Steenwijk - Tukseweg 1_ontwerp_1_Toelichting.pdf
Tekst van het document
De afschermende bebouwing heeft een positieve invloed op de mogelijkheden van zelfredzaamheid. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van 21 appartementen voor de doelgroep een- en tweepersoonshuishoudens volgens de lage aftoppingsgrens. (ca. 600, - huur per maand). De jongere bewoners zullen over het algemeen zelfredzaam zijn. De ouderen daarentegen niet. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de verzorgers/omwonenden de ouderen zullen begeleiden. Toelichting (ontwerp) 25 bestemmingsplan Steenwijk - Tukseweg 1 Conclusie Het plangebied ligt deels binnen het invloedsgebied van een hogedruk aardgasleiding van de Gasunie. In de huidige situatie is de hoogte van het groepsrisico kleiner dan de oriëntatiewaarde. Gelet op de gedeeltelijke ligging in het invloedsgebied, de beperkte omvang van de beoogde ontwikkeling en de ruime afstand tot de gasleiding zal de hoogte van het groepsrisico niet relevant toenemen. Uit de beknopte verantwoording blijkt daarnaast dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied als voldoende worden beschouwd. Verder zijn in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle bronnen aanwezig die mogelijk een extern veiligheidsrisico vormen. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.12 Kabels en leidingen Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. In of nabij het plangebied liggen geen kabels of leidingen die moeten worden voorzien van een planologische regeling. 4.13 Bezonningsstudie In Nederland zijn geen wettelijke normen en eisen ten aanzien van de bezonning voor bebouwing. Gemeenten zijn daarom vrij om een eigen invulling te geven aan de eisen omtrent bezonning. De gemeente heeft geen standaard beleid voor bezonning, maar bekijkt per ontwikkeling in hoeverre een goed woon- en leefklimaat voor de omgeving gewaarborgd kan worden. Voor het bouwplan is een bezonningsstudie uitgevoerd. In de bezonningsstudie is eveneens een vergelijking uitgevoerd tussen de oude situatie (tevens de maximale planologische mogelijkheid) en nieuwe planologische situatie. Er is gekozen voor een onderzoek conform de TNO normen.
De TNO normen bestaat uit een lichte en een strenge norm. De lichte norm houdt in dat er in de periode van 19 februari tot en met 21 oktober 2 uur bezonning op de gevel moet plaatsvinden. Dat hoeft niet aaneengesloten te zijn. De strenge norm houdt in dat er in de periode van 21 januari tot en met 22 november 3 uur bezonning op de gevel moet plaatsvinden. Ook hierbij hoeft dat niet aaneengesloten te zijn. De gemeente heeft laten uitzoeken op welke momenten en in hoeverre niet aan de lichte TNO norm kon worden voldaan, ten einde een zorgvuldige beslissing te kunnen nemen. Uit dat onderzoek is gebleken dat de woningen op nummer 20 en 22 minimaal 2 uur zon op de gevel heeft in de periode van 19 februari tot en met 21 oktober, en derhalve aan de lichte TNO norm voldoet. Uit het onderzoek is ook gebleken dat de woning op nummer 24 alleen bij de meting op de eerste dag van de onderzochte periode (19 februari) niet aan de lichte TNO norm voldoet. De rest van het jaar 26 Toelichting (ontwerp) bestemmingsplan Steenwijk - Tukseweg 1 wordt wel voldaan. Tot slot is gebleken dat de woning op nummer 26 en 28 bij de meting op de eerste dag van de onderzochte periode (19 februari) en de laatste dag (21 oktober) niet aan de lichte TNO norm voldoet. De rest van het jaar wordt zelfs aan de zware TNO norm voldaan.
De woningen zijn gesitueerd in een stedelijke omgeving, waarbij er in de directe omgeving tevens gebouwen aanwezig zijn met een (fors) hogere bouwhoogte dan de beoogde ontwikkeling. De panden bevinden zich bovendien in een blok met een gemengde bestemming. Op grond van het planologisch regime is daar detailhandel, zakelijke dienstverlening en wonen op de verdieping zonder meer toegestaan. Het wonen op de begane grond is slechts toegestaan voor zover een aanduiding op het perceel rust. De planologische bestemming bevestigt de diversiteit van de omgeving. Dat brengt met zich mee dat iets minder hoge eisen kunnen worden gesteld aan het woon- en leefklimaat dan bijvoorbeeld in een woonwijk. De mate van bezonning zoals deze uit het onderzoek naar voren is gekomen wordt als acceptabel aangemerkt. Toelichting (ontwerp) 27 bestemmingsplan Steenwijk - Tukseweg 1 Hoofdstuk 5 Juridische opzet In dit hoofdstuk staat een toelichting op de juridische regeling van dit bestemmingsplan. In paragraaf Algemeen staat een algemene toelichting op de betekenis en opbouw van het bestemmingsplan en de achtergronden daarvan. In paragraaf 5.2 wordt de bestemmingsregeling van dit bestemmingsplan toegelicht.
5.1 Algemeen Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen volgens de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, digitaal en analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden. 5.2 Toelichting op de bestemmingen De bestemmingen die in dit bestemmingsplan voorkomen zijn afgestemd op de regeling uit van het bestemmingsplan Steenwijk en Tuk.
Hierbij geldt dat de regeling voor het woonperceel is toegespitst op dit initiatief, waarbij de randvoorwaarden uit het beleidskader, de planologische randwaarden als uitgangspunt gelden. Binnen het plangebied komen de volgende bestemmingen voor: 5.2.1 Wonen - Gestapeld De bestemming 'Wonen - Gestapeld' is bedoeld voor gestapelde woningen. Het appartementencomplex dient ter plaatse van een bouwvlak gebouwd te worden. De bouwhoogte van het gebouw bedraagt maximaal 14,00 meter. De goothoogte bedraagt maximaal 9 meter. Het maximaal aantal te bouwen wooneenheden bedraagt 21. Dit is middels de aanduiding' maximum aantal wooneenheden' op de verbeelding aangegeven. 28 Toelichting (ontwerp) bestemmingsplan Steenwijk - Tukseweg 1 Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. Deze is gedeeltelijk aangetoond in de voorgaande paragrafen. Ook spelen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid een rol. 6.1 Economische uitvoerbaarheid Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is het van belang te weten of het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de manier van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie).
Financiële haalbaarheid De ontwikkeling is een particulier initiatief. De kosten voor de uitvoering van het plan worden gedragen door de aanvrager. Deze beschikt over voldoende financiële middelen om het voornemen te bekostigen. Hiermee is aan de financiële haalbaarheid van dit bestemmingsplan aangetoond. Grondexploitatie Doel van de grondexploitatieregeling is het bieden van meerdere mogelijkheden voor het kostenverhaal door de gemeente. De gemeente heeft hierdoor meer sturingsmogelijkheden. Daarnaast kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden. In dit bestemmingsplan wordt een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro mogelijk gemaakt. In dergelijke gevallen is de grondexploitatieregeling van toepassing, tenzij het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd zijn. Hiervoor is tussen de gemeente en de initiatiefnemers een overeenkomst gesloten. Hierin is onder andere het verhaal van eventuele planschade geregeld. Hiermee is het voor het plan relevante kostenverhaal anderszins verzekerd. De gemeenteraad wordt voorgesteld bij de vaststelling van het bestemmingsplan geen grondexploitatieplan vast te stellen. 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De resultaten uit de bestemmingsplanprocedure geven inzicht in de maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
Met dit bestemmingsplan zijn overigens geen grote maatschappelijke belangen gemoeid. Inspraak en overleg Het bestemmingsplan heeft overeenkomstig de inspraakverordening ter inzage gelegen voor inspraak. Tijdens deze periode is het plan ook voorgelegd aan de provincie en betrokken maatschappelijke organisaties. Van de provincie en de brandweer zijn overlegreacties ontvangen. De provincie heeft aangegeven dat de ontwikkeling niet in strijd is met het provinciale beleid en er daarnaast nog voldoende ruimte in de gemaakte woonafspraken. Echter wordt aangegeven dat de provinciale afspraken onvoldoende staan beschreven in de toelichting van het bestemmingsplan. Gevraagd wordt om een laddertoets met daarin een verwijzing naar actuele cijfers uit de woonafspraken, gesloten met de provincie in april 2016. Derhalve is paragraaf 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking aangepast. Toelichting (ontwerp) 29 bestemmingsplan Steenwijk - Tukseweg 1 Daarnaast heeft de Veiligheidsregio een advies afgegeven. Deze is als bijlage toegevoegd en waar relevant in de toelichting van dit bestemmingsplan verwerkt. Tot slot zijn een aantal inspraakreacties binnengekomen. Deze hebben tot een tweetal wijzigingen in het bestemmingsplan geleid. De inspraakreacties hebben geleid tot wijzigingen in paragraaf 2.4 Parkeren van de toelichting en in artikel 8.1 van de regels.
Tot slot zijn er acht inspraakreacties binnengekomen en hebben geleid tot een aantal wijzigingen in de toelichting en de regels. Ontwerpbestemmingsplan Vervolgens heeft het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). De uitkomsten hiervan hebben geleid tot niet voorziene uitgangspunten voor het bestemmingsplan. Derhalve is het bestemmingsplan op onderdelen gewijzigd en heeft de gemeente besloten het ontwerp bestemmingsplan opnieuw als ontwerp ter inzage te leggen. Vaststelling De gemeenteraad besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan. De indieners van zienswijzen worden hiervan op de hoogte gesteld. Uiteindelijk is tegen de vaststelling van het bestemmingsplan beroep mogelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 30 Toelichting (ontwerp)