Steenwijk - Tukseweg 1_ontwerp_1_Bijlagen Toelichting.pdf
Tekst van het document
Oosterik, bereikbaar op 088 – 1197450 of via e-mail op risicobeheersing@vrijsselland.nl. Ook uw volgende adviesaanvragen kunt u sturen naar risicobeheersing@vrijsselland.nl. Hoogachtend, Namens het dagelijks bestuur, A. Schepers, commandant Brandweer Voor deze, Drs. S.H.Th.M. Weitenberg Vakteamleider Risicobeheersing
Gasd rukregel- en meetstation, hogedruk aardgas buisleiding Volgens de risicokaart bevindt zich ten noorden van het plangebied een gasdruk regel- en meetstation en een hogedruk aardgasleiding. Het station is aangesloten op de hogedruk aardgasleiding (N-500-55). De aanvoer en de druk van het gas vanuit de hogedruk aardgasleiding is ďepaleŶd ǀoor de risiĐo’s. Volgens de risicokaart ligt de PR 10-6 op 15 meter. Het plangebied is op circa 55 meter van het gasdrukregel- en meetstation gelegen. Bij de hogedruk aardgasleiding (N-500-55) gaat het om een 6 inch, 40 bar leiding. Ik wil u er op wijzen dat bij een incident (fakkelbrand) ter hoogte van het plangebied de warmtebelasting aanzienlijk kan zijn. Bij een 6 inch leiding is de warmtebelasting tot op 50 meter meer dan 35 kW/m 2. In dit gebied zullen naar verwachting 100% van de aanwezigen buiten en 10 % van de aanwezigen binnen overlijden (zie bijlage: scenario hogedruk aardgastransportleiding). Tot op 70 meter van de brand bedraagt de warmtebelasting van een dergelijke leiding nog meer dan 12,5 kW/m2. Binnen dit gebied zijn bij een incident nog dodelijke en (zwaar) gewonde slachtoffers te verwachten. Dit geldt zowel voor de aanwezigen binnen als buiten de gebouwen. Het plangebied is op circa 53 meter van de hogedruk aardgas buisleiding gelegen.
Volgens de risicokaart is het plangebied grotendeels binnen de 70 meter van de hogedruk aardgas gelegen. De dichts bij zijnde appartementen liggen op circa 53 meter van de buisleiding. Ik adviseer u bíj de inrichting van het plan rekening te houden met de warmtebelasting ten gevolge van een incident bij de hogedruk aardgas buisleiding. Plaatsgebonden- en groepsrisico Volgens de Risicokaartprof wordt er bij de hogedrukaardgas buisleiding geen plaatsgebonden risico berekend. Gezien het beperkt aantal aanwezigen in de omgeving van de buisleiding wordt er ook geen groepsrisico berekend. Het aantal aanwezigen wijzigt ten opzichte van de huidige situatie met horeca bestemming weinig. Het aantal aanwezigen in het appartementencomplex zal circa 2.4 *21=51 personen bedragen. Dit zal maar beperkte invloed hebben op het groepsrisico. Zelfredzaamheid D e hogedruk aardgasleiding ligt volgens de risicokaart achter de noordelijke bebouwing van de Tukseweg. Dit geeft bij de onderste verdiepingen van het appartementencomplex enige bescherming van de warmtestraling bij een incident met de buisleiding. Dit geldt niet voor de hoge gelegen appartementen. De afschermende bebouwing heeft een positieve invloed op de mogelijkheden van zelfredzaamheid. Bereikbaarheid Het plangebied is van meerdere kanten bereikbaar.
Bestrijdbaarheid Er zijn voor de brandweer geen mogelijkheden om de fakkelbrandbrand te bestrijden. De leidingbeheerder moet de toevoer zo spoedig mogelijk afsluiten. De brand kan na het afsluiten nog enkele uren duren. De inzet van de brandweer is voornamelijk gericht op het voorkomen van uitbreiding en blussen van secundaire branden. In de omgeving zijn diverse bluswaterpunten gelegen. Maatregelen De veiligheid omtrent hogedruk aardgasleidingen kan op verschillende manieren worden versterkt. Bij een hogedruk aardgasleiding kunnen maatregelen aan/bij de leiding of in de omgeving worden genomen. Ook kan worden gekozen voor een combinatie van deze maatregelen. Ik adǀiseer u ďij de oŶtǁikkeliŶg ǀaŶ het plaŶ de oŶderstaaŶde ŵogelijkhedeŶ oŵ de ǀeiligheid te ǀersterkeŶ te ďeoordeleŶ op toepasďaarheid: 1. Het appartementencomplex zover als mogelijk van de hogedruk aardgasleiding af te situeren. 2. Aan de kant van de buisleiding zoveel als mogelijk te werken met blinde muren, warmte werend glas. 3. De vluchtwegen aan de zuidkant van het appartementencomplex te situeren. 4. Het tracé van de hogedrukaardgasleiding duidelijk te markeren zodat wordt voorkomen dat er (grond)werkzaamheden plaatsvinden boven de leiding. Risicocommunicatie Bi j een incident met gevaarlijke stoffen zijn de hulpdiensten niet meteen ter plaatse.
De aanwezigen zijn in de tijd dat de hulpdiensten nog niet aanwezig zijn aangewezen op zelfredzaamheid en/of hulp van derden. Ik adviseer u de aanwezigen (bewoners en omwonenden) door risicocommunicatie op de hoogte te brengen van de handelingsperspectieven bij een incident bij de buisleiding. In de bijlage vindt u de ĐoŶĐept laŶdelijke haŶdreikiŶg HaŶdeliŶgsperspeĐtief geǀaarlijke stoffeŶ eŶ de releǀaŶte sĐeŶario’s. Laura Burgman (tel: 088-1197980) van afdeling risicocommunicatie wil u hierbij graag van advies voorzien. Bijlagen: scenario hogedruk aardgastransportleiding Al gemene beschrijving Bij bijvoorbeeld (graaf)werkzaamheden door derden ontstaat een breuk in een hogedruk aardgastransportleiding. Het aardgas stroomt onder hoge druk continu uit. Het brandbare gas ontsteekt waardoor een fakkelbrand optreedt die duurt totdat na het inblokken van de leiding de druk afneemt. Deze fakkelbrand kan voor de grootste leidingen tot een hoogte van enkele honderden meters reiken. De fakkelbrand is hevig en kan secundaire branden in de omgeving veroorzaken. Kans van optreden In de periode 1977-2005 werd driekwart van de leidingbeschadigingen veroorzaakt door derden. Van het aantal incidenten door graafschade leidt 2,3% tot een leidingbreuk. De kans is afhankelijk van diameter, wanddikte, druk, staalsoort en breuktaaiheid.
De kans op ontsteking is afhankelijk van de diameter en de druk. Factoren die de kans op een incident beïnvloeden zijn voornamelijk regelgeving en beheermaatregelen, afdekking met beschermend materiaal, fysieke barrières op maaiveld en maatregelen door de leidingeigenaar tegen corrosie. Effecten Hittestraling is, in combinatie met de blootstellingsduur van 20 seconden, bepalend voor de geǀolgeŶ ǀoor ŵeŶseŶ eŶ oďjeĐteŶ. De effeĐteŶ zijŶ dodeŶ ;†Ϳ, geǁoŶdeŶ ;zeer zǁaargeǁoŶd Tϭ tot lichtgewond T3), schade aan objecten en secundaire branden. B estrijdbaarheid Mogelijkheden bij bronbestrijding fakkelbrand: ▪ De leidingbeheerder moet de toevoer sluiten. Voor de brandweer zijn er geen mogelijkheden voor bronbestrijding. o De inbloklengte is meestal meer dan 10 kilometer. o Automatisch inblokken gebeurt meestal direct, bij handmatig inblokken kan dit enkele uren duren. De brandweerinzet is bij een fakkelbrand vooral gericht op het voorkomen van uitbreiding in de 2e ring. Na afloop van de fakkelbrand is de brandweerinzet vooral gericht op het blussen in de 1e en 2e ring. 1e ring: Geen mogelijkheden tot effectief optreden 2e ring: Beperkte mogelijkheden tot redden 3e ring: Inzet gericht op uitbreiding voorkomen Benodigdheden bij fakkelbrand: ▪ Het plangebied en de buisleiding moet tweezijdig toegankelijk zijn
▪ Effect ieve (grootschalige) bluswatervoorziening (afgestemd op in te zetten blus- en koelcapaciteit) ▪ Passende (grootschalige) slagkracht brandweer: Benodigde omvang van de inzet is afhankelijk van de omgeving Hulpverlening Er wordt opgetreden buiten de 3e ring. GHOR processen en taken: ▪ Gewonden verzorgen en transporteren, hiervoor is nodig: ▪ Capaciteit voor triage, stabilisatie, transport en ▪ OpǀaŶg ǀoor [X] slaĐhtoffers ≤ϭ uur ▪ Inzet op basis van inschatting MKA/OvDG Politie processen en taken: ▪ Afzetten incidentgebied tot en met 3e ring: ▪ Gebied moet eenvoudig afsluitbaar zijn ▪ Vrijhouden ruimte voor grootwatertransport (slangen), ▪ Verkeer omleiden, gidsen hulpverleningsdiensten Zelfredzaamheid Ee n fakkelbrand is goed zichtbaar en hoorbaar. De hittestraling is duidelijk voelbaar voor de aanwezigen. De beste strategie voor zelfredzaamheid kan door de aanwezigen goed worden ingeschat: zij moeten de 1e en 2e ring ontvluchten. Aanwezigen binnen de 1e ring hebben hier nauwelijks mogelijkheden voor, vanwege de grote hittestraling.
Maatregelen Bron: ▪ Alternatieve leidingtracés onderzoeken ▪ Alternatieve locaties gebruikers aan buisleiding onderzoeken (sanering) ▪ Ondergrondse afdekking met waarschuwingslint, betonplaten of beide ▪ Beperking graafwerkzaamheden grondeigenaar: vergaande restricties, verbod of beheermaatregelen ▪ Fysieke barrières op maaiveld: zoals hek of zandlichaam ▪ Overige maatregelen zoals strenge supervisie of camerabewaking Planologische mogelijkheden verkennen: ▪ Alternatieve locaties object onderzoeken ▪ Alternatieve indeling gebied onderzoeken ▪ Vergroten afstand buisleiding en object ▪ Alternatieve indeling object onderzoeken ▪ Personendichtheden verminderen Effect: ▪ Brandwerende materialen en gevel tot en met de 2e ring ▪ Bereikbaarheid [gebied/object/buisleiding] borgen ▪ Bluswatervoorzieningen voor en opstelplaats(en) bij [object/buisleiding] borgen ▪ Inblokmechanisme versnellen en/of automatiseren ▪ Inbloklengte verkleinen Zelfredzaamheid: ▪ Risicocommunicatie om risicobewustzijn te vergroten ▪ Rekening houden met verminderd zelfredzame personen tot en met de 2e ring ▪ (Nood)uitgangen en vluchtroute van de bron af richten tot en met de 2e ring ▪ Veilige verzamelplaats is beschikbaar Bijlage concept handleiding Handelingsperspectief gevaarlijke stoffen Wat te doen bij… gevaarlijke stoffen Denk bij gevaarlijke stoffen aan o.a. chloor, LPG-gas of ammoniak.
Deze stoffen zijn giftig, brandbaar of explosief. Diverse bedrijven werken met deze of andere gevaarlijke stoffen of slaan ze op, zoals tankstations. Gevaarlijke stoffen worden ook vervoerd: over de weg, het spoor, het water en ondergronds via buisleidingen. Bij jou in de buurt? In Nederland zijn veel bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen of ze opslaan. Op de risicokaart <http://nederland.risicokaart.nl/risicokaart.html> kun je per regio de betreffende bedrijven vinden, net als de verschillende transportroutes. 1. Wat zijn de gevaren? Voor gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen gelden strenge veiligheidseisen. De kans op een ongeval is klein, maar er kan iets misgaan. Denk aan: Brand door een brandbare vloeistof, bijv. benzine. Brandbare gaswolk, bijv. LPG. Giftige gaswolk, bijv. chloor. Giftige vloeistof die verdampt, bijv. ammoniak. Explosie, mogelijk als gevolg van een brand. Giftige stoffen schaden de volksgezondheid en leiden mogelijke tot irritaties aan de luchtwegen, huid en ogen en misselijkheid. Langdurig inademen van een hoge concentratie gevaarlijke stof, zoals ammoniak, kan blijvende schade aan de longen of zelfs overlijden veroorzaken. 2. Hoe herken je gevaarlijke stoffen? Een ongeval met giftige stoffen herken je aan: D e kleur: bijvoorbeeld van een (rook)wolk.
Rookwolken bij brand met een gele of bruine kleur wijzen mogelijk op giftige stoffen in de rook. Giftige wolken, niet afkomstig van een brand, zijn vaak wit of kleurloos. De geur: giftige stoffen met een herkenbare geur zijn ammoniak en chloor. Veel giftige stoffen zijn lastig te ruiken. 3. Hoe kan ik me voorbereiden? Kijk op de risicokaart <http://nederland.risicokaart.nl/risicokaart.html> om te zien of en waar in je omgeving (huis, werk etc.) gevaarlijke stoffen worden verwerkt, opgeslagen of vervoerd. Neem de v olgende voorzorgsmaatregelen: Zorg dat je genoeg spullen en een noodpakket in huis hebt. We et hoe je gas, elektriciteit en ventilatie uitschakelt. Weet hoe je gevaarlijke en giftige stoffen herkent. Weet wat je moet doen als de sirene gaat. Stel je op de hoogte van waarschuwingssystemen in je gemeente of regio. Ben alert op signalen die wijzen op gevaarlijke stoffen: gevaarborden op vrachtwagens, noodsirenes van bedrijven, afzettingen met tekens die naar giftige stoffen verwijzen. Kijk ook om naar familie, vrienden of buren die zich minder goed kunnen redden. Heb je zelf een beperking of ben je hulpbehoevend? Vraag of familie, vrienden of buren je willen helpen. 4. Hoe word ik gewaarschuwd? Als er gevaarlijke stoffen vrijkomen, klinkt de sirene in de omgeving van het gevaar. Ook kun je een NL- Alert bericht ontvangen.
In kleinere gebieden zetten de huldiensten geluidswagens in om mensen te waarschuwen. Luister goed wat er gezegd wordt en volg de instructies op. Stem af op cal amiteitenzender RTV Oost. 5. Wat kan ik doen tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen? Bel 112 om de hulpdiensten te alarmeren als dit nog niet is gebeurd. Vol g de instructies van de hulpdiensten op. Stem af op calamiteitenzender <naam>, volg de berichtgeving en volg aanwijzingen op. Raadpleeg NL-alert. Denk altijd aan je buren of andere mensen in je omgeving. Vooral als deze personen ouder, slechthorend of om een andere reden hulpbehoevend zijn. Kinderen die op school, in de crèche of bij de kinderopvang zijn, worden daar opgevangen. De medewerkers zijn hiervoor opgeleid. Vertrouw op hun deskundigheid. Als de sirene stopt, betekent het niet dat het gevaar is geweken. Ga pas naar buiten als je van de overheid, de hulpdiensten ter plaatse of via calamiteitenzender RTV Oost hoort dat de situatie veilig is. Als er giftige stoffen vrijkomen Als je buiten bent Ga zo snel mogelijk naar huis en neem onderstaande maatregelen. Probeer sowieso ergens naar binnen te gaan. Lukt dat niet, ga dan weg van het ongeval en loop of rij dwars op de wind met een (natte) doek voor je neus en mond. Als je binnen bent Blijf binnen en sluit ramen en deuren. Doof open vuur.
Sluit alle ventilatieroosters en zet ventilatiesystemen uit; afzuigkap, ontluchtingssystemen en –kokers, muur- en toiletroosters. Ga naar een kamer waar het niet tocht, liefst middenin in het huis of gebouw. Als er geëvacueerd moet worden, hoor je dat via calamiteitenzender RTV Oost, NL-Alert of een geluidswagen van politie of brandweer. Volg altijd de aanwijzingen op van professionele hulpverleners. Als je in aanraking bent geweest met giftige stoffen Trek zo snel mogelijk je kleren uit en bewaar ze in een afgesloten zak. Neem contact op met een huisarts of ziekenhuis. De meeste stoffen kun je afspoelen met lauw wat er, bijvoorbeeld door een douche. Bezoek daarna wel een arts of ziekenhuis. Als er brand of explosiegevaar dreigt Neem zo snel mogelijk afstand van de plek van het ongeval. Houd ten minste 500 meter afstand en schuil ergens binnen. Ben je in een gebouw dat binnen 500 meter van de bron staat, maak dan gebruik van het ontruimingsplan. Als je wegloopt of wegrijdt, doe dat dan dwars op de wind. Volg de instructies van de hulpdiensten op. Rook niet.