Ruimtelijke onderbouwing Eeserwold.pdf
Tekst van het document
Fragment kaart 'Ruimte voor zon op land' (projectgebied ter hoogte van gele cirkel). Voor de indeling van de kaart zijn de volgende gebiedskenmerken gehanteerd: 1. Bestaand bebouwd gebied/bestaande bebouwing. 2. Beschermd stads- of dorpsgezicht, monument of (gebied of gebouw met) Waarde cultuurhistorie. 3. NNN/Natura 2000-gebied. 4. 4(a+b) Leefgebied agrarisch natuurbeheer. a. Weidevogelgebied. b. ‘Droge dooradering’-gebied. 5. Overig gebied. Voor elk van de bovengenoemde gebieden zijn de randvoorwaarden voor het aanleggen van zonneparken omschreven. Het zonnepark wordt aangelegd op agrarische percelen aan de rand van de toekomstige bebouwing Eeserwold (Overig gebied). De strekking van het beleid voor deze categorie is als volgt geformuleerd: In dit gebied is ruimte voor opstellingen van zonnepanelen op land, mits de mogelijkheden om dakvlak(ken) of ruimte binnen bouwvlak(ken) te benutten voor zonnepanelen worden meegenomen; daarbij worden ook de mogelijkheden om werk met werk te maken onderzocht (denk bijvoorbeeld aan asbest eraf, zon er op). Binnen het onderhavige project(gebied) zijn geen mogelijkheden om op dakvlakken van bebouwing zonnepanelen te realiseren. Het beleidskader schrijft voorts een financiële bijdrage voor van het zonnepark aan de lokale omgeving van € 1.000,- per MW geïnstalleerd vermogen. In de exploitatie van het project is dit opgenomen.
De lokale afdracht zal in samenspraak met de omgeving (plaatselijk belang) worden bepaald en vastgelegd. De gemeente ziet toe op de uitvoering van die afspraken. In paragraaf 5.2 wordt nader ingegaan op het overleg met de omgeving. De gemeente heeft de verwachting dat op lange termijn zonnepanelen op land niet meer nodig zijn (innovatie, prijsdaling, gevelbekleding/beglazing) en gronden niet blijvend willen
26 Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Steenwijk - Gemeente Steenwijkerland onttrekken aan de oorspronkelijke bestemming, wordt een maximale termijn van 25 jaar gesteld. 27 Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Steenwijk - Gemeente Steenwijkerland 4. Omgevingsaspecten In dit hoofdstuk wordt het project gemotiveerd op de diverse, aan de orde zijnde omgevingsaspecten. Tot het project (en tot de motivering) behoren niet alleen de installatie(s), maar ook de inpassingsmaatregelen (singels, hekken, waterlopen). Tevens wordt rekening gehouden met bestaande (en eventueel andere) vormen van extensief recreatief medegebruik. 4.1. Milieuzonering In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Door middel van de milieuwet- en regelgeving wordt (milieu)hinder in woongebieden zo veel mogelijk voorkomen. Bedrijven en instellingen moeten voldoen aan de eisen van een AMvB, dan wel dienen een milieuvergunning te hebben voor de exploitatie van het bedrijf, waarbij men rekening moet houden met de omliggende woonbebouwing. Noodzakelijk is om aan te tonen dat een plan buiten de invloedssfeer van bedrijvigheid in de nabije omgeving valt. Tevens zal men moeten aantonen dat het plan geen belemmering vormt voor de nabijgelegen functies.
De publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hanteert de richtafstandenlijst voor milieubelastende activiteiten, zowel voor bedrijven als maatschappelijke instellingen als scholen en sportvoorzieningen. Afweging Normaliter kan men op basis van de publicatie van de VNG nagaan of een ruimtelijke ontwikkeling op voldoende afstand ligt van bijvoorbeeld woningen en dus de eventuele hinder binnen de aanvaardbare normen blijft. Een zonnepark vormt echter geen milieuhinderlijke bedrijfsactiviteit in termen van milieuzonering. Eventuele geluidhinder zou door transformatoren kunnen ontstaan. Het betreft transformatoren die vergelijkbaar zijn aan die in woonwijken. Voor transformatorstations (een buitengewoon conservatieve benadering van de te plaatsen transformatoren) geldt een te hanteren afstand van 30 m ten opzichte van een rustige woonwijk. Binnen een straal van 30 meter rondom het zonneveld zijn echter geen gevoelige functies aanwezig, de agrarische bedrijfswoningen liggen allemaal op grotere afstand. Conclusie Het project is uit het oogpunt van bedrijven en milieuzonering inpasbaar en uitvoerbaar. De in de buurt liggende woon-, bedrijfs- en recreatieve functies functies vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Omgekeerd belemmert de voorgenomen ontwikkeling het functioneren van de omliggende functies niet.
4.2. Geluid Een zonnepark vormt een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. Het zonnepark is een type A-inrichting. De inrichting valt daarmee onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit maar er is geen melding of omgevingsvergunning voor het onderdeel milieu nodig. Op voorhand kan worden geconstateerd dat deze inrichting geen relevante geluidbelasting veroorzaakt. Specifiek geluidsonderzoek is dan ook niet aan de orde. Een zonnepark is tevens geen geluidgevoelig object, waardoor onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder achterwege blijft. In de omgeving van het zonnepark zijn geen andere (zodanige) geluidbronnen aanwezig waarvan het geluid door de zonnepanelen zou kunnen reflecteren naar bijvoorbeeld woningen. In de aanleg-/opruimfase worden in een korte periode de zonnepanelen met vrachtwagens aan-/afgevoerd en in de gebruiksfase zal er in verband met toezicht/onderhoud periodiek een onderhoudsbus naar het zonnepark rijden. 28 Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Steenwijk - Gemeente Steenwijkerland In paragraaf 4.8 is in het kader van de luchtkwaliteit een raming gedaan van de verkeersgeneratie door het zonnepark. Op basis van experts view kan zonder berekening worden aangegeven dat de geluidsbelasting daardoor beperkt is en in alle fasen tijdelijk dan wel incidenteel van aard. Conclusie Het project is wat betreft geluidhinder inpasbaar en uitvoerbaar. 4.3.
Water Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro is het verplicht om in de toelichting op ruimtelijke ontwikkeling een waterparagraaf op te nemen. Deze waterparagraaf doet verslag van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de water- huishoudkundige situatie, dat wil zeggen voor het grondwater en het oppervlaktewater. Analyse Het regenwater van de zonnepanelen stroomt af op de vrije ruimte tussen de zonnepanelen en infiltreert in de onderliggende grond. Tussen de individuele zonnepanelen is een ruimte van (0,5 tot 2 cm), zodat water vrij kan afstromen. Er ontstaan geen droge vlakken onder de tafels met zonnepanelen. Er wordt geen gesloten verharding aangelegd: het regenwater kan onbelemmerd infiltreren. Compensatie van verharding is daardoor niet aan de orde. Binnen het zonnepark wordt een aantal bestaande sloten gedempt. Dit heeft geen negatieve gevolgen voor de afwatering (integendeel, het regenwater wordt langer vastgehouden in het gebied). Langs de rand van het zonnepark wordt de bestaande sloot verbreed door middel van een natuurvriendelijke oever. Aan de noordzijde van het zonnepark wordt een sloot gerealiseerd langs het wilgenstruweel. Deze sloten zijn breed zodat zij een veiligheidsfunctie hebben. Tevens wordt voorzien in extra wateroppervlak en waterbergend vermogen.
De toe te passen zonnepanelen en constructies zijn gemaakt van niet-uitloogbare materialen. Overleg met het waterschap Over het eerdere planontwerp is met het waterschap gesproken op: 19 december 2018 en over het huidige plan op 3 december 2019. Het waterschap stemt in met de voorgestelde ingrepen in de waterhuishouding. Het waterschap heeft beoordeeld dat het plan geohydrologisch geen negatieve effecten heeft. Daarbij ziet het waterschap als kans dat het gemaal aan de Eesveenseweg kan vervallen. Dit is echter geen onderdeel van dit plan. Dit plan voorziet slechts in de mogelijkheid voor het vervallen door middel van de watergangen die worden gerealiseerd. Voor het vervallen van het gemaal is een uitwerking de sloot langs het erf van de boerderij aan de Eesveenseweg nog een onderwerp van studie. Het huidige tracé van de watergang over het agrarisch erf voldoet. Een voor de hand liggend alternatief is echter een tracé van een nieuwe watergang om het agrarisch erf. Door het waterschap is in het overleg van 3 december 2019 aangegeven dat beide varianten in een voldoende waterhuishoudkundige situatie voorzien. Beide varianten zijn binnen het planologisch kader ook mogelijk. De civieltechnische uitwerking zal plaatsvinden in het kader van de Waterwetvergunning die nodig is voor het dempen en verleggen van watergangen.
Het waterschap heeft aangegeven op ruimtelijk niveau met het plan in te kunnen stemmen. Conclusie Gelet op het voorgaande is het project uit oogpunt van een goede waterhuishouding aanvaardbaar en uitvoerbaar. 4.4. Bodem Voor de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) besluit bodemkwaliteit. Gestreefd wordt naar een duurzaam gebruik van de bodem. Bij een ruimtelijk plan dient de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden 29 Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Steenwijk - Gemeente Steenwijkerland gemaakt. Het uitgangspunt wat betreft de bodem in het plangebied is, dat de kwaliteit ervan zodanig moet zijn dat er geen risico's zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het plangebied voor de voorgenomen functie en dat het de financiële haalbaarheid van het plan niet in gevaar brengt. Op basis van de gegevens van het Bodemloket worden ter plaatse geen ernstige verontreinigingen verwacht. Bij dit projectvoornemen gaat het om de bouw van een zonnepark dat wordt gevormd door bouwwerken, waar geen personen verblijven. Grootschalige bodemingrepen zijn niet aan de orde. Wel worden enkele bestaande kavelsloten gedempt en worden enkele nieuwe watergangen gegraven. Binnen het project zal gestreefd worden naar een gesloten grondbalans.
Bij eventuele aan- of afvoer van grond binnen het project zal indien nodig een melding binnen het Besluit Bodemkwaliteit worden gedaan en/of andere regels (bijvoorbeeld inzake PFAS) in acht worden genomen. Conclusie Het project is uit oogpunt van bodemkwaliteit uitvoerbaar. 4.5. Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Door ondertekening van het verdrag van Malta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet zichtbare deel van het cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. De Monumentenwet en haar opvolger, de Erfgoedwet, regelen hoe met archeologische vindplaatsen en zichtbare monumenten moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij de planvorming te betrekken. De gemeente Steenwijkerland beschikt over een archeologische waarden- en beleidskaart welke op 22 januari 2008 is vastgesteld. Op deze kaart (welke hieronder is ingevoegd) zijn de gronden onder de aanduidingen 'Lage archeologische verwachting' (groen), 'Hoge archeologische verwachting' (oranje) en 'Archeologische waarde' (rood) gebracht. De archeologische monumenten zijn met een arcering aangeduid. De archeologische verwachtingswaarde geeft een indicatie van de mogelijke archeologische waarden in een gebied. 30 Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Steenwijk - Gemeente Steenwijkerland Figuur 16.
Archeologische beleidskaart gemeente Steenwijkerland (projectgebied ter hoogte van gele cirkel). Voor een deel van het projectgebied geldt op basis van de geldende beheersverordening de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Deze dubbelbestemming is een vertaling van de in de archeologische waarden- en beleidskaart opgenomen aanduiding 'Hoge archeologische verwachting' (oranje). De dubbelbestemming bepaalt dat indien er bouwwerken met een oppervlakte groter dan 2.500 m 2 buiten de bebouwde kom worden gebouwd, de desbetreffende aanvrager een aanvullend en/of definitief archeologisch rapport te worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: a) de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld en b) in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard of gedocumenteerd, dan wel: c) in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn. Overweging Het uitvoeren van archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. Het plangebied grenst aan een al onderzocht gebied. De conclusie uit dat onderzoek, inhoudende dat het plangebied te te nat is om geschikt te zijn voor bewoning, geldt ook voor de voorliggende locatie.
Er is een kans op het voorkomen van overdekte zandkoppen, met daarop wellicht resten van menselijke bewoning uit de steentijd. Het advies uit 2003 is om de uit te voeren werkzaamheden archeologisch te begeleiden. De werkzaamheden bestonden toen uit het verwijderen van de bouwvoor en veenlagen. Bij de aanleg van het zonnepark is er geen sprake van het weghalen van de bouwvoor en/of veenlagen. De panelen worden geplaatst op palen. Het plaatsen van de palen vormt een zeer kleine verstoring van een eventuele aanwezige archeologische vindplaats.
31 Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Steenwijk - Gemeente Steenwijkerland Een zonnepark is tijdelijk. De verwachtte levensduur is circa 25 jaar. Na de exploitatietermijn worden de opstellingen met zonnepanelen en de bekabeling verwijderd. Daarmee vinden ten opzichte van de realisatiefase geen bodemverstorende werkzaamheden plaats. Cultuurhistorie Als gevolg van het rijksbeleid ten aanzien van de monumentenzorg, is per 1 januari 2012 een wijziging van het Bro van kracht. De wijziging betreft artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a, als gevolg waarvan alle cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk dienen te worden meegewogen bij het vaststellen van ruimtelijke plannen. Dit betekent dat in aanvulling op de archeologische aspecten nu ook de overige cultuurhistorische waarden moeten worden betrokken in het onderzoek. Om inzicht te krijgen in mogelijke archeologische waarden in het projectgebied is de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Overijssel geraadpleegd. Zoals reeds in hoofdstuk 2 besproken, maakt het projectgebied voornamelijk deel uit van het type veenontginningslandschap. De invloeden van deze veenontginning zijn nog zichtbaar in de opstrekkende strokenverkaveling, waarin kavels van elkaar zijn afgescheiden door sloten en houtwallen.
Ook zijn de smalle strokenverkaveling, de lintvormige bebouwing en de aanwezigheid van een achterkade, zijkaden en leidijken kenmerkend voor de veenontginning. Het landschap wordt nu nog gedomineerd door houtwallen die de langgerekte strokenverkaveling markeren. De geraadpleegde cultuurhistorische waardenkaart geeft voor het projectgebied geen specifieke cultuurhistorisch waardevolle kenmerken. Uiteraard bezit het gebied bepaalde landschappelijke kenmerken die verwijzen naar historisch gebruik. Deze kenmerken en de wijze waarop er in dit project mee wordt omgegaan, zijn reeds uitvoerig beschreven in paragraaf 2.3 van deze ruimtelijke onderbouwing. Conclusie Gelet op het bovenstaande is project op het aspect cultuurhistorie uitvoerbaar. 4.6. Ecologie Het project is getoetst aan de Wet natuurbeheer. De resultaten daarvan zijn opgenomen in de separaat beschikbare bijlage "Natuurtoets zonnepark Steenwijk" (Royal HaskoningDHV, 21 april 2020). Hierna zijn de conclusies weergegeven. Naderhand is de omvang van het project teruggebracht naar een zonnepark van circa 19 hectare. Die wijziging gaf aanleiding voor het uitvoeren van een aanvullende omgevingsscan (Royal HaskoningDHV, 21 april 2020). De omgevingsscan dient twee doelen: 1. de waarde van de omgeving voor weidevogels onderzoeken en benoemen; 2.
toetsen of de conclusies van het eerder uitgevoerde onderzoek naar de natuureffecten ook de uitgangspunten van het gewijzigde project onderschrijven. Resultaten natuurtoets In deze natuurtoets zijn de mogelijke effecten van realisatie en gebruik van het zonnepark Steenwijk op beschermde natuurwaarden beschreven. De conclusies zijn als volgt: Met behulp van de nieuwe Aerius-calculator is het project doorgerekend. Om dat voldaan wordt aan 0,00 mol N/ha/j is verder geen ecologische beoordeling meer nodig. Andere storingsfactoren dan stikstof reiken minder ver en zullen geen negatieve effecten hebben op Natura 2000-gebieden. In het projectgebied en de directe omgeving kunnen broedende (weide)vogels voorkomen. Verstoring van broedende vogels moet voorkomen worden. In het projectgebied zijn gezien het intensief agrarische karakter verder geen beschermde soorten te verwachten. 32 Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Steenwijk - Gemeente Steenwijkerland Het is niet uitgesloten dat de houtsingels en het bosje net buiten de projectlocatie leefgebied vormen van verschillende beschermde soorten: broedende vogels, steenmarter, egel, bunzing, hermelijn, wezel en vleermuizen. Verwijderen van deze begroeiing is niet voorzien. Als de houtsingels of het bosje verwijderd worden is er een kans op overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming.
Aanleg van het zonnepark heeft geen effect op de ecologische functies van de houtsingels en het bosje, mits verstoring van broedende vogels voorkomen wordt en verlichting beperkt wordt. De projectlocatie is op ruime afstand van het Natuurnetwerk Nederland gelegen en heeft daarom geen invloed op het NNN. Resultaten omgevingsscan Het projectgebied vormt geen geschikt leefgebied voor grutto, wulp en veldleeuwerik. Daarnaast is binnen een straal van 400 meter (maximale verstoringsafstand van dit zonnepark) nauwelijks geschikt leefgebied voor deze soorten aanwezig. Het voornemen heeft daarom geen enkele invloed op de staat van instandhouding van deze soorten. Uit de omgevingsscan blijkt daarnaast dat er geschikter leefgebied aanwezig is, ver buiten de maximale verstoringsafstand van het zonnepark voor weidevogels. Indien er gewerkt wordt buiten het broedseizoen van vogels zijn geen aanvullende maatregelen nodig (zoals compensatie), omdat het zonnepark geen enkele invloed heeft op de staat van instandhouding van de bovengenoemde vogelsoorten. Daarnaast blijven de conclusies uit de eerder opgestelde natuurtoets gehandhaafd. Conclusie Gelet op de bovenstaande resultaten is het project uit het oogpunt van natuurbescherming uitvoerbaar, mits verstoring van broedende vogels voorkomen wordt en de houtwallen en het bosje tijdens de uitvoering niet verlicht worden.
Opgemerkt wordt dat ten aanzien van gebiedsbescherming de conclusies uit de Aerius- berekening in beginsel ook van toepassing zijn op de opruimfase. Om het panelenveld te verwijderen (en eventueel een watergang terug te graven) zal niet meer voertuig- en machine-inzet nodig zijn dan voor de aanleg. Tevens mag verwacht worden dat voertuigen machines tegen die tijd aanmerkelijk schoner zullen zijn. 4.7. Externe veiligheid Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor inrichtingen is dit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), voor transportroutes het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en voor hogedruk aardgastransportleidingen het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Overweging Een zonnepark is geen kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (er zijn geen personen aanwezig).
Daarnaast ligt het geprojecteerde zonnepark ver buiten in de invloedssfeer van risicovolle objecten of gebieden in de omgeving (zie figuur 17, waarin in rood het projectgebied bij benadering is aangegeven). Een zonnepark is geen risicovolle inrichting. 33 Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Steenwijk - Gemeente Steenwijkerland Figuur 17. Uitsnede Risicokaart Overijssel (projectgebied binnen rode vlak). Conclusie De conclusie is dat uit het oogpunt van externe veiligheid er geen belemmeringen aan de orde zijn, waardoor het project op dit aspect uitvoerbaar is. 4.8. Luchtkwaliteit Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing). Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De ministerraad heeft op voorstel van de voormalige minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ingestemd met het NSL.
Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 μg/m³ NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. Het project gaat in de gebruiksfase niet gepaard met verbranding van (fossiele) brandstoffen. Ook is er geen sprake van een significante verkeersaantrekkende werking. In de gebruiksfase vindt incidenteel verkeer plaats die samenhangt met het beheer en onderhoud van de zonneparken. Er vinden enkel (substantiële) verkeersbewegingen plaats in de aanlegfase. Deze bestaan uit: a. vrachtverkeer vanwege de levering van de panelen en stellages; b. vrachtverkeer vanwege de levering van overige installaties, leidingen, hekwerken en vanwege grondverzet (watergangen); c. normaal verkeer in verband met aanleg en montage enz. Daarbij wordt benadrukt dat genoemde verkeersbewegingen van tijdelijke aard zijn. Voor de de berekening wordt uitgegaan van een reëel haalbare (minimale) aanlegperiode van 50 werkdagen. Vrachtverkeer ad a.
34 Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Steenwijk - Gemeente Steenwijkerland Circa 58.000 panelen / 700 panelen per vrachtauto = 83 vrachtauto's. 83 vrachtauto's / 50 dagen x 2 bewegingen (heen en weer) = 3,31. Afgerond: gemiddeld 4 vrachtautobewegingen per dag. Vrachtverkeer ad b. Dit aantal is op voorhand niet exact te bepalen, maar reëel is een om het gemiddelde ad a. ook hiervoor aan te houden, dus aanvullend 4 vrachtautobewegingen per dag gemiddeld. Normaal verkeer ad c. Reëel is om uit te gaan van 50 ter plaatse werkzame personen per dag, van gemiddeld 1,5 personen per auto en van twee bewegingen per auto. 50 / 1,5 x 2 = gemiddeld 67 autobewegingen per dag. Voor de berekening in de NIBM-tool wordt daarom uitgegaan van: 75 voertuigbewegingen per etmaal; waarvan 12% vrachtverkeer. Conclusie Gelet op het bovenstaande leidt het project niet tot een verslechtering van de (lokale) luchtkwaliteit (in betekenende mate). De conclusie is dat het project op het aspect (lokale) luchtkwaliteit uitvoerbaar is. 4.9. Milieueffectrapportage In bijlage C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen.
Daarnaast moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Realisatie van projecten met zonne-energie worden niet in het Besluit milieueffectrapportage genoemd. Zonneparken staan als zodanig niet op de D-, of C-lijst. Wel zijn er twee activiteiten op de D-lijst waar een zonnepark onder zou kunnen vallen: D9: Een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan; D11.2: Een stedelijk ontwikkelingsproject; D22.1: De oprichting, wijziging of uitbreiding van een industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water. Er is geen sprake van een landinrichting als bedoeld in de Wet inrichting landelijk gebied. De ontwikkeling van een zonnepark wordt niet onder categorie D9 geschaard, behalve in het geval dat een zonnepark onderdeel uitmaakt van een groter landinrichtingsproject. Er is ook
35 Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Steenwijk - Gemeente Steenwijkerland geen sprake een functiewijziging van in het landelijk gebied (de agrarische akker is met zonnepark nog steeds een akker). Ook de landschappelijke inpassings- en inrichtings- maatregelen (aanleg groen, dempen en graven water) zijn niet van zodanige aard en omvang dat sprake is van een mer-plichtig project als bedoeld in categorie D9 van het Besluit. Gelet op landelijke ligging van het zonnepark is hier geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Opgemerkt wordt dat de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State heeft aangegeven dat voor de aanleg van een zonnepark geen vormvrije m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is (jurisprudentie 19-09-2018 ECLI:NL:RVS:2019:2770). De Afdeling bevestigt dat een zonnepark (als het onderhavige) geen landinrichtingsproject (D-9) en geen stedelijk ontwikkelingsproject (D-11.2) is. In het geval van dit project blijft het agrarisch gebruik door begrazing met schapen ook onderdeel van het toekomstige gebruik. De landschappelijke inpassing volgt de landschapsstructuur. Daarmee is er ook geen sprake van een herinrichting in de zin van een landinrichtingsproject. Een zonnepark, zo oordeelt de Afdeling, is evenmin een industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water (D-22.1).
De Afdeling motiveert waarom de onderliggende mer-richtlijn niet ziet op zonneparken. De mer-richtlijn (bijlage I, onder 2, en bijlage II, onder 3) en D-22.1 van het Besluit mer, gaan over industriële (verbrandings- )installaties waarbij een brandstof wordt ingezet en op thermische centrales. Bij zonneparken wordt geen brandstof ingezet. Verder is er geen sprake van opwekking van thermische energie, maar wordt stralingsenergie (zonlicht) rechtstreeks omgezet in elektrische energie. Conclusie Gelet op de kenmerken en ligging van het project en de aard van de milieueffecten (zeer beperkt), wordt geconcludeerd dat er geen aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.- beoordeling. 4.10. Reflectie en duisternis Zonnepanelen worden vaak in verband gebracht met reflectie van licht. Moderne zonnepanelen hebben echter niet veel reflecties om de eenvoudige reden dat licht dat gereflecteerd wordt niet effectief is voor het opwekken van elektriciteit. Het percentage reflecties gaat om 3 à 5% bij een normale lichtinval. De reflecties (voor zover nog aanwezig) hangen daarbij af van de locatie (stand en hoogte spiegelend vlak) en de stand van de zon (de tijd en de tijd van het jaar). De hoek van de invallende lichtstraal bepaalt de hoek van de uitvallende lichtstraal. Hoe steiler de helling van de panelen, hoe groter de kans op hinder.
Wanneer de panelen vrij vlak (35 graden of minder) worden opgesteld, gaat de reflectie omhoog. Dan is er voor de omgeving geen hinder door reflectie. Logischerwijs is achter de zonnepanelen (noordzijde) ook geen sprake van een spiegelend effect. De zonnepanelen op deze locatie worden gerealiseerd in een hellingshoek van 10 tot 15 graden. Hinder door reflectie is bij de gekozen opstelling daarom niet te verwachten. Opgemerkt wordt dat het park geen hinder veroorzaakt voor vliegverkeer (ligt niet in een laagvliegroute). Conclusie Met betrekking tot duisternis kan worden opgemerkt dat het project geen lichtuitstraling veroorzaakt. Er is op het terrein geen sprake van verlichting. 4.11. Magnetische velden Zowel bij de omvormers als de transformatoren zullen extreem laagfrequente elektromagnetische velden (ELF) vrijkomen. Ten aanzien van elektromagnetische straling bij hoogspanningsmasten hanteert de overheid een voorzorgprincipe waarbij een grens wordt aangehouden van 0,4 micro Tesla (μT). De GGD-en adviseren om ook bij ander bronnen van ELF-EM velden, zoals transformators, dit voorzorgsprincipe te hanteren.
36 Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Steenwijk - Gemeente Steenwijkerland Vandaar het advies om dit voorzorgsprincipe ook te hanteren bij de ontwikkeling van een zonnepark door de afstand van een zonnepark tot woningen en gevoelige bestemmingen zodanig te laten zijn dat de magnetische veldsterkte bij de gevoelige bestemmingen niet boven de advieswaarde van 0,4 μT komt. Dit wordt hoofdzakelijk gedaan door een zonnepark intern te zoneren. De zone van landschappelijke inpassing rondom het zonnepark voorziet in een zone zonder elektrische installaties rondom het zonnepark. Gezien de afstand van zowel omvormers als de transformatoren tot de randen van het zonnepark en het zonnepark tot de dichtstbijzijnde woningen (zie ook paragraaf 4.1.) zijn magneetvelden van 0,4 μT op woningen door het zonnepark uitgesloten. Conclusie Het project is uit oogpunt van voldoende bescherming tegen elektromagnetische straling uitvoerbaar. 37 Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Steenwijk - Gemeente Steenwijkerland 5. Procedure en uitvoerbaarheid 5.1. Procedure Artikel 3.1.1 van het Bro en artikel 6.18 van het Bor verplicht om bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning overleg te voeren met het Rijk, de provincie en het waterschap. Dit overleg is vormvrij en de betreffende instanties kunnen ook aangeven wanneer overleg niet nodig is.
Burgers en maatschappelijke instanties worden tijdens de termijn van terinzagelegging van het ontwerpbesluit in de gelegenheid gesteld hun zienswijze kenbaar te maken. 5.2. Participatie / overleg met de omgeving Initiatiefnemer heeft omwonenden bij de voorbereiding van het project betrokken. De verslaglegging daarover heeft plaatsvonden in een vertrouwelijke separate notitie die als bijlage bij deze onderbouwing is gevoegd. Deze notitie is vertrouwelijk omdat er persoonsgegevens in zijn vermeld. Hierna volgt een opsomming van de informatie- en communicatieactiviteiten ten behoeve van het project: 1) 15 mei 2018 bewoners (Eeserwold) informeren over variant zonnepark op land; 2) 4 juli 2018 1e informatiebijeenkomst bewoners Eesveen; 3) 11 juli 2018 terugkoppeling resultaten ontwikkeling met bewoners Eeserwold; 4) 6 september 2018 de 2e bijeenkomst bewoners Eesveen terugkoppeling resultaten en visualisatie; 5) 20 september 2018 overleg dorpsbelang Eesveen; 6) 25 oktober 2018 toesturen brief aan omwonenden mogelijkheid zonnepanelen tegen inkoopsprijs of financieel aanbod; 7) Meerdere persoonlijke gesprekken met omwonenden die daar behoefte aan hadden; 8) 25 oktober 2018 tot 2019 regelmatige telefonische updates dorpsbelang Eesveen; 9) 18 september 2019 persoonlijk gesprek met dorpsbelang Eesveen (Jan Willem Reilink).
10) 5 oktober 2019 aanwezig op de openkavel dag van “Landgoed de Woldberg”. In het algemeen kan uit de bijeenkomsten geconcludeerd worden dat er veel draagvlak is voor het project bij de bewoners van Eeserwold. Vanuit de bewoners van Eesveen is bezorgdheid uitgesproken over de eventuele zichtbaarheid van het zonnepark. Door middel van een visualisatie van het project is het zicht vanaf o.a. de Eesveenseweg weergegeven. Diverse omwonenden zijn ingegaan op het aanbod voor zonnepanelen tegen inkoopsprijs of een financieel aanbod. Een aantal omwonenden is ondanks het voorgaande nog kritisch. Door middel van persoonlijke gesprekken met deze bewoners wordt geprobeerd om vragen te beantwoorden en zorgen weg te nemen. 5.3. Economische uitvoerbaarheid Er zijn geen gemeentelijke kosten (met uitzondering van de kosten voor het in procedure brengen van de omgevingsvergunning) aan het plan verbonden. De kosten die de gemeente Steenwijkerland maakt voor de procedure kunnen worden gedekt uit de leges. Met de gemeente wordt een anterieure overeenkomst afgesloten die ingaat op de vergoeding van planschade, de realisatie van de bij de bij het project behorende inrichtingsmaatregelen en de uitvoering van de omgevingsbijdrage. Gelet op de aard (geen gebouw) en omvang van het voornemen kan een exploitatieplan achterwege blijven.
De kosten voor de uitvoering van het voornemen en daarmee samenhangende kosten komen voor rekening van de initiatiefnemer. 38 Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Steenwijk - Gemeente Steenwijkerland 5.4. Crisis- en herstelwet, zienswijzen en beroep Sinds 25 april 2013 heeft de Crisis- en herstelwet (Chw) een permanent karakter gekregen. Voor deze omgevingsvergunning is deze wet relevant. In Bijlage I bij de Chw is een aantal categorieën ruimtelijke en infrastructurele projecten opgenomen. Eén daarvan is "Duurzame energie". Als een project onder één van de (sub)categorieën (en de bijbehorende voorwaarden) valt, dan is voor alle besluiten en dus ook besluiten op grond van de Wabo de stroomlijning van procedures voor projecten van afdeling 2, hoofdstuk 1 van de Chw van toepassing (onder meer de toepassing van het relativiteitsbeginsel bij het beoordelen van beroepsgronden). Na kennisgeving en terinzagelegging van de ontwerpomgevingsvergunning (inclusief deze ruimtelijke onderbouwing) kan iedereen een zienswijze op het betreffende ontwerpbesluit indienen (art. 3.12 lid 5 Wabo). Overigens kunnen alleen belanghebbenden bezwaar maken en in beroep gaan. Na publicatie en terinzagelegging van de verleende omgevingsvergunning kan een belanghebbende in beroep bij de Rechtbank. Na de beroepsprocedure bij de Rechtbank staat hoger beroep open bij de Raad van State.
39 Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Steenwijk - Gemeente Steenwijkerland 6. Conclusies In voorliggende ruimtelijke onderbouwing is de voorgenomen bouw van het zonnepark getoetst aan het ruimtelijk beleid en wet- en regelgeving ten aanzien van relevante sectorale aspecten. Uit de toetsing blijkt het volgende: de beoogde ontwikkeling is niet in strijd met het rijks-, provinciaal en gemeentelijk ruimtelijk beleid; de beoogde ontwikkeling past binnen de bestaande ruimtelijke en functionele structuur; Het landschapsontwerp vormt een verbeelding van het landschappelijk kader. Het landschappelijk inpassingsplan volgt het vigerende beleid van gemeente en provincie. Het landschap blijft open, randen worden minder nadrukkelijk zichtbaar door afkadering met grondlichaam van minimaal benodigde hoogte of groeninrichting op veendijken. Panelenvelden volgen de oorspronkelijke kavelrichting en grenzen; ook de diverse andere omgevingsaspecten staan de uitvoering van het project niet in de weg; er is sprake van een economisch uitvoerbaar project; er is uitvoerig overleg gevoerd met omwonenden en andere belanghebbenden; het project levert een bijdrage aan de ambities met betrekking tot het opwekken van duurzame energie.