CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Overzicht moties concept-RES versus Hoofdlijnenakkoord, RES West-Overijssel.pdf

Politieke Markt 14 april 2021, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Vaststellen definitief bod en Hoofdlijnenakkoord Regionale Energiestrategie West-Overijssel10.854 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Overzicht moties concept-RES verus Hoofdlijnenakkoord gemeente, provincie, waterschappen motie kernpunten thema Reflectie regionaal Verwerking in het Hoofdlijnenakkoord Dalfsen regionaal energiebedrijf energiecoöperaties betrekken bij onderzoeksvraag, - uitvoering en aanbevelingen energiebedrijf Energiebedrijf De energiecoöperaties zijn belangrijke partners in de energietransitie in West-Overijssel. Dat geldt zeker voor het thema lokaal eigendom en het onderzoek naar een lokaal of regionaal energiebedrijf. Daarom is de werkgroep die zich hiermee bezighoudt in overleg met de lokale energie- initiatieven in RESverband om hen nauw te betrekken bij het onderzoek naar (de haalbaarheid van) een regionaal dan wel lokaal energiebedrijf. Onderdeel van het onderzoek is een verkenning op de rol van energiecoöperaties in zo'n lokaal of regionaal energiebedrijf. Reflectie: de motie oppakken en de lokale energie-initiatieven uitnodigen om met een afvaardiging deel te nemen aan de werkgroep. ja Drie vertegenwoordigers van energiecooperaties nemen deel aan de werkgroep Lokaal Eigendom. Zij hebben een actieve bijdrage geleverd aan de verdere uitwerking van lokaal eigendom, doelstelling 2.6 uit het Hoofdlijnenakkoord en de laatste zinnen in de afspraak 3.1 over verkenning regionaal energiebedrijf.

Dalfsen Lokaal Optimaal Profijt verzoek aan de stuurgroep RES: streven 100% lokaal eigendom opbrengsten 100% terugvloeien met minimum van 50% Lokaal Eigendom In de concept-RES is het streven naar minimaal 50% lokaal eigendom als doelstelling opgenomen. In die zin is het een ondergrens. In de ontwikkelfase naar de RES 1.0 werken we deze doelstelling verder uit en onderzoeken we de diverse mogelijkheden, inclusief voor- en nadelen van elke variant. Dit doen we in nauw overleg met de energiecoöperaties. Ook onderzoeken we hoe gemeenten lokaal eigendom kunnen vastleggen in hun beleid. Onderdeel van dit traject is ook een onderzoek naar de mogelijkheden om het streven naar lokaal eigendom in de RES 1.0 op een hoger percentage (bijvoorbeeld 100%) te zetten en het bestuurlijke draagvlak daarvoor. Om die reden is het niet verstandig om nu al uit te gaan van 100%, omdat de randvoorwaarden en het draagvlak om dit waar te kunnen maken nog onvoldoende scherp zijn. Reflectie: motie niet oppakken en onderzoek doen naar mogelijkheden minimaal 50% lokaal eigendom, inclusief de mogelijkheden en het draagvlak voor een hoger streefpercentage in de RES 1.0. ja Mogelijkheid om het streven naar 100% lokaal eigendom in de RES 1.0 op te nemen is onderzocht en daar was niet voldoende draagvlak voor.

In doelstelling 2.6 in het Hoofdlijnenakkoord is de regionale doelstelling opgenomen dat we streven naar minimaal 50% lokaal eigendom voor de projecten wind en grootschalige zon op land in 2030 en dat gemeenten lokaal kunnen streven naar een hoger percentage lokaal eigendom. Dalfsen energieopslag onderdeel energiebedrijf het onderwerp energieopslag op te nemen in het onderzoek naar het energiebedrijf Opslag Het in balans brengen van vraag en aanbod in de opwek van elektriciteit is een cruciaal vraagstuk. Tegelijk is het realiseren van opslagmogelijkheden met zo min mogelijk energetisch verlies een groot technologisch en financieel vraagstuk. De haalbaarheid van de diverse mogelijkheden voor opslag zullen ook landelijk verder worden verkend en deze zullen nauwgezet worden gevolgd door de RES West Overijssel. Of dit zich al laat vertalen in ruimteclaims is maar de vraag. Reflectie: motie oppakken met dien verstande dat de kennis en ontwikkelingen rond opslag nauwgezet zullen worden gevolgd en waar mogelijk zullen nieuwe inzichten hierbij worden verwerkt in de RES 1.0 ja Er is een verdieping gemaakt op de Maatschappelijke kosten. Vraag en aanbod is aangemerkt als een lokaal te verdiepen vraagstuk. In het geheel en specifiel in Vraag en aanbod hebben we inspiratie voor lokale invulling opgenomen. De ontwikkelingen rondom opslag blijven we volgen en delen.

Dalfsen verduurzamen op en onder dak regionale verduurzaamheidsaanpak opstellen voor bedrijven met het oog op besparing en zon op dak Zon op dak In het kader van het programma Nieuwe Energie Overijssel (NEO) zijn op de aanpak van zon op dak bij bedrijven al diverse initiatieven ontplooid. Voorgesteld wordt dat in de samenwerking tussen de beide RES' en in Overijssel en het programma NEO besproken wordt hoe deze aanpak verankerd kan worden in de RES 1.0 VNO-NCW is al betrokken bij zowel NEO als de RES'en. De Omgevingsdienst IJsselland is betrokken bij de vergunningverlening en ook hiermee vindt afstemming plaats. Reflectie: motie oppakken ja In het kader van het programma Nieuwe Energie Overijssel (NEO) zijn op de aanpak van zon op dak bij bedrijven al diverse initiatieven ontplooid. Voorgesteld wordt dat in de samenwerking tussen de beide RES' en in Overijssel en het programma NEO besproken wordt hoe deze aanpak verankerd kan worden in de RES 1.0 Deventer Concept RES Bod Deventer Communicatie/participatiepla n 2020/2021 vanaf 1 juni een communicatieplan en behorende informatievoorzieningen met een uitgebreide duiding over het concept RES West Overijssel in werking te stellen.

Dit communicatieplan door te zetten richting het moment van vaststellen RES 1.0 juli 2021 in de gemeente Deventer een mogelijkheid te bieden voor inwoners, bedrijven en instellingen integraal over het concept RES bod in Deventer te oordelen. Communicatie Reflectie: deze motie betreft het lokale communicatieplan en het is aan de gemeente Deventer om deze motie te beantwoorden. nee lokale beantwoording van de motie Deventer Vooruitkijken mét energiecoöperaties Bij het opstellen van de onderzoeksvraag naar een regionaal energiebedrijf in ieder geval de bestaande Overijsselse energie coöperaties te betrekken; In het in de concept-RES aangekondigde onderzoek naar een regionaal energiebedrijf een optie te verkennen van een regionaal warmtebedrijf én een optie van een regionale organisatie die energiecoöperaties versterkt Energiebedrijf De energiecoöperaties zijn belangrijke partners in de energietransitie in West-Overijssel. Dat geldt zeker voor het thema lokaal eigendom en het onderzoek naar een lokaal of regionaal energiebedrijf. Daarom is de werkgroep die zich hiermee bezighoudt in overleg met de lokale energie- initiatieven in RESverband om hen nauw te betrekken bij het onderzoek ja Drie vertegenwoordigers van energiecooperaties nemen deel aan de werkgroep Lokaal Eigendom.

Zij hebben een actieve bijdrage geleverd aan de verdere uitwerking van lokaal eigendom, doelstelling 2.6 uit het Hoofdlijnenakkoord en de laatste zinnen in de afspraak 3.1 over verkenning regionaal energiebedrijf. -1 11-03-2021 Overzicht moties concept-RES verus Hoofdlijnenakkoord gemeente, provincie, waterschappen motie kernpunten thema Reflectie regionaal Verwerking in het Hoofdlijnenakkoord Deventer RES en leefbaarheid Bij de uitvoering van het RES het waarborgen van de leefbaarheid en vitaliteit van de gehele regio en die van het platteland in het bijzonder, expliciet als beleidsprioriteit te hanteren. Om de (bovenstaande) beleidsprioriteit uit te dragen/te bepleiten bij het bestuurlijke overleg RES, zodat bij de uitvoering van het RES de leefbaarheid en vitaliteit van de gehele regio en het platteland in het bijzonder, als beleidsprioriteit wordt gehanteerd in de regio RES West- Overijssel. Leefbaarheid De toetsing van de de RES zal plaatsvinden aan de hand van het in de Startnota vastgestelde afwegingskader. De bijdrage aan de energietransitie, de ruimtelijke kwaliteit, de maatschappelijke kosten en de maatschappelijke acceptatie zijn hierin de criteria. Leefbaarheid en vitaliteit van de gehele regio en het platteland in het bijzonder raakt al deze 4 aspecten.

In de concept-RES is de aandacht voor leefbaarheid onderkend door bij ruimtelijke kwaliteit aan te sluiten bij de gebiedsspecifieke kenmerken. Reflectie: de motie oppakken en in de RES 1.0 in het aspect ruimtelijke kwaliteit de leefbaarheid en vitaliteit in de regio en het platteland in het bijzonder mee te nemen. ja In hoofdlijnenakkoord onder 2.3 door de volgorde in de ruimtelijke potentie aan te houden. In RES 1.0 komt dit uitgewerkt aan de orde, evenals in het inspiratiedocument Ruimtelijke Kwaliteit Deventer Lokaal eigenaarschap een percentage lokaal eigenaarschap (en met name de daarmee samenhangende baten) in energieprojecten dat hoger is dan 50%, met een ondergrens van 50% lokaal eigenaarschap. per energieproject te kijken of een ondergrens van 50% lokaal eigenaarschap haalbaar is Lokaal Eigendom In de concept-RES is het streven naar minimaal 50% lokaal eigendom als doelstelling opgenomen. In die zin is het een ondergrens. In de ontwikkelfase naar de RES 1.0 werken we deze doelstelling verder uit en onderzoeken we de diverse mogelijkheden, inclusief voor- en nadelen van elke variant. Dit doen we in nauw overleg met de energiecoöperaties. Ook onderzoeken we hoe gemeenten lokaal eigendom kunnen vastleggen in hun beleid.

Onderdeel van dit traject is ook een onderzoek naar de mogelijkheden om het streven naar lokaal eigendom in de RES 1.0 op een hoger percentage (bijvoorbeeld 100%) te zetten en het bestuurlijke draagvlak daarvoor. Onderdeel van het onderzoek is ook of in de RES 1.0 een regionale afspraak opgenomen wordt dat gemeenten per energieproject kijken of een ondergrens van 50% lokaal eigenaarschap haalbaar is en of er regionaal een afspraak opgenomen moet worden op projectniveau. Reflectie: motie niet oppakken en onderzoek doen naar mogelijkheden minimaal 50% lokaal eigendom, inclusief de mogelijkheden en het draagvlak voor een hoger streefpercentage in de RES 1.0. ja Mogelijkheid om het streven naar 100% lokaal eigendom in de RES 1.0 op te nemen is onderzocht en daar was niet voldoende draagvlak voor. In doelstelling 2.6 in het Hoofdlijnenakkoord is de regionale doelstelling opgenomen dat we streven naar minimaal 50% lokaal eigendom voor de projecten wind en grootschalige zon op land in 2030 en dat gemeenten lokaal kunnen streven naar een hoger percentage lokaal eigendom.

Deventer Versterken biodiversiteit als uitgangspunt bij zonneparken en windmolens versterking van de biodiversiteit, in de RES 1.0 (onder ruimtelijke kwaliteit), als uitgangspunt te hanteren bij de ruimtelijke inpassing van zonneparken en windmolen Ruimtelijke kwaliteit De kennis over biodiversiteit in de energietransitie en met name in relatie tot zonneparken is volop in ontwikkeling. Zie o.a. ook: https://rwsinnoveert.nl/innovaties/@206831/zon-natuur/ Ook wordt onderzoek gedaan naar de effecten van windmolens (met name op zee) op de biodiversiteit en vogels. Onderzoek laat zien dat zonnevelden, afhankelijk van de uitgangssituatie, de terreininrichting en het beheer, ecologische winst op kunnen leveren. Eenduidige, harde criteria zijn er nog niet. Reflectie: de motie oppakken en in de RES 1.0 in het aspect ruimtelijke kwaliteit de (effecten) op de biodiversiteit op te nemen. ja In hoofdlijnenakkoord onder 2.3 bij de meekoppelkansen.

Dit wordt uitgewerkt in RES 1.0, met voorbeelden in het inspiratiedocument Ruimtelijke Kwaliteit Kampen Vooruitkijken mét energiecoöperaties Bij het opstellen van de onderzoeksvraag naar een regionaal energiebedrijf in ieder geval de bestaande Overijsselse energie coöperaties te betrekken; In het in de concept-RES aangekondigde onderzoek naar een regionaal energiebedrijf een optie te verkennen van een regionaal warmtebedrijf én een optie van een regionale organisatie die energiecoöperaties versterkt in hun realisatiekracht met een focus op elektriciteit; Bij de resultaten van het onderzoek een aanbeveling van (een vertegenwoordiging van) Overijsselse energiecoöperaties te voegen dan wel van de landelijke koepel en belangenvereniging 'Energie Samen'. Energiebedrijf De energiecoöperaties zijn belangrijke partners in de energietransitie in West-Overijssel. Dat geldt zeker voor het thema lokaal eigendom en het onderzoek naar een lokaal of regionaal energiebedrijf. Daarom is de werkgroep die zich hiermee bezighoudt in overleg met de lokale energie- initiatieven in RESverband om hen nauw te betrekken bij het onderzoek naar (de haalbaarheid van) een regionaal dan wel lokaal energiebedrijf. Onderdeel van het onderzoek is een verkenning op de rol van energiecoöperaties in zo'n lokaal of regionaal energiebedrijf.

Reflectie: de motie oppakken en de lokale energie-initiatieven uitnodigen om met een afvaardiging deel te nemen aan de werkgroep. ja Drie vertegenwoordigers van energiecooperaties nemen deel aan de werkgroep Lokaal Eigendom. Zij hebben een actieve bijdrage geleverd aan de verdere uitwerking van lokaal eigendom, doelstelling 2.6 uit het Hoofdlijnenakkoord en de laatste zinnen in de afspraak 3.1 over verkenning regionaal energiebedrijf. -2 11-03-2021 Overzicht moties concept-RES verus Hoofdlijnenakkoord gemeente, provincie, waterschappen motie kernpunten thema Reflectie regionaal Verwerking in het Hoofdlijnenakkoord Kampen Bod energiebesparing Om in de RES 1.0 per gemeente een bod te doen wat zij gaan besparen Energiebesparing Energiebesparing is een belangrijk onderdeel die in de concept RES ook benadrukt is in de vorm van de trias energetica. Om nu een separaat traject in te zetten op een bod voor energiebesparing in de RES 1.0 lijkt een extra beslag te leggen op de beperkte tijd en capaciteit. In het kader van het programma Nieuwe Energie Overijssel (NEO) zijn op de aanpak van zon op dak bij bedrijven al diverse initiatieven ontplooid. Voorgesteld wordt dat in de samenwerking tussen de beide RES' en in Overijssel en het programma NEO besproken wordt hoe deze aanpak verankerd kan worden in de RES 1.0 VNO-NCW is al betrokken bij zowel NEO als de RES'en.

De Omgevingsdienst IJsselland is betrokken bij de vergunningverlening en ook hiermee vindt afstemming plaats. Reflectie: motie niet oppakken en het aan iedere gemeente overlaten om desgewenst in de lokale beleidsdocumenten een doel te formuleren op energiebesparing. ja In hoofdlijnenakkoord afspraak onder 3.2 wordt aangekondigd dat in de RES 1.0 een duurzaamheidsladder wordt uitgewerkt. Daarin neemt energiebespraing een belangrijke rol. Kampen Versterken biodiversiteit uitgangspunt bij zonneparken en windmolens In het definitieve RES bod concrete uitgangspunten mee te nemen om biodiversiteit te versterken in samenhang met de ontwikkeling van zonneparken en windmolens; In de bouwsteen 'Ruimtelijke kwaliteit' bij de ontwerpprincipes mee te nemen dat bij de ruimtelijke inpassing van zonne parken en windmolens mogelijkheden tot versterking van biodiversiteit meegenomen worden in de afweging. Ruimtelijke kwaliteit De kennis over biodiversiteit in de energietransitie en met name in relatie tot zonneparken is volop in ontwikkeling. Zie o.a. ook: https://rwsinnoveert.nl/innovaties/@206831/zon-natuur/ Ook wordt onderzoek gedaan naar de effecten van windmolens (met name op zee) op de biodiversiteit en vogels. Onderzoek laat zien dat zonnevelden, afhankelijk van de uitgangssituatie, de terreininrichting en het beheer, ecologische winst op kunnen leveren.

Eenduidige, harde criteria zijn er nog niet. Reflectie: de motie over te nemen en in de RES 1.0 in het aspect ruimtelijke kwaliteit de (effecten) op de biodiversiteit op te nemen. ja In hoofdlijnenakkoord onder 2.3 bij de meekoppelkansen. Dit wordt uitgewerkt in RES 1.0, met voorbeelden in het inspiratiedocument Ruimtelijke Kwaliteit Kampen Verduurzamen op én onder het dak Om met de samenwerkende overheden en bovengenoemde partijen in de Regio Zwolle, in het bijzonder VNO-NCW en de Omgevingsdienst IJsselland, een regionale verduurzamingsaanpak voor bedrijven en huishoudens met het oog op zowel 'zon op dak' alsook energiebesparing op te stellen Zon op dak In het kader van het programma Nieuwe Energie Overijssel (NEO) zijn op de aanpak van zon op dak bij bedrijven al diverse initiatieven ontplooid. Voorgesteld wordt dat in de samenwerking tussen de beide RES' en in Overijssel en het programma NEO besproken wordt hoe deze aanpak verankerd kan worden in de RES 1.0 VNO-NCW is al betrokken bij zowel NEO als de RES'en. De Omgevingsdienst IJsselland is betrokken bij de vergunningverlening en ook hiermee vindt afstemming plaats. Reflectie: motie oppakken ja In het kader van het programma Nieuwe Energie Overijssel (NEO) zijn op de aanpak van zon op dak bij bedrijven al diverse initiatieven ontplooid.

In het hoofdlijnenakkoord wordt onder 3.5 de samenwerking tussen de beide RES' en in Overijssel en het programma NEO besproken. Olst-Wijhe Monomestvergisting Opname van monomestvergisting in de RES West-Overijssel Biogas In de Regionale structuur Warmte van de RES West Overijssel (Bouwsteen 4) is biogas meegenomen en wordt specifiek ingegaan op mestvergisting. Geconcludeerd wordt dat in de regio West-Overijssel is de theoretische potentie uit bio-energie hoog, in de vorm van biomassa, biogas en groengas. Reflectie: de motie over te nemen onder verwijzing naar de bouwsteen Regionale Structuur Warmte ja Groengas is een van de peilers in de RSW en als zodanig ook onder 3.3 in het HLA opgenomen. Olst-Wijhe Verbruikscijfers Gemeenten Aan de overzichtstabel in hoofdstuk 6 toe te voegen de verbruikscijfers per gemeente, alsmede het percentage t.o.v. de einddoelstelling van 100% in 2050. Elektriciteit Aan alle gemeenten zijn in het kader van de RES factsheets beschikbaar gesteld over het energieverbruik warmte en elektriciteit, recent met een update in december 2019. Hierin zijn de cijfers t/m 2018 verwerkt. Iedere gemeente kan hier uit putten. In de RES 1.0 wordt voor de periode na 2021 een regionale monitor gemaakt hierin zal verbruik ook een onderdeel zijn.

Reflectie: de factsheets van een update te voorzien en toe te voegen als bijlage in de RES 1.0 ja De RES is een deel van de doelstelling van de gemeenten op energieverbruik. De RES monitor kan gebruikt worden om in het de eigen gemeentelijke monitor te worden opgenomen. Olst-Wijhe Berekeningsmethodiek Dat RES West-Overijssel zo spoedig mogelijk een generieke rekenmethodiek opstelt; Dat hierin alle energiecomponenten worden meegenomen, waaronder energiebesparing, verkeer, opslag en energieverbruik door elektrische voertuigen en warmtepompen; Dat RES West-Overijssel bij NPRES aandringt op het creëren van een generieke rekenmethodiek voor alle RES-en in Nederland. Elektriciteit Klimaatmonitor is momenteel de beste monitor die landelijk is ingericht en uit veel landelijke bronnen is opgebouwd (o.a. CBS). Ook bij NPRES wordt al gekeken naar mogelijkheden een landelijke RES monitor in te richten. Niet alle gevraagde informatie valt echter niet onder de paraplu van de RES. Reflectie: de motie oppakken en bij het NPRES het verzoek overbrengen om tot een landelijke berekeningsmethodiek te komen. ja NPRES is medio maart 2021 nog met een taskforce een voorstel voor een landelijke monitor aan het ontwikkelen. De RES WO heeft een eigen monitor ontwikkeld die zich toespitst op de onderdelen in het bod, zodat de ontwikkeling van het bod inzichtelijk wordt gemaakt.

-3 11-03-2021 Overzicht moties concept-RES verus Hoofdlijnenakkoord gemeente, provincie, waterschappen motie kernpunten thema Reflectie regionaal Verwerking in het Hoofdlijnenakkoord Olst-Wijhe Percentage lokaal eigendom In het concept-RES op te nemen dat er wordt gestreefd naar een lokaal eigendom van 100% met een met een minimum van 51%. Lokaal Eigendom In de concept-RES is het streven naar minimaal 50% lokaal eigendom als doelstelling opgenomen. In die zin is het een ondergrens. In de ontwikkelfase naar de RES 1.0 werken we deze doelstelling verder uit en onderzoeken we de diverse mogelijkheden, inclusief voor- en nadelen van elke variant. Dit doen we in nauw overleg met de energiecoöperaties. Ook onderzoeken we hoe gemeenten lokaal eigendom kunnen vastleggen in hun beleid. Onderdeel van dit traject is ook een onderzoek naar de mogelijkheden om het streven naar lokaal eigendom in de RES 1.0 op een hoger percentage (bijvoorbeeld 100%) te zetten en het bestuurlijke draagvlak daarvoor. Om die reden is het niet verstandig om nu al uit te gaan van 100%, omdat de randvoorwaarden en het draagvlak om dit waar te kunnen maken nog onvoldoende scherp zijn. Reflectie: motie niet oppakken en onderzoek doen naar mogelijkheden minimaal 50% lokaal eigendom, inclusief de mogelijkheden en het draagvlak voor een hoger streefpercentage in de RES 1.0.

ja Mogelijkheid om het streven naar 100% lokaal eigendom in de RES 1.0 op te nemen is onderzocht en daar was niet voldoende draagvlak voor. In doelstelling 2.6 in het Hoofdlijnenakkoord is de regionale doelstelling opgenomen dat we streven naar minimaal 50% lokaal eigendom voor de projecten wind en grootschalige zon op land in 2030 en dat gemeenten lokaal kunnen streven naar een hoger percentage lokaal eigendom. Olst-Wijhe Opnemen opslag In het definitieve RES-bod het onderwerp opslag van duurzame energie mee te nemen, waarbij in elk geval een ruimtelijk afwegingskader voor opslag wordt opgenomen Opslag Het in balans brengen van vraag en aanbod in de opwek van elektriciteit is een cruciaal vraagstuk. Tegelijk is het realiseren van opslagmogelijkheden met zo min mogelijk energetisch verlies een groot technologisch en financieel vraagstuk. De haalbaarheid van de diverse mogelijkheden voor opslag zullen ook landelijk verder worden verkend en deze zullen nauwgezet worden gevolgd door de RES West Overijssel. Of dit zich al laat vertalen in ruimteclaims is maar de vraag. Reflectie: motie oppakken met dien verstande dat de kennis en ontwikkelingen rond opslag nauwgezet zullen worden gevolgd en waar mogelijk zullen nieuwe inzichten hierbij worden verwerkt in de RES 1.0 ja Wij blijven de ontwikkelingen van opslag volgen.

Het volgen van de pilots waterstof in onder 3.3 opgenomen in het hoofdlijnenakkoord. Olst-Wijhe practice what you preach energieopwekking en -opslag in het dijkversterkingstraject tussen Zwolle en Olst meenemen in de RES West Overijssel Opslag en opwek Het in balans brengen van vraag en aanbod in de opwek van elektriciteit is een cruciaal vraagstuk. Tegelijk is het realiseren van opslagmogelijkheden met zo min mogelijk energetisch verlies een groot technologisch en financieel vraagstuk. De haalbaarheid van de diverse mogelijkheden voor opslag zullen ook landelijk verder worden verkend en deze zullen nauwgezet worden gevolgd door de RES West Overijssel. Of dit zich al laat vertalen in ruimteclaims is maar de vraag. Navraag leert dat opslag in de dijk door allerlei partijen al afgewezen is als realistische optie. Reflectie: het betreft hier een motie over een specifiek traject van energie en dijkversterking. Het is aan de betreffende gemeenten langs de IJssel om hierop een antwoord te formuleren. nee lokale beantwoording van de motie Olst-Wijhe Regionale samenwerking volksvertegenwoordigers Geen apart participatieproces met inwoners op te starten voor het RES- bod Participatie Uitgangspunt in de RES is dat het participatieproces voor inwoners des gemeenten is en lokaal wordt vormgegeven. Op regionaal niveau vindt er dan ook geen participatie met inwoners plaats.

Op regionaal niveau vindt wel de participatie met maatschappelijke partners (het maatschappelijk middenveld) plaats, zoals o.a. in de adviesraad en in het overleg met de energiecoöperaties in de RES-regio West-Overijssel. Reflectie: motie oppakken en conform de Startnota beantwoorden ja Uitgangspunt in RES West-Overijssel is onverminderd dat participatieproces voor inwoners des gemeenten is en lokaal wordt vormgegeven. In doelstelling 2.5 in het Hoofdlijnenakkoord is opgenomen dat we regionaal afspreken dat we een gebiedgerichte en grensontkennende aanpak nastreven voor de realisatie van windmolens en grootschalige zonneparken, die gebord wordt in het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid. De precieze invulling van die aanpak is aan de gemeenten. Olst-Wijhe Toevoegen GGD IJsselland als adviesorgaan van de RES West-Overijssel De GGD IJsselland als adviesorgaan t.b.v. de RES regio West-Overijssel toe te voegen Participatie Gezondheidsaspecten vormen een onderdeel van de energietransitie. Een nadere verkenning is nodig hoe deze aspecten in een bepaalde fase van de planontwikkeling en -uitvoering het beste kunnen worden meegenomen. In dit kader kan de kennis en kunde van de GGD waardevol zijn. Momenteel heeft de GGD in verband met Covid-2 wellicht andere prioriteiten.

Reflectie: motie oppakken in die zin dat in overleg met de GGD IJsselland bepaald wordt wanneer het zinvol voor hen is om als adviesorgaan ingesteld te worden voor de RES-regio West-Overijssel. ja Overleg heeft plaatsgevonden met de Veiligheidsregio IJsselland en daarbij is afgesproken dat zij niet direct in deze fase betrokken hoeven te worden maar graag in de fase van uitvoering van de RES 1.0 een bijdrage willen leveren wanneer het gaat om het in kaart brengen van mogelijke risico's en maatregelen op het gebeid van externe veiligheid en gezondheid -4 11-03-2021 Overzicht moties concept-RES verus Hoofdlijnenakkoord gemeente, provincie, waterschappen motie kernpunten thema Reflectie regionaal Verwerking in het Hoofdlijnenakkoord Olst-Wijhe Vertegenwoordiging jong volwassenen in RES organisatie Vertegenwoordigingen van jong volwassenen uit te nodigen om deel te nemen aan de adviesraad van RES West Overijssel Participatie In de concept RES is aangegeven dat op regionaal niveau ingezet wordt op verbreding van de participatie naar jongeren en het bedrijfsleven. Er is een menukaart participatie ontwikkeld waarin specifieke initiatieven door gemeenten kunnen worden opgepakt voor jongeren. Of jongeren(- organisaties) kiezen voor een vertegenwoordiging van jongeren in de adviesraad is onderwerp van gesprek.

Daarnaast is de regio in gesprek met Jong RES hoe de participatie met jongeren op regionaal niveau vorm kan worden gegeven. Reflectie: motie oppakken met de aantekening dat het steeds de keuze van jongeren(-organisaties) zelf is om deel te nemen aan de adviesraad. ja Jong RES is sinds november 2020 deel aan de adviesgroep. Jong RES bouwt in West-Overijssel een jongerenpanel op. In afspraak 3.2 in het Hoofdlijnenakkoord is opgenomen dat we de regionale participatiestructuur, inclusief deelname Jong RES, na RES 1.0 handhaven en inbedden in het bestuurlijk proces van doorontwikkeling en herijking van RES 1.0 naar RES 2.0 en in de uitvoering van de RES. Olst-Wijhe Gezamenlijke doelstelling en spelregels · Nadere uitwerking van de spelregels voor de samenwerking binnen de RES West-Overijssel; . Hierin de gemeentelijke autonomie te verankeren Samenwerking In de concept-RES staat "In het kader van de RES 1.0 zal een strategie worden ontwikkeld voor de uitvoering die recht doet aan deze sturingsfilosofie en die tegelijk borg staat voor een efficiënte en slagvaardige uitvoering van taken op (sub-)regionaal niveau."(pag.26) De sturingsfilosofie is gebaseerd op de opbouw vanuit de gemeenten. In het kader van de uitwerking van "sturing en samenwerking" zal in de RES 1.0 hier nadere uitwerking aan worden gegeven.

Reflectie: motie oppakken en spelregels nader uitwerken voor de RES 1.0 ja In het Hoofdlijnenakkoord is in paragraaf 3.5 aangegeven dat de samenwerking in de RES wordt voortgezet met een accent op uitvoering naar sub-regionaal niveau. De afspraken in de governance uit de Startnota blijven staan. Samen met het programma Nieuwe Energie Overijssel wordt de projectorganisatie (en daarbij horende spelregels) nader uitgewerkt. Aandacht is gevraagd voor volcoende financiele middelen van het Rijk om de energietransitie uit te kunnen voeren. Olst-Wijhe Gelijke grondslagen voor leges en OZB voor zonnevelden en windparken Het uitvoeren van een verkenning in hoeverre binnen de RES West- Overijssel er gezamenlijke afspraken gemaakt kunnen worden inzake grondslagen voor leges en OZB voor zonnevelden en windparken Samenwerking De hoogte van leges is alleen toegestaan voor de direct aan de vergunning toe te rekenen kosten. Dit moet aantoonbaar zijn en de opbrengst uit de leges mag de totale kosten niet overtreffen. Omdat de kostenstructuur verschilt kan de hoogte van de leges verschillen. De bepaling van de OZB is, binnen wettelijke kaders, een eigenstandige verantwoordelijkheid van de gemeente. De motie doelt op het creëren van een gelijk speelveld voor (de aanvragers van) zonnevelden en windparken.

Tegelijk moet worden vastgesteld dat de bepaling van de marktwaarde van zonneparken en windparken kan verschillen per type en per locatie. Landelijk wordt steeds meer kennis verzameld over deze marktbepaling en het lijkt niet zinvol om hierover op het niveau van West Overijssel specifieke afspraken over te maken. Wel is er landelijk informatie beschikbaar over duurzame alternatieven in lokale heffingen. zie ook: https://vng.nl/nieuws/inventarisatie- duurzame-lokale-heffingen Reflectie: motie niet oppakken en aan te geven dat de landelijke ontwikkelingen over de grondslagen voor waardering van zonne- en windparken nauwlettend worden gevolgd. ja OP leges en OZB is conform de reflectie geen vervolgactie op ondernomen. Olst-Wijhe Standaard begrippenlijst Tot het opstellen en invoeren van een standaard begrippenlijst; In ieder geval het begrip “energieneutraal” op te nemen in deze begrippenlijst; In ieder geval het begrip “lokaal eigendom” op te nemen in deze begrippenlijst; In ieder geval het begrip “participatie” op te nemen in deze begrippenlijst; De gemeenten binnen RES West-Overijssel te verzoeken hun bod te configureren met de standaardbegrippen binnen de RES West-Overijssel. Samenwerking De verschillende werkgroepen werken in het kader van de RES 1.0 de verschillende begrippen uit.

Hierbij wordt ook zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de landelijke hantering van deze begrippen. In de RES 1.0 zal een begrippenlijst worden overgenomen die meegenomen kan worden als onderdeel van de besluitvorming. Reflectie: motie oppakken ja De begrippenlijst zal volgen bij de RES 1.0 en nog niet bij het Hoofdlijnenakkoord. Olst-Wijhe Reactie wensen en bedenkingen Reacties op de wensen en bedenkingen zo snel mogelijk, toch in elk geval vóór 1 oktober vanuit de stuurgroep terug te koppelen; Hierin een bundeling te maken van alle reacties op wensen en bedenkingen in de regio en die onder de volksvertegenwoordigende organen te verspreiden. Wensen en bedenkingen De concept beantwoording van de wensen en bedenkingen zal op 25 september behandeld worden in het bestuurlijk platform en daarna worden verzonden naar de Colleges van B&W, DB-en en GS. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de wens om de beantwoording voor 1 oktober te verspreiden. Reflectie: motie oppakken ja Deze actie is uitgevoerd. De Colleges van B&W, GS en DB'en hebben de moties beantwoord, resp.

het overzicht met relectie doorgestuurd aan de gemeenteraden, provinciale staten en AB'en -5 11-03-2021 Overzicht moties concept-RES verus Hoofdlijnenakkoord gemeente, provincie, waterschappen motie kernpunten thema Reflectie regionaal Verwerking in het Hoofdlijnenakkoord Olst-Wijhe onderzoek effecten laagfrequent geluid windturbines in RES West Overijssel Onafhankelijk onderzoek naar effecten van laagfrequent geluid van windturbines op omwonenden van windparken die ontwikkeld worden in de RES West Overijssel. Windenergie Er is een bestaand onafhankelijk Expertisecentrum Windenergie, zie ook: https://www.rivm.nl/windenergie/expertisenetwerk-windenergie Het lijkt niet opportuun om specifiek voor de RES West Overijssel hiernaar onderzoek te doen. Wel zal in het geval van concrete projecten een Milieueffectrapportage noodzakelijk zijn waarin het aspect van laagfrequent geluid zal worden meegenomen. Reflectie: motie niet oppakken maar aansluiten bij de landelijke kennisinstellingen en in het geval van concrete projecten hier specifiek onderzoek naar doen.

geen verwijzing naar het hoofdlijnenakkoord Olst-Wijhe Maximaal benutten zon op dak van (agrarische) bedrijven Onderzoek naar een aantrekkelijk zakelijk model die (agrarische) ondernemers stimuleert dakoppervlak maximaal vol te leggen met zonnepanelen op te nemen in de RES West Overijssel Zon op dak In het kader van het programma Nieuwe Energie Overijssel (NEO) zijn op de aanpak van zon op dak bij bedrijven al diverse initiatieven ontplooid. Voorgesteld wordt dat in de samenwerking tussen de beide RES' en in Overijssel en het programma NEO besproken wordt hoe deze aanpak verankerd kan worden in de RES 1.0 VNO-NCW is al betrokken bij zowel NEO als de RES'en. De Omgevingsdienst IJsselland is betrokken bij de vergunningverlening en ook hiermee vindt afstemming plaats. Reflectie: motie oppakken ja In het Hoofdlijnenakkoord is in paragraaf 3.5 aangegeven dat de samenwerking in de RES wordt voortgezet met een accent op uitvoering naar sub-regionaal niveau. De afspraken in de governance uit de Startnota blijven staan. Samen met het programma Nieuwe Energie Overijssel wordt de projectorganisatie (en daarbij horende spelregels) nader uitgewerkt. Aandacht is gevraagd voor volcoende financiele middelen van het Rijk om de energietransitie uit te kunnen voeren.

Ommen Vooruitkijken mét energiecoöperaties Bij het opstellen van de onderzoeksvraag naar een regionaal energiebedrijf in ieder geval de bestaande Overijsselse energie coöperaties te betrekken; In het in de concept-RES aangekondigde onderzoek naar een regionaal energiebedrijf een optie te verkennen van een regionaal warmtebedrijf én een optie van een regionale organisatie die energiecoöperaties versterkt in hun realisatiekracht met een focus op elektriciteit; Bij de resultaten van het onderzoek een aanbeveling van (een vertegenwoordiging van) Overijsselse energiecoöperaties te voegen dan wel van de landelijke koepel en belangenvereniging 'Energie Samen'. Energiebedrijf De energiecoöperaties zijn belangrijke partners in de energietransitie in West-Overijssel. Dat geldt zeker voor het thema lokaal eigendom en het onderzoek naar een lokaal of regionaal energiebedrijf. Daarom is de werkgroep die zich hiermee bezighoudt in overleg met de lokale energie- initiatieven in RESverband om hen nauw te betrekken bij het onderzoek naar (de haalbaarheid van) een regionaal dan wel lokaal energiebedrijf. Onderdeel van het onderzoek is een verkenning op de rol van energiecoöperaties in zo'n lokaal of regionaal energiebedrijf. Reflectie: de motie oppakken en de lokale energie-initiatieven uitnodigen om met een afvaardiging deel te nemen aan de werkgroep.

ja Drie vertegenwoordigers van energiecooperaties nemen deel aan de werkgroep Lokaal Eigendom. Zij hebben een actieve bijdrage geleverd aan de verdere uitwerking van lokaal eigendom, doelstelling 2.6 uit het Hoofdlijnenakkoord en de laatste zinnen in de afspraak 3.1 over verkenning regionaal energiebedrijf. Ommen Bundelen reacties Reacties op de wensen en bedenkingen zo snel mogelijk, toch in elk geval vóór 1 oktober vanuit de stuurgroep terug te koppelen; Hierin een bundeling te maken van alle reacties op wensen en bedenkingen in de regio en die onder de volksvertegenwoordigende organen te verspreiden. Wensen en bedenkingen De concept beantwoording van de wensen en bedenkingen zal op 25 september behandeld worden in het bestuurlijk platform en daarna worden verzonden naar de Colleges van B&W, DB-en en GS. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de wens om de beantwoording voor 1 oktober te verspreiden. Reflectie: motie oppakken ja Deze actie is uitgevoerd. De Colleges van B&W, GS en DB'en hebben de moties beantwoord, resp.

het overzicht met relectie doorgestuurd aan de gemeenteraden, provincilae staten en AB'en Ommen Verduurzamen op én onder het dak Om met de samenwerkende overheden en bovengenoemde partijen in de Regio Zwolle, in het bijzonder VNO-NCW en de Omgevingsdienst IJsselland, een regionale verduurzamingsaanpak voor bedrijven en huishoudens met het oog op zowel 'zon op dak' alsook energiebesparing op te stellen Zon op dak In het kader van het programma Nieuwe Energie Overijssel (NEO) zijn op de aanpak van zon op dak bij bedrijven al diverse initiatieven ontplooid. Voorgesteld wordt dat in de samenwerking tussen de beide RES' en in Overijssel en het programma NEO besproken wordt hoe deze aanpak verankerd kan worden in de RES 1.0 VNO-NCW is al betrokken bij zowel NEO als de RES'en. De Omgevingsdienst IJsselland is betrokken bij de vergunningverlening en ook hiermee vindt afstemming plaats. Reflectie: motie oppakken ja In het Hoofdlijnenakkoord is in paragraaf 3.5 aangegeven dat de samenwerking in de RES wordt voortgezet met een accent op uitvoering naar sub-regionaal niveau. De afspraken in de governance uit de Startnota blijven staan. Samen met het programma Nieuwe Energie Overijssel wordt de projectorganisatie (en daarbij horende spelregels) nader uitgewerkt. Aandacht is gevraagd voor volcoende financiele middelen van het Rijk om de energietransitie uit te kunnen voeren.

Provincie Toepassing afwegingsvierkant * de kansen voor “energiegebieden” zijn besproken: dat zijn gebieden waarbij grootschalige vraag en aanbod van duurzame energie samenkomen; * door “meer regie te voeren” waar projecten komen, kan beter worden aangesloten op de beschikbare netwerkcapaciteit. Tevens biedt dat de mogelijkheid om een “energietransitie-dashboard” te maken waarop een planning met concrete projecten staat en de voortgang wordt gerapporteerd; Elektriciteit Monitoring van de RES is een onderdeel van de uitwerking in de RES1..0 De suggestie om met een energietransitie-dashboard te werken voor de uitvoering van de RES 1.0 en later is de moeite waard om uit te werken. Reflectie: beantwoording overnemen en de mogelijkheden voor een dashboard in de RES 1.0 uit te werken mede in relatie tot de inspanningen die hiervoor bij het NPRES worden gedaan. ja In het hoofdlijnenakkoor is in 2.1 een streven naar een regionale mix opgenomen en zijn afspraken gemaakt voor het proces naar de RES 2.0. De uitwerking hiervan zal het gehele afwegingskader raken.

-6 11-03-2021 Overzicht moties concept-RES verus Hoofdlijnenakkoord gemeente, provincie, waterschappen motie kernpunten thema Reflectie regionaal Verwerking in het Hoofdlijnenakkoord Provincie Lokaal eigendom * wij onderkennen de constatering van Provinciale Staten dat de definitie van “lokaal eigendom” voor de Overijsselse RESregio's nader ontwikkeld moet worden. Dit willen we in de twee RES- regio’s uitwerken en in samenhang brengen met het belang dat u hecht aan “draagvlak, betrokkenheid en participatie”; * bij voorkeur willen we komen tot een “definitie en werkwijze voor lokaal eigendom” die ook elders (landelijk) wordt gehanteerd; * provinciale Staten hebben verzocht om lokale duurzame energiecoöperaties te ondersteunen met “modellen” en “standaarden” om invulling te geven aan het lokaal eigendom. Oproep is om te voorkomen dat keer op keer het wiel opnieuw uitgevonden hoeft te worden. Lokaal Eigendom Zoals vermeld in de concept-RES gaan we binnen de RES West-Overijssel het komende half jaar het uitgangspunt van het streven naar minimaal 50% lokaal eigendom verder uitwerken. Deze uitwerking wordt voorbereid in de werkgroep Lokaal Eigendom, waarin ook leden van RES Twente en NEO zitting hebben. Onderdeel van deze uitwerking is te komen tot gezamenlijk gedragen definities op het hoe en wat van lokaal eigendom, inclusief hoe dit vastgelegd kan worden in beleidskaders.

De energiecoöperaties van West-Overijssel zijn nauw betrokken bij dit onderzoek en hen is gevraagd om met een afvaardiging zitting te nemen in de werkgroep. Onderdeel van het onderzoek is het bepalen wat energiecoöperaties nodig hebben om invulling te geven aan het lokaal eigendom. Reflectie: motie opppakken en samen met energiecoöperaties het streven naar lokaal eigendom verder uit te werken. ja Binnen het project Lokaal Eigendom is onderzocht en uitgewerkt wat we in RES West-Overijssel verstaan onder lokaal eigendom. In doelstelling 2.6 in het Hoofdlijnenakkoord is de regionale doelstelling opgenomen dat we streven naar minimaal 50% lokaal eigendom voor de projecten wind en grootschalige zon op land in 2030. Lokaal eigendom wil zeggen dat lokale inwoners en/of lokaal gewortelde bedrijven gezamenlijk (mede) eigenaar zijn van zon- of windprojecten. Samen met NEO, NMO en de provincie wordt gewerkt aan de samenwerking tussen en versterking van de lokale energie-initiatieven. In het Plan van Aanpak Lokaal Eigendom bij de RES 1.0 is de rol- en taakverdeling ten aanzien van die ondersteuning van lokale energie-initiatieven verder uitgewerkt. Provincie Participatie * een “gebiedsgerichte participatie”, waarbij inwoners, bedrijven en organisaties betrokken worden aan de hand van concrete projecten in een voor hen herkenbaar gebied.

Denk aan een de schaal van een (stads)wijk, buurtschap of dorp; * het “gebruikmaken van de creatieve sector” waarbij nieuwe technologieën, online én offline, worden benut. Wij zien kansen voor digitale visualisaties ten behoeve van plan- en besluitvorming, hiermee is in de voorgaande fase ook succesvolle ervaring opgedaan; * voortbouwen op de “lessen uit verleden en van anderen”: in lijn met de recente oproep in de Tweede Kamer om kennis en ervaring over participatie tot nu toe, ook te benutten in het vervolgproces. Hier zien wij ook mogelijkheden om te leren van andere regio’s en onze ervaringen elders te delen; *op voorhand “helderheid geven waar geparticipeerd kan worden en waar niet”. Dit vinden we een waardevol punt. Door deze helderheid vooraf, kan teleurstelling achteraf worden voorkomen. Streven naar een inhoudelijk evenwichtige “afspiegeling” van deelnemers bij de participatie. Zo kan worden voorkomen dat de “bekende gezichten” het proces domineren. Inzet is om alle argumenten in het participatie-races aan bod te laten komen; * aandacht schenken aan de “bestuurlijke participatie” naast de “maatschappelijke participatie”. Voor volksvertegenwoordigers én dagelijks bestuurders, is het RES-proces óók een unicum. In het vervolg van dit proces, dat we gezamenlijk zullen doorlopen, geven we aandacht aan de verschillende posities en rollen.

In West Overijssel is daar al een eerste stap in gezet met de RSAB-werkgroep. Ook kijken we naar de beste aanpak. Over het meten van de effecten en resultaten daarvan, zijn we op dit moment bijvoorbeeld in gesprek met het ministerie van BZK (Democratie in Actie). Participatie De beantwoording van de wensen en bedenkingen van PS op participatie ligt in de lijn van de wijze waarop naar de RES 1.0 vorm gegeven wordt aan dit thema. Inwonerparticipatie is aan de gemeenten in de RES-regio. * Het is dus ook aan de gemeenten om de participatie voor projecten op te pakken en in te richten, al niet via een gebiedsgerichte aanpak. Veel gemeenten hebben overigens al uitgebreide participatietrajecten doorlopen, waarbij in veel gemeenten de gesprekken per dorp, buurtschap of wijk gevoerd zijn. * Het gebruik van visualisaties kan inderdaad helpend zijn. Als gemeenten daar behoefte aan hebben kan er op regionaal niveau gekeken worden of dergelijke visualisaties voor elke gemeente beschikbaar kan worden gesteld. * Een van de doelstellingen van de werkgroep Participatie is om kennis en ervaringen van de samenwerkingspartners op het gebied van inwonerparticipatie met elkaar te delen. Zo kunnen we lessen leren en die lessen gebruiken in het vervolgtraject.

Ook zal in het ontwikkelproces volop inspiratie van buiten worden gehaald voor zowel ambtenaren, bestuurders als volksvertegenwoordigers, met name over projectparticipatie en lokaal eigendom. * Het is aan de gemeenten om het verwachtingsmanagement voor participatietrajecten te regelen. De menukaart participatie die i.s.m. RES Twente en de provincie is gemaakt helpt daarbij en dat geldt zeker ook voor de volksvertegenwoordigers die kaders mee willen geven aan de inwonerparticipatie in hun gemeente, provincie of waterschap. * In de ontwikkelfase naar de RES 1.0 is veel aandacht voor de "bestuurlijke participatie". De werkgroep RSAB speelt hier een belangrijke rol in. Reflectie: aan te sluiten bij de beantwoording van GS op dit onderdeel ja In doelstelling 2.5 in het Hoofdlijnenakkoord is opgenomen dat we regionaal afspreken dat we een gebiedgerichte en grensontkennende aanpak nastreven voor de realisatie van windmolens en grootschalige zonneparken, die gebord wordt in het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid. De precieze invulling van die aanpak is aan de gemeenten. De werkgroep Participatie organiseert periodiek de ParticipatieTafel voor duurzaamheidsambtenaren en participatie- en communciatieadviseurs in de RES West-Overijssel,. Doel is om ervaringen en kennis ten aanzien van participatie met elkaar te delen.

De bijeenkomst van deze ParticipatieTafel half maart staat in het teken van de vraag wat gemeenten de komende periode aan ondersteuning nodig hebben op het gebied van participatie en hoe we de kennisdeling op dit thema na de RES 1.0 verder vorm willen geven. -7 11-03-2021 Overzicht moties concept-RES verus Hoofdlijnenakkoord gemeente, provincie, waterschappen motie kernpunten thema Reflectie regionaal Verwerking in het Hoofdlijnenakkoord Provincie Toepassing afwegingsvierkant Tijdens de commissiebehandeling is door Provinciale Staten aandacht gevraagd voor met name ‘ruimtelijke kwaliteit’ en ‘maatschappelijke kostenefficiëntie’. Daarbij is een verbinding gelegd met het vraagstuk van schaarste op het elektriciteitsnet. De volgende punten zijn aan bod gekomen: * de wens om “verrommeling” van het landschap tegen te gaan. Een veelheid aan kleine(re) duurzame projecten her en der, kan leiden tot een rommelig landschappelijk beeld. Daarover zijn zorgen geuit. In de commissiebehandeling is meermaals aandacht gevraagd om de ruimtelijke effecten van initiatieven in hun onderlinge samenhang te bekijken; * in het verlengde van voorgaande is expliciet benoemd het “over gemeentegrenzen heen kijken” om de bovenlokale ruimtelijke afweging te kunnen maken.

In de commissiebehandeling is gesteld dat de Concept RESsen op dit moment, begrijpelijkerwijs, nog te veel een verzameling van losse gemeentelijke plannen zijn; * er is aandacht gevraagd voor de mogelijkheden van “clustering van wind en zon”, onder meer langs infrastructuur. Gewezen is op de vele kansen om opgaven ook samen te brengen, zoals sociaal, economisch, ecologisch, toeristisch; Ruimtelijke kwaliteit Aandacht voor ruimtelijke kwaliteit is een belangrijk aspect in het afwegingskader voor de RES. Om deze reden heeft de stuurgroep voorgesteld om parallel aan het lokale proces voor de aanwijzing van zoekgebieden een "inspiratiedocument" op te stellen waarin de ruimtelijke opgaven (o.a. veenweide, stikstof, klimaatopgave, mobiliteit, wonen, etc.) onder de loep worden genomen. Ook zal er vanuit systeemefficiëntie een analyse gemaakt worden die aanleiding kunnen vormen om de energiemix tussen zon en wind in de concept RES te toetsen. Dit wordt vertaald in een analyse die kan dienen als input voor gemeenten en mogelijk aanleiding vormt om de (gemeentelijke) opgave in de concept RES aan te vullen en/of te herzien. Over het inspiratiedocument voeren we in subregionaal en regionaal verband het goede gesprek. Onderdeel hiervan is het gesprek tussen gemeenten over clustering van windturbines.

Reflectie: aan te sluiten bij de beantwoording van GS op dit onderdeel en te verwijzen naar het opstellen van het inspiratiedocument onderdeel ruimtelijke kwaliteit dat zal dienen als input voor het gemeentelijk proces zoekgebieden. ja In hoofdlijnenakkoord onder 2.3 bij de meekoppelkansen. Dit wordt uitgewerkt in RES 1.0, met voorbeelden in het inspiratiedocument Ruimtelijke Kwaliteit Provincie Toepassing afwegingsvierkant * tenslotte is doorgesproken over de positie en rol van Provinciale Staten in relatie tot de geuite wens tot meer regie en sturing. Wij hebben er tijdens de commissiebehandeling op gewezen dat de provincie als RES- partner participeert binnen de twee RESregio's. Aldaar zullen wij de voorliggende wensen en bedenkingen inbrengen. Wij zijn positief over het constructieve verloop tot nu toe en zien de nadere gesprekken vol vertrouwen tegemoet. Echter, mocht het in een later stadium opportuun zijn, dan zal Provinciale Staten een rol en verantwoordelijkheid hebben om aanvullende sturing toe te passen. Samenwerking Uitgangspunt in de RES is een vorm van "horizontale samenwerking met behoud van de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van alle bestuursorganen". Dit betekent dat gestreefd wordt naar een zo breed mogelijk bestuurlijk draagvlak voor de strategie en dat de inbreng vanuit alle bestuursorganen gelijkwaardig is.

Tegelijk heeft ieder bestuursorgaan een eigenstandige verantwoordelijkheid en daarbij passende bevoegdheden en instrumenten. In de startnota is hiertoe een escalatiemodel vastgesteld. Hierin is, na eerst alles in het werk te stellen om tot overeenstemming te komen, voorzien in het inzetten van de sturingskracht door de provincie. Reflectie: beantwoording GS overnemen ja De governance zoals vastgelegd in de Startnota blijft gehandhaafd. Op verzoek van de werkgroep RSAB is de besluitvorming voor de RES 1.0 in twee rondes georganiseerd (Hoofdlijnenakkoord en definitieve RES 1.0) waardoor het belang van bestuurlijk draagvlak bij de gemeenteraden, provincilae staten en AB'en is onderstreept.

Raalte geen besproken in de commissie geen moties ja Staphorst Vooruitkijken mét energiecoöperaties Bij het opstellen van de onderzoeksvraag naar een regionaal energiebedrijf in ieder geval de bestaande Overijsselse energie coöperaties te betrekken; In het in de concept-RES aangekondigde onderzoek naar een regionaal energiebedrijf een optie te verkennen van een regionaal warmtebedrijf én een optie van een regionale organisatie die energiecoöperaties versterkt in hun realisatiekracht met een focus op elektriciteit; Bij de resultaten van het onderzoek een aanbeveling van (een vertegenwoordiging van) Overijsselse energiecoöperaties te voegen dan wel van de landelijke koepel en belangenvereniging 'Energie Samen'. Energiebedrijf De energiecoöperaties zijn belangrijke partners in de energietransitie in West-Overijssel. Dat geldt zeker voor het thema lokaal eigendom en het onderzoek naar een lokaal of regionaal energiebedrijf. Daarom is de werkgroep die zich hiermee bezighoudt in overleg met de lokale energie- initiatieven in RESverband om hen nauw te betrekken bij het onderzoek naar (de haalbaarheid van) een regionaal dan wel lokaal energiebedrijf. Onderdeel van het onderzoek is een verkenning op de rol van energiecoöperaties in zo'n lokaal of regionaal energiebedrijf.

Reflectie: de motie oppakken en de lokale energie-initiatieven uitnodigen om met een afvaardiging deel te nemen aan de werkgroep. ja Drie vertegenwoordigers van energiecooperaties nemen deel aan de werkgroep Lokaal Eigendom. Zij hebben een actieve bijdrage geleverd aan de verdere uitwerking van lokaal eigendom, doelstelling 2.6 uit het Hoofdlijnenakkoord en de laatste zinnen in de afspraak 3.1 over verkenning regionaal energiebedrijf. Staphorst Vraag en aanbod met zon en wind Gelijktijdig met de realisatie van wind en zon het probleem van vraag en aanbod op te lossen Opslag en opwek Het in balans brengen van vraag en aanbod in de opwek van elektriciteit is een cruciaal vraagstuk. Tegelijk is het realiseren van opslagmogelijkheden met zo min mogelijk energetisch verlies een groot technologisch en financieel vraagstuk. De haalbaarheid van de diverse mogelijkheden voor opslag zullen ook landelijk verder worden verkend en deze zullen nauwgezet worden gevolgd door de RES West Overijssel. Of dit zich al laat vertalen in ruimteclaims is maar de vraag.

Reflectie: motie oppakken met dien verstande dat de kennis en ontwikkelingen rond opslag nauwgezet zullen worden gevolgd en waar mogelijk zullen nieuwe inzichten hierbij worden verwerkt in de RES 1.0 ja Met de knoppen voor Maatschappelijke kosten is in het hoofdlijnenakkoord in 2.4 aan gemeenten inspiratie geboden om te komen tot minder maatschappelijke kosten. Tevens is een streefgetal voor een regionale mix opgenomen. -8 11-03-2021 Overzicht moties concept-RES verus Hoofdlijnenakkoord gemeente, provincie, waterschappen motie kernpunten thema Reflectie regionaal Verwerking in het Hoofdlijnenakkoord Staphorst Verduurzamen op én onder het dak Om met de samenwerkende overheden en bovengenoemde partijen in de Regio Zwolle, in het bijzonder VNO-NCW en de Omgevingsdienst IJsselland, een regionale verduurzamingsaanpak voor bedrijven en huishoudens met het oog op zowel 'zon op dak' alsook energiebesparing op te stellen Zon op dak In het kader van het programma Nieuwe Energie Overijssel (NEO) zijn op de aanpak van zon op dak bij bedrijven al diverse initiatieven ontplooid. Voorgesteld wordt dat in de samenwerking tussen de beide RES' en in Overijssel en het programma NEO besproken wordt hoe deze aanpak verankerd kan worden in de RES 1.0 VNO-NCW is al betrokken bij zowel NEO als de RES'en.

De Omgevingsdienst IJsselland is betrokken bij de vergunningverlening en ook hiermee vindt afstemming plaats. Reflectie: motie oppakken ja In het Hoofdlijnenakkoord is in paragraaf 3.5 aangegeven dat de samenwerking in de RES wordt voortgezet met een accent op uitvoering naar sub-regionaal niveau. De afspraken in de governance uit de Startnota blijven staan. Samen met het programma Nieuwe Energie Overijssel wordt de projectorganisatie (en daarbij horende spelregels) nader uitgewerkt. Aandacht is gevraagd voor volcoende financiele middelen van het Rijk om de energietransitie uit te kunnen voeren. Steenwijkerland Vooruitkijken mét energiecoöperaties Bij het opstellen van de onderzoeksvraag naar een regionaal energiebedrijf in ieder geval de bestaande Overijsselse energie coöperaties te betrekken; In het in de concept-RES aangekondigde onderzoek naar een regionaal energiebedrijf een optie te verkennen van een regionaal warmtebedrijf én een optie van een regionale organisatie die energiecoöperaties versterkt in hun realisatiekracht met een focus op elektriciteit; Bij de resultaten van het onderzoek een aanbeveling van (een vertegenwoordiging van) Overijsselse energiecoöperaties te voegen dan wel van de landelijke koepel en belangenvereniging 'Energie Samen'. Energiebedrijf De energiecoöperaties zijn belangrijke partners in de energietransitie in West-Overijssel.

Dat geldt zeker voor het thema lokaal eigendom en het onderzoek naar een lokaal of regionaal energiebedrijf. Daarom is de werkgroep die zich hiermee bezighoudt in overleg met de lokale energie- initiatieven in RESverband om hen nauw te betrekken bij het onderzoek naar (de haalbaarheid van) een regionaal dan wel lokaal energiebedrijf. Onderdeel van het onderzoek is een verkenning op de rol van energiecoöperaties in zo'n lokaal of regionaal energiebedrijf. Reflectie: de motie oppakken en de lokale energie-initiatieven uitnodigen om met een afvaardiging deel te nemen aan de werkgroep. ja Drie vertegenwoordigers van energiecooperaties nemen deel aan de werkgroep Lokaal Eigendom. Zij hebben een actieve bijdrage geleverd aan de verdere uitwerking van lokaal eigendom, doelstelling 2.6 uit het Hoofdlijnenakkoord en de laatste zinnen in de afspraak 3.1 over verkenning regionaal energiebedrijf. Steenwijkerland Lokaal eigendom Duidelijke kaders voor het begrip "lokaal eigendom" uit te werken, Bij de uitwerking naar de RES 1.0 in te zetten op 50% als ondergrens en 100% als streven voor lokaal eigendom. Lokaal Eigendom In de concept-RES is het streven naar minimaal 50% lokaal eigendom als doelstelling opgenomen. In die zin is het een ondergrens.

In de ontwikkelfase naar de RES 1.0 werken we deze doelstelling verder uit en onderzoeken we de diverse mogelijkheden, inclusief voor- en nadelen van elke variant. Dit doen we in nauw overleg met de energiecoöperaties. Ook onderzoeken we hoe gemeenten lokaal eigendom kunnen vastleggen in hun beleid. Onderdeel van dit traject is ook een onderzoek naar de mogelijkheden om het streven naar lokaal eigendom in de RES 1.0 op een hoger percentage (bijvoorbeeld 100%) te zetten en het bestuurlijke draagvlak daarvoor. Om die reden is het niet verstandig om nu al uit te gaan van 100%, omdat de randvoorwaarden en het draagvlak om dit waar te kunnen maken nog onvoldoende scherp zijn. Reflectie: motie niet oppakken en onderzoek doen naar mogelijkheden minimaal 50% lokaal eigendom, inclusief de mogelijkheden en het draagvlak voor een hoger streefpercentage in de RES 1.0. ja Binnen het project Lokaal Eigendom is onderzocht en uitgewerkt wat we in RES West-Overijssel verstaan onder lokaal eigendom. Lokaal eigendom wil zeggen dat lokale inwoners en/of lokaal gewortelde bedrijven gezamenlijk (mede) eigenaar zijn van zon- of windprojecten. Mogelijkheid om het streven naar 100% lokaal eigendom in de RES 1.0 op te nemen is onderzocht en daar was niet voldoende draagvlak voor.

In doelstelling 2.6 in het Hoofdlijnenakkoord is de regionale doelstelling opgenomen dat we streven naar minimaal 50% lokaal eigendom voor de projecten wind en grootschalige zon op land in 2030 en dat gemeenten lokaal kunnen streven naar een hoger percentage lokaal eigendom. -9 11-03-2021 Overzicht moties concept-RES verus Hoofdlijnenakkoord gemeente, provincie, waterschappen motie kernpunten thema Reflectie regionaal Verwerking in het Hoofdlijnenakkoord Steenwijkerland Onvoldoende netwerkcapaciteit * Het rijk bij de vormgeving van opvolger van de landelijke subsidieregeling voor hernieuwbare energie, rekening houdt met tijdige realisatie van voldoende capaciteit op het netwerk. * Het Rijk samen met de netwerkbeheerders nadrukkelijk kijken naar problemen die de reserveringsclaims van grote partijen. In gebieden met schaarse netwerkcapaciteiten, opleveren voor kleinere initiatieven van onderaf die voor draagvlak en burgerparticipatie van groot belang zijn voor het welslagen van de energietransitie. * De hier geplaatste bedenkingen bij de reserveringsclaims meestuurt bij het indienen van het concept- RES WO En deze met kracht in het verdere proces van de RES 1.0 bij de bestuurstafel RES WO naar voren brengt.

* Te pleiten bij de netwerk beheerders over meer transparantie en afspraken over netwerk reserveringen, en deze via de bestuurlijke lijn in de gemeenteraden, waar een beperkte netcapaciteit zich voordoet, te delen. * Meer in te zetten op afstemming op maat, tussen gemeenten, netwerkbeheerders en Rijk zodat lokale inactieven die op draagvlak kunnen rekenen ook daadwerkelijk op korte termijn gerealiseerd kunnen worden, Onder andere door tijdig met investeringen voor uitbreiding van netwerkcapaciteit te starten en claims van grote bedrijven die niet op draagvlak mogen rekenen niet te verlengen. De vrijgekomen capaciteit kan worden toegekend aan initiatieven die wel over draagvlak beschikken. Netwerk Het toekomstbestendig maken van het elektriciteitsnetwerk is van cruciaal belang voor de energietransitie. Hier zijn grote investeringen mee gemoeid. Vandaar dat gezocht wordt naar zo kosteneffectief mogelijk inrichten van de mogelijkheden voor opwek. In de ontwikkeling naar de RES 1.0 is voorzien in een intensivering van het overleg van de netwerkbeheerbedrijven en de gemeenten over de huidige en te verwachten initiatieven en locaties. Via de provincie vindt er tevens afstemming plaats met Tennet als beheerder van het hoogspanningsnet.

In de concept RES is een eerste analyse gemaakt die verder verdiept zal worden naar de RES 1.0 Mede met het oog op lokaal eigendom is het wenselijk dat de (toekomstige) capaciteit op het net al bij voorbaat is gereserveerd voor de grote bedrijven. Binnen de huidige regelgeving zijn de sturingsmogelijkheden op reserveringen voor initiatieven echter zeer beperkt. In het kader van NPRES zal nadere studie over de aanpassing van regelgeving nodig zijn. Tevens zal moeten worden onderzocht in hoeverre criteria die betrekking hebben op lokaal draagvlak in deze toekomstige regelgeving kan worden opgenomen. De ervaringen hiermee worden regionaal en landelijk nauwlettend gevolgd. Reflectie: motie oppakken met dien verstande dat in de RES 1.0 hierop, in afstemming met landelijke ontwikkelingen, vervolgstappen op gezet kunnen worden. ja Met de knoppen voor Maatschappelijke kosten is in het hoofdlijnenakkoord in 2.4 aan gemeenten inspiratie geboden om te komen tot minder maatschappelijke kosten. Tevens is een streefgetal voor een regionale mix opgenomen. Daarnaast is de afspraak gemaakt om samen met de netbeheerders invulling te geven aan integraal plannen, zodat de realisatie van de benodigde en aangegeven plannen vanuit gemeente beter worden afgestemd met de Investeringsplannen van de netbeheerders.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/798e2d39-fc83-4297-9586-ed068b69efdb?agendaItemId=9230109f-e568-4c26-9374-01eef00e0c02