CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Nvu Actualisatie OV def 20240416 def

Politieke Markt 4 juni 2024, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Omgevingsvisie Uitgangspunten en participatie6.472 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

UITGANGSPUNTEN VERVOLG ACTUALISATIE OMGEVINGSVISIE APRIL 2024

UITGANGSPUNTEN VERVOLG ACTUALISATIE OMGEVINGSVISIE 2 Inhoudsopgave Inleiding ........................................................................................................................................................................................ 3 1. Uitgangspunten met betrekking tot het proces ................................................................................................................. 4 1.1 Participatieproces met inwoners, ondernemers en andere gebiedspartners .................................................. 4 1.2 Betrokkenheid ketenpartners ................................................................................................................................... 6 1.3 Betrokkenheid gemeenteraad ................................................................................................................................. 7 1.4 Proces en planning op hoofdlijnen .......................................................................................................................... 8 2. Uitgangspunten met betrekking tot de inhoud ................................................................................................................. 9 2.1 Omgevingskwaliteit ...................................................................................................................................................

9 2.2 Deelgebieden ........................................................................................................................................................... 11 Beknopte beschrijving deelgebieden op de kaart: ................................................................................................... 12 2.3 Actualisatiethema´s .................................................................................................................................................. 21 2.4 Prioriteiten ................................................................................................................................................................. 24 Bijlage I .................................................................................................................................................................................. 25 Bijlage II ................................................................................................................................................................................. 26 Bijlage III ................................................................................................................................................................................

27 Bijlage IV................................................................................................................................................................................ 28 Bijlage V................................................................................................................................................................................. 29 UITGANGSPUNTEN VERVOLG ACTUALISATIE OMGEVINGSVISIE 3 INLEIDING In 2021 zijn we gestart met de voorbereiding van de actualisatie van onze omgevingsvisie Waardevast landschap. Parallel hieraan zijn we aan de slag gegaan met de voorbereidingen voor het opstellen van een omgevingsplan voor Steenwijkerland. De eerste - gezamenlijke - stap in beide processen was de inventarisatie en analyse van bestaande visies, verordeningen en andere beleidskaders die invloed hebben op de leefomgeving in Steenwijkerland en/of op hoe we deze leefomgeving in de toekomst kunnen gebruiken. Met deze eerste stap weten we wat actueel is, wat (nog) niet en met welke trends en ontwikkelingen we rekening moeten houden. Én weten we welke onderdelen een doorvertaling moeten krijgen in omgevingsvisie en/of omgevingsplan. Belangrijke bouwstenen voor het vervolg. Op 16 november 2021 hebben we uw gemeenteraad hierover geïnformeerd in een werkvergadering.

Kort daarop heeft uw gemeenteraad de informatienota Bouwstenen actualisatie omgevingsvisie en opstellen omgevingsplan ontvangen. Onderstaande schema maakt inzichtelijk welk Omgevingswet-instrument welk doel beoogt. In de notitie die nu voor u ligt, vindt u uitgangspunten voor het vervolg. Uitgangspunten die niet alleen betrekking hebben op de inhoudelijke actualisatie van onze omgevingsvisie, maar ook op het proces (waaronder het betrekken van ketenpartners en inrichten van het participatieproces met inwoners, ondernemers en andere gebiedspartners). Met het opstellen van deze uitgangspuntennotitie is de fase van voorbereiding in afronding. Het vaststellen van de uitgangspuntennotitie door uw gemeenteraad is het startpunt voor het vervolg, dat er op hoofdlijnen als volgt uit ziet: • Participatieproces met inwoners, ondernemers en andere gebiedspartners. • ‘Doorvertaling’ resultaten participatieproces in een (concept) ontwerp omgevingsvisie, digitaal en objectgericht1 ontsloten. In deze fase brengen we ook eventueel conflicterende belangen in beeld en bereiden we keuzes voor.2 • Formele inspraakprocedure; ontwerp omgevingsvisie minimaal zes weken ter inzage. • Besluitvorming college en gemeenteraad. Gemeenten dienen op 1 januari 2027 te beschikken over een vastgestelde omgevingsvisie die voldoet aan de eisen van de Omgevingswet3.

1 Zie bijlage I voor meer informatie over het objectgericht ontsluiten van een (omgevings)visie of -plan. 2 Als belangen niet verenigbaar zijn, is het aan de gemeenteraad om – goed geïnformeerd, met het algemeen belang in het achterhoofd – een besluit te nemen. 3 Voor meer informatie over de eisen die de Omgevingswet stelt zie bijlage II.

UITGANGSPUNTEN VERVOLG ACTUALISATIE OMGEVINGSVISIE 4 1. UITGANGSPUNTEN MET BETREKKING TOT HET PROCES In dit hoofdstuk vindt u de uitgangspunten met betrekking tot het participatieproces met inwoners, ondernemers en andere gebiedspartners, de betrokkenheid van ketenpartners, de betrokkenheid van de gemeenteraad en een (proces)planning op hoofdlijnen. 1.1 Participatieproces met inwoners, ondernemers en andere gebiedspartners 1.1.1 Uitgangspunt 1: Bij het inrichten van het participatieproces houden we – vanzelfsprekend – rekening met het vastgelegde kader in artikel 4 van de Verordening participatie Steenwijkerland 2023. Waarom? ➔ Op grond van deze verordening moet de raad bij de start van het traject van inwonersparticipatie een beslissing nemen over de te volgen (participatie)procedure. Het Participatieplan Omgevingsvisie wordt ter besluitvorming aan de gemeenteraad aangeboden. ➔ Door het volgen van de participatieprocedure zoals beschreven in artikel 4 van onze verordening is het participatieproces vooraf helder en is achteraf duidelijk hoe dit proces vorm is gegeven. Zie bijlage III voor artikel 4 van onze participatieverordening. 1.1.2 Uitgangspunt 2: We beginnen niet opnieuw. Waarom? ➔ Bij de recent vastgestelde en nog lopende visies en beleidskaders die een doorvertaling krijgen in onze omgevingsvisie zijn participatietrajecten doorlopen (of deze lopen nog).

➔ Bij de totstandkoming van onze omgevingsvisie Waardevast landschap en de toekomstagenda die hieraan ten grondslag ligt, is een breed participatietraject doorlopen. ➔ Vastgestelde visies en beleid nemen we mee als bouwstenen. ➔ We bouwen verder op de basis die hiermee is gelegd en verwerken dat in een potloodschets. 1.1.3 Uitgangspunt 3: Voor het participatieproces met inwoners, ondernemers en andere (gebieds)partners start, maken we duidelijk wat een gegeven is en waarin nog (wel) iets te kiezen valt. Waarom? ➔ Dit om de verwachtingen naar deze partijen zo helder mogelijk te maken. ➔ We vragen mensen niet om mee te denken op onderdelen waarop al richting bepaald is, er eigenlijk niets te kiezen valt. UITGANGSPUNTEN VERVOLG ACTUALISATIE OMGEVINGSVISIE 5 1.1.4 Uitgangspunt 4: Bij de actualisatie van onze omgevingsvisie kiezen we voor de participatieniveaus informeren, raadplegen en adviseren. Waarom? ➔ Deze participatieniveaus bepaalden we op basis van de beïnvloedingsruimte die er is. ➔ De genoemde participatieniveaus zijn conform onze participatieladder (zie bijlage IV), en daarmee conform onze Visie op (inwoners)participatie. ➔ M.b.t. het participatieniveau informeren: hier gaat het over het informeren over de voortgang en besluitvorming rondom de omgevingsvisie. ➔ M.b.t.

het participatieniveau raadplegen: we raadplegen inwoners, ondernemers en andere gebiedspartners en vragen hen te reageren op concrete voorstellen of concept omgevingsvisie. ➔ M.b.t. het participatieniveau adviseren: dit is de inhoudelijke dialoog over de omgevingsvisie. De denkkracht en inhoudelijke kennis van inwoners, ondernemers en andere gebiedspartners worden benut en dragen actief bij aan de totstandkoming van de omgevingsvisie. 1.1.5 Uitgangspunt 5: Participatie in de zin van adviseren koppelen we aan de uitwerking van gebieden waar sprake is van een stapeling van (urgente) opgaven Waarom? ➔ Aanpak waarbij de herkenbaarheid voor inwoners op het niveau van de dagelijkse leefomgeving centraal staat (‘concreter en dichterbij’). Voor de stappen in het participatieproces zie het Participatieplan dat separaat aangeboden wordt. ➔ Juist in die gebieden waar sprake is van een stapeling van (urgente) opgaven willen we inwoners, ondernemers en andere gebiedspartners inspireren én duidelijkheid bieden (en zelf ook duidelijkheid krijgen) over de speelruimte waarbinnen initiatieven tot bloei kunnen komen. 1.1.6 Uitgangspunt 6: Waar mogelijk maken we werk met werk, bijvoorbeeld door aan te haken bij de actualisatie van dorps- of stadsvisies/plannen.

Waarom? ➔ Dit ‘werk met werk maken’ is efficiënt en kostenbesparend; bovendien voorkomen we hiermee ook dat er verschillende participatietrajecten naast elkaar georganiseerd worden en onze inwoners en (gebieds)partners dubbel bevraagd worden. ➔ Door ondersteuning te bieden bij de actualisatie van het Stadsplan voor Vollenhove en de Stadsvisie voor Blokzijl (kernen waar sprake is van een stapeling van opgaven en urgentie – conform 1.1.3 uitgangspunt 3), halen we onder andere op wat er lokaal speelt (belangrijke input voor onze omgevingsvisie). Ook biedt het de mogelijkheid lokale wensen te verbinden met gemeentelijke opgaven, de verschillende ruimtevragen in samenhang te bezien en bij te dragen aan de integraliteit/integrale afweging van belangen. ➔ Scholen kunnen we zo de gelegenheid bieden om hun leerlingen na te laten denken over de toekomst van Steenwijkerland. Het is tenslotte ook hun leefomgeving. UITGANGSPUNTEN VERVOLG ACTUALISATIE OMGEVINGSVISIE 6 ➔ De input uit de verschillende participatietrajecten, zoals hierboven beschreven, is voor zover op dat moment mogelijk reeds in de potloodschets verwerkt. 1.1.7 Uitgangspunt 7: Input uit participatietrajecten en overige visie- en beleidsontwikkelingen verwerken we tot in de fase van de ontwerp omgevingsvisie (cf. schema Vervolg op hoofdlijnen, zie paragraaf 1.4).

Waarom? ➔ Eenieder heeft tot de terinzagelegging van de ontwerp omgevingsvisie de mogelijkheid actief bij te dragen aan de inhoud van het ontwerp. ➔ Met de terinzagelegging van de ontwerp omgevingsvisie heeft eenieder de mogelijkheid kennis te nemen van de inhoud en formeel te reageren op het ontwerp (zienswijze). 1.1.8 Uitgangspunt 8: Vanzelfsprekend is ook de (formele) wettelijke procedure onderdeel van het (totale) participatieproces: nadat we alle input verwerkt hebben, leggen we het ontwerp omgevingsvisie ter inzage en op dit ontwerp kan door eenieder schriftelijke zienswijzen worden ingediend. . Waarom? ➔ Voor de omgevingsvisie geldt ook altijd de formele procedure uit de wet. 1.2 Betrokkenheid ketenpartners De betrokkenheid van onze ketenpartners is van groot belang, onder andere om de gezamenlijke belangen en mogelijkheden om werk met werk te maken in beeld te krijgen. Bij ketenpartners kan gedacht worden aan onder andere LTO, Sociaal werk de Kop, zorgorganisaties, de provincie, Omgevingsdienst, andere omliggende gemeenten en bedrijven. 1.2.1 Uitgangspunt 9: Voor de afstemming met onze ketenpartners benutten we zoveel mogelijk de reguliere overlegstructuren. Waarom?: ➔ Het benutten van de reguliere overlegstructuren is efficiënt en kostenbesparend; bovendien organiseren op deze manier niet nog meer drukte.

➔ Ketenpartners nodigen we ook uit bij werksessies en laten we in verschillende fases ‘mee lezen’. Indien nodig organiseren we ook expertsessies. We starten met het delen van de potloodschets Omgevingsvisie (Herkenning? Gezamenlijk belang? Mogelijkheden om werk met werk te maken?). UITGANGSPUNTEN VERVOLG ACTUALISATIE OMGEVINGSVISIE 7 1.3 Betrokkenheid gemeenteraad 1.3.1 Uitgangspunt 10: De gemeenteraad neemt voor de start van het traject van inwonersparticipatie een beslissing over de te volgen (participatie)procedure. Waarom? ➔ Door het volgen van de participatieprocedure zoals beschreven in artikel 4 van onze verordening is het participatieproces vooraf helder en is achteraf duidelijk hoe dit proces vorm is gegeven. Zie bijlage III voor artikel 4 van onze participatieverordening. Het Participatieplan Omgevingsvisie wordt ter besluitvorming aan de gemeenteraad aangeboden. 1.3.2 Uitgangspunt 11: De gemeenteraad kan als het nodig is tijdens de participatieproces de kaders of de inrichting van dit proces aanpassen. Waarom? ➔ Het kan zijn dat bijvoorbeeld de gekozen participatievorm en/of het participatieniveau dat per deelgebied wel goed werkt en niet blijkt te werken voor een ander deelgebied. Als dit het geval is, kunnen de keuzes daarom in een latere fase anders vorm worden gegeven. Deze mogelijkheid is ook als zodanig in onze participatieverordening vastgelegd.

➔ Aanvullend: als dit nodig is, worden de deelnemers hierover zo snel mogelijk geïnformeerd. 1.3.3 Uitgangspunt 12: Door de gemeenteraad vastgestelde visies en beleidskaders krijgen een doorvertaling in onze nieuwe omgevingsvisie. Bij eventuele strijdigheden tussen beleidskaders of strijdigheden met input uit het participatieproces is het aan de gemeenteraad om – goed geïnformeerd, in het algemeen belang – een keuze te maken. Waarom?: ➔ De gemeenteraad is het bevoegd gezag en is er voor het algemeen belang. Indien er besluit nodig is, wordt dit bij de ontwerp Omgevingsvisie aan de gemeenteraad voorgelegd. Zie voor de betrokkenheid van de gemeenteraad ook het schema Vervolg actualisatie omgevingsvisie in paragraaf 1.4 Proces en planning op hoofdlijnen. UITGANGSPUNTEN VERVOLG ACTUALISATIE OMGEVINGSVISIE 8 1.4 Proces en planning op hoofdlijnen 1.4.1 Uitgangspunt 13: Onze omgevingsvisie is altijd in ontwikkeling. Waarom? ➔ We leven in een tijd van meerdere transities. ➔ Onze leefomgeving is dynamisch. ➔ Op dit moment werken we aan nadere uitwerkingen voor Vollenhove, Blokzijl en Steenwijk, later in de tijd richt de inzet zich op de nadere uitwerking voor ander(e) gebied(en) waar we een stapeling van opgaven zien. Denk bijvoorbeeld aan de polders rondom Scheerwolde of Kuinre.

➔ Onze omgevingsvisie is een dynamisch document en wordt regelmatig geëvalueerd en waar nodig geactualiseerd. Dit kan bijvoorbeeld worden gekoppeld aan een raadsperiode. 1.4.2 Uitgangspunt 14: We zien onze omgevingsvisie als een belangrijk communicatie-instrument. Waarom? ➔ Een aansprekend beeld van de (globale) richting waar we als gemeente op in zetten of, met andere woorden, een ‘wervend’ toekomstperspectief, kan ingezet worden als communicatie-instrument dat inspireert en werkt als katalysator. Daarbij kan ook worden aangegeven dat we openstaan voor initiatieven, en zelfs een expliciete uitnodiging ‘aan de markt’ worden geformuleerd. ➔ De uitdaging is dan ook om een inspirerende, integrale en breed gedragen omgevingsvisie te maken die kaders biedt voor een evenwichtige, kwalitatieve en toekomstbestendige ontwikkeling van Steenwijkerland en tegelijkertijd uitnodigt/’verleidt’ tot initiatief.

UITGANGSPUNTEN VERVOLG ACTUALISATIE OMGEVINGSVISIE 9 2. UITGANGSPUNTEN MET BETREKKING TOT DE INHOUD In dit hoofdstuk vindt u de uitgangspunten met betrekking tot de inhoudelijke actualisatie van onze omgevingsvisie – een belangrijke basis voor het gesprek met inwoners, ondernemers en andere gebiedspartners. 2.1 Omgevingskwaliteit In onze omgevingsvisie Waardevast landschap is vastgelegd dat omgevingskwaliteit het centrale doel is van al het ruimtelijk handelen. Dit sluit aan op de Omgevingswet en is zeker nog actueel. Het begrip omgevingskwaliteit heeft echter nadere duiding nodig4. Dit omdat ‘omgevingskwaliteit’ nog wel eens verward wordt met ‘ruimtelijke kwaliteit’ terwijl omgevingskwaliteit veelomvattender is. 2.1.1 Uitgangspunt 15: Omgevingskwaliteit zien we als een combinatie van ruimtelijke kwaliteit, milieukwaliteit én andere ‘erkende’ maatschappelijke waarden die impact hebben op de fysieke- en sociale leefomgeving (zoals sociale samenhang en economische vitaliteit). Waarom? ➔ Omgevingskwaliteit is een optelsom van gebruikswaarde (functionaliteit, bereikbaarheid, toegankelijkheid, nut en noodzaak), belevingswaarde (beeldkwaliteit, het ‘mooie’, de identiteit van een gebied, het gevoel van (toekomstige) gebruikers en inwoners) en toekomstwaarde (het vermogen om ruimtelijke gevolgen van veranderende omstandigheden op te vangen (flexibiliteit, beheerbaarheid).

5 Omgevingskwaliteit is van grote betekenis voor het vestigingsklimaat voor bedrijven, inwoners en voor de toeristische mogelijkheden van een gebied. En met dit alles ook voor de werkgelegenheid in en de sociaaleconomische positie van Steenwijkerland. ➔ Denk bij milieukwaliteit onder andere aan de kwaliteit van lucht, water, bodem en andere milieufactoren, met waarden die vaak vertaald zijn in kwantitatieve, wettelijk vastgestelde normen (voor bijvoorbeeld luchtkwaliteit of geluid). Milieukwaliteit is van groot belang voor basisrandvoorwaarden als veiligheid en gezondheid. ➔ Andere erkende maatschappelijke waarden die impact hebben op de fysieke leefomgeving verschillen naar tijd, plaats en opvatting6. Een voorbeeld is economische vitaliteit of veerkracht om veranderingen die de toekomst brengt op te kunnen vangen. 4 De Omgevingswet (inclusief de toelichting) biedt helaas geen nadere omschrijving. 5 Definitie van ruimtelijke kwaliteit overgenomen uit Jij kleurt Overijssel; Omgevingsvisie Overijssel (2017). 6 “De erkenning heeft betrekking op het belang dat de maatschappelijke arena aan die waarde hecht. Dat verschilt naar tijd, plaats en dominante opvatting.

Die erkenning kan uitmonden in expliciete verankering in de politiek-bestuurlijke arena; dan hebben we te doen met een ‘omgevingswaarde’.” Overgenomen van: https://www.gebiedsontwikkeling.nu/artikelen/quality-life-toepassing-van-het-begrip-omgevingskwaliteit-gebiedsontwikkeling/ - Friso de Zeeuw (Friso de Zeeuw was hoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de TU Delft). UITGANGSPUNTEN VERVOLG ACTUALISATIE OMGEVINGSVISIE 10 2.1.2 Uitgangspunt 16: We brengen per deelgebied de verschillende omgevingskwaliteiten (en potentie) in beeld. Deze omgevingskwaliteiten vormen een belangrijke basis voor de toekomstige ontwikkeling van Steenwijkerland. Waarom? ➔ Omgevingskwaliteit is gebiedsafhankelijk. ➔ Met het weten wat we van waarde vinden, ontstaat duidelijkheid over de ruimte voor ontwikkeling. Kortom: voor initiatieven die afbreuk doen aan dat wat we van waarde vinden, is geen ruimte. ➔ Een (omgevings)visie gebaseerd op dat wat we van waarde vinden (dat waar we ruimte voor willen houden en maken) behoudt ook in (economisch) onzekere tijden z’n geldigheid. Ook hier beginnen we niet opnieuw. In de redengevende omschrijvingen van bijvoorbeeld de beschermde stads- en dorpsgezichten, in bestaande beleidskaders én in bestaande dorpsplannen zijn al omgevingskwaliteiten in beeld gebracht. Dit alles levert input voor de actualisatie van Waardevast landschap.

UITGANGSPUNTEN VERVOLG ACTUALISATIE OMGEVINGSVISIE 11 2.2 Deelgebieden Onze omgevingsvisie Waardevast landschap kent op dit moment een indeling in drie deelgebieden: “we onderscheiden het landelijk gebied, de karakteristieke kernen en de vestingstad Steenwijk, met een duidelijke streekfunctie. Elk met verschillende kwaliteiten en potentie.” 2.2.1 Uitgangspunt 17: Bij de actualisatie van onze omgevingsvisie kiezen we - op basis van onder andere de ruimtelijke en functionele verschillen - voor een onderverdeling in zeven deelgebieden: Waarom? ➔ Deze onderverdeling doet recht aan de verschillende ‘gezichten’ van Steenwijkerland. ➔ Het onderscheiden van de verschillende deelgebieden of ‘gezichten’ helpt bij het bepalen van de koers of (mogelijke) ontwikkelingsrichting(en). De Toekomstvisie Giethoorn als voorbeeld: in eerste instantie leek er in Giethoorn geen ruimte te zijn voor ontwikkeling. De indeling in deelgebieden maakte voor iedereen inzichtelijk dat de waarden binnen het beschermd dorpsgezicht van een andere orde zijn dan de waarden in de omgeving van het Kulturhus. En duidelijk dat, daar waar weinig ruimte gezien wordt voor ontwikkeling binnen het beschermd dorpsgezicht, ontwikkeling in de omgeving van het Kulturhus juist heel wenselijk zou kunnen zijn als het initiatief hier bijdraagt aan versterking van de kwaliteit en eigenheid van Giethoorn.

➔ Het onderscheiden van de verschillende deelgebieden op basis van onder andere de ruimtelijke en functionele verschillen helpt ook bij de doorvertaling van de omgevingsvisie naar het omgevingsplan. Vestingstad Steenwijk UITGANGSPUNTEN VERVOLG ACTUALISATIE OMGEVINGSVISIE 12 BEKNOPTE BESCHRIJVING DEELGEBIEDEN OP DE KAART: a. de groene schatkamer Onze ‘groene schatkamer’ is het grootste aaneengesloten zoetwaterwetland in Noordwest Europa en een paradijs voor weidevogels, ganzen, insecten en vlinders. Dit zoetwaterwetland is niet alleen van betekenis voor het behoud van de bijzondere plant- en diersoorten die hier leven; met de hoge water-, natuur- en landschappelijke kwaliteit is het gebied ook van betekenis voor de kwaliteit van de leefomgeving in Steenwijkerland, voor een goed vestigingsklimaat voor wonen en werken én voor de regionale economie (denk aan toerisme). Verankerd in dit unieke landschap van petgaten, legakkers, kraggen, rietland, moerasbos en open water liggen karakteristieke waterstreekdorpen: organisch gegroeide linten van erven en bebouwing aan een natuurlijke of gegraven waterloop.

UITGANGSPUNTEN VERVOLG ACTUALISATIE OMGEVINGSVISIE 13 b. het slagenlandschap – zonder veen Laaggelegen, nat en open (weide)landschap met de karakteristieke wegdorpen Wanneperveen en Zuidveen op de hogere en drogere gedeelten (ongeveer 0,5m boven NAP). Het veen in beide plaatsnamen verwijst naar de oorsprong van beide wegdorpen, toen hier nog veen in de ondergrond aanwezig was. Ook de karakteristieke slagenverkaveling dateert uit die tijd. Intussen is het veen in de ondergrond verdwenen. De wegen hebben een licht kronkelend verloop. Slagenlandschap – zonder veen UITGANGSPUNTEN VERVOLG ACTUALISATIE OMGEVINGSVISIE 14 c. op de grens van ’t oude en nieuwe land Kenmerkend voor dit deelgebied is het contrast tussen het oude (‘binnendijks’) en nieuwe land (‘buitendijks’) met de slingerende dijk als ‘scenic route’ op de grens. De kolken (en bochten in de dijk) vormen hier tastbare verwijzing(en) naar de vele dijkdoorbraken en de strijd tegen het zeewater. Met de weidse uitzichten over het open landschap (belangrijke weidevogelgebieden!), de identiteitsbepalende agrarische bebouwing (‘bakens in de tijd’) en de ‘ketting van historische parels’ - Vollenhove, Blokzijl en Kuinre - is het gebied cultuurhistorisch, landschappelijk én daarmee ook economisch van waarde (denk aan toerisme).

UITGANGSPUNTEN VERVOLG ACTUALISATIE OMGEVINGSVISIE 15 d. de polders rondom Scheerwolde Kenmerkend voor de polders rondom het ontworpen dorp Scheerwolde zijn de openheid en weidse vergezichten - en daarmee de ervaring van ruimte. De verschillende ontginningsperioden van de polders zijn afleesbaar door verschillen in verkaveling, bebouwing en erfinrichting7. Deze ‘tijddiepte’ maakt dat het gebied, naast landbouwkundig en economisch van waarde, ook cultuurhistorisch en landschappelijk van waarde is. Vooral Polder Giethoorn is op de moderne landbouw ingericht. 7 Ook de historische grachten uit de tijd van de oorspronkelijke vervening van het gebied (in kluften) zijn voor een belangrijk deel nog zichtbaar.

UITGANGSPUNTEN VERVOLG ACTUALISATIE OMGEVINGSVISIE 16 e. het hoge land Afwisselend, vrij besloten landschap met houtwallen, bos(jes), solitaire bomen, lanen, zandpaden, weilanden, akkers, (grotendeels kleinschalige) erven, monumentale landgoederen en beken. Met de relatief grote hoogteverschillen, fraaie zichten over het omringende lager gelegen open landschap én het contrast tussen hoog, besloten en laag, open landschap is de landschappelijke kwaliteit hoog. En met de vele bakens in de tijd (denk aan de koloniehuisjes en modelboerderijen in de Koloniën van Weldadigheid, de landgoederen met monumentale landhuizen en historische parken, de historische boerderijen) ook de cultuurhistorische waarden. Bijzonder zijn de essen op de Steenwijker- en Zuiderkamp met de karakteristieke bolle ligging, steilranden en groene ‘mantel’.

UITGANGSPUNTEN VERVOLG ACTUALISATIE OMGEVINGSVISIE 17 f. de beekdalen Met de meanderende riviertjes, aanwezige hoogteverschillen, ervaring van ruimte (door de openheid en weidse vergezichten) én het contrast tussen de open laagtes (belangrijke weidevogelgebieden!) en de hogere verdichte randen/linten is de landschappelijke kwaliteit van de beekdalen hoog. De waterlopen vormen belangrijke verbindingen voor mens, plant en dier én hebben een belangrijke afvoerfunctie bij grote hoeveelheden neerslag (voorkomen wateroverlast elders). De kenmerkende bodemopbouw en waterhuishouding uit zich in specifieke flora en fauna (natuurwaarden).

UITGANGSPUNTEN VERVOLG ACTUALISATIE OMGEVINGSVISIE 18 f. Vestingstad Steenwijk De vestingwallen herinneren aan het historische verleden van de stad gelegen aan de Steenwijker Aa, die Drenthe en Overijssel aan elkaar verbindt. Het stadse karakter uit zich onder andere in het winkelgebied, bedrijvigheid en regionale voorzieningen zoals theater en bioscoop. Belangrijk voor de vitaliteit van het platteland én de regio Zwolle.

UITGANGSPUNTEN VERVOLG ACTUALISATIE OMGEVINGSVISIE 19 2.2.2 Uitgangspunt 18: De begrenzing van de deelgebieden is richtinggevend (“niet in beton gegoten”). We hebben gekozen voor een indeling die herkenbaar is in het landschap. Waarom? ➔ Bij de nadere uitwerking – bijvoorbeeld tijdens het participatieproces of bij het opstellen van het omgevingsplan – kan blijken dat aanpassing noodzakelijk of gewenst is. ➔ We kiezen voor een aanpak waarbij de herkenbaarheid voor inwoners op het niveau van de dagelijkse leefomgeving centraal staat; een indeling die herkenbaar is in het landschap is daar onderdeel van. 2.2.3 Uitgangspunt 19: Bij de actualisatie van onze omgevingsvisie kiezen we ook binnen de kernen voor een nadere onderverdeling: - Beschermde stadsgezichten (Vollenhove en Blokzijl) - Beschermde dorpsgezichten (Giethoorn, Dwarsgracht en Jonen) - Vestingstad Steenwijk - Cultuurhistorisch waardevolle linten, kernen en gebieden - Naoorlogse woonwijken - (Woon)werklocaties - Groen(grijs)blauwe raamwerk - Verblijfsrecreatie(gebieden) - Agrarische linten Waarom? ➔ Deze onderverdeling - op basis van onder andere de ruimtelijke en functionele verschillen van gebieden - doet recht aan de verschillende ‘gezichten’, helpt bij het bepalen van de koers of (mogelijke) ontwikkelrichting(en) (zie ook 2.2.1) - én bij de doorvertaling van de omgevingsvisie naar het omgevingsplan.

Per deelgebied brengen we in het vervolgtraject de verschillende kwaliteiten, potentie en ruimte voor initiatieven in beeld. 2.2.4 Uitgangspunt 20: Bij de actualisatie van onze omgevingsvisie kijken we breder over geografische en bestuurlijke grenzen heen dan voorheen. Waarom? ➔ Ontwikkelingen in Steenwijkerland kunnen niet los worden gezien van ontwikkelingen in buurgemeenten, de regio Zwolle, omringende provincies. En dat geldt natuurlijk ook andersom. Een voorbeeld is de samenhang in het watersysteem: bovenstrooms ingrijpen in Drenthe kan benedenstrooms gevolgen hebben in Steenwijkerland. ➔ In onze huidige omgevingsvisie is – beperkt – ‘over de gemeentegrenzen heen’ gekeken. In Waardevast landschap staat (op pagina 16/17): “Steenwijkerland wil met haar identiteit aanvullend zijn op (de regio) Zwolle. Steeds vaker zal dat betekenen dat mensen in Steenwijkerland wonen en in de regio (Zwolle) werken. Ook voor voorzieningen geldt dat de gemeentegrenzen niet bepalend zijn: Steenwijkerland zal er vaker voor kiezen om voorzieningen niet per se binnen de eigen gemeentegrenzen te willen hebben, als ze voor de inwoners maar goed bereikbaar en toegankelijk zijn. Daarom zoeken we actief samenwerking, ook in de planvorming over voorzieningen met de omliggende gemeenten. We willen het aanbod van voorzieningen goed afstemmen.

(…) UITGANGSPUNTEN VERVOLG ACTUALISATIE OMGEVINGSVISIE 20 Het toeristisch-recreatief profiel van Steenwijkerland kan worden versterkt door meer samen te werken met omliggende -groene- gemeenten.” ➔ Steenwijkerland vormt niet alleen met de verscheidenheid aan ontspannen woonmilieus een belangrijke aanvulling op de grootstedelijke agglomeratie Zwolle. Steenwijkerland versterkt de regio Zwolle. Hier in Steenwijkerland vind je prachtige natuur- en cultuurlandschappen, rust en ruimte om te ontspannen. Van grote betekenis voor de inwoners in de regio én voor de regionale economie: Steenwijkerland heeft - met iconen als Nationaal Park Weerribben-Wieden en Giethoorn - (inter)nationale aantrekkingskracht.8 ➔ Steenwijkerland heeft te maken met zeven omliggende gemeenten en drie andere provincies. Inwoners van Steenwijkerland hebben voor een belangrijk deel dan ook hun oriëntatie buiten de eigen gemeentegrenzen: ze gaan voor werk, school, zorg of boodschappen ook naar naburige Overijsselse, Friese, Flevolandse of Drentse dorpen en steden. Dus ook deels buiten de regio Zwolle9. Een nadere verkenning is nodig ten aanzien van de noordelijker gelegen gemeenten (waar liggen kansen voor samenwerking, op welke onderdelen is afstemming noodzakelijk, ...). ➔ M.b.t. de begrenzing van het Nationaal Park Weerribben-Wieden wordt (ook) gevraagd om over de grenzen heen te kijken.

De Commissie Verkenning Nationale Parken (onder voorzitterschap van prof.mr. Pieter van Vollenhoven) heeft in haar advies vijf parken geselecteerd die Nationale Landschapsparken kunnen worden (internationaal onderscheidend op het vlak van natuur, landschap en cultuurhistorie). De natuurkernen van Weerribben-Wieden worden in het advies gezien als onderdeel van een groter samenhangend landschap: het geheel van laagveenmoerassen in Noordwest Overijssel en het hoger gelegen inzijgingsgebied van het Drents plateau (van de flanken van het Drents plateau tot de IJsseldelta). ➔ Op een aantal grote opgaven vindt - in verschillende regionale samenwerkingsverbanden - visie/strategieontwikkeling plaats en kijken we met buurgemeenten ‘over de gemeentegrenzen heen’. Denk aan de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) in Fluvius- verband10, het Integraal toekomstperspectief Gebiedsgerichte Aanpak Noordwest- Overijssel, de Regionale Energie Strategie (RES) en Regionale woonagenda met de regio West-Overijssel11, de Verstedelijkingsstrategie en NOVI/NOVEX-gebied regio Zwolle12. Afstemming op deze grote opgaven met buurgemeenten en –provincies is noodzakelijk. Een voorbeeld is de samenhang in het watersysteem (zie hierboven). De visie/strategieontwikkeling op deze grote opgaven levert belangrijke input op voor de actualisatie van onze omgevingsvisie.

Door de gemeenteraad vastgestelde visies en beleidskaders krijgen vanzelfsprekend een doorvertaling in onze nieuwe omgevingsvisie. 8 Zwolle vervult een centrumfunctie die van (boven)regionale betekenis is. Hier is de werkgelegenheid geconcentreerd, vind je uiteenlopende voorzieningen (zorg, onderwijs, detailhandel etc.), bruisende festivals, musea van betekenis en de ‘massa’ en het creatieve en innovatieve klimaat dat zo belangrijk is voor de concurrentiepositie van West-Overijssel – de regio Zwolle. 9 Regio Zwolle is een samenwerkingsverband van 22 gemeenten en 4 provincies (zie regiozwolle.info). 10 Fluvius is een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Hoogeveen, Meppel, Steenwijkerland, Midden Drenthe, Westerveld, De Wolden en het waterschap Reest en Wieden). 11 West-Overijssel bestaat o.a. uit de gemeenten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle én de provincie Overijssel. 12 Regio Zwolle is een samenwerkingsverband van 22 gemeenten en 4 provincies (zie regiozwolle.info).

UITGANGSPUNTEN VERVOLG ACTUALISATIE OMGEVINGSVISIE 21 2.3 Actualisatiethema´s 2.3.1 Uitgangspunt 21: Actualisatie en aanvulling van onze omgevingsvisie is in ieder geval nodig op de thema’s: • Klimaat en milieu • Kunst, cultuurhistorie en erfgoed • Wonen • Economie • Sociale basis en (positieve) gezondheid • Mobiliteit • Water en bodem Waarom? ➔ Op deze thema’s vindt in verschillende samenwerkingsverbanden visie- en beleidsontwikkeling plaats en/of heeft visie- en beleidsontwikkeling plaatsgevonden sinds onze huidige omgevingsvisie Waardevast landschap is vastgesteld. Dit alles vraagt om doorvertaling bij de actualisatie van onze omgevingsvisie. Onze nieuwe omgevingsvisie bevat zo straks al het strategisch beleid voor de leefomgeving in Steenwijkerland. Dit is ook wat de Omgevingswet van ons vraagt. Toelichting (waarom deze actualisatiethema’s?): i.

Klimaat en milieu Op het thema Klimaat en milieu vragen in ieder geval de volgende visie- en beleidsontwikkelingen doorvertaling bij de actualisatie van onze omgevingsvisie: - Klimaat- en duurzaamheidsplan, met onderliggende thema’s: o Energietransitie (energieopwekking, -besparing, warmtetransitie) en energiearmoede o Circulariteit o Biodiversiteit o Klimaatadaptatie o Mobiliteit - RES 2.0 - Ruimtelijke verkenning windenergie - Visie Groen en Biodiversiteit Vastgestelde beleidskaders die doorvertaling hebben gekregen in het Klimaat- en duurzaamheidsplan/nog een doorvertaling moeten krijgen bij de actualisatie van onze omgevingsvisie zijn: - Beleidskader voor kleine windmolens (december 2021) - Grondstoffenplan 2021-2025 - Lokale Adaptatiestrategie (LAS) (mei 2023) - Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 (2021) - Riolering en water programma (RWP), voorheen Watertakenplan (oktober 2022) - Samen aan de slag voor een aardgasvrij Steenwijkerland (december 2021) - Samenwerken aan klimaatbestendigheid; Regionale Adaptatiestrategie (RAS) (Werkregio Fluvius, december 2021) - Transitievisie Warmte (december 2021) UITGANGSPUNTEN VERVOLG ACTUALISATIE OMGEVINGSVISIE 22 ii.

Kunst, cultuurhistorie en erfgoed Op het thema Kunst, cultuurhistorie en erfgoed vragen in ieder geval de volgende visie- en beleidsontwikkelingen doorvertaling bij de actualisatie van onze omgevingsvisie: - Archeologiebeleid (archeologische waardenkaart) - Cultuurvisie (herijking) - Evenementenvisie en -beleid - Visie Beeldende kunst & Kunst in de openbare ruimte - Visie op religieus erfgoed (“kerkenvisie”) n.a.v. motie november 2018 - Welstandsbeleid beschermde stads- en dorpsgezichten, cultuurhistorisch waardevolle linten, kernen en gebieden (inclusief motie juli 2022 voor het behoud van karakteristieke panden en gevels) iii.

Wonen Vastgestelde beleidskaders die nog een doorvertaling moeten krijgen bij de actualisatie van onze omgevingsvisie zijn: - Woonagenda Steenwijkerland 2022-2026 (januari 2022) - (Ontwikkelperspectieven) Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle; Warme harten in een klimaatadaptieve delta (september 2022)13 - Toekomstbeeld Wonen; Toekomstbestendige strategieën voor woningbouw in de Regio Zwolle (maart 2023) - Woonagenda West-Overijssel (mei 2021) - Regionale woonzorgvisie 2024-2026 West-Overijssel (vaststelling december 2024) - VAB-beleid Met betrekking tot de Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle; Warme harten in een klimaatadaptieve delta (september 2022)14 heeft het college aangegeven zich in te spannen om de strategie te implementeren in ons eigen beleid. Met de kanttekening dat dit, bijvoorbeeld bij de actualisatie van onze omgevingsvisie, kan betekenen dat de ambities op onderdelen nog veranderen. iv.

Economie Op het thema Economie vragen in ieder geval de volgende visie- en beleidsontwikkelingen doorvertaling bij de actualisatie van onze omgevingsvisie: - Agenda Economie (arbeidsmarkt, duurzaamheid, ruimte) - Klimaat- en duurzaamheidsplan, onderdeel circulariteit - circulaire economie - Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG), inclusief Gebiedsplan stikstof - Ruimtelijk economische visie Regio Zwolle - Toekomstvisie vanuit toeristisch perspectief op de gemeentelijke havens Steenwijkerland - VAB-beleid 13 Vastgesteld door de Stuurgroep Verstedelijkingsstrategie/MIRT Onderzoek Regio Zwolle, niet door ons college en/of onze gemeenteraad. 14 Vastgesteld door de Stuurgroep Verstedelijkingsstrategie/MIRT Onderzoek Regio Zwolle, niet door ons college en/of onze gemeenteraad. Relevant voor de thema’s Wonen, Mobiliteit, Economie en Klimaat. UITGANGSPUNTEN VERVOLG ACTUALISATIE OMGEVINGSVISIE 23 Vastgestelde beleidskaders die nog een doorvertaling moeten krijgen bij de actualisatie van onze omgevingsvisie zijn: - Perspectief Bestemming Weerribben-Wieden 2025; een visie op duurzaam (be)leefbaar toerisme en recreatie in Steenwijkerland (september 2020) - Programmeringsafspraken Bedrijventerreinen Regio West-Overijssel 2023 t/m 2026 (april 2023) v.

Sociale basis en (positieve) gezondheid De actualisatie van onze omgevingsvisie biedt de mogelijkheid om aan te sluiten bij opgaven en ambities op een nieuw thema als Sociale basis. De sociale basis betekent: vrij toegankelijke formele en informele activiteiten en voorzieningen gericht op het elkaar ontmoeten en ondersteunen, ontplooien en ontspannen die zorgen dat mensen kunnen samenleven en meedoen. Het versterken van de sociale basis gaat over het omzien naar elkaar in de wijken, buurten en dorpen. Maar ook over het autonoom kunnen leiden van het leven met eigen regie en een netwerk vanuit die basis. Invulling van de ruimtelijke gebieden, met name op voorzieningenniveau, is onderdeel van die sociale basis en heeft daarmee effect op het welbevinden van mensen. Vanuit het Integraal Zorgakkoord hebben gemeenten de opdracht een visie op sociale basis op te stellen; het Regioplan integraal zorgakkoord regio IJsselvecht is in december opgeleverd. Ook (positieve) gezondheid is een nieuw thema in onze omgevingsvisie. Een recent vastgesteld beleidskader op dit thema moet nog een doorvertaling krijgen bij de actualisatie van onze omgevingsvisie: - Gezond leven makkelijker maken voor de inwoners van Steenwijkerland; Gezondheidsbeleid 2023-2027 (september 2023). vi.

Mobiliteit Vastgestelde beleidskaders die nog een doorvertaling moeten krijgen bij de actualisatie van onze omgevingsvisie zijn: - Fietsplan Steenwijkerland (december 2023) - Klimaat- en duurzaamheidsplan, onderdeel mobiliteit - Strategische Mobiliteitsvisie; Steenwijkerland duurzaam in beweging (2020) Het thema Mobiliteit heeft, als een van de vier hoofdopgaven, een belangrijke plek binnen de Regionale Verstedelijkingsstrategie. Met betrekking tot deze Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle; Warme harten in een klimaatadaptieve delta (september 2022) en uitwerkingen daarvan heeft het college aangegeven zich in te spannen om de strategie te implementeren in ons eigen beleid. Met de kanttekening dat dit, bijvoorbeeld bij de actualisatie van onze omgevingsvisie, kan betekenen dat de ambities op onderdelen nog veranderen. UITGANGSPUNTEN VERVOLG ACTUALISATIE OMGEVINGSVISIE 24 vii. Water en bodem Het thema Water en bodem is een belangrijk actualisatiethema. Dit omdat zowel Rijk als provincie ingezet hebben op een fundamentele koerswijziging.

Kort samengevat houdt de koerswijziging in dat het ruimtegebruik zich moet voegen naar/aanpassen aan het bodem- en watersysteem: “Het water- en bodemsysteem vormt onder de noemer Water en bodem sturend het vertrekpunt bij de ordening en inrichting van ruimtelijke functies.” Het Rijk wil “fors inzetten op herstel en het toekomstbestendig maken van het water- en bodemsysteem en daarbij meer aansluiten bij het natuurlijke systeem.” De impact van deze koerswijziging op de leefomgeving in Steenwijkerland en hoe we deze kunnen gebruiken is nog niet volledig in te schatten. Het huidige watersysteem van Weerribben-Wieden is zeer ‘onnatuurlijk’ en lijkt op de lange termijn weinig houdbaar.15. Op het thema Water en bodem vragen ook de volgende visie- en beleidsontwikkelingen doorvertaling bij de actualisatie van onze omgevingsvisie: - Uitwerking Regionale Sponsstrategie in samenhang met NOVI/NOVEX-gebied Regio Zwolle - Veenweidestrategie Het ruimtelijk ordenen van de ondergrond wordt verplicht gesteld voor gemeenten en provincies (met een verplichte paragraaf bodem en ondergrond in de omgevingsvisie waarin de toekomstige inrichting van de ondergrond wordt beschreven). 2.3.2 Uitgangspunt 22: Bij de doorvertaling van visies en beleidskaders van hogere overheden brengen we in beeld wat een gegeven is en waarin nog iets te kiezen valt.

Waarom? ➔ Hiermee krijgen - en bieden - we duidelijkheid over de speelruimte waarbinnen initiatieven tot bloei kunnen komen. 2.4 Prioriteiten 2.4.1 Uitgangspunt 23: Bij het prioriteren maken we bij de actualisatie van onze omgevingsvisie onderscheid in: wettelijke verplichtingen, onderdelen waarop we het noodzakelijk vinden om meer te doen dan we als gemeente wettelijk verplicht zijn én overige wensen of ambities (‘nice to have’). Waarom? ➔ Niet alles kan, niet alles kan tegelijkertijd. Dit vraagt om een focus voor opgaven en ambities in de omgevingsvisie. 15 Bron: Landschapsecologische systeemanalyse (LESA) van Ab Grootjans (Stichting ERA) en Piet Schipper (SBB), in Landschapsbiografie Weerribben-Wieden (J. Neefjes en H. Bleumink, 2023; p.157). UITGANGSPUNTEN VERVOLG ACTUALISATIE OMGEVINGSVISIE 25 Bijlage I

UITGANGSPUNTEN VERVOLG ACTUALISATIE OMGEVINGSVISIE 26 Bijlage II In de nieuwe Omgevingswet - ingangsdatum 1 januari 2024 - worden gemeenten, provincies en Rijk verplicht om één grondgebied dekkende omgevingsvisie op te stellen. De wet zegt het volgende over een omgevingsvisie: “Een omgevingsvisie, ... , bevat: a) een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, b) de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkelingen, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied, c) de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid.” “Uit de toelichting op de wet blijkt dat een omgevingsvisie een strategische, integrale, lange termijn visie over de noodzakelijke en gewenste ontwikkeling van de gehele fysieke leefomgeving betreft. Het begrip ‘fysieke leefomgeving’ geeft aan dat het om meer gaat dan alleen de ruimtelijke aspecten. Zo betreft het in ieder geval bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultuur erfgoed en werelderfgoed. (…) De intentie is dat deze verschillende aspecten niet alleen worden samengevoegd in een document, maar ook daadwerkelijk met elkaar worden verbonden in beleidsontwikkeling en -uitvoering. Daarnaast kan de gemeente in een omgevingsvisie haar eigen rol en die van andere benoemen en het type (sturings-) instrumenten dat zij wil inzetten.

Een omgevingsvisie is in principe vormvrij, wel dient het een digitaal raadpleegbaar omgevingsdocument te zijn.” “Voor een goed beeld van de scope van een omgevingsvisie is het goed te realiseren dat de Omgevingswet voor de beleidsvorming ook het instrument ‘programma’ kent. Een programma geeft een nadere uitwerking van het beleid voor een bepaalde sector of specifiek gebied - voor de korte of middellange termijn. Het programma is daarmee de basis voor de inzet van concrete maatregelen.” “Een omgevingsplan bevat de regels over de fysieke leefomgeving. In een omgevingsplan kunnen met het oog op de doelen van de wet regels worden gesteld over activiteiten die gevolgen (kunnen) hebben voor de fysieke leefomgeving. Een omgevingsplan bevat voor het gehele grondgebied van de gemeente een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en andere regels die met het oog daarop nodig zijn. Het Omgevingsplan vervangt de vigerende bestemmingsplannen en verordeningen.” UITGANGSPUNTEN VERVOLG ACTUALISATIE OMGEVINGSVISIE 27 Bijlage III Artikel 4 Procedure inwonerparticipatie 1. Bij de start van elk traject van inwonerparticipatie neemt de gemeente een beslissing over in ieder geval de volgende onderwerpen en legt dit vast in een participatieparagraaf: a. het doel van de participatie; b. de doelgroepen die bij de participatie worden betrokken; c.

hoe de doelgroepen worden uitgenodigd en geïnformeerd; d. de participatievraag; e. het niveau van participatie, waarbij gekozen wordt uit: informeren, raadplegen, adviseren, samenwerken en meebeslissen of een combinatie hiervan; f. de manier waarop de deelnemers kunnen participeren; g. hoe en hoelang de deelnemers kunnen reageren; h. de duur van en beslismomenten in de participatieprocedure; i. hoe de reacties van de deelnemers meewegen in de besluitvorming; j. de manier waarop de deelnemers worden geïnformeerd over het eindverslag en het (uiteindelijke) besluit; k. de gemeentelijke contactpersoon die het participatieproces begeleidt. 2. Als gekozen wordt voor het participatieniveau ‘informeren’, dan wordt alleen een beslissing genomen over: a. het doel van de participatie; b. de doelgroepen die worden geïnformeerd; c. de manier waarop de doelgroepen worden geïnformeerd over de stukken en het (uiteindelijke) besluit; d. de gemeentelijke contactpersoon. 3. De gemeente nodigt de doelgroepen uit om te participeren op de voor die doelgroepen meest geschikte wijze. In de kennisgeving worden de doelgroepen in begrijpelijke taal geïnformeerd over de onderwerpen die in het eerste lid staan, of, als het alleen om ‘informeren’ gaat, die in het tweede lid staan. 4.

Als het nodig is om tijdens de participatieprocedure de kaders of de inrichting van deze procedure aan te passen, informeert de gemeente de deelnemers hierover zo snel mogelijk. 5. In uitzonderlijke gevallen kan de gemeente na afloop van de participatieprocedure afwijken van de keuze, genoemd in het eerste lid, onderdeel i. Deze wijziging wordt nadrukkelijk gemotiveerd en gecommuniceerd. UITGANGSPUNTEN VERVOLG ACTUALISATIE OMGEVINGSVISIE 28 Bijlage IV Passend participatieniveau Onze participatieladder kent de volgende niveaus van participatie: • Informeren: De gemeente bepaalt bij deze trede zelf de agenda en houdt de publieksgroepen hiervan op de hoogte. Deze trede passen we toe wanneer er geen ruimte is voor het leveren van input. • Raadplegen: We zien de doelgroepen als gesprekspartners bij de ontwikkeling van beleid. We raadplegen doelgroepen en vragen hen te reageren op concrete voorstellen of concepten. • Adviseren: De agenda wordt opgesteld door de gemeente, maar betrokkenen kunnen problemen en oplossingen aanbieden. Deze ideeën spelen een grote rol bij de ontwikkeling van beleid. De betrokkenen zijn raadgever, met veel ruimte voor eigen inbreng. Ze worden in een vroeg stadium betrokken, bijvoorbeeld bij het bepalen van de opgave. • Samenwerken: Hier wordt er op basis van gelijkwaardigheid samengewerkt.

Dit leidt tot gezamenlijke besluiten, waarbij iedereen een veto heeft. • Meebeslissen: Dit is de hoogste trede van participatie, waarbij de ontwikkeling van- en besluitvorming over het beleid aan de betrokkenen wordt overgelaten. De participanten krijgen de bevoegdheid om zelf beslissingen over het beleid te geven en daar eventueel zelf uitvoering aan te geven. Dit kunnen we samenvatten in onderstaande tabel: Kernvoorwaarden (inwoner)participatie Informeren Raadplegen Adviseren Samenwerken Meebeslissen Betrokkenen worden geïnformeerd Betrokkenen zijn gesprekspartner Betrokkenen kunnen zelf problemen en oplossingen aanbieden Samenwerking op basis van gelijkwaardigheid (vetorecht voor alle partijen) Betrokkenen kunnen zelfstandig besluiten nemen

UITGANGSPUNTEN VERVOLG ACTUALISATIE OMGEVINGSVISIE 29 Bijlage V Plan-mer Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieugevolgen van een plan in beeld voordat er een (vaststellings)besluit over is genomen. De m.e.r. is gebaseerd op Europese regelgeving. Het doel van de m.e.r. is het bieden van voldoende informatie op basis waarvan het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming wordt betrokken. De inhoud van de omgevingsvisie bepaalt of het verplicht is een m.e.r.-procedure te doorlopen. Dit is het geval, wanneer: • de omgevingsvisie kaders stelt voor activiteiten die volgens de wet m.e.r.(beoordelings)plichtig zijn; • op voorhand niet kan worden uitgesloten dat als gevolg van de strategische keuzes in de omgevingsvisie significante negatieve effecten optreden op Natura 2000-gebieden. Zodra de inhoud van de omgevingsvisie voldoende concreet is, wordt bepaald of de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen en op welke wijze hieraan uitvoering wordt gegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/fa8cb975-a8f3-43d2-89b5-5b9fbc721f8c?agendaItemId=f062a3ae-efcd-4d26-b909-e9c02fc08ca9