CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Perspectiefnota 2018-2021 versie voor de Raad 2 juni 2017.pdf

Raadsvergadering 4 juli 2017, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Perspectiefnota 2018-202122.623 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

1 Perspectiefnota 2018 – 2021 Voor u ligt de Perspectiefnota 2018 – 2021. Net als vorig jaar is de voortgangsinformatie zichtbaar gemaakt met behulp van een afzonderlijke “hoofdlijnenrapportage” en niet opgenomen in deze perspectiefnota. Dit komt tegemoet aan een van de wensen van een raadsbrede werkgroep die in 2015 heeft geadviseerd over ons P&C-instrumentarium. Wij bieden u deze perspectiefnota aan in een periode dat het economisch weer goed gaat met Nederland. In Steenwijkerland zien we daar de gevolgen van terug. Het economisch herstel heeft ertoe geleid dat het werkloosheidspercentage in de gemeente dichter toegroeit naar het percentage in de regio Zwolle. Tegelijkertijd staat onze gemeente voor een aantal grote opgaven en uitdagingen. Denk bijvoorbeeld aan de decentralisaties vanuit de Rijksoverheid op het gebied van jeugdzorg, maatschappelijke ondersteuning en arbeidsparticipatie. Afgelopen periode hebben wij de nieuwe taken succesvol geïmplementeerd. Dit huis staat en wordt nu verder afgebouwd. Op financieel vlak blijft onze belangrijkste inkomstenstroom, de algemene uitkering, een bron van onzekerheid vormen vanwege het grillige karakter ervan. Wij zijn er de afgelopen jaren steeds in geslaagd deze onzekerheid het hoofd te bieden door solide financieel beleid.

Dat beleid zetten we met deze perspectiefnota voort, waarbij we ook de nodige extra investeringen kunnen doen. De komende maanden zullen ons meer helderheid geven over het meerjarig financieel beeld, inclusief nog te verwachten extra uitgaven, zoals voor de IGSD en onderwijshuisvesting. Ons streven is om u, net als de afgelopen jaren, in het najaar een meerjarig sluitende Programmabegroting aan te bieden op basis van die informatie. Daarmee in de verwachting dat wij ook dan onder het lichte toezichtregime van de provincie voor alle domeinen 1 zullen vallen. In onze koersbepaling beseffen wij ons goed dat we het laatste jaar zijn ingegaan van onze bestuursperiode. Alles is er aan gelegen om de ambities, voor zover nog niet behaald, alsnog te realiseren. Daarnaast willen wij de gemeente goed achter laten voor het nieuwe college straks. Belangrijke uitdagingen zijn er nog volop. Dat geldt bijvoorbeeld voor het verder vergroten van de inwonerbetrokkenheid, het verduurzamen van woningen en het opwek ken van zonne-energie. De zoektocht naar andere bronnen van nieuwe energie is nodig om de gestelde doelen te behalen. Dit jaar voeren we weer een inwonersenquête uit om te meten wat de Steenwijkerlandse samenleving vindt van het gevoerde beleid. Dit kan dan worden beschouwd als “eindrapport” voor ons college. Burgemeester en wethouders van Steenwijkerland, de secretaris, de wnd.

burgemeester, drs. S.S. Weistra J.H. Bats 1 Dit zijn de domeinen financiën, Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht), Wro (Wet ruimtelijke ordening), informatie- en archiefbeheer en huisvesting statushouders. 2 Inhoud Perspectiefnota 2018 – 2021 ........................................................................................................................... 1 1. Onze koers ................................................................................................................................................... 3 1.1. Speerpunten .......................................................................................................................................... 3 1.2. Politiek kompas .................................................................................................................................... 5 2. Wat zien we om ons heen? ........................................................................................................................ 8 2.1. Kansen ................................................................................................................................................... 8 2.2. Bedreigingen ......................................................................................................................................... 9 3.

Financieel beeld ..................................................................................................................................... 11 3.1. Begrotingspositie ................................................................................................................................ 11 3.2. Vermogenspositie .............................................................................................................................. 14 4. Kaders Programmabegroting 2018-2021 ............................................................................................ 15 4.1. Inleiding .............................................................................................................................................. 15 4.2. Kaders .................................................................................................................................................. 15 4.3. Loonkostenontwikkelingen .............................................................................................................. 15 4.4. Prijsinflatie exploitatiebudgetten en kostenplaatsen .................................................................... 16 4.5. Prijsinflatie grondexploitatie ............................................................................................................ 16 4.6.

Rente .................................................................................................................................................... 17 4.7. Loon –en prijsinflatie subsidies ........................................................................................................ 17 4.8. Prijsinflatie gemeentelijke belastingen en rechten ......................................................................... 17 4.9. Groei aantal woningen ...................................................................................................................... 17 4.10. Groei aantal inwoners ..................................................................................................................... 17 5. Te nemen besluiten ............................................................................................................................... 18 6. Bijlagen Perspectiefnota 2018-2021 ..................................................................................................... 19 6.1. Bestedingsplan 2018-2021 ................................................................................................................. 19 6.2. Budgetafwijkingen ............................................................................................................................. 36 6.3. Ontwikkeling vermogenspositie per 1 januari 2018.

..................................................................... 51 3 1. Onze koers In ons collegeprogramma “Verantwoord anders 2014 -2018” en het bijbehorende “addendum” staan de koers en onze speerpunten benoemd. Wij zijn als college nu drie jaar onderweg en het laatste jaar ingegaan van deze bestuursperiode. Voor het grootste deel zijn de ambities gerealiseerd of liggen we op koers. In het jaarverslag over 2016 bent u daarover geïnformeerd. In totaal is afgerond 70% van de doelstellingen voor 2016 gerealiseerd. Voor de komende periode houden wij vast aan de koers uit ons collegeprogramma en doen in dat verband een aantal gerichte investeringen. Wij doen dit met inac htneming van ons politiek kompas. Omdat u ons hieraan mag herinneren hebben we dit kompas uit het collegeprogramma nogmaals opgenomen in dit hoofdstuk. Ook zetten we stappen door onze kapitaalgoederen voortaan meer planmatig te gaan beheren. Planmatig beheer vraagt om een goede balans tussen budgetten, de kwaliteit van kapitaalgoederen en de risico’s die voortkomen uit de mate van beheer. Hiervoor moeten onderbouwde keuzes worden gemaakt via meerjarige onderhouds- en vervangingsplannen om daarmee in control te zijn. Deze plannen zijn inmiddels beschikbaar en hebben geleid tot een aantal gehonoreerde investeringen.

Door bijvoorbeeld nu te investeren in verlenging van de levensduur van wegen kunnen toekomstige investeringen (deels) worden voorkomen. Om goed invulling te kunnen geven aan onze koers zijn een professionele organisatie en een gezond huishoudboekje absolute voorwaarden. Als doelstelling hanteren wij de ontwikkeling van een wendbare organisatie en begroting. Deze processen zijn in volle gang. Verderop in deze perspectiefnota schetsen wij het financieel perspectief en staan wij uitgebreid stil bij de diverse ontwikkelingen. 1.1. Speerpunten Werkgelegenheid Werk is voor ons een absolute prioriteit. Werk zorgt voor een inkomen en geeft mensen daar mee bestaanszekerheid. Maar het gaat verder dan dat. Het zorgt ook voor sociale contacten en heeft een verregaande invloed op de fysieke en geestelijke gezondheid van mensen. We willen als gemeente dan ook op verschillende manieren met werk aan de slag. Enerzijds willen we het aantal mensen met een uitkering verminderen. Bij voorkeur door ze aan betaald werk te helpen. Als dit (nog) niet mogelijk is, dan door ze te laten participeren met vrijwilligerswerk, mantelzorg of het leveren van een tegenprestatie. Ook deze vormen van werk zijn van groot belang voor de inwoners zelf en voor onze samenleving. Tegelijkertijd moeten we werken aan een toename van het aantal arbeidsplaatsen.

Het economisch herstel heeft ertoe geleid dat het werkloosheidspercentage in de gemeente dichter toegroeit naar het werkloosheidspercentage in de regio Zwolle. Volgens de huidige prognose zal het verschil in 2017 uitkomen op minder dan 1,2% conform de norm voor 2017. Daarbij ligt de doelstelling ‘toename werkgelegenheid in de recreatiesector’ op schema. Dat geldt zowel voor de procentuele groei als de toename van het aantal arbeidsplaatsen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Desalniettemin laat de totale uitstroom uit de WWB naar betaald werk een 4 tegenvallend beeld zien in het eerste kwartaal van 2017. De match tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt blijft dus een belangrijk aandachtspunt. Zorg en welzijn De grote decentralisaties in het sociaal domein betekenden voor onze gemeente een groot aantal extra verantwoordelijkheden. Inmiddels kunnen we concluderen dat de transitie is gerealiseerd. In de jaren 2017-2020 zal de transformatie voorop staan. Onze centrale ambitie luidt dat alle inwoners kunnen deelnemen aan het sociale, maatschappelijke en economische verkeer. Uit gangspunt daarbij is dat inwoners in staat zijn hun eigen keuzes te maken en zonder hulp van de overheid deel kunnen nemen aan de samenleving: ‘zelfredzaamheid’.

Aanvullend aan zelfredzaamheid is het begrip ‘samenredzaamheid’: met behulp van het eigen netwerk meedoen in de samenleving, zonder hulp van de overheid. Wanneer de zelfredzaamheid en de samenredzaamheid tekort schiet, zorgt de gemeente voor vangnetvoorzieningen, die inwoners ondersteunen bij hun deelname aan de samenleving. Meer zelfredzaamheid betekent in onze ogen ook een sterk welzijnswerk. In dat kader staan wij een transitie naar één welzijnsorganisatie voor, waar wij in deze perspectiefnota ook middelen voor beschikbaar willen stellen. Recreatie en toerisme In de Regio Zwolle doen wij actief mee aan plannen voor de vrijetijdseconomie en de agrifoodsector. Samen met de betrokken gebiedspartners en de provincie willen we komen tot een verhoogd ambitieniveau voor het Nationaal Park Weerribben Wieden: een zelfstandige gebiedsentiteit, een sterk merk met een eigen visie en structuur. Om dat te kunnen realiseren zal in 2017 de Stichting Weerribben-Wieden worden opgericht door de gebiedspartners. Daarnaast is het nominatiedossier ingediend voor aanwijzing van de Koloniën van Weldadigheid tot Unes co Werelderfgoed. Wonen De woonvisie (incl. uitvoeringsagenda) voor de periode tot 2025 is geactualiseerd mede op basis van een woonbehoefteonderzoek uit 2015.

Om onze ambitie “passend en betaalbaar wonen voor iedereen” te realiseren, is samenwerking met woningbouwcorporaties essentieel. In de eerste helft van 2017 wordt een verkenning uitgevoerd naar de investeringsmogelijkheden van de verschillende corporaties om er voor te zorgen dat de sociale huurwoningvoorraad in Steenwijk en de noorderlijke kernen stabiliseert. Daarnaast zetten wij in op het stimuleren van particuliere zelfbouw. Zo wordt volgens de huidige prognoses de norm voor de verkoop van het aantal gemeentekavels t.b.v. zelfbouwers behaald (norm 2017: 50 kavels). Deregulering Deregulering wordt al gauw opgevat als ‘het verminderen van regels’. Schrappen van regels kan echter nooit een doel op zich zijn. Het hebben van regels is immers niet per definitie slecht. Want hoewel uiteraard niemand last wil ondervinden van regels, bieden regels de sam enleving en het individu ook bescherming. In 2016 heeft in het kader van deregulering een ‘opschoningsactie’ plaatsgevonden: de gemeentelijke regelingen die niet meer actueel waren, zijn ingetrokken en uit het regelingenbestand verwijderd. Tevens zijn er organisatorische maatregelen genomen om ook in de toekomst het regelingenbestand actueel te houden.

5 Daarnaast is en blijft deregulering bij totstandkoming van nieuwe regelgeving een belangrijk aandachtspunt en draagt ook het ‘lean’ maken van processen bij aan het realiseren van zo laag mogelijke administratieve lasten voor onze inwoners en ondernemers. In dat verband is de nieuwe Omgevingswet die naar verwachting in 2019 inwerking zal treden een belangrijke ontwikkeling met het oog op onze dienstverlening, participatie, manier van samenwerken en informatievoorziening. Dit biedt kansen om zaken te vereenvoudigen voor onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Financiën Een solide gemeentelijk huishoudboekje, ook voor de langere termijn. D at is de essentie van de manier waarop wij “verantwoord anders” onze financiële koers willen varen: uitgaven en inkomsten materieel en reëel in evenwicht houden, zorgen voor balans in de begroting en voldoen aan veranderende wetgeving. Daarnaast staan wij voor een sobere, transparante en doelmatige besteding van gemeenschapsgeld en streven we ernaar de lasten voor burgers en ondernemers niet meer dan trendmatig te verhogen. Daar waar ruimte beschikbaar is in de budgetten, zoals binnen de bedrijfsvoering, worden die ingezet voor nieuw beleid. In deze perspectiefnota treft u diverse voorstellen in dat kader aan. Als gemeente staan we er financieel goed voor.

Onze financiën hebben we op orde en dat vertaalt zich onder meer in een positief financieel resultaat over 2016 en een sluitende meerjarenbegroting. In het kader van het interbestuurlijk toezicht (IBT) door de provincie Overijssel is de begroting 2017 als materieel en reëel in evenwicht beoordeeld. In 2016 kleurde de gemeente Steenwijkerland nog ‘oranje’ op het IBT domein financiën. De gemeente heeft nu zodanige stappen gezet dat de kleur ‘groen’ is toegekend door de provincie. Dat beeld willen met de nieuwe begroting uiteraard behouden. Bovendien is er ruimte om extra te investeren zoals u verderop in de perspectiefnota kunt lezen. Planmatig werken Solide betekent voor ons ook meer planmatig werken, minder ad-hoc. Veel van de investeringen en extra uitgaven die in deze perspectiefnota naar voren komen kennen hun oorsprong in dit gedachtegoed. De structurele onderhoudsplannen in de openbare ruimte (wegen, fietspaden, openbare verlichting) zijn hier voorbeelden van. Idem dito betekent planmatig werken voor ons om zaken (meer) integraal te benaderen. Zo zien wij dat er in Giethoorn dusdanig veel speelt dat wij hier kiezen voor een integrale gebiedsontwikkeling waarbij leefbaarheid, recreatie en toerisme en ons cultureel erfgoed bij elkaar worden gebracht. 1.2.

Politiek kompas In ons collegeprogramma “Verantwoord anders 2014 -2018” hebben wij 4 thema’s benoemd die voor deze collegeperiode ons politieke kompas vormen. Dit kompas is leidend in al onze afwegingen, zo ook in de ambities en doelen die wij in deze perspectiefnota formuleren. Bewonersbetrokkenheid Wij stellen de inwoners van Steenwijkerland centr aal. Zij hebben vaak duidelijke ideeën en wensen over hoe hun (leef-)omgeving eruit moet zien. Daarom betrekken wij belanghebbenden vroegtijdig bij het vormen van plannen en beleid. Ook maken we graag gebruik van de kennis, ervaring en energie die in de samenleving aanwezig is door ruim baan te geven aan eigen initiatieven van onze 6 inwoners. Zo hebben bewoners plannen gemaakt om een goede invulling te geven aan de ontstane leegte na het slopen van de Kleine Kampschool in Steenwijk -West. Het is een parkachti ge ruimte geworden met speel - en ontmoetingsvoorzieningen. Ook de uitvoering is grotendeels door de inwoners ter hand genomen. Onder bewonersbetrokkenheid verstaan wij overigens ook dat we vertrouwen op de eigen kracht van onze inwoners en dat we, waar dat verantwoord is, een beroep doen op hun eigen verantwoordelijkheid. Duurzaamheid Bij alles wat de gemeente doet moet aandacht zijn voor de gevolgen die dat heeft voor duurzaamheid.

In de voorbereiding van plannen en beleid kijken we systematisch naar een verantwoord evenwicht tussen de ecologische, economische en sociale aspecten daarvan. Door onze hulpbronnen en onze natuurlijke omgeving te respecteren willen we ervoor zorgen dat deze ook volgende generaties behouden blijven: voldoen aan de behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien in gevaar te brengen (rentmeesterschap). Bij de behandeling van de begroting 2017 heeft u een motie aangenomen om bij nieuwbouw van gemeentelijke gebouwen “energien eutraal bouwen” als uitgangspunt te nemen. De motie houdt tevens in dat voor bestaande gemeentelijke gebouwen “energiebesparende maatregelen” goed vallen in te passen bij reguliere beheer - en onderhoudsmaatregelen (motie 2016/88). Een mooi voorbeeld is de bouw van een nieuwe fusieschool in Giethoorn. In de beschikking is als voorwaarde opgenomen dat het gebouw energieneutraal gebouwd wordt. Op welke wijze dat vorm krijgt, is aan het schoolbestuur. Leefbaarheid Vitale en leefbare kernen en wijken zijn voor ons een belangrijk speerpunt: we willen dat inwoners zich prettig voelen in hun omgeving. Kernen en wijken moeten aantrekkelijk en levendig blijven door voldoende voorzieningen, een schone en veilige openbare ruimte, goede bereikbaarheid en stevige sociale samenhang.

Wij zien het behouden en versterken van de leefbaarheid in ons gebied als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeentelijke overheid en onze inwoners. Met eigen initiatieven (ook op sociaal gebied) en inzet bij het onderhoud van hun di recte leefomgeving kunnen bewoners zelf een belangrijke bijdrage leveren aan de leefbaarheid. Een mooi initiatief komt uit Ossenzijl. Samen met het dorpshuisbestuur en plaatselijk belang zijn plannen gemaakt en uitgevoerd voor het renoveren van het dorpshuis. Ook de directe omgeving, inclusief het evenemententerrein, is volledig op de schop gegaan en opnieuw ingericht. Zo kwam er een l ang gewenste pannakooi. Het dorp is in één klap een aantal voorzieningen rijker die bijdragen aan de leefbaarheid. Bestuursstijl en organisatie Bij de veranderende rol van de overheid in de samenleving past een open bestuursstijl: we zijn transparant in ons doen en laten, we gaan meer naar buiten, we zijn uitnodigend en aanspreekbaar en we vormen een collectief en laagdrempelig bestuur. Dat geldt ook voor onze relatie met de raad. We werken integraal en gebiedsgericht, waarbij we meer accent leggen op het ondersteunen van maatschappelijke organisaties, kernen en wijken en burgerinitiatieven. Wij zijn een moderne, dienstbare overheid. De gemeentelijke organisatie heeft een dienstverlenende en uitnodigende houding naar de samenleving.

Samen zoeken naar mogelijkheden is belangrijker dan uitgaan van beperkingen. 7 Onze medewerkers beschikken over kennis en vaardigheden voor de nieuw e taken en rollen van de gemeente. Tot slot Het collegeprogramma “Verantwoord anders” bevat een groot aantal doelstellingen waarvan de realisatie gemeten wordt met het inwonersonderzoek. Vorig jaar is voor het laatst een inwonersonderzoek gehouden. U bent vorig jaar geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek, waarbij het beeld naar voren kwam van een redelijk tevreden samenleving. Wij vinden het belangrijk om zo richting het einde van de bestuursperiode opnieuw te peilen wat er leeft in de Steenwijkerlandse samenleving. Eind 2017 zal daarom een nieuw inwonersonderzoek worden gehouden. In het hoofdstuk hierna gaan wij in op kansen en bedreigingen, die wij voorzien voor de toekomstige realisatie van ons beleid. 8 2. Wat zien we om ons heen? In dit hoofdstuk schetsen we de context waarin we ons in Steenwijkerland bevinden en ons werk doen. Die context is in sterke mate bepalend voor wat kan en niet kan, voor wat gewenst en ongewenst is en voor de koers die we voor de komende jaren kiezen. 2.1. Kansen  Het voorzichtig economische herstel zet door en vertaalt zich o.a. in meer belangstelling voor kavels op bedrijventerreinen. De verkopen laten een licht stijgende lijn zien.

Het werkloosheidspercentage in Steenwijkerland is gedaald.  Meer samenwerking om kwaliteit te verbeteren en kwetsbaarheid te verminderen: - met andere gemeenten (bijvoorbeeld op het gebied van de Participatiewet, ICT, ingenieursdiensten, RUD, Nieuwe Energie e.d.) - in de regio Zwolle (economische ontwikkeling, werkgelegenheid) - met partners (Businessclub Steenwijkerland, recreatiesector / Nationaal Park)  De ontwikkelingen in de maatschappij bieden meer mogelijkheden voor bewonersparticipatie (bijvoorbeeld inwoners betrekken bij beheer en onderhoud van de openbare ruimte, stimuleren van vrijwilligerswerk, zelfbeheer openbare ruimte door PBW’s) en het meer benutten van energie, kennis en financiële middelen in de samenleving.  De brede verantwoordelijkheid voor de gemeente op het sociaal domein biedt meer kansen voor een integrale aanpak en voor meer maatwerk. Dit is mogelijk doordat we als gemeente dichter bij onze inwoners staan en door het ontschotten van budgetten. Ook zijn er mogelijkheden om wonen en zorg beter te integreren (b.v. levensloopbestendig bouwen / renoveren).  Vergrijzing van de bevolking heeft nadelen, maar ook voordelen omdat er een groep fitte en actieve senioren ontstaat die belangrijke bijdragen kunnen leveren aan vrijwilligerswerk, mantelzorg e.d.  De voortdurende en groeiende aandacht voor duurzaamheid geeft o.a .

mogelijkheden voor kwaliteitsverbetering van de bestaande woningvoorraad, energieneutraal bouwen, nieuwe energie, e.d..  Nieuwe wet voor de fysieke leefomgeving (Omgevingswet 2018) geeft initiatiefnemers meer ruimte.  De veranderingen in de samenleving vragen dat ook de organisatie zich verder ontwikkelt tot een wendbare organisatie. In 2017 is daarom een nieuwe hoofdorganisatiestructuur met vier eenheden ingevoerd met een kleiner strategisch management. De verantwoordelijkheden worden lager in de organisatie gelegd, er wordt gestuurd op processen en procedures worden vereenvoudigd. Hiermee wordt beoogd de vraag van burgers, ondernemers en instellingen nog beter te kunnen beantwoorden. 9 2.2. Bedreigingen  Zo lang er nog geen nieuw kabinet is gevormd, is er geen zicht op de hoogte van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds. Dit maakt ons meerjarig financieel perspectief onzeker.  Op 29 juni 2017 stelt het Algemeen Bestuur van de IGSD2 Steenwijkerland & Westerveld de begroting van de IGSD 2018-2021 vast waarbij de gemeenteraden van de twee deelnemende gemeenten vooraf in de gelegenheid zijn gesteld om een zienswijze af te geven. In de concept begroting van IGSD is sprake van een financiële tegenvaller als gevolg van hogere apparaatskosten en een geraamde meevaller bij de programmakosten. Per saldo is meerjarig sprake van een tegenvaller.

Omschrijving 2018 2019 2020 2021 Apparaatskosten 841.503 842.969 842.969 842.969 Programmakosten3 -188.550 -520.250 -660.800 -591.300 Totaal 652.953 322.719 182.169 251.669 Indien de IGSD begroting ongewijzigd wordt vastgesteld dan heeft dat negatieve financiële gevolgen voor de gemeente. De uitgaven van gemeenschappelijke regelingen, waaronder de IGSD, behoren op grond van de Gemeentewet tot de ‘verplichte uitgaven’ en moeten in de gemeentebegroting worden opgenomen. Bij de opstelling van de programmabegroting 2018-2021 zal daar dan rekening mee moeten worden gehouden.  De tijd moet uitwijzen of de gewenste gedragsverandering in de samenleving naar meer ”eigen kracht” gelijke tred houdt met de budgetkorting, die het Rijk heeft toegepast bij de overheveling van taken in het sociaal domein.  De samenleving wordt steeds mondiger. Onvrede kan eenvoudig worden geuit via sociale media en zo schade toebrengen aan het imago van de gemeente. Omdat (negatieve) informatie snel verspreid wordt, is het zaak snel en adequaat te reageren.  Digitale vaardigheden. Een groeiend gebruik van digitale toepassingen betekent niet automatisch dat daarmee ook de digitale vaardigheden van onze inwoners toenemen. We zullen daarom altijd oog moeten blijven houden voor die mensen en maatwerk leveren waar dat nodig is.

 Leegstand van winkels, kantoorruimte en agrarische bebouwing vormt een bedreiging voor de leefbaarheid van onze kernen en het buitengebied. De positie van binnensteden staat mede hierdoor onder druk.  De bevolking in ons gebied vergrijst, jongeren trekken weg. De zorgkosten stijgen mede als gevolg van het rijksbeleid met betrekking tot extramuralisering van de zorg en het kost 2 Intergemeentelijke Sociale Dienst. 3 Bij de berekening van het saldo voor de programmakosten wordt uitgegaan van extra financiële middelen voor schuldhulpverlening van structureel € 160.000 zoals opgenomen in het bestedingsplan. 10 moeite om het voorzieningenniveau en de leefbaarheid op peil te houden. Dit geldt ook voor de duurzame exploitatie van de MFC’s waarin de laatste jaren veel is geïnvesteerd.  Kwetsbaarheid van de informatievoorziening en daarmee onze dienstverlening (hacken, privacywetgeving, datalekken, etc.). 11 3. Financieel beeld 3.1. Begrotingspositie Zoals uit de tabel kan worden opgemaakt is er sprake van een positief saldo voor de jaren 201 7 t/m 2019 en een oplopend negatief saldo voor de jaren 2020 en 2021. Bij de opstelling van de Programmabegroting 2018-2021 zal op basis van het dan geldende budgettaire beeld (onder meer de verwerking van de meicirculaire, de begroting van de IGSD en onderwijshuisvesting) een nieuwe doorrekening worden gemaakt.

Een materieel en reëel sluitende begroting voor alle jaren is daarbij ons uitgangspunt: zo nodig zal een heroverweging van het nu voorliggende bestedingsplan plaatsvinden. Bedragen x € 1.000 Omschrijving I/S 2017 2018 2019 2020 2021 Structureel S -130,4 -361,3 -419,2 -332,7 -332,7 Incidenteel I 65,0 Saldo Programmabegroting 2017-2020 ( blz. 10 en 47) -65,4 -361,3 -419,2 -332,7 -332,7 Diverse raadsbesluiten: Vervanging jeugdhonk Kuinre (13-12-2016) S 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 Vaststellen tarieven onroerende-zaakbelastingen (13-12-2016) S -34,6 -34,6 -34,6 -34,6 -34,6 Matrix dorpsplannen (13-12-2016) S 3,8 3,8 3,8 3,8 3,8 Plan van aanpak IGSD/NWG (1e begrot.wijziging 2017 IGSD) (13-12-2016) I 702,5 Jaarlijks onderhoud overgenomen bruggen (31-1-2017) S 12,5 12,5 12,5 12,5 12,5 Kapitaallasten nieuwe brug over Ettelandskanaal (31-1-2017) S 52,6 51,7 50,9 50,1 49,2 Zonnepanelen op gemeentelijke daken (28-2-12017) S -4,6 -4,4 -4,3 -4,2 -4,1 Fusieschool Giethoorn (28-2-12017) S 16,4 32,8 51,1 50,5 50,0 Verhogen te vervangen brug BSBV 36 (11-4-2017) S 8,2 8,1 8,0 7,8 8,0 Budgetoverheveling jaarrekening 2016, kapitaallasten brugGNBV33 te Giethoorn (11-4-2017) S 2,2 2,2 2,1 2,1 2,1 Renovatie en nieuwbouw sportaccommodatie VHK (11-4-2017) S -18,6 -18,6 -18,6 -18,6 -18,6 Totaal raadsbesluiten tot en met april 2017 741,2 54,2 71,5 70,1 68,9 Overige mutaties: Budgetafwijkingen (structureel) S

-1.751,5 -1.913,8 -2.375,6 -2.517,6 -2.517,6 Budgetafwijkingen (incidenteel) I 299,1 - - - - Prijscompensatie (1,7%) uitgaven S 524,3 532,2 535,9 536,5 Prijscompensatie (1,7%) inkomsten S -346,8 -346,8 -346,8 -346,8 Lonen en sociale lasten (aanpassing raming 2017 tot 1-5-2017) S 53,2 67,4 67,4 67,4 67,4 Lonen en sociale lasten (aanpassing raming vanaf 1-5-2017) S 358,0 965,0 963,1 963,1 1.088,1 Omnibusenquete S 32,5 Aanpassen jaarschijf 2021 S -60,4 Algemene uitkering gemeentefonds (AU): - Compensatie prijzen en lonen S -354,2 -352,5 -351,3 -351,0 Hoeveelheidsverschillen S -179,2 -217,1 -232,4 -201,9 -202,3 Aanpassen jaarschijf 2021 S 178,7 Mutaties sociaal domein S -108,8 Diverse stelposten S 182,4 Totaal overige mutaties -1.220,5 -1.275,3 -1.744,7 -1.851,3 -1.501,4 Structureel (beschikbaar voor Bestedingsplan 2018-2021) S -1.611,4 -1.582,4 -2.092,3 -2.113,9 -1.765,2 Incidenteel I 1.066,6 - - - - Subtotaal: -544,8 -1.582,4 -2.092,3 -2.113,9 -1.765,2 12 Bestedingsplan 2018-2021: 2017 2018 2019 2020 2021 Structureel S 1.606,8 2.250,1 2.489,1 2.473,1 Incidenteel I 3.361,2 801,0 500,0 Totaal bestedingsplan 4.968,0 3.051,1 2.989,1 2.473,1 Totaal perspectiefnota 2018-2021: Structureel S -1.611,4 24,4 157,8 375,2 707,9 Incidenteel I 1.066,6 3.361,2 801,0 500,0 Toevoegen/ onttrekken aan reserves I - -3.198,2 -640,0 -500,0 Dekking binnen bestaande budgetten bedrijfsvoering I/S -

-358,1 -352,3 -191,3 -191,3 Saldo perspectiefnota -544,8 -170,7 -33,5 183,9 516,6 - = voordeel In de tabel is onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele inkomsten en uitgaven (S/I). In principe vallen onder 'Incidenteel’ de uitgaven en inkomsten met een eenmalig karakter en een looptijd van maximaal drie jaar. De incidentele uitgaven worden gedekt door incidentele inkomsten, waarbij wij als uitgangspunt hebben gekozen voor een onttrekking aan de Algemene reserve vrij besteedbaar. Voor de jaren 2018 tot en met 2021 wordt dan ook een beroep gedaan op deze reserve tot een bedrag van afgerond € 4,3 miljoen. Toelichting begrotingspositie. De perspectiefnota start met het saldo van de Programmabegroting 201 7-2020 zoals op blz. 10 en 47 van deze begroting staat vermeld. Het saldo is als volgt opgebouwd. Omschrijving I/S 2017 2018 2019 2020 2021 Structureel S 130.441 361.311 419.192 332.697 332.697 Incidenteel I -65.000 Saldo Programmabegroting 2017-2020 (zie blz.10 en 47) 65.441 361.311 419.192 332.697 332.697 Diverse begrotingswijzigingen. De financiele gevolgen van de besluiten tot en met de raadsvergadering van april 2017 zijn verwerkt in deze nota. Overige mutaties. Budgetafwijkingen structureel en incidenteel. In hoofdstuk 6.2. zijn de structurele en incidentele budgetafwijkingen vermeld en van een nadere toelichting voorzien.

Prijscompensatie 1,7% uitgaven en inkomsten. De prijscompensatie voor intermediair verbruik bedraagt voor 201 8 ten opzichte van 2017 1,9% (kerngegevenstabel 2015-2018 van het CEP, maart 2017). Overeenkomstig de Kadernota wordt rekening gehouden met de sinds 2015 bijgestelde indexcijfers. Lonen en sociale lasten + periodieke verhogingen 2021. De CAO gemeenten heeft een looptijd van 16 maanden en geldt voor de periode 1 januari 2016 tot 1 mei 2017. Deze is in de begroting verwerkt. Voor de periode 1-5-2017 t/m 31 december 2017 wordt rekening gehouden met een stijging van 8/12 X 2,2% is 1,50%4 4 Prijs overheidsconsumptie beloning werknemers (kerngegevenstabel 2015-2018 van het CEP maart 2017). 13 Voor 2018 wordt van een stijging uitgegaan van 2,40% Verwachte stijging sociale lasten 2018 0,50% Salarisontwikkeling 2017/ 2018: 4,40% Uiteraard vindt er een bijstelling van de geraamde percentages voor de salariskosten en de sociale lasten plaats, zodra hierover meer inzicht bestaat. Daarnaast wordt jaarlijks een bedrag van € 125.000 opgenomen voor de stijging van de loonkosten als gevolg van periodieke verhogingen. Omnibusenquete. Een keer in de twee jaar wordt een omnibusenquete gehouden. Voor 2021 moet hiervoor nog een budget beschikbaar worden gesteld. Aanpassen jaarschijf 2021. Het betreft een bijstelling van de jaarschijf 2021 t.o.v. 2020. Algemene uitkering gemeentefonds (AU).

Algemene uitkering gemeentefonds: compensatie lonen en prijzen. Op basis van de december circulaire van 2016 wordt voor 2018 en volgende jaren een hogere algemene uitkering uit het gemeentefonds voor prijs- en loonontwikkelingen (inclusief sociale lasten) verwacht. Algemene uitkering gemeentefonds: hoeveelheidsverschillen. Het betreft hier een bijstelling van de algemene uitkering op basis van aantalle n en hoeveelheden. Voorbeelden hiervan zijn het aantal inwoners en het aantal bijstandsontvangers. Algemene uitkering gemeentefonds: aanpassing jaarschijf 2021. De jaarschijf 2021 is ten opzichte van 2020 aangepast op onder meer de volgende onderdelen: uitkeringsfactor algemene uitkering, aantal bijstandontvangers, suppletieregeling ozb, aantal leerlingen (S)VO. Algemene uitkering gemeentefonds: mutaties sociaal domein. De mutaties in het sociaal domein hebben betrekking op: - decentralisatie AWBZ naar WMO - € 10.051 - decentralisatie jeugdzorg € 50.453 - decentralisatie Perticipatiewet - € 149.247 Totaal: - € 108.845 Algemene uitkering gemeentefonds: diverse stelposten. - WMO 2007 € 149.736 - Voorschoolse voorziening peuters € 32.681 Totaal: € 182.417 De mutaties in het sociaal domein en de opgenomen stelposten worden budgettair neutraal verwerkt in de begroting en hebben geen invloed op het begrotingssaldo. 14 Bestedingsplan 2018-2021. In hoofdstuk 6.1.

zijn de voor 2018 en volgende jaren geplande investeringen vermeld en van een uitgebreide toelichting voorzien. Wij zijn voornemens deze in de Programmabegroting 2018-2021 op te nemen voor zover er in de periode tot de samenstelling van de programmabegroting geen grote nadelige budgettaire effecten optreden. 3.2. Vermogenspositie In de volgende tabel hebben wij de ontwikkeling van de vermogenspositie per 1 -1-2018 voor u in beeld gebracht. De raadsbesluiten tot en met de vergadering van 11 april 2017 zijn in dit overzicht verwerkt. Bedragen x € 1.000 Stand per 1-1-2018 Programmabegroting 2017-2020 Perspectiefnota 2018-2021 Verschil Algemene reserves 24.844 24.109 -735 Bestemmingsreserves 17.678 13.640 -4.038 Voorzieningen 4.980 5.013 33 Totaal: 47.502 42.762 -4.740 Een specificatie van de ontwikkeling van de vermogenspositie per 1 januari 2018 treft u aan in hoofdstuk 6.3. Er is geen rekening gehouden met het positieve resultaat van de jaarrekening 2016 van afgerond € 4 mln. De vaststelling van de jaarrekening 2016 staat op de raadsagenda van 4 juli 2017. Ook is nog geen rekening gehouden met de mutaties in de reserves voortvloeiende uit de budgetafwijkingen 2017 zoals opgenomen in bijlage 6.2.

Wordt met beide laatste factoren wel rekening gehouden en dus vooruit gelopen op besluitvorming in uw raad, dan bedraagt de vermogenspositie per 1-1-2018 volgens onderstaande tabel afgerond € 48 mln. Bedragen x € 1.000 Omschrijving Perspectiefnota 2018-2021 Stand per 1-1-2018 42.762 Resultaat jaarrekening 2016 4.042 Budgetafwijkingen 2017 (incidenteel en structureel) 1.452 Totaal: 48.256 Ten opzichte van de programmabegroting is er sprake van een lichte verbetering. Realisatie van het Bestedingsplan in de komende jaren vergt naar verwachting nog een inzet van de reserves van circa € 4,3 miljoen. 15 4. Kaders Programmabegroting 2018-2021 4.1. Inleiding In dit hoofdstuk zijn de kaders voor de samenstelling van de Programmabegroting 201 8-2021 opgenomen. De financiële vertaling van een deel van deze kaders is reeds meegenomen in deze perspectiefnota. De kaders zijn gebaseerd op de door uw raad vastgestelde nota’s behorende bij de kadernota. 4.2. Kaders Onderstaand treft u de kaders aan voor o.a. de prijs- en loonindexcijfers en de te hanteren rekenrente. De met een (*) aangegeven onderdelen zijn reeds verwerkt in de perspectiefnota. Omschrijving Kader Raadsbesluiten Tot en met de raadsvergadering van 11 april 2017 Lonen (incl.

sociale lasten) (*) 4,4% Prijsinflatie inkomstenbudgetten (*) 1,7% Prijsinflatie uitgavenbudgetten (*) 1,7% Prijsinflatie grondexploitatie uitgavenbudgetten 2,0% Prijsinflatie grondexploitatie inkomstenbudgetten 1,5% Rente grondexploitaties 1,25% Rekenrente (omslagpercentage) 1,5% Marktrente (*) 2,0% Prijsinflatie verstrekte subsidies (*) 1,7% Prijsinflatie gemeentelijke belastingen en rechten (*) 1,7% Aantal woonruimten per 1-1-2017 (groei 2017) 20.461 (117) Aantal inwoners per 1-1-2017 (groei 2017) 43.445 (geen) Algemene uitkering uit het Gemeentefonds Meicirculaire (verschijnt eind mei/ begin juni 2017) 4.3. Loonkostenontwikkelingen Voor een toelichting op de verwachte loonkostenontwikkelingen verwijzen wij naar hoofdstuk 3. In de Programmabegroting 2018-2021 wordt voor 2018 rekening gehouden met een stijging van de loonkosten inclusief sociale lasten van 4,4%. 16 4.4. Prijsinflatie exploitatiebudgetten en kostenplaatsen Prijs intermediair verbruik (%) Prijsstijging 2015 -0,4 In begroting 2017-2020 opgenomen 1,6 2,0- Prijsstijging 2016 2,1 In begroting 2017-2020 opgenomen 0,8 1,3 Prijsstijging 2017 2,4 In begroting 2017-2020 opgenomen 1,9 0,5 Prijsstijging 2018 1,9 Prijsstijging 2018 t.o.v. 2017 1,7 4.5.

Prijsinflatie grondexploitatie Voor de gemeentelijke grondexploitaties wordt een (ten opzichte van de gemeente) afwijken d percentage gehanteerd voor zowel de kosten- als de opbrengstenkant. De wijze waarop deze parameters worden bepaald is vastgelegd in de Nota Grondprijzenbeleid 2016-2020. Kostenstijging In de Nota Grondprijzenbeleid 2016-2020 is vastgelegd dat de parameter kostenstijging wordt gebaseerd op het langjarig gemiddelde van de GWW-index (Grond, Weg- en Waterbouw) van het CBS. We hanteren de GWW-index omdat deze index de prijsontwikkeling van civieltechnische kosten in beeld brengt. De civieltechnische kosten zijn de voornaamste kosten binnen de grondexploitaties. De GWW-index is opgebouwd uit de gemiddelde prijsstijgingen en -dalingen van de diverse productgroepen zoals loonkosten, gasolie, elektriciteit, betonproducten, cement, kunststof, (beton)staal en (wegenbouw)bitumen. In voorgaande jaren is in de grondexploitaties uitgegaan van een parameter kostenstijging van 3%. De gemiddelde GWW-index over de afgelopen 10 jaar bedraagt 1,6%. Er zijn tegelijkertijd op dit moment allerlei indicaties dat de prijzen in de GWW-sector hard zullen stijgen de komende jaren. Door de aantrekkende economie hebben aannemers van civiele werken steeds meer een normaal gevulde orderportefeuille. Dat betekent dat de concurrentie tussen deze aannemers afneemt.

Daarom wordt voor de grondexploitaties een parameter kostenstijging van 2% gehanteerd, gebaseerd op het langjarig gemiddelde in combinatie met de actuele vooruitzichten. Ook de komende begrotingsperiode (2018-2021) zal in de grondexploitaties een parameter kostenstijging van 2% worden gehanteerd voor 2018 en verder. Opbrengstenstijging Er is in Nederland geen database beschikbaar waarin de prijsontwikkeling van bouwgrond wordt bijgehouden. In de Nota Grondprijzenbeleid 2016-2020 is daarom vastgelegd dat de parameter 17 opbrengstenstijging wordt gebaseerd op het langjarig gemiddelde van de consumenten prijs index (CPI) van het CBS. Omdat projecten en ruimtelijke ontwikkelingen vaak een lange looptijd kennen is er voor gekozen om de indexatie een vast percentage te geven, op basis van de langjarige CPI. Dit om sterke financiële fluctuaties binnen de projecten te voorkomen. Jaarlijks zal het gehanteerde percentage getoetst worden aan de CPI. De afgelopen jaren zijn de grondprijzen binnen de gemeente Steenwijkerland jaarlijks met 2% verhoogd. De ontwikkeling van het langjarig gemiddelde van de CPI geeft aanleiding om de parameter opbrengstenstijging te verlagen van 2% naar 1,5% en dit percentage te hanteren voor de komende begrotingsperiode (2018-2021). 4.6.

Rente De rekenrente (omslagpercentage) is gebaseerd op de te betalen minus te ontvangen rente in een jaar gedeeld door 1% van de boekwaarde van de investeringen per 1/1 van het jaar. Voor het aantrekken van langlopende geldleningen ter financiering van de geraamde investeringen wordt een marktrente van 2% gehanteerd. 4.7. Loon –en prijsinflatie subsidies In vele gevallen kennen gesubsidieerde instellingen voor hun producten eenzelfde kostenopbouw als gemeenten. De bekostiging van deze producten vindt (deels) plaats door gemeente n in de vorm van een subsidie. Hiervoor wordt de gemeente niet afzonderlijk gecompenseerd in het accres van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Compensatie van de gesubsidieerde instellingen vindt overeenkomstig het percentage voor prijsstijgingen plaats ter grootte van 1,7%. 4.8. Prijsinflatie gemeentelijke belastingen en rechten Voor gemeentelijke belastingen en rechten wordt dezelfde prijsindex als voor exploitatiebudgetten gehanteerd en is derhalve voor 2018 t.o.v. 2017 1,7%. 4.9. Groei aantal woningen Op basis van de kadernota mag bij de rioolrechten, de afvalstoffenheffing, het huishoudelijk afval, de onroerende-zaakbelastingen en de hondenbelasting rekening worden gehouden met de groei van het aantal woningen in 2017. Er wordt rekening gehouden met een groei van 117 woningen, gebaseerd op de woonvisie. 4.10.

Groei aantal inwoners Het aantal inwoners bedraagt per 1-1-2017 43.445. Ten opzichte van 1-1-2016 een toename van 115. Op basis van de gemiddelde groei van de laatste vijf jaar met 7 inwoners wordt voor 2018 uitgegaan van hetzelfde aantal inwoners als per 1-1-2017. 18 5. Te nemen besluiten De raad wordt voorgesteld: 1. Kennis te nemen van: a. het algemene beeld van de realisatie van het collegeprogramma “Verantwoord Anders” zoals vermeld in hoofdstuk 1; b. de geschetste kansen en bedreigingen zoals vermeld in hoofdstuk 2; c. het financieel beeld zoals weergegeven in hoofdstuk 3; d. het Bestedingsplan 2018-2021 zoals opgenomen in hoofdstuk 6.1. 2. In te stemmen met: a. de begrotingspositie zoals weergegeven in hoofdstuk 3.1. voor zover het de jaarschijf 2017 betreft; b. het saldo van de jaarschijf 2017 te betrekken bij de Najaarsnota 2017; c. het saldo van de jaarschijven 2018 t/m 2021 te betrekken bij de samenstelling van de Programmabegroting 2018-2021; d. de budgetafwijkingen zoals opgenomen in hoofdstuk 6.2.; e. de programmabegroting 2017-2020 overeenkomstig 2a tot en met 2d te wijzigen; f. de kaders voor de samenstelling van de Programmabegroting 2018-2021 zoals opgenomen in hoofdstuk 4. 3.1. Een krediet beschikbaar te stellen van € 80.000 voor: a. hogere BPM aangeschafte vrachtauto van € 30.000; b. aanschaf trekker in 2017 i.p.v. 2018 ad € 30.000; c.

aanschaf auto’s coördinatoren ad € 20.000; 3.2. Dekking van de uit de investering (3.1.) voortvloeiende kapitaallasten in 2017 ten laste van het exploitatiebudget tractie te brengen en vanaf 2018 ten laste van de budgetten voor vervangingsinvesteringen. 19 6. Bijlagen Perspectiefnota 2018-2021 6.1. Bestedingsplan 2018-2021 Hieronder treft u het voorgestelde Bestedingsplan 2018-2021 aan. Aan het einde van het plan is de dekking van de voorgenomen investeringen vermeld. De investeringen met een structureel effect voor de exploitatie komen ten laste van het begrotingssaldo. Investeringen met een incidenteel karakter (maximaal 3 jaar) worden ten laste van de Algemene reserve vrij besteedbaar gebracht. Jaarlijks wordt het het budget voor lonen en sociale lasten met € 125.000 verhoogd. Deze verhoging was bestemd voor de stijgende uitgaven als gevolg van het toekennen van periodieke verhogingen. Uit een voorlopige analyse is gebleken dat laatstgenoemd bedrag niet volledig nodig is en deels kan worden aangewend voor dekking van investeringen in de bedrijfsvoering. In de kolom “Dekking” is de wijze van dekking aangegeven. Bedragen x € 1.000 Nr. Onderwerp (S/I) Dekking Inv. Afschr. Bijdr. derden 2018 2019 2020 2021 Steenwijkerlanders voelen zich welkom 1 Digitale toegang MijnOverheid S Bedrijfsv. 56,0 56,0 56,0 56,0 2a Doorontwikkeling dienstverlening S Bedrijfsv.

91,1 87,3 87,3 87,3 2b Doorontwikkeling dienstverlening I Bedrijfsv. 88,0 86,0 Steenwijkerlanders voelen zich thuis 3 Invoering Omgevingswet S Saldo 200,0 300,0 150,0 50,0 4 Optimalisatie formatie toezicht en handhaving op gebied van dienstverlening, brandveiligheid, bouw en gebiedscontrole. S Saldo 149,0 149,0 149,0 149,0 5 Jongerenparticipatie I Reserve 25,0 25,0 6 Zwembaden toevoegen aan de voorziening Maatschappelijk Vastgoed S Saldo 270,0 270,0 270,0 270,0 7a Versterken bermen onveilige plattelandswegen S Saldo 404,0 20 28,3 27,9 27,5 27,1 7b Versterken bermen onveilige plattelandswegen S Saldo 404,0 20 28,3 27,9 27,5 7c Versterken bermen onveilige plattelandswegen S Saldo 404,0 20 28,3 27,9 7d Versterken bermen onveilige plattelandswegen S Saldo 536,0 20 37,5 8a Oeverbindingen S Saldo 60,0 60,0 60,0 60,0 8b Oeverbindingen S Saldo 538,0 50 21,5 21,3 21,1 20,9 8c Oeverbindingen S Saldo 538,0 50 21,5 21,3 21,1 8d Oeverbindingen S Saldo 538,0 50 21,5 21,3 8e Oeverbindingen S Saldo 538,0 50 21,5 9a Investeringen en levensduur verlengende maatregelen wegen S Saldo 1.662, 0 20 116,3 114,7 113,0 111,4 9b Investeringen en levensduur verlengende maatregelen wegen S Saldo 162,0 20 11,3 11,1 10,9 9c Investeringen en levensduur verlengende maatregelen wegen S Saldo 187,0 20 13,1 12,9 9d Investeringen en levensduur verlengende maatregelen wegen S Saldo 142,0 20 9,9 9e Meerinkomsten

kabels en leidingen S Saldo -19,0 -19,0 -19,0 -19,0 10a Vervangingsplan openbare S Saldo 370,0 20 25,9 25,5 25,2 24,8 20 Nr. Onderwerp (S/I) Dekking Inv. Afschr. Bijdr. derden 2018 2019 2020 2021 verlichting (armaturen) 10b Vervangingsplan openbare verlichting (masten) S Saldo 236,9 40 10,7 10,6 10,5 10,4 10c Vervangingsplan openbare verlichting (armaturen) S Saldo 402,5 20 28,2 27,8 27,4 10d Vervangingsplan openbare verlichting (masten) S Saldo 202,3 40 9,1 9,0 8,9 10e Vervangingsplan openbare verlichting (armaturen) S Saldo 232,8 20 16,3 16,1 10f Vervangingsplan openbare verlichting (masten) S Saldo 191,9 40 8,6 8,5 10g Vervangingsplan openbare verlichting (armaturen) S Saldo 261,0 20 18,3 10h Vervangingsplan openbare verlichting (masten) S Saldo 163,9 40 7,4 10i Vervangingsplan openbare verlichting (besparing onderhoud) S Saldo -9,0 -13,2 -16,6 -18,9 11a Aanpak fietspaden S Saldo -24,0 -24,0 -24,0 -24,0 11b Aanpak fietspaden S Saldo 300,0 30 16,0 15,8 15,6 15,4 11c Aanpak fietspaden S Saldo 250,0 30 13,3 13,2 13,0 11d Aanpak fietspaden S Saldo 800,0 30 42,7 42,1 12 Voorziening groot onderhoud wegen I Reserve 1.500,0 13 Opwaardering groen begraafplaatsen I Reserve 45,0 14a Wijkvisie Steenwijk-west S Saldo 110,8 110,8 100,5 100,5 14b Wijkvisie Steenwijk-west S Saldo 150,0 20 10,5 10,4 10,2 10,1 14c Wijkvisie Steenwijk-west S Saldo 365,0 20 25,6 25,2 24,8 14d Wijkvisie

Steenwijk-west S Saldo 520,0 20 287,0 16,3 16,1 15 Revolving fund duurzaamheid (4 jaar) I Reserve 350,0 16 Planuitwerking: Verduurzamen gemeentelijk vastgoed I Reserve 100,0 17 Omgevingsdienst IJsselland S Saldo 76,8 100,7 72,8 45,7 Steenwijkerlanders doen het samen 18a/b Transitie naar één welzijnsorganisatie I Reserve 500,0 500,0 500,0 19 Planuitwerking: Cultuurvisie; kansen door verbinden I Reserve 65,0 65,0 20 Schuldhulpverlening S Saldo 160,0 160,0 160,0 160,0 21 Verhogen taalniveau 3F voor pedagogisch medewerkers voorschoolse voorzieningen I Reserve 88,2 22 Kwetsbare jongeren op het snijvlak van school en werk S Saldo 75,0 75,0 75,0 75,0 23 Vechtscheidingen (BRAM) S Saldo 40,0 40,0 40,0 40,0 Steenwijkerlanders zijn actief 24 Nationaal park Weerribben- Wieden S Saldo 95,0 95,0 95,0 25 Groene en blauwe diensten I Reserve 325,0 26a Gebiedsgerichte aanpak Giethoorn S Saldo 450,0 30 24,0 23,7 23,4 23,1 26b Gebiedsgerichte aanpak Giethoorn S Saldo 920,0 30 250,0 35,7 35,3 34,9 26c Gebiedsgerichte aanpak Giethoorn S Saldo 550,0 30 29,3 28,9 26d Gebiedsgerichte aanpak Giethoorn S Saldo 750,0 30 250,0 26,7 26e Gebiedsgerichte aanpak Giethoorn S Saldo 5,0 5,0 5,0 5,0 26f Gebiedsgerichte aanpak I Reserve 200,0 50,0 21 Nr. Onderwerp (S/I) Dekking Inv. Afschr. Bijdr.

derden 2018 2019 2020 2021 Giethoorn Financien en bedrijfsvoering 27 Afbouw Prestatiecontract S Saldo 250,0 500,0 500,0 28 Informatiebeveiliging I Bedrijfsv. - 29 Algemene verordening Gegevensbescherming S Bedrijfsv. 48,0 48,0 48,0 48,0 30 Tijdelijk extra formatie Technisch beheer en Service Desk. I Bedrijfsv. 75,0 75,0 Rente inzet reserves (2%) S Saldo 64,0 76,8 86,8 86,8 Totaal bestuursprogramma's 4.968,0 3.051,1 2.989,1 2.473,1 Incidenteel I 3.361,2 801,0 500,0 - Structureel S 1.606,8 2.250,1 2.489,1 2.473,1 Totaal: 4.968,0 3.051,1 2.989,1 2.473,1 Financiële dekking Budget bedrijfsvoering S/I 358,1 352,3 191,3 191,3 Reserves I 3.198,2 640,0 500,0 - Ten laste van het saldo S 1.411,7 2.058,8 2.297,8 2.281,8 Totaal financiering: 4.968,0 3.051,1 2.989,1 2.473,1 Toelichting: 1. Digitale toegang MijnOverheid. Vanuit het coalitieakkoord 2014-2018 is gekozen voor de ontwikkeling van een Digitale Klantgerichte Dienstverlening. Er ligt inmiddels een goede basis om op door te ontwikkelen. De komende jaren staan dan ook in het teken van het ‘Verzilveren waar we aan begonnen zijn’. Hiervoor is de iVisie 2017-2020 het uitgangspunt, waarbij de vertaling voor 2017 en latere jaren is uitgewerkt in het iBeleid 2017-2020. Voor het project ’Doorontwikkeling Digitale Zaakgerichte Dienstverlening’ zijn voor 2015 t/m 2017 financiële middelen beschikbaar gesteld.

Thans blijkt dat de beschikbaar gestelde structurele middelen onvoldoende zijn om de digitale toegang en koppelingen met Mij nOverheid blijvend in stand te houden. Vooral de structurele lasten voor de benodigde (zaak) koppelingen met o.a. basisregistraties en de opslag van digitale bestanden vallen aanzienlijk hoger uit dan in 2014 is geraamd. De dekking voor de uitvoering van de projecten dient plaats te vinden uit reeds bestaande incidentele en structurele middelen vanuit het project ‘Doorontwikkeling Digitale Zaakgerichte Dienstverlening’. Hieruit blijkt dat er ruim voldoende incidentele middelen beschikbaar zijn, maar onvoldoende structurele middelen. Voorgesteld wordt de incidentele middelen af te ramen met € 500.000,- en het structurele budget (van € 25.000,-) te verhogen met € 56.000,-. 2a/ 2b. Doorontwikkeling dienstverlening. De bestuurlijke opdracht tot doorontwikkeling van de dienstverlening (bestuursprogramma) en de gemeentebrede visie op dienstverlening zijn de basis voor de doorontwikkeling van de dienstverlening door het KCC. Het taakveld Burgerzaken/Balie van het KCC vraagt specifieke aanpak in die ontwikkeling, gelet op de op gang komende veranderingen in diensten en producten, zoals die door dit taakveld worden verricht/geleverd.

Voor het meer exact in beeld 22 brengen van die veranderingen voor deze gemeente is een onderzoeksopdracht naar dit taakveld gegeven aan externe deskundige. De rapportage van dit onderzoek onderschrijft dat de veranderingen in en vanaf 2018 zullen optreden, en van grote betekenis zijn voor de dienstverlening. Dit vraagt ombouw in taken, en het opbouwen van kennis en kunde middels een opleidingstraject voor het gehele taakveld. Om dit traject te kunnen laten slagen is tijdelijke ondersteuning nodig. Hierbij wordt uitgegaan van inhuur van 1 fte voor 2 jaar ad € 86.000,--/ jaar, of in totaal € 172.000,--. Een onderdeel van de doorontwikkeling in de dienstverlening is de versterking van het proces van de identiteitsbepaling en toetsing van documenten. Daarvoor is een praktische toepassing nodig (documentscanner met software), die bij de dienstverlening wordt ingezet. De kosten van deze toepassing zijn € 5.600,-- (eenmalig) en € 1.800,-- (jaarlijks). Daarnaast wordt toegewerkt aan het implementeren van de social media in het KCC, als kanaal voor communicatie voor en met de inwoners, en in bredere zin met de samenleving. Voor het bestuur en het management is het belangrijk dat dit kanaal gestalte gaat krijgen in de dienstverlening. De invulling van dit taakveld zal structureel 1 fte vragen.

Het gaat om een nieuwe werkstroom die niet binnen de reguliere capaciteit kan worden opgevangen. Daarnaast zal er ook rekening gehouden moeten worden met werkzaam-heden van ICT beheer (ca. 0,5 fte)(in zijn totaliteit € 80.000,--). Voor het werken met de social media en het voeren van een goed beheer hierin dient een toepassing te worden aangeschaft. De toepassing die op dit moment veel wordt gekozen door gemeenten en door de Veiligheidsregio vraagt een investering van € 22.000,--, waarmee die toepassing voor 4 jaren kan worden toegepast. Met die termijn kan een goede opstart worden gemaakt in het werken met de social media, en vervolgens monitoring plaats vinden op de werking van het systeem en beheer. Na afloop van die 4 jaren kan opnieuw worden bezien of een koerswijziging nodig is in de toepassing van het systeem. Voor implementatie van de toepassing is nog een eenmalig bedrag van € 2.000,-- vereist. 3. Invoering Omgevingswet. In 2019 zal de Omgevingswet naar verwachting in werking treden. Deze wet heeft verstrekkende gevolgen voor de gemeentelijke organisatie. Zowel op het gebied van o.a. dienstverlening, participatie, samenwerking, manier van werken als de informatievoorziening. De Omgevingswet kent echter na 2019 ook nog een doorontwikkeling. Om de Omgevingswet te kunnen invoeren, is in 2016 gestart met het invoeringstraject.

De Omgevingswet biedt gemeenten veel ruimte om zelf de koers te bepalen. Daarbij gaan wij uit van een vernieuwende aanpak waarbij onderzocht wordt welke mogelijkheden de wet biedt om wendbaarder te worden en beter te kunnen inspelen op veranderingen in de samenleving. Dit doen wij in een situatie waarbij veel onderdelen van de Omgevingswet nog ontwikkeld worden. Dit maakt dat er geen blauwdruk bestaat voor de invoering van de wet en dat wij – net als alle andere partijen – werkende weg pas kunnen bekijken op welke wijze wij de wet willen invoeren. Duidelijk is wel dat de Omgevingswet een grote veranderkundige opgave met zich meebrengt waarbij via een cyclisch proces gekeken moet worden naar o.a. onze producten & processen, organisatie & samenwerking en de (informatie)systemen. Recentelijk heeft de VNG een financieel model beschikbaar gesteld waarin is opgenomen welke onderwerpen in ieder geval aan bod komen bij de invoering van de Omgevingswet. Dit model is toegepast bij het ramen van het budget. 23 Het budget wordt gebruikt om o.a.: - een nieuw instrumentarium te ontwikkelen - de dienstverlening af te stemmen op de Omgevingswet - werkprocessen opnieuw te definiëren - opleidingen te volgen - de informatievoorziening rondom de Omgevingswet uit te werken - participatie & informatievoor-ziening richting inwoners en ondernemers vorm en inhoud te geven.

Het zwaartepunt van deze uitgaven ligt in 2018/2019 omdat dan de voorbereidingen gereed zijn en het invoeringstraject is gestart. Na 2019 zal het gaan om de afronding, nazorg en beheer. 4. Optimalisatie formatie toezicht en handhaving op gebied van dienstverlening, brandveiligheid, bouw en gebiedscontrole. Het bepalen van de noodzakelijk formatie binnen toezicht en handhaving is reeds lang een uitdaging. In 2015 is daarvoor een claim ingediend om uitbreiding van de formatie te verkrijgen. Dit is toen, onder voorwaarden van beschikbaar budget tot eind 2017, conform besloten. Na dit besluit is de juridische en toezicht formatie tijdelijk uitgebreid. Deze tijdelijke contracten en het tijdelijk beschikbaar gestelde budget lopen eind 2017 af. Zoals eerder is aangegeven is op voorhand niet exact te bepalen hoeveel handhavingszaken zich zullen voordoen in een jaar. Wel is duidelijk dat door de deregulering, de komst van de omgevingswet, de visie op dienstverlening de inwoners en ondernemers meer van het toezicht en de handhaving gaat vragen. Met de bestaande formatie, de tijdelijke capaciteit en de gepleegde inhuur, op een vacant zijnde functie, kon de reguliere werkvoorraad en de extra voorraad vanuit de wrakingen worden opgepakt. Het vertrek van de tijdelijke extra formatie, eind 2017, zal echter onmiddellijk leiden tot een capaciteit tekort.

Het college heeft een duidelijke visie als het om het handhaven van kaders gaat. Minder regels, minder betutteling. Maar daar waar we regulering belangrijk vinden, willen we dat de regels ook gehandhaafd worden. Merkbare kaders hierin zijn: - het beleid rond minicampings, - de met woningbouwvereniging en sociale zaken gezamenlijke aanpak van de zogenaamde Hoarders (verzamelaars), - wonen in recreatiewoningen en op bedrijfsterreinen, - controle van de brandveiligheid bij de kinderopvang en jeugdketen - overige, meer eenvoudige, brandveiligheidstaken welke niet zijn over gegaan naar de veiligheidsregio IJsselland.

Ontwikkelingen die verder bijdragen aan het capaciteitstekort van de vaste formatie zijn onder andere; - vriendelijk handhaven (meer tijd en persoonlijke aandacht voor de inwoner en ondernemer), - de wensen vanuit de zogenaamde klantreis (vast aanspreekpunt, met één stem spreken, betere samenwerking, betere dienstverlening), - de eerdere betrokkenheid bij projecten (integraliteit), - de toenemende inzet van mediation (zowel bij het toezicht als bij het juridisch handhaven), 24 - vaker uitvoeren van een zogenaamd legalisatie onderzoek, - de recente jurisprudentie (binnen twee jaar toch oppakken) met betrekking tot de verplichte aanpak van wrakingen, - de vraag naar een hogere juridische kwaliteit van de toezichtrapporten, waarbij de rapporten uitgebreider en transparanter opgesteld moeten worden. Het uitvoeren van toezicht vraagt steeds meer tijd en kunde van de toezichthouder. Zo vraagt de jurisprudentie om een hogere kwaliteit van de toezichtrapporten. Verder zijn het aantal meldingen over vergunningsvrij bouwen sterk toegenomen. Hierbij wordt o.a. de vraag gesteld of het wel klopt dat een buurman zonder vergunning iets aan het bouwen is. De toez ichthouder zal in alle gevallen ter plaatse moeten gaan kijken, zal foto’s moeten maken en zal daarna op kantoor het gebouwde moeten toetsen aan het bestemmingsplan.

De constateringen zullen moeten vastgelegd in een juridische bruikbaar toezichtrapport. Het bepalen van vergunningsvrij is door de complexe regelgeving niet meer even ter plaatse te bepalen. Bij afwijking van de vergunningsvrije regels (bestemmingsplanregels maken daar onderdeel van uit) zal er een legalisatie onderzoek uitgevoerd moeten worden om te bepalen of het aanvragen van een vergunning opportuun is. Al met al vraagt dit om meer formatie. Juridische procedures worden steeds vaker gebruikt in onderlinge conflicten tussen buren. Slechts zelden leidt een formeel besluit of een formele uitspraak tot een oplossing voor alle problemen. Zowel in de vergunning fase als in de toezicht- en handhavingsfase wordt er steeds meer energie gestoken in pre-mediation. In elke zaak wordt afgetast of alternatieve geschiloplossing mogelijk is, nog belangrijker is dat het contact tussen burger en overheid “beter” wordt. Handhavend optreden vraagt in veel gevallen niet om een strakke en strenge hand maar vraagt vaker om het meedenken naar oplossingen en meer begrip voor en naar elkaar. Met de huidige capaciteit kan daar niet altijd voldoende op worden ingezet. Zowel de gemeenteraad als met name het college hebben aangegeven pre-mediation en zelfs een gemeentelijke rol in de-escalatie, belangrijk te vinden. Participatie is in deze een belangrijk begrip.

Onze inwoners en ondernemers moeten ook zelf verantwoordelijkheid nemen. In moeilijke zaken als burenruzies is dit, zeker als de overheid erbij betrokken wordt in de vorm van een bezwaarschrift of een verzoek om handhaving, niet zonder intensieve assistentie vanuit de gemeente mogelijk. De toezichthouder zal vaker ter plaatse moeten gaan en de juridisch medewerker zal goed beslagen ten ijs moeten komen om de gedereguleerde regelgeving uit te leggen en om in het uiterste geval bestuursdwang toe te passen. Concretisering van de noodzakelijke capaciteit Uit het vorengaande blijkt dat voor de komende jaren een tekort aan handhavingscapaciteit wordt voorzien. De ene ontwikkeling leidt tot een grotere behoefte dan de andere, tegelijkertijd is binnen de ene ontwikkeling beter te concretiseren om hoeveel uur het gaat, dan bij de andere. Waar mogelijk zal concreet en met toepassing van binnen de uitvoeringsdienst en/of landelijk bekende kentallen worden gemotiveerd. Waar dit niet mogelijk is zal op basis van ervaring een zo reëel mogelijke aanname worden gedaan. Wrakingen Uit cijfers uit het verleden blijkt dat we gemiddeld 37 wrakingen per jaar moeten oppakken. Het aanpakken van een overtreding kan voor handhavingsjuristen diverse stadia ondergaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/3f6a2801-80d2-4c26-880c-431bfcc5b830?agendaItemId=579c6283-85d9-4441-99b8-0f811deb4a95