Samen voor Ryan - Gemeentelijke inhoudelijke kaders 2.0
Tekst van het document
GEMEENTELIJKE INHOUDELIJKE KADERS SAMEN VOOR RYAN 2.0 GELDIG VANAF SCHOOLJAAR 2026-2027 1 APRIL 2026 1 INHOUD Samenvatting 2 1 Inleiding 3 2 Samen voor Ryan als onderdeel van het jeugdbeleid 4 3 Probleemanalyse 5 4 Ambities 8 5 Voor wie doen we het (doelgroep) 8 6 Kern van de aanpak en leidende principes 8 7 Doelen en prioriteitstelling 10 8 Monitoring en bijsturing 11 9 Financiën 11 10 Samen voor Ryan als experimenteerruimte in de bredere opgave van het sociaal domein 12 2 SAMENVATTING In dit document worden de nieuwe gemeentelijke kaders voor Samen voor Ryan beschreven en toegelicht. Deze bestaan uit: een doelgroep: de jeugdigen over wie ouders en professionals zich zorgen maken of zij, als ze eenmaal volwassen zijn, wel in staat zijn om goed te zijn voor zichzelf en anderen en of ze het wel gaan redden in de maatschappij. Deze jeugdigen, en hun ouders, zullen de impact van de activiteiten moeten gaan merken. een ambitie: we beogen, door middel van interprofessionele samenwerking én samenwerking met ouders, een omgeving te creëren waarin (ook) jeugdigen met een (risico op een) achterstand leren om goed te zijn voor zichzelf en goed te zijn voor anderen, en leren om zich staande te houden in de maatschappij – en waarin op termijn steeds meer hulpvragen in de normale context van thuis, kinderopvang en school kunnen worden opgepakt.
een specifieke aanpak, die in de kern bestaat uit: o het stimuleren van de interprofessionele samenwerking en de samenwerking met ouders rond jeugdigen in concrete casuïstiek; o het actief inventariseren van de knelpunten waar professionals en ouders in hun hun samenwerking tegenaan lopen; o het wegnemen van deze knelpunten. een viertal leidende principes die in alle activiteiten zichtbaar moeten zijn: o we maken de systeemwereld ondersteunend aan de samenwerking in de leefwereld; o expertise combineren en delen (in plaats van alleen maar toevoegen); o ouders worden als gelijkwaardige pedagogische partners betrokken in de samenwerking; o normaliseren (in plaats van medicaliseren en problematiseren). Met deze kaders krijgt Samen voor Ryan 2.0 ruimte om innovatieve werkwijzen te ontwikkelen die bijdragen aan de langetermijnopgave in het sociaal domein. De leerervaringen die we hier opdoen, kunnen we ook benutten in de andere delen van het sociaal domein. In die zin kan Samen voor Ryan 2.0 worden beschouwd als een experimenteerruimte voor de langetermijnopgave in het sociaal domein. 3 1. INLEIDING Samen voor Ryan is een netwerk van organisaties in Steenwijkerland die zich professioneel bezighouden met de ontwikkeling van jeugdigen.
Het gaat om organisaties op het gebied van kinderopvang, primair onderwijs, voortgezet onderwijs, de GGD (jeugdgezondheidszorg), Sociaal Werk De Kop en het team Uitvoering Sociaal Domein van de gemeente. Deze organisaties hebben zich in 2019 verbonden aan een gezamenlijke missie, visie en aanpak. Kort gezegd komt deze missie er op neer dat alle jeugdigen in Steenwijkerland de vaardigheden leren die ze nodig hebben om zich staande te houden in de maatschappij. De gezamenlijke visie is dat hiervoor interprofessionele samenwerking noodzakelijk is. In het akkoord ‘Samen voor Ryan’ staan de afspraken die zij hebben gemaakt. De gemeenteraad heeft dit akkoord in 2019 en in 2023 vastgelegd als beleidskader onderwijsachterstanden. Op grond van dit besluit subsidieert de gemeente de activiteiten van het netwerk. De evaluatie van Samen voor Ryan1 laat zien dat de activiteiten van Samen voor Ryan hebben geleid tot een actief netwerk van samenwerkingspartners, waarin op basis van gelijkwaardigheid wordt samengewerkt. Uiteraard zijn er ook verbeterpunten, waaronder de samenwerking met ouders en het bereiken van de meer kwetsbare kinderen. Ook de samenleving is veranderd sinds het ondertekenen van het akkoord in 2019. Het is onder meer duidelijk geworden dat we ons moeten voorbereiden op een tijd waarin veel minder zorg en ondersteuning beschikbaar zullen zijn.
We lichten dit toe in paragraaf 3. De evaluatie van Samen voor Ryan heeft er mede toe geleid dat de netwerkpartners van Samen voor Ryan hun eigen missie, visie en koers tegen het licht hebben gehouden. Op 20 november 2025 hebben ze tijdens het Lea-overleg ingestemd met een aanscherping van de koers. In de nieuwe koers (hierna: Samen voor Ryan 2.0) verschuift de focus naar: - de meer kwetsbare kinderen; - samenwerking met ouders; - het wegnemen van knelpunten waar professionals en ouders in hun samenwerking tegenaan aan lopen. Met deze nieuwe koers bouwt het netwerk voort op de resultaten die de afgelopen zeven jaar zijn bereikt. Tegelijkertijd worden de nog bestaande knelpunten in de samenwerking aangepakt. De nieuwe koers biedt bovendien kansen voor de toekomst waarin minder zorg en ondersteuning beschikbaar zal zijn (zie ook paragraaf 3). De netwerkpartners hebben afgesproken om in schooljaar 2026-2027 de huidige activiteiten financieel en organisatorisch te borgen in de bestaande organisaties, of ze zorgvuldig af te bouwen. Daar waar mogelijk kunnen de bestaande activiteiten worden bijgesteld zodat deze 1 Keuning, Trynke, Shirine Bousaid en Marco Algera. 2024. Grensoverschrijdend samenwerken voor een kansrijke ontwikkeling. Een onderzoek naar interprofessionele samenwerking rondom kinderen en jongeren in Steenwijkerland en de rol van Samen voor Ryan. Zwolle: KPZ en Viaa.
4 passen in de nieuwe koers. Ook zal in 2026-2027 een start worden gemaakt met Samen voor Ryan 2.0. Schooljaar 2026-2027 zal dus een overgangsjaar zijn tussen Samen voor Ryan 1.0 en Samen voor Ryan 2.0. In dit document worden de nieuwe gemeentelijke kaders voor Samen voor Ryan beschreven en toegelicht. Deze kaders geven richting aan de activiteiten van Samen voor Ryan voor de komende tijd. Tegelijkertijd geven ze ruimte aan de netwerkpartners om binnen deze kaders activiteiten te ontplooien die bijdragen aan de ambities (zie paragraaf 4 en paragraaf 8). De kaders in dit document sluiten inhoudelijk aan bij de nieuwe koers voor Samen voor Ryan die in het Lea-overleg is vastgesteld. Hoe is Samen voor Ryan ontstaan? Wat is de huidige ambitie van het netwerk? Welke activiteiten zijn er geweest? Wat heeft dit opgeleverd? Dit staat allemaal in de ‘Factsheet Samen voor Ryan’ . 2. SAMEN VOOR RYAN ALS ONDERDEEL VAN HET JEUGDBELEID Samen voor Ryan is onderdeel van het bredere jeugdbeleid. De achterliggende bedoeling van het bredere jeugdbeleid kan omschreven worden als: “Jeugdigen leren goed te zijn voor zichzelf, goed te zijn voor anderen en om zichzelf staande te houden in de maatschappij” . Alle activiteiten van het gemeentelijk jeugdbeleid dragen hier aan bij. Het jeugdbeleid kent drie pijlers: het onderwijsachterstandenbeleid, het preventief jeugdbeleid en het jeugdhulpbeleid.
Het preventief jeugdbeleid bestaat uit activiteiten waarmee we problemen bij opvoeden en opgroeien op tijd willen signaleren en uit lichte vormen van ondersteuning. Denk bijvoorbeeld aan de jeugdgezondheidszorg (consultatiebureaus), steunouders, weerbaarheidstrainingen of opvoedondersteuning door het sociaal werk, het schoolmaatschappelijk werk en het jongerenwerk. Het jeugdzorgbeleid gaat over zwaardere vormen van ondersteuning, zoals jeugd-GGZ, specialistische opvoedondersteuning, jeugdbescherming en jeugdreclassering en over het bestrijden van huiselijk geweld en kindermishandeling. Samen voor Ryan is onderdeel van het onderwijsachterstandenbeleid. Het onderwijsachterstandenbeleid is gericht op het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden, het voorkomen van segregatie en het bevorderen van integratie2. In het onderwijsachterstandenbeleid gaat de gemeente Steenwijkerland uit van een brede blik op onderwijsachterstanden. Dit betekent dat we niet alleen kijken naar achterstanden op cognitief gebied, maar ook naar achterstanden op sociaal- emotioneel gebied en in burgerschapsvaardigheden. Bovendien richten we ons op alle kinderen met een achterstand, ongeacht de oorzaak van de achterstand. Als gemeente geven we prioriteit aan activiteiten die de maatschappelijke partners (zoals kinderopvang en onderwijs) niet zelf kunnen oppakken vanuit hun kerntaak.
2 Wet op het Primair Onderwijs, artikel 161, eerste lid. 5 Het onderwijsachterstandenbeleid bestaat grofweg uit twee pijlers: de voorschoolse educatie en Samen voor Ryan. Met de voorschoolse educatie willen we voorkomen dat kinderen met een achterstand beginnen aan het onderwijs op de basisschool. Met Samen voor Ryan richten we ons op het bevorderen van integratie: we willen bereiken dat kinderen met een achterstand in een zo normaal mogelijke omgeving de begeleiding krijgen die ze nodig hebben bij het opgroeien. Hiervoor is het nodig dat de educatieve voorzieningen (kinderopvang en onderwijs) samenwerken met ouders en met organisaties uit andere sectoren, zoals de jeugdgezondheidszorg, het sociaal werk en soms ook met de gemeentelijke toegang en/of zorgaanbieders. 3. PROBLEEMANALYSE Het belang van samenwerken Jeugdigen worden vanaf hun geboorte omringd door mensen die hen begeleiden bij het opgroeien. Ouders zijn de eerstverantwoordelijken hiervoor. Maar ook pedagogisch professionals in de kinderopvang, leerkrachten en docenten begeleiden jeugdigen dagelijks in het leren “goed te zijn voor zichzelf, goed te zijn voor anderen en zich staande te houden in de maatschappij” . Daar waar extra ondersteuning nodig is, zijn er jeugdverpleegkundigen, schoolmaatschappelijk werkers, jongerenwerkers of jeugdconsulenten. Indien nodig kunnen jeugdconsulenten verwijzen naar zwaardere zorg3.
Met al deze voorzieningen hebben we in Steenwijkerland veel deskundigheid over opgroeien en opvoeden. Ondanks al deze deskundigheid zijn er jeugdigen die, als ze 18 zijn, nog onvoldoende in staat zijn om goed te zijn voor zichzelf en goed te zijn voor anderen – of om zich staande te houden in de maatschappij. Vaak hebben ouders of professionals zich al eerder zorgen gemaakt. Soms al toen de jeugdigen nog heel jong waren. In het akkoord uit 2019 constateerden we al dat voor deze kinderen niet méér van hetzelfde nodig is. Wat nodig is, is samenwerking tussen professionals met verschillende deskundigheid. Immers: door samen te werken kun je deskundigheid combineren, waardoor je een completer beeld krijgt van een kind en van mogelijke manieren om hem of haar te helpen. Zo kun je een betere aanpak bedenken. En door samen te werken kunnen ouders en professionals hun aanpak op elkaar afstemmen, waardoor het eƯect groter wordt. Een korte(re)termijnopgave Uit de evaluatie van Samen voor Ryan4 blijkt dat de activiteiten van Samen voor Ryan hebben geleid tot een actief netwerk, waarin op basis van gelijkwaardigheid wordt samengewerkt. Samen voor Ryan heeft gezorgd voor kortere lijntjes tussen professionals 3 Ook jeugdartsen en huisartsen kunnen verwijzen naar zwaardere vormen van zorg. 4 Keuning, Trynke, Shirine Bousaid en Marco Algera. 2024.
Grensoverschrijdend samenwerken voor een kansrijke ontwikkeling. Een onderzoek naar interprofessionele samenwerking rondom kinderen en jongeren in Steenwijkerland en de rol van Samen voor Ryan. Zwolle: KPZ en Viaa. 6 en heeft de kennis en vaardigheden van professionals vergroot. Uit hetzelfde onderzoek blijkt echter ook dat we de meest kwetsbare kinderen waarschijnlijk nog onvoldoende bereiken en dat we ouders nog niet altijd goed betrekken. Een recente uitvraag onder de netwerkpartners laat bovendien zien dat de samenwerking soms nog belemmerd wordt door onder meer onduidelijke rollen en verwachtingen, de wettelijke vereisten rondom de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), werkdruk, onbekendheid met elkaars werkwijzen en personeelsverloop. Een groot deel van deze knelpunten komt ook naar voren uit het onderzoek. De evaluatie laat dus zien dat er in samenwerking rond kwetsbare kinderen en hun ouders veel goed gaat, maar ook dat er nog veel verbeteringen mogelijk zijn. Dit is niet gek als je bedenkt dat we de afgelopen jaren veel geïnvesteerd hebben in het creëren van een gemeenschappelijke kennisbasis. Er zijn veel trainingen, lezingen en scholingen georganiseerd. Die konden gratis bezocht worden door professionals uit alle sectoren. Zo ontmoetten zij elkaar én kregen ze dezelfde kennis.
Zo’n gemeenschappelijke kennisbasis helpt om eenzelfde visie te hanteren en dat helpt weer om goed samen te werken. Op deze manier hebben we een goed fundament gelegd voor samenwerking. Maar doorontwikkeling is nodig. Het is met name belangrijk om de focus te gaan verleggen naar het verbeteren van de samenwerking in concrete casuïstiek. Rond ‘echte’ kinderen dus, rond kinderen ‘van vlees en bloed’ . Ook op andere manieren werken we hier aan. In het primair onderwijs en de kinderopvang werken we al heel lang met de KiK- structuur5. Hierin werken kinderopvang/school, jeugdverpleegkundigen en ouders samen op het moment dat er zorgen zijn over de ontwikkeling van een kind. In het primair onderwijs hebben we deze structuur onlangs versterkt met het schoolmaatschappelijk werk. Deze uitgebreide KiK-structuur noemen we ‘kernteams’ . In de loop van schooljaar 2025-2026 kan elke basisschool beschikken over een kernteam. De samenwerking in de kernteams is echter nog pril en kan ondersteuning gebruiken. Ook in de KiK-structuur binnen de kinderopvang doen zich knelpunten voor zoals hierboven beschreven. En ook binnen de zorgadviesteams in het voortgezet onderwijs lopen professionals uit verschillende sectoren aan tegen knelpunten in de samenwerking met elkaar en met ouders.
Een langetermijnopgave Samenwerking is niet alleen nodig omwille van het individuele kind met achterstanden in zijn ontwikkeling. Het is óók nodig om de grootste uitdaging in het jeugddomein het hoofd te bieden: het toenemende tekort aan medewerkers. Volgens de Jeugdautoriteit6 is dit een nóg grotere uitdaging dan de oplopende kosten en het hoge gebruik van jeugdzorg. Zeker, de hoge kosten zijn financieel niet houdbaar. En het is maatschappelijk gezien onwenselijk dat op dit moment 1 op de 8 kinderen een vorm van jeugdzorg nodig 5 KiK staat voor Kind in de Kern. 6 Jeugdautoriteit. 2025. De Stand van de Jeugdzorg 2025. Een terugblik op tien jaar decentralisatie. Den Haag: Jeugdautoriteit. https://abx04.sitearchief.nl/jeugdautoriteit/20251221070928/https://www.jeugdautoriteit.nl/documenten /2025/11/13/stand-van-de-jeugdzorg-2025. 7 heeft bij het opgroeien. Maar volgens de Jeugdautoriteit is het komende tekort aan professionals in zorg en welzijn een nog veel grotere uitdaging. Bij ongewijzigd beleid zijn er straks simpelweg te weinig jeugdzorgmedewerkers en sociaal werkers om al die zorg en ondersteuning te bieden. Ook in de kinderopvang en het onderwijs worden overigens toenemende tekorten voorzien. Om ons hierop voor te bereiden, moeten we volgens de Jeugdautoriteit zorgen dat veel meer hulpvragen buiten de jeugdzorg kunnen worden opgepakt.
Dat lukt alleen als er in de reguliere omgeving van thuis, kinderopvang en school voldoende deskundigheid aanwezig is om jeugdigen met uiteenlopende ondersteuningsvragen te begeleiden in het opgroeien. Dat betekent niet dat ouders, pedagogisch medewerkers en leerkrachten of docenten allemaal dezelfde deskundigheid moeten hebben als sociaal werkers of jeugdzorgmedewerkers, of hetzelfde moeten doen. Het betekent wel dat zij deze deskundigheid snel en makkelijk moeten kunnen inschakelen. Niet alleen door naar elkaar door te verwijzen7, maar ook door hun deskundigheid te combineren tot een aanpak die het beste werkt. Door het combineren van deskundigheid zullen professionals en ouders bovendien al doende van elkaar gaan leren. Zo verbreden zij hun deskundigheid en zullen zij op den duur steeds meer ondersteuningsvragen zelf kunnen oppakken, in de zo normaal mogelijke context van thuis, kinderopvang en school. En dus buiten de jeugdzorg om. Het versterken van de samenwerking tussen professionals en met ouders is dus essentieel. Maar het is niet voldoende. Er speelt namelijk nog iets mee. We zullen als samenleving moeten accepteren dat opgroeien altijd al een hobbelig pad is geweest en zal blijven - en dus dat niet elk probleem vraagt om professionele ondersteuning. Jeugdigen leren namelijk óók heel veel door de uitdagingen van het leven gewoon aan te gaan.
Soms lijkt het erop alsof we dit als samenleving een beetje zijn vergeten. Soms hebben we de neiging om het ongemak van problemen meteen weg te poetsen door professionele hulp in te schakelen. Wanneer we het ongemak beter kunnen verdragen, zullen we zien dat veel jeugdigen op eigen kracht door de moeilijkere fasen heen kunnen komen. En dat scheelt een hoop professionele hulp. Die kunnen we vervolgens inzetten voor de kinderen en hun ouders die het echt niet op eigen kracht redden. Het huidige systeem is een systeem met tamelijk harde scheidslijnen tussen educatie en zorg. Het is gebouwd op de sympathieke wens om elk kind een zo gelukkig mogelijke jeugd te bieden. Dit systeem is in de loop van meerdere decennia ontstaan. Het zal een kwestie van lange adem zijn om dit te veranderen. Wel kunnen we nu beginnen. We kunnen nu starten met het faciliteren van de samenwerking tussen professionals en met ouders in een zo normaal mogelijke omgeving. Daar profiteren niet alleen de huidige kinderen van. Maar ook al die kinderen die in de toekomst extra zorg en ondersteuning nodig zullen hebben – in een toekomst waarin er veel minder professionals zullen zijn die 7 Soms is doorverwijzing wel mogelijk en voldoende. Maar voor de kinderen over wie we ons echt zorgen maken, niet altijd. Vaak is het dan nodig dat de deskundigheid wordt gecombineerd. 8 die zorg kunnen bieden. 4.
AMBITIES De korte(re)termijnambitie van Samen voor Ryan is om, door middel van interprofessionele samenwerking én samenwerking met ouders, een omgeving te creëren waarin jeugdigen met een achterstand leren om goed te zijn voor zichzelf en goed te zijn voor anderen, en leren om zich staande te houden in de maatschappij. De langetermijnambitie is om, door middel van interprofessionele samenwerking én samenwerking met ouders, een omgeving te creëren waarin steeds meer hulpvragen in de reguliere omgeving van thuis, kinderopvang en school kunnen worden opgepakt. 5. VOOR WIE DOEN WE HET? (DOELGROEP) We doen het voor de meer kwetsbare jeugdigen van 0 tot grofweg 18 jaar. Dit zijn de jeugdigen over wie ouders en professionals zich zorgen maken of zij het straks wel gaan redden in de maatschappij. Deze kinderen en jongeren én hun ouders zullen het eƯect van het beleid moeten merken. Bijvoorbeeld doordat ze merken dat ze sneller in gesprek komen over hun zorgen en dat verschillende professionals hun aanpak op elkaar en de mogelijkheden van ouders afstemmen. Of doordat ouders merken dat ze er niet alleen voor staan en zich beter toegerust voelen om hun kinderen te begeleiden. We doen het niet alleen voor de kinderen van nu, maar ook voor de kinderen die in de toekomst extra ondersteuning nodig hebben.
Als het goed is, zullen zij merken dat er thuis, in de opvang en op school veel ondersteuning kan worden geboden en dat de inzet van jeugdzorg minder snel nodig is. Kinderen die desondanks jeugdzorg nodig hebben, zullen straks merken dat die voor hen nog steeds beschikbaar is. We doen het dus voor de meer kwetsbare jeugdigen en hun ouders, nu en in de toekomst. Dat betekent niet dat onze activiteiten direct op de jeugdigen gericht zijn. Onze ambitie is voor deze jeugdigen een omgeving te creëren waarin ze leren goed te zijn voor zichzelf, goed te zijn voor anderen en leren zich staande te houden in de maatschappij. We richten onze activiteiten daarom op die omgeving. Dat wil zeggen: op hun ouders en de professionals die werken met de jeugd. We zullen hen stimuleren en faciliteren om (nog meer) met elkaar en met ouders samen te werken – en we zullen de knelpunten die zij ervaren in hun samenwerking actief wegnemen. 6. KERN VAN DE AANPAK EN LEIDENDE PRINCIPES De kern van de aanpak is het versterken van de interprofessionele samenwerking én de samenwerking met ouders rond jeugdigen ‘van vlees en bloed’ . De bestaande samenwerking binnen KiK, de kernteams en de zorgadviesteams vormen daarvoor het aangrijpingspunt. Binnen deze teams stimuleren en faciliteren we professionals om hun 9 deskundigheid te combineren en te delen met elkaar.
We stimuleren en faciliteren hen om, daar waar nodig, de samenwerking op te zoeken met andere professionals, zoals jeugdconsulenten of inkomensconsulenten8. We stimuleren en faciliteren hen om ouders als gelijkwaardige partners te betrekken in hun samenwerking. Wat we concreet gaan doen om deze teams te faciliteren, kunnen we nu nog niet zeggen. We willen de knelpunten wegnemen waar professionals en ouders in de praktijk tegenaan lopen. Daarom zullen we (zeer) regelmatig inventariseren waar professionals en ouders in hun samenwerking tegenaan lopen en nemen die knelpunten (waar mogelijk) weg. Mogelijke acties vanuit Samen voor Ryan zijn bijvoorbeeld: als er onduidelijkheid bestaat over de AVG, kunnen we gemeentebrede scholing organiseren. We kunnen binnen het netwerk afspraken maken over hoe we de ruimte binnen de AVG benutten. Als de professionals niet weten wat ze van elkaar kunnen verwachten, kunnen we (betere) afspraken maken over wat ieders rol is en over de houding en het gedrag dat we in de samenwerking van elkaar verwachten. Als de samenwerking stuk loopt op verschillende visies, bijvoorbeeld over de grenzen van ‘normaliseren’9, kunnen we dialoogsessies organiseren om te komen tot een gezamenlijk beeld. En om te zorgen dat nieuwe medewerkers weet kunnen hebben van deze afspraken, kunnen we factsheets maken waarop de lokale afspraken over samenwerking staan.
Deze activiteiten zijn slechts voorbeelden. Wat we precies gaan doen, hangt af van de knelpunten die zich in de samenwerking van alledag voordoen. Dit zullen we inventariseren bij uitvoerend professionals en bij ouders. Maar bij alles wat we doen, zullen de volgende vier uitgangspunten zichtbaar zijn: 1. We maken de systeemwereld ondersteunend aan de samenwerking in de leefwereld. De systeemwereld is de wereld van (smart) doelen, regels, verantwoording, beheersing, structuren. De systeemwereld helpt om focus te creëren op wat je wil bereiken, om processen soepel te laten verlopen en om bepaalde grenzen te bewaken (zoals financiële of juridische grenzen). De leefwereld, dat zijn de jeugdigen en de mensen hen heen: ouders, broers, zussen, klasgenoten en professionals. De mensen in de leefwereld kunnen last hebben van de systeemwereld. Bijvoorbeeld als regels hen verhinderen om te doen wat een jeugdige nodig heeft. Of als ze geacht worden een aanpak te gebruiken die op papier wel werkt, maar in dit ene geval net niet. In die gevallen is er sprake van te veel systeemwereld of van een slecht passende systeemwereld. Professionals en ouders kunnen ook last hebben van te weinig systeemwereld. Bijvoorbeeld als niet duidelijk is wat de verantwoordelijkheden en 8 Ook de samenwerking met deze ‘tweede ring’ zal gericht zijn op het combineren en delen van kennis.
Dit kan bijdragen aan een betere triage, minder onnodige verwijzingen en een snellere inzet waar nodig. Binnen de langere termijnopgave kan dit er toe leiden dat meer ondersteuningsvragen in de normale context kunnen worden opgepakt. 9 De term normaliseren duidt zowel op de inspanningen om ondersteuning te bieden in de zo normaal mogelijke omgeving als op de beoogde cultuuromslag waarbij we het ongemak van het ‘hobbelige pad van opgroeien’ beter kunnen verdragen (zie paragraaf 3). 10 bevoegdheden zijn van de professionals met wie ze samenwerken. Of als ze niet weten bij wie ze terecht moeten met welke vraag. Als we de systeemwereld ondersteunend maken aan de leefwereld, krijgen ouders en professionals de ruimte om te doen wat voor dit ene kind werkt. Concreet betekent dit uitgangspunt dat we in onze aanpak prioriteit geven aan de knelpunten waar professionals en ouders in hun onderlinge samenwerking tegenaan lopen (en dus niet aan knelpunten die wel zichtbaar zijn in cijfers, maar die door professionals en ouders niet zo worden ervaren). 2. Expertise combineren en delen Sommige jeugdigen zullen prima geholpen zijn als professionals uit verschillende sectoren snel en makkelijk naar elkaar kunnen doorverwijzen. Voor de doelgroep van Samen voor Ryan is dat echter niet voldoende. Zij zijn erbij gebaat dat de kennis uit verschillende sectoren wordt gecombineerd (zie paragraaf 3).
Niet alleen met elkaar, maar ook met de ervaringskennis van ouders. Ook met het oog op de langetermijnopgave is het belangrijk dat ouders en professionals hun kennis delen met elkaar. Zo ontstaat kruisbestuiving en kunnen steeds meer vragen in de normale context worden opgepakt. 3. Ouders worden als gelijkwaardige pedagogische partners betrokken in de samenwerking Ouders zijn als eerste verantwoordelijk voor hun kinderen. Zij hebben de zeer belangrijke taak hun kinderen te begeleiden in het leren ‘goed te zijn voor jezelf, voor de ander en je staande te houden in de maatschappij’ . Dit kan een bijzonder lastige taak zijn. Ouders kunnen van professionals leren hoe ze hun kinderen beter kunnen begeleiden. Maar andersom geldt hetzelfde. Ouders kennen hun kind op een hele andere manier dan professionals – en vaak kennen ouders hun kinderen het best. In ieder geval weten zij als geen ander in wat voor omgeving het kind thuis opgroeit en wat daarin wel of niet haalbaar is. Voor professionals is dit bijzonder waardevolle informatie in de zoektocht naar welke begeleiding voor een kind het meest passend is. Dit principe geldt uiteraard niet wanneer de samenwerking met ouders leidt tot onveiligheid voor de jeugdige. 4. Normaliseren Zoals gezegd: opgroeien is een hobbelig pad, vol problemen. En dat is soms erg ongemakkelijk om aan te zien.
Maar niet elk probleem vraagt om professionele ondersteuning. We proberen een cultuuromslag te bewerkstellingen waarbij ouders en professionals het ongemak beter kunnen verdragen. En ondertussen houden we uiteraard in de gaten of ondersteuning wèl nodig is. 11 7. DOELEN EN PRIORITEITSTELLING Deze kaders schrijven bewust nog niet voor welke knelpunten we precies gaan aanpakken. Daarom formuleren we ook bewust nog geen meetbare doelen. We willen immers inspelen op de knelpunten die ouders en professionals ervaren en die wegnemen. Die knelpunten kunnen heel divers zijn. Ouders kunnen andere knelpunten ervaren dan professionals. En de knelpunten kunnen in Oldemarkt anders zijn dan in Steenwijk. En voor jeugdigen die thuiszitten kunnen ze anders zijn dan voor hele jonge kinderen die opgroeien in een zorgelijke thuisomgeving. Als we nu al meetbare doelen zouden formuleren, zouden we ons vastleggen op een beperkt aantal knelpunten en geen ruimte meer hebben om andere knelpunten aan te pakken. Tegelijkertijd zullen we wel prioriteiten moeten stellen. We kunnen simpelweg niet alle knelpunten tegelijkertijd aanpakken. Om ervoor te zorgen dat we onze prioriteiten weloverwogen maken, werken we met een programmaplan en jaarplannen.
In het programmaplan vertalen we de algemene ambitie in merkbare resultaten: wat zullen jeugdigen, hun ouders én professionals moeten merken van onze inspanningen? Het programmaplan zal in het najaar van 2026 worden vastgesteld door het college. In jaarlijkse activiteitenplannen zal worden beschreven welke activiteiten in het betreƯende jaar worden ondernomen. De activiteitenplannen worden vastgesteld door het Lea-overleg. Aan het Lea-overleg nemen de netwerkpartners van Samen voor Ryan deel. Indien nodig worden Nadere regels en een subsidieplafond opgesteld die dienen als juridisch en financieel kader voor de subsidiëring van activiteiten die netwerkpartners zelf ondernemen. 8. MONITORING EN BIJSTURING Met deze kaders proberen we ruimte te maken voor ouders en professionals om te doen wat nodig is. Uiteraard is deze ruimte niet onbegrensd. De ruimte wordt in ieder geval begrensd door wettelijke kaders, zoals de AVG en de Jeugdwet en door financiële kaders. Dit document biedt de inhoudelijke kaders die de activiteiten begrenzen. En we zullen samen met partners nieuwe kaders creëren bijvoorbeeld door ook afspraken te maken over rollen, verantwoordelijkheden, houding en gedrag. We zullen moeten zoeken naar een balans tussen kaderstelling en ruimte. Waar die precies ligt, is op voorhand niet te zeggen.
Misschien gaat in de praktijk blijken dat de kaders in dit document te knellend zijn, waardoor professionals en ouders onvoldoende ruimte krijgen om te doen wat nodig is. Ook kan blijken dat ze te veel ruimte laten, waardoor bijvoorbeeld de samenwerking te vrijblijvend is en het combineren en delen van kennis onvoldoende vorm krijgt. De enige manier om daar achter te komen, is door te gaan dóen. En door goed te monitoren. Het monitoren van deze aanpak is echter niet makkelijk. In het programmaplan zullen we merkbare resultaten formuleren. Maar merkbare resultaten zijn nog niet meetbaar (zie paragraaf 7). Hoe kunnen we dan weten of we de goede dingen doen in het licht van onze ambitie? Om antwoord te krijgen op deze vraag, zullen we in het eerste jaar de samenwerking met een hogeschool zoeken. Samen met hen willen we een 12 monitoringssysteem opzetten dat - zonder al te veel administratieve lasten – de impact van onze activiteiten in beeld brengt. Dit monitoringssysteem zou ook informatie moeten geven over hoe eventuele bijsturing van de activiteiten eruit kan zien. Dit monitoringssysteem vormt, samen met de leerervaringen uit de praktijk, de basis voor jaarlijkse voortgangsrapportages (zie ook paragraaf 10). 9. FINANCIËN Samen voor Ryan is onderdeel van het onderwijsachterstandenbeleid.
Het onderwijsachterstandenbeleid wordt bekostigd met de uitkering die de gemeente hiervoor van het rijk ontvangt. Uit deze uitkering worden ook de andere delen van het onderwijsachterstandenbeleid betaald. Eind 2026 leggen we u een beleidskader voor het gehele onderwijsachterstandenbeleid voor. Op dat moment zal u ook worden gevraagd hoe u de middelen – binnen de wettelijke verplichtingen - wil verdelen over de verschillende onderdelen van het onderwijsachterstandenbeleid. Dat besluit zal kaderstellend zijn voor de uitvoering van Samen voor Ryan. 10. SAMEN VOOR RYAN ALS EXPERIMENTEERRUIMTE IN DE BREDERE OPGAVE VAN HET SOCIAAL DOMEIN Met Samen voor Ryan willen we de systeemwereld ondersteunend maken aan de leefwereld (zie uitgangspunt 1). Deze aanpak van beleid maken is nieuw. We zijn als gemeente gewend om onze doelen en prioriteiten te bepalen op basis van data-analyses over de frequentie van bepaalde problemen. Als we bijvoorbeeld zien dat de kinderen in Steenwijkerland vaker zonder diploma van school gaan dan in omliggende gemeenten, dan werd dat voorheen al snel het speerpunt van ons beleid. Als aanpak kiezen we normaal gesproken graag voor een ‘best practice’ die elders in het land goed heeft gewerkt. Dat is een nuttige aanpak. Maar het betekent niet automatisch dat we onze aandacht richten op de problemen die in de leefwereld het grootst zijn.
En het betekent ook niet dat we optimaal gebruik maken van de kennis die ouders en professionals samen hebben. Binnen Samen voor Ryan keren we dit om. We ondersteunen ouders en professionals om te werken aan de problemen die zij als het meest urgent ervaren (binnen de kaders van onder meer dit document). We stimuleren hen om hun deskundigheid te combineren en te delen, om zo de beste aanpak te vinden voor dit ene kind. Zo kunnen we de jeugdigen met een achterstand beter begeleiden in hun ontwikkeling én een omgeving creëren waarin meer hulpvragen in de reguliere omgeving van thuis, kinderopvang en school kunnen worden opgepakt. We geloven dat een dergelijke aanpak niet alleen kansrijk is in het jeugddomein. Op alle gebieden van zorg en welzijn gaan zich grote tekorten voordoen en zullen inwoners meer op zichzelf en hun naaste omgeving aangewezen zijn. Ook op andere gebieden van het 13 sociaal domein zal dus meer nadruk moeten komen te liggen op de leefwereld van mensen en zullen we die leefwereld moeten versterken door kennis en deskundigheid bij elkaar te brengen. Het rijk ziet domeinoverstijgende samenwerking niet voor niets als een belangrijke oplossingsrichting binnen de grote opgave van de zorgtekorten. De kaders in dit document maken van Samen voor Ryan een experimenteerruimte.
Dat wil zeggen: de leerervaringen die we hier opdoen, kunnen we ook benutten in de andere delen van het sociaal domein. Experimenteren vraagt een zekere mate van moed van de gemeente. In dit geval vooral de moed om te vertrouwen op de ervaringskennis van professionals, ouders en jeugdigen. Om te accepteren dat zij weten welke problemen in de leefwereld de meeste aandacht verdienen en welke aanpak het best zou kunnen werken. Moed om te werken met kaders zonder meetbare doelen die we voor een aantal jaar vastleggen (zie paragraaf 7). Moed om te beginnen aan iets waarvan we op voorhand niet zeker weten of het gaat werken. En moed om kaders vast te leggen die wel richtinggevend zijn, maar tegelijkertijd veel ruimte bieden. Tegelijkertijd vraag experimenteren om houvast – of beter gezegd: om een kompas. We zullen goed in de gaten houden of we, in het licht van de probleemanalyse en onze ambitie, nog de juiste stappen zetten. Het monitoringssysteem dat we in paragraaf 7 beschrijven, is hierbij onmisbaar. Net als regelmatige reflectiemomenten om te leren van wat we hebben gedaan. We zullen de gemeenteraad minimaal jaarlijks een voortgangsrapportage sturen. Daarin doen we verslag van de uitkomsten van onze monitoring, wat de activiteiten die hebben uitgevoerd, van de lessen die we hebben geleerd en van onderdelen van de aanpak die we hebben moeten bijstellen.