CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpomgevingsvisie Steenwijkerland 2025

Politieke Markt 13 januari 2026, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Actualisatie Omgevingsvisie Steenwijkerland 202539.156 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · 93 pagina's · deel 1 van 5

1 2025

2 Inhoudsopgave 1. Inleiding .............................................................................................................................. 4 Leeswijzer ........................................................................................................................... 7 2. Visie op Steenwijkerland ...................................................................................................... 8 3. Vitaal Platteland ................................................................................................................ 10 3.1 Beleefbaar landschap in Steenwijkerland ...................................................................... 10 3.1.1 Introductie ............................................................................................................. 10 3.2 De landschappen van de landelijke laag ........................................................................ 12 3.2.1 Het Hoge Land ....................................................................................................... 13 3.2.2 De Groene Schatkamer .......................................................................................... 18 3.2.3 Op de grens van het Oude en Nieuwe Land .............................................................

23 3.2.4 Slagenlandschap zonder Veen ................................................................................ 27 3.2.5 De Beekdalen ........................................................................................................ 31 3.2.6 De Polders rondom Scheerwolde ............................................................................ 35 4. Leefbare steden en kernen ................................................................................................. 39 4.1 Leefbare kernen en steden in Steenwijkerland ............................................................... 39 4.1.1 Introductie ............................................................................................................. 39 4.1.2 De kernen, elk met een eigen kleur ......................................................................... 39 4.2 De kernen en steden van de stedelijke laag .................................................................... 43 4.2.1 Beschermde stadsgezichten Vollenhove en Blokzijl ................................................. 44 4.2.2 Beschermd dorpsgezicht Giethoorn ........................................................................ 48 4.2.3 Historische vesting Steenwijk .................................................................................

52 4.2.4 Cultuurhistorisch waardevolle linten, buurtschappen en wijken .............................. 56 4.2.5 Woonwijken 1955-nu.............................................................................................. 60 4.2.6 Bedrijventerreinen.................................................................................................. 63 4.2.7 Groenblauwe raamwerk ......................................................................................... 67 4.2.8 Verblijfsrecreatiegebieden ...................................................................................... 70 4.2.9 Beoogde ontwikkel- en zoeklocaties ....................................................................... 73 5. Uitvoeringsparagraaf .......................................................................................................... 81 5.1 Inleiding ....................................................................................................................... 81 5.2 Sturingsfilosofie ........................................................................................................... 81 5.3 Operationalisering in Omgevingswetinstrumenten ......................................................... 82 Relatie met ow-instrumenten ..........................................................................................

82 Omgevingsplan .............................................................................................................. 82 Omgevingsprogramma ................................................................................................... 83

3 Omgevingswaarden ........................................................................................................ 83 Uitvoeringsprogramma ................................................................................................... 83 5.4 Lokale – regionale samenwerking .................................................................................. 84 5.5 Uitvoering .................................................................................................................... 84 5.6 Grond en Financiën ...................................................................................................... 84 5.7 Voorkeursrecht ............................................................................................................. 91 5.8. Samenhang milieueffectrapportage ............................................................................. 91 5.9 Een levend document ................................................................................................... 91 Bijlagen ................................................................................................................................. 93

4 1. Inleiding Onze leefomgeving verandert. Omdat we nieuwe wensen hebben, ruimte zoeken om te ondernemen, goed te wonen en te ontspannen. Maar ook omdat we voor een aantal opgaven staan die ruimte vragen en soms grote gevolgen hebben voor hoe we onze leefomgeving in de nabije toekomst kunnen gebruiken. Denk alleen al aan vraagstukken op thema’s als energie, bodemdaling en gezondheid. Hoe Steenwijkerland er in 2050 precies uitziet, kunnen we niet voorspellen. Laat staan in 2100. Wél weten we wat we van waarde vinden in Steenwijkerland, waar opgaven en kansen liggen om onze gemeente leefbaar en vitaal te houden, kortom: waar we op hoofdlijnen ruimte voor willen houden en maken. Dit heeft een plek gekregen in onze omgevingsvisie. Plangebied Het plangebied van deze omgevingsvisie beslaat het gehele grondgebied van de gemeente Steenwijkerland. Tegelijkertijd kijken we ook breder. Dit doen we omdat ontwikkelingen in Steenwijkerland niet los kunnen worden gezien van bijvoorbeeld ontwikkelingen in onze buurgemeenten en -provincies. En dat geldt natuurlijk ook andersom. Een voorbeeld is de samenhang in het watersysteem: bovenstrooms ingrijpen in Drenthe kan benedenstrooms gevolgen hebben in Steenwijkerland.

Op een aantal grote opgaven vindt dan ook in verschillende regionale samenwerkingsverbanden visie- en strategieontwikkeling plaats, en kijken we met buurgemeenten en -provincies over bestuurlijke en geografische grenzen heen. Voorbeelden zijn de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) in Fluvius-verband, de Regionale Energie Strategie (RES) met de regio West-Overijssel, en de Gebiedsgerichte Aanpak Noordwest-Overijssel voor de veenweidestrategie Wat is een omgevingsvisie? Een omgevingsvisie is een belangrijk onderdeel van ons ruimtelijk beleid. In deze strategische langetermijnvisie bakenen we af wat we van belang vinden voor de leefomgeving in Steenwijkerland. We beschrijven de noodzakelijke en gewenste ontwikkeling van onze leefomgeving en hoe wij ons daar als gemeente de komende jaren voor inzetten. De omgevingsvisie moet worden gezien als de paraplu voor alle andere beleidsdocumenten, programma’s en projecten in het ruimtelijk domein. Onze omgevingsvisie is daarmee ook een toetsingskader voor nieuwe initiatieven en verdere uitwerking van opgaven in Steenwijkerland. De omgevingsvisie heeft een wettelijke basis in de Omgevingswet en staat primair in dienst van de ruimtelijke sociaaleconomische ontwikkeling van Steenwijkerland. Ontwikkeling die nodig is om de gemeente toekomstbestendig te houden.

Onze omgevingsvisie is geen blauwdruk, maar een richtinggevend document voor de toekomstige ontwikkeling van Steenwijkerland. Binnen het raamwerk van de visie moet voldoende flexibiliteit zijn om in te kunnen spelen op de behoeftes van het moment. Periodiek bekijken we dan ook of de visie nog actueel is of wellicht moet worden bijgesteld. Waarom een omgevingsvisie? Onze omgevingsvisie bestaat uit een samenhang van verschillende strategische beleidsstukken voor de fysieke leefomgeving in Steenwijkerland. Daarmee wordt ons omgevingsbeleid overzichtelijker en bieden we duidelijkheid over de speelruimte waarbinnen initiatieven tot bloei kunnen komen en bij kunnen dragen aan het realiseren van ambities van en voor de gemeente Steenwijkerland. Met de visie kunnen we bovendien sturen op samenhang, en daarmee de kwaliteit van de leefomgeving in Steenwijkerland borgen en zorgdragen voor een kwalitatieve groei van Steenwijkerland. Rol van de gemeente in uitvoering van beleid De gemeente speelt een centrale rol in het vormgeven van de fysieke leefomgeving. Als lokale overheid zijn wij verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke ordening en het maken van keuzes die bijdragen aan een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving.

Daarbij scheppen wij randvoorwaarden: we bieden ruimte voor initiatieven, maar stellen ook duidelijke kaders om belangen te beschermen, zoals veiligheid, gezondheid en leefkwaliteit. Onze rol kent verschillende gezichten. Enerzijds zijn wij partner voor inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties, waarbij we samenwerken aan lokale opgaven. Anderzijds zijn wij uitvoerder van wettelijke taken en gebonden aan kaders die door het rijk en de provincie worden gesteld. Dit zorgt soms voor spanning: tussen lokaal maatwerk en landelijke regelgeving, tussen flexibiliteit en normstelling.

5 Binnen deze dynamiek zoeken wij steeds naar balans. Wij verbinden beleid met uitvoering, stemmen af met andere bestuurslagen en zorgen ervoor dat de belangen van onze gemeenschap centraal staan in de ruimtelijke keuzes die we maken. Participatie als fundament De Omgevingsvisie Steenwijkerland is niet achter een bureau geschreven. Deze visie is het resultaat van een intensief en zorgvuldig traject waarin inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, agrariërs en vele andere betrokkenen samen met de gemeente hebben nagedacht over de toekomst van Steenwijkerland. Vanaf het begin is ervoor gekozen dit proces breed en open in te steken. Niet de gemeente alleen, maar de samenleving in al haar diversiteit moest een stem krijgen in de koers die wordt uitgezet. Dat zoveel mensen bereid waren om tijd en energie te investeren in dit proces, is indrukwekkend en van grote betekenis. Kinderen tekenden hun droombuurt en leerden nadenken over de toekomst. Inwoners deelden hun zorgen en wensen tijdens bijeenkomsten, straathoeksessies en inloopmomenten. Veel inwoners vulden de enquête in. Ondernemers, agrariërs en maatschappelijke organisaties brachten hun kennis en belangen in tijdens verdiepende gesprekken en workshops. Al deze bijdragen hebben het beeld van Steenwijkerland rijker en completer gemaakt. Voor die inzet en betrokkenheid spreekt de gemeente haar oprechte dank uit.

Tegelijkertijd is het belangrijk om helder te zijn over wat participatie wel en niet betekent. Participatie is geen optelsom van individuele wensen en ook geen garantie dat iedereen zijn of haar zin krijgt. Wat participatie wél doet, is belangen zichtbaar maken, verschillen en overeenkomsten naar voren brengen en zorgen bespreekbaar maken. Het helpt inzicht te krijgen in welke waarden, verwachtingen en vragen er leven. Daarmee vormt participatie de basis voor een zorgvuldiger en transparanter proces van afweging, waarin keuzes worden gemaakt die recht doen aan de diversiteit van de samenleving. Niet alle suggesties zijn letterlijk overgenomen, maar iedere stem is gehoord en iedere bijdrage heeft meegewogen in de afwegingen die tot deze visie hebben geleid. Daarbij geldt dat de uitkomsten van participatie niet de enige werkelijkheid vormen. De gemeente heeft wettelijke taken en maatschappelijke doelen waar zij aan moet voldoen. Steenwijkerland maakt bovendien deel uit van een regio en werkt samen met omliggende gemeenten. Daarnaast zijn er provinciale, landelijke en Europese beleidskaders die richtinggevend zijn en waar niet van kan worden afgeweken. De Omgevingsvisie is daarom het resultaat van een samenspel: de waardevolle inbreng van de samenleving, gecombineerd met de bestuurlijke, juridische en beleidsmatige kaders die ons binden.

Opvallend in dit proces is dat inwoners vaak spraken over sociale thema’s: over ontmoeten, samenhorigheid, leefbaarheid en geluk. Dat laat zien wat voor mensen in Steenwijkerland van waarde is in hun dagelijks leven. Deze sociale signalen verdienen erkenning. Tegelijkertijd vraagt de aard van de Omgevingsvisie om een focus op de fysieke leefomgeving: ruimte, wonen, infrastructuur, natuur en landschap. Dat betekent dat niet alle sociale thema’s letterlijk in dit document zijn opgenomen. Toch zijn ze van groot belang. Zij vormen de onderstroom die richting geeft aan de fysieke keuzes en herinneren eraan dat ruimtelijke ontwikkeling nooit losstaat van de sociale werkelijkheid van de dorpen, de stad en het buitengebied. Door dit participatieproces is een Omgevingsvisie tot stand gekomen die niet alleen stoelt op beleidsmatige en wettelijke kaders, maar ook op de inzichten en ervaringen uit de samenleving. Participatie heeft het beeld van wat er leeft in Steenwijkerland verdiept en verrijkt, en daarmee een belangrijke rol gespeeld in de keuzes die zijn gemaakt. Tegelijkertijd vormt participatie één van de vele pijlers waarop deze visie rust: naast de inbreng van inwoners en stakeholders zijn ook wettelijke verplichtingen, provinciale en landelijke richtlijnen en regionale samenwerking bepalend geweest.

De gemeente spreekt grote waardering uit voor de brede betrokkenheid en inzet die tijdens het proces is getoond. De opbrengst van participatie heeft de visie versterkt en er mede voor gezorgd dat de gemaakte keuzes beter aansluiten bij de werkelijkheid van Steenwijkerland.

6 Uitgangspunten van de omgevingsvisie De ontwerp Omgevingsvisie Steenwijkerland 2025 biedt een integrale langetermijnvisie op de ruimtelijke ontwikkeling van onze gemeente. De visie is gebaseerd op brede participatie en sluit aan bij regionale en landelijke opgaven. De volgende kernpunten vormen de basis van de omgevingsvisie: • De omgevingsvisie richt zich op het benutten van van nature hoger gelegen gronden voor stedelijke ontwikkelingen, zoals woningbouw en voorzieningen • De omgevingsvisie stimuleert een aanpak waarin natuur, water en bodem als uitgangspunt worden meegenomen in ruimtelijke ontwikkelingen • De omgevingsvisie zet in op het behoud, herstel en de versterking van deze landschappelijke en historische waarden • De omgevingsvisie zet in op een toekomstbestendig platteland waarin de functies landbouw, natuur, recreatie en wonen elkaar versterken en in balans zijn • We ontwikkelen de ‘entreekernen van de gemeente’ als aantrekkelijke schakels met de regio • De omgevingsvisie biedt ruimte aan de energietransitie en klimaatadaptatie • De omgevingsvisie richt zich op het versterken van onze bedrijventerreinen door in te zetten op vitaliteit, bereikbaarheid en toekomstbestendigheid • We streven naar een inrichting van de leefomgeving die uitnodigt tot ontmoeting, bewegen, spelen, leren en ontspanning • We kiezen voor een zorgvuldige overgang naar het nieuwe stelsel van

de Omgevingswet

7 Leeswijzer In hoofdstuk 2. Visie op Steenwijkerland werken we de visie inhoudelijk uit en geven we antwoord op de vraag: waar willen we naartoe met Steenwijkerland? Dit krijgt in de hoofdstukken die daarop volgen nadere uitwerking; in hoofdstuk 3. De Landelijke Laag voor ons platteland, in hoofdstuk 4. De Stedelijke Laag voor de steden en kernen. Zowel in hoofdstuk 3. De Landelijke Laag als in hoofdstuk 4. De Stedelijke Laag zoomen we in op een aantal onderscheiden deelgebieden. Bepaalde onderdelen van onze visie komen in meerdere deelgebieden terug. De teksten voor de deelgebieden zijn zo geschreven dat deze ook afzonderlijk te lezen zijn, bijvoorbeeld bij toetsing van een principeverzoek. De omgevingsvisie schetst niet alleen onze visie op de ruimte in Steenwijkerland, maar ook hoe wij ons als gemeente daar de komende jaren voor inzetten. Dit is beschreven in hoofdstuk 5. Uitvoeringsparagraaf. Tenslotte geven de bijlagen verdieping over het participatietraject dat we bij de totstandkoming van onze omgevingsvisie doorlopen hebben.

8 2. Visie op Steenwijkerland In 2050 is… Steenwijkerland rijk aan verscheidenheid Steenwijkerland is rijk aan verscheidenheid. De natuurlijke ondergrond kent een grote verscheidenheid in bodem, reliëf en waterhuishouding. In Steenwijkerland zijn er stuwwallen, beekdalen, zeeklei en veenmoerassen. De gemeente heeft grote verschillen tussen enerzijds hoog en droog en anderzijds laag en nat, met hoogteverschillen van +20m NAP tot -2m NAP. De verscheidenheid in landschappen zie je ook terug in de mensen. De aard van de bevolking, de gebruiken, de cultuurhistorie en het cultureel erfgoed vers chillen per kern en gebied. Het unieke karakter van Steenwijkerland combineert landschappelijke rijkdom met de meer stedelijke cultuur van Steenwijk. In 2050 heeft… Steenwijkerland nog steeds internationale aantrekkingskracht Dat is niet verwonderlijk met iconen als het Nationaal Park de Weerribben -Wieden en de toeristische trekpleister Giethoorn. Steenwijkerland kent in aanvulling op de beschermde natuurgebieden van de Weerribben -Wieden ook een rijk palet aan landbouwlandschappen en karakteristieke dorpen en stadjes. De gemeente is rijk aan cultuur en erfgoed. Het karakter van onze gemeente is veelzijdig en afwisselend. Precies dat is de kracht van Steenwijkerland: de diversiteit aan landschappen, kernen en mensen.

Vooral de co ntrasten in de gemeente worden bijzonder gewaardeerd: afwisseling tussen hoog en laag, tussen meer dynamische en luwere gebieden, en tussen natte en droge gebieden. In 2050 is… het groenblauwe hart is onmisbaar Natuur is in Steenwijkerland overal. Vanzelfsprekend in het landschappelijke hart van onze gemeente, de Groene Schatkamer van Weerribben en Wieden. Maar ook langs de groenblauwe dooradering in het landelijk en het Groenblauwe Raamwerk in het stedelijk gebied is de natuur te beleven. Natuur zien we in Steenwijkerland als een onmisbaar onderdeel van onze leefomgeving. Het is een leverancier van schoon water en schone lucht, en het zorgt voor opslag van CO 2. Ons landschap is een plek voor rust en ruimte om te ontspannen. Onze natuur is medebepalend voor het aantrekkelijke vestigingsklimaat voor wonen en werken in Steenwijkerland. Het is bovendien het fundament voor on ze toeristische aantrekkingskracht, en daarmee een belangrijk onderdeel van onze regionale economie. In 2050 zijn we… erin geslaagd om de grote ruimtelijke opgaven aan te pakken De doorontwikkeling van het Nationaal Park de Weerribben -Wieden heeft ruimte geboden voor oplossingen voor grote ruimtelijke opgaven als biodiversiteitsherstel en waterbeheer. Stikstof- en CO2-reductie waren voorwaardelijk voor het realiseren van de de woningbouwopgave en de omschakeling naar een circulaire economie.

Zo weten we in samenwerkingsverband stappen te zetten voor het aanpakken van de klimaatopgave en het herstel van de natuur. We he bben samen met boeren en andere partners in het landelijk gebied gewerkt aan een toekomstperspectief voor de agrarische sector. In innovatieve koploperprojecten en gebiedsprocessen. De leefbaarheid in het stedelijk en landelijk gebied is verbeterd. Van opgaven maakten we kansen. Een voorbeeld is het samen laten gaan van een klimaatbestendig en waterrobuust Steenwijkerland met de ontwikkeling van waterrecreatie, rietlanden en uitbreiding van het vaarlandschap. Met de inzet van water als motor voor ontwikkeling versterkten we zo het onderscheidende profiel van onze gemeente. In 2050… zijn onze identiteit en gemeenschappelijke verhalen beleefbaar Initiatieven in onze leefomgeving weten we te verbinden met de kwaliteit en eigenheid van Steenwijkerland. Dat doen we niet alleen door het beschermen van de bestaande kwaliteiten van onze gemeente. Juist ook het versterken en vernieuwen van onze karakteristieke omgeving, gebruiken en identiteit heeft ons de wendbaarheid gegeven om belangrijke opgaven aan te pakken. Met het leggen van verbindingen tussen bestaande kwaliteiten en nieuwe initiatieven in gebiedsprocessen zijn kansen ontstaan voor een duurzame omgeving geënt op onze lokale identiteit.

Zo hebben we het karakteristieke ambacht van de rietsnijders op een eigentijdse manier ingezet voor het beschermen van de bijzondere natuurlijke ecosystemen in onze gemeente. Op deze manier blijft Steenwijkerland onderscheidend op het vlak van natuur, landschap en cultuurhistorie. In 2050…. Gaat wonen, werken en toerisme hand in hand hand op het Hoge land en in het gebied rondom het groenblauwe hart. Ruimte voor uitbreiding van toekomstig wonen, werken en toeristisch aanbod zagen we in de schil rond de beschermde natuurgebieden. Ruimte voor wonen zijn er vooral in of in aansluiting op de goed bereikbare voorzieningenkernen op het Hoge Land, omdat we rekening houden met het bodem- en watersysteem. Het accent lag daarbij op Steenwijk, een belangrijk knooppunt in het mobiliteitsnetwerk en daardoor goed verbonden met de regio. Ruimte voor regionale uitbreiding van bedrijvigheid koppelden we ook aan dit mobiliteitsnetwerk: in de A32-

9 corridor tussen Steenwijk en Meppel. Een voorbeeld van duurzame economische ontwikkeling waar we trots op zijn, niet in het minst omdat we hier innovatief werk hebben gemaakt van de energietransitie. Het bedrijventerrein is zowel producent, buffer als leverancier van duurzaam opgewekte energie. In 2050 is… Steenwijkerland sociaal sterk en verbonden Steenwijkerland is een gemeente waar mensen naar elkaar omkijken en waar iedereen mee kan doen. De kracht van onze gemeenschap zit in de onderlinge verbondenheid, de diversiteit aan leefvormen en de bereidheid om samen verantwoordelijkheid te dragen. In 2050 is dit stevig verankerd in de lokale samenleving: zorg en ondersteuning zijn dichtbij, toegankelijk en afgestemd op wat mensen echt nodig hebben, is de openbare ruimte ingericht op bewegen en ontmoeten, bevorderen we de gezondheid en gaan we eenzaamheid tegen. We bouwen voort op de traditie van gemeenschapszin en versterken deze met nieuwe vormen van samenwerking tussen inwoners, professionals, vrijwilligers en ondernemers. Zo blijft Steenwijkerland een plek waar iedereen zich thuis voelt en kansen krijgt om mee te doen. In 2050…. Zijn de goed bereikbare kernen entreekernen naar ons Nationaal Park Nieuwe Stijl Met de groei van het aantal toeristen en recreanten hebben we sterk ingezet op het verleiden om Steenwijkerland breder te ontdekken.

Daarnaast hebben we ingezet op het stimuleren van aanbodontwikkeling in de goed bereikbare kernen in de schil om het groenblauwe hart: de entreekernen naar ons Nationaal Park Nieuwe Stijl. Zo hebben we het draagvlak voor voorzieningen weten te versterken. Steenwijk, Oldemarkt en Kuinre bruisen, en deze laatste is door de succesvolle realisatie van de Lelylijn nog beter bereikbaar. Bezoekers versterken d e lokale economie, en zorgen daarmee voor banen en behoud van voo rzieningen. Bezoekers laten de auto liever staan en verkennen onze gemeente te voet, per fiets of per boot. Met het verdichten van het recreatief routenetwerk is de verbinding met en de beleefbaarheid van ons Nationaal Park Nieuwe Stijl uitstekend. Onze inwoners gebruiken deze routes bovendien voor sport en beweging. In 2050…. Entreekernen als schakels in de verbinding met de regio De entreekernen naar ons Nationaal Park Nieuwe Stijl verbinden de bredere regio met het hart van onze gemeente. Dit is van groot belang omdat kernen als Emmeloord, Wolvega, Heerenveen, Meppel en Zwolle een belangrijke functie vervullen in het bredere regionale netwerk. O nder andere op het gebied van werkgelegenheid en uiteenlopende voorzieningen als zorg, onderwijs en detailhandel vormt Steenwijkerland één stedelijk netwerk met deze buren. Door een sterk mobiliteitsnetwerk heeft onze economie zich regionaal ontwikkeld.

In de regio werken we intensief samen om de zorg voor alle inwoners van de regio te organiseren. We vullen elkaar aan, en maken gebruik van elkaars expertise om ook voor onze inwoners met een zorgvraag een goed woon - en leefklimaat te bieden. In 2050… Veel om trots op te zijn, maar het allerbelangrijkst… de inwoners en ondernemers Steenwijkerland heeft veel om trots op te zijn. Denk aan het Corso in Vollenhove en Sint Jansklooster , UNESCO Werelderfgoed waar mensen van buiten de gemeente speciaal voor afreizen. Ook de gondelvaarten in Belt - Schutsloot, Dwarsgracht en Giethoorn, Kopje Cultuur en het Dicky Woodstock Popfestival in Steenwijkerwold zijn uniek. Dit cultureel kapitaal hebben we vooral te danken aan de lokale gemeenschap. Het is deze gemeenschap die aan de basis heeft gestaan van ons waardevaste landschap; het zijn de mensen die Steenwijkerland verrijken, dragen en doorgeven aan de volgende generaties. De mensen die van oudsher niet alleen voor hun leefomgeving zorgen, maar ook voor elkaar en ondernemers die al generaties lang met hun betrokkenheid en initiatieven bijdragen aan levendigheid en het voorzieningenniveau .Het feit dat de mensen elkaar kennen, contacten onderhouden met de buurt, ondernemen en elkaar helpen als het nodig is en in actie komen als er problemen zijn, is van enorme betekenis voor de leefbaarheid in de gemeente.

Dit alles maakt Steenwijkerland in 2050 een fijne plek om te wonen, werken, ondernemen en ontspannen.

10 3. Vitaal Platteland 3.1 Beleefbaar landschap in Steenwijkerland 3.1.1 Introductie In dit hoofdstuk beschrijven we waar we ruimte voor willen houden en maken in de landschappen van onze gemeente. In paragraaf 3.2 gaan we nader in op onderscheiden deelgebieden en hun gebiedseigen kwaliteiten. We schetsen een perspectief op de opgaven, kansen en ambities die we per deelgebied zien voor de fysieke leefomgeving. 3.1.2 De landschappen, elk met een eigen karakter Op weg naar 2050… In Steenwijkerland staan we voor een toekomst waarin we de kracht van ons landschap opnieuw leren waarderen. We willen het landschap niet alleen behouden als decor, maar benaderen het als een levend systeem, als drager van identiteit en als richtinggevend kader. Water en bodem krijgen weer een sturende rol. We houden er rekening mee dat kwetsbare veengebieden moeten worden gebufferd, om verdroging te voorkomen. . De landbouw krijgt toekomstkracht door vernieuwing en verbreding, en natuur en biodiversiteit bloeien op door herstelde structuren. Tegelijkertijd maken we het landschap beter beleefbaar en bereikbaar: voor inwoners, bezoekers en ondernemers. We verankeren rust, donkerte en stilte opnieuw, juist door zorgvuldig ruimte te geven aan verandering. En vooral: we doen dit niet alleen.

Door gebiedsgericht samen te werken, verbinden we de grote opgaven van deze tijd aan de unieke kwaliteiten van onze landschappen. We bouwen aan een samenhangend mozaïek van herkenbare en beleefbare landschappen, waarin natuur , water, landbouw, erfgoed en recreatie met elkaar in balans zijn. Van de stuwwallen op het Hoge Land tot de waterrijke stilte van de Groene Schatkamer. Ieder gebiedsdeel vertelt zijn eigen verhaal, draagt zijn eigen karakter en levert zijn eigen bijdrage aan onze klimaatbestendige, gezonde en vitale leefomgeving. Samen vormen deze landschappen het verhaal van Steenwijkerland. Landschap als drager van identiteit, beleving en biodiversiteit We zetten in op behoud en herstel van het unieke karakter van onze landschapstypen. We stimuleren dat kenmerkende elementen zoals houtwallen, petgaten, essen en beekdalen worden hersteld, behouden of opnieuw aangelegd. Daarmee creëren we ook ruimte voor flora en fauna. In de Groene Schatkamer verweven we natuurontwikkeling met cultuurhistorie en duurzame re creatie. Tradities zoals het rietsnijden en de gondelvaarten krijgen nieuwe betekenis in een veranderende samenleving. Het landschap vertelt een samenhangend verhaal van veen en water, van dijken en droogmakerijen. Inwoners en bezoekers zullen het landschap steeds meer beleven als een plek voor rust, ontspanning en inspiratie.

Landschap als vitale leefomgeving Het landschap van Steenwijkerland wordt een vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks leven. We brengen de natuur dichterbij door nieuwe routes, kleinschalige verblijfsplekken en beleefbare erfgoedlijnen. Door recreatieve routes te versterken, dorpen te verbinden met het buitengebied en kleinschalige recreatie zorgvuldig in te passen, maken we het buitengebied toegankelijker. Door het versterken van tradities en landschappelijke identiteit krijgt het landschap ook sociaal meer betekenis. Tegelijkertijd behouden we de rust en kleinschaligheid die Steenwijkerland zo kenmerken. Bodem en water sturend: klimaat als katalysator voor vernieuwing In aansluiting op rijks- en provinciaal beleid maken we de omslag naar een water- en bodembewuste inrichting van onze leefomgeving. Het landschap gaat weer werken als een spons: hoger gelegen gebieden zoals het Hoge Land houden water langer vast, in beekdalen wordt piekafvoer vertraagd en

11 de natste gebieden krijgen ruimte om te overstromen. In polders en veenweide gebieden is peilverhoging een maatregel om CO₂-uitstoot terug te dringen . Zo wordt ook schade door droogte, bodemdaling en wateroverlast beperkt. Deze transities zijn complex, maar worden mogelijk door goede samenwerking en tijdig vooruitdenken. Het aanpakken van klimaatverandering dient zo als aanjager van kwaliteit, innovatie en bewustzijn, op weg naar een robuust landschap. Nieuwe bedrijvigheid voor een vitaal platteland Op weg naar 2050 ontwikkelt de landbouw in Steenwijkerland zich door naar een veerkrachtig en toekomstbestendig systeem. Boeren combineren steeds vaker voedselproductie met natuurbeheer, streekproductie, recreatie of energiewinning. Erven worden vaker plekken van meervoudig gebruik: knooppunten waar landschapsonderhoud, lokaal ondernemerschap en natuurbeleving samenkomen. In polders en grensgebieden ontstaan innovatieve vormen van landgebruik, zoals natte teelten, nieuwe plantaardige teelten en groene grondstoffen. Op geschikte locaties combineren boeren hun bedrijf met verblijfstoerisme of natuureducatie. Zo wordt het landschap van Steenwijkerland niet alleen mooier, maar ook economisch veerkrachtiger.

12 3.2 De landschappen van de landelijke laag Het landelijk gebied in Steenwijkerland hebben we - onder andere op basis van de analyse van de opgaven en de ruimtelijke en functionele verschillen tussen gebieden - nader onderverdeeld. Deze onderverdeling doet recht aan de verschillende ‘gezichten’ van het landelijk gebied in Steenwijkerland. In deze paragraaf zoomen we in op de onderscheiden deelgebieden en geven we antwoord op vragen als: Wat is onze ambitie? Welke ruimte zien we voor ontwikkeling? Bepaalde onderdelen komen in verschillende deelgebieden terug; de teksten van de onderscheiden deelgebieden zijn zo geschreven dat deze – bijvoorbeeld bij toetsing van een principeverzoek – afzonderlijk te lezen zijn. De onderscheiden deelgebieden in het landelijk gebied zijn: 1. Het hoge land 2. De groene schatkamer 3. Op de grens van ‘t oude en nieuwe land 4. Het slagenlandschap zonder veen 5. De beekdalen 6. De polders rondom Scheerwolde

13 3.2.1 Het Hoge Land 3.2.1.1 Deelgebiedskaart 3.2.1.2 Identiteit en kernkwaliteiten Het Hoge Land is een afwisselend, kleinschalig landschap met houtwallen, bosjes, solitaire bomen, lanen, zandpaden, weilanden, akkers, kleinschalige erven, monumentale landgoederen en beken. De hoge, droge ligging van de stuwwallen maakt dat dit gebied al eeuwenlang bewoond is. De landschappelijke kwaliteit van de stuwallen is aanzienlijk door de relatief grote hoogteverschillen en de fraaie zichten over het omringende, lager gelegen open landschap. Dit samenspel creëert een kenmerkend contrast tussen enerzijds een hoog en besloten landschap en anderzijds een laag en open landschap. Ook bevinden zich in het gebied verschillende beken, zoals de Reune. De kenmerkende bodemopbouw en waterhuishouding is zichtbaar in specifieke flora en fauna . De aanwezigheid van landschapselementen als houtwallen, bosjes, bloemrijke graslanden, beken, poelen, solitaire bomen en lanen is niet alleen van waarde voor de ruimtelijke kwaliteit maar ook voor de groene dooradering van het gebied, en daarmee voor de biodiversiteit. Quote participatietraject: “Waar eerst ruimte was voor natuur en recreatie, zoals de Bult, zie je nu woningen verschijnen.”

14 Oorspronkelijk bestond het Hoge Land uit dichtbeboste gebieden. Later ontstond hier kleinschalige landbouw met akkers, weides, houtwallen en bosjes. De erven bevinden zich in linten langs de wegen, vrijliggend in het landschap of geclusterd in groepjes rondom een wegsplitsing. Op de hoogste delen werden landgoederen aangelegd. De Eese, de Woldberg en de Oldenhof zijn beeldbepalende plekken geworden met landhuizen en soms eeuwenoude bossen, lanen en tuinen. Op het landgoed de Eese en de Woldberg zijn verschillende grafheuvels te vinden. Het Hoge Land heeft ook een hoge cultuurhistorische waarde , zichtbaar in bijvoorbeeld de koloniehuisjes en modelboerderijen in de Koloniën van Weldadigheid, de landgoederen met monumentale landhuizen en historische parken, en de historische boerderijen. De koloniehuisjes werden zo’n tweehonderd jaar geleden opgericht om de straatarme bevolking in het land een nieuwe toekomst te geven. De armen kregen een boerderijtje met een stuk grond, er werden scholen opgericht en er was geneeskundige hulp. Bijzonder zijn de essen op de Steenwijker- en Zuiderkamp, met hun karakteristieke bolle ligging, steilranden en groene mantel. De wegen in dit gebied zijn afwisselend recht en slingerend, en voorzien van laanbeplanting. Er is een grote diversiteit aan boerderijtypen en andere karakteristieke bedrijfsgebouwen .

De kavels en percelen worden veelal begrensd door houtwallen en singels. In het Hoge Land zien we het agrarische gebruik sterk terug in het landschap. Daarnaast vinden we er verspreid over het gebied ook verschillende woonkernen, natuur, recreatieterreinen en andere bedrijvigheid. Het gebied is door haar kenmerkende landschap, cultuurhistorische waarden en natuurwaarden ook van toeristisch -recreatieve en economische waarde. Het gebiedstype Hoge Land vinden we op twee plekken in de gemeente, in het noorden en in het zuiden, met ieder hun eigen kernen en buurtschappen . In het Hoge Land Noord liggen Tuk, Steenwijkerwold, Marijenkampen, Paasloo, Witte Paarden, Oldemarkt, Basse Willemsoord, IJsselham, Baars, De Bult, Eesveen, De Pol, Halfweg en deels Kallenkote. Bovendien ligt Steenwijk op de grens met het Hoge Land Noord. Omdat de stad haar eigen stempel drukt op het landschap, behandelen we Steenwijk onder de paragrafen 4.2.3 Vestingstad Steenwijk en 4.2.5 Woonwijken 1955 -nu in de Stedelijke Laag . In het Hoge Land Zuid liggen Vollenhove, Sint Jansklooster, Heetveld, Kadoelen, Poepershoek, Barsbeek, Leeuwte en De Krieger. 3.2.1.3 Ambitie Een aantrekkelijk, gezond, klimaatbestendig, duurzaam en kleinschalig mixlandschap waarin de oorspronkelijke structuren, contrasten en cultuurhistorische waarden herkenbaar en beleefbaar zijn.

Het gebied is aantrekkelijk om te wonen, werken en recreëren. 3.2.1.4 Richting voor de toekomst We zetten in op woningbouw op van nature hoger gelegen gebieden, zoals het Hoge Land. We onderschrijven de warme harten-strategie en de inzet op inbreiding. In diverse kernen in Steenwijkerland is de woningbouwbehoefte echter groot en zijn de mogelijkheden voor inbreiding beperkt. Om de toekomstige woningbouwopgave te realiseren en de leefbaarheid van de kernen te garanderen zijn ook uitleglocaties nodig. Er wordt gebouwd naar behoefte en voor de juiste doelgroep, zoals opgenomen in het woonbeleid. Natuurin clusief bouwen is nodig om te zorgen dat het voortbestaan van gebouwbewonende soorten, zoals vogels en vleermuizen, gewaarborgd wordt. a) Ontwikkelingen in het Hoge Land dragen bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van het karakteristieke landschap met de hoogteverschillen, en versterkt de beleving van de overgang tussen het Hoge Land en de omgeving. b) We zetten in op het behoud van bestaande agrarische bedrijven en stimuleren multifunctionele landbouw. Initiatieven voor schaalvergroting buiten het bouwvlak moeten aansluiten bij de kernkwaliteiten én het water- en bodemperspectief van het Hoge land. c) Als agrarische erven vrijkomen geven we ruimte voor transformatie van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB), bijvoorbeeld in de vorm van knooperven.

Bij knooperven gaat het om het hernieuwd gebruik en eigenaarschap van de vrijkomende agrarische erven. De nieuwe bewoners dragen daarbij zorg voor het omliggende landschap, de recreatieve toegankelijkheid en de versterking van eigenschappen van het landschap. Hiermee worden landschappelijke kwaliteiten versterkt en vindt er geen extra verstening plaats. d) We bieden ruimte voor nieuwe landgoederen op het Hoge Land en vernieuwing van bestaande landgoederen. We zien kansen voor het uitbreiden van het aanbod aan unieke verblijfsmogelijkheden in Steenwijkerland. Denk dan niet alleen aan mogelijkheden in het hoofdgebouw, maar ook aan vrijkomende historische agrarische erven en andere gebouwen op het landgoed. Deze gebruiksverandering kan bijdragen aan de duurzame instandhouding van de landgoederen op het Hoge Land.

15 e) Op het Hoge Land houden we rekening met de noodzaak (regen)water langer vast te houden. Dit betekent onder andere dat we bij initiatieven voor nieuwbouw of uitbreiding van bestaande bebouwing rekening houden met de (mogelijk) toekomstig benodigde ruimte voor het vasthouden van water in de (beek)dalen op het Hoge Land. f) Bij woonfuncties is er ruimte voor bed & breakfast-concepten als nevenactiviteit. Hiertoe zijn ook mogelijkheden op de landgoederen, bijvoorbeeld in het landhuis, op vrijkomende historische erven en in andere gebouwen op het landgoed. g) We bieden geen ruimte voor het omzetten van op verblijfsrecreatieterrein gelegen recreatiewoningen naar permanente bewoning. Nieuwe campings en recreatiewoningen staan we niet toe. h) We streven naar agrarisch grondgebruik dat past in een gezonde leefomgeving. Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, met name bij lelieteelt, wordt kritisch bekeken. i) Uitbreiding van bedrijventerreinen op het Hoge Land kan alleen als er ruimte is voor de lokale behoefte aan werklocaties. Voor regionale bedrijventerreinen zetten we in op de zone rond de A32. j) We zien kansen in de bossenstrategie van Rijk en provincie, onder andere in de combinatie met landbouw (agroforestry en voedselbossen) . De bossenstrategie moet zorgen voor meer bomen in Nederland, ten dienste van het vastleggen van extra broeikasgassen uit de atmosfeer.

De bossenstrategie biedt kansen om de kwaliteit en eigenheid van het Hoge Land te versterken, bijvoorbeeld door het herstel van houtwallen, lanen , bossen en het toestaan van agroforestry. Hiermee ontstaan ook kansen om de biodiversiteit te versterken. k) Steenwijkerland is omgeven door meerdere aantrekkelijke recreatieve bestemmingen in de aangrenzende provincies, zoals de Koloniën van Weldadigheid in Westerveld. Willemsoord is een van de drie vrije Koloniën van Weldadigheid. Samenwerking met bij de Koloniën van Weldadigheid betrokken partijen biedt kansen om potentiële bezoekers in een breder recreatieaanbod te voorzien. 3.2.1.5 Toelichting ad a Het Hoge Land is door zijn hoge ligging volgens het principe van water- en bodemsturing We onderschrijven de warme harten-strategie en de inzet op inbreiding. In diverse kernen in Steenwijkerland is de woningbouwbehoefte echter groot en zijn de mogelijkheden voor inbreiding beperkt. Om de toekomstige woningbouwopgave te realiseren en de leefbaarheid van de kernen te garanderen zijn ook uitleglocaties nodig. Er wordt gebouwd naar behoefte en voor de juiste doelgroep, zoals opgenomen in het woonbeleid. Natuurinclusief bouwen is nodig om te zorgen dat het voortbestaan van gebouwbewonende soorten, zoals vogels en vleermuizen, gewaarborgd wordt.

Natuurinclusief bouwen is essentieel om gebouwbewonende soorten zoals vogels en vleermuizen te beschermen. Dit draagt bij aan biodiversiteit en ruimtelijke kwaliteit. ad b Het Hoge Land kent een goed beleefbare geschiedenis en landschapsinrichting, zoals stuwwallen, beekdalen, essenlandschap en hoevenlandschap. Ontwikkelingen in het gebied versterken de beleving van hoogteverschillen en de overgang naar omliggende gebieden. Dit draagt bij aan de identiteit en ruimtelijke kwaliteit van Steenwijkerland. Beheer en herstel van landschapselementen zoals houtwallen, heggen en singels zijn cruciaal voor biodiversiteit en ruimtelijke kwaliteit. Deze structuren dragen bij aan de Groenblauwe dooradering en versterken de basiskwaliteit van de natuur. Onzorgvuldige omgang met deze landschappelijke elementen schaadt de biodiversiteit; onderhoud is afhankelijk van subsidies en vrijwilligers. ad c We willen dat het platteland leefbaar en vitaal blijft. Daarbij hoort een robuuste grondgebonden agrarische sector die zorgt voor voedselproductie, beheer van het landschap, maatschappelijke diensten, en bredere werkgelegenheid. De agrarische sector op het Hoge Land zal zich moeten doorontwikkelen om zich aan te kunnen passen aan de huidige en toekomstige milieueisen op het gebied van natuur,

16 waterkwaliteit, waterbeschikbaarheid, stikstof en klimaat. We zien daarbij kansen in multifunctionele landbouw. Boeren combineren de productie van voedsel en grondstoffen met andere diensten aan de samenleving, zoals natuurbeheer, recreatie en zorglandbouw. Dit is goed voor de economische vitaliteit van de bedrijven, maar ook goed voor een (be)leefbaar duurzaam platteland. Doorontwikkeling (zowel in de primaire productie als in de verbreding) kan gepaard gaan met schaalvergroting. Met initiatieven voor nieuwe bebouwing of activiteiten buiten het bouwvlak gaan we zorgvuldig om. De kernkwaliteit van het Hoge land is dat het kleinschalig, aantrekkelijk, en cultuurhistorisch waardevol is. Het perspectief voor water en bodem is dat water langer moet worden vastgehouden en dat we rekening moeten houden met droogte. De nieuwe ontwikkeling mag geen afbreuk doen aan deze kernkwaliteiten en perspectief. Dit staat los van de kwaliteitimpuls die wordt gevraagd. ad d Bij vrijkomende agrarische erven zetten we in op knooperven: hernieuwd gebruik met eigenaarschap waarbij bewoners zorgdragen voor landschap, toegankelijkheid en belevingswaarde. Dit voorkomt extra verstening en versterkt landschappelijke kwaliteiten. ad e Waardevolle landgoederen zoals De Bult, De Eese en De Oldenhofzijn cultuurhistorisch belangrijk.

Het inrichten van nieuwe landgoederen is toegestaan en draagt bij aan de omgevingskwaliteit. Gebruik van historische erven en gebouwen voor verblijfsmogelijkheden versterkt de duurzame instandhouding van deze landgoederen. Nieuwe perspectieven, zoals bijzondere belevingsvormen van erfgoed, zijn nodig voor beheer en onderhoud. ad f De landbouw en natuur op het Hoge Land zijn kwetsbaar voor droogte. Dit komt doordat op het Hoge Land geen wateraanvoer mogelijk is; de landbouw en natuur zijn hier afhankelijk van neerslag en grondwater. Met de toename van het aantal droge zomers waarin er geen of nauwelijks neerslag valt (en dus geen of nauwelijks wateraanvoer is), meer verdamping plaatsvindt en de grondwaterstanden dalen (ook door beregening van landbouwgronden), neemt het risico op droogteschade en het risico op natuurbranden toe. Bij aanhoudende droogte hebben we bovendien geen garantie dat er in de toekomst altijd voldoende drinkwater beschikbaar is. Het langer vasthouden van water op het Hoge Land zorgt ervoor dat het water de kans krijgt om in de bodem te infiltreren en zo droogteschade of erger voorkomen wordt. De (beek)dalen op het Hoge Land zijn open laagtes waar het water van nature naartoe stroomt. Hier liggen mogelijkheden om het water langer vast te houden, bijvoorbeeld door het stremmen, stuwen of verondiepen van beken als de Reune.

Door hier bij initiatieven voor nieuwbouw of uitbreiding van bestaande bebouwing rekening mee te houden blijft de bestaande ruimte beschikbaar. Zo voorkomen we bovendien een toename van het risico op wateroverlast en behouden we de afvoerfunctie van de beekdalen. Zeker gezien de klimaatverandering, waarbij naast de toename van het aantal droge zomers ook de extreme buien toenemen, is het van belang dat de bestaande ruimte in stand blijft en niet verder ingesnoerd wordt door bebouwing. ad g Bij woonfuncties is er ruimte voor bed & breakfast-concepten als nevenactiviteit. Dit geldt ook voor landgoederen, waar verblijfsmogelijkheden in het landhuis of op historische erven bijdragen aan recreatie en behoud van erfgoed. ad h Permanente bewoning op recreatieterreinen maakt deze minder aantrekkelijk voor recreanten. Daarom staan we geen omzetting van recreatiewoningen naar permanente bewoning toe. Nieuwe campings en recreatiewoningen worden niet toegestaan. Zie ook paragraaf 4.2.8 Verblijfsrecreatiegebieden. ad i Onze wens is een agrarisch grondgebruik dat past in een gezonde leefomgeving. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, met name bij lelieteelt, wordt kritisch bekeken. Inwoners maken zich zorgen over de gezondheidsrisico’s van met name gewasbeschermingsmiddelen in de lelieteelt.

Rijk en provincie Overijssel ontwikkelen nieuw beleid; we volgen de richtlijnen en sturen bij op basis van nieuwe inzichten. Op onze eigen pachtgronden staan we geen bollenteelt toe.

17 ad j Bedrijventerreinen op het Hoge Land bieden alleen ruimte voor nieuwe werklocaties bij lokale behoefte. Voor regionale bedrijfslocaties zetten we in op de zone rond de A32. In Oldemarkt en Vollenhove is er vraag naar ruimte voor lokale bedrijvigheid. Zie ook paragraaf 4.2.6 Bedrijventerreinen. ad k De bossenstrategie van Rijk en provincie biedt kansen voor het Hoge Land. Door herstel van houtwallen, lanen, bossen en het toepassen van agroforestry wordt CO₂ vastgelegd en biodiversiteit versterkt. Dit draagt bij aan klimaatadaptatie, leefomgeving en recreatie. Een natuurinclusieve inrichting biedt ruimte voor sport, beweging en ontspanning. ad l Steenwijkerland grenst aan recreatieve bestemmingen zoals de Koloniën van Weldadigheid in Westerveld. Willemsoord is een van de drie vrije koloniën. Samenwerking met betrokken partijen biedt kansen om bezoekers een breder recreatieaanbod te bieden en erfgoed beleefbaar te maken.

18 3.2.2 De Groene Schatkamer 3.2.2.1 Deelgebiedskaart 3.2.2.2 Identiteit en kernkwaliteiten Met iconen als Nationaal Park Weerribben -Wieden en Giethoorn heeft onze Groene Schatkamer internationale aantrekkingskracht op natuurliefhebbers en -recreanten. Het is het grootste aaneengesloten laagveenmoeras in Noordwest-Europa. Het betreft een unieke natuur met endemische soorten en het is een paradijs voor weidevogels, ganzen, de roerdomp, de purperreiger, de otter, insecten en (vuur)vlinders. Dit laagveenmoeras is niet alleen van betekenis voor het behoud van de bijzondere plant- en diersoorten die hier leven. Met de hoge water-, natuur- en landschappelijke kwaliteit is het gebied ook van grote betekenis voor de kwaliteit van de leefomgeving in Steenwijkerland, voor een goed vestigingsklimaat voor wonen en werken, en voor het toerisme. Het landschap is een afwisseling van petgaten, legakkers, kraggen, rietland, moerasbos, open water en wei - en hooiland . Dit landschap is ontstaan door onder andere vervening, door de oogst van riet en door begrazing. De vaardorpen en de structuren die ze onderling verbin den zijn van hoge cultuurhistorische waarde. In het landschap zijn ook nog Tjaskers, kleine watermolens, te vinden. De hoofdfunctie van het gebied is natuur.

Verankerd in dit unieke landschap liggen karakteristieke vaardorpen: organisch gegroeide linten van erven en bebouwing aan een natuurlijke of gegraven waterloop. Voorbeelden daarvan zijn de beschermde dorpsgezichten Giethoorn , Quote participatietraject: “Toerisme biedt kansen voor de regio, maar vraagt wel om duidelijke sturing. Zonder goede sturing komt er druk te liggen op kwetsbare natuurgebieden.”

19 Dwarsgracht en Jonen. Ook de dorpen en buurtschappen Belt -Schutsloot, Kalenberg , Ossenzijl , Muggenbeet, Ronduite, Blauwe Hand en Zuideinde zijn gelegen in de Groene Schatkamer. Giethoorn is het bekendste dorp in de Groene Schatkamer. Oorspronkelijk was dit een nederzetting van veenontginners en was Giethoorn meer naar het westen gelegen . In de loop der jaren is het dorp verplaatst. Het dorp is vooral bekend door de waterwegen, de bruggetjes en de punters. Giethoorn wordt door de vele bruggetjes ook wel Hollands Venetië genoemd. In Dwarsgracht, Giethoorn en Belt -Schutsloot vindt jaarlijks een gondelvaart plaats. Deze traditie is een mooi voorbeeld van de gemeenschapszin van de dorpen. Er worden veel uren gestoken in de bouw van de gondels. Dit gaat over van generatie tot generatie, en de saamhorigheid van de bouwgroepen is dan ook groot. De gondelvaart van Belt-Schutsloot is bovendien uniek door het gebruik van bloemen. 3.2.2.3 Ambitie Onze Groene Schatkamer functioneert als het grootste laagveenmoeras van Noordwest -Europa. De kwaliteit van dit gebied moet worden versterkt. We streven naar een robuust natuurlandschap, waarin het goed wonen, werken en recreëren is, met rust en ruimte om te ontspannen. Binnen de kaders van de beschermde natuurwaarden is de natuurbeleving uitstekend, zo is in het donker bijvoorbeeld de sterrenhemel te zien.

De cultuurhistorische waarden zijn herkenbaar en beleefbaar. 3.2.2.4 Richting voor de toekomst a) We zetten in op de doorontwikkeling van Nationaal Park Weerribben Wieden naar een Nationaal Park Nieuwe Stijl, waarbij we het unieke natuurgebied in verbinding brengen met het omliggende landschap en andere natuurgebieden. b) We zetten in op het behoud van bestaande agrarische bedrijven en stimuleren multifunctionele landbouw. Initiatieven voor schaalvergroting buiten het bouwvlak moeten aansluiten bij de kernkwaliteiten en het water- en bodemperspectief van de Groene Schatkame r, dit vraagt om zuinig ruimtegebruik en een zorgvuldige afweging. c) Om de leefbaarheid en functionaliteit van het gebied te vergroten, bieden we ruimte om solitaire recreatiewoningen om te zetten naar woonfuncties . Hierdoor creëren we nieuwe woonmogelijkheden zonder de natuur te belasten. Vanwege de lage ligging en de bijzondere ecologische en cultuurhistorische waarden van de Groene Schatkamer zijn er beperkte mogelijkheden voor woningbouw. Transformatie van vrijkomende agrarische bebouwing naar wonen biedt mogelijkheden. d) We stimuleren dat tradities zoals de gondelvaart worden voortgezet, een waardevol stuk immaterieel erfgoed dat de culturele identiteit van de regio versterkt.

e) Toerisme is een belangrijke pijler, maar om de druk op natuurgebieden te verminderen, zetten we in op verrijking van de bezoekerservaring door het beter verbinden van onze trekpleisters. Zo bieden we toeristen de gelegenheid om heel Steenwijkerland te beleven en versterken we het hele gebied economisch. Dit voorkomt piekbelasting en zorgt voor behoud van de rust en ruimte die dit gebied zo bijzonder maken. f) Het ambacht van rietsnijden koesteren we. Het is niet alleen van grote cultuurhistorische waarde, maar ook cruciaal voor het behoud van het karakteristieke landschap. g) Een unieke kwaliteit die we blijven beschermen, is de nachtelijke donkerte in de gemeente: een zeldzaam goed dat zowel mens als dier ten goede komt. h) Onze Groene Schatkamer heeft met iconen als Nationaal Park Weerribben -Wieden en Giethoorn een internationale aantrekkingskracht. Dit biedt niet alleen kansen voor natuur en landschap, maar ook voor de vrijetijdseconomie in Steenwijkerland. De vrijetijdseco nomie is een belangrijk aspect van het verdienvermogen en de werkgelegenheid in de gemeente, die op hun beurt de investeringscapaciteit voor het beschermen van de Groene Schatkamer vergroten.

20 i) De Groene Schatkamer biedt volop kansen voor het behoud van unieke en kenmerkende soorten en habitats behorend bij laagveen. Daarmee blijft het landschap, haar biodiversiteit en het unieke karakter van dit gebied behouden. Dit doen we door in samenwerking met andere partijen de groenblauwe dooradering te versterken, waardoor natuur en landschap beter met elkaar in verbinding komen. j) In de groene schatkamer houden we rekening met de noodzaak meer water vast te houden, als voorraad voor droge perioden. Dit betekent onder andere dat we de mogelijkheden onderzoeken om de lage plekken in het gebied in te zetten, waar een hoger waterpeil niet tot problemen leidt.. 3.2.2.5 Toelichting ad a Het Nationaal Park Weerribben-Wieden en De Wieden vormen samen een uniek Natura 2000-gebied binnen het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden. Nederland heeft zich verplicht tot het behoud van biodiversiteit door leefgebieden van planten en dieren te beschermen. Deze bescherming is essentieel voor de ecologische kwaliteit en voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Het ambacht van rietsnijden is van grote cultuurhistorische waarde en cruciaal voor het behoud van het karakteristieke landschap. Tegelijkertijd is werkelijk ecosysteemherstel complex. Door de afsluiting van de Zuiderzee is de natuurlijke dynamiek en nutriëntenuitwisseling verloren gegaan.

Zeldzame soorten in voedselarme moerassen zijn afhankelijk van intensief beheer zoals rietsnijden, het graven van petgaten en het maaien van hooilanden. Het rapport Bouwstenen Veenweidestrategie 2.0 biedt handvatten voor toekomstgerichte keuzes. ad b We willen dat het platteland leefbaar en vitaal blijft. Daarbij hoort een robuuste grondgebonden agrarische sector die zorgt voor voedselproductie, beheer van het landschap, maatschappelijke diensten, en bredere werkgelegenheid. De agrarische sector in de Groene Schatkamer zal zich moeten doorontwikkelen om zich aan te kunnen passen aan de huidige en toekomstige milieueisen op het gebied van natuur, waterkwaliteit, waterbeschikbaarheid, stikstof, klimaat en veenweide. We zien daarbij kansen in multifunctionele landbouw. Boeren combineren de productie van voedsel en grondstoffen met andere diensten aan de samenleving, zoals natuurbeheer, recreatie en zorglandbouw. Dit is goed voor de economische vitaliteit van de bedrijven, maar ook goed voor een (be)leefbaar duurzaam platteland. Doorontwikkeling (zowel in de primaire productie als in de verbreding) kan gepaard gaan met schaalvergroting. Met initiatieven voor nieuwe bebouwing of activiteiten buiten het bouwvlak gaan we zorgvuldig om. De kernkwaliteit van de Groene Schatkamer is dat het ecologische en cultuurhistorisch waardevol is.

Het perspectief voor water en bodem is dat water langer moet worden vastgehouden om verbranding van het veen te voorkomen. De provincie stelt dit perspectief vast met de actualisatie van het beheerplan Natura2000 en de Veenweidestrategie 2.0. De nieuwe ontwikkeling mag geen afbreuk doen aan deze kernkwaliteiten en perspectief. Dit staat los van de kwaliteitimpuls die wordt gevraagd. ad c De Groene Schatkamer ligt laag en is ecologisch en cultuurhistorisch zeer waardevol. Verdroging van veengronden leidt tot bodemdaling, verzakkingen van infrastructuur en extra CO₂-uitstoot door veenoxidatie. Het gebied ligt circa een meter hoger dan de aangrenzende polders, waardoor grondwater wegzijgt naar deze diep ontwaterde gebieden. Dit versterkt het verdrogingsproces. Alleen door het inpompen van oppervlaktewater vanuit het IJsselmeer via het Vollenhovermeer blijft het gebied nat. Dit water is echter voedselrijk, wat zeldzame plantengemeenschappen verstoort. Transformatie van bestaande agrarische bebouwing naar wonen is wenselijk, maar nieuwbouw is slechts beperkt mogelijk. ad d Tradities zoals gondelvaarten en corso’s zijn waardevol immaterieel erfgoed. Ze versterken de culturele identiteit van de regio en dragen bij aan sociale cohesie en het karakter van de Groene Schatkamer. ad e De Groene Schatkamer kent piekbelasting door toerisme, wat druk zet op natuur en leefbaarheid.

Door in te zetten op verrijking van de bezoekerservaring door het verbinden van onze parels en door

21 bezoekers via entreekernen naar ons Nationaal Park Nieuwe Stijl en duurzame vervoersmiddelen het gebied te laten verkennen, behouden we rust en ruimte. Het verbinden van iconen zoals Giethoorn en het Nationaal Park verrijkt de bezoekerservaring en versterkt de vrijetijdseconomie. ad f Het ambacht van rietsnijden is niet alleen cultuurhistorisch waardevol, maar ook essentieel voor het beheer van voedselarme moerassen. Zeldzame soorten zijn afhankelijk van actief onderhoud. Zonder dit beheer verdwijnen karakteristieke vegetaties en verliest het landschap zijn unieke identiteit. ad g Nachtelijke donkerte is een zeldzame kwaliteit die bijdraagt aan ecologische balans, rustbeleving en gezondheid. Behoud van duisternis vraagt om zorgvuldige afweging bij ruimtelijke ontwikkelingen en verlichting, zodat mens en dier profiteren van deze natuurlijke waarde. ad h Iconen zoals Nationaal Park Weerribben-Wieden en Giethoorn zorgen voor internationale aantrekkingskracht. Dit biedt kansen voor natuur, landschap en vrijetijdseconomie. De vrijetijdseconomie versterkt het verdienvermogen en de werkgelegenheid in Steenwijkerland, wat op zijn beurt de investeringscapaciteit vergroot voor het beschermen en versterken van de Groene Schatkamer. ad i Het versterken van het groenblauwe raamwerk biedt kansen om unieke soorten en habitats van het laagveen te behouden.

Door natuur en landschap beter met elkaar te verbinden, blijven de biodiversiteit en het kenmerkende karakter van het gebied behouden. Herstel van voedselarme moerassen is afhankelijk van intensief beheer. Zonder natuurlijke dynamiek blijft het ecosysteem kwetsbaar en afhankelijk van menselijk ingrijpen. ad j. In droge zomers is nu al aanvoer van IJsselmeerwater (vanuit het Vollenhovermeer) nodig om verdroging van de veenbodem in de Groene Schatkamer te voorkomen. We moeten rekening houden met de mogelijkheid dat dit water in de toekomst minder of niet altijd beschikbaar is, onder andere door de toename van het aantal droge zomers en de toenemende vraag naar grondwater voor drinkwater door bevolkingsgroei. Verdroging van de veenbodem is een probleem omdat dit zorgt voor bodemdaling, met verzakkingen van wegen, riolering en mogelijk ook gebouwen als gevolg. Daarnaast treedt extra CO2-uitstoot op door veenoxidatie. CO2 is een broeikasgas dat bijdraagt aan de klimaatverandering. Fig. x: Het risico op verdroging van de veenbodem in de groene schatkamer heeft o.a. te maken met het feit dat het gebied circa een meter hoger ligt dan de aangrenzende polders. Deze hogere ligging én het verschil in de grondwaterstanden tussen de veenmoerassen en de aangrenzende - diep ontwaterde - polders zorgen voor wegzijging (of: het weglekken) van grondwater naar de lager gelegen polders.

22 De mogelijkheden om meer water vast te houden om droge periodes te overbruggen zijn binnen de Groene Schatkamer beperkt; de laag liggende bebouwing hier is kwetsbaar voor wateroverlast. Om wateroverlast te voorkomen zijn de Beulakerpolder en de polders Wetering-Oost en -West ingericht om periodiek water op te kunnen vangen. Mogelijk is het een optie om deze polders ook in te zetten om water vast te houden; water dat dan gebruikt kan worden in perioden van droogte. Dit vraagt nader onderzoek. Daarbij vinden we het ook belangrijk om een relatie te leggen met de keuzes of ‘structurerende maatregelen’ die nog onderzocht worden om de bestaande problemen met bodemdaling en veenoxidatie aan te pakken; mogelijk kan het vasthouden van water hier ook een bijdrage leveren in de aanpak van de veenweideproblematiek (zie paragraaf 3.2.6 De polders rondom Scheerwolde). De integrale afweging met andere functies en opgaven moet nog plaatsvinden. Daarin denken we als gemeente mee en brengen we de belangen van onze inwoners en ondernemers in. Naar verwachting nemen Provinciale Staten eind 2026 een besluit over de structurerende maatregelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Paginanummers tellen de pagina's van het PDF, niet de nummers die op de pagina's gedrukt staan. Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/ce61a4b2-f363-46a7-af7a-d45d90cb525d?agendaItemId=f24e2796-d520-44b3-9918-a99613472e91