CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2020-2023 SWL.pdf

Raadsvergadering 5 november 2019, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Programmabegroting 2020-202359.149 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · 170 pagina's · deel 5 van 7

16 alinea's met “vreemd”: 40 283 346 349 353 356 359 361 363 366 368 371 373 376 381 385

96 Risico: Omgevingswet Omschrijving risico De invoering van de Omgevingswet is een grote opgave voor de organisatie. Op 1 januari 2021 gaat de wet in. Na 2021 zijn we niet klaar, maar zullen we de omgevingswet nog verder implementeren. Dit traject loopt tot uiterlijk 2029. De focus voor nu ligt op de periode tot 2021. Momenteel wordt vanuit het programma invoering omgevingswet toegewerkt naar de deadline waarop de wet in werking treedt. Risico’s betreffen: 1. Niet halen van de deadline van invoering door lokale of landelijke oorzaken en daarmee niet kunnen uitvoeren van wettelijke taken per 1-1-21. 2. Niet halen van de deadline/op schema blijven lopen en daarmee niet halen van eigen ambities. 3. Overschrijding van het budget voor invoering/onvoldoende middelen voor een goede invoering. Impact 1. De invoering van de wet bestaat uit vele verschillende elementen waarvan sommige crucialer zijn dan andere. Om inzichtelijk te maken wat per se op 1-1- 21 gereed moet zijn heeft de VNG een li jst met minimale acties geformuleerd om voorbereid te zijn op de omgevingswet. Voor de meeste van de acties op deze lijst lopen we op schema. Er is één actie die momenteel als risico wordt ingeschat: - Inrichting van de gewijzigde vergunningprocedure (met 8 weken als standaard) en de daarvoor benodigde ketensamenwerking.

Het mogelijke gevolg van het optreden van dit risico is dat we per 1 -1-21 geen vergunningen meer kunnen verstrekken en daarmee de ontwikkelingen in het fysieke domein op slot gaan. De oorzaak is meervoudig: beperkte capaciteit in de organisatie, onduidelijkheid over noodzaak gebruik toepasbare regels en de stappen die in regionaal verband nog gezet moeten worden qua samenwerking. 2. Aanvullend op hetgeen dat we (wettelijk gezien) klaar moeten hebben is binnen het programma omgevingswet ook een eigen ambitie geformuleerd aansluitend op de ambities van het college en de organisatie. Omdat het hier gaat om ambities en niet om wettelijke vereisten is de deadline van 1 -1-21 minder hard, maar de wens elijkheid van het halen van deze bestuurlijke ambities is er niet minder om. Als we kijken naar de doelen uit de bestuursprogramma’s en de in het verlengde daarvan opgestelde ambities ten aanzien van de invoering van de wet, dan doen zich de volgende risico’s voor: - Beperktere aansluiting op de wensen en behoeften van inwoners, met name de tevredenheid over (digitale) contacten/communicatie en het gebruik van serviceformules doordat vooral wordt gefocust op de (verplichte) techniek en te weinig tijd beschik baar is om medewerkers te trainen in de juiste houding en gedrag.

- Participatie zit in ons bloed & goed verwachtingenmanagement: deze ambities betekenen dat medewerkers hierin getraind moeten worden. Doorlopend en intensief. Omdat er geen harde grens is aan de mate waarin we dit moeten – dat bepalen we zelf – kan dit bij te beperkte capaciteit in de knel komen.

97 - De vraag staat centraal willen we bereiken door het invoeren van een initiatieventeam. Een team dat zich snel en integraal buigt over initiatieven. Omdat de deadline van 1 -1-21 vooral geldt voor het technisch kunnen afhandelen van een aanvraag en de werkwijze van een team vooral een cultuurverandering is kan deze ambitie in de knel komen door te beperkte aandacht hiervoor. - Sectoraal in plaats van int egraal beleid vanwege onvoldoende samenwerking en afstemming met als gevolg tegenstrijdige uitgangspunten, etc. De risico’s die hier genoemd staan zijn die bestuurlijke ambities uit het coalitieakkoord, de begroting of het programma omgevingswet die in het gedrang komen als we te weinig capaciteit vrij maken voor de invoering van de omgevingswet. Het zijn – in tegenstelling tot de minimale (wettelijke) acties onder punt 1 - geen zaken die per se geregeld moeten zijn op 1-1-21, maar wel belangrijke ambities van dit college. 3. Tot slot blijft de omgevingswet een financieel risico met zich meebrengen. De omgevingswet brengt drie soorten kosten met zich mee die lastig in te schatten zijn en in die zin een risico vormen: - Voorbereidings- en implementatiekosten - Om deze in te kunnen schatten is het VNG -model gebruikt.

Doordat dit model in vergelijking met vorig jaar beter ingevuld kon worden heeft dit tot een inschatting van de kosten voor de komende jaren en een claim bij de afgelopen PPN geleid. Voor 2020 gaat d it om een bedrag van bijna een miljoen euro. Met het bij de PPN vastgestelde bestedingsplan wordt dit risico als flink kleiner dan voorheen ingeschat. Onzekerheid blijft natuurlijk altijd aanwezig, maar bij (verwachte) afwijkingen wordt uw raad bij het voorjaars- en najaarsmoment geïnformeerd. - Verandering in de structurele lasten - Deze lasten kunnen wijzigen door een verandering in de personeelsbehoefte en een vermoedelijke daling van de legesopbrengsten. Een kwantitatieve duiding is nog niet te geven, dat zal pas mogelijk zijn als er grote stappen zijn gezet met de omgevingsvisie en het omgevingsplan. - Mogelijke incidentele frictiekosten - Deze kosten kunnen optreden als gevolg van een verschuiving in het personeel. Een kwantitatieve duiding is nog niet te geven. (Beheers)maatregelen Binnen de organisatie is het programma omgevingswet opgezet. In dit programma worden de inhoudelijke en financiële risico’s in de gaten gehouden en worden er maatregelen op getroffen. Risico’s die te groot dreigen te worden o f daadwerkelijk optreden worden besproken in de stuurgroep omgevingswet van waaruit beheersmaatregelen worden genomen.

In relatie tot voorgaande risico’s worden/zijn de volgende maatregelen genomen 1. Om de vergunningprocedure goed in te richten is enerzijds de hulp ingeschakeld van een bureau dat de processen uitwerkt en wordt anderzijds t.z.t. een implementatiemanager ingezet die deze processen daadwerkelijk moet laten werken in de organisatie. 2. Op de tweede groep risico’s met betrekking tot de eigen lokale ambities worden geen specifieke beheersmaatregelen getroffen. Wel wordt continu gekeken naar de voortgang van het programma, de beschikbare capaciteit en de balans tussen interne en externe inzet.

98 3. Met betrekking tot de financiële risico’s vindt structureel overleg plaats met de afdeling financiën. Momenteel zijn er geen overschrijdingen te verwachten en derhalve ook geen beheersmaatregelen. Risico: Verhoging van de afvalstoffenbelasting Omschrijving risico Gedurende de periode 1 januari 2019 tot 1 juli 2021 vallen wij onder een zogenaamde overgangsregeling waardoor wij nog niet worden aangeslagen voor de afvalstoffenbelasting. Het risico bestaat dat dit tarief in de toekomst hoger ligt dan het huidige tarief. De verwacht ing is dat de afvalstoffenbelasting zou kunnen verdubbelen. Deze plannen van de regering zijn onderdeel van het vergroenen van het belastingstelsel. Impact Financieel: verhoging van de afvalstoffenheffing (Beheers)maatregelen De egalisatievoorziening reiniging is beschikbaar om financiële tegenvallers op te vangen en daarmee tariefschommelingen zoveel mogelijk te voorkomen. Risico: Investeringsprojecten ruimtelijk domein Omschrijving risico Voor de aanleg en instandhouding van voorzieningen in de omgeving zijn investeringen noodzakelijk. De kredieten die met deze investeringen zijn gemoeid worden projectmatig aangevraagd en gemonitord. Een totaaloverzicht van de lopende projecten is door middel van een project enlijst inzichtelijk.

De aard en omvang van deze projecten kunnen erg verschillen en daarmee ook de risico’s die per project worden gelopen. Om op projectniveau de risico’s inzichtelijk te kunnen maken is de zogenaamde prescan ingevoerd. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar financiële risico’s, maar ook naar bijvoorbeeld organisatorische, juridische en maatschappelijke risico’s. In de prescan wordt voor het inschatten van de kans van voorkomen gebruikt gemaakt van drie niveaus (klein, gemiddeld en groot). Voor het totaal van de risico’s van alle projecten kan worden uitgegaan van een gemiddelde kans van voorkomen. Dit komt overeen met het kans -niveau ‘ruim’ en een rekenpercentage van 40%. Impact Om in zijn algemeenheid iets te kunnen zeggen over de financ iële risico’s van alle lopende investeringsprojecten kan worden uitgegaan v an een gemiddelde impact van circa 25% van de totale investerings -omvang. De totale omvang van de investeringsprojecten die vanuit het beheer openbare ruimte (excl. riolering) en vanuit ontwikkeling worden geïnitieerd bedraagt op dit moment ca. € 14,5 miljoen. De impact van de risico’s wordt momenteel dus geraamd op € 3,6 miljoen. (Beheers)maatregelen Afhankelijk van de risico’s worden beheersmaatregelen ingezet. Door middel van kwartaalrapportages wordt de voortgang van het project en de beheersing van de risico’s gemonitord.

99 Risico: Projecten Openbare Ruimte en de PAS (Programmatische Aanpak Stikstof) Omschrijving risico Te veel stikstofneerslag is slecht voor de natuur. Daarom hebben we een natuurvergunning of een ander toestemmingsbesluit nodig voor activiteiten (bijvoorbeeld voor wegenbouw) waar stikstof bij vrij komt. Tot 29 mei 2019 was toestemming hiervoor gebaseerd op de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS), een programma om de stikstofuitstoot rond Natura 2000 -gebieden te verminderen. Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State de PAS ongeldig verklaard, omdat de PAS in strijd is met de Europese Wetgeving. Impact Het verbieden van de PAS heeft directe gevolgen voor lopende vergunningaanvragen en toekomstige initiatieven voor projecten: deze komen in ieder geval tijdelijk stil te liggen en kunnen verder in de procedure geen gebruik meer maken van de PAS, omdat PAS nu geen status meer heeft. (Beheers)maatregelen Rijksoverheid werkt aan een nieuwe aanpak stikstof. 4.2.4. Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s Nu de weerstandscapaciteit is bepaald en de omvang van de te lopen risico’s kunnen beide met elkaar worden geconfronteerd. Ook al is de omvang van een risico niet exact te becijferen, in ieder geval hebben wij ze als p.m. benoemd, zodat inzicht ontstaat in welke risico’s de gemeente loopt. Daarbij kunnen zich de volgende scenario’s voordoen: 1.

Uitkomst inventarisatie risico’s/weerstandscapaciteit > 1, er is onvoldoende weerstandscapaciteit aanwezig; 2. Uitkomst inventarisatie risico’s/weerstandscapaciteit < 1, er zijn overtollige middelen (die alternatief kunnen worden aangewend); 3. Uitkomst inventa risatie risico’s/weerstandscapaciteit = 0, risico’s en middelen zijn voldoende (wordt meer beschouwd als een theoretische situatie). Op basis van de in het risicoprofiel opgenomen risico’s, die gekwantificeerd kunnen worden, bedraagt het totale risicobedrag afgerond € 7,2 miljoen. Voor de overige risico’s is dit nog niet concreet aan te geven, maar het belangrijkste is dat ze worden benoemd. Op basis van de wegingsfactoren bedraagt het risicobedrag afgerond € 2,3 miljoen. Worden ook de p.m. posten , de niet-kwantificeerbare risico’s, bij de afweging betrokken dan schatten wij in dat voldoende weerstandscapaciteit aanwezig als sprake is van financiële tegenvallers . 4.2.5. Diverse kengetallen 4.2.5.1. Inleiding Een deugdelijke en transparante begroting is in het belang van een goede controle door de raad op de financiële positie van onze gemeente. Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de (ontwikkeling) van de financiële positie.

De kengetallen maken inzichtelijk over hoeveel financiële ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of op te vangen. Ze geven dus inzicht in de financiële weerbaar - en wendbaarheid. De kengetallen moeten in samenhang beoordeeld worden, omdat ze alleen gezamenlijk en in onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van de gemeente. De financiële positie is geen doel op zich en moet altijd gezien worden in het licht van de totale maatschappelijke opgave van de gemeente. Het te bereiken maatschappelijke rendement en de bijdrage aan de inhoudelijke

100 beleidsdoelstellingen zijn hierbij van evident belang. De financiële positie is ondersteunend aan het afwegingsproces en moet het bestuur helpen verantwoorde keuzes te maken voor de (middel)lange termijn. We kennen de volgende kengetallen: 1. Netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen 2. Solvabiliteitsratio 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte 5. Belastingcapaciteit 6. Weerstandsratio Naast de kengetallen voor het structurele begrotingsevenwicht wordt een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie opgenomen. Dit omdat de financiële positie v an de gemeente steeds belangrijker wordt. De kengetallen en de beoordeling geven gezamenlijk op eenvoudige wijze inzicht aan de raadsleden over de financiële positie van de gemeente. Hoe de kengetallen berekend worden, is vastgelegd in een ministeriële reg eling. Het gebruik en het vaststellen van de berekeningswijze heeft geen functie als normeringsinstrument voor het financieel toezicht door de provincies. De invoering van deze kengetallen is voornamelijk bedoeld om de financiële positie voor de raadsleden inzichtelijker te maken. Voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente worden de kengetallen in samenhang bezien. Het totaalbeeld geeft inzicht in de financiële weer- en wendbaarheid. 4.2.5.2.

Netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de totale baten. Het kengetal geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie druk ken. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is, valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten, die vervolgens weer worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te krijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel inclusief als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Bij de netto schuldquote worden de leningen die we hebben uitstaan buiten beschouwing gelaten en bij de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen wordt hiermee wel rekening gehouden. Een netto schuldquote tussen 0% en 100% is acceptabel, c.q. wordt als normaal (groen) beschouwd. Als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog (oranje). Als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, bevin dt de gemeente zich in de gevarenzone (rood).

Opgemerkt wordt dat de maten 100% en 130% grove vuistregels zijn. Voor een genuanceerder beeld van de schuldpositie wordt ook gekeken naar de voorraad bouwgronden en de uitgeleende gelden. Gemeenten met veel g rond hebben meer schulden en dus een hogere schuldquote. De gemeente heeft ook leningen voor woningcorporatie Wetland Wonen aangetrokken. Deze leningen worden één op één doorgegeven. Bij de schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen worden deze leni ngen geëlimineerd. De netto schuldquote neemt toe door inzet van incidentele middelen in reserves, die zijn bestemd voor investeringen. De reserves worden dan ingezet door ze te ruilen voor structurele kapitaallasten. In de volgende grafieken wordt de v erwachte ontwikkeling van beide schuldquotes weergegeven. Bij beide schuldquotes zien wij een daling van de percentages van 2020.

101 52% 71% 73% 70% 65% 61% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 120% 140% 160% 180% Rek 2018 Begr 2019 Begr 2020 Mjr 2021 Mjr 2022 Mjr 2023 1a. Netto schuldquote Categorie A Categorie B Categorie C 4.2.5.3. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft de verhouding weer t ussen het eigen vermogen en het balanstotaal. Indien er sprake is van een forse schuld en veel eigen vermogen (het totaal van de algemene reserves en de bestemmingsreserves), hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn voor de financiële positie. Daar is b ijvoorbeeld sprake van als een lening is aangegaan omdat het eigen vermogen niet liquide is (omdat het vast zit in bijvoorbeeld een gemeentehuis of dat er andere investeringen mee zijn gefinancierd). Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaar heid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van de gemeente. De solvabiliteitsratio drukt immers het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft d aarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan her financiële verplichtingen te voldoen. Voor gemeenten geldt dat een ratio tussen de 20% en 70% als normaal wordt gezien. Voor 2020 wordt een solvabiliteitsratio verwacht van 22%, terwijl voor 2023 24% wordt gecalculeerd. Dit betekent een verbetering van het aandeel van eigen vermogen in het totale vermogen.

35% 25% 22% 22% 22% 24% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% Rek 2018 Begr 2019 Begr 2020 Mjr 2021 Mjr 2022 Mjr 2023 2. Solvabiliteitsratio Categorie C Categorie B Categorie A 4.2.5.4. Grondexploitatie Dit kengetal geeft de verhouding weer tussen de waarde van de (bouw-)gronden en het totaal aan (geraamde) baten en is indicatie van het risico. Hoe lager het percentage des te geringer het risico. De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitaties een forse impact kunnen hebben op de financiële positie van de gemeente. Als gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige) woningbouwproject hebben zij een schuld. 52% 71% 73% 70% 65% 61% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 120% 140% 160% 180% Rek 2018 Begr 2019 Begr 2020 Mjr 2021 Mjr 2022 Mjr 2023 1a. Netto schuldquote Categorie A Categorie B Categorie C

102 Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de woningen kan immers de schuld worden afgelost. Wanneer de grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht, loopt de gemeente relatief een gering risico. Het is dus belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet deze worden afgewaardeerd dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio. Er is een dalende tendens waar te nemen voor wat betreft de ontwikkeling van het kengetal. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een afname van de voorraad bouwgrond. De gemeente Steenwijkerland voert namelijk een faciliterend grondbeleid, tenzij vanwege volkshuisvestings- en economische redenen actief grondbeleid gewenst is (zie paragraaf 4.8). 4.2.5.5. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele ruimte is. Hierbij wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten. Deze worden vergeleken met de totale baten van de gemeente. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.

De relevantie van dit kengetal voor de beoordeling van de financiële positie schuilt erin dat het van belang is om te weten welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering uit het Gemeente fonds en de opbrengsten uit de onroerende-zaakbelasting (ozb). Zoals uit de navolgende grafiek blijkt verwachten wij voor de komende jaren dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten ter dekken. Overigens blijkt dit ook uit het mater ieel resultaat voor de verschillende planjaren. 14% 11% 9% 8% 6% 5% 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% 45% 50% Rek 2018 Begr 2019 Begr 2020 Mjr 2021 Mjr 2022 Mjr 2023 3. Kengetal grondexploitatie Categorie A Categorie B Categorie C

103 0,6% -1,4% 0,0% 0,0% 0,0% 0,7% -2% -2% -1% -1% 0% 1% 1% 2% 2% Rek 2018 Begr 2019 Begr 2020 Mjr 2021 Mjr 2022 Mjr 2023 4. Structurele exploitatieruimte Categorie C Categorie B Categorie A 4.2.5.6. Belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of waarin er ruimte is voor ni euw beleid. Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, riool - en afvalstoffenheffing). Het kengetal vergelijkt de woonlasten in jaar t met de landelijk gemiddelde woonlasten (COELO) in jaar (t-1). Voor 2020 komt dit cijfer uit op 86%. Wij gaan ervan uit dat de woonlasten (en daarmee de belastingcapaciteit) de komende jaren onder het landelijk gemiddelde zullen blijven. Dit hangt uiteraard in belangrijke mate af van de vraag of in het voorjaar van 2021 extra maatregelen aan de inkomstenskant noodzakelijk zijn (op basis van de gepresenteerde stelposten). 4.2.5.7. Weerstandsratio Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te kunnen vangen. De weerstandsratio is een hulpmiddel waarbij de beschikbare weerstandscapaciteit wordt afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit.

De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevorm door alle reserves, tenzij er (juridische) verplichtingen zijn aangegeven, de stille reserves en eventuele onbenutte belastingcapaciteit. Deze wordt in eerste instantie op nul geraamd. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald op basis van de risico’s, die de gemeente loopt. Voor de berekening worden omvang en kans van de risico’s in een ri sicomodel ingevoerd. Bij de vaststelling van de ‘ Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement 2019 ’ is afgesproken dat de 85% 85% 86% 86% 86% 86% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 120% 140% Rek 2018 Begr 2019 Begr 2020 Mjr 2021 Mjr 2022 Mjr 2023 5. Belastingcapactiteit: woonlasten meerpersoons-huishouden Categorie A Categorie B Categorie C

signaleringswaarde voor de weerstandsratio minimaal 1,0 is. Opgemerkt wordt dat deze waarde alleen betrekking heeft op de risico’s die kwantificeerbaar zijn. De verwachting is dat de weerstandsratio in 2019 en 2020 boven de 1 zal uitkomen. Dit betekent dat de gemeente, zoals het er nu naar uitziet, in 2019 en 2020 over voldoende middelen zal beschikken om eventuele tegenvallers op te vangen. Bij de positieve verwachting van de ratio hoort een kanttekening. Op dit moment is bij een groot aantal risico’s het lastig om een inschatting te maken van de financiële impact als deze risico’s zich daadwerkelijk voordoen. Bovendien zijn risico’s aan veranderingen onderhevig en er kunnen zich in de komende periode weer nieuwe risico’s voordoen. Kortom, het risicoprofiel van onze gemeente kan er de komende jaren heel anders uit zien. Indien nodig, zullen beheersmaatregelen worden genomen om de risico’s te verminderen of het effect ervan te verkleinen. Mocht dat niet lukken, dan is het zaak de omvang van de beschikbare weerstandscapaciteit op peil te krijgen en te houden. Signaleringwaarden De gezamenlijke provinciale toezichthouders en het Rijk hebben signaleringswaarden opgesteld voor de verplichte kengetallen. Zij hebben gekozen voor een indeling in drie categorieën. Waarbij kan worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en C het meest risicovol.

In onderstaande tabel zijn de signaleringswaarden opgenomen. Signaleringswaarden kengetallen | Categorie A | Categorie B | Categorie C Verplichte kengetallen 1a. Netto schuldquote | < 90% | 90 - 130% | > 130% 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen | < 90% | 90 - 130% | > 130% 2. | Solvabiliteitsratio | > 50% | 20 - 50% | < 20% 3. | Grondexploitatie | < 20% | 20 - 35% | > 35% 4. | Structurele exploitatieruimte | > 0% | 0% | < 0% 5. | Gemeentelijke belastingcapaciteit | < 95% | 95 - 105% | > 105% Overige kengetallen 6. | Weerstandsratio | > 2 | 1 - 2 | < 1 Samenvattend is het beeld van de kengetallen voor de gemeente Steenwijkerland de komende jaren als volgt: 104

Kengetallen | Rekening | Begroting | Begroting | MJR | MJR | MJR 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 Verplichte kengetallen 1a. Netto schuldquote | 52% | 71% | 73% | 70% | 65% | 61% 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen | 43% | 63% | 66% | 63% | 58% | 55% 2. | Solvabiliteitsratio | 35% | 25% | 22% | 22% | 22% | 24% 3. | Grondexploitatie | 14% | 11% | 9% | 8% | 6% | 5% 4. | Structurele exploitatieruimte | 0,60% | -1,37% | 0,03% | 0,04% | 0,03% | 0,65% 5. | Gemeentelijke belastingcapaciteit | 85% | 85% | 86% | 86% | 86% | 86% Overige kengetallen 6. | Weerstandsratio | 1,1 | 2,2 ‘Beoordeling’ Op basis van de gepresenteerde kengetallen kan geconcludeerd worden dat de financiële positie van onze gemeente goed | is. | De | schuldenlast | is | acceptabel. | Uit | de | solvabiliteitsratio | blijkt | dat | de | gemeente | aan | haar betalingsverplichtingen kan voldoen. De grondexploitaties zijn actueel en laten in totaliteit een positief resultaat zien. Voor vier van de vijf | verplichte kengetallen scoort de gemeente Steenwijkerland in het groene vlak in de getoonde grafieken. Alleen de solvabiliteitsratio ‘scoort oranje’. Verder is de score van het niet verplichte kengetal weerstandsratio ook groen. Geconstateerd mag dan ook worden dat de gemeente Steenwijkerland een degelijke financiële positie heeft.

Opgemerkt wordt dat de werkelijkheid, het kengetal solvabiliteit in de jaarrekening 2018 een positiever beeld laat zien. Dit komt vaker voor. In de begroting zijn investeringen opgenomen, inclusief de benodigde | financiering. In de jaarrekening blijkt dan dat sommige | investeringen achterblijven bij de planning. 105

106 4.3. Paragraaf Meerjaren auditplan Per 1 januari 2019 is de geactualiseerde verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid ( artikel 213a van de Gemeentewet ) door de raad vastgesteld. In deze verordening is vermeld dat het onderzoeksplan in de paragraaf bedrijfsvoering van de programmabegroting is opgenomen. Begin 2019 is een geactualiseerd meerjaren auditplan vastgesteld. In dit plan zijn de te onderzoeken processen voor de periode 201 9-2022 opgenomen en voorzien van een doelstelling en een planning. Tevens is per proces aangegeven of het onderzoek is gericht op de kwaliteit van de beheersing van het proces, de beoordeling van de doelmatigheid, (financiële) rechtmatigheid of een combinatie hiervan. In bijlage 3 zijn de te onderzoeken processen voor 2020 opgenomen. De geactualiseerde verordening 213A vermeldt dat per jaar minimaal één doelmatigheidsonderzoek dient te worden uitgevoerd. Voor 2019 is gekozen voor een doelmatigheidsonderzoek binnen het belastingendomein, namelijk de toeristenbelasting. Dit onderzoek vindt momenteel plaats. De uitkomsten zullen na afronding met de raad worden gedeeld. In 2020 zal de doelmatigheid van het proces hondenbelasting w orden onderzocht. Met het vaststellen van de programmabegroting door de gemeenteraad wordt de onderzoeksopdracht voor het college voor 2020 bekrachtigd.

107 4.4. Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen 4.4.1. Algemeen De kapitaalgoederen van de gemeente zijn voorzieningen in de openbare ruimte waarvoor investeringen zijn gedaan. Het gaat hierbij om voorzieningen zoals wegen, groen, water, riolering en gebouwen. Het onderhoud aan deze voorzieningen is van groot belang vo or het optimaal functioneren van de gemeente, bijvoorbeeld op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie. Het onderhoud is ook nodig om kapitaalvernietiging te voorkomen. Voor het goed onderhouden van de kapitaalgoederen zijn een aanta l zaken belangrijk. Allereerst is het van belang dat bekend is wat moet worden onderhouden en wat de huidige staat van het onderhoud is. Hiervoor maakt de gemeente gebruik van een beheerpakket dat aan de hand van inventarisaties en inspecties in het veld u p-to-date wordt gehouden. Vervolgens moet eenduidig bekend zijn wat het gewenste kwaliteitsniveau is. Dit is vastgelegd in de Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR), die in 2007 door de gemeenteraad is vastgesteld, en in beleidsdocumenten die per onderdeel beschikbaar zijn. De uitwerking vindt plaats volgens de volgende stappen: - Waar gaat het over (areaal)?; - Wat zijn de doelstellingen (beleidskader)?; - Wat zijn de financiële consequenties van deze doelstellingen?; - Hoe zijn deze consequenties geborgd in de begroting? 4.4.2.

Assetmanagement Om de aansluiting van de activiteiten op het gebied van beheer en onderhoud met de bestuurlijke ambities en de wensen van de stakeholders te verbeteren en te borgen wordt gewerkt aan de implementatie van een assetmanagementsysteem op basis van NEN-ISO 55000. In onderstaande Roos, een figuur van het kennisportaal voor Assetmanagement ‘IamPro’, zijn de onderdelen van het systeem weergegeven. Het symbool staat voor het open karakter van het systeem. Het systeem is open in de zin van flexibel, maar ook in de zin van transparant en toegankelijk.

In de komende periode wordt gewerkt aan het ordenen en ontwikkelen van de verschillende activiteiten en documenten die relevant zijn voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte conform de Roos. De implementatie van het assetmanagementsysteem vindt op een organische wijze plaats. Er wordt aan alle onderdelen tegelijkertijd gewerkt. Op natuurlijke momenten wordt een stap gezet in het vaststellen van een volgende ontwikkelfase van een onderdeel. Het vaststellen van nieuwe beleidsplannen zijn voorbeelden van dergelijke natuurlijke momenten. Binnen het assetmanagementsysteem is een belangrijke plaats ingeruimd voor het Strategisch Assetmanagement Plan. In dit plan wordt een inhoudelijke en procesmatige vertaling gemaakt van de bestuurlijke ambities uit het collegeprogramma naar de activiteiten die nodig zijn om deze ambities waar te maken. Inmiddels is ook de ‘Nota Onderhoud Kapitaalgoederen 2019-2023’ opgesteld en aan uw raad aangeboden ter vaststelling. Deze nota dient als kader voor de jaarlijkse paragraaf onderhoud kapitaalgoederen. 4.4.3 Door de raad vastgestelde beleids- en beheerplannen Voor het op orde houden van de kapitaalgoederen binnen de openbare ruimte zijn door de raad de bijbehorende beleids- en beheerplannen vastgesteld.

Beleidsbeheerplannen | Door de raad | Looptijd t/m | Financiële vertaling in vastgesteld | de begroting • Wegen | 2017 | 2021 | Ja • Verkeer | 2017 | 2020 | Ja • Verlichting | 2017 | 2026 | Ja • Riolering | 2016 | 2021 | Ja • Water | 2016 | 2021 | Ja • Oeververbindingen | 2017 | 2021 | Ja • Oeverconstructies | 2016 | 2020 | Ja • Groen | 2011 | 2014 | Ja • Spelen | 2014 | 2017 | Ja • Gebouwen | 2017 | 2026 | Ja Bovenstaande tabel geeft | aan dat voor de kapitaalgoederen er actuele plannen aanwezig zijn maar dat | de onderdelen ‘Groen’ en ‘Spelen’ | hierin achterlopen. Het voornemen is om ook hiervoor de beleidskaders en bijbehorende beheerplannen te actualiseren. Uit de door de raad vastgestelde beleids- en beheerplannen en bijbehorende meerjarenplannen wordt jaarlijks een integraal uitvoeringsplan openbare ruimte opgesteld en aangeboden aan het college en raad. In dit uitvoeringsplan worden alle plannen in de openbare ruimte benoemd, gewogen en integraal afgestemd. Hierdoor ontstaat per planjaar een evenwichtig maatregelprogramma voor onderhoud en investeringen in de openbare ruimte. 108

4.4.3.1 Wegen Areaal Areaal Wegen | Aantal | % • Asfalt | 173 | 49 • Cementbeton | 11 | 3 • Elementen | 158 | 45 • Onverhard | 12 | 3 354 | 100 Beleidskaders Het beleidskader voor onze wegen is vastgelegd in het beleidsplan ‘Overwegen’ (april 2017) en het beleidsplan ‘Verkeer’ (2017). Wij beschouwen ons uitgebreide, grotendeels historische, netwerk van wegen, paden en pleinen als een waardevol bezit en als een belangrijk middel om het dagelijkse woon-, werk- en recreatieve verkeer mogelijk te maken en veilig, efficiënt en duurzaam af te wikkelen. Het beleidsplan kent de thema’s: - | Wegennet up to date, - | Onderhoud op maat, - | Inspirerend partnerschap. Wij zien de inbreng van inwoners, ondernemers en partijen als uitgangspunt, óók voor onze wegbeheertaak. Opvolging van wettelijke | (wegbeheer)taken en behoud/versterking van sociale-, milieu en kapitaalswaarde (‘People, Planet, Profit’) zijn daarbij essentiële randvoorwaarden. Wij richten onze wegbeheertaak daarom vraaggestuurd, risicobewust en gebiedsgericht in. Voor het wegenonderhoud heeft de raad ingestemd met het kwaliteitsniveau ‘basis’. Hierbij wordt het risicoprofiel ‘laag’ aangehouden. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het beleidsplan ‘Overwegen’ zijn de financiële consequenties van het vastgestelde kwaliteitsniveau berekend.

Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Met het vaststellen van het beleidskader ‘Overwegen’ in 2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met het benodigde wegenbudget voor het kwaliteitsniveau ‘basis’ en besloten tot het instellen van een voorziening. De benodigde bedragen voor levensduurverlengende maatregelen zijn beschikbaar gesteld op onderhoudsniveau ‘basis’. De benodigde bedragen voor investeringen in bermverhardingen zijn beschikbaar gesteld op onderhoudsniveau ‘beperkt basis’. Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn: bedragen x € 1.000 Financiële consequenties | Rekening | Begroting | Begroting | MJR | MJR | MJR 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 Dagelijks beheer | 379 | 270 | 270 | 270 | 270 | 270 Groot onderhoud | 1.269 | 1.343 | 1.955 | 697 | 735 | 2.217 Bijdragen en investeringen | 530 | 162 | - | 187 | 142 | 399 Investeringen bermverharding | - | 404 | 404 | 404 | 404 | 404 109

4.4.3.2. Openbare verlichting Areaal Areaal Openbare Verlichting | Aantal | Eenheid • Lichtmasten | 11.000 | stuks Beleidskader Uitgangspunt voor het beleidsplan Openbaar Licht (2017) is ‘donkerte’. ‘Even dimmen graag’ | is het devies. De volgende ambities zijn in dit beleidsplan benoemd: de veiligheid van inwoners staat voorop, ruimte voor donkerte en duurzaamheid. Communicatie over openbare verlichting is daarbij een belangrijk aandachtspunt. In het gekozen scenario ‘beperkt basis’ wordt enige achterstand in de vervanging geaccepteerd. Er wordt in de komende 12 jaar 80% van de openbare verlichting vervangen. In de vervanging voor 2018 en 2019 is niet gekort omdat hier de oudste onderdelen met grotere risico’s (achterstand) wordt vervangen. Dat betekent dat in deze jaren het niveau basis is aangehouden. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Door de grootschalige vervanging van masten en armaturen wordt bespaard op de onderhoudskosten. In 2020 is daarom het budget bijgesteld naar € 198.000. In 2029 zijn de onderhoudskosten afgenomen tot € 186.000. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Voor het dagelijks onderhoud is in 2020 een bedrag van € 198.000 beschikbaar. Dit loopt terug naar € 193.000 in 2023. Voor de vervanging van de openbare verlichting is in de komende vier jaar een bedrag van € 1.860.000 opgenomen.

Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn: bedragen x € 1.000 Openbare verlichting | Rekening | Begroting | Begroting | MJR | MJR | MJR 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 Onderhoud | 137 | 224 | 198 | 195 | 193 | 193 Energie | 160 | 220 | 202 | 199 | 197 | 197 Investeringen armaturen | - | 365 | 385 | 233 | 261 | 276 Investeringen masten | - | 237 | 199 | 192 | 164 | 149 4.4.3.3. Riolering Areaal Areaal Riool | Aantal | Eenheid • Vrijverval riolering | 420 | km • Persleiding | 61 | km • Drukriolering | 341 | km • Gemalen | 144 | stuks • Randvoorzieningen | 12 | stuks • Minigemalen | 1.150 | stuks 110

Beleidskader De beleidskaders voor de riolering zijn vastgesteld in het ‘Watertakenplan Fluvius 2016-2021’, dat is opgesteld met het waterschap Drents Overijsselse Delta en de zes inliggende gemeenten van het beheergebied ‘Reest & Wieden’. Voor de gemeentelijke watertaken zijn een vijftal bestuurlijke doelen gedefinieerd: 1. | Risico’s voor de volksgezondheid door aanraking met schadelijke stoffen en geuroverlast maximaal beperken. 2. | Beperk wateroverlast door water op straat en beperk overstroming maximaal. 3. | Beperk hinder door falen van riolen en door verstopping of werkzaamheden. 4. | Zorg voor goede oppervlaktewaterkwaliteit, voer zo weinig mogelijk schoon water af naar de zuivering. 5. | De klant staat voorop. Aantal klachten zit onder het landelijk gemiddelde. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het watertakenplan is niet alleen het beleidskader vastgelegd, maar zijn ook de financiële consequenties bepaald. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op het watertakenplan opgenomen in het ‘Uitvoeringsplan Openbare Ruimte’. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van het watertakenplan zijn één op één verwerkt in de Programmabegroting 2020-2023. Naast de kosten voor riolering zijn er ook kosten voor stedelijk water die bij de rioolheffing worden betrokken.

Deze kosten worden vermeld bij het onderdeel water. De (globale) opbouw van het budget riolering is in onderstaande tabel weergegeven. bedragen x € 1.000 Riolering | Rekening | Begroting | Begroting | MJR | MJR | MJR 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 Algemeen | 365 | 448 | 459 | 545 | 618 | 684 Onderzoek | 191 | 207 | 207 | 207 | 207 | 207 Planvorming | 41 | 108 | 128 | 128 | 108 | 108 Onderhoud | 617 | 574 | 571 | 569 | 569 | 569 Investeringen | - | 1.400 | 1.845 | 2.150 | 1.488 | 1.400 4.4.3.4. Water & Kunstwerken Areaal Areaal Kunstwerken | Aantal | Eenheid • Kunstwerken (bruggen, steigers en voorzieningen) | 335 | stuks • Havens | 11 | stuks • Beschoeiing | ca. 120 | km Areaal Water | Aantal | Eenheid • Watergangen stedelijk gebied | 46 | km • Niet schouwsloten | 119 | km • Schouwsloten | 207 | km • Greppels | 100 | km • Duikers | 1.500 | stuks 111

Beleidskader Het gewenste kwaliteitsniveau van de water- en kunstwerken in de gemeente is vastgelegd in diverse beleidsnota’s en plannen. De volgende documenten liggen ten grondslag aan het nagestreefde kwaliteitsniveau: - | Beleidsplan Oeverconstructies Steenwijkerland 2016-2020; - | Beleidsplan Oeververbindingen Steenwijkerland 2017-2021; - | Watertakenplan Fluvius 2016-2021. In 2015 is het ‘Beleidsplan oeverconstructies 2016-2020’ vastgesteld. In dit beleidsplan is op basis van voor- | en nadelen van verschillende scenario’s gekozen voor een variant waarbij, daar waar beschoeiing echt nodig is, bij vervanging gekozen wordt voor kunststof. Dit is een duurzaam en financieel gunstig scenario. Voor de oeverconstructies is gekozen voor kwaliteitsniveau ‘basis’. In 2017 is een nieuw ‘Beleidsplan oeververbindingen 2017-2021’ vastgesteld. Oeververbindingen worden ook wel civiele | kunstwerken | genoemd | en | vormen | een | belangrijke | categorie | binnen | de | kapitaalgoederen. | Onder oeververbindingen wordt onder andere verstaan: (beweegbare) bruggen, viaducten en tunnels. Dit beleidsplan heeft als doel om als leidraad te fungeren voor het doelmatig en planmatig beheren van de oeververbindingen. Het geeft handvatten voor het beheer en onderhoud en zet de lijn uit voor de komende jaren. Er is gekozen voor het kwaliteitsniveau ‘beperkt basis’.

Deze strategie typeert zich als volgt: Maximale levensduur tegen de laagst mogelijke kosten: risico gestuurd planmatig beheer. In 2020 wordt een meerjarenplan jachthavens opgesteld met de daarbij behorende financiële gevolgen. Ten aanzien van de recreatieve voorzieningen geldt dat er in 2020 geen beleidswijzigingen zijn te verwachten in het kader van beheer en onderhoud. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Oeverconstructies Het vastgestelde onderhoudsniveau voor de oeverconstructies op basis van het ‘Beleidsplan Oeverconstructies 2016-2020’ betekent dat er een budget benodigd is voor deze periode van € 600.000 waarvan € 300.000 bestaat uit uitgestelde vervangingen en € 300.000 uit planmatig onderhoud. Dit budget is beschikbaar tot en met 2020. In 2020 is het budget lager doordat budget vanuit 2020 naar voren is gehaald naar 2018 en 2019. Oeververbindingen De gemeenteraad heeft bij de behandeling van de PPN in het voorjaar van 2017 gekozen voor het budget passend bij | de | optie | ‘beperkt | basis’ | voor | wat | betreft | het | beleidsplan | Oeververbindingen. | In | het | ‘Beleidsplan Oeververbindingen 2017-2021’ wordt onderscheid | gemaakt tussen het onderhoud en het vervangen van de oeververbindingen. Voor het niveau | ‘beperkt basis’ | is een budget benodigd van € 400.000.

In het beleidsplan oeververbindingen wordt aangegeven dat in de komende jaren 67 bruggen aan vervanging toe zijn. Hiervoor wordt vanaf 2018 € 538.000 per jaar gevraagd. Het gevraagde budget op basis van beperkt basis is beschikbaar. Water Voor wat betreft de baggeropgave is op basis van het ‘Watertakenplan Fluvius 2016-2021’ een budget benodigd van € 950.000. Binnen de gemeentelijke begroting is een bedrag beschikbaar van € 475.000. Voor het overige deel wordt samen met de andere waterbeheerders in het gebied getracht om door middel van slim en integraal aan te besteden het gekozen onderhoudsniveau te realiseren. Voor het maaien en onderhouden van sloten is in zijn totaliteit een bedrag benodigd van € 280.000 waarvan € 164.000 gerelateerd is aan schouwsloten. Het overige deel is meer gerelateerd aan het maaien van bermen en bermmaaisel. Jachthavens en Recreatieve vijvers Voor wat betreft jachthavens geldt dat er wordt gewerkt met een onderhoudsbudget van ca. € 50.000. Voor de recreatieve vijvers geldt eveneens dat er wordt gewerkt met een onderhoudsbudget van ca. € 60.000. 112

Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn: bedragen x € 1.000 Water en kunstwerken | Rekening | Begroting | Begroting | MJR | MJR | MJR 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 Onderhoud jachthavens | 47 | 48 | 48 | 48 | 48 | 48 Onderhoud recreatieve vijvers | 60 | 60 | 60 | 60 | 60 | 60 Onderhoud bruggen | 618 | 406 | 406 | 406 | 406 | 406 Beschoeiingen | 613 | 417 | 167 | 267 | 267 | 267 Baggeren | 146 | 804 | 475 | 475 | 475 | 475 Schouwsloten | 107 | 164 | 164 | 164 | 164 | 164 Investeringen bruggen | 333 | 742 | 538 | 538 | 538 | 538 Investeringen beschoeiingen | 688 | 415 | 50 | 150 | 150 | 150 4.4.3.5 Openbaar groen en speelvoorzieningen Areaal Areaal Groen- en speelvoorzieningen | Aantal | Eenheid • Bomen | 34.000 | stuks • Gazon | 100 | ha • Extensief beheerd gras | 84 | ha • Bermen | 258 | ha • Hagen | 33.000 | m2 • Plantsoen | 16 | ha • Landschappelijk groen (bos en houtwallen) | 91 | ha • Speelplekken | 184 | stuks Beleidskader Openbaar groen heeft betrekking op boombeheer, plantsoenbeheer, maaibeheer en dierenweides. Hierbij zijn de volgende nota’s en plannen van belang: - | De Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR); - | Beleidsnota Groen en Meerjarenprogramma Groen (MJP Groen), 2011-2014; - | Kwaliteitshandboek onderhoud openbare ruimte Gemeente Steenwijkerland.

Voor de speelvoorzieningen zijn de volgende nota’s van belang: - | Speelplekkenbeleid (2009); - | Meerjarenplan Spelen (2014-2017). In | de | beleidsnota | Groen | worden | de | beheerambities | met | betrekking tot | het | groen | beschreven. | Een | basis onderhoudsniveau is daarbij het uitgangspunt. Naast het dagelijks beheer zijn er ambities op het gebied van duurzaamheid, streekeigen beplanting en een schone, hele en veilige omgeving. Het Meerjarenprogramma Groen geeft aan hoe aan deze ambitie de komende jaren invulling wordt gegeven. In 2014 heeft de gemeenteraad op basis van een evaluatie besloten om de lijn van het speelplekkenbeleid uit 2009 (‘Plekken om (mee) te spelen’) te continueren. In dit plan is vastgesteld dat de gemeente spelen en bewegen 113

stimuleert en dat daarvoor voldoende speelruimte aangeboden wordt. Het onderhoud van de speelvoorzieningen wordt op het basisniveau van ‘schoon heel en veilig’ uitgevoerd. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Binnen de budgetten van groen zijn er middelen beschikbaar om onderhoud uit te voeren aan de diverse groenobjecten. Er is onderscheid gemaakt in middelen voor onderhoud van openbaar groen, bermenonderhoud, bomenonderhoud en extensief maaien. Het grootste deel van het onderhoudsbudget wordt besteed aan het integrale onderhoudsbestek voor de openbare ruimte. In dit bestek is het verzorgend onderhoud in de openbare ruimte opgenomen. Dit bestek wordt door de Noordwestgroep uitgevoerd in opdracht van de gemeente. In 2019 en 2020 is daarnaast budget beschikbaar voor het project om biodiversiteit en bloemrijke bermen te stimuleren. In het Meerjarenplan Spelen is voor een periode van 10 jaren becijferd hoeveel geld er nodig is om op het vastgestelde beleid te kunnen uitvoeren. Hierop is in het kader van de ‘herprioritering’ een bedrag van € 20.000 ingeleverd. In onderstaande tabel zijn de bedragen voor de komende vier jaren weergegeven.

bedragen x € 1.000 Speelvoorzieningen | Rekening | Begroting | Begroting | MJR | MJR | MJR 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 Onderhoud speelvoorzieningen | 107 | 106 | 106 | 106 | 106 | 106 Mutatie in voorziening | 93 | 116 | 92 | 63 | 64 | 162 Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn: bedragen x € 1.000 Openbaar groen | Rekening | Begroting | Begroting | MJR | MJR | MJR 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 Onderhoud groen | 367 | 442 | 422 | 422 | 422 | 422 Onderhoud bermen | 328 | 313 | 313 | 313 | 313 | 313 Onderhoud groen Noordwestgroep | 659 | 656 | 653 | 653 | 653 | 653 Onderhoud bomen | 192 | 281 | 153 | 153 | 153 | 153 Extensief maaien gras | 31 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 Onderhoud groen begraafplaatsen | 15 | 20 | 20 | 20 | 20 | 20 Essentaksterfte | - | 100 | 100 | 100 | - | - 4.4.3.6. Gebouwen Areaal Hieronder is een overzicht gegeven van de verschillende gebouwen die door de gemeente worden beheerd: Areaal Gemeentelijke gebouwen | Aantal | Eenheid • Binnensport accommodaties | 8 | stuks • Buitensport accommodaties | 15 | stuks • Gemeentelijke panden | 1 | stuks • Werkplaatsen | 2 | stuks 114

Areaal Gemeentelijke gebouwen | Aantal | Eenheid • Brandweer | 6 | stuks • Musea | 5 | stuks • Wijkgebouwen | 3 | stuks • Peuterspeelzalen | 3 | stuks • Jeugdhonken | 2 | stuks • Begraafplaatsen | 16 | stuks • Woningen | 2 | stuks • Recreatie | 12 | stuks • MFC | 1 | stuks • Theater | 1 | stuks • Overige panden | 42 | stuks • Zwembaden | 3 | stuks Beleidskader Van de gebouwen die de gemeente in onderhoud heeft zijn onderhoudsplannen opgesteld. Hierin is het te verrichten onderhoud voor meerdere jaren vastgelegd inclusief de onderhoudskosten waarmee rekening moet worden gehouden. Uitgegaan wordt van drie categorieën onderhoud. Het klachtenonderhoud betreft dagelijks voorkomende calamiteiten en storingen. Daarnaast is er het onderhoud waarvoor servicecontracten zijn afgesloten. Dit betreft voornamelijk technische installaties. Tenslotte is er het planmatig onderhoud. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Op basis van bovengenoemde onderhoudsplannen is voor de periode van 2019–2028 een | ‘Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed’ opgesteld. Deze plannen worden ieder jaar bij de jaarrekening geactualiseerd. Bij de laatste actualisatie is becijferd dat de jaarlijkse kosten aan planmatig onderhoud gemiddeld € 1.110.000 bedragen.

Uitbreidingen | en | duurzame | maatregelen | vallen | buiten | dit | planmatig | onderhoud | en | vergen | afzonderlijke investeringen. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Het ‘Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed’ is verwerkt in de begroting. De maatregelen voor 2020 worden vastgelegd in het ‘Uitvoeringsplan Maatschappelijk Vastgoed 2019’. Voor het maatschappelijk vastgoed is een voorziening ingesteld. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Dit tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening. Onderstaand zijn de bedragen weergegeven die de komende jaren beschikbaar zijn: bedragen x € 1.000 Gebouwen | Rekening | Begroting | Begroting | MJR | MJR | MJR 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 Onderhoud maatschappelijk vastgoed | 1.265 | 1.577 | 906 | 913 | 1.133 | 1.058 Investeringen maatschappelijk vastgoed | 124 | 106 | 44 | 252 | 110 | 740 115

4.5. Paragraaf Financiering Ambitie Het doel is een optimale financiering van de gemeentelijke inkomsten en uitgaven op korte en lange termijn. Om dit goed uit te voeren, wordt gekeken naar de renteontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt in Nederland. De treasuryfunctie wordt uitgevoerd binnen de normen van de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido), de Wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) en het financieringsstatuut. Doelstellingen Bij de begroting wordt afgewogen welke investeringen er op korte en lange termijn plaatsvinden. Het is vervolgens onze taak om deze investeringen conform de kaders te financieren. We beperken ons tot de publieke taak en hanteren hierbij de volgende doelstellingen: 1. | Er is voldoende financiering op korte en lange termijn; zodoende kunnen wij te allen tijde aan onze betaalverplichtingen voldoen. 2. | De risico’s die aan financiële transacties verbonden zijn worden beheerst en beperkt. Te denken valt onder andere aan renterisico’s, koersrisico’s en debiteuren-/crediteurenrisico’s. 3. | De rentekosten van de leningen worden zoveel mogelijk beperkt. 4. | De interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities worden zoveel mogelijk beperkt. Onze inzet We maken onderscheid tussen financiering en dekking.

Bij financiering gaat het om de vraag hoe we aan onze financiële middelen komen (bijvoorbeeld door verkoop van gronden of door het aangaan van geldleningen). Bij dekking gaat het om de vraag hoe we de middelen kunnen aanwenden om de begroting sluitend te houden (bijvoorbeeld opbrengst uitkering gemeentefonds en belastingopbrengsten). De uitvoering van het financieringsbeleid vindt plaats binnen de kaders van de Wet fido en de Wet Hof. Om vooral de financieringsrisico’s te beperken, staan in de Wet fido twee instrumenten genoemd, te weten de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Renterisiconorm De wettelijke renterisiconorm bepaalt dat jaarlijks maximaal 20% van het begrotingstotaal gebruikt mag worden voor renteherziening en herfinanciering. Hiermee is een maximum gesteld aan het renterisico op de langlopende leningenportefeuille. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst een voorwaarde is opgenomen dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. Van herfinanciering is sprake als een nieuwe lening wordt gebruikt om een oude lening af te lossen. De renterisiconorm beperkt dus de aflossingen op de bestaande leningenportefeuille. Op een begrotingstotaal van € 128,8 miljoen in 2020 bedraagt de renterisiconorm voor onze gemeente € 25,8 miljoen.

In 2020 v | indt voor een bedrag van € 4,095 | miljoen aan aflossingen van bestaande leningen plaats. We kunnen nog een nieuw | e lening aantrekken voor een bedrag van | € 20,977 | miljoen. bedragen x € 1.000 Renterisiconorm | Begroting | MJR | MJR | MJR 2020 | 2021 | 2022 | 2023 Renterisico vaste schulden Renteherzieningen (o/g) | 683 | 364 | 835 | - Betaalde aflossingen | 4.095 | 4.071 | 4.040 | 3.963 Renterisico vaste schulden | 4.778 | 4.435 | 4.875 | 3.963 Toegestane renterisico norm Omvang begroting (=grondslag) | 128.776 | 122.714 | 123.252 | 120.589 Renterisiconorm (in % van de grondslag) | 20% | 20% | 20% | 20% 116

bedragen x € 1.000 Renterisiconorm | Begroting | MJR | MJR | MJR 2020 | 2021 | 2022 | 2023 Toegestane renterisiconorm | 25.755 | 24.543 | 24.650 | 24.118 Toets renterisico norm Ruimte onder renterisiconorm | 20.977 | 20.108 | 19.775 | 20.155 Overschrijding renterisiconorm Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is in de Wet fido opgenomen om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken. De kasgeldlimiet bepaalt dat gemeenten hun financieringsbehoefte voor slechts een beperkt bedrag met kort geld (looptijd korter dan 1 jaar) mogen financieren. Hierdoor worden de re | nterisico’s op korte termijn beperkt. De norm is in de wet gesteld op 8,5% van het begrotingstotaal aan lasten. Voor de gemeente Steenwijke | rland bedraagt de limiet in 2020 afgerond € | 10,9 miljoen. De intentie is om de kasgeldlimiet optimaal te benutten. Di | t omdat voor opgenomen kasgeldleningen de laatste tijd zelfs een rentevergoeding wordt ontvangen en dus goedkoper is dan het aantrekken van een langlopende geldlening | . In verband met regelgeving is het niet toegestaan om meer dan 2 kwartalen achter elkaar | gebruik te maken van kasgeld. Daarom is per 12 september 2019 een langlopende lening van € 9 miljoen aangetrokken. Debiteuren-/crediteurenrisico Onder debiteurenrisico wordt hier verstaan het risico dat uitgezette geldleningen niet worden terugontvangen | van marktpartijen.

Schatkistbankieren Schatkistbankieren houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Hierdoor hoeft de Nederlandse staat minder geld te lenen op de financiële markten en daalt de staatsschuld. | Schatkistbankieren is ingevoerd voor gemeente, provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen. Dit heeft een positief effect op de omvang van de EMU-schuld. Depositotarieven en inleentarieven worden geharmoniseerd. De gemeente krijgt een rente vergoed die gelijk is aan de rente die de Nederlandse staat betaalt op leningen die ze op de markt aangaat. Op dit moment bedraagt dat rentepercentage 0%. De Wet biedt, onder bepaalde voorwaarden, (lagere) overheden de mogelijkheid elkaar leningen te verstrekken. Dit kan | voor beide partijen leiden tot gunstige rentecondities. | Uit oogpunt van doelmatigheid is in de Wet een drempelbedrag opgenomen. Hiermee kan een bepaald bedrag buiten de schatkist worden gehouden. Tot een begrotingstotaal van € 500 miljoen is het drempelbed | rag bepaald op 0,75% met een minimum van € 250.000. Voor begrotingstotalen boven € 500 miljoen geldt een additionele drempel van 0,2% over dat deel dat de € 500 miljoen overstijgt. Voor de gemeente Steenwijkerland geldt als drempel | voor 2020 0,75% van € 128,776 miljoen, ofwel € 0,966 miljoen.

Wij mogen dus een positief rekening-courantsaldo hebben van € 0,966 | miljoen, voordat deze middelen | worden | afgeroomd | aan | de | schatkist. | Gelet | op | onze | rekening-courantpositie | en | de | geraamde financieringsbehoefte gaan wij | ervan uit dat we in 2020 | slechts zeer incidenteel gebruik zullen maken van schatkistbankieren. Leningenportefeuille Wij maken op dit moment optimaal gebruik van de kasgeldlimiet met name als gevolg van nieuwe investeringen en aflossingen op bestaande leningen. Deze vlottende schuld (looptijd < 1 jaar) moet bij overschrijding van de kasgeldlimiet gedurende een langere termijn worden omgezet in een schuld voor langere termijn (looptijd > 1 jaar) in de vorm van het aantrekken van een langlopende geldlening. In de afgelopen periode is een nieuwe langlopende geldlening van € 9 miljoen aangetrokken tegen een rentepercentage van 0,275%. 117

bedragen x € 1.000 Ontwikkeling leningenportefeuille o/g | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 Schuldrestant per 1 januari | 65.860 | 61.765 | 57.694 | 53.654 Nieuw aangetrokken leningen | - | - | - | - Reguliere aflossingen | 4.095 | 4.071 | 4.040 | 3.963 Schuldrestant per 31 december | 61.765 | 57.694 | 53.654 | 49.691 Verschuldigde rente | 1.661 | 1.545 | 1.430 | 1.316 Gemiddeld rentepercentage | 2,69% | 2,68% | 2,67% | 2,65% In het overzicht zijn meegenomen de opgenomen leningen, die zijn doorgesluisd naar woningcorporatie Wetland Wonen Groep. De restschuld van deze doorgesluisde leningen bedraagt per 1 januari 2020 € 5,5 miljoen. Alle leningen zijn opgenomen bij de BNG Bank. In 2020 moet een totaalbedrag van circa € 1,661 miljoen worden betaald wegens verschuldigde | rentekosten. | Dit | is inclusief | de | rentelasten | van | afgerond | € | 0,225 | miljoen | voor | de doorgesluisde | leningen | aan | Wetland | Wonen. | Wij | lopen | een | risico | als | de | woningcorporatie | haar betalingsverplichtingen niet nakomt. Het Waarborgfonds Sociale Woningen staat garant voor de betalingen van rente en aflossingen van 7 van de 8 verstrekte leningen. Rentetoerekening Sinds 2018 wordt de rekenrente volgens een vaste formule berekend en kan deze niet meer vrij worden bepaald.

De invloed op het renteresultaat is vanaf dat moment beperkt tot de keuze om wel of geen rente over het eigen vermogen te berekenen. De omvang van de rente die over het eigen vermogen mag worden berekend, is met ingang van de begroting 2017 gemaximeerd op het gemiddelde rentepercentage dat de gemeente over haar extern aangetrokken leningen betaalt. bedragen x € 1.000 Renteschema | Rekening | Begroting | Begroting 2018 | 2019 | 2020 a. Externe rentelasten over de korte en lange financiering | (-) | - 1.874 | - 1.674 | - 1.721 b. Externe rentebaten (idem) | (+) | 482 | 344 | 266 Saldo rentelasten en rentebaten | - 1.392 | - 1.329 | - 1.455 c1. Rente die aan de grondexploitatie moet worden | (+) | 222 | 178 | 128 doorberekend c2. Rente van projectfinanciering die aan het | (+) | - 260 | - 241 | - 225 betreffende taakveld moet worden toegerekend c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= project- | (-) | 260 | 241 | 225 financiering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente | - 1.170 | - 1.151 | - 1.327 d1. Rente over eigen vermogen | (-) | - | - | - d2. Rente over voorzieningen (contante waarde) | (-) | - | - | - Totaal werkelijk aan taakvelden toe te rekenen rente | - 1.170 | - 1.151 | - 1.327 e.

Aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) | (+) | 1.260 | 1.438 | 1.485 Renteresultaat op het taakveld treasury | 90 | 287 | 158 118

Kredietrisico’s Dit is het risico dat de gemeente loopt wanneer geldleningen worden verstrekt aan rechtspersonen, c.q. publieke instellingen die in voorkomende gevallen in financiële problemen kunnen komen. | Onze gemeente heeft naar verwachting in het begrotingsjaar 2020 in beperkte mate te maken met kredietrisico’s. De totale omvang van deze leningen per 1-1-2020 bedraagt afgerond € 7,1 miljoen. De ontwikkeling van de verstrekte leningenportefeuille ziet er als volgt uit. bedragen x € 1.000 Verstrekte leningen | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 Vitens N.V. | 528 | 264 | - | - Stichting roeiaccommodatie 't Diep | 23 | 17 | 12 | 6 Wetland Wonen Groep | 5.491 | 5.029 | 4.594 | 4.193 N.V. Rova Holding | 1.011 | 1.011 | 1.011 | 1.011 Div. verstrekte hypotheken gemeentepersoneel | 36 | 29 | 22 | 15 Totaal verstrekte leningen | 7.089 | 6.350 | 5.639 | 5.225 Rentevergoeding | 317 | 245 | 275 | 258 Gemiddeld rentepercentage | 4,47% | 3,86% | 4,88% | 4,94% Voor 2020 is een rentevergoeding van afgerond € 0,317 mln. begroot. Hieronder volgt een korte samenvatting. bedragen x € 1.000 Ontvangen rente | Begroting 2020 Vitens N.V. | 10 Stichting roeiaccommodatie 't Diep | 1 Wetland Wonen Groep | 225 N.V. Rova Holding | 81 Div.

verstrekte hypotheken gemeentepersoneel | 0 Totaal ontvangen rente | 317 Liquiditeitsplanning De planning van de liquiditeiten heeft betrekking op toekomstige inkomsten en uitgaven van de gemeente. Voor het opstellen van deze planning is het nodig dat er een liquiditeitsprognose wordt gemaakt. In deze prognose worden | de ontvangsten en uitgaven in een bepaalde periode | vermeld. Dit | leidt | tot een verwachting van de benodigde liquiditeit. De Wet fido stelt eisen aan het actief beheren van toekomstige renterisico’s. De gemeente wordt daarom gedwongen om een systematische planning hiervoor te ontwikkelen en bij te houden. Financiering Binnen de gemeente wordt een omslagrente in rekening gebracht bij de investeringen en de projecten van 1,25%. Financieringspositie Het verschil tussen de financieringsbehoefte en de aanwezige beschikbare financieringsmiddelen (langlopende opgenomen geldleningen plus reserves en voorzieningen) is het financieringstekort of –overschot. De boekwaarde van de investeringen wordt per 1 januari 2020 geraamd op afgerond € 137 miljoen. 119

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Paginanummers tellen de pagina's van het PDF, niet de nummers die op de pagina's gedrukt staan. Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/8cc121d9-490d-4424-9ed6-b3ce24d735c5?agendaItemId=b5951f22-42c5-4599-b5ed-dbcccc477da4