Reactienota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan.pdf
Tekst van het document
Reactienota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Giethoorn – Basisschool Beulakerweg Team: Leefomgeving Datum: 23-04-2019 Versie: 1 2 Inhoudsopgave 1. Inleiding ................................................................................................................................................... 3 2. Overzicht zienswijzen ............................................................................................................................ 3 3. Ontvankelijkheid .................................................................................................................................... 3 4. Beantwoording van de zienswijzen ..................................................................................................... 4 4.1. Indiener 1 ....................................................................................................................................... 4 4.1.1. Verkeersveiligheid .................................................................................................................... 4 4.1.2. Voetgangers en fietsers............................................................................................................. 4 4.1.3. Aanvullend onderzoek ............................................................................................................. 5 4.1.4.
Ontsluitingsmogelijkheid bussen ........................................................................................... 5 4.1.5. Bebouwde kom .......................................................................................................................... 5 4.1.6. Links afslaand verkeer ............................................................................................................. 5 4.1.7. Conclusie .................................................................................................................................... 6 4.2. Indiener 2 ....................................................................................................................................... 6 4.2.1. Locatie Giethoorn Zuid ........................................................................................................... 6 4.2.2. Conclusie .................................................................................................................................... 6 4.3. Indiener 3 ....................................................................................................................................... 6 4.3.1. Aanmeldnotitie .......................................................................................................................... 6 4.3.2.
Recente ontwikkelingen ........................................................................................................... 8 4.3.3. Ontbreken visie ......................................................................................................................... 8 4.3.4. Donkerte gebied ........................................................................................................................ 9 4.3.5. Welstand ..................................................................................................................................... 9 4.3.6. Duurzaamheid ......................................................................................................................... 10 4.3.7. Voertuigbewegingen .............................................................................................................. 10 4.3.8. Oplegnotitie ............................................................................................................................. 11 4.3.9. Verkeersstroom ....................................................................................................................... 11 4.3.10. Verkeersonderzoek ............................................................................................................. 12 4.3.11.
Slinger ................................................................................................................................... 12 4.3.12. Integrale afweging .............................................................................................................. 12 4.3.13. Geluidsrapport .................................................................................................................... 13 4.3.14. Geluidseffecten school ....................................................................................................... 13 4.3.15. Kinderopvang ..................................................................................................................... 13 4.3.16. Nieuwe situering ................................................................................................................ 14 4.3.17. Ecologie ................................................................................................................................ 14 4.4. Zienswijze 4 ................................................................................................................................. 15 4.4.1. Ontsluiting van de school ...................................................................................................... 15 4.4.2.
fietsstallingplaatsen ................................................................................................................ 15 4.4.3. Onderwerpen inspraakreactie ............................................................................................... 15 3 1. Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan Giethoorn – Basisschool Beulakerweg met de bijbehorende stukken heeft van 3 oktober 2018 tot en met 13 november 2018 (6 weken) ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen op het ontwerpbestemmingsplan. Tegen het ontwerpbestemmingsplan zijn in totaal 4 zienswijzen ingediend. In deze reactienota is de inhoud van de zienswijzen kort samengevat en van een reactie voorzien. De reactienota heeft de volgende opzet. In paragraaf 2 wordt een overzicht gegeven van alle indieners van de zienswijzen. In paragraaf 3 wordt kort ingegaan op de ontvankelijkheid van de ingediende zienswijzen. In paragraaf 4 worden de zienswijzen van elke indiener kort samengevat en per onderdeel van een gemeentelijke reactie voorzien. De indieners van een zienswijze zullen schriftelijk worden geïnformeer d over de te volgen procedure. Bij de besluitvorming in de gemeenteraad over de vaststelling van het bestemmingsplan zal tevens over de zienswijzen worden besloten.
Aan de raad wordt voorgesteld de zienswijzen conform deze reactienota zienswijzen te beantwoorden. De reactienota zienswijzen heeft tot dat moment de status van conceptnota en zal aan de indieners van zienswijzen worden toegezonden. 2. Overzicht zienswijzen Tegen het ontwerpbestemmingsplan zijn de volgende 4 zienswijzen ingediend: Nr. Naam Adres 1. 2. 3. 4. 3. Ontvankelijkheid Alle zienswijzen zijn binnen de termijn van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeente Steenwijkerland binnengekomen en dus tijdig ingediend. Daarmee zijn alle zienswijzen dus ontvankelijk. Met de indieners van de zienswijzen hebben (ieder afzonderlijk) gesprekken plaatsgevonden met de gemeente. Op grond van de Inspraakverordening Steenwijkerland wordt deze notitie, gelijktijdig met het bestemmingsplan, gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tevens zal aan degenen die een zienswijze naar voren hebben gebracht een afschrift van de onderhavige notitie worden gezonden. 4 4. Beantwoording van de zienswijzen 4.1. Indiener 1 Allereerst merkt reclamant op niet tegen de realisatie van een fusie in Giethoor n te zijn maar dat de kern van deze zienswijze de verkeersveiligheid betreft. Reclamant is verkeerskundige en stelt dat onvoldoende aandacht is besteed aan het onderdeel verkeersveiligheid. Hieronder wordt de zienswijze per onderdeel samengevat en voorzien van een reactie. 4.1.1.
Verkeersveiligheid “Het onderdeel verkeersveiligheid is in het huidige plan sterk onderbelicht en de wel genoemde verkeersveiligheidsaspecten zijn niet correct. In paragraaf 3.3. zijn twee passages opgenomen, maar deze krijgen geen vervolg in de toelichting. Ik bestrijd dat het in de toelichting opgenomen inrichtingsvoorstel verkeersveilig is”. Reactie: Wij zijn met reclamant van mening dat de in paragraaf 3.3 opgenomen tekst inderdaad erg summier is. Naar aanleiding van de zienswijze en diverse gesprekken die plaats hebben gevonden tussen reclamant en de gemeente zijn twee (hoofd)varianten nader uitgewerkt en met indiener besproken. Het betreft de door reclamant voorgestelde variant waarbij het zwaar tepunt van het parkeren wordt geprojecteerd tussen de Beulakerweg en het fietspad en voor het personeel op het terrein van de school en de door de gemeente voorgestelde variant waarbij volledig op terrein van de school wordt geparkeerd. Met reclamant is afgesproken de varianten te laten beoordelen door een CROW gecertificeerde verkeersauditor en een second opinion te laten opstellen waarin voor beide varianten de voor- en nadelen worden benoemd middels het inzichtelijk maken van de verkeersveiligheidsrisico’s en eventuele verbeterpunten. De door De Baan Verkeersadvies opgestelde rapportage is als bijlage bij de toelichting gevoegd.
De toelichting zal op dit punt worden aangepast en uitgebreid. 4.1.2. Voetgangers en fietsers In het algemeen stelt reclamant dat de zienswijze zich richt op de verkeersveiligheid rondom de school. Hierbij is het van belang dat er geen vermenging is met voetgangers en fietsers. In het onderzoek van Roelofs komt dit naar voren maar in de uitwerking zijn deze elementen niet en/of onvoldoende toegepast. Zo ontbreekt bijvoorbeeld de voorziening kiss&ride. Ook met het uitgangspunt scheiding van het gemotoriseerde verkeer en fietsers en voetgangers is niets mee gedaan in de planuitwerking” Reactie Wij zijn met reclamant van mening dat dit onderdeel inderdaad onvoldoende is uitgewerkt. Verder zijn wij het met reclamant eens dat verkeersveiligheid één van de belangrijkste onderwerpen is bij het realiseren van een school. De gemeente heeft, na afstemming met reclamant, nader onderzoek laten doen naar het aspect verkeersveiligheid (zie ook de reactie onder 4.1.1.). De door De Baan Verkeersadvies voorgestelde verbeterpunten zullen in het definitieve ontwerp, voor zover er ook overeenstemming kan worden bereikt met de provincie Overijssel, worden verwerkt. 5 4.1.3. Aanvullend onderzoek “In de Notitie inspraak voorontwerpbestemmingsplan Giethoorn, basisschool Beulakerweg wordt verwezen naar aanvullend onderzoek naar de veiligheid van de groep kwetsbare jonge fietsers.
Dit onderzoek is niet te vinden in de stukken bij het bestemmingsplan.” Reactie Het vermoeden is dat per abuis het woord ‘aanvullend’ is gebruikt terwijl het een verwijzing betreft naar het ‘geactualiseerde’ onderzoek van Roelofs Advies en Ontwerp BV d.d. 3 oktober 2016 betreft. Dit onderzoek is onderdeel van zowel het voorontwerp bestemmingsplan als het ontwerp bestemmingsplan. Met name in hoofdstuk 5 ‘Veilige schoolomgeving’ van dit onderzoek is uitvoerig aandacht besteed aan de veiligheid van kwetsbare jonge fietsers. 4.1.4. Ontsluitingsmogelijkheid bussen “Er is geen aandacht besteed aan verkeersveilige ontsluitingsmogel ijkheden voor bussen” Reactie Dit aspect is in het aanvullende verkeersadvies De Baan als aandachtspunt opgenomen voor een veilige schoolomgeving. In de definitieve terreininrichting zal dit nader worden uitgewerkt. 4.1.5. Bebouwde kom Reclamant geeft aan dat het is beter om de gehele Beulakerweg tussen Giethoorn- Noord en Giethoorn - Zuid onder de bebouwde kom te laten vallen met een snelheidslimiet van 50 kilometer per uur. Reactie De Beulakerweg is een provinciale weg waardoor de bevoegdheid voor het aanpa ssen van de snelheid bij de provincie Overijssel ligt. Als vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid de noodzaak daartoe bestaat, of dit een breed gedragen wens van de omgeving zou zijn, dan zal de gemeente dit uiteraard met de provincie bespreken.
Daartoe is vooralsnog geen sprake 4.1.6. Links afslaand verkeer “Een voorziening voor links afslaand verkeer naar de school vanuit Giethoorn – Noord ontbreekt. Het ontstaan van blokkades voor doorgaand verkeer is reëel en vormt een risico voor de verkeersveiligheid op de provinciale weg.” Reactie In overleg met de provinciaal wegbeheerder is gekozen voor een inrichting zoals aan de zuidzijde van de bebouwde kom van Giethoorn. Dit is vervolgens in het geactualiseerde verkeersonderzoek van Roelofs onderzocht en voorzien van onderstaande bevindingen. “Juist de aanwezigheid van een voorsorteerstrook zorgt ervoor dat doorgaand verkeer harder kan doorrijden. De combinatie van de slinger in de Beulakerweg en afslaand verkeer naar de school zorgt er juist voor dat de snelheid ter hoogte van de school wordt geremd. Een volwaardige rijstrook voor links afslaand verkeer is in principe niet nodig. De verkeerstoename als gevolg van de schoollocatie is relatief gering, dit leidt niet tot knelpunten in de verkeersafwikkeling op de 6 Beulakerweg. Daarnaast heeft een volwaardige linksaf strook een meer verkeerstechnische uitstraling en wordt de snelheid van het doorgaande verkeer vrijwel niet geremd.” Juist vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid is gekozen om géén voorziening van links afslaand verkeer toe te voegen. 4.1.7.
Conclusie De zienswijze van indiener 1 geeft gedeeltelijk aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. 4.2. Indiener 2 4.2.1. Locatie Giethoorn Zuid Indiener dringt aan om de basisschool niet op de huidige locatie te realiseren maar te kiezen voor een locatie in Giethoorn Zuid. Meer specifiek een locatie vlakbij het Kulturhus. Indiener verbaast zich dat de locatie ‘Nering” niet meer wordt genoemd. Reactie Deze locatie is samen met 11 andere locatie onderzocht en opgenomen in het locatieonderzoek die als bijlage bij het bestemmingsplan is opgenomen. Reden waarom destijds niet voor deze locatie is gekozen ligt aan een aantal aspecten. Zo is de route over de wandelbrug over de Cornelisgracht richting Kulturhus niet optimaal. Verder bevindt deze locatie zich in de directe nabijheid van een (kleinschalig) bedrijventerrein. Een maatschappelijke functie is niet passend. Daarbij levert dit beperkingen op voor de bestaande bedrijven. Uit het locatieonderzoek is gebleken dat de locatie ‘Nering’ niet de meest geschikte locatie is. In tegenstelling tot hetgeen reclamant aangeeft is deze locatie wel degelijk onderzocht en overwogen. 4.2.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen in het bestemmingsplan. 4.3. Indiener 3 Reclamanten achten op meerdere punten het ontwerpbestemmingsplan onzorgvuldig.
Door het opstellen van een aanmeldnotitie MER en het actualiseren van onderzoeken had veel onzorgvuldigheid voorkomen kunnen worden. Reclamanten spreken met name hun zorgen uit door het ontbreken van een toekomstvisie op het gehele gebied tussen dit deel van Giethoorn. Nieuwe ontwikkelingen nopen tot een herijking van de blik op een bepaald gebied. Reclamanten verzoeken om alvorens het bestemmingsplan vast te stellen eerst met partijen in gesprek te gaan om vast te stellen of deze plek met de voorgenomen ontsluiting past in een breder toekomstperspectief voor Giethoorn. 4.3.1. Aanmeldnotitie De effecten van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, die via het herzien van een bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, moeten middels een vormvrije m.e.r. beoordeling in beeld worden 7 gebracht. Hiervoor dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld, op basis waarvan beoordeeld wordt of het noodzakelijk is een milieueffectrapportage op te stellen. Indiener geeft aan dat deze aanmeldnotitie ontbreekt Reactie Op 7 juli 2017 is een wetswijziging van het Besluit milieueffectrapportage inwerking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat vanaf 16 mei 2017 een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden aangevraagd door middel van een aanmeldnotitie. Dit is een extra stap in de procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling.
Het nut van deze notitie is dat al in een vroeg stadium beoordeeld wordt of de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. De beslissing van het college of een milieueffectrapportage moet worden opgesteld, vindt plaats op basis van deze notitie. Een aanmeldnotitie moet alleen worden opgesteld indien een particulier of een ondernemer de initiatiefnemer is van de voorgenomen activiteit. De notitie moet ingediend worden bij het college. Deze aanmeldnotitie is vormvrij, maar heeft wel een aantal inhoudelijke voor waarden. De aanmeldnotitie moet in ieder geval informatie bevatten over de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten van de activiteit. Binnen zes weken nadat de initiatiefnemer deze informatie heeft verstrekt, moet het college beslissen of een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Als het bevoegd gezag zelf initiatiefnemer is, dan neemt deze de beslissing of een milieueffectrapportage moet worden opgesteld in een zo vroeg mogelijk stadium (vóór de terinzagelegging van het ontwerpbesluit). Bevoegd gezag hoeft hiervoor géén aanmeldnotitie op te stellen. Zeker bij complexe projecten is het in het kader van de transparantie goed mogelijk dat de gemeente er verstandig aan doet wél een aanmeldnotitie o p te stellen.
Zij moet de beslissing nemen over de vraag of een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Om deze beslissing te nemen moet ze dezelfde informatie vergaren als een particulier of ondernemer. Daarnaast moet deze informatie ook aan dezelfde beoordelingscriteria worden getoetst. Gelet hierop heeft de gemeente, die zelf initiatiefnemer is, ervoor gekozen eind 2016 een voorontwerp bestemmingsplan Giethoorn – basisschool Beulakerweg voor een ieder ter inzage te leggen. In de toelichting van dit voorontwerp bestemmingsplan wordt ingegaan op de milieuaspecten van deze ontwikkeling die voorzien zijn van de bijbehorende onderzoeken. Deze toelichting voldoet aan de inhoudelijke voorwaarden die gesteld worden aan een aanmeldnotitie. Op basis van deze toelichting is geconcludeerd dat er geen belemmeringen bestaan om het bestemmingsplan vast te stellen. Dit betekent dat de beoordeling van de milieuaspecten voor het realiseren van een school op de betreffende locatie ruimschoots (namelijk 2 jaar) vóór de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan ter inzage heeft gelegen en hiermee de milieuaspecten zo vroeg mogelijk in beeld heeft gebracht. Naar aanleiding van deze zienswijze heeft de gemeente ervoor gekozen deze milieuaspecten nogmaals te laten beoordelen door de Omgevingsdienst. Deze beoordeling is vervolgens in een aanmeldnotitie verwerkt.
Uit deze notitie is eveneens gebleken dat de effecten van het plan binnen het plangebied en de directe omgeving blijven en de effecten beperkt blijven. Verder stuit de ontwikkeling niet op bezwaren tot de aangehaalde milieuaspecten, zodat er geen sprake is van belangrijke nadelige milieueffecten. Gelet op bovengenoemde aanpak en zorgvuldigheid kunnen wij ons niet vinden in d e stelling van indiener dat een aanmeldnotitie ontbreekt en dat dit betekent dat er onvoldoende naar de milieuaspecten is gekeken. Deze reactie geeft in zoverre aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan dat de aanmeldnotitie is toegevoegd als bijlage van het bestemmingsplan . 8 4.3.2. Recente ontwikkelingen Reclamant geeft aan dat in de onderbouwing recente ontwikkelingen missen zoals de aankoop van de voormalige boerderij aan De Deukten en omliggende gronden. Het is niet ondenkbaar dat de nieuwe school beter kan worden ontsloten vanaf De Deukten en/of de nie uwe toegangsweg evenwijdig aan de Kerkweg. Ook is de optie ontsluiting via De Nering niet goed onderzocht” Reactie De locatie De Deukten was ten tijde van het uitgevoerde locatieonderzoek in 201 5 nog niet in beeld als toekomstig eigendom van de gemeente en is dan ook niet opgenomen in het locatieonderzoek dat heeft plaatsgevonden.
Als een ontwikkeling langere tijd loopt ligt het voor de hand dat zich gaandeweg meer of andere locaties voordoen. Bovendien heeft de i ndiener van de zienswijze niet onderbouwd waarom de locatie De Deukten geschikter is dan de huidige locatie. Gelet hierop geeft deze reactie geen aanleiding tot aanpassingen in het bestemmingsplan. Voor de beantwoording met betrekking tot de locatie De Nering verwijzen wij naar de reactie onder punt 4.2.1. 4.3.3. Ontbreken visie Reclamanten hebben hun bedrijven gevestigd aan de Beulakerweg vanwege de ruimte en de ruimte achter hun bedrijven. De ontwikkeling van het bedrijventerrein kan opschuiven richting Noord. Die ontwikkeling is al in gang gezet gelet op de uitbreiding van diverse bedrijven naar achteren. Hierdoor zou de weg de Nering en verdere ontwikkelingen richting Giethoorn Noord opnieuw bezien moeten worden. Daarbij zou de nieuwe school en de ontsluiting een plek moeten krijgen. De locatie is eenzijdig benaderd zonder een visie op het gebied. Alles is ad hoc onderzocht en mist de samenhang met het omliggende gebied en de recente ontwikkelingen. Dit leidt tot onzorgvuldige besluitvorming.
Reclamanten missen de visie hoe de plaats van de school en eromheen er over 5 of 10 jaar uitziet en achten een mogelijke vaststelling van het bestem mingsplan in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel” Reactie Op dit moment is het opschuiven van de bestemming bedrijventerrein naar het noorden niet aan de orde evenals de uitbreiding naar achteren en de ontsluiting langs de Nering. De stelling dat dit zou kunnen klopt op zich, maar zoals net aangegeven is deze ontwikkeling op dit moment niet aan de orde. Ook de stelling dat deze locatie eenzijdig is benaderd zonder enige visie, is wat ons betreft niet aan de orde. Zowel door de gemeente als de Stec Groep is onderzoek gedaan naar de locatie. In deze onderzoeken zijn de bevindingen opgenomen van onder meer het ruimtelijk verzorgingsgebied van de fusieschool, de ruimtevraag, de ligging en locatieafweging en de ruimtelijke effecten, waarvan is geconcludeerd dat deze niet in bestaande harde plancapaciteit en bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien. Voor enkele locaties was een aanvullende onderbouwing nodig. Dit is op 18 september 2018 opgesteld door Bugel Hajema. Hieruit is naar voren gekomen dat de locatie aan de Bartus Warnersweg en de Beulakerweg als beste locatie uit het onderzoek naar voren zijn gekomen.
Gelet hierop zijn wij van mening dat er geen sprake is van een eenzijdige locatiekeuze zonder enige visie. 9 4.3.4. Donkerte gebied Reclamant geeft aan dat in de Provinciale Omgevingsvisie de locatie is aangeduid als “donkerte” gebied. De nieuwe school en de verkeersmaatregelen brengen met zich mee dat er meer verlichting aangebracht moet worden. In de bestemmingsplanregels voor de loc atie is opgenomen dat er uitsluitend lichtmasten zijn toegestaan met verticale lichtuitstraling, echter de hoeveelheid masten en de hoeveelheid verlichting is niet geregeld Ook is met de ontwikkeling van de school geen sprake meer van luw en dunbevolkt geb ied. De karakteristieken van dit gebied worden tenietgedaan. Reclamanten achten de locatie in strijd met provinciaal beleid en daarmee onzorgvuldig. Reactie Voor het plangebied geldt het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap. Het verbinden van de ontwikkelingsmogelijkheden van economische en maatschappelijke functies met het behoud en de versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke elementen draagt bij aan het behoud van de specifieke kwaliteiten van het kleinschalige mixlandschap in Overijssel. Met de provincie is intensief overleg gevoerd over de inpassing van het plan. Dit heeft er toe geleid dat het plan past binnen dit ontwikkelingsperspectief.
De school wordt daarnaast goed landschappelijk i ngepast dat in overleg met de provincie tot stand zal komen. Daarbij is in de regel van de bestemming ‘Groen’ toegevoegd dat de structurele beplanting wordt voorzien van streekeigen beplanting zoals diverse wilgensoorten, zwarte els en berk. Verder is de locatie aangeduid met “donkerte” waarbij de sturing is gericht op het minimaal toelaten van kunstlicht. Aangezien de activiteiten van de school hoofdzakelijk overdag plaatsvinden is de toevoeging van kunstlicht relatief beperkt. In de regels is als beperk ing opgenomen dat uitsluitend lichtmasten zijn toegestaan met een verticale lichtuitstraling. Omdat de terreininrichting nog niet uitgewerkt is, is er nog geen lichtplan opgesteld. Als gevolg daarvan is de hoeveelheid masten niet benoemd. Gezien de duurzaamheidsdoelstellingen zal het aantal masten beperkt blijven tot het minimaal benodigde aantal teneinde een veilige schoolomgeving te waarborgen. Daarnaast worden technische maatregelen genomen om de lichtintensiteit, met name in de avonduren, te beperken. Bovendien is in de regels van het bestemmingsplan opgenomen dat er uitsluitend lichtmasten zijn toegestaan met een verticale lichtuitstraling. Gelet op het bovenstaande zijn wij van mening dat er geen sprake van strijd met het provinciale beleid en daarmee van onzorgvuldig handelen. 4.3.5.
Welstand Volgens reclamanten wordt bij de ontwikkeling van het bouwplan geen rekening gehouden met welstand. Een school van deze omvang sluit niet aan op de directe omgeving. Met de totale inrichting lijkt het plangebied met de bebouwing niet te passen in de huidige Welstandsnota. Reclamanten achten het bestemmingsplan op dit punt niet zorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd. 10 Reactie De huidige welstandsnota geeft kader en richtlijnen voor het uiterlijk van de gebouwen. Het plangebied valt binnen het Laagveenlandschap en daarbinnen ingedeeld in het “Kraggenlandschap Giethoorn overig”. Er zijn criteria opgenomen ten aanzien van situering, vormgeving en detaillering. Het uiteindelijke ontwerp zal op basis van deze criteria worden beoordeeld door de Welstandscommissie. Deze toets moet nog plaatsvinden. De stelling van reclamanten dat het bestemmingsplan op dit punt niet zorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd is, is wat ons betreft te prematuur en onjuist. Met de genoemde criteria zal rekening worden gehouden bij de verdere uitwerking en invulling van de bebouwing op de betreffende locatie. Dit is tevens in de toelichting opgenomen. Bovendien is de gemeente vanuit stedenbouwkundig oogpunt zeer nauw betrokken bij het ontwerp van de school. 4.3.6.
Duurzaamheid Volgens reclamant lijkt het bestemmingsplan onvolledig omdat er in het bestemmingsplan geen juridisch kader is opgenomen voor duurzaamheid. Reactie Sinds 1 juli 2018 is het Bouwbesluit aangepast op dit punt en zal de uitwerking van het thema duurzaamheid aan de orde komen tijdens het vergunning traject. Dit is een logisch moment omdat dan de concrete bouwplannen en dus ook het aspect duurzaamheid is uitgewerkt. Het opnemen van een juridisch kader in het bestemmingsplan is dan ook niet noodzakelijk. 4.3.7. Voertuigbewegingen Reclamanten verwachten met een nieuw onderzoek anno 2018 het aantal van 5.000 voertuigbewegingen per etmaal ruim wordt overschreden. In dat geval zou de Beulakerweg wellicht een gebiedsontsluitingsweg moeten worden. Reactie Bij het opstellen van de oplegnotitie is gebruik gemaakt van de intensiteiten afkomstig van het telpunt van de provincie Overijssel zoals gepubliceerd op de Atlas van Overijssel. De meest recent gepubliceerde meetgegevens dateren van 2017. Ten opzichte van 2016 is er slechts sprake van een lichte toename van 23 voertuigen per etmaal. Nieuw onderzoek middels een telling van voertuigbewegingen zou een momentopname zijn. De gegevens afkomstig van het telpunt van de provincie Overijssel betreffen een gemiddelde over een langere periode en geven een betrouwbaar beeld van de verkeersintensiteit.
Gebiedsontsluitingswegen kennen over het algemeen een hogere intensiteit en hogere snelheden. Het door reclamanten gebruikte voorbeeld betreft de N348 nabij Deventer Oost. Het betreft de verbindingsweg naar de A1 met een veel hogere intensiteit dan de Beulakerweg en is daarmee geen goede referentie Mede gezien het feit dat de snelheid ter hoogte van de school 50 km/u bedraagt kan er een veilige afrit naar de school worden gemaakt. Ter hoogte van de school bevindt de Beulakerweg zich, na verplaatsing van de komgrens, binnen de bebouwde kom. 11 Bovendien gaat het hier om een verwachting van reclamant die niet nader is onderbouwd door enig onderzoek. Gelet hierop en het bovenstaande geeft deze reactie geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 4.3.8. Oplegnotitie Reclamant vraagt zich af of nu de verkeersintensiteit op de Beulakerweg jaarlijks toeneemt , het rapport uit 2016 “even” geactualiseerd kan worden middels een ambtelijke oplegnotitie. Reactie De Oplegnotitie is met zorgvuldigheid opgesteld door de gemeentelijk verkeerskundige. Aanleiding om het rapport uit 2016 niet te actualiseren was het feit dat de conclusies uit het rapport onverminderd van kracht zijn, ondanks het feit dat er sprake is van een (lichte) toename van de verkeersintensiteit op de Beulakerweg.
Om de conclusies te herbevestigen is het niet noodzakelijk om het volledige rapport te actualiseren en volstaat deze Oplegnotitie. 4.3.9. Verkeersstroom Reclamanten voorzien grote en onveilige problemen bij de afwikkeling van de verkeersstroom naar en van de school. Daarbij wordt verwezen naar (bijna) aanrijdingen op het kruispunt Beulakerweg – Nering, mede als gevolg van toeristen die de verkeerssituaties in Nederland niet kennen. Om vanaf de Beulakerweg bij de nieuwe school te komen, moeten auto’s het fietspad oversteken. Dit lijkt met de huidige intensiteit een gevaarlijke situatie in de hand te werken. Electrische fietsen gaan sneller en kunnen niet altijd op tijd remmen. Bovendien mag ook het bromfietsverkeer over de Beulakerweg. Reactie De capaciteit van het fietspad langs de Beulakerweg is voldoende om een groeiende groep gebruikers te kunnen afwikkelen. Door het aanbrengen van een verhoging voor de in/uitrit naar de school wordt extra aandacht geschonken aan de gebruikers van het fietspad. Met de voorgenomen verschuiving van de komgrens wordt ook de doorsteek voor brommers verplaatst. Daarmee worden conflictsituaties op het fietspad voorkomen. De ontsluiting voor fietsers afkomstig uit zowel Giethoorn Noord als Giethoorn Zuid kruist de oversteek van auto’s naar de school niet.
In 2014 zijn van 31 maart tot en met 6 april de intensiteiten van het fietsverkeer op het fietspad langs de Beulakerweg gemeten. De hoogst gemeten intensiteit bedraagt circa 600 fietsers per etmaal. Tijdens de doordeweekse spitsuren bedraagt de intensiteit 36 fietsers per uur in de ochtendspits en 66 fietsers in de avondspits. In de zomerperiode zal de intensiteit hoger zijn, maar zal de school voor een groot deel gesloten zijn. Op basis van de Ontwerpwijzer Fietsverkeer (CROW) is het fietspad langs de Beulakerweg met een breedte van circa 3 meter gedimensioneerd voor een spitsuurintensiteit van 50 – 150 fietsers per uur. De breedte van het fietspad past bij de gemeten intensiteit. Bovendien past de gemeten intensiteit ruim binnen het aantal van 50-150 fietsers per uur. Gelet hierop is de stelling van reclamanten onjuist en bovendien niet onderbouwd middels een onderzoek. 12 4.3.10. Verkeersonderzoek Reclamanten vragen zich af of in verband met een verschuiving van het bouwblok het verkeersonderzoek niet opnieuw uitgevoerd had moeten worden. Reactie Het verkeersonderzoek van Roelofs Advies en de Oplegnotitie geven een oordeel over de verkeersgeneratie, de parkeerbehoefte en de ontsluiting van het plangebied. In de Oplegnotitie zijn de wijzigingen ten opzichte van de oorspronkelijke gegevens ten opzichte van het rapport van Roelofs Advies aangeduid.
Deze wijzigingen geven naar oordeel van de gemeentelijk verkeerskundige geen aanleiding tot andere inzichten / conclusies. In het rapport van Roelofs Advies is een passage gewijd aan het aspect verkeersgeluid in relatie tot de afstand van het schoolgebouw tot de Beulakerweg. In verband met een stedenbouwkundige aanpassing van het plan waardoor het schoolgebouw dichter op de Beulakerweg is geprojecteerd is een akoestisch onderzoek toegevoegd. Gezien een geringere afstand is tevens een onderzoek uitgevoerd naar het aspect Luchtkwaliteit. Er is, mede door deze aanvullingen, sprake van een zorgvuldige beoordeling van de diverse aspecten. 4.3.11. Slinger Reclamant vreest dat hij door de nieuwe “slinger” veelvuldig moet stoppen voor het komende en gaande (auto)verkeer. Reactie Als gevolg van de school zal de verkeersintensiteit op de Beulakerweg ter hoogte van het bedrijf van reclamant toenemen. Het aantal haal- en brengbewegingen zal worden beperkt als gevolg van het voornemen van Stichting Op Kop een continuerooster in te voeren. Gelet op de verkeersonderzoeken zijn wij van mening dat er sprake is van een acceptabele toename van het aantal verkeersbewegingen op de Beulakerweg en dat als gevolg van het aanbrengen van een slinger in de Beulakerweg de snelheid ter plekke wordt gereduceerd hetgeen de overzichtelijkheid bevordert. 4.3.12.
Integrale afweging De voorgestelde ontsluiting en de slinger alsmede het verkeersbesluit maken juridisch geen deel uit van het ontwerpbestemmingsplan, maar zijn wel wezenlijk voor de onderbouwing van het plan. Reclamanten hadden graag gezien dat een meer integrale afweging ten aanzien van de huidige situatie had plaatsgevonden. Reactie Zowel de ontsluiting van de school als de ‘slinger’ in de weg passen binnen de geldende verkeersbestemming van het bestemmingsplan Giethoorn. Dit betekent dat er geen sprake is van strijdigheid met de bestemming en er dus geen noodzaak is deze locaties opnieuw te gaan voorzien van een verkeersbestemming enkel om het feit dat het gelegen moet zijn binnen hetzelfde plangebied. Het hele idee achter het digitale bestemmingsplan systeem (www.ruimtelijkeplannen.nl) is juist dat het alle bestemmingen als een puzzel in elkaar vallen waarbij de naam van het bestemmingsplan geen betekenis heeft. Dit betekent niet dat gesteld kan worden dat de ontsluiting van de school en de ‘slinger’ geen onderdeel van het bestemmingsplan zijn. Bij de totstandkoming van de plannen en in diverse onderzoeken zoals het geactualiseerde 13 verkeersonderzoek van Roelofs, het akoestisch onderzoek van DPA, het locatie onderzoek verkeerskundige aspecten van BugelHajema zijn deze verkeersaspecten onderzocht.
In deze onderzoeken worden maatregelen genoemd die nodig zijn om een verkeersveilige aansluiting te creëren. Eén van deze maatregelen is het realiseren va n een ‘slinger’ in combinatie met een midden geleider ten noorden van de aansluiting om de snelheid te remmen. Over de voorbereidingen voor de ontsluiting van de school en de zogenaamde slinger is veelvuldig overleg gevoerd met de provinciaal wegbeheerder. Samen met de wegbeheerder is een ontwerp opgesteld voor een verkeerveilige ontsluiting van de school. Onderdeel van het ontwerp is het verplaatsen van de komgrens. Gelet op het bovenstaande zijn wij van mening dat het niet noodzakelijk is de ontsluiting e n de slinger op te nemen binnen hetzelfde plangebied maar dat deze verkeersaspecten wel degelijk onderdeel zijn van dit bestemmingsplan waarbij een integrale afweging heeft plaatsgevonden. 4.3.13. Geluidsrapport In het geluidsrapport van DPA Cauberg Huygen wordt in de afbeeldingen een verkeerde weergave gegeven van het plangebied. Dit is onzorgvuldig Reactie Het geluidsonderzoek van DPA (bijlage 4) is uitgevoerd naar aanleiding van een ingediende inspraakreactie op het voorontwerpbestemmingsplan en als gevolg d aarvan gebaseerd op de “oorspronkelijke” stedenbouwkundige situering. In reactie op diverse zienswijzen is het plangebied naar het noorden uitgebreid en zijn de stedenbouwkundige uitgangspunten gewijzigd.
Bijlage 5 bevat een akoestisch onderzoek wegverkeer op basis van deze gewijzigde stedenbouwkundige uitgangspunten. Gelet hierop is er geen sprake van onzorgvuldigheid. 4.3.14. Geluidseffecten school Reclamanten wonen op ongeveer 100 meter van het bouwblok van de school en zullen ongetwijfeld meer geluidseffect ervaren komend vanaf de school, ook voor 7.00 uur in verband met de mogelijkheid van een BSO Reactie Wij begrijpen de verwachting van reclamant dat er meer geluidseffecten worden ervaren van de school ten opzichte van de voorheen agrarische functie. Het akoestisch onderzoek dat is uitgevoerd toont echter aan dat de wettelijke geluidsnormen niet worden overschreden en derhalve een goed woon- en leefklimaat wordt gewaarborgd. Van eventuele geluidseffecten door de BSO zal vóór 7:00 uur geen sprake zijn, overwegende dat het schoolgebouw/de BSO niet voor 7:00 uur geopend zal zijn. 4.3.15. Kinderopvang Volgens reclamanten bevat het rapport van DPA meer omissies. DPA meldt dat er geen kinderopvang plaatsvindt omdat dit is uitgesloten in het ontwerpbestemmingsplan, maar in de regels staat dat het een school betreft met buitenschoolse opvang. Reactie 14 In het normale spraakgebruik wordt het begrip kinderopvang inderdaad gebruikt om formele vormen van kinderopvang aan te duiden waarop de Kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst van kracht is.
Daaronder valt ook buitenschoolse opvang. In het onderzoek van DPA is niet het begrip kinderopvang maar het begrip kinderdagverblijf gebruikt, die l aatste vorm is gericht op kinderen in de leeftijd van 0 -4 jaar die de hele dag opvang nodig hebben omdat zij nog niet naar school gaan. Die vorm wordt inderdaad in het ontwerp bestemmingsplan niet toegestaan. Buitenschoolse opvang betreft een andere vorm v an kinderopvang, namelijk voor kinderen die na schooltijd op de school zelf worden opgevangen. Deze vorm wordt planologisch toegestaan en is ook onderzocht in het akoestisch onderzoek. Daarbovenop is zelfs nog een groep kinderen in het onderzoek meengenome n die de schoolgaande leeftijd nog niet hebben bereikt (peuters). Dit betekent dat meer is onderzocht dan planologisch mogelijk is gemaakt. De stelling dat DPA dit aspect niet zou hebben onderzocht delen wij dan ook niet. Om in de toekomst onduidelijkheden over de definitie van kinderopvang en buitenschoolse opvang te voorkomen is de definitie ‘buitenschoolse opvang’ toegevoegd aan de begrippenlijst. 4.3.16. Nieuwe situering “Naar aanleiding van inspraakreacties is er voor gekozen om de inrichting van het perceel aan te passen, maar is het akoestisch onderzoek van DPA niet geactualiseerd. Vervolgens wordt zomaar, niet onderbouwd, geconcludeerd dat een nieuwe situering de conclusies van het rapport van DPA niet verandert.
Reactie Naar aanleiding van een inspraakreactie is door DPA een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De conclusies uit het rapport luiden dat wordt voldaan aan de gehanteerde richt -, streef en grenswaarden. Bij dit onderzoek is vermeld dat Beulakerweg 127 de enige woning is die mogelijke indirecte hinder kan ondervinden. De overige woningen zijn op zodanige afstand dat deze akoestisch niet meer herkenbaar is ten opzichte van het overige verkeer op de Beulakerweg. Vervolgens is naar aanleiding van een gewijzigde stedenbouwkundige invulling een ni euw akoestisch onderzoek wegverkeer opgesteld (bijlage 5). Ook uit dit nadere onderzoek is gebleken dat er voldaan wordt aan de wettelijke eisen van het wegverkeerslawaai. Gelet op het bovenstaande is ook de nieuwe situering onderzocht en dat hier naar voren is gekomen dat de nieuwe situering geen invloed heeft op de conclusies van het akoestisch rapport DPA. De stelling dat niet onderbouwd de conclusie van het rapport van DPA is overgenomen delen wij dan ook niet. 4.3.17.
Ecologie “Ecologisch onderzoek uit 2016 lijkt te minimaal om te kunnen spreken van een zorgvuldige voorbereiding en besluitvorming” Reactie 15 Op basis van een ecologische inventarisatie is tijdens de voorbereidingen van het voorontwerpbestemmingsplan naar voren gekomen dat aanvullend onderzoek in het kader van de Wnb of een analyse in het kader van het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid niet noodzakelijk is. Daarnaast is in juni 2018 een eDNA-onderzoek naar de grote modderkruiper uitgevoerd dat heeft aangetoond dat geen eDNA van de grote modderkruiper aanwezig is. Op dat moment en sindsdien is de locatie in gebruik voor agrarische doeleinden (i.c. verbouw van mais) waardoor de huidige situatie niet is gewijzigd ten opzichte van de voorontwerpfase. Gelet op het bovenstaande zijn wij van mening dat de onderzoeken voldoende zijn en op basis hiervan een zorgvuldige afweging heeft plaatsgevonden. 4.4. Zienswijze 4 4.4.1. Ontsluiting van de school “Naar aanleiding van een enquête is gebleken dat er veel voorstanders zijn om uit oogpunt van de verkeersveiligheid de nieuwe school beter aan de achterzijde kan worden ontsloten middels een nieuwe weg. Wij verzoeken u derhalve uitdrukkelijk deze mogelijkheid mee te nemen bij de vaststelling van het plan” Reactie Er zijn (premature) plannen voor de aanleg van een extra weg ter ontlasting van de verkeersdruk op de Kerkweg.
Of deze weg daadwerkelijk wordt gerealiseerd en zo ja, op welke locatie, is op dit moment niet bekend. Onafhankelijk van de gekozen locatie is er ook geen sprake van een directe verbinding naar de schoollocatie. Daarvoor zullen aanvullend gronden moeten worden aangekocht. Mocht uiteindelijk de conclusie zijn dat er een weg gerealiseerd wordt waaraan de school aan de achterzijde kan worden ontsloten, dan zal hiervoor een zelfstandige planologische procedure worden gestart. Het daadwerkelijk ontsluiten aan de achterzijde zal dan vooral in de uitvoering van de terrein inrichting liggen en niet in het planologisch ‘meenemen’ van ontsluitingswegen in het huidige plangebied. Deze reactie geeft dan ook geen aanleiding tot aanpassingen. 4.4.2. fietsstallingplaatsen “Omdat gezien de ligging van de school de verwachting is dat meer dan nu het geval is kinderen op de fiets zullen komen, lijkt het aantal van 85 stallingplaatsen aan de lage kant. De verwachting is dat dit aantal fors hoger zal zijn” Reactie In de regels van het bestemmingsplan wordt het aantal stallingplaatsen niet dwingend voorgeschreven. Binnen de bestemming Maatschappelijk -1 kunnen fietsenstallingen worden gerealiseerd. Bovendien is hier op het bestaande terrein voldoende ruimte om dergelijke voorzieningen te plaatsen.
In de ontwerpopdracht aan de architect is door Stichting Op Kop een aantal van 150 te realiseren fietsstallingsplaatsen opgenomen. 4.4.3. Onderwerpen inspraakreactie Drie onderwerpen die in de inspraakreactie inzake het voorontwerpbestemmingsplan zijn opgenomen blijven onverkort van kracht en worden herhaald. Onderstaand de betreffende passages uit de inspraakreactie. 16 Reactie “Hoewel in de huidige situatie het fietspad ook door de middelbare schooljeugd intensief wordt gebruikt zal het aantal jonge kinderen dat gebruik maakt van dit fietspad stijgen. Deze groep verdient bijzondere aandacht omdat van hen simpelweg door hun jongere leeftijd niet dezelfde oplettendheid kan worden verwacht als van de oudere jeugd.” reactie De verkeersintensiteit op het fietspad aan de Beulakerweg zal als gevolg van de realisatie van de basisschool toenemen. Door het scheiden van het fietsverkeer van en naar de school van het autoverkeer van en naar de school wordt de veiligheid voor de kwetsbare groep fietsers gewaarborgd. “Bijlage 2 ter zake de landschappelijke inpassing is niet digitaal beschikbaar en ook anderszins kan er geen kennis van worden genomen. Wij worden graag bij de landschappelijke inrichting betrokken.” reactie Het is juist dat de bijlage niet beschikbaar is. Er moet nog een voorstel voor de landschappelijke inpassing worden opgesteld.
In het ontwerp van de landschappelijke inpassing krijgt ook het aspect waterberging een plek. “Door de afstand naar de school zullen relatief veel kinderen door hun ouders met de auto worden gebracht. Verzoek is om voldoende parkeerruimte (in het groen) bij de school te faciliteren.” reactie In de planregels wordt slechts aangegeven dat voldaan moet worden aan de opgenomen normen in de Nota parkeernormen Steenwijkerland. Doordat het plangebied is uitgebreid richting noorden zijn er voldoende mogelijkheden om te voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Het uiteindelijk aantal te realiseren parkeerplaatsen zal, worden afgestemd met Stichting Op Kop. “Graag zouden wij zien dat de bevolking van Giethoorn nauw bij de keuze van het ontwerp van het schoolgebouw en de omgeving wordt betrokken.” reactie Stichting Op Kop is als bouwheer verantwoordelijk voor het ontwerp van de school. Stichting Op Kop heeft inmiddels toegezegd dat de bevolking en de omgeving zullen worden geïnformeerd over het ontwerp. De primaire verantwoordelijkheid voor het ontwerp ligt echter bij de opdrachtgever. “Om een optimale leerprestatie te kunnen leveren dienen de leerlingen te worden beschermd tegen geluidsbelasting.
Verzoek is daarom zwaardere eisen aan het schoolgebouw te stellen zodat boven de wettelijke normen nog een extra norm mag worden verwacht.” reactie De gemeente heeft geen wettelijke grondslag voor het stellen van aanvullende eisen. Het verder terugdringen van de geluidsbelasting in het gebouw is een verantwoordelijkheid van de bouwheer en zal in het ontwerp van het schoolgebouw moeten worden gerealiseerd.