en coördineert het proces van samen leren. 4.5 Financiën Bij de nadere uitwerking van de projecten zal blijken wat de kosten zijn van de uitvoering van dit akkoord. Uiterlijk eind mei 2019 willen we een inschatting kunnen maken van de kosten per project, zodat we waar nodig kunnen prioriteren. We spreken af: 34. Uiterlijk eind mei 2019 leveren projectleiders een globale kostenraming per jaar aan, inclusief dekking. Voor de uitvoering van de projecten binnen het akkoord zijn in ieder geval de gemeentelijke middelen voor onderwijsachterstanden, preventief jeugdbeleid, voortijdig schoolverlaten en het voorkomen van laaggeletterdheid beschikbaar. Daar waar nodig kan binnen de bestaande budgetten geherprioriteerd worden. Daarnaast is dekking van uit andere bronnen (zoals de reguliere budgetten van de deelnemers van dit akkoord of subsidies vanuit andere partijen) mogelijk. 4.6 Een dynamisch akkoord Dit akkoord vormt de basis voor onze samenwerking. Het is een dynamisch document. Minimaal een keer per jaar komen we bij elkaar op een werkconferentie om op een interactieve manier te bespreken of we nog de goede dingen doen en of we ze nog op de goede manier doen. We spreken af: 35. elke organisatie zorgt voor actieve deelname aan de jaarlijkse werkconferentie 36.

op basis van werkconferentie kunnen de afspraken worden aangepast. Projecten kunnen worden toegevoegd of geschrapt. De opbrengsten van de werkconferentie leiden tot een aanpassing van dit document, zodat we altijd een actuele beschrijving hebben van de afspraken. Ondertekening Met ondertekening van dit akkoord: - onderschrijven we de gezamenlijke missie, ambitie en de bijbehorende overwegingen uit paragraaf 3; - verbinden wij ons aan de afspraken over de Steenwijkerlandse Academie; - zeggen wij toe actief te participeren in de verdere uitwerking en/of uitvoering van een of meerdere projecten die voortkomen uit dit akkoord; - verbinden wij ons aan de afspraken over monitoring en samen leren, sturing en organisatie, financiën en de afspraken onder ‘een dynamisch akkoord’. Datum:….. Ondertekenaars:……..

8 Kinderopvang Kinderopvang Jabadoe Kinderopvang Woldkasteel Speel@Home Woldkasteel Buitenhoeve Kindervilla Oldemarkt Peuterwerk Kinderopvang Accrete Kinderopvang Ukkie Kinderopvang Marlot Primair Onderwijs Stichting Op Kop Stichting Accrete Stichting Florion Voortgezet Onderwijs RSG Tromp Meesters CSG Eekeringe Passend Onderwijs Samenwerkingsverband passend onde rwijs PO 2203 Samenwerkingsverband passend onderwijs VO 2203 Jeugdgezondheidszorg GGD IJsselland Sociaal Werk Sociaal Werk de Kop Toegang jeugdhulp Gemeentelijk toegangsteam Bijlage 1 Staand beleid Onze ambitie en gemeenschappelijke missie zijn niet nieuw. We werken al jaren met elkaar samen om dit te realiseren. In de loop der jaren hebben we aanpakken ontwikkeld die we al uitvoeren – of bezig zijn te ontwikkelen. Hieronder staan de bestaande aanpakken waarin onderwijs, kinderopvang en zorg al samenwerken rondom de ambitie van dit akkoord 4. We spreken af dat we de bestaande aanpakken in eerste instantie continueren en dat we in de loop van de komende vier jaar ieder onderdeel evalueren en indien nodig bijstellen. In aanvulling hierop is er meer beleid dat gericht is op de Steenwijkerlandse jeugd. Te denken valt aan onderdelen van het sportakkoord-in-wording en het beleid op het gebied van cultuureducatie (waaronder het cultuurmenu).

De uitvoering hiervan kan bijdragen aan het realiseren van de ambitie uit dit akkoord, maar het beleid zelf hoeft hier niet in eerste instantie op gericht te zijn. Beleidsonderdeel Doel Kern van de aanpak Evaluatie voorzien voor.. KiK (Kind in de Kern) Vroegtijdig signaleren van ri sico’s en realiseren van een goede aansluiting tussen kinderopvang/onderwijs en zorg Bij zorgen over de ontwikkeling van een kind op school of kinderopvang, voeren KiK- er (=jeugdverpleegkundige), ib-er en ouder een laagdrempelig gesprek en spreken af wat vervolgstappen zijn. Daarnaast fungeert de KiK-er als schakelpunt tussen kinderopvang, onderwijs en zorg. Individuele aanpak (met ouders). Najaar 2019 Schoolmaatschappelijk werk Mogelijkheden voor extra maatschappelijk werk op VO Gemeente levert bijdrage aan beide VO scholen om extra schoolmaatschappelijke werk te kunnen inkopen. 2021 MDO’s Gezinnen of jongeren waar de hulpverlening stagneert of niet het juiste effect heeft, weer op weg helpen Ouders, hulpverleners en andere betrokken bij een gezin (waaronder onderwijs) komen samen onder leiding van een onafhankelijke procescoördinator en maken onderling afspraken over het vervolg.

2022 Doorzettingsmacht Het maken van bindende afspraken met het onderwijs en de jeugdhulp om bij stagnerende besluitvorming rondom thuiszitters, één partij, team of functionaris de bevoegdheid te geven om – binnen gestelde kaders – te bepalen welke onderwijs/zorgplek voor het betreffende kind passend is. We zetten in op een opschalingsmodel waarin wordt vastgelegd wat we doen als de uitvoerenden in een casus er onderling niet uitkomen. In het opschalingsmodel worden afspraken gemaakt naar welk gremium er opgeschaald moet worden indien nodig. De ambitie is om in beperkte mate op te schalen. We streven ernaar vanaf het schooljaar 2019 – 2020 te starten met het nieuwe model. Mei/juni 2020 4 In de tabel worden de aanpakken beschreven die (mede) met gemeentelijke middelen tot stand worden gebracht. In aanvulling daarop hebben de verschillende sectororganisaties hun eigen beleid op het snijvlak van onderwijs en zorg, bijvoorbeeld in het kader van passend onderwijs. 10 Beleidsonderdeel Doel Kern van de aanpak Evaluatie voorzien voor.. Fit op School Scholen en kinderopvang kunnen zelf aanbod inkopen in het kader van de Fit op school-aanpak: dit is de Steenwijkse variant van de landelijke aanpak ”Gezonde School” en “Gezonde Kinderopvang”.

Op (voor)schoolniveau (het individueel niveau overstijgend) aanpakken van thema’s, onderwerpen op het gebied van welbevinden, voorkomen uitval, gezonde kinderen etc. De school/kinderopvang vraagt advies bij de KIK-persoon bij de beslissing welk aanbod wordt ingekocht. Reden is tweeledig: 1) de KIK-persoon kent de aanbieders, weet wat er te koop is in deze sector. En 2) de KIK-persoon weet ook of dit thema inderdaad iets is wat op deze school speelt. Eind 2019. Preventieplatform Instelling overstijgende aanpak v an thema’s (problemen, onderwerpen) die spelen in Steenwijkerland op het gebied van jeugd, opvoeding, welbevinden, gezonde kinderen etc. Vertegenwoordigers van alle geledingen (PO, VO, kinderopvang, GGD, sociaal werk, gemeente en gemeentelijke toegang) bespreken problemen/onderwerpen die schooloverstijgend spelen/gemeentebreed gedeeld worden en prioriteren. Vervolgens wordt het thema, oplossing, aanpak gedeeld met de inwoners van Steenwijkerland (vb: gratis voorlichting, theater over een thema, laagdrempelige doorverwijzing). Aanpak/vorm verschilt per onderwerp dat wordt opgepakt. Eind 2019. Kortdurende peuteropvang Aanbod van peuteropvang voor peuters die tot een doelgroep behoren.

Of voor ouders die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag (KOT) Draagt bij aan de inspanningsverplichting en voornemen van het college om zo veel mogelijk peuters (streven is 100%) deel te laten nemen aan een (formele) opvangvoorziening. Naast niet KOT-gerechtigde ouders komen ook peuters met een zorgvraag in aanmerking. Jaarlijkse monitor, op basis waarvan beleid, waar nodig, wordt aangepast. Voor- (en vroegschoolse) educatie Kinderen die opgroeien in een taalarme omgeving of risico lopen op onderwijsachterstand krijgen een extra rijk voorschools aanbod in een opvangvoorziening. Ouders betalen alleen ouderbijdragen over de eerste twee dagen. Aanbieders VVE voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen, zowel wettelijk als gemeentelijk en mogen daardoor een hoger uurtarief én een vast jaarbedrag declareren. Vanaf de derde dag betalen ouders (ook die met KOT) geen ouderbijdragen meer. Vanaf 2020 moet gemeente een aanbod VVE van gemiddeld 16 uur per week kunnen garanderen. Via jaarlijkse VVE monitor. Pilot SO+ en SO++ - klassen Kinderen die extra ondersteuning (individuele begeleiding in de groep) nodig hebben en/of niet volledig deel kunnen nemen aan het onderwijs, zonder individuele begeleiding volledig aan school te laten deelnemen. Er zijn 2 extra kleine groepen gevormd met veel formatie, namelijk een leerkracht en groepsondersteuner per groep.

Hierdoor wordt er rust gecreëerd en is er veel ruimte om problematiek op te pakken. 2x per schooljaar (2019) betreft nog pilot en is nog geen staand beleid. 11 Beleidsonderdeel Doel Kern van de aanpak Evaluatie voorzien voor.. Dyslexie (beleid in ontwikkeling) Betere dyslexiezorg door laten vervallen knip tussen passend onderwijs en jeugdhulp. Budget voor dyslexie en verantwoordelijkheid overhevelen naar onderwijs. Door specialistische kennis binnen onderwijs te beleggen kan dit veel beter op elkaar aangesloten worden en wordt kennis dyslexiezorg toepasbaar voor grotere groep. Nog niet gestart. Vraag staat uit bij onderwijsveld of zij deze verantwoordelijkheid willen overnemen. Brede school Het gezamenlijk zorgdragen voor een betere leef- en leeromgeving voor het kind door het organiseren van activiteiten die gericht zijn op zowel de cognitieve als de sociaal- emotionele ontwikkeling van de kinderen en die zich afspelen binnen een veilige situatie. Scholen, kinderdagverblijven de welzijnsinstelling organiseren samen activiteiten voor kinderen en ter ondersteuning van ouders in de wijk. 2019 Leerplicht Waarborgen dat jongeren in Steenwijkerland onderwijs volgen gebruik maken van het recht op onderwijs. Leerplicht ziet toe op de handhaving van de leerplichtwet. Een kind is leerplichtig 5 vanaf de maand volgend op de vijfde verjaardag.

De volledige leerplicht eindigt aan het einde van het schooljaar, waarin de jongere de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt. Hierna is de jongere kwalificatieplichtig. De kwalificatieplicht eindigt, zodra de jongere de leeftijd van 18 jaar bereikt of een startkwalificatie 6 (MBO-2, HAVO- of VWO-diploma) heeft behaald. Jaarlijks leerplichtverslag Rebound Dreigend thuiszitten op het reguliere VO te voorkomen en leerlingen met een individueel maatwerktraject terug te begeleiden naar regulier onderwijs. De Rebound voorziening is ontstaan vanuit zorg om leerlingen die binnen de reguliere onderwijssetting dreigen af te haken door sociaal-emotionele problematiek, zwakke motivatie, onvoldoende schoolprestaties en/of een groot schoolverzuim. Rebound probeert in samenwerking met de scholen een nieuw onderwijsperspectief te realiseren. De functie van Rebound is een preventieve, tijdelijke opvang, een bezinningsperiode voor leerling en school. Een periode waarin het enerzijds de bedoeling is een compleet beeld van de leerling te krijgen en anderzijds de leerling zicht op zichzelf krijgt. Jaarlijkse evaluatie 5 De leerplicht houdt in dat kinderen vijf dagen per week naar school moeten. Kinderen zijn leerplichtig van hun vijfde tot zestiende jaar. Na de leerplicht volgt de startkwalificatieplicht (tot 18 jaar).

Een jongere mag pas stoppen met school als hij of zij een diploma op tenminste niveau mbo-2, havo of vwo op zak heeft. Zo’n startkwalificatie geeft een jongere voldoende ‘bagage’ om verder te studeren of werk te vinden. 12 Beleidsonderdeel Doel Kern van de aanpak Evaluatie voorzien voor.. Trajectklas (in ontwikkeling) Maatwerktrajecten voor leerlingen die binnen het praktijkonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs thuis zijn komen te zitten of dreigen uit te vallen op school. Er worden maatwerktrajecten ontwikkeld die leerlingen bij (dreigend) thuiszitten weer leerbaar moeten maken, opdat deze leerlingen weer aan het reguliere onderwijs kunnen deelnemen. Mei 2020 Smart met Geld Kwetsbare jongeren leren met geld om te gaan. Hierdoor krijgen ze meer grip op hun uitgaven en helpt het om schulden te voorkomen Leerlingen van VSO en Praktijkonderwijs volgen een financieel educatief programma dat gegeven wordt door MEE IJssel oevers, in samenwerking met een schulddienstverlener en een ervaringsdeskundige. Het programma is vooral gericht op het vergroten van de bewustwording en de weerbaarheid van de jongeren. Start pilot in augustus 2019, evaluatie mei 2020 Maatschappelijke stage Jongeren maatschappelijk bewust en betrokken maken en het doen van vrijwilligerswerk stimuleren.

Door de maatschappelijke stage een verplicht onderdeel te laten uitmaken van het curriculum, worden jongeren maatschappelijk bewust en betrokken. Dit draagt ook bij aan hun persoonlijke ontwikkeling en stelt vrijwilligersorganisaties mede in staat om activiteiten te organiseren. Gemeente draagt financieel bij. Via subsidie, eerder convenant hiervoor afgesloten. 2022 Voortijdig Schoolverlaten (VSV) Voorkomen schooluitval voor jongeren tussen de 11 en 27 jaar. We werken in Steenwijkerland met het Wiedenmodel, waarin twee interventies zijn uitgewerkt voor: 1) kwetsbare jongeren – jongeren worden teruggeleid nar leren, werken of een leerwerkbaan. Het betreft jongeren tussen de 16 t/m 27 jaar die thuis zitten en niets doen, jongeren die nog stappen kunnen maken op de zelfredzaamheidsmatrix in het kader van werk of jongeren die zijn uitgevallen op een domein en die niets doen, geen hulpverlening krijgen, niet werken en geen opleiding of uitkering hebben. 2) Jongeren met een arbeidsbeperking (Wajong en Pro-Vso) – jongeren worden begeleid naar een passende plek in de maatschappij (dagbesteding, beschut werk, begeleid werk, Wajong, etc.) Daarnaast maakt Steenwijkerland deel uit van de RMC-regio IJssel-Vecht, waar een deel van het VSV-beleid wordt ontwikkeld. Jaarlijkse monitoring van beleid.

Aanpalende activiteiten preventie laaggeletterdheid Voorkomen van laaggeletterdheid en bevorderen van leesvaardigheden. In aanvulling op het aanbod op scholen en kinderopvangorganisaties, worden door bibliotheek, consultatiebureau en Sociaal Werk diverse aanpakken uitgevoerd te bevordering van de leesvaardigheden. Kern van deze aanpakken is dat deze gericht 2020-2021 13 Beleidsonderdeel Doel Kern van de aanpak Evaluatie voorzien voor.. zijn op de thuissituatie. Het betreft: Op Stap, Voorleesexpress, Boekenpret, Boekstart en Taal is de Sleutel tot Groei. Op Stap Ouders leren op welke manier zij hun kinderen kunnen stimuleren bij het leren thuis en op school Scholen dragen gezinnen voor, getrainde vrijwilligers ondersteunen gezinnen, sociaal werk De Kop traint en begeleidt de vrijwilligers 2020-2021 (samen met andere aanpalende activiteiten preventie laaggeletterdheid) Logopedie Het tijdig signaleren van taal- en spraakstoornissen bij jonge kinderen om hen vervolgens door te kunnen geleiden naar de logopedist. Bij zorgen over taal- en spraakstoornissen kunnen kinderdagverblijven een logopedist inschakelen die de kinderen screent en waar nodig doorverwijst naar (andere) lokale aanbieders.

2020 Wettelijke opdrachten Tot slot is er een tweetal wettelijke verplichtingen relevant voor onze samenwerking de komende vier jaar: Onderwerp Wat is de wettelijke opdracht Waarover moeten we afspraken maken Wanneer gereed Uitbreiden VVE naar 16 uur per week Het mogelijk ma ken dat VVE geïndiceerde peuters tussen 2,5 en 4 jaar gemiddeld 16 uur per week VVE aangeboden krijgen op kinderopvang en peuteropvang. De nieuwe inkoopprijs voor VVE moet worden vastgesteld. De bestaande inkoop regeling moet worden aangepast. Idem voor de bijbehorende kwaliteitsafspraken. 2019 (verplicht met ingang van 2020) VVE Resultaatafspraken VVE Met het voorschools veld afspraken maken over: - de definitie van de doelgroep VVE - de indicatie door de GGD en toeleiding Door de nieuwe indicatoren bij de verdeling van de GOAB-middelen, moet ook de VVE- doelgroep anders gedefinieerd worden. Naast opleidingsniveau ouders is de verblijfsduur in Nederland en de schuldenproblematiek onderdeel van de nieuwe indicator. De (gemaakte) afspraken moeten gemonitord worden: de jaarlijkse VVE monitor. Jaarlijks worden de resultaten gemonitord door de onderwijsinspectie. 14 - de doorgaande lijn tussen voor-en vroegschool kinderopvang en onderwijs) - de opbrengsten VVE (resultaten).

De gemeente wijst de GGD aan als indicatiesteller voor VVE peuters: de gemeente moet ism de GGD en het voorschools veld de wijze van indiceren en toeleiden afspreken. Ook moet worden vastgelegd hoe de doorgaande lijn tussen GGD en voorschool en tussen voorschool en onderwijs worden vormgegeven (warme overdracht etc). Over de opbrengsten van het gevoerde VVE beleid (dit loopt formeel door tot en met groep 2 vd basisschool) moeten afspraken gemaakt worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/b57ae65a-114c-4e8f-b148-a6beaec9c18e?agendaItemId=70d343ce-ecf0-4d11-811c-3641f25276c0