Onderzoek vrijwilligersvergoeding Sociaal Domein.pdf
Tekst van het document
Onderwerp : vergoeding commissieleden ( Sociaal Domein) Aanleiding: mail vergoeding leden WMO raad Van de heer Houter, voorzitter van de Wmo raad hebben wij een mail ( Bijlage 1) gekregen over de vergoeding aan leden van de commissie Wmo raad. Deze vergoeding bedraagt conform de circulaire van BZK ( jaarlijkse bijstelling) € 75,05 per vergadering. Deze vergoeding wordt jaarlijks via een IB 47 formulier als “inkomsten voor overige werkzaamheden” opgegeven bij de belastingdienst. Probleem: De voorzitter van de raad stelt dat voor de meeste personen dit niet tot problemen leidt, maar wel voor de personen die geen belastingaangifte doen en personen die een bijstandsuitkering genieten. Volgens de Wmo raad is het mogelijk om desbetreffende vergoeding te classificeren onder “vrijwilligersvergoeding”. In het minste geval zouden deze personen heel weinig overhouden van de betaalde vergoeding, in het ergste geval dat zij er zelfs op achteruit gaan. Wij hebben de heer Houter bericht dat wij het verzoek zullen onderzoeken. Vervolgens hebben wij dit voorgelegd aan onze belastingadviseur EFK. ( zie bijlage 2), antwoord ( zie bijlage 3) Dit “probleem” zou zich kunnen voordoen bij meer commissies. Binnen de gemeente wordt met meer commissies gewerkt.
Dit zijn: • De commissie bezwaar en beroepschriften ( Algemene kamer, Sociale kamer, Personele kamer ) • Commissie oudheidkamer • Commissie beeldende kunst • Commissie straatnaamgeving • Commissie welstand en monumenten • Raadscommissie ( burgerleden) • Wmo raad De conclusie van de belastingadviseur is dat in onze situatie we ons in een grijs gebied begeven als het gaat om de kwalificatie “vrijwilligersvergoeding”. Als wij dit nader zouden kwantificeren zou de gemeente per commissielid ( van alle commissies) een opgave van de vergaderingen, de tijdsbesteding dienen te ontvangen. Daarnaast zou per commissie bepaald moeten worden en uitgesproken dat voor verschillende commissies, verschillende uurtarieven “vrijwilligersvergoeding” moeten gelden omdat er sprake is van verschillende niveaus van werkzaamheden uitgevoerd in de betreffende commissies. Zouden wij dit willen uitvoeren bestaat er nog het probleem dat de belastingdienst niet akkoord gaat met onze zienswijze en alsnog niet kan worden aangemerkt als “vrijwilligersvergoeding”. Ook moeten we vaststellen dat bij 2 vergaderingen in 1 maand sowieso er geen sprake kan zijn van een vrijwilligersvergoeding omdat deze dan de norm van € 95 overschrijdt.
Dit is ook de reden dat de gemeente Steenwijkerland ALLE vergoedingen aan commissieleden, ongeacht de omvang van het werk en het niveau van de werkzaamheden eenduidig opgeeft aan de belastingdienst. Het staat leden van de commissie vrij om middels een aangifte gemaakte kosten, tijdsbesteding, reiskosten etc ook aan te geven. Het risico wordt hierdoor verlegd naar de belastingplichtige. Dit is ook terecht omdat de gemeente geen verantwoordelijkheid kan nemen over de individuele situatie. Ten aanzien van de bijstand is het een ander verhaal volgens de adviseur. Deze kent geen uren- criterium. De IGSD zou vergoedingen beneden de € 95 per maand, maximum van € 764 per jaar NIET mogen korten op de uitkering. Deze norm wordt nog verhoogd indien de IGSD deze werkzaamheden noodzakelijk acht voor re-integratie. Dan geldt de norm van maximaal € 150 per maand en maximaal € 1.500 per jaar Wij komen derhalve tot de conclusie dat de opgave van de commissievergoedingen op de huidige wijze dient te worden gecontinueerd. Wel moeten we hierbij vermelden dat wij het ook kunnen voorleggen aan de belastingdienst zelf. Voorwaarde is dan evenwel dat wij op voorhand moeten bepalen en toelichten waarom er naar onze mening er sprake is van een “vrijwilligersvergoeding” of “inkomsten voor overige werkzaamheden”.
Gezien het advies van EFK kunnen wij naar onze mening geen goede onderbouwing geven waarom er sprake zou zijn van een vrijwilligersvergoeding. Advies: Opgaven van vergoedingen aan commissieleden op de huidige wijze handhaven. De Wmo raad hiervan schriftelijk in kennis stellen. Bijlage 1 Mail Vergoeding Wmo raad Deze mail is niet bedoeld voor het weekend maar voor jouw eerstvolgende werkdag. Het gaat om de bezoldiging van de leden van de Wmo-raad/Adviesraad sociaal domein. In maart hebben de leden een brief gekregen met daarin de opgaaf uitbetaalde bedragen 2014. (Behandeld door B.M. Kuipers zaaknummer 121261.) In deze brief staat dat de gemeente opgaaf doet aan de belastingdienst van de uitbetaalde bedragen. Dat betekent, en dat staat ook in de brief, dat wij in onze aangifte inkomstenbelasting het ontvangen bedrag moeten opgeven onder ‘Inkomsten uit overige werkzaamheden’. Dat is voor de meeste leden geen probleem. (Dirk ( lid van de WMO raad ) heeft contact met de belastingdienst gehad en het mag onder vrijwilligerswerk opgevoerd worden.) Voor degenen die geen aangifte inkomstenbelasting doen ligt het anders. Het bedrag wordt automatisch bij het inkomen opgeteld en er wordt belasting over geheven. En voor de mensen met een uitkering, bijstand of wat dan ook, kan dat hele vervelende gevolgen hebben.
In het minste geval dat zij heel weinig overhouden van de betaalde vergoeding, in het ergste geval dat zij er zelfs op achteruit gaan. Dat kan niet. Met de ontwikkeling van het cluster Participatie komen er mogelijk meer leden met een uitkering in de Adviesraad. Die lopen dan tegen dat probleem aan. Het voorstel van onze kant is om de uitkering als een vrijwilligersvergoeding te boeken. Mensen met een uitkering mogen zonder gevolgen een bedrag van maximaal € 764,00 per jaar vergoeding voor vrijwilligerswerk ontvangen. Ik heb dit wat uitgebreid opgeschreven omdat ik je wil vragen ons voorstel voor te leggen aan de mensen die hier beslissingen over kunnen nemen. Ik heb gister geprobeerd over deze zaak de betreffende ambtenaren te spreken te krijgen maar dat lukt mij niet. Lukt het via deze weg ook niet dan ga ik een officieel voorstel aan het college doen. Met vriendelijke groet, Henk Bijlage 2 Vraag aan belastingadviseur Graag vragen wij uw aandacht voor het volgende. Binnen de gemeente wordt gewerkt met verschillende (advies) commissies. Voor de werkzaamheden binnen deze commissies vergoeden wij een bedrag van € 75.05 per vergadering, overeenkomstig de circulaire van BZK dd 28 november over de vergoeding van commissieleden. Wij geven jaarlijks deze uitgekeerde vergoedingen op via een IB47.
Nu is er door een commissie een vraag gesteld inzake de vergoeding van een commissielid, die een uitkering geniet. Ook deze geven wij op via een IB 47 onder de omschrijving Inkomsten uit overige werkzaamheden . De commissie geeft aan dat dit niet meer zou behoeven plaats te vinden omdat er voor deze groep een vrijwilligersvergoeding vrijgesteld bedrag van € 95 per mnd geldt met een maximum van € 764 per jaar. In eerste instantie zou dit aannemelijk klinken. Bij het raadplegen van de site van de belastingdienst wordt voor deze vrijwilligersvergoeding 2 voorbeelden gegeven tw 1 waarbij geen uurtarief is afgesproken 2 waarbij wel een uurtarief is afgesproken. Bij de vergoedingen voor een commissielid wordt een vergoeding toegekend per vergadering en niet per uur. Optie 1 dus. Bij deze voorbeelden wordt bij optie 1 geen voorbeeld gegeven waarbij sprake is van een commissielid, die een uitkering geniet. De voorbeelden zijn: Site Belastingdienst: Voorbeelden waarin u geen vergoeding per uur hebt afgesproken Voorbeeld 1: vrijwilligersvergoeding U werkt als vrijwilliger bij een vereniging. U bent bestuurslid en u ontvangt daarvoor € 125 per maand. U hebt een vrijwilligersvergoeding. Voorbeeld 2: geen vrijwilligersvergoeding U bent advocaat en u werkt als vrijwilliger bij een stichting. Namens de stichting dient u bij de rechtbank een pro forma bezwaar in.
Dit kost u 5 minuten van uw tijd. De stichting betaalt u daarvoor éénmalig een bedrag van € 150. Deze vergoeding is te hoog voor de omvang en het tijdsbeslag van het werk. U hebt geen vrijwilligersvergoeding. De verwarring ontstaat omdat bij de voorbeelden enkel personen met een baan worden gegeven. Hierbij geldt ook nog eens een ander bedrag per mnd en per jaar ( tw € 150 per mnd en € 1.500 per jaar) Vraag: Voorbeeld Een commissielid met een uitkering ontvangt per vergadering een vergoeding van € 75.05. In een jaar zijn er 7 vergaderingen en een studiedag ( max 1 per maand) De vergaderingen duren 3 uren en de studiedag 8 uren , totaal 29 uren exclusief voorbereiding van de vergaderingen. Totale vergoeding € 600.40. Is er sprake van een vrijwilligersvergoeding? Of niet? Kan de vergoeding voor commissieleden gezien worden als een vrijwilligersvergoeding? Betreft presentiegeld ad € 75,05 per vergadering van 3 uur exclusief voorbereiding. Ook al zou je ook 3 uur voorbereiding hebben, dan kom je op een uur bedrag van € 12,50 en dat is ruim meer dan € 4,50 die de Belastingdienst als grens stelt bij bijvoorbeeld vergoeding werkzaamheden stembureau.
Heb jij een motivatie waarom de commissievergoeding onder de (onbelaste) vrijwilligers- vergoeding zou moeten/kunnen vallen? Bijlage 3 Antwoord belastingadviseur Er zit een verschil in behandeling van de vrijwilligers vergoedingen voor de loonheffing en voor het aanmerken als inkomsten in het kader van een bijstandsuitkering. Voor de loonheffing mag de vergoeding geen redelijke vergoeding zijn die in verhouding staat tot de verrichte werkzaamheden en bovendien mag het totaal van de ontvangen vergoeding geen wezenlijk bestanddeel vormen van het inkomen. Om het eerste criterium te toetsen wordt er een link gelegd tussen het aantal uren en de hoogte van de vergoeding als deze aan het aantal uren is gekoppeld. Voor jeugdigen geld dan een maximum uurvergoeding van 2,50 en voor personen van boven de 23 een maximum van 4,50 per uur. Dus tot dat bedrag is sprake van een bescheiden bijdrage in de kosten en geen reële vergoeding voor verrichte werkzaamheden welke als overeengekomen loon moet worden aangemerkt. Daar boven gaat de belastingdienst ervan uit dat sprake is van een loon afspraak. Als er helemaal geen afspraken zijn gemaakt over het aantal uren en het bedrag per uur komt deze toetsing in beginsel te vervallen tenzij in redelijkheid kan worden vastgesteld wat het aantal bestede uren is ten opzichte van de vergoeding.
De vergoeding is dan gekoppeld aan een bepaalde activiteit waarvan kan worden vastgesteld wat de tijdsbesteding is. Vervolgens moet het totaal van de vergoeding per maand c.q. per jaar worden getoetst en mag niet meer zijn dan 150 c.q. 1500. Daar boven wordt het namelijk een reëel bestanddeel van het inkomen. In jullie casus kom je in een grijs gebied. Als je stelt dat de uren niet zijn vastgesteld en de vergoeding niet is gekoppeld aan inzet uitgedrukt in uren dan zou je alleen de tweede toetsing behoeven uit te voeren en zit je goed. Echter als duidelijk kan worden vastgesteld dat er niet meer dan zes uur gewerkt hoeft te worden en je zou daardoor op een bedrag van 12,50 per uur uitkomen dan zou je te hoog zitten. Het is dan echter nog steeds de aanname van de belastingdienst dat de vergoeding een reële vergoeding voor de verrichte arbeid dus een overeengekomen loon is. Je kan dat nog steeds ter discussie stellen want het kan best zijn dat de aard van de werkzaamheden van dien aard is dat 12.50 per geen redelijke loonvergoeding is. Als het werk van academisch niveau is dan zou het best kunnen zijn dat dit nog steeds een zeer lage vergoeding is welke in geen verhouding staat tot de verrichte werkzaamheden. Je ziet dit heel goed terug in het voorbeeld van de advocaat die een beroepschrift indient voor vijf minuten werk en daarvoor 150 ontvangt.
Dit is zelfs voor een advocaat een zeer royale uurvergoeding (€ 3000 per uur). Als hij een volledig beroepschrift had opgesteld en ingediend voor 150 en daarmee 10 uur was bezig geweest dan zou de uitkomst van het voorbeeld wel eens heel anders zijn geweest. Je moet dus als argumentatie aangeven dat er geen afspraken zijn gemaakt over een vergoeding per uur maar dat er sprake is van een vastgestelde vergoeding per commissie vergadering welke neem ik aan een bepaalde frequentie hebben plus eventueel 1 studie dag maar dat dit tevens omvat alle tussen liggende werkzaamheden als commissielid zoals telefonisch contacten onderling en contacten per e-mail voorbereiding enz. enz. Dat daarvan niet exact de totale tijdsbesteding kan worden vastgesteld en per commissie lid ook behoorlijk kan verschillen.
Bovendien zou je dan moeten stallen dat als al een minimale tijdsbesteding wordt vastgesteld deze ten minste uitkomt op x zodat de vergoeding per uur niet meer is dan 12,50 (liefst dit bedrag zo laag mogelijk zien te krijgen denk bij voorbereiding dus ook aan andere tussentijdse activiteiten zoals telefonisch overleg met commissieleden en derden of per e-mail, reistijd voor bezoek vergaderingen) Vervolgens moet je stellen dat de aard van de functie binnen de commissie van dien aard is dat voor die vereiste kwaliteiten de maximaal berekende vergoeding per uur zeer laag is en geen normaal loon kan vormen voor die specifieke werkzaamheden. Terug gerekend naar een uur vergoeding heb je dus wat meer speelruimte als het gaat om deelname aan de commissie voor bezwaarschriften waarbij je bijvoorbeeld van het commissie lid vraag dat hij een academische juridische achtergrond heeft zoals bijvoorbeeld een advocaat of notaris dan bijvoorbeeld de commissie voor het organiseren van een evenement in de stad en waarbij van de vrijwilliger alleen maar vraagt om tijdens het evenement de dranghekken te plaatsen en het vuil na afloop te helpen opruimen, zeker als dit ook nog eens door jongeren wordt gedaan. Je moet dus goed onderzoeken wat de vereiste kwaliteiten zijn voor de deelname aan de commissie en dan het goede verhaal erbij maken.
De door de belastingdienst aangegeven normen zijn de ondergrenzen. Als je daarbinnen blijft heb je geen discussie. Je komt erboven dus dan moet je je wapenen om de discussie in je voordeel te beslechten. De bijstand is een ander verhaal. Deze kent geen uren criterium. Alleen het criterium van 95 per maand met een maximum van 764 per jaar. Kom je daarboven wordt ervan uitgegaan dat sprake is van inkomsten die worden gekort op de uitkering tenzij de gemeente de werkzaamheden noodzakelijk vindt voor de re-ïntegratie. Dan gelden als maxima 150 c.q. 1500. Het zijn dus min of meer twee afzonderlijke regelingen. De vergoedingen hebben dus zonder meer geen gevolgen voor de uitkering, maar dat garandeert nog niet dat er geen loonheffing moet worden ingehouden.