CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing zonneweide de Hoop 20240206 (geanonimiseerd)

Politieke Markt 3 september 2024, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Tijdelijke omgevingsvergunning voor een zonnepark ten noordwesten van Blokzijl11.592 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAPPORT Ruimtelijke onderbouwing Zonneweide De Hoop, Gemeente Steenwijkerland Steenergie Blokzijl BV Klant: Referentie: BI7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 Status: Datum: Definitief/1 5 februari 2024 Projectgerelateerd Wor HaskoningDHV HASKONINGDHV NEDERLAND B.V. Titel document: Ruimtelijke onderbouwing Ondertitel: Zonneweide De Hoop, Gemeente Steenwijkerland Referentie: Bl7/272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 Status: 1/Definitief Datum: 5 februari 2024 Projectnaam: Zonneweide De Hoop Projectnummer: Bl7272 Auteur(s): Gecontroleerd door: Opgesteld door: | mn Datum: 6 februari 2024 Goedgekeurd door: Datum: 6 februari 2024 Classificatie Projectgerelateerd Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakeljkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderzins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat.

5 februari 2024 BIJ7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 i (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd)(geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) Projectgerelateerd 5 februari 2024 BI7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 1 Inhoud 1 Inleiding 3 1. 1 Aanleiding 3 1. 2 Ligging en begrenzing plangebied 3 1. 3 Leeswijzer 4 2 Planologisch kader 5 2. 1 Geldende Beheersverordening 5 2. 2 Afweging planologische toelaatbaarheid 5 3 Project- en gebiedsbeschrijving 6 3. 1 Beschrijving van het project 6 3. 2 Beschrijving van het gebied 7 3. 3 Landschappelijke inpassing 8 4 Beleidskader 10 4. 1 4. 1. 1 4. 1. 2 4. 1. 3 4. 1. 4 4. 1. 5 4. 1. 6 4. 1. 7 4. 2 4. 2. 1 4. 2. 2 4. 2. 3 4. 2. 4 4. 3 4. 3. 1 4. 3. 2 4. 3.

3 Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Ladder voor duurzame verstedelijking Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Energieakkoord voor duurzame groei Rijkssubsidie duurzame energie Conclusie Provinciaal beleid Handreiking zonnevelden Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Conclusie Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Steenwijkerland Beleidskader Ruimte voor zonnepanelen op (Steenwijker) land Conclusie 10 10 11 11 11 12 12 12 12 12 14 15 20 20 20 20 22 5 Milieu- en omgevingsaspecten 23 5. 1 Inleiding 23 5. 2 Water 23 5. 3 Bodem 24 5. 4 Archeologie 25 5. 5 Ecologie 25 Projectgerelateerd 5 februari 2024 BI7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 2 5. 6 5. 7 5. 8 5. 9 5. 10 5. 11 5. 12 5. 13 M. e. r. -beoordeling Verkeer Geluid Externe veiligheid Lichtreflectie Lucht Milieuzonering Conclusie 27 27 28 28 28 28 28 30 6 6. 1 6.

2 Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid 31 31 31 7 Conclusie 32 Bijlagen: B1 Situatietekening B2 Uitvoeringstekening Frame B3 Maatvoering Compactstation B4 Datasheet zonnepanelen B5 Bodemonderzoek B6 Aeriusberekening B7 Natuurtoets Zonneweide De Hoop B8 Landschapsplan Zonneweide De Hoop B9 Watertoets B10 Participatieverslag 2021 – 2023 B11 Financiële participatie/lokaal eigendom Projectgerelateerd 5 februari 2024 BI7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 3 1 Inleiding 1. 1 Aanleiding Steenergie Blokzijl BV is als werkmaatschappij van Coöperatie Steenergie voornemens in 100 % lokaal eigendom een zonneweide te ontwikkelen ten noordwesten van Blokzijl, tussen de wegen Uiterdijkenweg en de Kuinderdijk in de provincie Overijssel. Hiermee wordt invulling gegeven aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente Steenwijkerland. De Beheersverordening ‘ Buitengebied Steenwijkerland 2014’, die door de gemeente Steenwijkerland is vastgesteld op 9 december 2014, staat de realisatie van een zonneweide niet toe. Om het planvoornemen planologisch in te passen wordt een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan aangevraagd. Uit artikel 2. 12, lid 1, aanhef en onder a, onder 3º Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) volgt dat hiervoor een ruimtelijke onderbouwing moet worden opgesteld.

Dit rapport is de ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van de aanvraag omgevingsvergunning. 1. 2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied ligt ten noordwesten van Blokzijl, dat behoort tot de gemeente Steenwijkerland, in Overijssel. De zonneweide is voorzien tussen de Uiterdijkenweg en de Kuinderdijk, ten oosten, noorden en westen van de boerderij De Hoop. De locatie is weergegeven in afbeelding 1. Afbeelding 1: Ligging plangebied Projectgerelateerd 5 februari 2024 BI7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 4 1. 3 Leeswijzer Hoofdstuk 2 behandelt de vigerende beheersverordening. Hoofdstuk 3 geeft een project- en gebiedsbeschrijving. Hoofdstuk 4 zet het vigerend beleid op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau uiteen. In hoofdstuk 5 worden de milieu- en omgevingsaspecten behandeld. Hoofdstuk 6 geeft een toelichting op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 7 bevat de conclusie. Projectgerelateerd 5 februari 2024 BI7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 5 2 Planologisch kader 2. 1 Geldende Beheersverordening Op de locatie waar de zonneweide is voorzien geldt de Beheersverordening ‘Buitengebied Steenwijkerland 2014’, die door de gemeente Steenwijkerland is vastgesteld op 9 december 2014. De locatie heeft de enkel bestemming ‘Agrarisch’. De bouw van de zonneweide, is op grond van de geldende planregels dus niet toegestaan. Afbeelding 2 bevat een uitsnede van het Beheersverordening.

Afbeelding 2: Uitsnede beheersverordening ‘Buitengebied Steenwijkerland 2014’, die door de gemeente Steenwijkerland is vastgesteld op 9 december 2014. 2. 2 Afweging planologische toelaatbaarheid Het planvoornemen is op basis van de beschrijving in hoofdstuk 3 strijdig met het planologische kader. Dit betekent dat voor het aspect afwijken van de Beheersverordening een omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking (artikel 2. 12 lid 1, sub a onder 3 Wabo) is vereist. Met dit rapport wordt de planologische inpasbaarheid onderbouwd. Projectgerelateerd 5 februari 2024 BI7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 6 3 Project- en gebiedsbeschrijving 3. 1 Beschrijving van het project De zonneweide bestaat uit: Circa 55. 000 tot 60. 000 panelen (afhankelijk van het uit eindelijk geselecteerde paneel type) Circa 90 omvormers (te plaatsen onder de panelen) Circa 10 compact stations met transformatoren Inkoopstation netbeheerder Oppervlakte circa 30, 0 ha (in een totaal plangebied van circa 41, 5 ha) Totaal vermogen circa 39 MWp • • • • • • De beoogde zonneweide heeft een oppervlakte van circa 30, 0 ha (inclusief beheerpaden) in een totaal plangebied van circa 41, 5 ha. In totaal kunnen hier naar verwachting 55. 000 tot 60. 000 panelen geïnstalleerd worden, met een totaal vermogen van circa 39 MWp.

Hiermee wordt op jaarbasis, uitgaande van 900 vollasturen, 36, 000 MWh aan duurzame elektriciteit opgewekt. Het exacte aantal panelen en te plaatsen vermogen is afhankelijk van de technische ontwikkelingen. Panelen worden op dit moment steeds groter en krijgen hogere piekvermogens. Dit heeft echter geen invloed op het aanzicht van de tafels met panelen en de indeling van het terrein. De zonneweide volgt de contouren van het terrein en heeft daarom een zuidoostelijk georiënteerde opstelling. De opstellingen (tafels) met zonnepanelen hebben een hoogte van maximaal 2, 5 meter en krijgen een hellingshoek van circa 15°. Een compact station is circa 2, 5 bij 3 meter, met een maximale hoogte van 2, 5 meter. Rondom de zonneweide wordt een circa 1, 5 meter hoog dijkje aangelegd voor de landschappelijke inpassing. Om het zicht vanaf de Kuinderdijk nog meer te beperken wordt op het dijkje een struweelhaag, bestaande uit een combinatie van Sleedoorn, Gelderse roos en Vuilboom, aangeplant. De zonneweide wordt omheind met een rasterhek waar kleine dieren doorheen kunnen. Verder wordt er een bloem- en kruidenrijkmengsel ingezaaid naast de taluds. Afbeelding 3: Situering zonneweide Projectgerelateerd 5 februari 2024 BI7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 7 De zonneweide heeft een exploitatieperiode van 25 jaar.

Na dit tijdspad wordt het totale plangebied teruggebracht naar de huidige staat, zodat het weer in gebruik genomen kan worden voor agrarische doeleinden. Dit omvat een volledige ontmanteling van de zonnepanelen inclusief fundering, daarbij horende installaties, hekwerk, etc. De situering van de zonneweide op het terrein ten noordwesten van Blokzijl staat in afbeelding 3. Deze afbeelding is indicatief voor zover het betreft de positionering van de opstellingen met zonnepanelen en het compact station incl. transformator. Nadere uitwerking van het project geschiedt binnen de hiervoor beschreven randvoorwaarden en binnen het aangeduide plangebied. Steenergie Blokzijl BV heeft contact gehad met de netbeheerder Liander. Het netwerk beschikt nog over capaciteit voor aansluiting van de zonneweide. Aansluiting vindt plaats op het dichtstbijzijnde onderstation, Luttelgeest. 3. 2 Beschrijving van het gebied De zonneweide is voorzien ten noordwesten van Blokzijl, ten noorden, oosten en westen van de boerderij De Hoop. Het plangebied is in agrarisch gebruik. In de zuidrand van het plangebied is een cluster van gebouwen aanwezig. Langs de grenzen van de aanwezige bebouwing staan bomenrijen. Binnen het plangebied en aan de west- en noordranden van het plangebied zijn ontwateringssloten aanwezig. Verder ten noorden en oosten van het plangebied ligt de Kuinderdijk.

Voorbij de dijk zijn de Natura 2000- gebieden de Wieden en de Weerribben gelegen. Afbeelding 4: Indruk van de huidige situatie van de locatie. Projectgerelateerd 5 februari 2024 BI7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 8 Het plangebied bevat weinig kruiden. De afwateringssloten hebben weinig water- of oevervegetatie als gevolg van beheer en hebben steile oevers. In afbeelding 4 is een impressie van het plangebied en de omgeving weergegeven. 3. 3 Landschappelijke inpassing De landschappelijke inpassing en inrichting van de zonneweide is beschreven in het landschapsplan ‘Landschapsplan Zonneweide De Hoop’ (zie bijlage 8) . In dit hoofdstuk worden de hoofdpunten van de landschappelijke inpassing toegelicht. De zonnepanelen worden opgesteld in lange rijen, met oriëntatie op zuid en zuidoosten, parallel aan de zuidrand van het plangebied. De onderkant van de panelen ligt op minimaal 0, 7 m boven maaiveld; de bovenkant van de panelen komt maximaal 2, 5 m boven maaiveld. De uitvoering van de rijen in zuidopstelling betekent dat de grond niet wordt afgedekt met de panelen (zoals bij een oost-westopstelling) maar is er altijd daglicht op de bodem. Dit wordt versterkt door individuele kieren tussen de zonnepanelen, waar water en licht doorgelaten wordt. Hierdoor zal de ontwikkeling van de grasvegetatie overal mogelijk blijven.

Voor de landschappelijke inpassing worden de volgende maatregelen getroffen: Dijkje rondom de zonneweide Rondom de zonneweide wordt een laag dijkje, van circa 1, 5 m hoog, aangelegd. Dit dijkje verwijst naar de dijken die vroeger aangelegd werden voor bevordering van de aanwas van gronden, zoals de strandwallen en strandvlakten in Kuinderdijk. Dit dijkje wordt ervoor dat vanaf de Uiterdijkenweg en de Steenwijkerweg (N333) nagenoeg geen zicht is op de zonnepanelen, mede door de hogere ligging van het maaiveld ten opzichte van deze wegen in combinatie met de hoogte van het dijkje. Struweelhaag op het dijkje De aanleg van een struweelhaag, bestaande uit een combinatie van Sleedoorn, Gelderse roos en Vuilboom, op het dijkje betekent dat er in korte tijd struiken van circa 3, 5 m hoogte zijn. Vanaf de omgeving valt het zicht op de zonneweide geheel weg. Bovendien blijft het zicht over het dijkje met de struiken behouden en zijn bijvoorbeeld de boerderijen met erfbeplanting langs de Kuinderdijk zichtbaar vanaf de Uiterdijkenweg. Natuurontwikkeling Het dijkje rondom de zonneweide biedt met de hellingen vele gradiënten waar natuurontwikkeling plaats kan vinden. Het dijkje grenst over nagenoeg het gehele traject aan watergangen.

Alle watergangen krijgen aan de zijde van het dijkje een glooiende oever, waar de hier thuishorende natuurontwikkeling bevorderd wordt (natuurvriendelijke oevers) . Bij het nadere ontwerp en de realisatie van de natuurvriendelijke oever zal onderzocht worden of het vanuit waterkundig oogpunt mogelijk is om een zone geschikt voor rugstreeppadden aan te leggen als onderdeel van deze natuurvriendelijke oever. Het is op dit moment echter moeilijk vast te stellen of dit mogelijk is gezien de lokaal lage waterstanden in de watergangen gedurende de zomerperiode. In de zone tussen de zonneweide en de Uiterdijkenweg wordt de inrichting en het beheer gericht op natuurontwikkeling, zodat hier een kruidenrijke graslandvegetatie zal ontstaan dat kenmerkend is voor strandvlakte en strandwal. Het beheer zal gericht zijn op akkervogelgebied. vooraf wordt de bodem geploegd en het bovenste deel licht opgeruwd. Dit vormt het kiembed voor de zaden die reeds in de bodem zitten. Indien die onvoldoende groei geven zal ingezaaid worden met passend biologisch inheems kruidenmengsel. De bodem wordt niet meer bemest en het beheer is extensief door 1x maaien per jaar, waarbij het maaisel in het najaar wordt afgevoerd. Er zal géén begrazing door schapen plaatsvinden.

• • • Projectgerelateerd 5 februari 2024 BI7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 9 • Recreatieve ontsluiting Om de recreatieve verbinding tussen de Kuinderdijk en de Uiterdijkenweg mogelijk te maken wordt de afrit van de dijk en de toegangsweg vanaf de weg met elkaar verbonden door een onverhard wandelpad. Voorzieningen zonneweide De noodzakelijke voorzieningen voor het functioneren van de zonneweide wordt afgestemd op de landschappelijke en functionele kenmerken van de omgeving. Maatschappelijke meerwaarde Met de ontwikkeling van de zonneweide wordt bijgedragen aan een aantal maatschappelijke meerwaarden zoals beschreven in het Landschapsplan. • • Uitgangspunt is dat het gebied weer in oorspronkelijke staat teruggebracht wordt, waaronder het verwijderen van de struikenrij op de wal en het verwijderen van de wal door de grond hiervan te verspreiden over aangrenzende gronden. Ook de kavels met natuurlijke vegetatie langs de Uiterdijkenweg zullen weer beschikbaar worden voor landbouw. Hiermee wordt aangesloten bij het provinciaal beleid. Als er in de komende decennia nieuwe ontwikkelingen hebben plaatsgevonden of maatschappelijke visies zijn veranderd, zal bij het beëindigen van het project afstemming vereist zijn. Het kan hierbij gaan over o. a. de natuurwaarden op de wal en/of de struikenrij, de natuurontwikkeling in de grasvegetatie van de zonneweide en het waterlopensysteem.

Ook de ontwikkeling van de aangrenzende functies kunnen hierbij van invloed zijn. Ten behoeve van het terugbrengen in de oorspronkelijke staat zal te zijner tijd een ecologisch verkennend onderzoek/Natuurtoets worden uitgevoerd om de ecologische status van het gebied op dat moment vast te stellen. Indien zich in de tussen tijd soorten gevestigd hebben, die met de dan geldende wetgeving beschermd zijn, zal in overleg met de bevoegde instanties een compensatie- en mitigatieplan worden opgesteld. Projectgerelateerd 5 februari 2024 BI7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 10 4 Beleidskader 4. 1 Rijksbeleid 4. 1. 1 Nationale Omgevingsvisie In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bevat de hoofdzaken van het strategisch beleid. Vanuit de NOVI geeft het Rijk kaders en richting voor zowel nationale als decentrale keuzes. Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. In de NOVI wordt gesproken over een ‘omgevingsinclusief’ beleid. De NOVI beschrijft enerzijds een toekomstperspectief met ambities en anderzijds de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven. Deze opgaven zijn het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.

Waar de opgaven vragen om een geïntegreerde benadering, komen deze samen in vier prioriteiten. Op deze vier prioriteiten zijn beleidskeuzes gemaakt. De vier prioriteiten zijn: 1) Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. 2) Duurzaam economisch groeipotentieel. 3) Sterke en gezonde steden en regio’s. 4) Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De NOVI sluit aan bij de Parijse klimaatdoelstelling om in 2050 vrijwel geheel klimaat neutraal te zijn. De ambitie is om in 2050 een economie te hebben die 100 procent circulair is met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in de leefomgeving. De NOVI ziet het van nationaal belang om de internationale afgesproken doelen te behalen. De opgave is dan ook om de broeikasgassen, ten opzichte van 1990 te reduceren met tenminste 49 procent in 2030 en met 95 procent in 2050. Een andere opgave is het vervangen van fossiele energiebronnen door duurzame bronnen. Bovenstaande opgaven vallen binnen prioriteit 1 ‘Ruimte voor klimaatadaptatie energietransitie’. In beleidskeuzes van deze prioriteit wordt benoemd dat overheden, marktpartijen en maatschappelijke organisaties samenwerken aan het bijtijds halen van doelstellingen, die in het Klimaatakkoord zijn bepaald. Het Nationaal Programma RES vormt een platform voor onderling samenwerken, vergelijken, leren en uitdagen.

De energietransitie kan een hefboom zijn voor kwaliteitsverbetering, zowel ruimtelijke als bijvoorbeeld voor ecologische, economische of sociale verbeteringen. Zonneparken kunnen bijvoorbeeld economische dragers voor het landelijk gebied worden. Daarnaast moeten zonneparken in het landschap worden ingepast. De afwegingprincipes van de NOVI leiden tot een voorkeur voor zonnepanelen op daken en gevels van gebouwen. Vanuit diezelfde principes hebben daarna onbenutte terreinen in bebouwd gebied de voorkeur. Om aan de gestelde energiedoelen te voldoen, kan blijken dat ook locaties in het landelijk gebied nodig zijn. In de NOVI wordt de ambitie uitgesproken dat in 2050 de Parijse Klimaatdoelstellingen worden behaald. De zonneweide Blokzijl draagt bij aan de reductie van broeikasgassen. Daarnaast draagt het voorgenomen plan met de bijbehorende landschappelijk inpassing bij aan de ruimtelijke en ecologische kwaliteitsverbeteringen van het landschap waarmee het past binnen de doelstelling van de NOVI. Projectgerelateerd 5 februari 2024 BI7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 11 4. 1. 2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. In de SVIR schetst het Rijk haar ambities voor Nederland in 2040.

Dit doet het Rijk op basis van de (inter) nationale ontwikkelingen die de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven zowel bovengronds als ondergronds richting 2040 bepalen. Zo werkt het Rijk aan een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Het Rijk kiest drie doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028) : Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk- economische structuur van Nederland; Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. • • • Het Rijk zet in op transitie naar een duurzame, hernieuwbare energievoorziening en het geschikt maken van de elektriciteitsinfrastructuur op de langere termijn voor meer decentrale opwekking van elektriciteit. In de Structuurvisie wordt aangegeven dat het aandeel duurzame energiebronnen als wind, zon, biomassa en bodemenergie in de totale energievoorziening omhoog moet. De ambitie is dat Nederland in 2040 een robuust internationaal energienetwerk kent en dat de energietransitie ver gevorderd is. Het is primair de taak van provincies en gemeenten om voldoende ruimte te bieden voor duurzame energievoorzieningen zoals zonne-energie.

Het planvoornemen is daarmee volledig in lijn met het SVIR. 4. 1. 3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is als motiveringseis opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) . In het Bro staat dat indien sprake is van een stedelijke ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering is vereist waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ is daarbij als volgt gedefinieerd: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. ’ Gelet op jurisprudentie (ABRvS 23 januari 2019; ECLI: NL: RVS: 2019: 178) kan worden geconcludeerd dat een zonneweide geen stedelijke ontwikkeling is. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat een zonneweide, net als een windturbinepark, zich bij uitstek niet goed leent om binnen bestaand stedelijk gebied te worden gerealiseerd. De toepasselijkheid van de ladder voor duurzame verstedelijking als bedoeld in artikel 3. 1. 6, tweede lid, van het Bro op een dergelijke voorziening zou daarentegen juist tot gevolg hebben dat het bevoegde bestuursorgaan telkens zou moeten motiveren waarom deze voorziening niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien.

Dit vindt de Afdeling in het licht van het doel en de strekking van de ladder voor duurzame verstedelijking een onlogische consequentie. Een zonneweide betreft dus geen nieuwe stedelijke ontwikkeling die aan de Ladder voor duurzame verstedelijking moet worden getoetst. 4. 1. 4 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het Barro bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen (zoals opgenomen in de SVIR) dat noodzakelijk maken. De zonneweide raakt Projectgerelateerd 5 februari 2024 BI7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 12 geen van de onderwerpen in het ruimtelijke Rijksbeleid, daarom verzet het ruimtelijke Rijksbeleid zich niet tegen de ontwikkeling van een zonneweide op deze locatie. 4. 1. 5 Energieakkoord voor duurzame groei In 2013 hebben 47 partijen, waaronder de overheid, werkgevers, vakbeweging, natuur- en milieuorganisaties, maatschappelijke organisaties en financiële instellingen zich aan het Energieakkoord voor duurzame groei verbonden. Het Energieakkoord voor duurzame groei vormt de basis voor een breed gedragen, robuust en toekomstbestendig energie- en klimaatbeleid.

In dit akkoord zijn de volgende doelen geformuleerd: Een besparing van energieverbruik met gemiddeld 1, 5%; 100 petajoule energiebesparing per 2020; Een toename van het aandeel duurzame energie naar 14% van het totale jaarverbruik in Nederland in 2020 met een doorgroei naar 16% in 2023; Het creëren van ten minste 15. 000 voltijdsbanen binnen de duurzame energiesector. - - - - De zonneweide levert een bijdrage aan de doelstelling van het Rijk om tot een toename van 16% duurzame energie in 2023 te komen. Concluderend kan gesteld worden dat het project binnen het energiebeleid van het Rijk past, zoals dat is neergelegd in het Energieakkoord. 4. 1. 6 Rijkssubsidie duurzame energie De afgelopen jaren heeft de overheid diverse doelstellingen geformuleerd betreffende het opwekken van duurzame energie. Om deze doelstellingen te behalen worden initiatieven voor het opwekken van duurzame energie gesubsidieerd. Voor de realisatie van zonneparken kan SDE++ subsidie worden aangevraagd. 4. 1. 7 Conclusie Het planvoornemen is in overeenstemming met het Rijksbeleid benoemd in de NOVI, SVIR, het Bro en het Barro. De realisatie van de zonneweide levert een bijdrage aan de doelstellingen zoals beschreven in het Energieakkoord voor duurzame groei. 4. 2 Provinciaal beleid 4. 2. 1 Handreiking zonnevelden De provincie Overijssel heeft op 21 april 2020 de ‘Handreiking zonnevelden’ vastgesteld.

De afgelopen jaren is het aantal projecten voor zonnevelden snel gegroeid. Praktijkervaringen, scherper geformuleerd rijksbeleid en nieuwe kennis gaven aanleiding de handreiking uit 2017 te vervangen. In de nieuwe handreiking is, conform het coalitieakkoord, een striktere toepassing van de zonneladder opgenomen. Onderdelen uit de toelichting bij artikel 2. 1. 8 van de Omgevingsverordening Overijssel worden in de ‘Handreiking zonnevelden’ voorzien van uitleg. Met deze handreiking geeft de provincie richting aan de ontwikkeling van nieuwe zonneparken in de groene omgeving. Het is een hulpmiddel voor initiatiefnemers, omwonenden van een zonneweide en voor gemeenten om hen te ondersteunen bij de ruimtelijke afweging voor zonneparken, bij het gesprek over het realiseren van voldoende en passende kwaliteit en het ontwerp van een kwalitatief goede zonneweide. Projectgerelateerd 5 februari 2024 BI7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 13 Vanuit de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik hanteert de provincie voor zonneparken de ‘of, waar en hoe’ methode. Gezien de noodzaak om de doelen voor opwek van hernieuwbare energie te behalen zijn zonneparken benodigd, ook binnen de groene omgeving. De ‘of’-vraag is daarmede door de provincie al beantwoord. De locatiebepaling (‘waar’-vraag) van zonneparken wordt bepaald aan de hand van de Zonneladder.

Naar aanleiding van het coalitieakkoord is een aanscherping van de ladder tot stand gekomen. Het uitgangspunt hierbij is een multifunctionele invulling van de ruimte, met stimuleren bij trede 1 en combineren bij trede 2. Mits door gemeente en initiatiefnemer aangetoond wordt dat trede 1 en 2 niet mogelijk zijn, komt trede 3 in aanmerking. Trede 1: Bij de Zonneladder gaat de voorkeur in eerste instantie uit naar zonnepanelen op gebouwen of andere bouwwerken. Ook heeft de provincie oog voor gebieden zoals braakliggende gronden, bedrijventerreinen en parkeerplaatsen. Trede 2: In het kader van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik streeft de provincie Overijssel naar het combineren van zonne-energie met andere functies. Aan dorpsranden wordt combinatie gezocht met bijvoorbeeld extensivering van de landbouw, landschapsherstel, klimaatadaptatie en biodiversiteit. In de groene omgeving sluiten zonneparken aan op gebiedsontwikkelingen of vormen zij een energielandschap in combinatie met sociale en maatschappelijke doelen. Trede 3: Landbouwgronden van goede kwaliteit en monofunctionele zonneparken, primair gericht op het opwekken van hernieuwbare-energie, worden zoveel mogelijk vermeden. Voor trede 2 en 3 geldt dan bij zonneparken maximaal 80 procent beschikbaar wordt gesteld voor zonne- panelen.

De overige 20 procent staat in het teken van landschappelijke inpassing met groen en/of water. De invulling van de gebieden (‘hoe’-vraag) komt tot stand uit vier principes uit het provinciaal beleid. Deze zijn vastgelegd in Kwaliteitsimpuls zonneparken. Dit zijn: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (meervoudig ruimtegebruik en tijdelijkheid) ; Passend in of bijdragend aan het landschap (schaal, kwalitatieve bijdrage, beleving en aansluiting op omgeving) ; Beperken en compenseren van de effecten op landschap en ecologie (80 - 20 regel, toetreding van lucht, licht en water op de grond, en behoud van waterkwaliteit) ; Evenwichtige verdeling van lusten en lasten door realisatie van maatschappelijke meerwaarde. - - - - Volgens de Zonneladder staat dit initiatief op trede 3. In het beleidskader “ruimte voor zonnepanelen op Steenwijkerland” is geanalyseerd dat naast het opwekken van zonne-energie op daken en binnen stedelijk gebied circa 125 ha. zonnepark in trede 3 noodzakelijk is. Voor de ontwikkeling van een zonneweide in trede 3 geldt dat er maximaal 80% van het plangebied beschikbaar gesteld mag worden voor zonnepanelen, en 20% van het plangebied ingericht dient te worden met groen en/of water. Het gehele plangebied beslaat 41, 5 hectare binnen het oorspronkelijke 61 ha grote zoekgebied tussen de Kuinderdijk en de Uiterdijkenweg.

Hiervan wordt 30 hectare ingericht ten behoeve van de plaatsing van zonnepanelen met beheerpaden. Daarnaast is 3, 5 ha gereserveerd voor de watergangen en de landschappelijke inpassing door een dijk met struweelbeplanting. Bovendien wordt ten oosten van de zonneweide een gebied van ca. 8 ha ingericht als natuurgebied. Het deel dat wordt ingericht ten behoeve van landschap en natuur (incl. beheerpaden) is circa 14, 5 ha hectare (35 %) . Hiermee wordt voldaan aan de voorwaarden van de zonneladder. Projectgerelateerd 5 februari 2024 BI7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 14 4. 2. 2 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel Provinciale Staten hebben op 12 april 2012 de Omgevingsvisie 2017 Beken kleur en Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. In de periode vanaf 2017 zijn een aantal actualisaties vastgesteld. Voor deze ruimtelijke onderbouwing is gebruik gemaakt van de geconsolideerde Omgevingsvisie vanaf 2017 en de geconsolideerde Omgevingsverordening vanaf 2017. De provincie Overijssel heeft doelen en ambities gesteld ten aanzien van de energietransitie. Zij wil zorgvuldiger omgaan met energie en deze op een duurzamere manier opwekken. De ambitie voor 2023 is om 20 procent van de energie op te wekken met hernieuwbare energiebronnen. Voor het jaar 2030 is dit 30 procent.

De provincie stuurt aan op verschillende manieren van energieopwekking, zoals bodemenergie, zonne-energie en bio-energie. De voorkeur gaat daarbij voornamelijk naar zonne- en windenergie. De provincie stuurt niet aan op een vaste energiemix om de ambities te verwezenlijken. Wel geeft zij aan dat zonne-energie onmisbaar is om te komen tot de gestelde doelstellingen voor 2023 en 2030. Ten aanzien van zonne-energie heeft de provincie Overijssel een aantal fondsen en subsidies ter beschikking gesteld, zoals Energiefonds Overijssel en Programma Nieuwe Energie Overijssel. Gezien de beperkte mogelijkheden van energieopwekking uit hernieuwbare bronnen binnen de bestaande bebouwde omgeving, staat de provincie Overijssel open voor ontwikkeling van zonne-initiatieven in de Groene Omgeving. Het gaat hierbij om de realisatie van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen (hierna zonneparken) voor een periode van maximaal 25 jaar. Na deze periode dient de zonneweide teruggebracht te worden naar de oorspronkelijke staat, zodat deze daarna weer in gebruik genomen kan worden voor de daartoe bestemde functie. Nieuwe zonneparken dienen te voorzien in een maatschappelijke meerwaarde. Daarnaast is investering in ruimtelijke kwaliteit, zoals nieuwe landschappelijke elementen, natuur en water, een vereiste om de impact op de ruimte te compenseren.

In de Omgevingsverordening Overijssel 2017 is dit vastgelegd in artikel 2. 1. 8 Kwaliteitsimpuls zonneparken. Afbeelding 5 Regels zonneparken in de provincie Overijssel (Bron: artikel 2. 1. 8 lid 2 Omgevingsverordening Overijssel 2017) . Artikel 2. 1. 8. 2 Realisatie zelfstandige opstelling zonnepanelen lid 1: In de Groene Omgeving mogen zelfstandige opstellingen van zonnepanelen uitsluitend worden toegestaan als tijdelijk (mede) gebruik van de gronden. lid 2: Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in de opstelling van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen in de Groene Omgeving als de maatschappelijke meerwaarde is aangetoond én is aangetoond dat het verlies van ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. lid 3: De maatschappelijke meerwaarde als bedoeld in lid 2 dient te worden onderbouwd vanuit de volgende criteria: a. de mate waarin sprake is van meervoudig ruimtegebruik; b. maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken en/of te compenseren; c. de mate waarin wordt aangesloten op de karakteristieken van het gebied; d. de bijdrage die geleverd wordt aan maatschappelijke doelen.

lid 4: In aanvulling op het gestelde onder 2 geldt voor nieuwe ontwikkelingen die plaatsvinden op gronden die vallen binnen het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water en die niet zijn aangeduid als Natuurnetwerk Nederland (NNN) , geldt de voorwaarde dat de compensatie door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving gericht dienen te zijn op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap. Projectgerelateerd 5 februari 2024 BI7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 15 Artikel 2. 1. 8 lid 2 van de Omgevingsverordening Overijssel 2017 bevat regels over het zelfstandig opstellen van zonnepanelen. Deze worden hieronder nader toegelicht ten aanzien van voorliggend plan. 1. Tijdelijk (mede) gebruik Voorliggend plan voorziet in een zonneweide voor een periode van maximaal 25 jaar. Na de exploitatiefase worden de gronden hersteld naar de oorspronkelijke staat, zodat deze weer in gebruik genomen kunnen worden voor het daartoe bestemde. 2 en 3. Maatschappelijke meerwaarde én compensatie van landschappelijke en ecologische waarden De gemeente Steenwijkerland heeft een ambitie op het vlak van de opwek van duurzame energie. In de RES 1. 0 is hiervoor in regionaal verband aangegeven dat er ruimte is voor circa 125 hectare zonneweide. Er is daarmee een groot maatschappelijk belang voor het realiseren van zonneparken.

In het plangebied worden landschaps- en natuurwaarden toegevoegd langs de bestaande watergangen en langs de randen van de zonneweide. De watergangen langs de randen krijgen natuurvriendelijke oevers en rondom het terrein wordt een laag dijkje met struweelhaag aangelegd. Bovendien wordt de zone tussen de zonneweide en de Kuinderdijk als een natuurgebied ingericht en beheerd. Het beheer is gericht op een kruidenrijke grasvegetatie. 4. Het plangebied valt niet binnen het Ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water. 4. 2. 3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om de opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities van de provincie waar te maken bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie verschillende niveaus. Aan de hand van deze drie niveaus kan worden bepaald of er een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en of er behoefte aan is, waar het past in de Omgevingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. De volgende niveaus komen aan de orde: 1. Generieke beleidskeuzes (Of) 2. Ontwikkelingsperspectieven (Waar) 3. Gebiedskenmerken (Hoe) 1. Generieke beleidskeuzes (of) Met generieke beleidskeuzes wordt ingegaan op de vraag óf de ruimtelijke ontwikkeling in relatie staat met een maatschappelijke opgave. De keuzes vloeien voort uit Europees, landelijk of provinciaal beleid.

Ten aanzien van hernieuwbare energie en ontwikkeling van zonneparken bestaat een maatschappelijke opgave. Deze opgave is op landelijke en Europese schaal onder meer benoemd in het Klimaatakkoord van Parijs, het Nederlandse Klimaatakkoord en de Nationale omgevingsvisie. Op provinciaal en regionaal niveau is de opgave vastgelegd in de Omgevingsvisie en -verordening, de RES West Overijssel en Handreiking zonneparken Provincie Overijssel. In de concept RES West Overijssel (april 2020) is benoemd dat de gemeente Steenwijkerland voor de periode tot 2030 circa 171 GWh moet realiseren om de doelstellingen voor dat jaar te behalen. Zolang de energiedoelen niet behaald zijn, blijft deze vraag naar nieuwe zonne-initiatieven bestaan. 2. Ontwikkelperspectieven (Waar) De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene en stedelijke omgeving. Met de ontwikkelingsperspectieven wordt de ruimtelijke ontwikkelingsvisie van de provincie vormgegeven. De regels voor de ontwikkelingsperspectieven zijn vastgelegd in artikel 2. 1. 5 van de Omgevingsverordening. In dit artikel is bepaald dat gemotiveerd moet worden dat een voorziene ontwikkeling past binnen de vastgestelde Projectgerelateerd Wor HaskoningDHV ontwikkelingsperspectieven.

In de Handreiking zonnevelden is benoemd dat de locatiekeuze van zonneparken niet alleen afhankelijk is van de Zonneladder. In dat geval zijn zonneparken op bijna alle locaties mogelijk. Ook natuurwetgeving is van invloed op de locatiekeuze van zonneparken. Het is bijvoorbeeld niet wenselijk om een zonneweide te ontwikkelen in weidevogelgebied of het Natuurnetwerk Nederland. Binnen de Groene Omgeving (het buitengebied) hebben groene functies de prioriteit. Nieuwe ontwikkelingen dienen een meerwaarde te hebben voor de kwaliteit van onder meer landschap en natuur. Afbeelding 6: Uitsnede kaart ontwikkelperspectief, met het plangebied met het rode kruis weergegeven. Het plangebied valt onder het ontwikkelperspectief ‘Agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap’ (Bron: Omgevingsvisie Overijssel 2017). Het plangebied valt binnen het ontwikkelingsperspectief ‘Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap’ Binnen het ontwikkelingsperspectief ‘Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap’ krijgen modernisering en schaalvergroting van de landbouw en verduurzaming de ruimte, mits wordt voldaan aan de voorgeschreven kwaliteitsvoorwaarden. De provincie verstaat onder verduurzaming bijvoorbeeld het verwezenlijken van waterdoelen, een bijdrage aan de energietransitie en realiseren van natuuropgaven.

Hieronder wordt ook de opwekking van hernieuwbare energie door zonnepanelen verstaan. Ruimtelijke ontwikkelingen binnen deze zone mogen geen beperkende werking hebben op agrarische ontwikkelingsmogelijkheden en dienen aan te sluiten op bestaande bebouwing en wegstructuren. Voorliggend plan is passend binnen het ontwikkelperspectief ‘Agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap’. Het plan voorziet in de realisatie van een zonneweide. Binnen het plangebied wordt energie opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen. Bij de vormgeving van de zonneweide is aansluiting gevonden op de oude strandwal en strandvlakte, evenals op het bestaande verkavelingspatroon. De ontwikkeling van de zonneweide is van tijdelijke duur. Na de exploitatiefase wordt de zonneweide volledig ontmanteld, zodat het plangebied weer in gebruik genomen kan worden voor agrarische doeleinden. Met oog op de zichtbaarheid en beleefbaarheid van het landschap is rekening gehouden met de hoogte van de opstelling en wordt door de omringende lage dijk met struweelhaag de zonneweide grotendeels aan het zicht onttrokken. De bestaande watergangen worden natuurvriendelijk ingericht om zo de biodiversiteit te versterken zonder het waterbelang uit het oog te verliezen. 5 februari 2024 BIJ7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 16 (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) Projectgerelateerd 5 februari 2024 BI7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 17 3.

Gebiedskenmerken In het provinciale beleid zijn voor alle gebieden gebiedskenmerken aangegeven. Het beleid voor deze gebiedskenmerken is vastgelegd in artikel 2. 1. 5 van de Omgevingsverordening Overijssel 2017. Hierin is bepaald dat inzichtelijk moet worden gemaakt dat voldaan wordt aan dit beleid. De gebiedskenmerken zijn opgenomen in verschillende lagen; de natuurlijke laag, de agrarische cultuur laag, de stedelijke laag en de laag van de beleving. Op basis van deze kenmerken is er ingezoomd op het plangebied en gekeken welke specifieke kwaliteitsvoorwaarden en opgaven (normerend en richtinggevend) voor ruimtelijke ontwikkelingen van toepassing zijn. A. Natuurlijke laag De natuurlijke laag is ontstaan doordat abiotische en biotische processen inwerken op de ondergrond van bodem en geologie. Van oudsher bestaat er een sterke samenhang tussen het natuur- en watersysteem. Vervolgens heeft de natuurlijke laag plek en betekenis gekregen in het menselijke occupatieproces. Lange tijd is de natuurlijke laag sturend geweest voor een groot deel van de ruimtelijke ontwikkelingen. Mensen vestigden zich op de droge plekken en wegen werden aangelegd bij goed doorwaadbare plekken in de beek. Pas de laatste eeuw is deze samenhang door technische mogelijkheden verminderd en zijn de kwaliteiten van de natuurlijke laag aangetast.

Het beter afstemmen van de ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag, kan voorkomen en ervoor zorgen dat natuurlijke kwaliteiten weer medebepalend worden. Het plangebied is onderdeel van de natuurlijke laag ‘Zeekleigebied en randmeren’. Dit is te zien in afbeelding 7. Afbeelding 7: Uitsnede uit de kaart gebiedskenmerken met het plangebied met het rode kruis weergegeven. Het plangebied behoort tot de natuurlijke laag ‘Zeeklei en randmeren’. Binnen de laag van het agrarisch cultuurlandschap behoort het plangebied tot ‘Zeekleilandschap’ (Bron: Omgevingsverordening Overijssel 2017) . Dit landschap is een overgangsgebied van de zoetwater-delta van de rivieren en de Zuiderzeekust, en kenmerkt zich door een patroon van strandwallen en strandvlakten. Deze afzettingen ten westen van de Kuinderdijk betekenen dat deze gronden hoger liggen dan de veengronden aan de oostzijde van deze dijk. De Noordoostpolder ligt in grote lijnen ten westen van de voormalige kustlijn van de Zuiderzee. Projectgerelateerd 5 februari 2024 BI7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 18 Normerend uitgangspunt: Het patroon van de strandwallen en strandwallen als overstromingsvlakte krijgt een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van dit karakteristieke patroon met bijbehorend reliëf.

- Richtinggevende uitgangspunten: Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het accentueren van het patroon, de hoogteverschillen, en de beleefbaarheid daarvan. - De plangrens is verschoven naar oude kustlijn, welke wordt geaccentueerd met een optische horizon. Hiermee wordt aangesloten op de natuurlijke kenmerken. B. Laag van het agrarisch cultuurlandschap In het agrarisch cultuurlandschap gaat het erom dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Vanuit de nederzettingen zijn de omliggende gronden ooit ontgonnen. Daardoor is er een sterke ruimtelijke en functionele relatie met het omringende landschap ontstaan. Afhankelijk van de stand van de techniek en de beschikbaarheid van meststoffen is door de eeuwen heen een geschakeerd patroon van akkers, weiden, hooiland en bebouwing gegroeid. Dit verschil in tijd geeft mede richting aan de ontwikkeling van deze gebieden. Binnen de regionale landschappen is er vaak op korte afstand sprake van verschillen. Het plangebied behoort tot het Zeekleilandschap, dit is te zien in afbeelding 7. Dit landschap bevindt zich langs de voormalige Zuiderzeekust en kenmerkt zich door openheid met verspreide terperven en boerderijen op natuurlijke hoogtes. Dijken en wielen geven een kijk naar het verleden en begrenzen de ruimte. Erven liggen als eilanden in een open zee van ruimte.

Normerend uitgangspunt: Het zeekleilandschap krijgt een beschermende bestemmingsregeling, welke is gericht op de instandhouding van de karakteristieken van het landschap: het wielen- en dijkenpatroon, de grootschaligheid en openheid en de erven en terpen gelegen in het landschap. - Richtinggevende uitgangspunten: Als ontwikkelingen plaats vinden in het zeekleilandschap, dan dragen deze bij aan het behoud en versterking van bestaande erven, lintdorpen en voormalige Zuiderzeestadjes; - De kenmerken van het zeekleilandschap worden door de realisatie van de zonneweide Blokzijl behouden en versterkt. Gekozen is voor een opstelling waarbij de hoogte van de panelen maximaal 2, 5 meter wordt. Het bestaande reliëf blijft behouden. De erven liggen langs de Kuinderdijk en de Uiterdijkenweg, waarbij één erf vrij in de open ruimte ligt. Het zicht op Blokzijl wordt door ruimte vrij te houden langs de Marknesserweg behouden. De optische horizon zorgt er voor dat de blik vanuit de polder op Blokzijl en het omliggend agrarisch landschap wordt gericht. C. Stedelijke laag In de stedelijke laag is de koppeling van de sociale en fysieke dynamiek van de stedelijke functies aan het verbindende netwerk van wegen, paden, spoorwegen en kanalen een belangrijk ordenend principe. Efficiëntie en nabijheid zijn belangrijke vestigingsoverwegingen.

Daarbij wordt kwaliteit, eigenheid en onderscheidend vermogen van de regio steeds belangrijker. Projectgerelateerd 5 februari 2024 BI7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 19 Afbeelding 8: Uitsnede uit de kaart stedelijke laag met het plangebied met het rode kruis weergegeven (Bron: Omgevingsverordening Overijssel 2017) . Op het plangebied is het ‘Informele trage netwerk’ van toepassing. Het netwerk gaat over de toegankelijkheid en ervaring van het ‘langzame’ netwerk, zoals fietspaden en wandelpaden. Normerend uitgangspunt: De informele routes en routenetwerken worden in beeld gebracht en krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op de continuïteit van routes (vaarwegen, kleine paadjes, zandpaden, kerkepaden, giets- en wandelpaden en -routes, etc. ) . Bij ruimtelijke ontwikkelingen nabij doorgaande zandwegen, wandel- en fietsroutes worden discontinuïteiten in het netwerk van paden en vaarroutes voorkomen. - Richtinggevend uitgangspunt: Als ontwikkelingen plaats vinden in de gebieden die in de directe invloedssfeer van stad en dorp liggen (bijv. bedrijventerreinen, woonwijken) , dan dragen deze ontwikkelingen bij aan behoud en verkleining van de maaswijdte van het padennetwerk. Nieuwe mogelijkheden voor lange afstands- wandel- en fietsroutes worden benut.

- Inspiratie: Langs informele routes worden de aardkundige, archeologische en cultuurhistorische waarden zichtbaar en kenbaar gemaakt. - Daarnaast wordt het plangebied aangemerkt in de stedelijke laag als ‘Verspreide bebouwing’. Het plangebied wordt omzoomd door agrarische percelen. Naar aanleiding van gesprekken met een betrokkene bij de zonneweide bleek dat er veel wordt hardgelopen en gewandeld in de omgeving. Bij de initiatiefnemers is aangegeven dat het op prijs wordt gesteld als het mogelijk wordt over het plangebied een wandelpad aan te leggen zodat wandelen en hardlopen veiliger kan plaatsvinden, zonder dat dit op de dijk hoeft plaats te vinden. Dit wandelpad loopt rondom het gehele plangebied en sluit aan op de Kuiderdijk en de Uiterdijkenweg. Een dijk met struweelhaag zal het zicht op de zonnepanelen ontnemen. Deze kwaliteitsimpuls vanuit dit plan betekent dat geïnvesteerd wordt in de toegankelijkheid van de omgeving van Blokzijl. Projectgerelateerd 5 februari 2024 BI7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 20 D. Laag van de beleving Deze laag is het domein van de belevenis, betekenis en identiteit. De laag van de beleving voegt eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes, maar benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen.

Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. De kern van Blokzijl is aangemerkt als beschermd stadsgezicht. Door in het plan rekening te houden met het zicht op de kern komend vanuit de Noordoostpolder wordt de beleving versterkt. 4. 2. 4 Conclusie Het planvoornemen past binnen het provinciaal beleid. Het plan draagt bij aan de ambities en doelstellingen van de provincie Overijssel en regio West Overijssel ten aanzien van energieopwekking met hernieuwbare energiebronnen. Daarnaast wordt de zonneweide op een landschappelijke manier ingepast in aansluiting en met oog op de uitgangspunten van de zonneladder en het uitvoeringsmodel. 4. 3 Gemeentelijk beleid 4. 3. 1 Omgevingsvisie Steenwijkerland De Omgevingsvisie van de gemeente Steenwijkerland is vastgesteld in juni 2017. Deze Omgevingsvisie is het strategisch kader voor de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. De gemeente heeft de ambitie om de omgevingskwaliteit naar een hoger plan te tillen. Omgevingskwaliteit is daarmee het centrale doel van al het ruimtelijk handelen. Ook duurzaamheid staat hoog in het vaandel van de gemeente. De gemeente heeft haar visie vertaald naar verschillende opgaven.

Voor de opgave ‘Nieuwe Energie’ geldt dat Steenwijkerland nog een forse inspanning moet leveren om haar energiedoelstellingen te behalen. De nieuwe vormen van energieopwekking hebben vaak een ruimtelijke impact. De zonneweide Blokzijl levert een bijdrage van 30 ha (27 ha exclusief beheerpaden) voor energieopwek- king uit zon, waarbij een goede landschappelijke inpassing wordt gerealiseerd om de omgevingskwaliteit te waarborgen. Hiermee past het plan binnen de Omgevingsvisie van de gemeente Steenwijkerland. 4. 3. 2 Beleidskader Ruimte voor zonnepanelen op (Steenwijker) land De gemeente Steenwijkerland heeft het Beleidskader Ruimte voor zonnepanelen opgesteld om helder te krijgen ‘waar’ en ‘hoe’ zonnepanelen op land mogelijk zijn in de gemeente. Het beleid is vastgesteld in mei 2019. Hierin begrenst de gemeente de kwantitatieve opgave voor zon op land momenteel op 125 ha. De gemeente hanteert de ‘zonneladder’ om aan te geven wat de voorkeursvolgorde is voor het opwekken van zonne-energie: Trede 1: in bestand bebouwd gebied op daken dan wel in de groene omgeving op bestaande bouwvlakken; Trede 2: in bestaand bebouwd gebied op bedrijventerreinen en braakliggende gronden; Trede 3: aanvullend in de groene omgeving, niet zijnde natuur. Voorliggend initiatief valt onder trede 3: aanvullend in de groene omgeving, niet zijnde natuur.

Samen met trede 2 mag hier momenteel maximaal 125 hectare aan zonneparken worden gerealiseerd. Met de Projectgerelateerd 5 februari 2024 BI7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 21 geplande 30 ha. in voorliggende ontwikkeling wordt een significante bijdrage geleverd aan de duurzaamheidsdoelstelling van de gemeente Steenwijkerland. Bij de beoordeling van initiatieven voor zon op land maakt de gemeente onderscheid in de ‘waar’- en ‘hoe’-vraag. De ‘waar’-vraag wordt beantwoord met de kaart ‘Ruimte voor zonnepanelen op (Steenwijker) land’. Voor de ‘hoe’-vraag wordt vanuit de gemeente sterk gekeken naar de kaart met de gebiedskenmerken van de gemeente en de handreiking kwaliteitsimpuls zonneparken van de Provincie Overijssel. Alle initiatieven voor zonneparken in de Groene Omgeving worden voorgelegd aan de provincie Overijssel. Dit omdat er gebruik gemaakt wordt van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) en maatwerk nodig is. De ‘waar’-vraag Volgens de kaart behorende bij het beleidskader geldt dat het plangebied in ‘overig gebied’ ligt. Dit is weergegeven in afbeelding 9. Hier is ruimte voor opstellingen van zonnepanelen op land. Afbeelding 9: Uitsnede van bijlage A kaart 1 behorende bij het Beleidskader Ruimte voor zonnepanelen. De ‘hoe’-vraag Volgens het gemeentelijk beleid behoort het plangebied tot het landschapstype M: ‘Uiterdijken langs de voormalige Zuiderzee’.

Dit is weergegeven in afbeelding 10. Dit landschap kenmerkt zich door weidsheid en openheid met hoogteverschillen veroorzaakt door oude strandwallen en strandvlakten van de voormalige Zuiderzee. Rondom Blokzijl heeft het landschap een onregelmatige, rechthoekige blokverkaveling. In het zuidelijke deel is de oorspronkelijke slagenverkaveling nog aanwezig. Eén erf ligt als ‘groen eiland’ in het open landschap. Projectgerelateerd 5 februari 2024 BI7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 22 Afbeelding 10: Uitsnede van bijlage B kaart 2 behorende bij het Beleidskader Ruimte voor zonnepanelen. In het inrichtingsplan is rekening gehouden met de kwaliteit van het landschap. Door inpassingsmogelijkheden als dijk met struweelhaag, natuurontwikkeling en een optische horizon te gebruiken wordt recht gedaan aan de kwaliteit van het landschap. 4. 3. 3 Conclusie Het planvoornemen is in overeenstemming met de randvoorwaarden die het gemeentelijk beleid stelt. In het beleidskader is het gebied aangewezen als ‘overig gebied’ waar zonneparken mogelijk zijn. Projectgerelateerd 5 februari 2024 BI7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 23 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5. 1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de relevante milieu- en omgevingsaspecten. Hierbij wordt bekeken of deze aspecten een belemmering vormen voor de beoogde ontwikkeling. 5. 2 Water Op grond van artikel 3. 1.

6 van het Besluit ruimtelijke ordening is in de toelichting bij ruimtelijke plannen (waaronder ook begrepen een omgevingsvergunning voor het afwijken van een beheersverordening op grond van artikel 2. 12 lid 1, sub a onder 3 Wabo) een waterparagraaf verplicht. In deze waterparagraaf staat hoe rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (grondwater en oppervlaktewater) . Het plangebied valt binnen het beheersgebied van Waterschap Zuiderzeeland. De waterhuishoudkundige situatie zal door de realisatie van de zonneweide niet of nauwelijks wijzigen. Het regenwater zal van de zonnepanelen afspoelen op de bodem. Onder de opstellingen met zonnepanelen wordt geen gesloten verharding aangelegd. Het regenwater kan onbelemmerd infiltreren in de bodem. De zonnepanelen worden uitgevoerd in niet-uitloogbare materialen. Er komt dus geen afvalwater vrij. Het plangebied ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied. De compact stations waarin de transformatoren zich bevinden heeft een afmeting van 2, 5 bij 3 meter. Er omheen wordt een pad aangelegd van 1 meter breed. Het verhard oppervlak bedraagt in totaal 3, 5 bij 4 meter per compact station. Bij het realiseren van de zonneweide behoeft de vegetatie geen aanvoer van water via de watergangen en kan volstaan worden met de regenbuien.

De twee watergangen in het plangebied die dienden voor wateraanvoer worden losgekoppeld van het wateraanvoersysteem. De zuidelijke watergang wordt gedicht. De noordelijke blijft behouden en wordt gebruikt voor waterberging bij (hevige) regenbuien. Ter compensatie van het verloren gegane wateroppervlakte wordt de westelijke watergang verlengd naar de aarbeienplantkwekerij en zo nodig verbreed tot de vereiste wateroppervlakte is verkregen. Tevens worden natuurvriendelijke oevers aangelegd. Het slootje dat zorgde voor waterafvoer vanaf de bouwkavel van De Hoop wordt gedicht en indien nodig gecompenseerd door middel van een wadi ten noorden van de bouwkavel. Over deze wijzigingen van de waterlopen heeft op 19 juni 2023 een eerste overleg met het Waterschap Zuiderzeeland plaatsgevonden. Het Waterschap had geen bezwaar tegen de wijzingen en de wijzingen zijn aangepast aan de adviezen van het Waterschap. Dit overleg heeft in november 2023 een vervolg gekregen in het kader van de Watervergunning. Dit heeft geleid tot een aanvraag van de watervergunning op 29 november 2023. Voor het doorlopen van de watertoets gebruikt Waterschap Zuiderzeeland de website www. dewatertoets. nl. De resultaten van de uitgevoerde watertoets d. d.

27 september 2023 zijn te vinden in bijlage 9 en worden hierna verkort omschreven: • Korte procedure Advies geen primaire waterkeringen Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een primaire waterkering. Voor het onderdeel primaire waterkering zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. Advies kwelwaterkwaliteit Bij het ontwerp van een nieuw watersysteem moet rekening gehouden worden met de hoeveelheid kwel en de kwelwaterkwaliteit. Het plangebied is (gedeeltelijk) gelegen in een gebied met kwel van • • Projectgerelateerd 5 februari 2024 BI7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 24 matige tot slechte kwaliteit. Het waterschap wordt vroegtijdig betrokken voor advies over het ontwerp van het nieuwe watersysteem. In het overleg met het Waterschap op 19 juni 2023 is dit thema niet ter sprake gekomen. Dit zal in het kader van de Watervergunning worden besproken. Advies watersysteem In het plangebied wordt water gedempt. Voordat met enige demping wordt gestart, dient de compensatie van open water (verleggen, verbreden of nieuw aanleggen) te zijn aangelegd. De voor demping van bestaande watergangen gebruikte materialen moeten voldoen aan de eisen uit het besluit Bodemkwaliteit en/of de waterbodemkwaliteitskaart van Waterschap Zuiderzeeland. In het overleg met het Waterschap op 19 juni 2023 is dit thema besproken.

Dit zal in het kader van de Watervergunning nader worden uitgewerkt. Advies nieuw open water Negatieve chemische beïnvloeding van de ecologische (water) kwaliteit of het ecologisch functioneren van wateren, door ruimtelijke ontwikkelingen wordt voorkomen, omdat compensatie zeer beperkt mogelijk is. Advies geen regionale waterkeringen Het plangebied ligt niet buitendijks. Voor het onderdeel regionale waterkeringen zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. Advies geen overige kering Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een overige waterkering. Voor het onderdeel regionale waterkering zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. Advies wateroverlast toename verharding zonder compensatie Binnen het plangebied is slechts sprake van een geringe toename in verhard oppervlak. Er worden over een lengte van 2000 meter, verspreid over het plangebied, twee parallelle rijstoroken van elk 0, 5 meter breed aan half-verharding gerealiseerd. Hiermee wordt minder dan 2500 m² aan verharding in landelijk gebied gerealiseerd. Daarom is geen compensatie noodzakelijk voor dit plan. • • • • • Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project. 5. 3 Bodem Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt.

Voor de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het Besluit bodemkwaliteit. Een conditionerend milieu hygiënisch bodemonderzoek is uitgevoerd door Royal HaskoningDHV (bijlage 5) . Het conditionerend onderzoek bestond uit een overzicht van de grondwerkzaamheden met de hierop van toepassing zijnde wetgeving en een inventarisatie van de milieu hygiënische bodeminformatie conform de NEN 5725 (Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieu hygiënisch vooronderzoek) . Het doel van het conditionerend onderzoek was om de mogelijkheden en beperkingen voor hergebruik van vrijkomende materialen vast te stellen en om vast te stellen of er arbeidshygiënische risico’s zijn bij de uitvoering. Uit het conditionerend onderzoek blijkt het volgende: Uit de ontgravings- en toepassingskaart voor het gebied blijkt dat zowel de boven- als de ondergrond is ingedeeld in ‘landbouw/natuur’ en de aanwezige bodem voldoet aan de achtergrondwaarde. Vrijkomende grond mag onder de bodemkwaliteitskaart worden hergebruikt. Wanneer er grond wordt aangevoerd voor de aanleg van het dijkje rondom de zonneweide, dient deze grond te voldoen aan de achtergrondwaarde (‘landbouw/natuur’) . Er zijn geen gevallen van ernstige verontreiniging bekend. Tijdelijk uitnemen en onder dezelfde condities terugplaatsen van grond is toegestaan onder artikel 36. 3 van het Besluit bodemkwaliteit.

• • • Projectgerelateerd 5 februari 2024 BI7272 -XX-ZZ-RP-Z-0001 25 • Vanuit de milieu hygiënische bodemkwaliteit zijn er wettelijk geen beperkingen voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Voor de geplande werkzaamheden is verkennend onderzoek niet wettelijk verplicht of noodzakelijk. Omdat er geen interventiewaarde overschrijdingen worden verwacht, is de voorlopige CROW 400 veiligheidsklasse basishygiëne. • Het aspect bodem vormt daarom geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project. 5. 4 Archeologie Het plangebied maakt geen deel uit van een gebied met archeologische verwachtingen. Op grond van de Beheersverordening ‘Buitengebied Steenwijkerland 2014’ is geen archeologisch onderzoek vereist. Het aspect archeologie vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project. 5. 5 Ecologie De bescherming van de natuur is vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb) . De Wet natuurbescherming heeft voor wat betreft gebiedsbescherming betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. Als er naar aanleiding van activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze in kaart te worden gebracht en beoordeeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/68c2e05d-be0e-4495-bdff-321971055c01?agendaItemId=a16056c6-e554-4670-a12d-03558c806aec