Steenwijk - Ruxveenseweg 2.pdf
Tekst van het document
Daarnaast kan het plangebied snel ontruimt worden en zijn vluchtroutes van de risicobron af gericht. Buisleidingen Ui t de Atlas van de Leefomgeving blijkt dat op circa 85 meter ten noorden van het plangebied een buisleiding aanwezig is. Het gaat hier om een ondergrondse hoge druk gastransportleiding van Gasunie. De leiding kent een 10-6 risicocontour van 30 meter en een vrijwaringszone van 4 meter. Het plangebied is gelegen buiten zowel de risicocontour als de vrijwaringszone. Reactie Om gevingsdienst He t onderdeel externe veiligheid is door een specialist van Omgevingsdienst IJsselland beoordeeld. Er is geconstateerd dat de laadpalen binnen de plaatsgebonden risicocontour van het vulpunt LPG en binnen het invloedsgebied zijn geprojecteerd. Verder liggen er geen voor externe veiligheid relevante bronnen in de nabije omgeving van het tankstation. Het realiseren van laadpalen voor elektrische auto's past binnen de wet- en regelgeving voor externe veiligheid. Het laadstation is geen kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object en mag worden toegestaan binnen de plaatsgebonden risicocontouren van het LPG tankstation. Wel gelden er vanuit de PGS 16 interne afstanden voor onder andere elektrische installaties binnen de eigen inrichting. De laadpalen vallen hier ook onder.
De afstand die aangehouden dient te worden is 5 meter tussen de laadpalen en het vulpunt, reservoir en afleverpunt LPG. De werkelijke afstand is vele malen groter. De dichtstbijzijnde laadpaal ligt op ongeveer 11 meter van het vulpunt en de tankzuil. Het reservoir ligt op grotere afstand van de laadpalen. Het groepsrisico hoeft ook niet te worden verantwoord omdat de personen die komen te tanken niet worden meegeteld in de groepsrisicoberekening. Conclusie Een en ander brengt met zich mee dat de ontwikkeling in overeenstemming is met wet- en regelgeving met betrekking tot van externe veiligheid. Toelichting (vastgesteld) 31 be stemmingsplan Steenwijk - Ruxveenseweg 2 4.12 Kabels en leidingen Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht.
In of nabij het plangebied liggen geen kabels of leidingen die moeten worden voorzien van een planologische regeling. 32 Toelichting (vastgesteld) be stemmingsplan Steenwijk - Ruxveenseweg 2 Hoofdstuk 5 Juridische opzet 5.1 Algemeen Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen volgens de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, digitaal en analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.
5.2 Toelichting op de bestemmingen De bestemmingen die in dit bestemmingsplan voorkomen zijn afgestemd op de regeling uit het bestemmingsplan ' Bedrijventerreinen'. Hierbij geldt dat de regeling voor het plangebied is toegespitst op dit initiatief, waarbij de randvoorwaarden uit het beleidskader, de planologische randwaarden als uitgangspunt gelden. Binnen het plangebied komen de volgende bestemmingen voor: Bestemming Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen met lpg De bestemming is specifiek voor de bedrijfsactiviteiten van het aanwezige tankstation. Waarbij ter plaatse de verkoop en opslag van lpg is toegestaan binnen de bestemming ‘Bedrijf – Verkooppunt motorbrandstoffen met lpg’. Binnen de bestemming is een bouwvlak opgenomen. Hierbinnen mogen de gebouwen opgericht worden. Daarnaast mag er o.a. een reclamezuil van maximaal 8,00 meter hoog worden gerealiseerd. Bestemming Groen Binnen de bestemming ‘Groen’ zijn groenvoorzieningen, zoals trapvelden, speelplaatsen, plantsoenen toegestaan, maar ook waterpartijen met de daarbij behorende voet- en fietspaden en andere voorzieningen, structurele beplantingen, recreatief medegebruik, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en openbare nutsvoorzieningen. Eventueel is hier een uitbreiding mogelijk van het parkeerterrein aan de hand van een afwijkingsbevoegdheid.
Bestemming Verkeer Deze bestemming is gericht op de afwikkeling van het verkeer. Naast wegverkeer zijn onder meer ook voet- en rijwielpaden, groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en parkeervoorzieningen toegestaan. Toelichting (vastgesteld) 33 be stemmingsplan Steenwijk - Ruxveenseweg 2 Bestemming Waarde - Archeologie 2 De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. 34 Toelichting (vastgesteld) be stemmingsplan Steenwijk - Ruxveenseweg 2 Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid De economische uitvoerbaarheid van een plan wordt in eerste instantie bepaald door de financiële haalbaarheid ervan. Daarnaast is de grondexploitatieregeling uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) van belang. Deze regeling bepaalt dat de gemeente de door haar gemaakte kosten kan verhalen. Het kostenverhaal heeft dus ook invloed op de haalbaarheid van het plan. Financiële haalbaarheid De ontwikkeling betreft een particulier initiatief, waarmee de gemeente geen directe financiële bemoeienis heeft. Conform artikel 3.1.6 van het Bro dient bij het opstellen van een bestemmingsplan onderzoek te worden ingesteld naar de uitvoerbaarheid van het plan. De gronden waarop de ontwikkelingen plaatsvinden, zijn eigendom van de initiatiefnemers.
De realisatie heeft plaatsgevonden voor rekening en risico van initiatiefnemers en kende derhalve geen financiële risico's voor de gemeente. De kosten die verbonden zijn aan het doorlopen van de procedure worden verhaald op de initiatiefnemer op basis van de legesverordening. Mogelijke planschadekosten zijn eveneens voor rekening van de initiatiefnemer; een anterieure overeenkomst zal worden afgesloten voordat het ontwerpplan ter inzage wordt gelegd. Grondexploitatie Doel van de in de Wro opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, woningbouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. De gemeente moet, volgens de grondexploitatieregeling in de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), de gemaakte gemeentelijke kosten verhalen op de initiatiefnemers van de ontwikkeling. Dit geldt overigens alleen wanneer sprake is van bouwplannen, zoals opgenomen in het Bro.
Met het voorliggend plan wordt geen bouwplan mogelijk gemaakt als bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. Het opstellen van een exploitatieplan is niet aan de orde. 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De resultaten uit de bestemmingsplanprocedure geven inzicht in de maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Met dit bestemmingsplan zijn overigens geen grote maatschappelijke belangen gemoeid. Overleg met omwonenden De initiatiefnemer heeft het initiatief besproken met de bedrijven in de directe omgeving van het plangebied. Toelichting (vastgesteld) 35 be stemmingsplan Steenwijk - Ruxveenseweg 2 36 Toelichting (vastgesteld) be stemmingsplan Steenwijk - Ruxveenseweg 2 Bijlagen Toelichting Bijlagen Toelichting (vastgesteld) 37 be stemmingsplan Steenwijk - Ruxveenseweg 2 Bijlage 1 Stikstofdepositie berekening 38 Bijlagen Toelichting (vastgesteld) - MEMO In opdracht van Van Staveren BV is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de aanleg - en gebruikfase van de uit- breiding en nieuwe activiteiten ter plaatsen van en bij het tanksstation aan de Ruxveenseweg 2 te Steenwijk. Specifiek is sprake van een nieuwe parkeerterrein met laadpalen en wordt de tankshop uitgebreid met een oppervlakte van circa 40 m2. In de voorliggende berekening is rekening gehouden met de stikstofemmissie van het planvoornemen. 2.
WETTELIJK KADER Algemeen Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 met betrekking tot het Programma Aanpak Stikstof wordt bij vrijwel ieder plan stilgestaan bij de mogelijke stikstofemissie en het effect daar- van op Natura 2000-gebieden. De vervallen Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) Op 2 november 2022 heeft de Raad van State een uitspraak gedaan over de bouwvrijstelling in relatie met stikstofdepositie die per 1 juli 2022 via de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) en het Besluit stikstofreductie en natuurverbete- ring (Bsn) in werking is getreden. De Wsn en de Bsn regel den een vrijstelling voor de vergunningsplicht van artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. Met de uitspraak van 2 november 2022 komt deze bouwvrijstelling (zgn. aanlegfase) te vervallen. Voor ruimtelijke plannen en projecten dient daarom de aanleg- en exploitatiefase meegenomen te worden om te bepalen of er een stikstofdepositie is. In het voorliggende onderzoek zijn de aanleg- en exploitatiefase mee- genomen in de berekening. DATUM 09-02-2023 KENMERK 20220303 VAN M. van Putten PROJECT Ruxveenseweg 2 - Steenwijk OPDRACHTGEVER Van Staveren BV STIKSTOFEMISSIE EN DEPOSITIE 1. INLEIDING 2/4 3.
AERIUS-Calculator en uitgangspunten 3.1 AERIUS, release 2 6 januari 2023 Met behulp van de nieuwe release van het rekenprogramma AERIUS-calculator (release 26 januari 2023) is gekeken naar de depositie op de meest nabijgelegen Natura 2000 -gebieden (automatische berekening). Vanuit de AERIUS- calculator is ver- volgens een PDF- bestand met resultaten gegenereerd. In figuur 1 is het plangebied met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden weergegeven. Binnen een straal van 25 km van het plangebieden bevinden zicht de volgende Natura 2000 - gebieden: Weerribben, Wieden Holtingereld, Rottige Meenthe & Brandemeer, Dwingelderveld, Drensfriese Wold & Leggel- derveld, Zwarte meer, Uiterw aarden Zwarte Wateren en Vecht, Olde Maten & Veerslootslanden. Het Natura 2000-gebied die op geringe afstand van het plangebied is gelegen betreft De Wieden en dit Natura 2000-gebied bevat stikstofgevoelige habitats. Met uitzondering van de Zwarte meer zijn alle bovengenoemde Natura 2000-gebieden gevoelig voor overbelansting van stikstofdepostie. Figuur 1 Plangebied met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden 3/4 3.2 Exploitatiefase In de exploitatiefase van het parkeerterrein levert het bieden van parkeerruimte geen toename van het aantal verkeersbe- wegingen met emissies op. Deze verkeersgeneratie zit in de toename van het aantal elektrische auto’s die er komen om de auto op te laden.
Elektrische auto’s generen geen uitstoot en is danook verder buiten beschouwing gelaten. De uitbreiding van de tankshop met 40 m 2 is om meer ruimte te realiseren voor de tankshop om de shopformule uit te breiden naar circa 70 m2. Met de uitbreiding wordt de bestaande tankshop ook gerenoveerd en verduurzaamd waardoor de gasuitstoot verdwijnt/verminderd wordt. Dit wordt dan ook verder buiten beschouwing gelaten. Bij de tankshop wordt on- dergeschikte horeca toegestaan zodat de mogelijkheid is om aan een tafel te zitten om te wachten tijdens het laden. De activiteit is daarmee ondergeschikt aan de huidige functie. Voor ondergeschikte horeca zijn geen kencijfers bekend. Daarom wordt aangelsoten bij de normen die gelden voor een buurtsupermarkt waarbij per 100 m 2 bvo een verkeersgeneratie van gemiddeld 105,3 geldt. De gehele shop is circa 70 m 2 waarmee sprake zou zijn van een verkeersgeneratie afgerond 74 ver- keersbewegingen per dag. Vanuit een worst -case scenario zijn deze verkeersbewegingen als gevolg van de ondergeschikte horeca ter plaatse in de bereki ng ingevoerd. Voor de verkeersgeneratie vanaf het parkeerterrein wordt uitgegaan van 36 verkeersvoertuigen per uur. Figuur 1.1 Rijroutes Voor de rijroutes en rijrichtingen is het heersende verkeersbeeld van belang.
Het wegverkeer gaat op in het heersende ver- keersbeeld als het qua rij- en stopgedrag en intensiteit niet meer te onderscheiden is van het overige wegverkeer. Voor wat betreft de lengte van de rijroutes is uitgegaan van twee rijroutes vanaf het middenterrein waar de parkeervoorzie ningen worden gerealiseerd, zie figuur 2. De eerste route gaat via de Ruxveensweweg richting het noorden en de tweede route gaat 50% 50% 4/4 via de Ruxveense weg naar het zuiden. Beide wegen komen uit op rotondes waarnaar het verkeer op in het algemene ver- keersbeeld. Het aantal verkeersbewegingen per rijroute is weergegeven in tabel 2. Tabel 2: Emissie NOX en NH3 per rijroute Verdeling wegverkeer Verkeersgeneratie onderge- schikte horeca per etmaal Verkeersgeneratie parkeer- plaats Route 1 50% 37 432 Route 2 50% 37 432 Totaal 100% 74 864 Aanlegfase Om te verkennen welke effecten kunnen optreden tijdens de aanlegfase is een berekening uitgevoerd . Voor het dieselver- bruik is uitgegaan van ervaringsgegevens elders. De volgende uitgangspunten voor de aanlegfase zijn gehanteerd: 1. Voor de aanlegfase wordt uitgegaan van 30 verkeersbewegingen (zware motorvoertuigen) per jaar voor de aan- en af- voer van materiaal en machines. Voor het vervoer van personeel zijn 14 verkeersbewegingen per etmaal.
Voor de rijroute van het wegverkeer is uitgegaan van een rijroute vanaf het plangebied richting het noorden, dus route 1. 2. De aanlegfase van de ondergeschikte horeca en parkeerplaats valt te splitsen in de voorbereiding -/grondwerk en de bouwfase. Gedurende voorbereiding-/grondwerk vindt het bouwrijp maken plaats. Het gaat hier om de aanle g van de fundering en bekabeling. Gedurende de bouwfase vindt de daadwerkelijke constructie van de horeca en parkeerplaats. 3. In de berekening is ook het literverbruik van Adblue in dieselmotoren gespecificeerd. In combinatie met SCR-technologie (selectieve katalystische reductie) zorgt dit voor reductie van de emissie van stikstofoxide (NO x). Het Adblue verbruik bedraagt ongeveer 5 liter per 100 liter diesel. In de berekening is het Adblue verbruik daarom op 5% van het dieselver- bruik gespecificeerd. In de berekening is het Adblue-verbruik daarom op 5% van het dieselverbruik gespecificeerd. Het Adblue-verbruik gedurende het voorbereiding-/grondwerkbedraagt respectievelijk 12 liter en 8 liter tijdens de bouwfase. Tabel 3: Specificatie van het dieselmaterieel 3. RESULTATEN EN CONCLUSIE Op basis van de bovenstaande invoergegevens is een projectberekening gemaakt. Uit de project berekening blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is.
activiteit klasse dieselverbruik [liter/uur] uren/dag aantal dagen totaal aantal uren totaal diesel-ver- bruik [liter] Adblue uitbreiding shop + parkeerplaats voorberei- ding/grondwerk Stage IV, -75-560 kW 15 8 2 16 240 12 bouwfase stage IV, 75-560 kW 10 8 2 16 160 8 Totaal 400 20 Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura -gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof. Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer.
Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers Projectberekening Contactgegevens Rechtspersoon Rho Adviseurs Inrichtingslocatie Keizerstraat 21, HD Deventer Activiteit Omschrijving Ruxveenseweg 2 Toelichting Stikstofberekening Ruxveenseweg 2 Berekening AERIUS kenmerk RoxsTXeYFm Datum berekening 07 februari 2023, 10:26 Rekenconguratie Wnb-rekengrid T otale emissie Rekenjaar Emissie NH₃ Emissie NOₓ Gebruiksfase - Beoogd 2023 0,7 kg/j 10,7 kg/j Resultaten Hoogste bijdrage Hexagon Gebied Gebruiksfase - Beoogd - Gekarteerd oppervlak met toename (ha) - Gekarteerd oppervlak met afname (ha) - Grootste toename van depositie - Grootste afname van depositie - Projectberekening 2/6RoxsTXeY14Fm (07 februari 2023) Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen Emissie NH₃ Emissie NOₓ 1 Wonen en Werken | Kantoren en winkels | Plangebied - - Verkeersnetwerk 0,7 kg/j 10,7 kg/j Projectberekening 3/6RoxsTXeY14Fm (07 februari 2023) Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden. Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.
500 m Projectberekening 4/6RoxsTXeY14Fm (07 februari 2023) Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd) Hoogste totale depositie (mol N/ha/jr) Met toename (ha gekarteerd) Grootste toename (mol N/ha/jr) Met afname (ha gekarteerd) Grootste afname (mol N/ha/jr) T otaal - - - - - - Projectberekening 5/6RoxsTXeY14Fm (07 februari 2023) Gebruiksfase, Rekenjaar 2023 1 Wonen en Werken | Kantoren en winkels Naam Plangebied Locatie X:, Y:, Oppervlakte 0,24 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd T emporele variatie Standaard Proel Industrie Uittreedhoogte 11,0 m Warmteinhoud 0,014 MW Spreiding 6 m 2 Wegverkeer | Weg Naam Verkeersgeneratie vanaf parkeerterrein Links Rechts NOₓ 10,4 kg/j Locatie X:, Y:, Type scherm - - NO₂ 2,3 kg/j Lengte 138,26 m Hoogte - - NH₃ 0,7 kg/j Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Afstand tot de weg - - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte 0 m Verkeer Max.
snelheid Aantal voertuigen In le Licht verkeer Voorgeschreven factoren 36 p/uur 0,0 % Middelzwaar vrachtverkeer Voorgeschreven factoren 0 p/uur 0,0 % Zwaar vrachtverkeer Voorgeschreven factoren 0 p/uur 0,0 % Busverkeer Voorgeschreven factoren 0 p/uur 0,0 % 3 Wegverkeer | Weg Naam Verkeer ondergeschikte horeca Links Rechts NOₓ 0,3 kg/j Locatie X:, Y:, Type scherm - - NO₂ 68,8 g/j Lengte 49,07 m Hoogte - - NH₃ 21,8 g/j Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Afstand tot de weg - - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte 0 m Verkeer Max. snelheid Aantal voertuigen In le Licht verkeer Voorgeschreven factoren 74 p/etmaal 0,0 % Middelzwaar vrachtverkeer Voorgeschreven factoren 0 p/etmaal 0,0 % Zwaar vrachtverkeer Voorgeschreven factoren 0 p/etmaal 0,0 % Busverkeer Voorgeschreven factoren 0 p/etmaal 0,0 % Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie __cbe Database versie _cbe Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www .aerius.nl/ Projectberekening 6/6RoxsTXeY14Fm (07 februari 2023) be stemmingsplan Steenwijk - Ruxveenseweg 2 Bijlage 2 Digitale Watertoets Bijlagen Toelichting (vastgesteld) 49 Digitale Watertoets 11-05-2022, 11:42 Pagina 1 van 4 https://dewatertoets.nl Resultaat van de check gedaan op 11-05-2022 Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces. VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1. normale procedure OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE
Digitale Watertoets 11-05-2022, 11:42 Pagina 2 van 4 https://dewatertoets.nl VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1. Gaat het om een plan met uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing? nee 2. Is er sprake van een uitbreiding van de lozing van huishoudelijk afvalwater in het landelijk gebied groter dan 9 vervuilingseenheden (ve) of in het stedelijk gebied van 30 ve? nee 3. Is er in of rondom het plangebied sprake van wateroverlast of grondwateroverlast? nee 4. Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bestrating toe met meer dan 1500m2? nee 5. Is het plan onderdeel van een grotere ruimtelijke ontwikkeling? nee 6. Worden er op bedrijfsmatige wijze activiteiten verricht waardoor het verharde oppervlak verontreinigd raakt? nee 7. Verandert het waterpeil als gevolg van het plan? nee 8. Worden er materialen gebruikt waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken? nee 9. Vindt er een lozing plaats op oppervlaktewater? nee 10. Vindt er een tijdelijke of permanente onttrekking van grondwater plaats? nee Digitale Watertoets 11-05-2022, 11:42 Pagina 3 van 4 https://dewatertoets.nl 11. Invloedszone A-watergangen nee 12. Beekdalen nee 13. Milieuzonering RWZI nee 14. Invloedszone Grote Rivieren nee 15. Invloedszone Vecht nee 16. Zone persleiding ja 17. Beschermingszone waterkering nee 18. Primaire Watergebieden en bergingsgebieden nee 19.
Invloedszone B watergangen nee 20. Invloedszone overige keringen nee 21. overstroombaar_gebied nee 22. Grondwaterbeschermingsgebied drinkwater nee Digitale Watertoets 11-05-2022, 11:42 Pagina 4 van 4 https://dewatertoets.nl 1. normale procedure Voor uw plan moet u de normale procedure volgen. Wat moet ik doen? "WIJ VERZOEKEN U OM IN TE LOGGEN OM DE PROCEDURE AF TE RONDEN. HIERDOOR IS UW PLAN OOK AANGEMELD BIJ HET WATERSCHAP! Momenteel wordt de standaard waterparagraaf 'Normale procedure' nog niet meegezonden met uw aanmeldgegevens. We verzoeken u in het hoofdscherm de 'pdf' met het advies te downloaden ten behoeve van uw eigen administratie. Geachte heer / mevrouw, U heeft een watertoets uitgevoerd op de website www.dewatertoets.nl. Op basis van deze digitale toets concluderen wij dat belangen van het waterschap worden geraakt. U volgt daarom de normale procedure. Binnen 4 weken na indiening neemt waterschap Drents Overijsselse Delta contact met u op en ontvangt u een uitgangspuntennotitie. Deze notitie ontvangt u op het door u opgegeven emailadres. In de uitgangspuntennotitie vindt u meer informatie over de bestaande waterhuishouding en vindt u concrete uitgangspunten voor uw plan. Wij adviseren u deze uitgangspunten te verwerken in uw plan. Over het vervolg van het watertoetsproces vindt u in de uitgangspuntennotitie meer informatie.
V erklaring Dit document is een automatisch gegeneerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en u heeft verklaard alles naar waarheid te hebben ingevuld. Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie DETAILS be stemmingsplan Steenwijk - Ruxveenseweg 2 Bijlage 3 Wateradvies 54 Bijlagen Toelichting (vastgesteld) Steenwijk - Ruxveenseweg 2 Pagina 1 van 3 Geachte mevrouw Drost, U heeft een watertoets uitgevoerd op de website www.dewatertoets.nl. Op basis van deze digitale toets kunt u de korte procedure volgen. Het waterschap gaat akkoord met uw plan, mits u voldoet aan de uitgangspunten uit de standaard waterparagraaf, zoals hieronder is beschreven. Binnen de procedure voor het bestemmingsplan, projectbesluit of omgevingsvergunning kunt u deze standaard waterparagraaf toevoegen aan de toelichting van het bestemmingsplan. Wij verzoeken u op de punten waar dat wordt gevraagd de tekst te specificeren voor uw plan. STANDAARD WATERPARAGRAAF KORTE PROCEDURE In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het verplicht ruimtelijke plannen te ‘toet sen op water’, de zogenaamde watertoets. De watertoets is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen en besluiten. Deze waterparagraaf heeft betrekking op Steenwijk - Ruxveenseweg 2.
Relevant beleid Het beleid van het waterschap Drents Overijsselse Delta staat beschreven in het waterbeheerplan 2016-2021. Specifiek voor het stedelijke gebied heeft het waterschap het beleid geformuleerd in ‘Water Raakt!’. Daarnaast is de Keur een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. U kunt de genoemde documenten raadplegen op onze site www.wdodelta.nl. Invloed op de waterhuishouding Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. Binnen het bestemmingsplan worden niet meer dan tien wooneenheden gerealiseerd en de toename van het verharde oppervlak bedraagt niet meer dan 1500 m 2. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Voor de aanleghoogte wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 cm. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en onderzijde bouwvloer. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een kleinere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast binnen woningen en bedrijven te voorkomen adviseren wij om een drempelhoogte van 30 cm boven het straatpeil te hanteren (as van de weg). Voor lager gelegen ruimtes, zoals kelders en parkeergarages, wordt aandacht besteed aan het voorkomen van wateroverlast door bijvoorbeeld instromend hemelwater.
Voorkeursbeleid hemelwater (Onderstaande tekst graag specificeren wat van toepassing is voor uw plan. Daarbij vragen wij u om het verbreed gemeentelijke rioleringsplan (vGRP) van de gemeente te raadplegen en rekening te houden met het hemelwaterbeleid van de gemeente. Wij vragen u om dit te beschrijven in deze waterparagraaf.) Bij de afvoer van overtollig hemelwater moet het afstromend hemelwater ter plaatse in de bodem dan wel op het oppervlaktewater worden teruggebracht. Het waterschap heeft de voorkeur om het hemelwater, daar waar mogelijk, te infiltreren in de bodem. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi’s heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een mogelijkheid. Als infiltratie niet mogelijk is dan kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. De afvoer van overtollig hemelwater uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen of het omliggende watersysteem. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater.
Bij aanleg van bedrijventerreinen, wegen met een hoge verkeersbelasting, parkeerterreinen, marktpleinen, winkelstraten en tunnels dient de mogelijkheid voor lozing van hemelwater direct op open water met het waterschap te worden afgestemd. Watervergunning (of melding) op grond van de Keur Het wateradvies dat is afgegeven in het kader van de watertoets is geen watervergunning of melding. Gaat u werkzaamheden verrichten in de beschermingszone van een waterstaatswerk (dus: een dijk of een watergang)? Wordt hemelwater afgevoerd op oppervlaktewater of wordt er grondwater onttrokken? Dan moet u een watervergunning aanvragen op de website www.omgevingsloket.nl of via www.wdodelta.nl. Op basis van de door u ingevulde gegevens ziet u hieronder welke watervergunning u nodig heeft. Indien hieronder geen specificatie staat, hoeft u geen watervergunning aan te vragen. Steenwijk - Ruxveenseweg 2 Pagina 2 van 3 Als de activiteit die u wilt verrichten onder de Algemene regels valt en plaatsvindt in het te beschermen gebied van watergangen en dijken (zie Leggers) dan moet u deze minimaal twee weken voorafgaand aan uw activiteit melden op de website www.omgevingsloket.nl of via www.wdodelta.nl Persleiding: In het plangebied ligt een aanvoerleiding van het rioolgemaal (figuur 1-2). Er moet worden aangetoond dat het voornemen geen negatieve impact heeft op deze persleiding.
(Beschrijf hier welke maatregelingen er nodig zijn om het risico op beschadiging van de ondergrondse leiding te minimaliseren. Gesloten verharding is bijvoorbeeld niet toegestaan. Vroegtijdig overleg met het waterschap wordt aangeraden. Vergeet tot slot niet een klic-melding te doen voor deze werkzaamheden). Figuur 1 Kaartbeeld bestaande beschermingszones persleiding rond het plangebied
Steenwijk - Ruxveenseweg 2 Pagina 3 van 3 Figuur 2 Kaartbeeld bestaande persleidingen rond het plangebied Watertoetsproces De initiatiefnemer heeft het Waterschap Drents Overijsselse Delta geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding in ruimtelijke zin. Deze conclusie is automatisch getrokken op basis van de ingevoerde gegevens op www.dewatertoets.nl. Het proces van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Drents Overijsselse Delta gaat akkoord met het plan. Verklaring Dit document is een automatisch gegenereerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en heeft verklaard dat alles naar waarheid is ingevuld.
be stemmingsplan Steenwijk - Ruxveenseweg 2 58 Bijlagen Toelichting (vastgesteld) be stemmingsplan Steenwijk - Ruxveenseweg 2 Regels Regels (vastgesteld) 59 be stemmingsplan Steenwijk - Ruxveenseweg 2 Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.2 plan: het bestemmingsplan Steenwijk - Ruxveenseweg 2 met identificatienummer NL.IMRO.1708.STWRuxveenseweg2-VAS1; 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 archeologische deskundige: de provinciaal, gemeentelijk of regionaal archeoloog of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van archeologie. 1.6 archeologische verwachting: de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten.
1.7 archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden; 1.8 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.9 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten. Aan huis verbonden beroepen en bedrijven niet daaronder begrepen; 1.10 bedrijfsgebouw: een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten. 1.11 bedrijfsmatig: via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon deelnemen aan het economisch verkeer al dan niet met winstoogmerk, en activiteiten die hiermee naar aard, omvang en regelmaat zijn gelijk te stellen; 1.12 bedrijfsvloeroppervlak: het vloeroppervlak van de ruimten die worden of kunnen worden gebruikt voor bedrijfsactiviteiten.
60 Regels (vastgesteld) be stemmingsplan Steenwijk - Ruxveenseweg 2 1.13 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, slechts bedoeld voor één huishouden waarvan de huisvesting ter plaatse noodzakelijk is, gelet op de bestemming van het gebouw en/of terrein; 1.14 bestaand: situatie ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; 1.15 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.16 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.17 bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 2.4 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.18 bijgebouw: een vrijstaand of aangebouwd gebouw dat architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.19 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.20 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.21 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.22 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel; 1.23 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.24 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen,
metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.25 dak: een uitwendige scheidingsconstructie als bovenafsluiting van een bouwwerk; Regels (vastgesteld) 61 be stemmingsplan Steenwijk - Ruxveenseweg 2 1.26 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop, te huur of in lease aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, ter verhuur, ter leasing, het verkopen, het verhuren en/of leveren, van goederen aan diegenen die, die goederen kopen respectievelijk huren, voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.27 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.28 erfafscheiding: afscheiding welke op een grens tussen twee erven is geplaatst; 1.29 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.30 horeca van categorie 1: een horecabedrijf dat qua exploitatievorm aansluit bij winkelvoorzieningen en waar naast kleinere etenswaren in hoofdzaak alcoholvrije drank worden verstrekt.
1.31 horeca van categorie 2: een inrichting die is gericht op het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse dienen of kunnen worden genuttigd. Daaronder worden begrepen: cafetaria / snackbar, fastfood en broodjeszaak, lunchroom, ijssalon / ijswinkel, koffie en/of theeschenkerij, afhaalcentrum, eetwinkels, restaurant. 1.32 kampeermiddel: a. een tent, een tentwagen, een kampeerauto, toercaravans, vouwwagens, campers of huifkarren; b. enig ander onderkomen of enig ander voertuig, gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge artikel 2.1 lid 1a van de Wabo een omgevingsvergunning voor het bouwen vereist is. Eén en ander voor zover genoemde onderkomens of voertuigen geheel of gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.33 maaiveld: bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft, zonder enige kunstmatige verhoging c.q.
verlaging; 1.34 nutsvoorziening: voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening waaronder laadpalen ten behoeve van elektrische auto's, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer; 1.35 omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 62 Regels (vastgesteld) be stemmingsplan Steenwijk - Ruxveenseweg 2 1.36 onderkomens: voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, stacaravans, kampeerauto's, alsook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van een recreatief verblijf; 1.37 opslag: het bewaren van goederen, materialen en stoffen, al dan niet in combinatie met de productie, bewerking, verwerking, handel en/of activiteiten van administratieve aard; 1.38 parkeervoorzieningen: een al dan niet overdekte c.q. ondergrondse stallingsgelegenheid ten behoeve van gemotoriseerd verkeer: a. openbare parkeerplaatsen: parkeerplaatsen die in beginsel openbaar toegankelijk zijn; b.
particuliere parkeerplaatsen: parkeerplaatsen die in beginsel niet openbaar toegankelijk zijn, zoals bijvoorbeeld parkeerplaatsen op eigen terrein; 1.39 parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode plaatsen van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen; 1.40 peil: a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte aansluitende maaiveld; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (NAP) of het ter plaatse geldende waterpeil; 1.41 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.42 reclamezuil: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, specifiek bedoeld voor de uiting van bedrijfsmatige reclame; 1.43 seksinrichting: een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waar in bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.44 sociale veiligheid: een ruimtelijke situatie die overzichtelijk, herkenbaar en sociaal controleerbaar is; 1.45 stedenbouwkundig beeld: het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's bepaalde beeld inclusief de ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte; Regels (vastgesteld) 63 be stemmingsplan Steenwijk - Ruxveenseweg 2 1.46 verbeelding: de weergave van de inhoud van een bestemmingsplan conform het gestelde in de Regeling Standaarden Ruimtelijke Ordening 2012. Onder het begrip 'verbeelding' wordt zowel de analoge wijze als de digitale wijze verstaan.
1.47 verkeersveiligheid: de veiligheid voor het verkeer die wordt bepaald door de mate van overzichtelijkheid en vrij uitzicht (met name bij kruisingen van wegen en uitritten) en de (mogelijke) effecten van bebouwing en overige inrichtingselementen op de gedragingen van verkeersdeelnemers; 1.48 voorgevel: gevel van een gebouw die is gelegen aan de zijde van de weg of het water en die in ruimtelijk opzicht de voorkant van het gebouw vormt; 1.49 waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en/of waterkwaliteit zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc.; 1.50 weg: een voor het openbaar rij- of ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeerplaatsen; 64 Regels (vastgesteld) be stemmingsplan Steenwijk - Ruxveenseweg 2 Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 bestaande maatvoeringen a. daar waar bestaande afstanden meer of minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, worden de bestaande afstanden als ten hoogste respectievelijk ten minste toelaatbaar aangehouden; b.
in die gevallen dat bestaande dakhellingen, kapvormen, hoogten, bestaande inhoud en/of bestaande oppervlakten afwijken van de regels in hoofdstuk 2, worden de bestaande maatvoeringen als ten hoogste toelaatbaar aangehouden. 2.2 de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens: tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is. 2.3 het bebouwingspercentage: het percentage van een bouwperceel dat met gebouwen mag worden bebouwd. Voor zover op de verbeelding bouwgrenzen zijn aangegeven wordt het bebouwingspercentage berekend over het gebied binnen de bouwgrenzen. 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.6 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.7 de horizontale diepte van een bouwwerk: de lengte van een bouwwerk, gemeten loodrecht vanaf de naar de weg gekeerde gevel.
2.8 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.9 de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk: de buitenwerks tussen de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren gemeten grootste afstand. 2.10 de ondergeschikte bouwdelen: bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, tot een maximum van 1,00 meter. Regels (vastgesteld) 65 be stemmingsplan Steenwijk - Ruxveenseweg 2 2.11 de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk: vanaf peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. 2.12 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 66 Regels (vastgesteld) be stemmingsplan Steenwijk - Ruxveenseweg 2 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen met lpg 3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.1 Algemeen De voor 'Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen met lpg' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
de opslag en verkoop van motorbrandstoffen inclusief lpg; met daaraan ondergeschikt: b. detailhandel in de vorm van een serviceshop al dan niet met daaraan ondergeschikte horeca van categorie 1 en 2; c. een wasstraat; d. groenvoorzieningen; e. parkeervoorzieningen; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen. 3.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 13.1. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Op de voor 'Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen met lpg' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen ten behoeve van de in artikel 3.1 genoemde bestemming, uitsluitend binnen de aanduiding 'bouwvlak'; b. bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten behoeve van de in artikel 3.1 genoemde bestemming waaronder een reclamezuil, zowel binnen als buiten de aanduiding 'bouwvlak'; met inachtneming van de volgende regels (3.2.2 tot en met 3.2.3). 3.2.2 Regels ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende regels: a. het bouwvlak mag tot maximaal 100% worden bebouwd; b.
bedrijfsgebouwen zullen met een plat dak of een kap van minimaal 30° en maximaal 60° worden afgedekt; c. de bouwhoogte van een bedrijfsgebouw bedraagt maximaal 3,50 meter, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' de aangeduide maximale bouwhoogte geldt; d. voor de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde wordt verwezen naar artikel 3.2.3. 3.2.3 Overige regels Voor het overige geldt de volgende regel: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt maximaal 6,00 meter, met dien Regels (vastgesteld) 67 be stemmingsplan Steenwijk - Ruxveenseweg 2 verstande dat de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 1,00 meter bedraagt en achter de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 2,00 meter bedraagt; b. in afwijking van het bepaalde onder a mag de bouwhoogte van een reclamezuil ten hoogste 8,00 m bedragen. 3.3 Nadere eisen 3.3.1 Onderwerpen Burgemeester en wethouders kunnen, met toepassing van de procedure als bedoeld in artikel 12.1, nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de situering, de oppervlakte en de hoogte van de bebouwing; b. de aard, hoogte en situering van erfafscheidingen; c. het aantal parkeerplaatsen en de situering daarvan; d. voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing.
3.3.2 Toepassingscriteria De in artikel 3.3.1 genoemde onderwerpen voor het stellen van nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld ten behoeve van: a. het stedenbouwkundig beeld; b. de landschappelijke inpassing c. de verkeerssituatie; d. de milieusituatie; e. de sociale veiligheid; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; g. instandhouding van omliggende waarden. 3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen en van wagens, anders dan bedoeld in artikel 3.1; b. detailhandel al dan niet in combinatie met ondergeschikte horeca anders dan bedoeld in artikel 3.1, met dien verstande dat het bedrijfsvloeroppervlakt ten hoogste 200 m² bedraagt; c. buitenopslag, behalve als dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte tijdelijke gebruik en dan niet voor de voorgevel van het hoofdgebouw; d. het plaatsen van meer dan twee reclamezuilen. 68 Regels (vastgesteld) be stemmingsplan Steenwijk - Ruxveenseweg 2 Artikel 4 Groen 4.1 Bestemmingsomschrijving 4.1.1 Algemeen De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
groenvoorzieningen, zoals trapvelden, speelplaatsen, plantsoenen, waterpartijen met de daarbij behorende voet- en fietspaden en andere voorzieningen; b. structurele beplantingen; c. recreatief medegebruik; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. openbare nutsvoorzieningen. 4.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 13.1. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen Op de voor 'Groen' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen ten dienste van nutsvoorzieningen; b. bouwwerken, geen gebouw zijnde: 1. noodzakelijk met het oog op de regeling van de veiligheid van het verkeer; 2. ten behoeve van de verlichting van wegen, rijwiel- en voetpaden; 3. behorende tot de recreatieve voorziening, zoals recreatieve bewegwijzering, informatieborden en kleinschalige uitzicht- en rustpunten; 4. behorende tot het straatmeubilair; 5. ten behoeve van nutsvoorzieningen; 6. speelvoorzieningen; 7. met sub 1 t/m 6 vergelijkbare bouwwerken; met inachtneming van de volgende regels (artikel 4.2.2 tot en met 4.2.3) 4.2.2 Gebouwen ten dienste van nutsvoorzieningen Voor het bouwen van gebouwen ten dienste van nutsvoorzieningen gelden de volgende regels: a.
de bouwhoogte van deze gebouwen bedraagt maximaal 3,00 meter; b. de oppervlakte van deze gebouwen bedraagt maximaal 15 m 2. 4.2.3 Overige regels Voor het overige geldt de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 6,00 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van erfafscheidingen maximaal 1,00 meter bedraagt. 4.3 Afwijken van de gebruiksregels 4.3.1 Afwijken van de gebruiksregels voor het verbreden van wegen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 4.1 ten behoeve van het verbreden van aan de bestemming grenzende wegen of voor de aanleg van fietspaden, onder de voorwaarden dat: Regels (vastgesteld) 69 be stemmingsplan Steenwijk - Ruxveenseweg 2 a. de verkeersveiligheid gewaarborgd blijft; b. de verbreding binnen het stedenbouwkundige en landschappelijk beeld ter plaatse past; c. geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woonmilieu ontstaan of kunnen ontstaan; d. waarden en belangen van derden niet onevenredig worden geschaad of kunnen worden geschaad.
4.3.2 Afwijken van de gebruiksregels voor het realiseren van parkeerplaatsen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 4.1 ten behoeve van het realiseren van parkeerplaatsen al dan niet in combinatie met oplaadpunten voor elektrische auto's onder de voorwaarden dat: a. de parkeerbehoefte is aangetoond; b. de verkeersveiligheid gewaarborgd blijft; c. deze passen binnen het stedenbouwkundige en landschappelijk beeld ter plaatse; d. geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woonmilieu ontstaan of kunnen ontstaan; e. waarden en belangen van derden niet onevenredig worden geschaad of kunnen worden geschaad. 70 Regels (vastgesteld) be stemmingsplan Steenwijk - Ruxveenseweg 2 Artikel 5 Verkeer 5.1 Bestemmingsomschrijving 5.1.1 Algemeen De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen; b. voet- en fietspaden; c. parkeervoorzieningen; d. nutsvoorzieningen; e. groenvoorzieningen ten behoeve van het verkeer; met de daarbij behorende: f. bouwwerken geen gebouwen zijnde, zulks met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen. 5.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 13.1.
5.2 Bouwregels 5.2.1 Algemeen Op de voor 'Verkeer' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: bo uwwerken, geen gebouw zijnde: 1. noodzakelijk met het oog op de regeling van de veiligheid van het verkeer; 2. ten behoeve van de verlichting van wegen, rijwiel- en voetpaden; 3. behorende tot het straatmeubilair; 4. ten behoeve van afvalinzameling; 5. kunstwerken, zoals bruggen en duikers; 6. voorwerpen betreffende de beeldende kunsten; 7. ten behoeve van onder- en/of bovengrondse voorzieningen voor de opvang en buffering van water; 8. met sub 1 t/m 7 vergelijkbare bouwwerken; 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde geldt de volgende regel: de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt maximaal 10,00 meter. Regels (vastgesteld) 71 be stemmingsplan Steenwijk - Ruxveenseweg 2 Artikel 6 Waarde - Archeologie 2 6.1 Bestemmingsomschrijving 6.1.1 Algemeen De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. 6.1.2 Bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 13.1.
6.2 Bouwregels 6.2.1 Onderzoeken ten behoeve van verlenen omgevingsvergunning voor het bouwen a. Voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken: me t een oppervlakte groter dan 250 m² wanneer deze zich bevindt binnen de bebouwde kom, dan wel, me t een oppervlakte groter dan 2.500 m² wanneer deze zich bevindt buiten de bebouwde kom, 1. dient door de door de aanvrager een aanvullend en/of definitief archeologisch rapport te worden overgelegd waarin, naar het oordeel van burgemeester en wethouders: de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld en; in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard of gedocumenteerd, dan wel: in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn. 6.2.2 Voorwaarden verlening omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit het in artikel 6.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren en/of te laten uitvoeren: a. het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) 72 Regels (vastgesteld) be stemmingsplan Steenwijk - Ruxveenseweg 2 woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; b. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting; c. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; voorzover de ingreep: 1.
dieper gaat dan 50 centimeter beneden het maaiveld en een grotere oppervlakte dan 250 m² beslaat, wanneer deze zich bevindt binnen de bebouwde kom; 2. dieper gaat dan 50 centimeter benden het maaiveld en een grotere oppervlakte dan 2.500 m² beslaat, wanneer deze zich bevindt buiten de bebouwde kom. 6.3.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 6.3.1 is niet van toepassing, indien: a. door middel van een aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn; b. het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; c. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd. d. de werken en werkzaamheden worden verricht in het kader van een aanvullend of definitief archeologisch onderzoek.
6.3.3 Toepassingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.3.1 kan alleen worden verleend indien mede op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. 6.3.4 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.3 die betrekking heeft op gronden, die zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologie 2' dient een rapport te overleggen waarin naar het oordeel van burgemeester en wethouders: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgelegd, en; b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd, dan wel: c. in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn. 6.3.5 Voorwaarden verlening omgevingsvergunning Indien uit het in artikel 6.3.4 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. Regels (vastgesteld) 73 be stemmingsplan Steenwijk - Ruxveenseweg 2 74 Regels (vastgesteld) be stemmingsplan Steenwijk - Ruxveenseweg 2 Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Regels (vastgesteld) 75 be stemmingsplan Steenwijk - Ruxveenseweg 2 Artikel 8 Algemene bouwregels 8.1 Ondergronds bouwen Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b. de oppervlakte van ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan de toegestane oppervlakte van bouwwerken boven peil; c. de ondergrondse bouwdiepte mag maximaal 4,00 meter onder peil bedragen; d.
om het ondergrondse bouwwerk toegankelijk te maken is overschrijding van het bouwvlak toegestaan, mits de voorgevelrooilijn niet wordt overschreden; e. de regels van de betreffende bestemmingen zijn van overeenkomstige toepassing. 76 Regels (vastgesteld) be stemmingsplan Steenwijk - Ruxveenseweg 2 Artikel 9 Algemene gebruiksregels 9.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. een seksinrichting of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; b. een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf, voor zover daarvoor door de burgemeester geen gedoogtoestemming is verleend; c. straatprostitutie; d. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen en van wagens, tenzij de betreffende bestemming daarin wel uitdrukkelijk voorziet. Regels (vastgesteld) 77 be stemmingsplan Steenwijk - Ruxveenseweg 2 Artikel 10 Algemene aanduidingsregels 10.1 wetgevingszone - wet geluidhinder Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - wet geluidhinder' zijn de gronden aangewezen als gezoneerd industrieterrein in de zin van de Wet geluidhinder.