CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Perspectiefnota 2019-2022 voor raadsvergadering 10 juli 2018.pdf

Raadsvergadering 10 juli 2018, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Hoofdlijnenrapportage 2018 en PPN 2019-202219.379 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Perspectiefnota 2019-2022

2 Perspectiefnota 2019–2022 Voor u ligt de Perspectiefnota (PPN) 2019–2022. Zoals gebruikelijk is de voortgangsinformatie zichtbaar gemaakt met behulp van een afzonderlijke ‘Hoofdlijnenrapportage’ en niet opgenomen in deze PPN. Dit komt tegemoet aan één van de wensen van een raadsbrede werkgroep die in 2015 heeft geadviseerd over ons P&C-instrumentarium. De Hoofdlijnenrapportage wordt ter kennisname aan u aangeboden. U stelt de ze niet vast en de rapportage wordt dus ook niet g ebruikt voor begrotingswijzigingen voor het begrotingsjaar 2018 . Dat laatste doen we met de voorliggende PPN, die we u wel ter vaststelling aanbieden. Naast financiële mutaties over 2018 geeft de PPN de ka ders voor de meerjarenbegroting 2019 -2022. In ons Coalitieakkoord 20 18-2022 ‘Door verbinding naar resultaat’ is onze visie uitgewerkt in vijf programma’s en 10 prioriteiten. Wij zijn ervan overtuigd dat we alleen resultaat kunnen boeken als we op een meer programmatische wijze gaan werken, dus met oog voor de samenhang der dingen en met focus op de uitvoering. We willen vooral bereiken dat ons werk duidelijker is voor onze inwoners, zodat zij zich uitgenodigd voelen daarin een actieve rol te nemen.

Aangezien de inkt van het Coalitieakkoord nauwelijks droog is en de nadere uitwerking in een nieuw collegeprogramma nog moet plaatsvinden, is dit een beleidsarme PPN waarbij de nadruk ligt op het uitvoeringsjaar 2018. Wij hebben ervoor gekozen om de beslui tvorming over de claims voor 2019 en latere jaren in beginsel uit te stellen tot de behandeling van de Programmabegroting 2019 - 2022. Uitzondering is bijvoorbeeld een aantal personele claims als gevolg van verander(en)de wet - en regelgeving. Deze medewerkers zijn op korte termijn nodig. In de voorbereiding op de Programmabegroting 2019 -2022 zal op basis van het dan geldende budgettaire beeld (onder andere de verwerking van de meicirculaire van het gemeentefonds) een nieuwe doorrekening worden gemaakt van al le plannen , mede tegen de achtergrond van onze ambities. Dan kunnen wij ook bekijken hoe de plannen van de gemeente Steenwijkerland zich verhouden tot de gezamenlijke opgaven in het kader van het Interbestuurlijk Programma van het Kabinet en de decentrale overheden. Naar onze mening kunt u hierdoor in november een betere integrale afweging maken. Burgemeester en wethouders van Steenwijkerland, de secretaris, de burgemeester, Judith de Groot Rob Bats 3 Inhoud Perspectiefnota 2019–2022 ............................................................................................................................. 2 1.

Onze koers ................................................................................................................................................... 4 1.1. Speerpunten 2019-2022 (en latere jaren) ........................................................................................... 4 1.2. Interbestuurlijk programma Rijk/decentrale overheden ................................................................ 5 2. Wat zien we om ons heen? ........................................................................................................................ 7 2.1. Kansen ................................................................................................................................................... 7 2.2. Bedreigingen ......................................................................................................................................... 8 3. Financieel beeld ......................................................................................................................................... 12 3.1. Begrotingspositie ................................................................................................................................ 12 3.2. Vermogenspositie .............................................................................................................................. 15 4.

Kaders Programmabegroting 2019-2022 ................................................................................................ 17 4.1. Inleiding .............................................................................................................................................. 17 4.2. Kaders .................................................................................................................................................. 17 4.3. Loonkostenontwikkelingen .............................................................................................................. 17 4.4. Prijsinflatie exploitatiebudgetten en kostenplaatsen .................................................................... 18 4.5. Prijsinflatie grondexploitatie ............................................................................................................ 18 4.6. Rente .................................................................................................................................................... 20 4.7. Loon –en prijsinflatie subsidies ........................................................................................................ 20 4.8. Prijsinflatie gemeentelijke belastingen en rechten ......................................................................... 20 4.9.

Tarief 2019 voor het prestatiecontract ............................................................................................. 20 4.10. Groei aantal woningen .................................................................................................................... 20 4.11. Groei aantal inwoners ..................................................................................................................... 20 5. Te nemen besluiten ................................................................................................................................... 21 6. Bijlagen Perspectiefnota 2019-2022 ......................................................................................................... 22 6.1. Bestedingsplan 2019-2022 ................................................................................................................. 22 6.2. Budgetafwijkingen ............................................................................................................................. 26 4 1. Onze koers In het collegeprogramma ‘Verantwoord anders 2014 -2018’ en het bijbehorende “addendum” staan de koers en speerpunten van het vorig college benoemd.

Voorliggende perspectiefnota is geschreven op het moment dat de gemeenteraadsverkiezingen zijn geweest , ee n nieuw college van Burgemeester en Wethouders is gevormd en aan een nieuw collegeprogramma wordt geschreven. In het jaarverslag over 2017 leggen wij verantwoording af over het gevoerde beleid en de financiële resultaten met name over het afgelopen jaar. Daarnaast is op hoofdlijnen terug geblikt op de afgelopen vier jaar en is een globale vooruitblik gegeven op de nieuwe bestuursperiode. Zoals gezegd, is dit een beleidsarme PPN , waarbij de nadruk ligt op het uitvoeringsjaar 2018. Wij hebben ervoor gekozen om de besluitvorming over de claims voor 2019 en latere jaren in beginsel uit te stellen tot de behandeling van de Programmabegroting 2019 -2022. Uitzondering is bijvoorbeeld een aantal personele claims als gevolg van verander(en)de wet - en regelgeving, zoals de invoering van de Alg emene Verordening Gegegevensbescherming (AVG). Ook stellen wij voor om een aantal personele claims te honoreren die betrekking hebben op de uitvoering van eerder gemaakte beleidskeuzes. De we rving voor eventueel nieuw personeel zal tijdig moeten starten, wil men op 1-1-2019 aan de slag kunnen. 1.1.

Speerpunten 2019-2022 (en latere jaren) Op 14 mei 2018 is ons nieuwe college geïnstalleerd en het Coalitieakkoord 2018-2022 (‘Door verbinding naar resultaat’) gepresenteerd én is de portefeuilleverdeling bekendgemaakt. Wij concentreren ons in dit akkoord op onze visie die is uitgewerkt in 5 programma’s en 10 prioriteiten. Wij zijn ervan overtuigd dat we alleen resultaat kunnen boeken als we op een meer programmatische wijze gaan werken, dus met oog voor de samenhang der dingen en met focus op de uitvoering. De 5 programma’s zijn: 1. De inwoner op 1; 2. Duurzaam; 3. Samen redzaam; 4. Werk aan de winkel; 5. Mijn Steenwijkerland. Met het benoemen van 10 prioriteiten brengen wij focus aan en willen wij sturen op concrete resultaten. De prioriteiten zijn activiteiten en projecten waar wij extra energie op inzetten. Soms hebben deze een directe relatie met de integrale programma’s. De prioriteiten zijn: 1. Inwonersinitiatieven versterken vanuit een participerende overheid; 2. Regionale samenwerking; 3. De afhankelijkheid van gas verminderen; 4. Opwekking duurzame energie aanjagen; 5. Maatwerk leveren in het sociaal domein; 6. Vergrijzing als kans; 7. Jongeren kansen geven op werken en wonen; 8. Slimme & schone mobiliteit; 9. Dienstverlening aan de inwoner (vriendelijk en uitnodigend); 5 10. Matching op de arbeidsmarkt.

Naast de genoemde programma’s en prioriteiten hebben wij een aantal uitgangspunten opgenomen in het Coalitieakkoord. Deze uitgangspunten geven het financieel kader voor de komende jaren: 1. Wij willen een solide financieel beeld voortzetten met een reëel sluitende meerjarenbegroting; 2. De algemene reserve zit nu op voldoende omvang en wij willen dat zo houden als een veilige achtervang; 3. De lokale lasten worden jaarlijks trendmatig aangepast en stijgen niet meer; 4. Financiële ruimte voor prioriteiten moet gevonden worden door herschikking; 5. Voor de uitvoering van de programma’s wordt per programma een aanjaagbudget beschikbaar gesteld. Wij willen het akkoord uitwerken tot een collegeprogramma waarin de programma’s en prioriteiten worden uitgewerkt en ingepast in het gemeentelijk beleidskader. Het collegeprogramma leggen wij voor aan de inwoners van Steenwijkerland en vertalen wij in een voorstel aan uw raad. Daarmee krijgen de voornemens uit het Coalitieakkoord de concreetheid om op te kunnen sturen. 1.2. Interbestuurlijk programma Rijk/decentrale overheden Op 14 februari 2018 hebben het Kabinet, VNG, IPO en Unie van Waterschappen een akkoord gesloten om samen een aantal grote maatschappelijke opgaven aan te pakken.

Deze afspraken die zijn vastgelegd in het interbestuurlijk programma ‘Samen meer bereiken’ vormen de start van het gezamenlijk interbestuurlijjk programma en een agenda. Het belangrijkste doel is een optimale samenwerking tussen de overheden, zodat er rond belangrijke maatschappelijke opgaven een meer gezamenlijke en effectieve aanpak komt. Er ligt een gezamenlijke agenda met tien opgaven: 1. Samen aan de slag voor het klimaat; 2. Toekomstbestendig wonen; 3. Regionale economie als versneller; 4. Naar een vitaal platteland; 5. Merkbaar beter in het sociaal domein; 6. Problematische schulden voorkomen en oplossen; 7. Nederland en migrant voorbereid; 8. Goed openbaar bestuur in een veranderende samenleving; 9. Passende financiële verhoudingen; 10. Overkoepelende thema’s. Voor wat betreft de financiële uitgangspunten is afgesproken dat alle overheden zich financieel inzetten voor de opgaven. Voor het gemeentefonds is de zogenaamde normeringssystematiek (‘gelijk de trap op, gelijk de trap af’) verbreed naar de totale uitgaven van het Rijk. Hierdoor komt extra geld beschikbaar voor gemeenten via hogere accressen. Dit geeft gemeenten en provincies meer vrij besteedbaar budget dat (deels) kan worden ingezet voor de gezamenlijke opgaven. Daarnaast heeft het Kabinet voor een aantal van de gezamenlijke opgaven zogenaamde ‘enveloppen’ beschikbaar gesteld via het Regeerakkoord.

Er is vertrouwen tussen de 6 ondertekenaars dat partijen met de beschikbaar gestelde middelen samen de benodigde resultaten kunnen bereiken waarbij de resultaten zullen worden gemonitord. Voor de gemeente Steenwijkerland liggen er kansen, omdat de benoemde opgaven ook in meer of mindere mate spelen binnen onze gemeente. In het hoofdstuk hierna gaan wij in op kansen en bedreigingen, die wij voorzien voor de toekomstige realisatie van ons beleid. 7 2. Wat zien we om ons heen? In dit hoofdstuk schetsen we de context waarin we ons in Steenwijkerland bevinden en ons werk doen. Die context is in sterke mate bepalend voor wat kan en niet kan, voor wat gewenst en ongewenst is en voor de koers die we voor de komende jaren kiezen. 2.1. Kansen  Duurzaamheid is een actueel en urgent thema en ontwikkelingen volgen elkaar snel op. Er is een groeiend bewustzijn in de samenleving. Dit is een goede voedingsbodem voor het zetten van stappen in de energietransitie (bijvoorbeeld energieneutraal en gasloos wonen).  Buitenlandse toeristen wisten Nederland in 2017 vaker te vinden dan in 2016. In totaal brachten in 2017 17,6 miljoen buitenlanders minimaal één nacht door in Nederland, een toename van 11% ten opzichte van 2016. Deze trend is ook bij ons waar te nemen, met name in Giethoorn. Meer toeristen die ons gebied bezoeken zullen meer besteden en daarmee de lokale economie versterken.

Keerzijde is dat veel toeristen negatieve gevolgen kan hebben voor de leefbaarheid. Samen met ’t Gieters Belang e n Giethoorn Onderneemt proberen we de negatieve gevolgen te verminderen. De regio moet meer profiteren van de populariteit van Giethoorn. We werken nauw samen met buurgemeenten om toeristen te spreiden over de regio.  In Steenwijkerland neemt het aantal oudere inwoners in verhouding toe ten opzichte van jongere inwoners. Onze inwoners worden gemiddeld steeds ouder. Naar verwachting is in 2030 bijna 30% van onze inwoners 65 jaar of ouder. We will en graag dat Steenwijkerland een gemeent e is waar je goed en gezond ouder kunt worden. We leggen de nadruk met name op de kansen die vergrijzing biedt bij het in kaart brengen van de gevolgen van de vergrijzing voor onze gemeente. Daartoe willen we een plan maken samen met de ouderen, de ouderenorganisaties, mensen uit andere leeftijdsgroepen, deskundigen en andere partijen. In dat plan zullen onder andere elementen als wonen, de sociale leefomgeving en ondersteuning en zorg aan de orde komen.  In maart 2018 hebben de colleges van de gemeenten Steenwijkerland en Westerveld het rapport ‘Toegang sociaal domein: Dichtbij, laagdrempelig en integraal’ vastgesteld. Daarin staat dat we gaan toewerken naar één lokale in tegrale toegang tot ondersteuning in het sociaal domein.

Dat wil zeggen: één plek of loket waar inwoners ter echt kunnen voor ondersteuningsvragen op het gebied van de WMO, jeugd en Parcipatiewet. Ze krijgen dan één regisseur en één plan met daarin één aanpak voor hun vragen. Het samengaan van de bestaande, reeds deels geïntegreerde toegang, met de IGSD betekent dat processen anders en mogelijk beter ingericht kunnen worden. De inwoner kan hierdoor nog beter geholpen worden.  Op 1 januari 2018 is Sociaal Werk De Kop begonnen. Hiermee is er één herkenbaar punt gekomen waar inwoners terecht kunnen met vragen op het gebied van ondersteuning, opgroeien en opvoeden. Hiermee is een forse versterking van de preventieve infrastructuur in onze gemeente gerealiseerd. Het onderbrengen van schulddienstverlening bij De Kop biedt kansen voor een (nog) betere integrale dienstver lening aan onze inwoners in het voorliggend veld. 8  De resultaatgerichte financieringssystematiek voor de bekostiging van de jeugdhulp biedt een prikkel tot meer samenwerking tussen zorgaanbieders, meer mogelijkheden tot een flexibele inzet van zorg en meer mogelijkheden om de uitgaven van de jeugdhulp te m onitoren.  Vanaf dit jaar kunnen alle peuters tussen 2 en 4 jaar naar de kinderopvang. Voor kinderen met een dreigende taalachterstand en peuters in een kwetsbare thuissituatie is er de mogelijkheid om meer uren van deze voorziening te gebruiken.

Hiermee is de preventieve infrastructuur voor jonge kinderen verstevigd.  In de woonprogrammering voor West -Overijssel wordt aangegeven dat er in Steenwijkerland tot 2027 nog een woningvraag is van tussen de 1.065 en 1.300 woningen. Dit biedt kansen om door toevo eging van woningen bestaande kernen en wijken een impuls te geven. Dit vergt maatwerk. Het is van belang de woningprogrammering goed af te stemmen op de behoefte en geen nieuwe woningen toe te voegen in kernen waar al sprake is van krimp of dit op de korte termijn wordt verwacht.  Op 1 januari treedt de Omgevingswet inwerking. Deze wet heeft grote consequenties voor de gemeente, zowel bestuurlijk als de wijze waarop inwoners en ondernemers betrokken worden en qua dienstverlening, processen, systemen en wijze van werken. De wet biedt de mogelijkheid om – binnen het kader van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving – ontwikkelingen eenvoudiger te faciliteren, uitgaande van het ‘ja, mits’ -principe. Bij ontwikkelingen zullen inwoners en ondernemers in een vroegtijdig stadium betrokken worden.  In februari 2017 heeft de gemeenteraad de ‘Woonvisie Steenwijkerland 2017 -2021’ vastgesteld. In de woonvisie staat een aantal belangrijke aanknopingspunten om bewonersbetrokkenheid te realiseren, in te zetten op duurzaamheid en leefbaarheid te vergroten.

Bewonersinitiatieven die hier op inspelen worden omarmd en inwoners worden uitgenodigd met innovatieve initiatieven te komen. Dit kan ook in collectief particulier opdrachtgeverschap. De eerste initiatiefnemers hebben de gemeente inmiddels hierover benaderd.  Steeds meer mensen willen zelf de regie over hun omgeving, over hun gegevens en over de producten en diensten die zij van ons afnemen. Dat betekent dat wij moeten zorgen voor dienstverlening op maat, in de zin van be reikbaarheid, taal en kanaal. Continu monitoring (klantsignaalmanagement) en aanpassing van onze dienstverlening is essentieel. 2.2. Bedreigingen Algemeen  In Steenwijkerland bestaan groei en krimp van de bevolking naast elkaar. Krimp van het totale aantal huishoudens in de gemeente wordt verwacht rond 2035. Er is een toename van leegkomend vastgoed in de gemeente, onder andere doordat scholen samengaan en doordat het winkelbestand af neemt. Overigens biedt dit ook kansen bijvoorbeeld door transformatie van leegstaand vastgoed naar een woonfunctie.  Onze bevolking vergrijst en kwetsbare mensen blijven langer thuis wonen. Het toegankelijk houden van de openbare ruimte voor deze doelgroep is een aandachtspunt. 9  De ontgroening in Steenwijkerland heeft grote gevolgen voor de onderwijshuisvesting. De omvangrijke leegstand in het basisonderwijs zet zich door naar het voortgezet onderwijs.

Dit vraagt om de nodige aanpassingen in de onderwijshuisvesting.  De nieuwe AVG (algemene verordening gegevensbescherming) speelt een belangrijke rol bij de regie over persoonlijke gegevens. De nieuwe AVG kan mogelijk op gespannen voet staan met onze wens om inwoners vanuit oogpunt van dienstverlening op een pro -actieve manier te benaderen.  Met de opkomst van de sociale platformen is het heel makkelijk voor mensen om informatie en meningen snel en veel te delen. Omdat (negatieve) informatie snel verspreid wordt, is het zaak snel en adequaat te reageren op klachten die via social media worden geuit. Vanaf 2018 hebben we extra formatie voor beleidsontwikkeling en uitvoering op het vlak van social media.  Een groeiend gebruik van digitale toepassingen betekent niet automatisch dat daarmee ook de digitale vaardigheden toenemen. Dat geldt niet alleen voor laaggeletterden, mensen die opgegroeid zijn met een andere taal of ouderen. Ook jongeren en hoger opgeleiden zijn niet allemaal voldoende digitaal vaardig. We zullen daarom altijd oog moeten blijven houden voor hen en maatwerk leveren waar dat nodig is. Wij zien ook een aantal financiële bedreigingen:  In de maartcirculaire 2018 van het gemeentefonds staan zaken vermeld die mogelijk een (financiële) bedreiging vormen voor de gemeente: 1. Fundamentele herziening van de financiële verhoudingen.

Onduidelijk is wanneer dit gaat spelen. In de maartcirculaire staat het volgende: de huidige uitgangspunten worden tegen het licht gehouden en indien nodig herzien of de toepassing ervan herijkt; 2. Verdeling algemene uitkeri ng gemeentefonds: Overheveling Integratie -uitkering Sociaal domein (2019) inclusief de middelen voor de jeugdhulp; 3. Gemeenten moeten de helft van de hogere lasten ten gevolge van de invoering van het vaste abonnementstarief voor Wmo -voorzieningen betalen en daarnaast wordt een groter beroep verwacht op die voorzieningen als gevolg van een aanzuigende werking van dat lagere abonnementstarief. In de meicirculaire 2018 van het gemeentefonds zal naar verwachting meer duidelijkheid komen op bovengenoemde punten. U wordt daarover geïnformeerd.  Op 5 juli 2018 stelt het Algemeen Bestuur van de IGSD 1 Steenwijkerland & Westerveld de begroting 2019 -2022 vast waarbij de gemeenteraden van de twee deelnemende gemeenten vooraf in de gelegenheid zijn gesteld om een zienswijze af te geven. In de concept begroting van IGSD is sprake van een financiële tegenvaller bij de programmakosten. Omschrijving 2019 2020 2021 2022 Programmakosten 463.650 417.700 348.200 348.200 Indien de IGSD begroting ongewijzigd wordt vastgesteld dan heeft dat negatieve financiële gevolgen voor de gemeente.

De uitgaven van gemeenschappelijke regelingen, waaronder de IGSD, behoren op grond van de Gemeentewet tot de ‘verplichte uitgaven’ en moete n in de 1 Intergemeentelijke Sociale Dienst. 10 gemeentebegroting worden opgenomen. Bij de opstelling van de programmabegroting 2019 - 2022 zal daar dan rekening mee moeten worden gehouden.  De GGD IJsselland is een Gemeenschappelijke regeling van elf gemeenten. De komende jaren verwachten wij behoefte aan extra inzet op preventie (denk aan het terugdringen van gezondheidsachterstanden en -verschillen, roken, overmatig alcoholgebruik en overge wicht). De GGD verwacht dat nieuwe beleidsopgaven en de benodigde intensivering van bestaand beleid z ullen leiden tot een verhoogde gemeentelijk e bijdrage aan de G emeenschappelijke Regeling GGD IJsselland.  Zoals eerder aan u vermeld, vergt de invoering va n de vennootschapsbelasting een flinke investering voor de gemeente door de extra (structurele) werkzaamheden, benodigde inhuur van externe adviseurs en opleidingen van personeel. Op dit moment bestaat veel onduidelijkheid over de manier waarop gemeenten h un winst dienen te berekenen. Deze onduidelijkheid zal waarschijnlijk nog enige jaren aanhouden. Het kan er ook toe leiden dat de Belastingdienst het moment van opleggen van een definitieve aanslag zoveel mogelijk naar achter zal verplaatsen.

Het gevolg van de onzekerheid is dat het mogelijk tot eind 2021 kan duren voordat een definitieve aanslag over 2016 wordt opgelegd. Risico’s  Op dit moment zijn we bezig met de voorbereidingen om de taken van de Participatiewet per 1 januari 2020 zoveel mogelijk toe te voegen aan de integrale toegangstaken van de WMO/Jeugd. Gelijktijdig zijn we, onder andere als gevolg van de ontvlechting met de IGSD en de bezuinigingen van rijkswege op de sociale werkvoorziening, bezig met de toekomstvisie op NoordWestGroep. Hierdoor b estaat het risico dat de huidige dienstverlening – die gewoon voortgezet moet worden – hier hinder van ondervindt.  In 2016 en 2017 werd het beschikbare budget voor de Jeugdhulp opgehoogd, omdat de uitgaven hoger waren dan in eerste instantie werd verwacht (+ € 400.000 respectievelijk + € 925.000). Het is onduidelijk wat precies de oorzaken zijn van deze hogere uitgaven. Daar wordt samen met de andere gemeenten in de regio onderzoek naar gedaan. Zo lang er geen duidelijkheid is, bestaat de kans dat zich in 2018 wederom financiële tegenvallers voordoen bij de Jeugdzorg.  De invoering van de resultaatgerichte jeugdhulp is een majeure operatie. Op dit moment doet zich een aantal aanloopproblemen voor, die leiden tot fricties in de uitvoering. Voor zover ons bekend gaat dit niet ten koste van de zorg voor jeugdigen.

Wel vraagt het managen van de invoering veel van het Regionaal Serviceteam Jeugd (voorheen BVO) en betekent de invoering extra belasting voor de jeugdconsulenten en zorgaanbieders.  Met betrekking tot de rioolheffing is de raad de afgelopen jaren regelmatig geïnformeerd over het dossier inzake de aanslag rioolheffing van een woningbouwstichting. Er spelen procedures tegen de aanslagen voor de rioolheffing van 2013, 2014 en 2015. De aan de woningstichting opgelegde aanslagen rioolheffing 2013 tot en met 2015 zijn in eerste instantie vernietigd door de rechtbank. Het gaat om een bedrag van circa € 500.000 aan rioolheffing per jaar. Tegen de aanslagen 2016, 2017 en 2018 is ook bezwaar gemaakt. Tegen de uitspraak van de rechtbank hebben we op 8 mei hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof. De mondelinge behandeling van het hoger beroep heeft op 10 januari 2018 plaatsgevonden. Bij uitspraak van 27 februari 2018 heeft het Hof ons hoger beroep gegrond verklaard. Van een overschrijding van de 11 opbrengstlimiet is volgens het Hof geen sprake. Ook op de overige, meer juridische, punten zijn we in het gelijk gesteld. De aanslagen rioolheffing blijve n volledig in stand. Tegen de uitspraak kan binnen zes weken beroep in cassatie bij de Hoge Raad worden ingesteld. Dit heeft de woningstichting inmiddels gedaan. 12 3. Financieel beeld 3.1.

Begrotingspositie Zoals uit de tabel kan worden opgemaakt is er sprake van een positief saldo voor de jaren 2019 t/m 2022. Bij de opstellin g van de Programmabegroting 2019 -2022 zal op basis van het dan geldende budgettaire beeld (onder meer de verwerking van de meicirculaire) een nieuwe doorrekening worden gemaakt en kan zo nodig een heroverweging van het nu voorliggende bestedingsplan plaatsvinden. Tabel 1: Financieel beeld (bedragen x € 1.000) Omschrijving I/ S 2018 2019 2020 2021 2022 Saldo (Programmabegroting 2018-2021, p. 12 en p. 53) S -570.000 -537.000 -291.000 -45.000 -45.000 Incidentele baten en lasten (Programmabegroting 2018-2021, p.53) I -163.000 -161.000 Materieel saldo (Programmabegroting 2018-2021, p. 53) -733.000 -698.000 -291.000 -45.000 -45.000 Diverse raadsbesluiten (19/12/17): Onttrekking reserve Leefbaarheid i.v.m. berging ijsclub (rente) S 560 560 560 560 560 Vaststelling belastingverordeningen 2018 S -38.353 -38.353 -38.353 -38.353 -38.353 Opkomst bevorderende maatregelen verkiezingen I 24.000 Besparing i.v.m.

subsidie aan MHC Steenwijk S -20.200 -20.200 -20.200 -20.200 -20.200 Nota R&V 2017, kernenbeleid / burgerinitiatieven S - 60.000 60.000 60.000 60.000 Nota R&V 2017, kapitaallasten kernenbeleid S 5.312 5.182 5.051 5.051 5.051 Nota R&V 2017, opheffen reserve kunstobjecten S -20.570 -20.570 -20.570 -20.570 -20.570 Nota R&V 2017, structureel budget kunst S 30.000 30.000 30.000 30.000 30.000 Herinrichting Markt Steenwijk, investering S 24.400 23.960 23.520 23.080 22.640 Herinrichting Markt Steenwijk, onderheid fontein en pollers S 18.500 18.500 18.500 18.500 18.500 Brug dynamisering park Rams Woerthe Steenwijk (rente) S 1.800 1.800 1.800 1.800 1.800 Aankoop grond stadstuin Steenwijk (rente) S 2.500 2.500 2.500 2.500 2.500 Diverse raadsbesluiten (06/03/17): Afboeken boekwaarde voormalig schoolgebouw Blankenham S -7.091 -7.091 -7.091 -7.091 -7.091 Aanleg weg en parkeerplaatsen Blankenham (kapitaallasten) S 5.390 5.313 5.236 5.159 5.082 Totaal raadsbesluiten tot en met april 2018 26.248 61.601 60.953 60.436 59.919 Overige mutaties: Budgetafwijkingen (structureel) S -623.813 -274.651 -89.861 17.703 -30.937 Budgetafwijkingen (incidenteel) I 1.941.376 338.667 -50.000 - - Prijscompensatie (0,1%) uitgaven S 30.628 30.017 29.988 29.987 Prijscompensatie (0,1%) inkomsten S -14.647 -14.647 -14.647 -14.647 Indexatie lonen en sociale lasten S 683.512 678.702 678.702 678.871 Aanpassen jaarschijf

2022 S 127.710 Verhoging BTW-tarief van 6% naar 9% S 20.000 20.000 20.000 20.000 Algemene uitkering gemeentefonds (AU): - Nieuwe accresraming na correctie voor lonen, prijzen en volume S -477.528 -1.599.568 -2.777.048 -3.675.514 -4.877.648 Stelpost: Compensatie prijzen en lonen S - -651.676 -649.245 -646.891 -646.435 Hoeveelheidsverschillen S -437.479 -284.790 -261.852 -147.223 -147.223 Aanpassen jaarschijf 2022 S 119.324 Mutaties Decentralisatieuitkering 3 D's: Budget AWBZ naar WMO S -9.990 Mutaties Decentralisatieuitkering 3 D's: Participatiewet S -215.532 Stelpost: Decentralisatieuitkering Gezond in de stad S -63.555 Stelpost: Ruimte onder het BTW-compensatiefonds S 656.602 829.406 1.003.379 1.146.760 1.322.254 Stelpost: Onderuitputting 2017 S 387.992 192.541 191.822 191.127 190.992 Totaal overige mutaties 1.447.150 -730.578 -1.918.733 -2.399.995 -3.516.829 13 In de tabel is onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele inkomsten en uitgaven (I/S). In principe vallen onder 'Incidenteel’ de uitgaven en inkomsten met een eenmalig karakter en een looptijd van maximaal drie jaar. De incidentele uitgaven wor den gedekt door een onttrekking aan de Algemene reserve vrij besteedbaar. Voor de jaren 2019 tot en met 2022 wordt dan ook een beroep gedaan op deze reserve tot een bedrag van afgerond € 430.000. Toelichting begrotingspositie.

De perspectiefnota start met het saldo van de Programmabegroting 2018-2021 zoals op blz. 12 en 53 van deze begroting staat vermeld. Het saldo is als volgt opgebouwd: Tabel 2: Opbouw van het begrotingssaldo (bedragen x € 1.000) Diverse begrotingswijzigingen De financiele gevolgen van de besluiten tot en met de raadsvergadering van april 2018 zijn verwerkt in deze nota. Overige mutaties Budgetafwijkingen structureel en incidenteel In hoofdstuk 6.2 zijn de structurele en incidentele budgetafwijkingen vermeld en van een nadere toelichting voorzien. Prijscompensatie 0,1% uitgaven en inkomsten De prijscompensatie voor 2019 ten opzichte van 201 8 komt uit op 0,1%2. Dit is overeenkomstig de ‘Kadernota Financieel beleid gemeente Steenwijk erland 2018’ waarin op p. 11 staat vermeld dat de berekening van de prijsontwikkeling wordt bepaald aan de hand van de gegevens van het Centraal Planburau (CPB). Meer specifiek gaat het om de ‘prijscompensatie voor intermediair verbruik . 2 Prijs intermediair verbruik (kerngegevenstabel 2016-2019, Centraal Economisch Plan, CPB, maart 2018).

Structureel (beschikbaar voor Bestedingsplan 2019-2022) S -1.061.978 -1.544.644 -2.098.780 -2.384.559 -3.501.910 Incidenteel I 1.802.376 177.667 -50.000 - - Subtotaal: 740.398 -1.366.977 -2.148.780 -2.384.559 -3.501.910 Bestedingsplan 2019-2022: Structureel S 551.000 551.000 551.000 551.000 Incidenteel I 196.000 76.000 - - Totaal bestedingsplan - 747.000 627.000 551.000 551.000 Totaal perspectiefnota 2019-2022: Structureel S -1.061.978 -993.644 -1.547.780 -1.833.559 -2.950.910 Incidenteel I 1.802.376 373.667 26.000 - - Toevoegen/ onttrekken aan reserves I -373.667 -26.000 - - Saldo perspectiefnota 740.398 -993.644 -1.547.780 -1.833.559 -2.950.910 - = voordeel Omschrijving 2018 2019 2020 2021 2022 Saldo (Programmabegroting 2018-2021, p. 12 en p. 53) -570.000 -537.000 -291.000 -45.000 -45.000 Incidentele baten en lasten (Programmabegroting 2018-2021, p.53) -163.000 -161.000 Materieel saldo (Programmabegroting 2018-2021, p. 53) -733.000 -698.000 -291.000 -45.000 -45.000 - = voordeel 14 Eventuele bijstell ingen over voorgaande jaren worden meegenomen bij de berekening van het percentage voor prijsontwikkeling voor het komende begrotingsjaar. Lonen en sociale lasten + periodieke verhogingen 2022 In oktober 2018 hebben de VNG en de vakbonden de ‘Cao Gemeenten 1 mei 2017 – 1 januari 2019’ bekrachtigd. Hiermee is de Cao definitief.

In de programmabegroting 2018 -2021 h ebben wij aangegeven dat de ger aamde 4,4% stijging voldoende moet zijn om de nieuwe Cao te kunnen bekostigen. Onzekere factoren daarbij zi jn de procentue le stijging van de werkgeverslasten en de doorvertaling van de afspraak om op landelijk niveau tot en met 2023 in totaal 5250 banen voor mensen met een arbeidsbeperking te realiseren. Voor 2019 wordt op basis van de actuele ramingen van he t CPB3 uitgegaan van een stijging van de lonen en sociale lasten van 3%. Uiteraard vindt een bijstelling van het geraamde percentage voor de salariskosten en sociale lasten plaats, zodra hierover meer inzicht bestaat. Daarnaast wordt jaarlijks een bedrag van € 125.000 opgenomen voor de stijging van de loonkosten als gevolg van periodieke verhogingen. Aanpassen jaarschijf 2022 Het betreft een bijstelling van de jaarschijf 2022 t.o.v. 2021. Algemene uitkering gemeentefonds (AU) Het rijk informeert de gemeenten in circulaires over de gemeentefondsuitkeringen. De ontwikkeling hiervan wordt voor een belangrijk deel bepaald door de hoogte van de rijksuitgaven. Wijziging in de rijksuitgaven hebben direct invloed op de omvang van de algemene uitkering (‘samen de trap op samen de trap af’). De maartcirclaire 2018 bevat uitsluitend de cijfermatige uitwerking van het Regeerakkoord en de programmastart van het interbestuurlijk programma ‘Samen meer bereiken’.

De circulaire geeft een geactualiseerd (algemeen) meerjarig financieel beeld voor gemeenten met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen en de nieuw op te stellen collegeprogramma’s. Algemene uitkering: Nieuwe accresraming, na correctie voor lonen, prijzen en volume Op basis van de maartcirculaire van 201 8 wordt voor 2018 en volgende jaren een hogere algemene uitkering uit het gemee ntefonds verwacht, ook na correctie voor lonen, prijzen en volume. Deze middelen zijn (deels) bestemd voor de gezamenlijke opgaven uit het interbestuurlijk programma. Algemene uitkering gemeentefonds: Compensatie lonen en prijzen (stelpost) Op basis van de maartcirculaire 2018 wordt voor 201 9 en volgende jaren een hogere algemene uitkering uit het gemeentefonds voor prijs - en loonontwikkelingen (inclusief sociale lasten) verwacht. Algemene uitkering gemeentefonds: Hoeveelheidsverschillen (volume) Het betreft hier een bijstelling van de algemene uitkering op basis van aantallen en hoeveelheden. Voorbeelden hiervan zijn het aantal inwoners en het aantal bijstandsontvangers. 3 Prijs overheidsconsumptie beloning werknemers (kerngegevenstabel 2016-2019, Centraal Economisch Plan, CPB, maart 2018). 15 Algemene uitkering gemeentefonds: Aanpassing jaarschijf 2022 De jaarschijf 202 2 is ten opzichte van 20 21 aangepast.

Dit bedrag bevat onder andere een opschalingskorting gemeenten voor lagere apparaatslasten, deze loopt ook nog door tot 2025. Mutaties Sociaal domein (aanpassing jaarschijf 2022) De mutaties in het sociaal domein en de opgenomen stelpost voor de Decentralisatieuitkering Gezond in de stad worden budgettair neutraal verwerkt in de begroting en hebben geen invloed op het begrotingssaldo. Voor het sociaal domein is het jaar 2022 toegevoegd op basis van de stand septembercirculaire (geen nieuwe gegevens bekend). Stelpost: Ruimte onder het BTW-compensatiefonds (BCF) In de septembercirculaire 2017 is een optimistische reeks opgenomen van verwac hte onderschrijdingen van het plafond BCF, dus toevoegingen aan het gemeentefonds. Nu de recessie voorbij is zullen gemeenten de opgelopen investeringsachterstand willen inlopen, zeker met toenemende accressen. Ook zullen declaraties toenemen door wettelij ke maatregelen als het vervallen van de zogenaamde koepelvrijstelling en de sportvrijstelling. Daarnaast stijgt in de berekening van het ministerie van Financiën het plafond terwijl de lasten gelijk blijven. Dat geeft al een kunstmatige ruimte. Een ruimte die in de startnota nog groter wordt door toenemende accressen als gevolg van de gewijzigde normeringsmethodiek. Kortom, de opgenomen ruimte onder het plafond BCF kan niet als volledig vrij inzetbaar worden beschouwd.

Om te voorkomen dat we bij de jaarrekening verrast worden door een negatieve afrekening op dit onderdeel, nemen we een stelpost op. Stelpost: Onderuitputting 2017 Lagere rijksuitgaven dan verwacht in de septembercirculaire 2017 leiden tot een lager accres . De afrekening volgt in de meicirculaire 2018. Dat bevat een structureel en incidenteel element. 3.2. Vermogenspositie In de volgende tabel hebben wij de ontwikkeling van de vermogenspositie per 1 -1-2019 voor u in beeld gebracht. De raadsbesluiten t ot en met de vergadering van 24 april 2018 zijn in dit overzicht verwerkt. Tabel 3: Ontwikkeling van de vermogenspositie (Bedragen x € 1.000) Stand per 1-1-2019 Programmabegroting 2018-2021 Perspectiefnota 2019-2022 (excl. Besluitvorming) Verschil Algemene reserves 25.074 27.569 2.495 Bestemmingsreserves 17.249 15.571 -1.678 Voorzieningen 7.275 8.183 908 Totaal: 49.598 51.323 1.725 Er is geen rekening gehouden met het positieve resultaat van de jaarrekening 2017 van afgerond € 3,7 miljoen. Dat geldt ook voor het vervallen van de winsten in de meerjarenraming grondexploitatie conform nieuwe regels vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). De vaststelling van de jaarrekening 2017 staat op de raadsagenda van 10 juli 2018. 16 Ook is nog geen rekening gehouden met de mutaties in de reserves voortvloeiende uit de budgetafwijkingen 201 8 zoals opgenomen in bijlage 6.1.

Wordt met beide laatste factoren wel rekening gehouden en dus vooruit gelopen op besluitvorming in uw raad, dan bedraagt de vermogenspositie per 1-1-2019 (excl. Voorzieningen) volgens onderstaande tabel afgerond € 45,5 miljoen. Tabel 4: Vermogenspostie na verwerking mutaties PPN (Bedragen x € 1.000) 4 Omschrijving Perspectiefnota 2019-2022 Stand 1-1-2019 (o.b.v. de primitieve begroting 2018-2021) 42.323 Begrotingswijzigingen 2018 817 Subtotaal 43.140 Resultaat jaarrekening 2017 3.682 Budgetafwijkingen 2018 -1.377 Actuele stand per 1-1-2019 45.445 Ten opzichte van de programmabegroting is er sprake van een lichte verbetering. Daarbij is uiteraard nog geen rekening gehouden met eventuele aanvullingen op het bestedingsplan n.a.v. de toekomstige besluitvorming bij de Programmabegroting 2019-2021. 4 Exclusief voorzieningen. 17 4. Kaders Programmabegroting 2019-2022 4.1. Inleiding In dit hoofdstuk zijn de kaders voor de samenstelling van de Programmabegroting 201 9-2022 opgenomen. De financiële vertaling van een deel van deze kaders is reeds meegenomen in deze perspectiefnota. De kaders zijn gebaseerd op de door uw raad vastgestelde nota’s behorende bij de kadernota. 4.2. Kaders Onderstaand treft u de kaders aan voor o.a. de prijs- en loonindexcijfers en de te hanteren rekenrente. De met een (*) aangegeven onderdelen zijn reeds verwerkt in de perspectiefnota.

Tabel 5: Kaders voor de Programmabegroting 2019-2022 Omschrijving Kader Raadsbesluiten Tot en met de raadsvergadering van 24 april 2018 Lonen (incl. sociale lasten) (*) 3,0% Prijsinflatie inkomstenbudgetten (*) 0,1% Prijsinflatie uitgavenbudgetten (*) 0,1% Prijsinflatie grondexploitatie uitgavenbudgetten 2,0% Prijsinflatie grondexploitatie inkomstenbudgetten 1,5% Rente grondexploitaties 1,25% Rekenrente (omslagpercentage) 1,5% Marktrente (*) 1,75% Prijsinflatie verstrekte subsidies (*) 0,1% Prijsinflatie gemeentelijke belastingen en rechten (*) 0,1% Tarief 2019 voor het prestatiecontract € 88,00 Aantal woonruimten per 1-1-2018 (groei 2018) 20.641 (117) Aantal inwoners per 1-1-2018 (groei 2018) 43.768 (66) Algemene uitkering uit het Gemeentefonds (*) Maartcirculaire 2018 (de Meicirculaire 2018 verschijnt eind mei/ begin juni 2018; wij zullen uw raad daarover via een afzonderlijke raadsbrief informeren). 4.3. Loonkostenontwikkelingen Voor een toelichting op de verwachte loonkostenontwikkelingen verwijzen wij naar hoofdstuk 3. In de Programmabegroting 2019-2022 zal voor 2019 rekening worden gehouden met een stijging van de loonkosten inclusief sociale lasten van 3%. 18 4.4. Prijsinflatie exploitatiebudgetten en kostenplaatsen De prijscompensatie voor intermediair verbruik bedraagt voor 2019 ten opzichte van 2018 0,1%.

In onderstaande tabel treft u de achterliggende berekening aan. De berekeningswijze is overeenkomstig de ‘Kadernota Financieel beleid gemeente Steenwijkerland 201 8’ waarin op p. 11 staat vermeld dat eventuele bijstellingen over voorgaande jaren worden meegenomen bij de berekening van het percentage voor prijsontwikkeling voor het komende begrotingsjaar. Tabel 6: Berekening prijsinflatie5 Prijs intermediair verbruik (%) Prijsstijging 2016 0,7 In begroting 2018-2021 opgenomen 2,1 -1,4 Prijsstijging 2017 1,8 In begroting 2018-2021 opgenomen 2,4 -0,6 Prijsstijging 2018 1,9 In begroting 2018-2021 opgenomen 1,9 - Prijsstijging 2019 2,1 Prijsstijging 2019 t.o.v. 2018 0,1 4.5. Prijsinflatie grondexploitatie Voor de gemeentelijke grondexploitaties wordt een (ten opzichte van de gemeente) afwijkend percentage gehanteerd voor zowel de kosten - als de opbrengstenkant. De wijze waarop deze parameters worden bepaald is vastgelegd in de Nota Grondprijzenbeleid 2016-2020. Kostenstijging In de Nota Grondprijzenbeleid 2016 -2020 is vastgelegd dat de parameter kostenstijging wordt gebaseerd op het langjarig gemiddelde van de GWW -index (Grond , Weg - en Waterbouw) . We hanteren de GWW -index omdat deze index de prijsontwikkeli ng van civieltechnische kosten in beeld brengt. De civieltechnische kosten zijn de voornaamste kosten binnen de grondexploitaties.

De GWW -index is opgebouwd uit de gemiddelde prijsstijgingen en -dalingen van de diverse productgroepen zoals loonkosten, gaso lie, elektriciteit, betonproducten, cement, kunststof, (beton)staal en (wegenbouw)bitumen. Op dit moment hanteren we in de grondexploitaties een parameter kostenstijging van 2,0%. 5 Bron: kerngegevenstabel 2016-2019 uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het CPB, maart 2018. 19 De gemiddelde GWW-index over de afgelopen 10 jaar bedraagt 1,7% (zie tabel 7). De verwachtingen voor de korte termijn zijn echter bovengemiddeld. De GWW-kosten stijgen hard doordat de prijzen van grondstoffen en materiaal onder druk staan. Ook markteffecten spelen een rol. Door de aantrekkende economie zijn de portefe uilles van aannemers van civiele werken goed gevuld. Hierdoor worden ze selectiever in het aannemen van opdrachten. Tabel 7: GWW-index, procentuele mutatie t.o.v. van voorgaande jaar (%) 6 Jaar (%) 2008 6,3 2009 0,4 2010 2,1 2011 3,0 2012 3,1 2013 0,2 2014 -0,1 2015 -1,5 2016 -0,7 2017 4,1 Gemiddelde 2008 t/m 2017 (10-jaarsgemiddelde) 1,7 Voor de komende begrotingsperiode (MBG 2019 -2022) wordt daarom de parameter kostenstijging van 2,0% geconsolideerd. Opbrengstenstijging Er is in Nederland geen database beschikbaar waarin de prijsontwikkeling van bouwgrond wordt bijgehouden.

In de Nota Grondprijzenbeleid 2016 -2020 is daarom vastgelegd dat de parameter opbrengstenstijging wordt gebaseerd op het langjarig gemiddelde van de consumenten prijs in dex (CPI) van het CBS. Op dit moment hanteren we in de grondexploitaties een parameter opbrengstenstijging van 1,5%. Het gemiddelde van de CPI in de afgelopen 10 jaar bedraagt circa 1,6% (zie tabel 8). In lijn met het economisch herstel is de CPI in 201 7 iets gestegen ten opzichte van 2016, maar de jaarmutatie blijft met 1,4% bescheiden. De verwachting is dat de inflatie de komende jaren bescheiden blijft, mede door de stijgende eurokoers. Tabel 8: Consumentenprijzen; prijsindex (2015=100)7 Jaar CPI Jaarmutatie CPI (%) 2008 89,4 2,5 2009 90,4 1,2 2010 91,6 1,3 2011 93,7 2,3 2012 96,0 2,5 2013 98,4 2,5 2014 99,4 1,0 6 Er is rekening gehouden met het aandeel/belang van de individuele indexen van de verschillende productgroepen in het bouw- en woonrijpmaken van een gemiddeld woningbouwproject. 7 Bron: CBS Statline. 20 2015 100,0 0,6 2016 100,3 0,3 2017 101,7 1,4 gemiddelde 2008 t/m 2017 (10-jaarsgemiddelde) 1,6 Voor de komende begrotingsperiode (MBG 2019 -2022) wordt daarom de parameter opbrengstenstijging van 1,5% geconsolideerd. 4.6.

Rente De rekenrente (omslagpercentage) is gebaseerd op de te betalen minus te ontvangen rente in een jaar gedeeld door 1% van de boekwaarde van de investeringen per 1/1 van het jaar. Voor het aantrekken van langlopende geldleningen ter financiering van de geraamde investeringen en toekomstige investeringen (bestedingsplan) wordt een marktrente van 1,75% gehanteerd. Het totaal benodigdse rentebedrag wordt herrekend en opgenomen in de programmabegroting op basis van het bestedingsplan dat op dat moment voorligt aan de raad ter vaststelling. 4.7. Loon –en prijsinflatie subsidies In vele gevallen kennen gesubsidieerde instellingen voor hun producte n eenzelfde kostenopbouw als gemeenten. De bekostiging van deze producten vindt (deels) plaats door gemeenten in de vorm van een subsidie. Hiervoor wordt de gemeente niet afzonderlijk gecompenseerd in het accres van de algemene uitkering uit het gemeentefo nds. Compensatie van de gesubsidieerde instellingen vindt overeenkomstig het percentage voor prijsstijgingen plaats ter grootte van 0,1%. 4.8. Prijsinflatie gemeentelijke belastingen en rechten Voor gemeentelijke belastingen en rechten wordt dezelfde pri jsindex als voor exploitatiebudgetten gehanteerd. Voor 2019 t.o.v. 2018 komt dit uit op 0,1%. 4.9. Tarief 2019 voor het prestatiecontract Met het prestatiecontract kunnen interne uren worden doorbelast aan projecten.

In april 2017 heeft de raad besloten het prestatiecontract te beperken tot de investeringen in gesloten huishoudingen, de grondexploitaties en de subsidiabele projecten voor zover de toegerekende uren van deze projecten subsidiabel zijn. Reden is dat door veranderende regelgeving (BBV) de exploitatiebegroting voor een steeds groter deel zou worden belast met kosten voor interne uren als het prestatiecontract volledig zou zijn gehandhaafd. Jaarlijks wordt het uurtarief opnieuw berekend door rekening te houden met de stijging van de loonkosten. Voor 2018 geldt een tarief van € 85,00. Als rekening wordt gehouden met een stijging van de loonkosten met 3%, komt het tarief voor 2019 uit op afgerond € 88,00. 4.10. Groei aantal woningen Op basis van de kadernota mag bij de rioolrechten, de afvalstoffenheffing, het huishoudelijk afval, de onroerende-zaakbelastingen en de hondenbelasting rekening worden gehouden met de groei van het aantal woningen in 201 8. Er wordt rekening gehouden met een groei van 117 woningen, gebaseerd op de Woonvisie Steenwijkerland 2017-2021. 4.11. Groei aantal inwoners Per 1-1-2018 bedraagt het aantal inwoners 43.768. Ten opzichte van 1 -1-2017 een toename van 323 inwoners. De gemiddelde groei over de laatste 5 jaar komt uit op 66 inwoners. Voor 2018 wordt dit aantal als raming gehanteerd. 21 5. Te nemen besluiten De raad wordt voorgesteld: 1.

Kennis te nemen van: a) het algemene beeld van de genoemde speerpunten in zoals vermeld in hoofdstuk 1; b) de geschetste kansen en bedreigingen zoals vermeld in hoofdstuk 2; c) het financieel beeld zoals weergegeven in hoofdstuk 3; d) Het bestedingsplan 2019-2022 zoals opgenomen in hoofdstuk 6.1. 2. In te stemmen met: a) de begrotingspositie zoals weergegeven in hoofdstuk 3.1. voor zover het de jaarschijf 2018 betreft; b) het saldo van de jaarschijf 2018 te betrekken bij de Najaarsnota 2018; c) het saldo van de jaarschijven 2019 t/m 2022 te betrekken bij de samenstelling van de Programmabegroting 2019-2022; d) de budgetafwijkingen zoals opgenomen in hoofdstuk 6.2.; e) de programmabegroting 2018-2021 overeenkomstig 2a tot en met 2d te wijzigen; f) de kaders voor de samenstelling van de Programmabegroting 201 9-2022 zoals opgenomen in hoofdstuk 4. 3. Voor 2018 een krediet beschikbaar te stellen van € 310.000 voor: a) een zelfreinigend toilet binnenstad van € 25.000; b) een investering in 12 bakens Bovenwijde Giethoorn voor in totaal € 35.000; c) het aanpassen van de planning rondom uitgaven in beschoeiingen Giethoorn van € 250.000 onder gelijktijdige verlaging van het bestaande investeringskrediet met € 250.000 voor 2020. 22 6. Bijlagen Perspectiefnota 2019-2022 6.1. Bestedingsplan 2019-2022 Hieronder treft u het voorgestelde Bestedingsplan 2019-2021 aan.

Aan het einde van het plan staat de dekking van de voorgenomen investeringen vermeld. De investeringen met een structureel effect voor de exploitatie komen ten laste van het begrotingssaldo. Investeringen met een incidenteel karakter (maximaal 3 jaar) worden ten laste van de ‘Alge mene reserve vrij besteedbaar’ gebracht. Zoals in hoofdstuk 1 al is vermeld heeft deze PPN een beleidsarm karakter. Dat betekent dat er geen uitgebreid bestedingsplan is opgenomen, omdat de besluitvorming over de claims voor 2019 en latere jaren zal plaatsvinden bij de Programmabegroting 2019-2022. Uitzondering is een aantal personele claims als gevolg van verander(en)de wet- en regelgeving en personele claims die betrekking hebben op de uitvoering van eerder gemaakte beleidskeuzes. Tabel 9: Bestedingsplan 2019-2021 Toelichting 1. Uitbreiding personeel Ruimtelijke ordening In het jaar 2019 en volgende jaren is binnen het taakveld Ruimtelijke ordening nog veel externe ondersteuning nodig zijn om de door het bestuur aangegeven prioriteiten en het programma Implementatie Omgevingswet te kunnen invullen. Daarnaast is de achterli ggende jaren gebleken dat structureel wordt ingehuurd binnen dit taakveld. De ontwikkelingen in dat taakveld zijn niet gering: - weer een toename van plannen en projecten van derden (economische ontwikkeling); Nr. Onderwerp I/S Dekking 2019 2020 2021 2022 Personele claims a.g.v.

verander(en)de wet- en regelgeving 1. Uitbreiding personeel Ruimtelijke Ordening S Saldo 140,0 140,0 140,0 140,0 2. Externe projectleider integrale toegang I Reserve 120,0 3. Coördinator woonoverlast S Saldo 76,0 76,0 76,0 76,0 4. Interne bewustwording informatiebeveiliging S Saldo 25,0 25,0 25,0 25,0 5. Uitbreiding taakveld Openbare Orde en Veiligheid (OOV) S Saldo 68,0 68,0 68,0 68,0 6. Uitbreiding taakveld Vergunningverlening (bouw) S Saldo 68,0 68,0 68,0 68,0 Subtotaal 497,0 377,0 377,0 377,0 Overige personele claims m.b.t. uitvoering eerdere beleidskeuzes 7. Uitbreiding personeel Dienstverlening (sjabloonbeheer) S Saldo 16,0 16,0 16,0 16,0 8. Medewerker water en riolering S Saldo 68,0 68,0 68,0 68,0 9. Uitvoeringsagenda integrale visie binnenstad Steenwijk I Reserve 76,0 76,0 10. Regisseur duurzaamheid (o.a.

voor vervolg Burgerbesluit G1000) S Saldo 90,0 90,0 90,0 90,0 Subtotaal 250,0 250,0 174,0 174,0 Totaal bestuursprogramma's Structureel S 551,0 551,0 551,0 551,0 Incidenteel I 196,0 76,0 0,0 0,0 Totaal aan claims 747,0 627,0 551,0 551,0 Financiële dekking Reserves I 551,0 551,0 551,0 551,0 Ten laste van het saldo S 196,0 76,0 0,0 0,0 Totaal financiering 747,0 627,0 551,0 551,0 23 - het omgaan met de nieuwe sturing volgens het omgevingsplan; - doorontwikkeling omgevingsvisie en omgevingsplan; - de processen rondom de zware dossiers, zoals hypermarkt, Eeserwold, Steenwijkerdiep; - provinciale inpassingsplan Natura 2000 en PAS-maatregelen; - het G1000-traject legt een flinke claim op de planologische advisering; - oppakken bestemmingsplan voor de recreatiewoningen; - vervangend beleid rood-voor-rood; - de vervanging van een medewerker, wegens de overstap naar het programma - management Implementatie Omgevingswet. De huidige capaciteit in het taakveld kan al dit werk niet aan. 2. Externe projectleider integrale toegang In de afgelopen periode heeft er een onderzoek plaatsgevonden om de toegangstaken van de IGSD toe te voegen aan de gemeentelijke toegang WMO/Jeugd en/of elders te beleggen. Op bas is van dit onderzoek is besloten de voorgestelde herpositionering van deze taken die nu bij de IGSD zijn belegd nader uit te werken. Voor deze uitwerking is een transitieplan opgesteld.

Hierbij is op hoofdlijnen aangegeven welke onderwerpen gefaseerd aan de orde moeten komen. De focus richt zich in de eerste periode tot 1 juli 2018 op het ontwerp van de toegang. Dit ontwerp moet de input leveren voor uiteindelijke keuzes die na de zomer aan uw raad voorgelegd worden voor besluitvorming. Dit zal vergezeld worden van een concreet implementatieplan met een nadere inschatting van de totale kosten die hiermee gemoeid zijn. Voor de daadwerkelijke implementatie in 2019 wordt voorgesteld een extern projectleider aan te stellen. De inzet van de projectleider in 2019 zal zich met name moeten focussen op niet alleen de coördinatie van alle werkgroepen en het geheel, maar ook nadrukkelijk op het actief zelf input leveren aan deze werkgroepen (huisvesting, ict, personeel en organisatie, inrichting van de toegang/processen etc.). De kosten hiervoor worden geraamd op € 120.000. Het voorstel is om dit bedrag ten laste te laten komen van de reserve frictiekosten IGSD/NWG. 3. Coördinator woonoverlast In de samenleving wordt al geruime tijd gezocht naar een effectieve aanpak van s ituaties van woonoverlast, ernstige woningvervuiling en hoarding (verzamelstoornis). De wettelijke mogelijkheden voor een aanpak waren beperkt en begrensd.

Met de Wet Aanpak Woonoverlast (inwerking per 1-7-2017) hebben de gemeenten meer mogelijkheden om een actieve rol te spelen en deze situaties aan te pakken. Verder wordt de gemeente in toenemende mate geconfronteerd met burenruzies, die via de gemeente worden uitgespeeld. Door bijvoorbeeld het indienen van handhavingsverzoeken krijgt de gemeente betrokkenheid in deze kwesties, en wordt de verantwoordelijkheid voor het oplossen van het probleem deels bij de gemeente neergelegd. De vraagstukken komen op verschillende manieren en via verschillende invalshoeken bij de gemeente binnen. Dat vraagt om een goede coördinatie in ontvangst van de casussen en in de verwerking van de aanpak. Deze groeiende en nieuwe werkstroom kan niet binnen de huidige capaciteit worden opgevangen. Daarmee is de behoefte ontstaan aan uitbreiding van de formatie met een coördinator d ie zorg draagt voor een integrale aanpak van woonoverlast, en die fungeert als een centraal punt waar vragen en casuïstiek samenkomen. De coördinator is noodzakelijk voor het stroomlijnen van deze problematiek. Daarnaast is de coördinator verantwoordelijk voor het opbouwen en onderhouden van een netwerk met ketenpartners, intern en extern. 24 4.

Interne bewustwording informatiebeveiliging In het iBeleid 2017-2020 is informatiebeveiliging specifiek benoemd en wordt bij het opstellen van het informatiebeveiligingsplan het onderwerp ‘bewustwording van medewerkers’ meegenomen. Voor 2017 was incidenteel budget beschikbaar welke is besteed aan de interne bewustwording over informatiebeveiliging (o.a. mystery guest, bewustwordingstraining etc.). Informatiebeveiliging is iets waar continu aandacht voor moet zijn en daarom wordt hier structureel geld voor gevraagd voor jaarlijkse activiteiten om uitvoering te geven aan de verbetering van de interne bewustwording over informatiebeveiliging. 5. Uitbreiding taakveld Openbare Orde en Veiligheid (OOV) Door de maatschappelijke ontwikkelingen wordt het taakveld Openbare Orde en Veiligheid, in combinatie met de zorgverplichtingen bij de gemeentelijke overheid, in toenemende mate en structureel, zwaar aangesproken op beleidsvorming en aanpak, terwijl de vaste formatie voor dit taakveld onvoldoende is. Om dit gegroeide werkaanbod te kunnen verwerken is tijdelijk een medewerkster voor een jaar aan het taakveld toegevoegd. Deze claim voorziet in de structurele voortzetting van de tijdelijke uitbreiding van 1 fte vanaf het jaar 2019. Het domein openbare orde en veiligheid heeft zich in de laatste jaren sterk ontwikkeld van enkel fysieke veiligheid naar ook bredere sociale veiligheid.

Met de beschikbare extra capaciteit kunnen actuele onderwerpen, zoals ondermijning, mensen met verward gedrag en woonoverlast, beleidsmatig stevig geborgd worden. Binnen de gemeentelijke organisatie draagt dit ook bij aan de verbinding tussen de domeinen zorg en veiligheid. Vanuit de gecreëerde positie tussen deze beleidsvelden kan gewerkt worden aan integraal beleid om zo de meest complexe casuïstiek als gemeente goed aan te kunnen. Daarnaast biedt capaciteitsuitbreiding op het domein veiligheid ruimte om een goede samenwerkingspartner te zijn in de regio en d aarmee optimaal te profiteren van regionale ontwikkelingen. Ergo: met de aangegeven uitbreiding kan naar behoren: - de coördinatie en het (doen) uitvoeren van/advisering over het Integraal Veiligheidsplan worden uitgevoerd; - zorg worden gedragen voor beleidsontwikkeling en –innovatie voor de domeinen OOV en Zorg (in relatie met veiligheid); - de coördinatie van en advisering over grootschalige evenementen en veiligheidsincidenten worden uitgevoerd; - de burgemeester worden ondersteund in alle wettelijke taken m.b.t. openbare orde en veiligheid en rampen- en crisisbeheersing; - de coördinatie van en advisering over de Veiligheidsregio worden verricht. 6.

Uitbreiding taakveld Vergunningverlening (bouw) Het taakveld vergunningverlening dient te worden uitgevoerd met inachtneming van de landelijk vastgestelde kwaliteitscriteria, waaraan de gemeente Steenwijkerland zich verbonden heeft. De vaste capaciteit van het taakveld Vergunningverlening is naar de maatstaf van die kwaliteits - criteria echter al lange tijd onvoldoende. Het gevolg van die onderbezetting is een grovere en versnelde manier van werken, waarbij het risico op fouten voortdurend aan de orde is. Daarnaast komt de tijd die nodig is voor een goede dienstverlening onder druk te staan. Gehaast - en/ of onzorgvuldigheid in het voortraject van een procedure wreekt zich verderop in het traject altijd, en levert uiteindelijk nog meer werk op. Bovendien voldoet de gemeente niet aan de kwaliteits - criteria. Deze situatie zorgt ervoor dat er al lange tijd inhuur van c apaciteit moet worden gepleegd, zodat in ieder geval geen onaanvaardbare vertragingen optreden in het proces van vergunning - verlening. Het risico bij te lage capaciteit is het niet voldoen aan fatale termijnen, en daarmee het van rechtswege verlenen van vergunningen, met alle gevolgen van dien (ongewenste ruimtelijke gevolgen, schadeclaims van gedupeerde derden of vergunningaanvragers). 25 Het werkaanbod is conjunctuurgevoelig, en er ligt in die zin een periode van minder werkaanbod achter ons.

Ondanks die periode van vermindering in werkaanbod bleef de inhuur noodzakelijk: de vaste capaciteit is onvoldoende om het werkaanbod te verzetten. Om de structurele ondercapaciteit het hoofd te kunnen bieden dient de formatie van het taakveld vergunning - verlening met ingang van het jaar 2019 structureel te worden uitgebreid met 1 fte. Daarmee kan een einde worden gemaakt aan dure inhuurkosten en gewerkt worden aan een team in vaste samenstelling. 7. Uitbreiding personeel Dienstverlening (sjabloonbeheer) We zetten als organisatie in op het ontwikkelen van digitale diensten en producten. Hierdoor ontstaat ook steeds meer vraag naar doorontwikkeling en optimalisatie. Het optimaliseren van onze digitale diensten is zeker een taak waar we als organisatie ontzettend veel voordeel uit kunnen halen. Op dit moment is er maar 11 uur per week beschikbaar voor sjabloonbeheer. Met het oog op de verdergaande digitalisering en de vele e-formulieren is het noodzakelijk deze 11 uur uit te breiden naar 20 uur per week. 8. Medewerker water en riolering Het kunnen behalen van de vastgestelde doelen in de beleidsplannen oeverconstructies, oeververbindingen en het watertakenplan heeft gevolgen voor de personele bezetting. Voor de komende jaren zijn er daarnaast nog grote maatschappelijke vraagstukken aan de orde die beleidsmatig veel aandacht vragen, zoals klimaatadaptatie.

In 2017 is hiervoor een medewerker aangesteld voor 2 jaar. Om de doelen uit de verschillende beleidsplannen waar te kunnen maken is het noodzakelijk de huidige aanstelling van de medewerker structureel te maken. 9. Uitvoeringsagenda integrale visie binnenstad Steenwijk Met ondernemers (verenigd in Steenwijk Vestingstad, SV) en bewoners (verenigd in Vereniging Bewoners Centrum Steenwijk, VBCS) is een integrale visie voor de binnenstad Steenwijk opgesteld. Voorzien van een uitvoeringsagenda is deze begin 2017 door de gemeenteraad vastgesteld. In 2017 lag het accent met name op de verdere planvorming voor de herinrichting van de Markt. In 2018 worden diverse projecten en activiteiten opgestart. Deze zijn onlangs in afstemming met SV en de VBCS vastgesteld. Besloten is om de gemeente een trekkende rol te laten vervullen bij deze projecten en activiteiten. De uitvoeringsagenda wordt programmatisch opgepakt en uitgewerkt. Dit vraagt capaciteit in de vorm van een projectleider van de gemeente. Er is dus extra ambtelijke capaciteit nodig om dit uit te kunnen voeren. 10. Regisseur duurzaamheid (o.a. voor vervolg Burgerbesluit G1000) Voor onder andere de uitvoering van de plannen en maatregelen die door de burgerraad G1000 aan de gemeenteraad worden voorgesteld is het noodzakelijk dat er ook formatieve capaciteit beschikbaar is om deze plannen te begeleiden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/cd5016a2-aedf-46ec-8bfd-9f14e8b66426?agendaItemId=e77186c1-1bac-4f8b-af7f-cb3943a8d811