R02-D02-21118243-tuk (1).pdf (stikstofberekening)
Tekst van het document
EESERMEER - ZONNEPARK STIKSTOFBEREKENING OPDRACHTGEVER: Hydronex BV PROJECTNUMMER: 21118243 DATUM: 23 december 2024
R02/D02/21118243/tuk PROJECTGEGEVENS: Naam: Stikstofberekening Nummer: 21118243 Documentnr: R02/D02/21118243/tuk Status: Definitief Datum: 23 december 2024 Auteur: Verificatie: OPDRACHTGEVER: Hydronex BV Postbus 12 7683 ZG Den Ham AUTORISATIE Naam: Handtekening: Datum: 23-12-2024 Bezoekadres Kroezenhoek 8 7683 PM Den Ham Postadres Postbus 12 7683 ZG Den Ham T +31 (0) 546 67 88 88 E info@roelofsgroep.nl Tevens vestigingen in Arnhem Stadskanaal Sneek Steenwijk Veenendaal Spijkenisse Weesp
R02/D02/21118243/tuk INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 3 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................................................. 3 1.2 Doelstelling .......................................................................................................................................................... 3 1.3 Leeswijzer .............................................................................................................................................................. 4 2. Beleidskader 5 3. Effect analyse 7 3.1 Permanente verstoring (gebruiksfase) ...................................................................................................... 7 3.2 Tijdelijke verstoring (bouwfase) ................................................................................................................... 8 4. Uitgangspunten AERIUS calculatie 9 4.1 Uitgangspunten berekening bouwfase .................................................................................................... 9 4.1.1 Bepaling gebruik van materieel aanlegfase .............................................................................. 9 4.1.2 Overzicht totaal aan materieel uren .........................................................................................
11 4.1.3 Bepaling transportbewegingen aanlegfase ........................................................................... 12 5. effectbeoordeling 13 5.1 Tijdelijke & permanente effecten (aanlegfase & gebruiksfase) ................................................... 13 5.2 Effect op Natura 2000-gebieden .............................................................................................................. 13 6. Conclusie 14 6.1 Advies .................................................................................................................................................................. 14 7. Literatuur 15 BIJLAGEN I. Bijlage: Hoeveelhedenlijst samenvatting uren II. Bijlage: Rekenblad III. Bijlage: AERIUS rapportage R02/D02/21118243/tuk 1. INLEIDING 1.1 AANLEIDING Wanneer binnen een plan of project sprake is van emissie van stikstof, kan het zijn dat dit nadelige gevolgen heeft voor omliggende Natura 2000 -gebieden. Volgens het Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal) (Art, 11.21, lid 1), dient een initiatiefnemer aan te tonen of er sprake is van significante gevolgen als gevolg van stikstofdepositie. Hiervoor dient een stikstofberekening te worden gemaakt in de zogenaamde AERIUS-calculator (2024). Op basis van de ingevoerde gegevens en kenmerken, wordt berekend of er stikstof terecht komt in Natura 2000-gebieden.
De voorgenomen werkzaamheden betreffen het aanleggen van een zonnepark. Het tracé ligt aan de noordkant van de straat EeserCampus. De plannen liggen op grote lijnen vast in een voorlopig ontwerp (Bijlage IV). Op detailniveau kunnen er nog wijzigingen plaatsvinden tot een definitief ontwerp. De breedte van een enkel zonnepaneel is 2384 x 1303 x 35 mm. De zonnepanelen komen te staan onder een helling van 10° over een lengte van 130 meter en komen ongeveer een meter boven de grond te liggen. De beoogde locatie van het zonnepark maakt onderdeel uit van de zandwinlocatie van de VOF Eesermeer. De provincie Overijssel heeft voor deze zandwinning een ontgrondingsvergunning afgegeven. Daarbij is uitgegaan van de vergunde situatie (ontgrondingsvergun ning) waarbij de sloot ten zuiden van het projectgebied is gedempt. Ten behoeve van de zonnepanelen wordt de vegetatie verwijderd over een totale lengte en wordt de grond deels afgegraven. De werkzaamheden zullen ongeveer 9 weken duren. De periode wanneer de werkzaamheden uitgevoerd worden is nog onduidelijk. 1.2 DOELSTELLING Op basis van de berekende emissie zal de stikstofdepositie NOx en NH3 op beschermde Habitattypen en Habitatsoorten in de omliggende Natura 2000-gebieden (mol/ha/jaar) inzichtelijk worden gemaakt. Dit is opgedeeld in permanente en tijdelijke verstoringsfactoren. Onderstaand is de onderzoek locatie aangegeven (figuur 1).
R02/D02/21118243/tuk 1.3 LEESWIJZER In hoofdstuk 1 wordt het beleidskader nader toegelicht over stikstofberekeningen en vervolgstappen. In hoofdstuk 2 worden de permanente en tijdelijke effecten van het project op de Natura2000 gebieden geanalyseerd. Hoofdstuk 3 beschrijft de uitgangspunten van de AERIUS berekening. In hoofdstuk 4 wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep effect heeft op de instandhoudingsdoelen van de Natura2000 gebieden. Hoofdstuk 5 concludeert de uitkomsten van de AERIUS berekening. Figuur 1 ligging plangebied R02/D02/21118243/tuk 2. BELEIDSKADER Het onderdeel gebiedsbescherming binnen de Omgevingswet (Natura 2000-activiteit) biedt de basis voor de beoordeling van activiteiten die (mogelijk) negatieve gevolgen hebben op de instandhoudingsdoelstellingen. Het kan daarbij gaan om zowel activiteiten binnen als buiten de Natura 2000-gebieden. Een project geldt als Natura 2000-activiteit indien het project een significant gevolg kan hebben voor een Natura 2000 -gebied. In de oriënterende fase moet onderzocht worden of de activiteit(en) significant (negatieve) gevolgen kan hebben op de betreffende Natura 2000 -gebieden. Dit kan onder andere door aan te tonen dat een ontwikkeling op zichzelf niet leidt tot een toename van stikstofdepositie. Dit kan eventueel door het gebruik van een referentiesituatie.
De eerste stap in dit onderzoek is de AERIUS berekening (Figuur 2). Deze berekening geeft inzicht of en waar de stikstof neerslaat in de Natura 2000 gebieden en of deze de instandhoudingsdoelen kan beïnvloeden. Als er een overschrijding is van de wettelijke norm van 0,00 mol N/ha/jaar, moet er onderzocht worden of de stikstofemissie vermindert kan worden om de natuur te beschermen. Optimaliseren door het bijstellen van de invoer Door de invoergegevens bij te stellen kan de uitstoot van het project verminderd worden. Zo kan het materieel verduurzaamd worden, de fasering aangepast worden, het project verdeeld worden over meerder bouwjaren en gekeken worden naar het ontwerp. Intern salderen Bij intern salderen wordt de gebruiksfase huidige situatie van het project gebied vergeleken met de gebruiksfase beoogde situatie. Als de beoogde situatie voor minder stikstofemissie zorgt dan de huidige situatie ontstaat er wat stikstofruimte. Deze ruimte kan vervolgens gebruikt om het stikstofoverschot vanuit de aanlegfase te compenseren. Deze specifieke manier van compenseren heet intern salderen. Voortoets In de voortoets wordt bepaald of het project significante gevolgen heeft voor de Natura 2000 -gebieden. Onder de voortoets valt de effect-analyse, een analyse van de hexagonen en een analyse van de kritische depositie waarde (KDW).
Deze voortoets wordt geda an als na optimaliseren en intern salderen er nog steeds een significant stikstofoverschot aanwezig is. Als er wordt vastgesteld in de voortoets da er significante gevolgen zijn op de Natura 2000 -gebieden als gevolg van het beoogde project, dan zal er een Passende beoordeling plaats vinden. Het project is dan vergunning plichtig (Bij12, 2023). R02/D02/21118243/tuk Figuur 2 Wettelijke consequentie bij overschrijding stikstofnorm
R02/D02/21118243/tuk 3. EFFECT ANALYSE Volgens de Omgevingswet dient de voorgenomen ingreep te worden getoetst op (mogelijk) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000 -gebieden. Bij de toetsing is waar mogelijk onderscheid gemaakt in permanente verstoringsfactoren (gebruiksfase) en tijdelijke verstoringsfactoren (aanlegfase). Deze toets vindt normaliter plaats bij een voortoets , maar op kwaliteitsgronden scant Roelofs in deze fase al of verstoringseffecten optreden . Is er noodzaak tot een definitieve toets , dan zal dit moeten worden gedaan in de uiteindelijke Voortoets. 3.1 PERMANENTE VERSTORING (GEBRUIKSFASE) Gezien de ligging van het plangebied ten opzichte van de Natura2000-gebieden, zal de activiteit niet leiden tot externe effecten zoals verstoring door licht, geluid en afname van het oppervlak (Synbiosis, 2024; figuur 3). Verzuring en vermesting vormen echter wel een mogelijkheid tot het leiden van significant negatieve effecten op de omliggende Natura2000 -gebieden. Aan de bronzijde leidt stikstofemissie tot een potentieel verzurend en vermestend effect in natuurgebieden. Aan de zijde van de natuurgebieden is het vooral de aanwezigheid van voor stikstofgevoelige habitattypen en -soorten die bepalen of een natuurgebied gevoelig is voor stikstofdepositie.
Vanwege de gebruiksfase, een zonnepark , wordt in de rapportage uitgegaan van een gelijkblijvende intensiteit na de constructie. Emissie van NO x en NH 3 als gevolg van toe of afname van verkeersbewegingen in de gebruiksfas e worden daarom niet behandeld in de AERIUS berekening en rapportage. Figuur 3 Ligging projectgebied t.o.v. Natura2000 gebieden van Nederland R02/D02/21118243/tuk 3.2 TIJDELIJKE VERSTORING (BOUWFASE) Gelet op de ligging van de projectlocatie ten opzichte van de Natura 2000-gebieden (Figuur 3), is het niet te verwachten dat geluid, trillingen, licht of menselijke aanwezigheid leiden tot een negatief effect. Tijdelijke effecten op abiotische factoren zoals bodemreliëf, water -, bodem - en luchtkwaliteit en landschappelijke kwaliteiten waarvoor de Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied zijn aangewezen in het kader van de Habitatrichtlijn zijn, met uitzondering van stikstofdepositie, dan ook uit te sluiten. De afstand tot deze natuurgebieden is namelijk te groot (>4 km). Gedurende de bouw treden er effecten op, zoals een tijdelijke toename van concentraties aan luchtverontreinigende stoffen. Tijdelijk zal er werkverkeer rijden van en naar het plangebied. Het gaat om een beperkt aantal verkeersbewegingen.
Samen met de (vaak mobiele) bronnen die bij de bouw gebruikt worden, leiden deze verkeersbewegingen en de inzet van mobiele bronnen mogelijk tot stikstofdepositie op één of meerdere Natura 2000-gebieden. Deze effecten worden behandeld in de AERIUS-berekening. R02/D02/21118243/tuk 4. UITGANGSPUNTEN AERIUS CALCULATIE 4.1 UITGANGSPUNTEN BEREKENING BOUWFASE Ten behoeve van de aanlegfase van het aan te leggen fietspad , is inzet van materieel noodzakelijk. De inzet van materieel geeft als basis de hoeveelheid uren die uit de begroting is gemaakt ten behoeve van dit project. De AERIUS-berekening is gemaakt met de meest recente versie (23 december, 2024) waarbij 2025 als rekenjaar is gebruikt. In het Excel bestand (zie bijlage I) is de lijst met het aantal uren materieel ingevuld. Uitgangspunt is dat gebruik zal worden gemaakt van machines met een vermogen van 0 tot 560 kW van bouwjaar 2014-2018, Stageklasse IV. Er is geen elektrisch materieel opgenomen. 4.1.1 Bepaling gebruik van materieel aanlegfase In bijlage I I is de berekening van het in te zetten materieel weergegeven. Dit materieel is in AERIUS gemodelleerd als oppervlakte bron, omdat de werkzaamheden zich beperken tot het projectgebied.
Onderstaand geeft een korte toelichting van de werkzaamheden waarvoor de machines met grootste uitstoot gebruikt zullen worden: ➢ Mobiele kraan en rupskraan : Opruimwerkzaamheden, licht grondwerk, cunetten graven voor aanleggen van bedrading en interne transporten op het werk; ➢ Verreiker: verplaatsing materieel grondwerk; ➢ Vrachtwagen: Grondtransporten op het werk. Belasting van het materieel Voor het bepalen van het brandstof gebruik van het in te zetten materieel wordt gebruik gemaakt AUB methodiek van TNO (Ligterink et al., 2021) . In dit rapport wordt aan de hand van het vermogen van het materieel stuk en de belasting van de motor, het brandstof verbruik per uur bepaald. De belasting van het materieel is een door TNO vastgesteld percentage in EMMA. Het EMMA model bevat een inschatting over de aantallen machines, machinetypen, eigenschappen (motortypen, vermogen, bouwjaar/emissienorm), de inzet (draaiuren, brandstofgebruik, motorbelasting etc.) en emissiefactoren (Figuur 4) . Figuur 4 De verschillende motorbelastingen die in EMMA onderscheiden worden (Ligterink et al., 2021)
R02/D02/21118243/tuk Voorbeelden: • wals: transmissie -> constant -> continu = 37,0% • graafmachine: hydrauliek -> dynamisch -> wisselend = 36,7% • bronbemalingspomp: vaste as -> beperkt -> wisselend = 25,3% In de AERIUS berekening is uitgegaan van deze vastgestelde percentages voor de verschillende materieelstukken. Verder wordt AdBlue toegevoegd waar mogelijk. AdBlue is een vloeistof die de afbraak van stikstofoxides faciliteert. Deze vloeistof wordt toegevoegd in een a parte tank, en niet in de brandstoftank (Lauer, 2018). Niet elk werktuig heeft deze tank waardoor het niet bij elk voertuig van toepassing is. Als uitgangspunt wordt volgens de TNO-methodiek 6% van de het totale brandstofverbruik als AdBlue gerekend (Ligterink et al., 2021). R02/D02/21118243/tuk 4.1.2 Overzicht totaal aan materieel uren De werkzaamheden starten in 2025. De werktuigen met de bijbehorende klasse worden weergeven in de tabel hieronder.
Soort werktuig Stageklasse/bouwjaar Elektrisch Totaal verbruik/l Verbruik l/uur Draaiuren Add blue/l Rupskraan Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: Ja Nee 1266 12,17 104 76 Mobiele kraan Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: Ja Nee 82 10,23 8 5 Verreiker Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: Ja Nee 1843 6,4 288 111 Tabel 1 Weergave van overzicht aan materieel uren R02/D02/21118243/tuk 4.1.3 Bepaling transportbewegingen aanlegfase De transportbewegingen zijn in AERIUS gemodelleerd als lijnbron. Het vervoer ten behoeve van de realisatie van dit project zijn opgedeeld in twee categorieën: 1. Transportbewegingen gemaakt door het bouwteam en woon- werkverkeer, gemodelleerd als licht verkeer; 2. Transportbewegingen gemaakt voor het aan - en afvoeren van materialen, materieel en grond, gemodelleerd als zwaar verkeer. Licht verkeer Aan de hand van de duur van het werk, het gemiddelde aantal mensen die op het werk aanwezig zijn en een inschatting hoeveel personenauto’s er van en naar het werk zullen rijden, is het aantal ritten ingeschat (Bijlage I). Voor de transportbewegingen van het bouwteam en het woon - werkverkeer zijn de volgende uitgangspunten aangehouden: • Er worden 2 auto’s gebruikt voor personenvervoer; • In totaal worden er 90 ritten gemaakt.
Zwaar verkeer Ten behoeve van het aan - en afvoeren van materiaal, zoals onder anderen pvc, betonbuizen, straatwerkmateriaal, zand, asfalt, funderingsmateriaal en freesasfalt is een inschatting gemaakt wat het aantal ritten zal zijn (Bijlage I). Eén rit is een reis heen én terug vanaf het projectgebied. Voor het vervoer van materiaal zijn de volgende uitgangspunten aangehouden: • De vrachtwagen 8x8, maakt 16 ritten gedurende het project; • In totaal worden er 16 ritten gemaakt. R02/D02/21118243/tuk 5. EFFECTBEOORDELING De ingevulde gegevens kunnen mogelijk een effect hebben op de nabije gelegen Natura 2000-gebieden. Door te kijken naar permanente effecten (gebruiksfase) en de tijdelijke effecten (aanlegfase) wordt een beeld gecreëerd van het project zijn gevolgen op het gebied van stikstofuitstoot. 5.1 TIJDELIJKE & PERMANENTE EFFECTEN (AANLEGFASE & GEBRUIKSFASE) De totale emissie als gevolg van de aanlegfase in 2025 bedraagt (Bijlage II): • 0,8 kg NH3/ jaar • 19,1 kg NOx/ jaar 5.2 EFFECT OP NATURA 2000-GEBIEDEN Na de invoer van de emissie is de mogelijke stikstofdepositie in de omliggende N -2000 gebieden berekend. De stikstofdepositie, als gevolg van de werkzaamheden in 2025, is niet hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. R02/D02/21118243/tuk 6. CONCLUSIE Geconcludeerd wordt dat als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden de depositienorm van 0,00 mol/ha/jaar niet wordt overschreden.
Een vergunningaanvraag voor een zogenaamde N-2000 activiteit in het kader van de Omgevingswet is dan ook niet aan de orde. 6.1 ADVIES Dit onderhavig onderzoek betreft een berekening betreft op basis van een voorlopig ontwerp. Kleine aanpassingen zouden ertoe kunnen leiden dat er wel sprake is van overschrijding van de depositienorm. De berekening is bedoeld om het risico te beheersen, niet als toets document voor een vergunningsplicht. Mochten er voor de aanvraag wijzigingen optreden in jaartallen en/of andere wijzigingen in materieel en verkeer, dan kan dit effect hebben op de uiteindelijke emissie en/of depositie. Bij wijzigingen in de uitgangspunten wordt derhalve aanbevolen een nieuwe AERIUS-berekening te maken om vast te stellen of de werkzaamheden en/of het gebruik van de locatie onder een N-2000 activiteit valt. R02/D02/21118243/tuk 7. LITERATUUR • AERIUS ® calculator. (2024). https://calculator.AERIUS .nl/wnb/ • BIJ12. (2023, 29 september). Voortoets stikstof. BIJ12. https://www.bij12.nl/onderwerpen/stikstof-en- natura2000/vergunningen-en-toestemmingsbesluiten/voortoets-stikstof/ • Lauer, T. (2018). Preparation of ammonia from liquid AdBlue –modeling approaches and future challenges. Chemie Ingenieur Technik, 90(6), 783-794. • Ligterink, N. E., Dellaert, S., & van Mensch, P. (2021).
AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen. • Synbiosys. (2024). Effectenindactor. Ministerie van economische Zaken https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12/effectenindicatorappl.aspx?subj=effectenmatrix&tab=1 • Wetten.nl (202 4, 1 Januari). Regeling – Besluit activiteiten Leefomgeving - BWBR0041330. https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2021-07-01 R02/D02/21118243/tuk I. BIJLAGE: HOEVEELHEDENLIJST SAMENVATTING UREN Inzet materieel Totaal Fase Soort werktuig Bouwjaar/klasse Vermogen(kw)Draaiuren Add blue Optie Elektrisch Belasting % Bouwfase Mobiele kraan Stage IV 100 8 nee 36,7 Rupskraan (HGM) Stage IV 120 104 nee 36,7 Verreiker Stage IV 70 288 nee 36,7 Shovel tbv straatwerk Stage IV 100 0 ja 36,7 Kiptrailer (30 ton) 2015 330 16 aantal ritten nee Vrachtwagen 8 x 8 2015 250 0 aantal ritten nee Vrachtwagen 6 x 6 2015 200 0 aantal ritten nee Tractor Stage IV 220 0 nee 29,9 Vrachtwagen 6x6 uren 2015 200 0 nee 37 Asfaltspreidmachine Stage IV 140 0 nee 37 Kleefwagen Stage IV 200 0 nee 37 Wals tbv asfaltset Stage IV 80 0 nee 37 Veegzuigauto Stage IV 200 0 nee 37 Bron bemaling Stage IV 45 0 nee 37 Freesmachine Groot Stage IV 240 0 nee 37 Freesmachine Klein Stage IV 60 0 nee 37 Beton paver Stage IV 140 0 nee 37 Wals , tbv verdichten zandbaan, funderingenStage IV 100 0 nee 37
Wegmarkering Stage IV 44 0 nee 37 Uitgangspunten: Werkzaamheden duur: wkn 9 Gemiddeld aantal mensen op het werk aantal 4 Jaar van uitvoering jaar 2024 Uitgangspunten: Werkzaamheden duur: wkn 9 Gemiddeld aantal mensen op het werk aantal 4 Jaar van uitvoering jaar 2024 Vervoer materieel Kiptrailer 16 ritten Vrachtwagen 8*8 0 ritten Vrachtwagen 6*6 0 ritten Totaal zwaar verkeer 2024 16 ritten Lichtverkeer (1 auto's, 45 dagen) 90 ritten R02/D02/21118243/tuk II. BIJLAGE: REKENBLAD Project: Zonnepark Eeserwold Contactpersoon: Marloes Sprong-Ariëns Onderwerp: Aanlegfase onderbouwing Week 1 Week 2 Week 3 Week 4 Week 5 Week 6 Week 7 Week 8 Week 9 Omschrijving Stage Type Vermogen Verbruik uren uren uren uren uren uren uren uren uren Verwijderen toplaag en bouwrijp maken IV Mobiele kranen 200 21 20 20 voertuigbewegingen personenwagens 10 10 ontgraven fundatie trafohuis IV graafmachine 100 4 8 Fundaties tafels zonnepanelen IV verreiker 70 10 16 20 20 20 20 voertuigbewegingen vrachtwagen 4 voertuigbewegingen personenwagens 4 10 10 10 ontgraven trace mantelbuizen IV mobiele kraan 200 11 40 aanleggen mantelbuizen IV verreiker 70 10 32 aanvullen IV mobiele kraan 200 5 16 plaatsen tafels IV verreiker 70 8 16 16 16 16 plaatsen zonnepanelen IV verreiker 70 10 20 20 20 20 voertuigbewegingen vrachtwagen 4 4 voertuigbewegingen personenwagen 10 10 10 4
omvormers plaatsen IV verreiker 70 3 16 voertuigbeweging vrachtwagen 2 Trafohuis plaatsen IV mobiele kraan 200 5 8 voertuigbeweging vrachtwagen 2 Totaal aan voertuigbewegingen vrachtwagen 16 Totaal aan voertuigbewegingen personenwagens 88 R02/D02/21118243/tuk III. BIJLAGE: AERIUS RAPPORTAGE