CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

QS aangepast_Woldweg De Pol

Politieke Markt 23 september 2025, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Natuurbegraafplaats Heidewold'9.950 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3.10 lid 1a Geen dieren doden, of ontheffing aanvragen Vogels Foerageergebied Diverse soorten Niet van toepassing; functie wordt niet aangetast Geen Vogels Bezette nesten (niet jaarrond beschermd) Diverse soorten Art. 3.1 lid 2 Geen bezette nesten negatief beïnvloeden of ontheffing aanvragen Vogels Jaarrond beschermde nest- en rustplaats Niet aanwezig Niet van toepassing Geen Vogels Doden van dieren Diverse soorten Art. 3.1 lid 1 Geen bezette nesten negatief beïnvloeden of ontheffing aanvragen Vleermuizen Rust- of voortplantingsplaats Niet aanwezig Niet van toepassing Geen Vleermuizen Foerageergebied Diverse soorten Niet van toepassing; er wordt geen essentieel foerageergebied aangetast Geen Vleermuizen Vliegroute Niet aanwezig Niet van toepassing Geen Vleermuizen Doden van dieren Niet van toepassing Niet van toepassing Geen Amfibieën Foerageergebied Diverse soorten Niet van toepassing; functie wordt niet aangetast Geen Amfibieën rustplaats Diverse soorten Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Geen Amfibieën Voortplantingsplaats Niet aanwezig Niet van toepassing Geen Amfibieën Doden van dieren Diverse soorten Art.

3.10 lid 1a Geen dieren doden, of ontheffing aanvragen Reptielen Alle functies Mogelijk incidenteel levendbarende hagedis en hazelworm Niet van toepassing; wel zorgvuldig werken Zorgplicht; vastleggen in Ecologisch Werkprotocol Overige soorten Dieren en overige functies Niet aanwezig Niet van toepassing Geen Samenvatting van de wettelijke consequenties. Soortgroep rust- plaats Voortplan- tingsplaats Vliegroute (vleermuizen) Essentieel foerageer- gebied Wettelijke consequenties Nader onderzoek vereist Ontheffing vereist Grondgebonden zoogdieren Ja Ja n.v.t. Nee Ja Nee Nee Vogels Nee Ja n.v.t. Nee Ja Nee Nee Vleermuizen Mogelijk mogelijk Nee Nee Nee Nee Nee Amfibieën Ja Ja n.v.t. Nee Ja Nee Nee Reptielen mogelijk mogelijk n.v.t. Nee Nee, mits zorgvuldig werken Nee Nee Vereenvoudigde samenvatting van de wettelijke consequenties per diergroep. 6.5 Historische gegevens en overige bronnen Er zijn geen historische gegevens van het plangebied bekend. 6.6 Volledigheid van het onderzoek Het onderzoek is volledig uitgevoerd met geschikte weersomstandigheden. 24 HOOFDSTUK 7 CONCLUSIES De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’.

Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Overijssel een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘het opzettelijk beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaats’, als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd3. Voor beschermde soorten die niet op deze vrijstellingslijst staan, is een ontheffing vereist om ze te mogen verstoren en om opzettelijk de rust- en voortplantingsplaats te mogen beschadigen en te vernielen. Voor het doden van beschermde diersoorten geldt geen vrijstelling van de verbodsbepalingen. Afhankelijk van de status van de beschermde soorten, kan soms ook gewerkt worden conform een door de Minister goedgekeurde, en op de situatie toepasbare, gedragscode. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Het plangebied behoort grotendeels tot het Natuurnetwerk Nederland. Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden die vallen binnen het toegewezen NNN -deelgebied. Het ‘nee, tenzij -regime’ is daarom niet van toepassing op dit initiatief.

Voorgenomen activiteiten buiten de begrenzing van het NNN hoeven niet getoetst te worden aan de beleidsregels voor de bescherming van het NNN. Het plangebied behoort niet tot Natura 2000 -gebied. Als gevolg van de transitie van het agrarisch cultuurgrond naar kruidenrijk gras met variatie in biotopen en vegetatie (houtsingels/solitaire struiken en bomen), neemt de emissie van stikstof gedurende de gebruiksfase sterk af. Er dient geen stikstofberekening uitgevoerd te worden De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën , beschermde grondgebonden zoogdieren, reptielen en vleermuizen er een voortplantingsplaats en rustplaats en benutten ze het plangebied als foerageergebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten.

Indien de beplantin g verwijderd wordt en de bouwwerkzaamheden plaatsvinden tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. In het plangebied nestelen vogelsoorten waarvan de nestplaats jaarrond beschermd is. Deze soorten (o.a. havik, buizerd en bosuil) worden door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten niet gedood en er wordt geen nestplaats van deze soorten verstoord, beschadigd of vernield. Als gevolg van het onvoorbereid uitvoeren van de voorgenomen activiteiten, wordt mogelijk een beschermd grondgebonden zoogdieren , reptiel of amfibieën gedood en wordt mogelijk een (winter)rust- en/of voortplantingsplaats beschadigd of vernield. De voorgenomen ontwikkeling is mogelijk zonder een beschermd dier te doden en het is zeer waarschijnlijk te voorkomen dat een voortplantings- of rustplaats van een beschermde diersoort negatief beïnvloed wordt. Voor de algemene soorten geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van de voortplanting- en rustplaats’, maar dat geldt niet voor de wezel. Echter, door zorgvuldig te w erken kan o vertreding van een verbodsbep aling uitgesloten worden .

Geadviseerd wordt een Ecologisch Werk Protocol op te stellen waarin beschreven staat hoe overtreding van een verbodsbepaling voorkomen kan worden en de plekken waar activiteiten plaats vinden (zoals graven) dienen afgestemd te worden op aanwezige natuurwaard en. Het plangebied biedt daarvoor voldoende flexibiliteit. 3De lijst met soorten waarvoor een vrijstelling geldt in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling, is per 1-12-2019 aangepast. Egel en kleine marterachtigen vallen vanaf die datum niet meer onder de vrijstellingsregeling van de provincie Overijssel. 25 Bijlagen Bijlage 1. De natuurkalender (indicatie voor het uitvoeren van werkzaamheden het kader van de zorgplicht) Bijlage 2. Toelichting Wet natuurbescherming Bijlage 3. Fotobijlage Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen:

26 Bijlage 2 Toelichting Wet Natuurbescherming Drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: - Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. - Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. - Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend.

Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Soortenbescherming en het ‘nee, tenzij principe’ De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Ook voor de andere soorten, die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden, geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu, maar of ontheffing verleend kan worden, wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort. Zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”.

Vrijstelling regelgeving Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soort en mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de gedragscode. In de Wet natuurbescherming zijn voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatisc he Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk. Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. 27 Gedragscodes die zijn opgesteld onder de Flora - en faunawet kunnen worden uitgebreid ten aanzien van soorten die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd worden maar dat op grond van de Flora- en faunawet nog niet waren. Goedkeuring van een gedragscode op grond van de Flora - en faunawet blijft ook onder de Wet natuurbescherming geldig, voor de duur van de goedkeuring.

Daarna dient de gedragscode voor goedkeuring getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming. Welke soorten zijn beschermd? De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volg ens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. 3. Tenslotte is er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming

28 Vrijgestelde soorten In afwijking van de verboden in artikel 3.10, eerste lid, van de Wet is het toegestaan om van de onderstaande soorten de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het opzettelijk doden van onderstaande soorten is niet toegestaan. De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten: - de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; - het bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer. # # # # 29 Lijst met soorten waarvoor een vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt als gevolg van handelingen die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Deze soorten zijn per 1-12-2019 van de vrijstellingslijst gehaald. # 30 Bijlage 3. Fotobijlage

31

32 Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen: Internet: https://www.verspreidingsatlas.nl https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/ https://www.regelink.net/kenniscentrum/beschermde-soorten-wet-natuurbescherming/ https://calculator.aerius.nl http://www.ruimtelijkeplannen.nl https://pdokviewer.pdok.nl/ https://www.ndff.nl/

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/f96d999a-d3d7-4fcf-acf3-dff3b34a3fd6?agendaItemId=094919ee-b60a-4a25-aedc-e405e835eb77