CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

OMG.BOPA-Bijlage-6-Uitgangpuntennotitie-waterschap.pdf-(1)-(Geanonimiseerd)

Politieke Markt 2 september 2025, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Aanvraag omgevingsvergunning voor het realiseren van een overdekt zwembad met bijbehoren, Paasloërweg 12 Paasloo3.888 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Watertoets - Normale procedure Versie 2024 Inhoudsopgave 1. Watertoets 1. 1. Doel en inhoud van het document 1. 2. Vervolg van het document 3 3 3 2. Bestaande situatie 2. 1. Watertoets Rectratiepark De Eikenhorst 2. 2. Bestaande waterhuishouding 5 5 5 3. Uitgangspunten voor het plan 3. 1. Uitgangspunten op inrichtingenniveau 3. 2. Watersysteem 3. 3. Overbelasting watersysteem 3. 4. Locatiekeuze gevoelige gebieden voor wateroverlast 3. 5. Waterkwaliteit 3. 6. Riolering 7 7 7 8 9 9 11 4. Vervolg watertoets 4. 1. Informeel overleg over de uitgangspunten 4. 2. Beoordeling en officieel wateradvies 4. 3. Omgevingsvergunning 13 13 13 13 Watertoets - Normale procedure pagina 2 1. Watertoets Water is een belangrijke drager van de ruimtelijke kwaliteit in de fysieke leefomgeving. Vanuit de omgevingswet dienen de overheden bij de beoordeling van de fysieke leefomgeving de ‘weging van het waterbelang’ mee te nemen. Voor het beoordelen van het waterbelang dient het bevoegd gezag afstemming te zoeken met het waterschap. Om hier invulling aan te kunnen geven vraagt het Waterschap Drents Overijsselse Delta bij aanvang van een initiatief voor een omgevingsplanactiviteit of een voorgenomen ontwerp (wijziging) van en omgevingsplan een watertoets in te dienen , zodat de weging van het waterbelang in een vroeg stadium kan worden meegenomen en kan worden uitgewerkt.

Het beleid van Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDODelta) is beschreven in het Waterbeheerprogramma 2022-2027 en de Kadernotitie Stedelijk Water. Een goede vertaling van het beleid naar deze uitgangspuntennotitie is afhankelijk van de informatie die de initiatiefnemer van het plan heeft aangeleverd. 1. 1. Doel en inhoud van het document Het doel van de uitgangspuntennotitie is om in de initiatieffase/ontwerpfase van een plan bruikbare informatie aan te leveren voor de waterhuishouding in en rond het plangebied. Deze uitgangspuntennotitie bevat: De bestaande waterhuishouding van het plangebied (paragraaf 2. 1); Concrete uitgangspunten voor het plan waarmee u de waterhuishouding regelt (Hoofstuk 3); Informatie over het vervolg van de watertoets en de uiteindelijke beoordeling van WDODelta in het kader van de watertoets (Hoofstuk 4). • • • 1. 2. Vervolg van het document Het is de bedoeling dat de u de uitgangspuntennotitie uitwerkt voordat de casus wordt besproken bij een omgevingstafel en deze bijvoegt bij de aanvraag van een (buitenplans) omgevingsplanactiviteit , wijziging van het omgevingsplan of projectbesluit. Watertoets - Normale procedure pagina 3 Beschikbare gegevens Sommige gegevens die u kunt gebruiken voor het plan , zijn digitaal beschikbaar. Hieronder vindt u een omschrijving van verschillende gegevens.

Keur en Legger oppervlaktewater en waterkeringen Op de website van WDODelta vindt u een geoportaal met de Legger. De Legger bestaat uit kaarten en tabellen met de volgende gegevens: de locatie van wateren en dijken; de eisen (vorm en afmetingen) waaraan wateren en dijken moeten voldoen; de ruimte die we rond de dijken reserveren voor toekomstige dijkversterkingen; wie het onderhoud uitvoert (als de onderhoudsplichtige niet is opgenomen , dan geldt de Keur) - - - - In de Waterschapsverordening (voorheen Keur) staan regels: over het voorkomen van schade aan onder andere dijken en oevers; over het onderhoud van onder andere sloten , beken en rivieren; over het gebruik van grondwater en water uit sloten. - - - ArcGIS Online Diverse gegevens ontsluiten wij via het webportaal van ArcGIS Online. www. klimaateffectatlas. nl In de klimaateffectatlas ziet u de lokale situatie voor neerslag en hitte in het stedelijk gebied. Deze gegevens geven een goed inzicht in mogelijke risico’s bij hoosbuien of extreme hitte. De klimaateffectatlas kan helpen om bestaande risico’s , of risico’s die voortkomen uit de ruimtelijke ontwikkeling , te minimaliseren.

Daarnaast zijn in samenwerking met gemeenten en de provincie klimaatatlassen ontwikkeld die een breder beeld geven van de gevolgen van klimaatverandering: Fluvius (Zuidwest-Drenthe en Noordwest-Overijssel) RIVUS (West-Overijssel) - - Provincie Overijssel Provincie Overijssel heeft vanuit de ruimtelijke verordening een eigen set kaarten toegevoegd , die met name voor het helder definiëren van het toepassingsbereik van bepalingen onmisbaar zijn. Algemene Hoogtekaart Nederland Om een indicatief beeld van de hoogteligging van het plan te krijgen adviseren we om gebruik te maken van de Algemene Hoogtekaart Nederland. U kunt op deze site uw locatie aanwijzen om de exacte hoogte te bepalen. Bodem en grondwaterstanden provincie Overijssel Informatie over de bodem en grondwaterstanden is te vinden op de website van Provincie Overijssel. Bodem en grondwaterstanden provincie Drenthe Informatie over de bodem en grondwaterstanden is te vinden op de website van Provincie Drenthe. Watertoets - Normale procedure pagina 4 2. Bestaande situatie 2. 1. Watertoets Rectratiepark De Eikenhorst Het plan ligt aan de Paasloerweg 12 te Paasloo in de gemeente Steenwijkerland. De initiatiefnemer heeft het plan als volgt omschreven: Realiseren van een buiten- en binnenzwembad. 2. 2. Bestaande waterhuishouding Het plan ligt in het (deel)stroomgebied Boezem Nw.

Voor het plan is het van belang of er rond het 1 2 plangebied oppervlaktewaterlichamen , ook wel watergangen genoemd , en/of een bergingsgebied aanwezig zijn. Bij watergangen wordt er onderscheidt gemaakt in A- en B-oppervlaktewaterlichamen. Binnen het plangebied liggen A- of -B-oppervlaktewaterlichamen die WDODelta beheert. Het peilgebied bevat één peilvak(ken) en heeft een maximumpeil van NAP -073 m. Dit peil is de instelhoogte bij een peilscheidend kunstwerk. Lokaal kunnen er verschillen optreden in het peil , afhankelijk van de afstand tot de instelhoogte. Figuur 1 - Kaartbeeld bestaande waterhuishouding rond het plangebied. - De hoogte van het maaiveld ligt gemiddeld op ongeveer NAP +35 m. , De bodem (deklaag) bestaat voornamelijk uit kalkloze zandgronden. Voor een analyse van diepere grondlagen kan gebruik worden gemaakt van Dinoloket. De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) ligt op 60 tot 80 cm onder het maaiveld. - - 1 Samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water , met de daarin aanwezige stoffen , en de bijbehorende bodem en oevers , alsmede flora en fauna.

2 Gebied waaraan op grond van de Omgevingswet een functie voor waterstaatkundige doeleinden is toegedeeld , niet zijnde een oppervlaktewaterlichaam of onderdeel daarvan , dat dient ter verruiming van de bergingscapaciteit van een of meer watersystemen en dat ook als bergingsgebied op de legger is opgenomen Watertoets - Normale procedure pagina 5 Let op: Door de aanwezigheid van slecht doorlatende (klei) lagen kunnen schijngrondwaterstanden tot dicht onder het maaiveld voorkomen. Bij extreme neerslag wordt wateroverlast in of bij het plangebied verwacht (zie https://www. klimaateffectatlas. nl/nl/). - Figuur 2 – kaartbeeld wateroverlast rond het plangebied (hevige bui: 70 mm/2 uur). Watertoets - Normale procedure pagina 6 3. Uitgangspunten voor het plan 3. 1. Uitgangspunten op inrichtingenniveau De uitgangspunten in dit hoofdstuk verwerkt de initiatiefnemer in het inrichtingsplan of ruimtelijke onderbouwing. Dat houdt in dat de initiatiefnemer aangeeft hoe hij of zij met de uitgangspunten omgaat en op welke manier deze vertaalt naar het plangebied. De initiatiefnemer kan in samenwerking met de gemeente bij ons advies vragen over waterhuishoudkundige maatregelen. Doorvertaling van de uitgangspunten naar maatregelen in het plan vindt plaats in samenwerking met het waterschap.

In deze uitgangspuntennotitie worden de volgende thema’s behandeld: Watersysteem Overbelasting watersysteem Locatiekeuze gevoelige gebieden voor wateroverlast Waterkwaliteit Riolering • • • • • Deze uitgangspunten werken we hieronder verder uit. Het is nodig om in de plannen de uitgangspunten uit te werken. In de vervolgfase beoordeelt WDODelta de onderbouwing. 3. 2. Watersysteem Het watersysteem is het samenhangend geheel van één of meer oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen , met bijbehorende bergingsgebieden , waterkeringen en ondersteunende kunstwerken. Het is van belang om de aan- en afvoer van voldoende water via het watersysteem te kunnen waarborgen. Daarnaast is het waarborgen van de kwaliteit en ruimte voor water van groot belang. Oppervlaktewaterlichamen (watergangen) 3 Binnen het plangebied ligt een beperkingengebied van een A-watergang (met een beschermingszone) en/of B-watergang van WDODelta , zoals weergegeven in figuur 1. Het beperkingengebied bij een A- watergang bestaat uit de watergang (van insteek tot insteek) en de beschermingszone , zoals aangegeven in onderstaande afbeelding. Bij een B-watergang bevat het beperkingen gebied alleen de B-watergang. Het is noodzakelijk dat de functie van deze watergang(en) altijd is gegarandeerd. Binnen beperkingsgebieden gelden regels om de functie van deze watergangen te borgen.

De regels zijn opgenomen in de Waterschapsverordening. 3 Bij of krachtens de Waterschapsverordening aangewezen gebied waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object Watertoets - Normale procedure pagina 7 Voor activiteiten binnen het beperkingengebied van een watergang doet u , afhankelijk van de activiteit die u wil gaan doen , een melding of een aanvraag voor een omgevingsvergunning bij WDODelta. Meer informatie vindt u hier op onze website: vergunningen. Lozingsactiviteiten (waterkwaliteitsbeheer) is van toepassing op alle typen oppervlaktewaterlichamen (A- , B- en overige oppervlaktewaterlichamen) in het watersysteem. Criteria oppervlaktewaterlichamen: A-oppervlaktewaterlichamen (25 l/s afvoer gedurende gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar): > Dit zijn watergangen waar wij verantwoordelijk zijn voor de inrichting en het beheer en onderhoud. B-oppervlaktewaterlichamen (10 l/s afvoer en < 25 l/s gedurende gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar): > Wij zijn verantwoordelijk voor de inrichting en het beheer , maar de aanliggende eigenaar van de 4 watergang is verantwoordelijk voor het onderhoud (we noemen dat onderhoudsplichtig). Op de B- watergangen wordt door het waterschap toezicht gehouden (dit noemen wij schouw).

Overige oppervlaktewaterlichamen , ook wel C-watergangen genoemd (10 l/s afvoer gedurende < • • • gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar): De aanliggende eigenaar is verantwoordelijk voor het onderhoud. Er geldt geen onderhoudsverplichting en wij houden geen toezicht of het onderhoud goed wordt uitgevoerd , behalve als de C-watergang in beheer is van WDODelta en met de omgeving onderhoudsafspraken zijn gemaakt. 3. 3. Overbelasting watersysteem Bij kortstondige buien van geringe of enige intensiteit mag u hemelwater dat niet lokaal kan worden verwerkt , afvoeren , zonder dat dit leidt tot wateroverlast benedenstrooms van het plangebied. Bij extreme kortstondige buien , verblijft water voor korte tijd op het maaiveld , zonder dat dit tot overlast leidt. De ontwikkelaar houdt rekening met de randvoorwaarden die zowel wij als de gemeente stelt aan het voorkomen van wateroverlast. U houdt rekening met de randvoorwaarden die gemeenten stellen aan: Vasthouden-bergen-afvoeren; Benutten , lokaal verwerken of vertraagd afvoer van hemelwater op percelen en in de openbare ruimte; Gescheiden houden van hemelwater en rioolwater; Capaciteitseisen voor de afvoer van hemelwater; Eisen die aan woningen , andere kwetsbare functies en openbare ruimte worden gesteld ter voorkoming van wateroverlast.

• • • • • Achterliggende gedachte hierbij is dat hemelwater niet meer afgevoerd mag worden op het riool en uitgangspunt moet zijn het watersysteem te ontlasten en gebiedseigen water daar vast te houden waar het valt. Compensatie nieuwbouw kleine plannen en uitbreidingslocaties (Stedelijk gebied & landelijk gebied < 500 m) 2 Voor kleine(re) plannen geldt als regel dat 10% van het verharde oppervlak wordt ingezet voor berging ter compensatie voor de versnelde afvoer van het afstromende hemelwater. In het plan wordt een verhard 2 oppervlak van ongeveer 350 m gerealiseerd. Dit houdt in dat een waterbergend oppervlak van ongeveer 2 35 m wordt aangelegd waarin maximaal 30 cm peilstijging is toegestaan. Geadviseerd wordt om de 4 Onderhoud is het totaal van activiteiten met als doel , het in " een aanvaardbare conditie " houden of terugbrengen van de watergang. Specifieke kenmerken van deze conditie worden afgestemd met het waterschap. Watertoets - Normale procedure pagina 8 waterberging te ontwerpen op basis van bij voorkeur een vertraagde afvoer , een infiltratiesituatie. Hoe dit wordt gerealiseerd dient bij de ruimtelijke onderbouwing van het plan te zijn uitgewerkt.

Grondwateroverlast en kwel Grondwateroverlast bij bebouwing: In gebieden waar grondwateroverlast op kan treden , adviseren wij de volgende voorkeursvolgorde toe te passen: (1) kruipruimte loos bouwen of het (2) ophogen van het plangebied. Om een goed inzicht te krijgen in het grondwatersysteem adviseren wij om in overleg met ons zo spoedig mogelijk te starten met een grondwateronderzoek. Dit kan in eerste instantie op basis van bestaande peilbuizen binnen of in de omgeving van het plangebied. Indien noodzakelijk kan de initiatiefnemer nieuwe peilbuizen plaatsen. Mogelijk hebben wij ook peilbuizen op de locatie staan. Aanleghoogte van bebouwing: Voor de aanleghoogte van gebouwen (onderkant vloer begane grond) adviseren wij een aanleghoogte van de vloer van minimaal 80 cm ten opzichte van de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kunt u volstaan met een geringere ontwateringsdiepte (verschil grondwaterstand en maaiveld). Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen , adviseren wij om een drempelhoogte van 30 cm boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager (beneden het maaiveld_ gelegen ruimtes (kelders , parkeergarages) is het noodzakelijk om aandacht te besteden aan het voorkomen van wateroverlast. • • • 3. 4.

Locatiekeuze gevoelige gebieden voor wateroverlast Beschermen en handhaven grond- en oppervlaktewatersysteem om nadelige gevolgen op de omgeving te voorkomen. Grondwater In een nieuw te ontwikkelen gebied verlagen we structureel de waterstanden binnen het gebied niet , na 3 het bouwrijp maken. Structurele grondwateronttrekking (vanaf 10 m/uur) zijn in principe niet gewenst. Op grond van de Waterschapsverordening is een melding aan of vergunning van het waterschap nodig. Peilbeheer grasland Het plan ligt in een agrarisch gebied met grasland. Het peilbeheer in graslanden kent hogere waterstanden dan bij akkerbouw. In extreme neerslagsituaties kan op grasland/maïsland groter dan 1/10 jaar wateroverlast optreden en op akkerbouwgebieden groter dan 1/25 jaar wateroverlast optreden. Het peilbeheer is hierop aangepast , dus houdt u rekening met deze hogere waterstanden , zie ook de Omgevingsverordening Overijssel. Verdroging/vernatting Wij gaan bij het plan uit van het bestaande of verhogen van grond- en oppervlaktewaterregime. Indien bij ontwikkelingen van grasland naar bebouwd gebied het waterpeil wijzigt , dan is het nodig om ons hier tijdig bij te betrekken. Neemt u hiervoor contact op met de gebiedsbeheerder van het waterschap. 3. 5.

Waterkwaliteit Het watersysteem en de waterketen wordt zo ontworpen dat het geen risico’s voor de volksgezondheid veroorzaakt en zorgt dat het voldoende schoon is voor mensen , planten en dieren. Beleid en regelgeving Voor de borging van waterkwaliteit zijn maatregelen geldend. Voor bepaalde stoffen zijn Europese normen vastgesteld , bijvoorbeeld voor gevaarlijke stoffen zoals lood , cadmium , oplosmiddelen en bestrijdingsmiddelen. Watertoets - Normale procedure pagina 9 Afvoer hemelwater Kwaliteit afvoer hemelwater: Schoon hemelwater mag worden afgevoerd naar oppervlaktewater (dakoppervlakken). Voor overige afvoer en verwerking van hemelwater (vanaf verharding) is het gewenst om dit via een bodempassage te lozen op het oppervlaktewater. In alle situaties geldt een voorkeur voor bovengronds afvoeren (zichtbaar). Anders is het noodzakelijke voorzieningen te treffen om eventuele foutieve ondergrondse aansluitingen te kunnen vaststellen. Wij houden hemelwater vast en alvorens een vertraagde afvoer. Wij adviseren om in het ontwerp geen uitlogende bouwmaterialen te gebruiken en duurzaam gebruik te maken van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afstromende hemelwater te garanderen. Verversing oppervlaktewater: Geïsoleerde vijverpartijen of watergangen vermijden. Het is nodig dat het watersysteem zo ontworpen wordt dat er aandacht is voor verversing en wateraanvoer.

Stilstaand water - zeker bij opwarming en droogte – is kwetsbaar (met als gevolg bijvoorbeeld vissterfte). Peilbeheersing: Wij kunnen sturen in de waterkwaliteit door bijvoorbeeld water in te laten of juist af te voeren. In gebieden waar sloten droogvallen en wij geen water kunnen aanvoeren , is dit niet mogelijk. We adviseren om bij droogvallende watergangen een minimale waterdiepte te geven van 100 cm om te voorkomen dat ze droogvallen. • o o o • • Verontreinigingen Bij verontreinigd afvalwater , bijvoorbeeld verontreinigd hemelwater , geldt de volgende voorkeursvolgorde voor het lozen van afvalwater: het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; afvalwaterstromen gescheiden worden gehouden , tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater; huishoudelijk afvalwater en , voor zover doelmatig en kostenefficiënt , afvalwater dat daarmee wat biologische afbreekbaarheid betreft overeenkomt worden ingezameld en naar een zuiveringtechnisch werk getransporteerd; ander afvalwater dan bedoeld onder 4 zo nodig na retentie of zuivering bij de bron , opnieuw wordt gebruikt; ander afvalwater dan bedoeld onder 4 lokaal , zo nodig na retentie of zuivering bij de bron , in het milieu wordt gebracht en ander afvalwater dan bedoeld onder 4 naar een zuiveringtechnisch

werk wordt getransporteerd. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. De gemeente of provincie gaan over lozingen in het openbaar rioolstelstel en het waterschap over lozing 5 in het oppervlaktewater. Afhankelijk van het soort afvalwater , gelden er regels uit de Waterschapsverordening of het Besluit activiteiten leefomgeving. Er kan een meldplicht of een vergunningplicht gelden , neem voor meer informatie contact op met het waterschap , of zo nodig met uw gemeente of provincie. In het algemeen adviseren wij: Het gebruik van de volgende toepassingen te beperken: Uitloogbare materialen (zoals bijvoorbeeld koper , lood of zink) die een verontreiniging van het oppervlaktewater kunnen veroorzaken; Chemische onkruidbestrijdingsmiddelen; Verduurzaamd hout als oeverbeschoeiing; • o o o 5 Of in een uitzonderlijke situatie wanneer op een zuiveringtechnisch werk van het waterschap wordt geloosd. Watertoets - Normale procedure pagina 10 o Stoffen , bijvoorbeeld schoonmaakmiddelen (ook milieuvriendelijke) , niet zonder meer rechtstreeks in oppervlaktewater te lozen. Bij een agrarisch terrein de inrichting van het terrein dusdanig in te richten , dat geen overmatige toevoer van meststoffen (onder andere stikstof en fosfaat) naar het watersysteem loopt. Het terrein is onder andere bezemschoon. De initiatiefnemer houdt rekening met bemestings- en spuitvrije zones langs watergangen.

Dit is in Europese en landelijke regels vastgelegd (Omgevingswet: Besluit activiteiten leefomgeving). • 3. 6. Riolering Het waterschap heeft als doel de waterkwaliteit te beschermen door onder andere een doelmatige werking van de rioolwaterzuivering na te streven en de vuillast vanuit riolering naar oppervlaktewater te beperken. Hiervoor is een goede afstemming over aanvoer naar de rioolwaterzuivering en een juiste werking van de riolering noodzakelijk. Dit willen we bereiken door aandacht te hebben voor de volgende onderwerpen. Beleid en regelgeving Bij de afvoer van overtollig hemelwater is het landelijk beleid dat bij nieuwe ontwikkelingen het afstromend hemelwater niet naar de rioolwaterzuivering gaat , maar ter plaatse in het milieu komt. Dat kan door infiltratie in de bodem of door berging in het oppervlaktewater. Voorkeursvolgorde afvoer hemelwater bij nieuwe ontwikkelingen: Wij adviseren om , daar waar mogelijk , het hemelwater bovengronds af te voeren en te infiltreren in de bodem. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is , is ondergrondse infiltratie met bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een optie. Als infiltratie niet mogelijk is , kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. Het is noodzakelijk dat de ontwikkelaar de keuze van waterafvoer aan ons voorlegt.

Lozing afvalwater: Voor de lozing van afvalwater (al het water waarvan de initiatiefnemer zich ontdoet) op oppervlaktewater vanuit een woning of een inrichting gelden de diverse wetten , besluiten en regels waaronder: Voor het lozen van huishoudelijk afvalwater gelden lozingsvoorschriften in paragraaf 6. 2. 4 en 7. 2. 5 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Daarnaast is afdeling 4. 4 ‘Lozen van huishoudelijk afvalwater’ van de Waterschapsverordening van toepassing. Er kunnen ook aanvullende regels in het omgevingsplan van de gemeente staan. De voorkeursroute voor lozing is via het vuilwaterriool naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie. In de Waterschapverordening zijn afstandsbepalingen opgenomen waarbij verplicht in het vuilwaterriool moet worden geloosd. Uitgangspunt is dat u het huishoudelijk afvalwater op een gemeentelijk rioolstelsel loost. Indien dit niet mogelijk is , is het nodig om een zuiveringsvoorziening te treffen , die een gelijkwaardig milieubeschermingsniveau biedt. De regels voor het lozingen van (bedrijfs)afvalwater vindt u terug in de Waterschapsverordening en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Gemeentelijk rioleringsbeleid: De gemeente heeft een zorgplicht voor doelmatige verwerking en afvoer van hemelwater , afvalwater en grondwater. Afvalwater en hemelwater biedt u op de perceelgrens gescheiden aan.

Eventueel geldt er een bergingseis (zie wateroverlast). Bekijk voor alle voorwaarden en eisen altijd het omgevingsplan van de gemeente. • • • o o o • Rioolcapaciteit Watertoets - Normale procedure pagina 11 Figuur 3 - Kaartbeeld persleiding riolering. • Rioolcapaciteit: De capaciteit van het huidige rioolstelsel kan een aandachtspunt vormen. Bij uitbreiding van het rioolstelsel houdt u rekening met de capaciteit van het bestaande stelsel en de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Deze informatie is te vinden in het omgevingsplan. Bij een verandering of aanleg van het rioolsysteem is het nodig om het waterschap in de initiatief fase te betrekken. Persleiding: In het plangebied ligt een aanvoerleiding van het rioolgemaal (zie figuur 3). Het is noodzakelijk dat u aantoont dat het voornemen geen negatieve impact heeft op deze persleiding. (Beschrijf hier welke maatregelingen er nodig zijn om het risico op beschadiging van de ondergrondse leiding te minimaliseren. Gesloten verharding is bijvoorbeeld niet wenselijk. Wij raden u aan vroegtijdig met ons te overleggen. Vergeet NIET een klic-melding te doen voor deze werkzaamheden).

Zuiveringstechnische werken van het waterschap: Als de wens bestaat om aan te sluiten op onze persleiding , gemaal of rioolwaterzuivering , is het noodzakelijk vroegtijdige met ons af te stemmen om de mogelijke inzichtelijk te krijgen en dient een vergunning bij het waterschap te worden aangevraagd. • • Watertoets - Normale procedure pagina 12 4. Vervolg watertoets 4.1. Informeel overleg over de uitgangspunten Bij elk plan of project met een ruimtelijk aspect moet een weging van het waterbelang plaatsvinden. Hierdoor is er aandacht voor de waterveiligheid, waterkwaliteit en waterkwantiteit. Het is een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan in een zo vroeg mogelijk stadium overlegd met het waterschap. Het proces begint met een plan of schets. In dit stadium wordt een watertoets ingediend. Dit document geeft u handvatten om verdere uitvoering te geven aan de waterhuishouding van het idee of schets. Het is de bedoeling dat u op basis van de waterhuishouding in en rondom uw plangebied en deze uitgangspuntennotitie het waterbelang uitwerkt. Daarna kan het plan informeel worden besproken met het waterschap, meestal gebeurt dit via de zogeheten omgevingstafel. Mocht u nog vragen hebben over de uitgangspuntennotitie dan gaan wij graag met u in gesprek.

Mocht u graag willen sparren over de uitwerking van de waterhuishouding op het perceel, ook dan gaan we graag met u in gesprek. Wij denken graag met u mee. 4.2. Beoordeling en officieel wateradvies Na deze (informele) fase dient het onderdeel ‘water’ uitgewerkt te worden om te komen tot een volledige onderbouwing voor een aanvraag voor een (buitenplans) omgevingsplan activiteit, wijziging van een omgevingsplan of projectbesluit. Hierbij zien wij graag de ‘water en bodem sturend’ filosofie terug zodat er een goede weging van de waterbelangen kan worden gemaakt. Wanneer u de uitgangspunten hebt verwerkt in uw plan, stuurt u ons deze ter beoordeling toe. Wij kunnen alleen een officieel wateradvies afgeven op basis van een compleet plan. Dat wil zeggen dat wij waterbelang in het plan wegen in het licht van de geldende regels vanuit het omgevingsplan, de Waterschapsverordening en het beleid van het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Geldigheid van de uitgangspuntennotitie De uitgangspunten in deze uitgangspuntennotitie komen tot stand op basis van onze beleidsregels. Ruimtelijke plannen hebben soms een lange doorlooptijd. Tegelijkertijd ontstaan er soms veranderende inzichten in het beleid ten aanzien van de waterketen, waterkeringen en het watersysteem.

Om te garanderen dat de juiste uitgangspunten worden toegepast in de planvorming hanteren wij een uiterste houdbaarheidsdatum van maximaal 1 jaar. Wanneer deze termijn verstreken is, kunt u met ons contact opnemen voor eventueel een verlenging met nogmaals 1 jaar. 4.3. Omgevingsvergunning Heeft u een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit nodig op grond van de Waterschapsverordening? De uitgangspuntennotitie dat wij opstellen in het kader van de watertoets is geen omgevingsvergunning voor (water)activiteiten. Gaat u bijvoorbeeld werkzaamheden verrichten in de verbodszone van de Waterschapsverordening of gaat u grondwater onttrekken voor de werkzaamheden? Dan kunt u een omgevingsvergunning voor de betreffende activiteit aanvragen op het digitale omgevingsloket of via onze website wdodelta.nl. In de uitgangspunten (paragraaf 2) staat waar mogelijk een watervergunning voor nodig is. © Waterschap Drents Overijsselse Delta Dit document is opgesteld door Mr 5 augustus 2024. De geleverde informatie in deze uitgangspuntennotitie is houdbaar tot maximaal 1 jaar na opsteldatum en heeft alleen betrekking op het plan, zoals dat wordt genoemd in dit document. Kijk voor meer informatie over de watertoets op de website van WDODelta. (geanonimiseerd) Watertoets - Normale procedure pagina 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/7684a3a4-78ad-428c-a922-82812e4cfda2?agendaItemId=e34bee34-724c-4df6-a8d0-8df1ff045a28