CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing zonneweide de Hoop 20240206 (geanonimiseerd)

Politieke Markt 16 april 2024, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Tijdelijke omgevingsvergunning voor een zonnepark ten noordwesten van Blokzijl11.592 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) bestaat uit verbindingszones, beschermde reservaten en Natura 2000-gebieden. Het doel van het NNN is het vergroten en verbinden van natuurgebieden. Het NNN is begrensd en planologisch vastgelegd. Het beschermingsregime is onder de Wet ruimtelijke ordening vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en werkt via provinciale verordeningen door in gemeentelijke bestemmingsplannen. De Wet natuurbescherming onderscheidt, naast gebiedsbescherming, ook beschermingsregimes voor soorten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de Wet natuurbescherming drie verschillende verbodsartikelen per categorie soorten; soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3. 1) ; soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3. 5) ; andere soorten (artikel 3. 10) . • • • Omdat er geen bomen worden gekapt ten behoeve van de aanleg van de zonneweide, is een toetsing aan het Houtopstandendeel van de Wnb niet aan de orde.

Op een afstand van circa 2 kilometer ten (noord) oosten van het plangebied liggen de Natura 2000- gebieden De Wieden-Weerribben. De overige Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 8 km van het plangebied. Dit is weergegeven in afbeelding 11. Projectgerelateerd oral HaskoningDHV Vanuit het voornemen zijn negatieve effecten verzuring en vermesting niet op voorhand uitgesloten. Voor de aanlegwerkzaamheden van het terrein is daarom een Aeriusberekening uitgevoerd. De locatie waar de zonneweide gerealiseerd gaat worden, is in de huidige situatie in gebruik als landbouwgrond. De emissies als gevolg van landbouw zullen komen te vervallen om de bouw van de zonneweide te realiseren. Het gaat hierbij om een gebied van in totaal circa 33 ha waarbij is aangenomen dat 80 procent wordt gebruikt als landbouwgrond. Op basis van de laagste (en daarmee worst case) emissiefactor voor landbouwgrond is de emissie van dit gebied bepaald. Met een emissiefactor van 16,4 kg NH3/ha/j komt dit neer op een totale stikstofemissie van 431,1 kg NH3. Uit de Aeriusberekening (zie ook bijlage 6) blijkt dat er geen effect is op Natura 2000-gebieden ten aanzien van stikstofdepositie. De berekende bijdrage is na intern salderen 0,00 mol/ha/jaar. De planlocatie ligt tevens buiten het NNN. Bij NNN hoeft geen zogenaamde externe werking getoetst te worden.

Voor realisatie van de zonneweide, is een Natuurtoets uitgevoerd door Royal HaskoningDHV (zie ook bijlage 7). Tevens is op 12 oktober 2022 een oriënterend veldbezoek uitgevoerd door | ecoloog in dienst bij Royal HaskoningDHV. Uit de Natuurtoets blijkt dat een overtreding van verbodsbepalingen uit de Wnb (artikel 3.5) redelijkerwijs uit te sluiten is t.a.v. de otter, de steenmarter, kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn, wezel), de egel en de vleermuis Vanwege de geschiktheid van het terrein en de omgeving van het plangebied, is het niet uitgesloten dat vogels tot broeden komen. Wanneer werkzaamheden binnen het broedseizoen worden uitgevoerd zijn verbodsovertredingen uit de Wnb niet uitgesloten. Door het treffen van de onderstaande mitigerende maatregelen is overtreding van verbodsbepalingen uit de Wnb te voorkomen: 5 februari 2024 BIJ7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 26 (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) Projectgerelateerd 5 februari 2024 BI7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 27 - Werkzaamheden uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels. Deze periode loopt globaal van 15 maart t/m augustus.

Werkzaamheden tijdens het broedseizoen zijn alleen toegestaan door: De werkzaamheden voorafgaand aan het broedseizoen te laten beginnen en in een constante intensiteit te laten doorgaan gedurende het broedseizoen en; De vegetatie binnen het plangebied voorafgaand aan het broedseizoen indien nodig kortmaaien en/of kort houden. Voorafgaand aan de werkzaamheden moet het plangebied gecontroleerd worden op broedvogels door een ecologisch deskundige. Deze maatregel is echter niet ‘waterdicht’. Broedvogels zijn tot op zekere hoogte te ‘sturen’ maar vestiging kan je niet met volledige zekerheid voorkomen. Het kan daardoor zijn dat werkzaamheden niet uitgevoerd kunnen worden, ondanks het nemen van mitigerende maatregelen. Het werken buiten het broedseizoen heeft daarom altijd de voorkeur. - - - Vanwege de mogelijke geschiktheid van het terrein tijdens de aanlegfase is het niet uitgesloten dat rugstreeppadden het terrein betreden. Het is derhalve belangrijk dat de volgende maatregelen worden gehanteerd: Goede afwatering, Spoor- en plasvorming dient te worden voorkomen Gronddepots dienen te worden afgeschermd. - - - Met deze maatregelen kunnen in de aanlegfase het mogelijke betreden van het plangebied door de rugstreeppad zo veel als mogelijk worden voorkomen. Indien de maatregelen t. a. v.

broedende vogels en de rugstreeppad worden uitgevoerd zoals beschreven in de Natuurtoets, is er geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen uit de Wnb. Het aspect ecologie vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project. 5. 6 M. e. r. -beoordeling Hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer gaat in op de verplichting van een milieueffectrapportage (afgekort: MER) . Het Besluit milieueffectrapportage beschrijft categorieën van aangewezen activiteiten die m. e. r. - plichtig (categorie C) of m. e. r. -beoordeling plichtig (categorie D) zijn. Het planvoornemen is niet opgenomen in categorie C of categorie D van het Besluit milieueffectrapportage. De realisatie van de zonneweide is daarom niet m. e. r. -plichtig of m. e. r. - beoordelings-plichtig. Dit wordt bevestigd in de uitspraak van de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State (ABRvS 14 augustus 2019, ECLI: NL: RVS: 2019: 2770) . Een zonneweide is volgens de Afdeling geen landinrichtingsproject, geen stedelijk ontwikkelingsproject en ook geen industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water. Dit aspect vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project. 5. 7 Verkeer De realisatie van de zonneweide kent geen verkeer aantrekkende werking. Er zijn dan ook geen verkeersaspecten die bij dit plan een rol spelen.

Het aspect verkeer vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project. Projectgerelateerd 5 februari 2024 BI7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 28 5. 8 Geluid De zonneweide is geen geluidgevoelige bestemming. Door het ontbreken van een verkeer aantrekkende werking is geluid van wegverkeer uit te sluiten. Op de zonneweide zullen transformatoren worden geplaatst. Conform de VNG-handreiking, bedrijven en milieuzonering, moet hiervoor een afstand tot geluidgevoelige bestemmingen van 50 meter worden aangehouden (op basis van het totale vermogen van de 10 transformatoren gezamelijk) . De geluidgevoelige bestemming (woning) die zich het meest dicht bij de zonneweide bevindt, ligt op tenmiste 50 meter afstand van de grens van de zonneweide. De afstand tussen de woning en de transformatoren is aanzienlijk groter. De transformatoren liggen achter de te realiseren wal rond de zonneweide. Het aspect geluid vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project. 5. 9 Externe veiligheid Het externe veiligheidsbeleid ten aanzien van inrichtingen is verankerd in het Bevi. Een zonneweide is geen (beperkt) kwetsbaar object en is ook geen risicovolle inrichting als bedoeld in het Bevi. Er geldt daarom geen veiligheidscontour. Wel betreft de zonneweide een inrichting die energie in de vorm van elektriciteit opwekt. De zonneweide wordt daarom niet openbaar toegankelijk.

Daarnaast wordt de zonneweide geaard. Er is geen EOS systeem (batterij opslag) voorzien voor de zonneweide. Het aspect externe veiligheid vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project. 5. 10 Lichtreflectie Zonnepanelen zijn gemaakt om licht om te zetten in elektriciteit. Derhalve wordt het overgrote gedeelte van het licht geabsorbeerd. De huidige, kwalitatief goede zonnepanelen zijn daarnaast voorzien van een anti-reflectie coating of folie. Dit voorkomt hinderlijke reflectie tijdens normale weersituaties. Hierbij is door de stand van de panelen in een hellingshoek de reflectie nooit naar beneden gericht. Er komt een wal met struikgewas om de zonneweide. Reflectie op de Uiterdijkenweg en de Kuinderdijk is derhalve niet aan de orde. Het aspect lichtreflectie vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project. 5. 11 Lucht In de Wet milieubeheer (Wm) zijn grenswaarden opgenomen waaraan de luchtkwaliteit in de buitenlucht moet voldoen. Doordat de voorgenomen ontwikkeling geen verkeer aantrekkende werking kent ten opzichte van de bestaande situatie, leidt dit niet tot overschrijding van de grenswaarden. Het aspect luchtkwaliteit vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project. Het onderdeel ‘stikstofdepositie’ wordt behandeld in paragraaf 5. 5. 5.

12 Milieuzonering Wettelijk kader Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering wordt verstaan het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand Projectgerelateerd 5 februari 2024 BI7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 29 tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu of de omgeving sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: Het voorkomen of zowel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. • • Bedrijven kunnen niet zomaar naast een gevoelige functie, zoals een woning, gerealiseerd worden. Ook andersom moet er zorgvuldig gemotiveerd worden dat een nieuwe woning bij bestaande bedrijven of bedrijvigheid gerealiseerd kan worden. Zonering, afstand houden, is een belangrijk middel om te voorkomen dat er hinder ontstaat.

Ook zorgt dit ervoor dat de bestaande bedrijven niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. Een belangrijk hulpmiddel hierbij is de Handreiking bedrijven en milieuzonering van de VNG. Per bedrijfstype kan in beeld worden gebracht welke richtafstanden aan de orde is voor de aspecten gelui, geur, stof en externe veiligheid. Hierdoor wordt duidelijk welke gemiddelde afstanden tot de woonbebouwing passend zijn. Methodiek In de publicatie worden bedrijfsactiviteiten ingedeeld in zes categorieën, variërend van lichte tot zeer zware milieuhinder. Per milieucategorie zijn richtafstanden tot hindergevoelige functies opgenomen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in twee gebiedstypen: een rustige woonwijk en een gebied met een menging van functies. Deze afstanden zijn gebaseerd op de mate van verspreiding van geluid, stof, gevaar en geur. Een rustige woonwijk is ingericht volgens het principe van de functiescheiding: afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor; langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Vergelijkbaar met de rustige woonwijk zijn rustig buitengebied, stiltegebied en natuurgebied. Daarvoor gelden dan ook dezelfde richtafstanden. Een ander omgevingstype is het gemengd gebied. Een gemengd gebied is een gebied met een variatie aan functies; direct naast woningen komen andere functies zoals winkels, horeca en kleine bedrijven.

Ook gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren tot het omgevingstype gemengd gebied. Het gemengd gebied kent door de aanwezige variatie aan functies en situering al een hogere milieubelasting. Dit kan aanleiding zijn om gemotiveerd voor één of meer milieuaspecten een kleinere afstand aan te houden dan wordt geadviseerd voor een rustige woonwijk. Bij gebieden met functiemenging kan gedacht worden aan stads- en wijkcentra, horecaconcentratiegebieden en woongebieden met kleinschalige c. q. ambachtelijke bedrijvigheid. De VNG-publicatie is geen wet, maar wel een algemeen aanvaarde richtlijn voor de toepassing van milieuzonering in een ruimtelijk plan. Niettemin gaat de publicatie uit van richtafstanden, die in algemene zin bepaald zijn op basis van gemiddelde productieprocessen. Dat betekent dat bij de toepassing van de publicatie altijd ook de feitelijke situatie ter plaatse in ogenschouw moet worden genomen. Plansituatie Zonneparken worden als zelfstandige categorie niet benoemd in de VNG-brochure. Ten aanzien van de zonnepanelen zelf kan redelijkerwijs worden gesteld, dat geen milieuhinder (geluid, geur of stof) te verwachten is. Voor de bijbehorende transformators kan enige geluidproductie overdag worden verwacht. Deze zijn het best vergelijkbaar met de in de VNG-brochure vermelde categorie ‘elektriciteits- distributiebedrijven 10 tot 100 MVA’.

Het totale transformatorvermogen bedraagt namelijk 35 MVA Projectgerelateerd 5 februari 2024 BI7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 30 (behorende bij een piekvermogen van de panelen van 39 MWp) en dit betreffen 10 afzonderlijke transformatoren verspreid over het terrein met elk 3, 5 MVA vermogen. Daarnaast zal het gecontracteerde aansluitvermogen op het net maximaal 20 MVA bedragen. In onderstaande tabel zijn de bijbehorende richtafstanden per aspect aangegeven. Omschrijving Afstanden in meters Geur Stof Geluid Gevaar Elektriciteits- distributiebedrijven 10 tot 100 MVA 0 0 50 30 De richtafstanden van de transformatoren tot omliggende woningen dient daarmee in beginsel ten minste 50 meter te bedragen. De dichtstbijzijnde woning ligt op een afstand van ten minste 50 meter van de rand van de voorgenomen zonneweide. De afstand tussen de woning en de transformatoren is groter. De transformatoren liggen achter de te realiseren wal rond de zonneweide. De zonneweide ligt daarmee op een grotere afstand dan de richtafstand van 50 meter. Overige woningen en gevoelige functies liggen op nog grotere afstand. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de afwijking van de beheers- verordening ten behoeve van de realisatie van de zonneweide. 5.

13 Conclusie De in dit hoofdstuk behandelde relevante milieu- en omgevingsaspecten tonen aan dat geen sprake is van belemmeringen voor de realisatie van de zonneweide. De zonneweide is in relatie tot de milieu- en omgevingsaspecten planologisch inpasbaar. Projectgerelateerd 5 februari 2024 BI7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 31 6 Uitvoerbaarheid 6. 1 Economische uitvoerbaarheid Zonneweide De Hoop wordt in 100% eigen beheer van Steenergie Blokzijl BV ontwikkeld. In de fase naar de vergunning toe is hiervoor lokaal risicovol vermogen opgehaald om de aanloopkosten te financieren. De wijze waarop hier na verlening van de vergunning vorm aangegeven wordt staat verder omschreven in het document ‘Lusten’ (bijlage 11) . De zonneweide is economisch uitvoerbaar door het succesvol verkrijgen van een SDE++ subsidie, welke een garantieprijs geeft voor de elektriciteitslevering. Steenergie Blokzijl BV vraagt deze medio 2024 na de vergunningverlening aan. Een financiering voor een zonnepark is alleen mogelijk met behulp van een SDE++ subsidie, omdat dit financiers zekerheid geeft over de inkomsten. . In het voorgenomen scenario zitten nog een aantal onzekerheden die bij een ontwikkeling van een hernieuwbaar energieproject pas vastgesteld kunnen worden op het moment van investering.

Rente van een lening, hoogte van de aansluitkosten maar ook de hoogte van de SDE++ subsidie op het moment van vergunningverlening spelen hierin een rol. Deze onzekerheden worden gemitigeerd door het aanvragen van de juiste hoogte van de SDE++ subsidie. 6. 2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Op grond van artikel 2. 1 lid 1 onder a Wabo is het verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, waarin een bouwwerk wordt gebouwd dat in strijd is met een beheersverordening. De locatie waar de zonneweide is voorzien ligt in de Beheersverordening ‘Buitengebied Steenwijkerland 2014’, die door de gemeente Steenwijkerland is vastgesteld op 9 december 2014. De locatie heeft de enkel bestemming ‘Agrarisch’. De bouw van de zonneweide, is op grond van de geldende planregels dus niet toegestaan. Het planvoornemen is strijdig met het planologische kader. Dit betekent dat voor het strijdig gebruik een omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking (art. 2. 12 lid 1, sub a onder 3 Wabo) is vereist. Deze vergunning kan slechts worden verleend indien de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat.

In het kader van de uitgebreide afwijkingsprocedure worden de aanvraag, de ontwerpbeschikking en de bijbehorende stukken gedurende een periode van 6 weken voor een ieder ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kunnen zienswijzen worden ingediend. Bij besluitvorming op de aanvraag van de omgevingsvergunning worden de zienswijzen beoordeeld. Tegen het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning kan vervolgens beroep worden ingesteld bij de rechtbank. Door Steenergie Blokzijl BV is op diverse momenten met de omgeving gesproken over de ontwikkeling van de zonneweide op deze locatie. Aanbevelingen vanuit omwonenden zijn waar mogelijk meegenomen. Steenergie Blokzijl BV wil met de omgeving in gesprek blijven, ook na het indienen van de aanvraag voor de omgevingsvergunning. Als lokale initiatiefnemer voor de realisatie van dit plan streeft Steenergie Blokzijl BV naar samenwerking met de omgeving en lokale partijen. Dit is vastgelegd in het participatiedocument (bijlage 10) . Financieel participeren door de omgeving is mogelijk en noodzakelijk en kan gedurende de exploitatie van de zonneweide. De revenuen van deze vorm van participatie zijn uitgewerkt in het document “Lusten” (bijlage 11) .

Projectgerelateerd 5 februari 2024 BI7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 32 Daarnaast zal Steenergie Blokzijl BV, in overeenstemming met het gemeentelijk beleidskader ‘Beleidskader Ruimte voor zonnepanelen op (Steenwijker) land’, een deel van de winst afdragen aan het gebied rondom de zonneweide. Dit zal minimaal €1. 000, - per megawattpiek per jaar zijn, over een periode van 15 jaar. Hiervoor wordt een omgevingsfonds opgericht waarmee in samenspraak met de inwoners van Blokzijl wordt geïnvesteerd in de omgeving. 7 Conclusie Steenergie Blokzijl BV is voornemens een zonneweide te ontwikkelen ten noordwesten van Blokzijl, tussen de wegen Uiterdijkenweg en de Kuinderdijk in de provincie Overijssel. Hiermee wordt invulling gegeven aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente Steenwijkerland. De ruimtelijke en functionele aspecten van het plan leveren geen strijdigheid op met de beleidskaders van Rijk en provincie. Ten aanzien van de beleidskaders op gemeentelijk niveau kan ook gesteld worden dat het aansluit op de gemeentelijke beleidslijn om de realisatie van de zonneweide mogelijk te maken. In het gemeentelijk beleidskader is het gebied aangewezen als ‘overig gebied’ waar zonneparken mogelijk zijn.

Vanuit de vigerende beleidskaders moet geconcludeerd worden dat er geen belemmeringen bestaan voor het toekomstig gebruik en dat deze goed inpasbaar en verenigbaar is met de andere aanwezige belangen in het gebied. De realisatie is getoetst aan alle relevante milieu- en omgevingsaspecten. Uit de uitgevoerde onderzoeken is gebleken dat de ontwikkeling niet leidt tot aantasting van het milieu. De afwijking van het vigerende bestemmingplan is aanvaardbaar, de ontwikkeling sluit aan bij de beleidsdoelen en getuigt van een goede ruimtelijke ordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/761b7423-b07d-44a1-a598-4c21958616b0?agendaItemId=5988e4ab-cc67-4709-b982-cf77247af663