CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota Reserves en Voorzieningen 2017 voor raadsvergadering 19 december 2017.pdf

Politieke Markt 12 december 2017, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Nota Reserves en Voorzieningen 201712.711 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1 Nota Reserves en Voorzieningen 2017 2 Samenvatting In de door de raad vastgestelde financiële verordening staat vermeld dat het college ten minste één keer in de vier jaar een nota Reserves en Voorzieningen ter vaststelling aan de raad aanbiedt. De in 2012 door de raad vastgestelde nota Reserves en Voorzieningen dient dan ook te worden geactualiseerd. In de nota wordt het wettelijk kader geschetst waaraan de vorming en het gebruik van reserves en voorzieningen moet voldoen. Tevens wordt specifiek ingegaan op het beleid met betrekking tot reserves en voorzieningen zoals dat in de gemeente Steenwijkerland is geformuleerd. Wij zijn terughoudend met het instellen van reserves, omdat: 1. Een veelheid aan reserves een helder inzicht in de financiële situatie bemoeilijkt en; 2. moet worden voorkomen dat onnodig middelen worden onttrokken voor een vrije integrale begrotingsafweging. Bij het opstellen van deze nota zijn de bestaande reserves en voorzieningen beoordeeld op grond van: a) Indeling van reserves en voorzieningen conform de criteria van het BBV; b) De noodzaak tot handhaving (risico en/ of doel); c) Het meerjarig uitvoeringsplan (hoe en wanneer worden de gelden besteed?); d) De toereikendheid (omvang). Op basis van deze exercitie stellen wij voor een aantal wijzigingen ten opzichte van de vorige nota reserves en voorzieningen door te voeren: 1.

Een aantal reserves per 31-12-2017 op te heffen, omdat er geen bestedingsplan/ uitvoeringsplan meer is voor het resterend saldo of kan worden samengevoegd met andere reserves. Vaak moet nog wel een aantal projecten, die in voorgaande jaren zijn opgestart, worden afgerond. Deze worden dan afgewikkeld via de Algemene reserve vrij besteedbaar. Het saldo van de op te heffen reserve wordt gestort in de Algemene reserve vrij besteedbaar. Het betreffen de volgende reserves: a) Algemene reserve Grondbedrijf; b) Reserve opbrengst Wavin gelden; c) Reserve Oudheidkamer; d) Reserve Kunstobjecten; e) Decentralisatie huisvesting onderwijs; f) Reserve Kernenbeleid (vanaf 31-12-2018); g) Reserve Grote projecten; h) Reserve Gebiedsgerichte projecten; i) Reserve Leefbaarheidsprojecten (vanaf 31-12-2018); j) Reserve frictie samenvoeging IGSD/NWG (vanaf 31-12-2018); k) Reserve Impulsgelden 2. a) De Algemene reserve Grondbedrijf op te laten gaan in de Algemene reserve (vaste buffer)1 en de totale omvang vast te stellen op 15% van de algemene uitkering uit het gemeentefonds 1 De Algemene reserve (vaste buffer) is bedoeld voor risico’s die qua aard en omvang niet zijn te voorzien. 3 plus de inkomsten uit de onroerende zaakbelastingen (OZB) met een marge naar boven en beneden van 5%. Afwijking van de bandbreedte maximaal 3 jaar toestaan.

b) De geraamde resultaten voor de grondexploitaties ten gunste dan wel ten laste van de Algemene reserve vrij besteedbaar te brengen; 3. Voorstel is om voor de bedrijfsreserve de ondergrens van € 250.000 te laten vervallen met dien verstande dat de bedrijfsreserve geen negatief saldo mag vertonen in enig jaar. 4. Ten laste van de exploitatie de volgende budgetten opnemen en dit budgettair te verwerken bij de Perspectiefnota 2019-2022: a) Aanschaf kunst: € 30.000; b) Leefbaarheidsprojecten: Afgerond € 5.000 vanwege het vervallen van de onttrekking aan de reserve leefbaarheidsprojecten; c) Burgerinitiatieven: € 60.000. Dit bedrag komt bovenop de € 40.000 die al structureel beschikbaar is voor burgerinitiatieven. 2018 2019 2020 2021 2022 Structureel budget aanschaf kunst -30.000 -30.000 -30.000 -30.000 -30.000 Vervallen onttrekking reserve leefbaarheidsprojecten -5.312 -5.182 -5.051 -5.051 -5.051 Structureel budget burgerinitiatieven -60.000 -60.000 -60.000 -60.000 Saldo -35.312 -95.182 -95.051 -95.051 -95.051 5. Per saldo € 20.570 ten gunste van de exploitatie brengen door het niet langer voeden van de reserve Kunstobjecten en dit budgettair te verwerken bij de Perspectiefnota 2019 -2022.

2018 2019 2020 2021 2022 Vervallen dotatie reserve kunstobjecten 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 Vervallen onttrekking reserve kunstobjecten -29.430 -29.430 -29.430 -29.430 -29.430 Saldo 20.570 20.570 20.570 20.570 20.570 6. De reserve “Opvangen effecten decentralisaties (3D’s)” opnemen in deze Nota en: a) De naam van de reserve te wijzigen in: “Reserve opvangen tekorten Sociaal Domein”en; b) Het nut van de reserve te herijken bij de PPN 2019-2022 en; c) De reserve onder te brengen in het programma “Steenwijkerlanders doen het samen” met als portefeuillehouder wethouder H.J. Frantzen-Boeve. 7. De gemeente Steenwijkerland volgt het advies van de commissie BBV en berekent geen (bespaarde) rente over het eigen vermogen en de voorzieningen. Tot en met 2016 werd wel bespaarde rente berekend ten gunste van de exploitatie. 8. De omvang van de reserves te koppelen aan het solvabiliteitspercentage (eigen vermogen/ totale vermogen * 100) en te bepalen dat deze minimaal 20% bedraagt. Een dergelijke norm is nu nog niet van toepassing. 9. onderzoeken in hoeverre het legaat van wijlen dhr. Buddenbaum kan worden ingezet voor de kern Paasloo dan wel over kan worden gedragen aan Plaatselijk Belang Paasloo. In dat geval kan de “Voorziening Buddenbaum” worden opgeheven en kan het geld worden overgemaakt aan Plaatselijk Belang Paasloo.

4 Als bijlage is een specificatie opgenomen van alle reserves en voorzieningen. Bij iedere reserve of voorziening is een voorstel gedaan voor handhaving dan wel opheffing van de reserve/ voorziening. De weergave in financiële zin van de reserves en voorzieningen in deze nota is gebaseerd op de besluitvorming tot en met de raadsvergadering van 7 november 2017. Daarbij wordt er vanuit gegaan dat de programmabegroting 2018-2021 ongewijzigd wordt vastgesteld. Mocht dat niet zo zijn, en het financieel beeld m.b.t. de reserves en voorzieningen wijzigen, dan zal de voorliggende ‘Nota Reserves en Voorzieningen 2017’ worden aangepast. 5 Inhoudsopgave 1. Inleiding ....................................................................................................................................................... 6 2. Functies en wettelijk kader van reserves en voorzieningen ................................................................. 7 2.1 Functies van reserves en voorzieningen ................................................................................................ 7 2.2 Wettelijk kader reserves en voorzieningen ........................................................................................... 7 3. Beleid gemeente Steenwijkerland ...........................................................................................................

10 3.1 Beleid ten aanzien van reserves ............................................................................................................ 10 3.2 Beleid ten aanzien van voorzieningen ................................................................................................. 11 3.3 Normeringen reserves en voorzieningen ............................................................................................ 12 3.4 Rentetoerekening reserves en voorzieningen ..................................................................................... 13 3.5 Omvang reserves .................................................................................................................................... 13 4. Evaluatie reserves en voorzieningen ...................................................................................................... 15 5. Aanbevelingen........................................................................................................................................... 16 Bijlage. ............................................................................................................................................................ 18 6 1. Inleiding Artikel 12 lid 1 van de Financiële verordening vermeldt dat het college ten minste een keer in de vier jaar een nota reserves en voorzieningen ter vaststelling aan de raad aanbiedt.

De in de vergadering van 27 maart 2012 door de raad vastgestelde Nota Reserves en Voorzieningen 2011- 2015 dient dan ook te worden geactualiseerd. In deze nota stelt de raad de richtlijnen vast voor het instellen, het opheffen en de omvang van de reserves. Kaders stellen voor voorzieningen is veelal niet aan de orde, omdat voorzieningen een verplichtend karakter kennen. Vanwege de inzichtelijkheid wordt in de nota wel ingegaan op de voorzieningen. Doelstelling van de nota is het beoordelen van de huidige reserves en voorzieningen om te komen tot een adequaat niveau van reserves en voorzieningen in de gemeente Steenwijkerland . De wijze waarop en de voorwaarden waaronder reserves en voorzieningen worden gevormd zijn wettelijk verankerd in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Reserves en voorzieningen vormen een belangrijk onderdeel van de vermogenspositie van de gemeente Steenwijkerland. Het periodiek actualiseren van het aantal en de omvang van de reserves en voorzieningen is zowel vanuit bestuurlijk als bedrijfseconomisch oogpunt noodzakelijk. Vanuit bestuurlijk oogpunt dient optimaal invulling te worden geg even aan het budgetrecht van de gemeenteraad. Bij reserves gaat het om de bestemming van “vrij besteedbaar” vermogen. Reserves dienen te worden gerelateerd aan door de raad vastgestelde concrete bestedingsplannen.

Aanpassingen en wijzigingen worden ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd. Voorzieningen moeten worden afgezet tegen de risico’s van de gemeente. Om te voorkomen dat grote (onverwachte) ingrepen in de begroting nodig zijn op het moment dat de risico’s zich voordoen is nauwkeurig wettelijk vastgelegd wanneer en op welke wijze voorzieningen moeten worden gevormd. 7 2. Functies en wettelijk kader van reserves en voorzieningen Het wettelijk kader voor de vorming van reserves en voorzieningen wordt gevormd door het BBV. In paragraaf 2.1. wordt kort ingegaan op de functies van reserves en voorzieningen. In paragraaf 2.2. wordt het wettelijk kader, waarbinnen de vorming van reserves en voorzieningen moet plaatsvinden, beschreven. 2.1 Functies van reserves en voorzieningen Voor een verantwoord en flexibel financieel beleid verdient het aanbeveling, daar waar het nodig of wenselijk is, over te gaan tot het vormen en in stand houden van reserves en voorzieningen. Dit kan en moet mede worden bezien in relatie tot een aantal functies die de reserves en voorzieningen hebben. De volgende functies zijn te onderscheiden: 1 Financieringsfunctie Reserves en voorzieningen kunnen worden gebruikt als eigen financieringsmiddel.

De aanwezigheid van reserves en voorzieningen beperkt het beroep op de geld- en kapitaalmarkt, zodat wordt bespaard op het betalen van rente voor aangetrokken leningen. De gemeente ‘leent’ in dit geval als het ware van zichzelf in plaats van deze middelen te lenen van derden. 2 Bufferfunctie De reserves vormen een buffer voor het opvangen van onvoorziene toekomstige tegenvallers. De reserves maken het mogelijk noodzakelijke aanpassingen niet schoksgewijs te laten verlopen. 3 Bestedingsfunctie Reserves die zijn gevormd voor een bepaald doel hebben een bestedingsfun ctie. De aanwending hiervan heeft veelal een incidenteel karakter. 4 Inkomensfunctie Het beschikken over reserves en voorzieningen heeft tot gevolg dat de noodzaak tot financiering met rentedragend vreemd vermogen wordt beperkt. Hierdoor wordt rente bespaard, die anders verschuldigd zou zijn. 5 Egalisatiefunctie Voorzieningen kunnen worden gevormd om baten en lasten over de jaren heen gelijkmatig te verdelen. Ongewenste schommelingen in de tarieven die aan derden in rekening worden gebracht, kunnen middels een egalisatievoorziening worden opgevangen. Tussen de genoemde functies bestaat een onlosmakelijke relatie in de zin dat allen een financieringsfunctie hebben en daarnaast nog een van de overige functies. Hierbij geldt dat aanwending voor de ene functie automatisch de andere uitsluit.

2.2 Wettelijk kader reserves en voorzieningen Het wettelijk kader voor de vorming van reserves en voorzieningen wordt gevormd door het BBV. 2.2.1 Onderscheid tussen reserves en voorzieningen Een duidelijk onderscheid is van belang, omdat voorzieningen tot het vreemd vermogen worden gerekend (er kleeft een verplichting aan) en (bestemmings)reserves tot het eigen vermogen. Het BBV 8 legt het onderscheid bij de mogelijkheid dat de raad de bestemming kan wijzigen. Zolang de bestemming veranderd kan worden, is er sprake van een (bestemmings)reserve; zodra dit niet meer kan, is er sprake van een voorziening. Reserves Reserves worden omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vrij zijn te besteden. Het BBV maakt onderscheid in (art. 43 BBV): 1. de algemene reserve (het vormen van een buffer om onvoorziene negatieve resultaten af te dekken); 2. de bestemmingsreserves (raad heeft aan de reserve een bepaalde bestemming gegeven). Stille reserve Naast de algemene reserve en de bestemmingsreserves kan er ook nog sprake zijn van stille reserves. Een stille reserve is een reserve, waarvan het bestaan niet uit de administratie blijkt. Van een stille reserve wordt gesproken wanneer een bezit geen boekwaarde meer heeft, maar wel een marktwaarde dan wel een boekwaarde heeft, die lager ligt dan de marktwaarde (voorbeelden zijn gebouwen en gronden).

Voorzieningen Voorzieningen kunnen worden gedefinieerd als vermogensbestanddelen die als vreemd vermogen zijn aan te merken en die (bedrijfseconomisch gezien) niet vrij te besteden zijn. 1. Voorzieningen worden gevormd wegens (art. 44 BBV): a) verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs is in te schatten; b) op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten; c) kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren. d) bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35, eerste lid onder b2. 2. Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen, bedoeld in artikel 49, onderdeel b3. 3. Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume.

Het gaat bij voorzieningen om, min of meer onzekere verplichtingen, die te zijner tijd schulden kunnen worden, zoals garantieverplichtingen en dergelijke (ad a). Ook kunnen voorzieningen betrekking hebben op verplichtingen die samenhangen met het in de tijd onregelmatig gespreid zijn van bepaalde kosten, zoals bijvoorbeeld groot onderhoud (ad c). Bovendien kunnen voorzieningen een schatting betreffen van lasten voortvloeiend uit risico’s die samenhangen met bedrijfsvoering, zoals rechtsgedingen, reorganisaties en dergelijke (ad b). Voor gevolgen van toekomstige gebeurtenissen, die niet in causale relatie staan tot het bedrijfsgebeuren in de periode voorafgaande aan de balansdatum, kunnen geen voorzieningen worden gevormd. Posten als schulden en transitoria (overlopende posten, zoals vooruit ontvangen baten, nog te betalen sociale 2 Artikel 35, lid 1 b BBV: investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven; 3 Artikel 49, lid b BBV: de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren.

9 premies, nog te betalen salarissen, etc.) vallen niet onder het begrip voorzieningen, omdat daarbij geen onzekerheid bestaat over de omvang en het tijdstip van opeisbaar worden van de schuld respectievelijk last. Verkregen middelen van derden die specifiek moeten worden besteed worden ook tot de voorzieningen gerekend (art. 44 lid 2 BBV). Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan (art. 45 BBV). De omvang van een voorziening dient gelijk te zijn aan het noodzakelijke niveau. Van groot belang hierbij is dat voor het bepalen van de omvang van dergelijke voorzieningen (geactualiseerde) meerjarige uitvoeringsplannen beschikbaar zijn. Mutaties in voorzieningen vanwege toevoegingen of vrijval vloeien uitsluitend voort uit het aanpassen aan een nieuw noodzakelijk niveau. De overige mutaties bestaan alleen uit verminderingen wegens aanwending voor het doel waarvoor de voorziening is ingesteld. Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn in beginsel dan ook niet nodig en gewenst, tenzij de voorziening tegen contante waarde (= benodigde eindwaarde) is gewaardeerd. In dit laatste geval wordt wel rente toegevoegd en is de rentecomponent essentieel om de geprognosticeerde omvang van de voorziening te bereiken. 2.2.2 Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume (art.

44 lid 3 BBV) Op grond van het BBV wordt geen voorziening gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Dergelijke verplichtingen dienen in de meerjarenbegroting als lasten te worden opgenomen. Voor verplichtingen waarvan het volume niet gelijk blijft moet dus wel een voorziening worden gevormd. Hierbij kan worden gedacht aan: - Wachtgeldverplichtingen bij uitdiensttreding bestuurders; - Pensioenverplichtingen voor bestuurders die vanaf 1-1-2015 pensioen krijgen van de gemeente. - Overdracht van bij de gemeente opgebouwd pensioen naar een ander pensioenfonds door (voormalige) bestuurders. 2.2.3 De wijze waarop toevoegingen en onttrekkingen aan reserves plaatsvinden In het BBV is de wijze waarop toevoegingen en onttrekkingen aan reserves plaatsvind en bepaald. Bij de begroting worden eerst alle baten en lasten van de programma’s geboekt, vervolgens wordt het resultaat bepaald en daarna wordt toegevoegd of onttrokken aan reserves. Een resumé van de belangrijkste verschillen tussen reserves en voorzieni ngen is hieronder aangegeven. Belangrijkste verschillen Reserve Voorziening Categorisering vermogenspositie Eigen Vermogen Vreemd Vermogen Karakter Tijdelijk Permanent Financiële functie Intern financieringsmiddel Schuld t.o.v.

derde (n) Storting en onttrekking Na resultaatbepaling Toevoeging en onttrekking aan de voorziening loopt via de exploitatie Bestemming Vrij, de raad kan bestemming wijzigen Niet vrij besteedbaar, slechts inzetbaar voor het betreffende doel Financiële onderbouwing Niet verplicht, maar aangeraden Verplicht Rente Rentetoevoeging is toegestaan (dient via exploitatie plaats te vinden) Rentetoevoeging is niet toegestaan, tenzij er sprake is van een contante waardeberekening 10 3. Beleid gemeente Steenwijkerland In dit hoofdstuk is het beleid van de gemeente Steenwijkerland geformuleerd over hoe om te gaan met reserves en voorzieningen. In § 3.1 respectievelijk § 3.2 wordt ingegaan op het beleid ten aanzien van reserves en voorzieningen. In § 3.3 worden de genormeerde reserves besproken. Tot slot wordt in § 3.4 de wijze waarop de rente over de reserves wordt toegerekend beschreven en worden in § 3.5 enkele conclusies getrokken. 3.1 Beleid ten aanzien van reserves 3.1.1 Bevoegdheden De raad is vanuit haar kaderstellende rol bevoegd tot het instellen, wijzigen, opheffen, voeden en onttrekken van reserves (budgetrecht). 3.1.2 Het instellen van reserves Wij zijn terughoudend met het instellen van reserves, omdat: 1. Een veelheid aan reserves een helder inzicht in de financiële situatie bemoeilijkt en; 2.

moet worden voorkomen dat onnodig middelen worden onttrokken voor een vrije integrale begrotingsafweging. Het instellen, wijzigen, opheffen, voeden en onttrekken van reserves dient bij afzonderlijk raadsbesluit plaats te vinden. In dit raadsbesluit zal voor zover van toepassing het volgende moeten worden aangegeven: 1. de omschrijving van het doel; 2. de voeding; 3. de maximale hoogte; 4. de maximale looptijd. 3.1.3 Wijzigen en opheffen Indien het doel, de looptijd of de omvang van een reserve gewijzigd moet worden, moet deze wijziging via een afzonderlijk voorstel ter besluitvorming aan de raad worden voorgelegd. Wanneer het doel waarvoor een reserve is gevormd op enig moment is gerealiseerd/ vervalt, behoort de reserve opgeheven te worden. De mogelijk vrijvallende middelen worden toegevoegd aan de Algemene reserve vrij besteedbaar. Bij de bepaling van de omvang van een reserve kan het college afwijken van de norm voor zover deze is opgenomen in voorliggende Nota Reserves en Voorzieningen. Dit zal dan moeten worden beargumenteerd aan de raad. 3.1.4 Administratieve verwerking Afhankelijk van de aard van de reserve vinden stortingen ten gunste van een reserve plaats en ten laste van het resultaat van de algemene dienst, respectievelijk de exploitatie v an de betreffende gesloten huishouding.

Onttrekkingen vinden plaats ten laste van de reserve met daartegenover aan de inkomstenzijde van de exploitatie een beschikking over de onderhavige reserve. Een gesloten huishouding is een integraal onderdeel van de begroting dat behandeld wordt als ware het een zelfstandig bedrijf, echter zonder specifieke begroting, rekening en accountantscontrole. Binnen een gesloten huishouding moeten baten en lasten – in meerjarig perspectief – om bestuurlijke c.q. bedrijfseconomische redenen perse in evenwicht zijn. Een 11 gesloten huishouding heeft om die reden een eigen egalisatie voorziening. De gemeente Steenwijkerland kent de volgende gesloten huishoudingen: het afval- en het rioolbeheer. Producten met eigen (leges) inkomsten, zoals rechten burgerzaken en omgevings- en milieuvergunningen lijken op een gesloten huishouding, omdat in beginsel gestreefd wordt naar 100% kostendekking, maar de bestuurlijke c.q. bedrijfseconomische vereisten zijn op dit moment niet zodanig zwaar dat voor deze producten een eigen reserve/voorziening zou moeten worden ingesteld. 3.2 Beleid ten aanzien van voorzieningen 3.2.1 Bevoegdheden De raad is bevoegd tot het instellen, wijzigen en opheffen van voorzieningen . 3.2.2 Het instellen van voorzieningen De raad is conform het BBV verplicht om voorzieningen te treffen om risico’s en verplichtingen af te dekken.

Het instellen, wijzigen of opheffen van voorzieningen dient bij afzonderlijk raadsbesluit plaats te vinden. Dit raadsbesluit zal uitsluitsel moeten geven over: 1. de aard van het risico of de verplichting; 2. de maximale omvang; 3. de noodzaak van een meerjarig onderhoudsplan. 3.2.3 Storting en onttrekking voorzieningen Stortingen in en onttrekkingen aan voorzieningen vinden alleen plaats aan de hand v an de door de raad vastgestelde meerjarige (onderhouds)plannen. Als er afwijkende bedragen onttrokken moeten worden, kan dat alleen via een afzonderlijk door de raad te nemen besluit. 3.2.4 Wijzigen en opheffen Indien het doel of de omvang van een voorziening gewijzigd moet worden, dient deze wijziging via een afzonderlijk voorstel ter besluitvorming aan de raad te worden aangeboden. Wanneer het doel waarvoor een voorziening is gevormd op enig moment vervalt, behoort de voorziening opgeheven te worden via de rekening van baten en lasten. De vrijgekomen middelen worden via het resultaat toegevoegd aan de Algemene reserve vrij besteedbaar. 3.2.5 Administratieve verwerking Overeenkomstig de administratieve verwerking van de reserves worden toevoegingen/ onttrekkingen aan een voorziening ten laste/ ten gunste gebracht van de algemene dienst respectievelijk de exploitatie van de betreffende gesloten huishouding.

Bij de bepaling van de omvang van een voorziening kan het college afwijken van de norm voor zover deze is opgenomen in voorliggende Nota Reserves en Voorzieningen. Dit zal dan moeten worden beargumenteerd aan de raad. 12 3.3 Normeringen reserves en voorzieningen Algemene reserve (vaste buffer) en Algemene reserve grondexploitaties. De Algemene reserve (vaste buffer) en de Algemene reserve Grondbedrijf zijn beide bedoeld voor het opvangen van risico’s4 die op de balansdatum qua aard en omvang niet zijn te voorzien. De gewenste hoogte hangt onder meer samen met het weerstandsvermogen en de risico’s die worden gelopen. Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust een begroting is. Een exact sluitende begroting zonder weerstandsvermogen betekent dat iedere tegenvaller een probleem gaat opleveren. In dat geval staan de programma’s en daarmee het beleid van de gemeente Steenwijkerland onder druk. Een buffer – een weerstandscapaciteit – is daarom noodzakelijk. De (incidentele) weerstandscapaciteit wordt grotendeels bepaald door de Algemene reserve (vaste buffer) en de Algemene reserve Grondbedrijf. Hoe groot de buffer moet zijn is in zijn algemeenheid moeilijk te bepalen, omdat de hoogte afhangt van de risico’s die de gemeente Steenwijkerland loopt.

Bij het weerstandsvermogen gaat het dus om het verband tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie (art. 11 BBV). Door middel van onderstaand schema is dit in beeld gebracht: Weerstandsvermogen De Algemene reserve (vaste buffer) en de Algemene reserve Grondbedrijf hebben beide dezelfde functie. De risico’s voor het grondbedrijf zijn op grond van het gewijzigde BBV , de gewijzigde gemeentelijke grondpolitiek (van actief naar passief grondbeleid) en de vervolgens getroffen beheersmaatregelen aanzienlijk verminderd. Het is dan ook niet langer noodzakelijk om voor de grondexploitaties een aparte buffer in de vorm van een algemene reserve te handhaven. Voor beide reserves geldt een normering. Door samenvoeging van beide reserves wordt voor gesteld de normering aan te passen tot 15% van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds plus de inkomsten uit de OZB met een marge naar boven en beneden van 5%5. Het vorenstaande betekent dat de Algemene reserve (vaste buffer) mag worden afgeroo md voor incidentele uitgaven, zodra deze reserve groter is dan 20% van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds en de inkomsten uit de OZB. Omgekeerd is een verplichte storting pas nodig als de Algemene reserve (vaste buffer) de 10% norm onderschrijdt.

Bedrijfsreserve Het doel van de Bedrijfsreserve is middelen ter beschikking te hebben ten behoeve van bestedingen in de bedrijfsvoering van de gemeentelijke organisatie gericht op: - onvoorziene maar wel noodzakelijke uitgaven; - het realiseren van een betere prijs/ kwaliteit verhouding van de gemeentelijke dienstverlening vanuit de optiek van de burger c.q. het bestuur en/ of het beperken van de bedrijfsrisico’s in Arbo-technische, economische en/ of milieutechnische zin; - tegenvallers in de bedrijfsvoering op te vangen. 4 Voor de bedrijfsvoering is met dezelfde doelstelling de Bedrijfsreserve beschikbaar. 5 De omvang van de Algemene reserve (vaste buffer) bedraagt op dit moment 10% van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds plus de inkomsten uit de OZB met een marge van 1% naar boven en naar beneden. Relatie Risico’s Weerstandscapaciteit 13 In de nota Reserves en voorzieningen 2011-2015 heeft u de volgende criteria voor de Bedrijfsreserve vastgesteld: a. de voorstellen tot het aanwenden van de bedrijfsreserve passen binnen het in deze paragraaf vermelde doel; b. de bovengrens vaststellen op € 500.000; c. de ondergrens vaststellen op € 250.000; d. uw raad stelt het college in de gelegenheid maximaal € 250.000 per keer te onttrekken aan de bedrijfsreserve met inachtneming van de ondergrens zoals onder c vermeld; e.

in de bestuurlijke tussenrapportages te rapporteren over de inzet van de bedrijfsreserve; f. het college mandateert de algemeen directeur voor het verrichten van uitgaven ten laste van de bedrijfsreserve tot een bedrag van maximaal € 100.000. Daarboven dient vooraf toestemming van het college te worden verkregen; g. de algemeen directeur bespreekt vooraf de uitname met de portefeuillehouder bedrijfsvoering en rapporteert in de tussentijdse managementrapportages over de inzet van de bedrijfsreserve; h. overschrijding van de bovengrens wordt via de exploitatie van de algemene dienst ten gunste gebracht van de Algemene reserve vrij besteedbaar. Onderschrijding ten opzichte van de ondergrens van € 250.000 dient terstond aan ons college te worden gemeld en gaat gepaard met een selectieve uitgavenstop met betrekking tot de bedrijfsvoeringsbudgetten tot het moment dat de onderschrijding naar genoegen van het college structureel is opgeheven. Het saldo van de bedrijfsreserve heeft zich de afgelopen jaren nooit beneden de ondergrens van € 250.000 bewogen. Voorstel is om de ondergrens van € 250.000 te laten vervallen met dien verstande dat de bedrijfsreserve geen negatief saldo mag vertonen in enig jaar. 3.4 Rentetoerekening reserves en voorzieningen Bespaarde rente.

In de nota Rentetoerekeningsbeleid Steenwijkerland 2006 is bepaald dat geen bespaarde rente wordt toegerekend aan de reserves en voorzieningen, maar overeenkomstig het berekende omslagpercentage structureel wordt toegevoegd aan de exploitatie van de algemene dienst. Evenals de commissie BBV zijn wij van mening dat de systematiek van de bespaarde rente over het eigen vermogen en de voorzieningen slechts een fictieve rentelast is en leidt tot het (onnodig) opblazen van de baten en de lasten van de begroting. Dit gaat ten koste van de eenvoud en transparantie. De commissie beveelt daarom aan om geen bespaarde rente meer te berekenen over het eigen vermogen en de voorzieningen. Deze aanbeveling hebben wij overgenomen en voor het eerst toegepast in de Programmabegroting 2017-2020. Aanwenden reserves en voorzieningen. Het aanwenden van de reserves en voorzieningen kost geld. De eigen financieringsmiddelen nemen af, hetgeen leidt tot structureel dalende renteopbrengsten of stijgende rentekosten. 3.5 Omvang reserves Over de minimale en maximale omvang van de reserves is wettelijk niets bepaald. De gemeenten zijn daarin volledig autonoom met dien verstande dat deze in principe niet negatief mogen zijn. Er kan echter wel een duidelijke relatie worden gelegd tussen het eigen vermogen, het vreemde vermogen (schulden) en het totale vermogen.

Het eigen vermogen wordt daarbij uitgedrukt in een 14 percentage van het totale vermogen (solvabiliteitspercentage). Hoe hoger het solvabiliteitspercentage is, hoe meer bezittingen zijn afbetaald. Dit betekent gelijktijdig dat er minder vreemd vermogen is aangetrokken en er dus ook minder schulden zijn. Uiteraard geldt ook het omgekeerde. Om een beeld te geven van de financiële positie van de gemeenten hanteert het rijk de volgende indeling: Financieel kengetal Categorie A Categorie B Categorie C Solvabiliteitspercentage > 50% Van 20% t/m 50% < 20% Categorie A is minder risicovol dan categorie B en deze is weer minder risicovol dan categorie C. Voor de gemeente Steenwijkerland wordt voorgesteld om vanuit financieel oogpunt en ten behoeve van het interbestuurlijke toezicht als absolute ondergrens een solvabiliteitspercentage te hanteren van 20%, overeenkomende met de ondergrens van categorie B. Dit betekent dat het eigen vermogen niet beneden 20% van het totale vermogen mag dalen. Zodra dat dreigt te gebeuren zal de vermogenspositie moeten worden versterkt vanuit een dotatie uit de exploitatie. Waar staat de gemeente Steenwijkerland? In de Programmabegroting 2017-2020 wordt voor het jaar 2017 met een solvabiliteitspercentage van 28% rekening gehouden en blijft daarmee dus binnen de voorgestelde normering.

Voor de jaren daarna wordt een verdere stijging van het solvabiliteitspercentage verwacht. 15 4. Evaluatie reserves en voorzieningen Op grond van de door de raad vastgestelde Financiële Verordening 2005 (art. 12) en de nota Reserves en Voorzieningen is bepaald dat de reserves en voorzieningen één keer per raadsperiode worden geëvalueerd. Voor het beoordelen van de reserves en voorzieningen is een format ontwikkeld. Aan de hand van dit format worden de reserves en voorzieningen beoordeeld op grond van: e) Indeling van reserves en voorzieningen conform de criteria van het BBV; f) De noodzaak tot handhaving (risico en/ of doel); g) Het meerjarig uitvoeringsplan (hoe en wanneer worden de gelden besteed?); h) De toereikendheid (omvang): een eventueel surplus dient vrij te vallen . Het beoordelen van de reserves en voorzieningen is gebeurd aan de hand van de nota Reserves en Voorzieningen 2017, de Jaarrekening 2016 en de Programmabegroting 2017 - 2020. Er is rekening gehouden met besluitvorming tot en met de raadsvergadering van 7 november 2017. Daarbij wordt er vanuit gegaan dat de programmabegroting 2018-2021 ongewijzigd wordt vastgesteld. Mocht dat niet zo zijn, en het financieel beeld m.b.t. de reserves en voorzieningen wijzigen, dan zal de voorliggende ‘Nota Reserves en Voorzieningen 2017’ worden aangepast.

Deze uitgangspunten voor beoordeling vormen dan ook de basis voor de cijfermatige weergav e bij de specificaties van de reserves en voorzieningen en de projecten, die daarmee worden gefinancierd. 16 5. Aanbevelingen Bij het opstellen van deze nota zijn de bestaande reserves en voorzieningen beoordeeld op grond van: a) Indeling van reserves en voorzieningen conform de criteria van het BBV; b) De noodzaak tot handhaving (risico en/ of doel); c) Het meerjarig uitvoeringsplan (hoe en wanneer worden de gelden besteed?); d) De toereikendheid (omvang). Op basis van deze exercitie stellen wij voor een aantal wijzigingen ten opzichte van de vorige nota reserves en voorzieningen door te voeren: 1. Een aantal reserves per 31-12-2017 op te heffen, omdat er geen bestedingsplan/ uitvoeringsplan meer is voor het resterend saldo of kan worden samengevoegd met andere reserves. Vaak moet nog wel een aantal projecten, die in voorgaande jaren zijn opgestart, worden afgerond. Deze worden dan afgewikkeld via de Algemene reserve vrij besteedbaar. Het saldo van de op te heffen reserve wordt gestort in de Algemene reserve vrij besteedbaar.

Het betreffen de volgende reserves: a) Algemene reserve Grondbedrijf; b) Reserve opbrengst Wavin gelden; c) Reserve Oudheidkamer; d) Reserve Kunstobjecten; e) Decentralisatie huisvesting onderwijs; f) Reserve Kernenbeleid (vanaf 31-12-2018); g) Reserve Grote projecten; h) Reserve Gebiedsgerichte projecten; i) Reserve Leefbaarheidsprojecten (vanaf 31-12-2018); j) Reserve frictie samenvoeging IGSD/NWG (vanaf 31-12-2018); k) Reserve Impulsgelden 2. a) De Algemene reserve Grondbedrijf op te laten gaan in de Algemene reserve (vaste buffer)6 en de totale omvang vast te stellen op 15% van de algemene uitkering uit het gemeentefonds plus de inkomsten uit de onroerende zaakbelastingen (OZB) met een marge naar boven en beneden van 5%. Afwijking van de bandbreedte maximaal 3 jaar toestaan. b) De geraamde resultaten voor de grondexploitaties ten gunste dan wel ten laste van de Algemene reserve vrij besteedbaar te brengen; 3. Voorstel is om voor de bedrijfsreserve de ondergrens van € 250.000 te laten vervallen met dien verstande dat de bedrijfsreserve geen negatief saldo mag vertonen in enig jaar. 4.

Ten laste van de exploitatie de volgende budgetten opnemen en dit budgettair te verwerken bij de Perspectiefnota 2019-2022: a) Aanschaf kunst: € 30.000; b) Leefbaarheidsprojecten: Afgerond € 5.000 vanwege het vervallen van de onttrekking aan de reserve leefbaarheidsprojecten; 6 De Algemene reserve (vaste buffer) is bedoeld voor risico’s die qua aard en omvang niet zijn te voorzien. 17 c) Burgerinitiatieven: € 60.000. Dit bedrag komt bovenop de € 40.000 die al structureel beschikbaar is voor burgerinitiatieven. 2018 2019 2020 2021 2022 Structureel budget aanschaf kunst -30.000 -30.000 -30.000 -30.000 -30.000 Vervallen onttrekking reserve leefbaarheidsprojecten -5.312 -5.182 -5.051 -5.051 -5.051 Structureel budget burgerinitiatieven -60.000 -60.000 -60.000 -60.000 Saldo -35.312 -95.182 -95.051 -95.051 -95.051 5. Per saldo € 20.570 ten gunste van de exploitatie brengen door het niet langer voeden van de reserve Kunstobjecten en dit budgettair te verwerken bij de Perspectiefnota 2019 -2022. 2018 2019 2020 2021 2022 Vervallen dotatie reserve kunstobjecten 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 Vervallen onttrekking reserve kunstobjecten -29.430 -29.430 -29.430 -29.430 -29.430 Saldo 20.570 20.570 20.570 20.570 20.570 6.

De reserve “Opvangen effecten decentralisaties (3D’s)” opnemen in deze Nota en: a) De naam van de reserve te wijzigen in: “Reserve opvangen tekorten Sociaal Domein” en; b) Het nut van de reserve te herijken bij de PPN 2019-2022 en; c) De reserve onder te brengen in het programma “Steenwijkerlanders doen het samen” met als portefeuillehouder wethouder H.J. Frantzen-Boeve. 7. De gemeente Steenwijkerland volgt het advies van de commissie BBV en berekent geen (bespaarde) rente over het eigen vermogen en de voorzieningen. Tot en met 2016 werd wel bespaarde rente berekend ten gunste van de exploitatie. 8. De omvang van de reserves te koppelen aan het solvabiliteitspercentage (eigen vermogen/ totale vermogen * 100) en te bepalen dat deze minimaal 20% bedraagt. 9. Onderzoeken in hoeverre het legaat van wijlen dhr. Buddenbaum kan worden ingezet voor de kern Paasloo dan wel over kan worden gedragen aan Plaatselijk Belang Paasloo. In dat geval kan de “Voorziening Buddenbaum” worden opgeheven en kan het geld worden overgemaakt aan Plaatselijk Belang Paasloo. 18 Bijlage.

Specificatie reserves en voorzieningen Behorende bij de nota Reserves en Voorzieningen 2017 19 Bestuursprogramma Steenwijkerlanders voelen zich thuis Doel Dekking van mogelijke tegenvallers in de grondexploitatie voor: - de realisatierisico’s met betrekking tot de uitgangspunten waarop de eindwaarden van de in exploitatie genomen gronden zijn berekend, zoals onverwachte kostenposten en kostenniveaus; - de marktrisico’s met betrekking tot grondexploitaties Relatie met maatschappelijk effect/ resultaat N.v.t. Grootboeknummer 89100801 Nummer reserve/ voorziening 58 Portefeuillehouder Wim Brus Budgethouder Gerald Smilda Jaar van realisatie Permanent. Opheffen reserve/ voorziening Ja Voeding De ARG wordt gevoed met de winst- en verliesnemingen van grondexploitaties conform de voorschriften van het BBV. Onderbouwing De gewenste hoogte van de ARG wordt bepaald door een analyse van de risico’s binnen de grondexploitaties, op basis van de RISMAN-methode. De minimale omvang is in de PPN 2017-2020 bepaald op € 3.500.000. Wanneer de ARG, door verliesnemingen, onder de gewenste buffer uitkomt, zal deze worden aangevuld door de Algemene Dienst. Huidige omvang De reserve heeft op dit moment de minimale omvang van € 3.500.000.

Programmabegroting 2018-2021 Bedragen x € 1.000 2017 2018 2019 2020 2021 Stand per 01-01 3.500 3.500 4.207 4.715 6.106 Stortingen 707 508 1.391 1.320 Onttrekkingen Stand per 31-12 3.500 4.207 4.715 6.106 7.426 Toelichting De geplande stortingen komen vanuit de verschillende grondexploitaties waar in de komende jaren winsten worden verwacht. Er zijn geen geplande onttrekkingen, aangezien er geen Naam: Algemene Reserve Grondbedrijf (ARG) Type: Algemene reserve 20 geplande verliezen zijn. Verliezen worden direct genomen wanneer deze zich voordoen. Voorstel 1. De Algemene Reserve Grondbedrijf (ARG) opheffen; 2. Het saldo van de ARG van € 3,5 mln. toevoegen aan de Algemene reserve vaste buffer; 3. Vanaf 2018 de (geraamde) resultaten van de grondexploitaties afwikkelen via de Algemene reserve vrij besteedbaar. Motivatie De risico’s binnen de grondexploitaties nemen af als gevolg van: a. de gewijzigde BBV voorschriften, waardoor vorig jaar is afgeboekt op Eeserwold; b. de in de afgelopen jaren verrichte forse afboekingen van de boekwaarde van onder meer Blankenham en de Schans; c. actief naar passief gemeentelijk grondbeleid. 21 Bestuursprogramma Diverse programma’s.

Doel Een buffer creëren om veelal eenmalige projecten/activiteiten uit te voeren zonder dat hiervoor het structurele perspectief moet worden gewijzigd Relatie met maatschappelijk Moet passen binnen de ambities en doelstellingen zoals effect/ resultaat opgenomen in de bestuursprogramma’s. Grootboeknummer 89100901 Nummer reserve 59 Portefeuillehouder Wim Brus Budgethouder Lucy Donker Jaar van realisatie Permanent Opheffen reserve Nee Voeding Incidenteel Onderbouwing Er ligt geen meerjarig uitvoeringsplan aan de besteding van de reserve ten grondslag Huidige omvang De maximale of minimale omvang is niet bepaald. Programmabegroting 2018-2021 Bedragen x € 1.000 2017 2018 2019 2020 2021 Stand per 01-01 16.915 17.373 13.510 12.465 11.590 Stortingen 6.312 Onttrekkingen 5.854 3.863 1.045 875 Stand per 31-12 17.373 13.510 12.465 11.590 11.590 Toelichting Voorstel De reserve handhaven Naam: Algemene reserve vrij besteedbaar Type: Algemene reserve 22 Bestuursprogramma Financiën en bedrijfsvoering. Doel Het doel van de Bedrijfsreserve is middelen ter beschikking te hebben ten behoeve van bestedingen in de bedrijfsvoering van de gemeentelijke organisatie gericht op: - onvoorziene uitgaven maar wel noodzakelijke uitgaven; - het realiseren van een betere prijs/ kwaliteit verhouding van de gemeentelijke dienstverlening vanuit de optiek van de burger c.q.

het bestuur en/ of het beperken van de bedrijfsrisico’s in Arbo- technische, economische en/ of milieutechnische zin. Voorts heeft de Bedrijfsreserve tot doel tegenvallers in de bedrijfsvoering op te vangen. Relatie met maatschappelijk effect/ resultaat Bijdragen aan een goede bedrijfsvoering van de gemeente Steenwijkerland Grootboeknummer 89100002 Nummer reserve/ voorziening 129 Portefeuillehouder Dieke Frantzen-Boeve Budgethouder Ditta Cazemier (waarnemend algemeen directeur) Jaar van realisatie Permanent Opheffen reserve Opheffen van de reserve zou de flexibiliteit en daadkracht van de organisatie niet ten goede komen. Voeding Voeding vindt plaats op rekeningbasis door de gerealiseerde positieve saldi met betrekking tot de bedrijfslasten. Bij een omvang van de bedrijfsreserve (met in achtneming van de nog openstaande investeringen) van > € 500.000 vinden er geen stortingen meer plaats. Bij tekorten wordt de bedrijfsreserve aangesproken voor het nadelige saldo met inachtneming van de benedengrens van € 250.000. Onderbouwing Geen specifieke onderbouwing omdat er geen specifieke bestedingen zijn geformuleerd. Huidige omvang De ondergrens van de Bedrijfsreserve (met in achtneming van de nog openstaande investeringen) is bepaald op € 250.000. De bovengrens van de bedrijfsreserve bedraagt € 500.000.

Naam: Bedrijfsreserve Type: Algemene reserve 23 Programmabegroting 2018-2021 Bedragen x € 1.000 2017 2018 2019 2020 2021 Stand per 01-01 605 500 500 500 500 Stortingen Onttrekkingen 105 Stand per 31-12 500 500 500 500 500 Toelichting Mutaties in deze reserve zijn alleen mogelijk via de exploitatie van de algemene dienst in de vorm van resultaatbestemming. Spelregels van de bedrijfsreserve zijn op basis van het geldende raadsbesluit van 22 april 2008: 1. Bovengrens € 500.000, ondergrens € 250.000 2. College bevoegd om tot maximaal € 250.000 uit de reserve te onttrekken met in acht neming van de ondergrens van € 250.000 3. College mandateert de alg. directeur voor bestedingen van maximaal € 100.000, ook met in achtneming van de ondergrens van € 250.000. 4. Algemeen directeur bespreekt voorafgaand aan de uitname uit de bedrijfsreserve deze met de portefeuillehouder bedrijfsvoering en rapporteert deze in tussentijdse managementrapportages. 5. Er wordt gerapporteerd over de bestedingen van de bedrijfsreserve. Voorstel De bedrijfsreserve in stand te houden onder bovenvermelde condities, waarbij de ondergrens van € 250.000 vervalt. Motivatie Het saldo van de bedrijfsreserve heeft zich de afgelopen jaren nooit beneden de ondergrens van € 250.000 bewogen.

Voorgesteld wordt de ondergrens van € 250.000 te laten vervallen met dien verstande dat de bedrijfsreserve niet negatief mag zijn in enig jaar. 24 Bestuursprogramma Financiën en bedrijfsvoering. Doel De reserve is in het verleden tot stand gekomen door verkoop van aandelen en had geen specifiek doel, Wel was de intentie om deze in te zetten ter bevordering van de leefbaarheid in kernen en wijken. Relatie met maatschappelijk effect/ resultaat Er zijn geen specifieke maatschappelijke effecten geformuleerd voor de inzet van deze reserve Grootboeknummer 89100917 Nummer reserve/ voorziening 175 Portefeuillehouder Wim Brus Budgethouder Lucy Donker Jaar van realisatie N.v.t. Opheffen reserve Ja. Voeding Deze reserve is gevoed uit de verkoop van aandelen WAVIN. Onderbouwing Uit deze reserve zijn diverse projecten in het kader van ILG gefinancierd. Laatste investering van € 150.000 is in de jaarrekening van 2016 afgerond en niet meer benodigd. Dit betrof ILG: onderhoud voor behoud. Huidige omvang Er is geen minimale of maximale omvang van de reserve bepaald.

Programmabegroting 2018-2021 Bedragen x € 1.000 2017 2018 2019 2020 2021 Stand per 01-01 150 150 150 150 150 Stortingen Onttrekkingen Stand per 31-12 150 150 150 150 150 Toelichting Geen bestedingen meer uit deze reserve benodigd Voorstel Reserve opheffen en het saldo van € 150.000 ten gunste van de Algemene reserve vrij besteedbaar brengen. Naam: Reserve opbrengst Wavin Type: Algemene reserve 25 Bestuursprogramma Financiën en bedrijfsvoering Doel Weerstandsvermogen om onverwachte tegenvallers op te vangen (ijzeren voorraad voor het opvangen van calamiteiten) Relatie met maatschappelijk Geen directie relatie effect/ resultaat Grootboeknummer 89100924 Nummer reserve 194 Portefeuillehouder Wim Brus Budgethouder Lucy Donker Jaar van realisatie Permanent Opheffen reserve Nee Voeding De reserve is/ wordt incidenteel gevoed ten laste dan wel afgeroomd ten gunste van de exploitatie (algemene middelen). Onderbouwing De omvang van de reserve moet voldoende zijn om onverwachte tegenvallers op te vangen, waardoor de continuïteit van de uitvoering van het beleid niet in gevaar komt. Jaarlijks wordt in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ van de programmabegroting ingegaan op de risico’s die bekend zijn, inclusief getroffen beheersmaatregelen en kwantificering.

Huidige omvang De buffer bedraagt 10% van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds plus de inkomsten uit de onroerende- zaakbelastingen met een marge van 1% naar boven en naar beneden. Programmabegroting 2018-2021 Bedragen x € 1.000 2017 2018 2019 2020 2021 Stand per 01-01 7.475 7.564 7.564 7.564 7.564 Stortingen 89 Onttrekkingen Stand per 31-12 7.564 7.564 7.564 7.564 7.564 Toelichting Ten opzichte van de vorige nota is er sprake van een forse stijging van de reserve. Deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door Naam: Algemene reserve – vaste buffer Type: Algemene reserve 26 de hogere algemene uitkering uit het gemeentefonds voor uitvoering van extra taken voortvloeiende uit het sociaal domein. Voorstel 1. De reserve handhaven. 2. De algemene reserve (vaste buffer) en de Algemene reserve Grondbedrijf samenvoegen tot één risicoreserve; 3. De buffer te bepalen op 15% van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds plus de inkomsten uit de onroerende- zaakbelastingen met een marge naar boven en naar beneden van 5%; 27 Bestuursprogramma Steenwijkerlanders doen het samen. Doel Reserveren van batige saldi voor de commissie Oudheidkamer van de kern Steenwijk om toekomstige overschrijdingen van het jaarbudget ten laste van eerder gespaarde middelen te kunnen brengen. Relatie met maatschappelijk/ Geen.

effect/ resultaat Grootboeknummer 89100504 Nummer reserve/ voorziening 71 Portefeuillehouder Douwe Oosterveen Budgethouder Cora Vonk Jaar van realisatie N.v.t. Opheffen reserve Nee Voeding De reserve wordt niet meer gevoed, Sinds 1 januari 2016 is de gemeentelijke commissie Oudheidkamer overgegaan in de zelfstandige Stichting Stadsmuseum Steenwijk en is er geen relatie meer met dit budget. Onderbouwing In verband met de te verwachten ontwikkelingen ten aanzien van de Vestingstad Steenwijk en de rol die het Stadsmuseum, of in ieder geval de panden aan deze zuidzijde van de Markt, daarin kunnen/gaan spelen, de reserve beschikbaar houden voor de uitvoering van activiteiten van de huidige stichting Stadsmuseum Steenwijk. Huidige omvang Er is geen meerjarig uitvoeringsplan. Programmabegroting 2018-2021 Bedragen x € 1.000 2017 2018 2019 2020 2021 Stand per 01-01 23 23 23 23 23 Stortingen Onttrekkingen Stand per 31-12 23 23 23 23 23 Toelichting In 2015 is nog een bedrag van € 20.000 voor de inrichting van het pand Markt 60 ten laste gebracht van deze reserve. Naam: Reserve Oudheidkamer Type: Bestemmingsreserve 28 Voorstel 1. De reserve opheffen; 2.

Het saldo toevoegen aan de Algemene reserve vrij besteedbaar en dit bedrag 2 jaar beschikbaar houden voor de Stichting Stadsmuseum Steenwijk in verband met de te verwachten ontwikkelingen ten aanzien van de Vestingstad Steenwijk Motivatie Er is geen relatie tussen de stichting Stadsmuseum en de reserve Oudheidkamer (zie onderdeel Voeding) en derhalve geen uitvoeringsplan beschikbaar voor aanwending van deze bestemmingsreserve. 29 Bestuursprogramma Steenwijkerlanders doen het samen Doel Aankopen en instandhouden van beeldende kunst in de openbare ruimte. Relatie met maatschappelijk effect/ resultaat Draagt bij aan de integratie van kunst in de samenleving en aan de visuele aantrekkelijkheid van de gemeente als woon- en werklocatie en voor de bezoekers. Grootboeknummer 89100505 Nummer reserve 73 Portefeuillehouder Douwe Oosterveen Budgethouder Cora Vonk Jaar van realisatie Permanent Opheffen reserve Ja Voeding De jaarlijkse storting ten laste van de algemene middelen (exploitatie) bedraagt € 50.000. Daarnaast is binnen de exploitatie een structureel budget van € 29.430 opgenomen voor aankoop van kunst en gedekt door deze reserve. Onderbouwing De besteding van de reserve is gemandateerd aan het college . Bij aankopen heeft de commissie Beeldende Kunst een adviserende rol. Er is geen meerjarig uitvoeringsplan. Huidige omvang De omvang van de reserve is voldoende.

Programmabegroting 2018-2021 Bedragen x € 1.000 2017 2018 2019 2020 2021 Stand per 01-01 470 482 503 524 545 Stortingen 50 50 50 50 50 Onttrekkingen 38 29 29 29 29 Stand per 31-12 482 503 524 545 566 Toelichting Vanaf 2015 wordt het structureel beschikbare budget van € 29.430 niet volledig benut. Voorstel 1. De reserve opheffen; Naam: Reserve Kunstobjecten Type: Bestemmingsreserve 30 2. Het saldo toevoegen aan de Algemene reserve vrij besteedbaar; 3. De restant kredieten ten laste van de Algemene reserve vrij besteedbaar brengen; 4. Het verschil tussen de tot op heden geraamde storting en het te ramen exploitatiebudget, zijnde € 20.570 (€ 50.000 - € 29.430) toevoegen aan de algemene middelen; 5. Een structureel exploitatiebudget van € 30.000 7 ramen voor aankopen en ten laste brengen van de algemene middelen. Motivatie Er ligt geen meerjarig uitvoeringsplan aan de besteding van de reserve Kunstobjecten ten grondslag. Idee is om kunstaankopen van > € 30.000 voortaan jaarlijks integraal af te wegen bij de perspectiefnota. 7 Behoudens enkele grote uitgaven op basis van incidentele raadsvoorstellen, bedroegen de jaarlijks uitgaven de afgelopen zes jaar gemiddeld € 26.000. 31 Bestuursprogramma Steenwijkerlanders doen het samen Doel Het beschikbaar stellen van financiële middelen voor de huisvesting van zowel het openbaar als het bijzonder onderwijs.

Relatie met maatschappelijk effect/ resultaat Huisvesting onderwijsvoorzieningen Grootboeknummer 89100402 Nummer reserve/ voorziening 97 Portefeuillehouder Dieke Frantzen-Boeve Budgethouder Gerald Smilda Jaar van realisatie Niet meer van toepassing. Opheffen reserve De raad heeft besloten om de reserve op te heffen. Er zijn nog een paar oudere restantbudgetten voor toegekend onderhoud, die uit de reserve worden gedekt. Voeding Het besluit tot opheffing is genomen. De reserve wordt daarom niet meer gevoed. Onderbouwing Huidige omvang Programmabegroting 2018-2021 Bedragen x € 1.000 2017 2018 2019 2020 2021 Stand per 01-01 818 445 445 445 445 Stortingen Onttrekkingen 373 Stand per 31-12 445 445 445 445 445 Toelichting Het besluit tot opheffing van de reserve is genomen. Voorstel 1. De reserve daadwerkelijk opheffen. 2. Het saldo van de reserve af te ramen en ten gunste van de Algemene reserve vrij besteedbaar brengen. 3. De restant kredieten ten laste van de Algemene reserve vrij besteedbaar brengen. Naam: Decentralisatie huisvesting onderwijs Type: Bestemmingsreserve 32 Bestuursprogramma Steenwijkerlanders voelen zich thuis Doel Extra ondersteuning van grotere initiatieven naast het koppengeld Relatie met maatschappelijk effect/ resultaat Bevorderen leefbaarheid in kernen van Steenwijkerland door bewoners te ondersteunen in het nemen van eigen initiatief.

Zelforganiserende en zelfredzame kernen en wijken. Grootboeknummer 89100607 Nummer reserve 121 Portefeuillehouder Oene Akkerman Budgethouder Kor van der Velde Jaar van realisatie Jaarlijks Opheffen reserve Ja Voeding De reserve wordt incidenteel gevoed uit de algemene middelen. Onderbouwing Er wordt een matrix opgesteld waarin de wensen van de Plaatselijke Belangen op grond van de dorpsplannen in beeld worden gebracht. Huidige omvang Op grond van de matrix de omvang van de bestemmingsreserve bepalen. Programmabegroting 2018-2021 Bedragen x € 1.000 2017 2018 2019 2020 2021 Stand per 01-01 175 111 206 201 196 Stortingen 100 100 Onttrekkingen 164 5 5 5 5 Stand per 31-12 111 206 201 196 191 Toelichting Bij de behandeling van de Perspectiefnota 2013-2017 op 2 juli 2013 heeft de raad een motie aangenomen waarin het college wordt verzocht om de reserve Kernenbeleid in stand te houden en te zorgen dat de omvang van de reserve minimaal € 100.000 bedraagt per 1 januari 2015. Voorstel 1. De reserve Kernenbeleid per 31-12-2018 opheffen; Naam: Reserve Kernenbeleid Type: Bestemmingsreserve 33 2. Een structureel budget van € 100.000 in de begroting 2019-2022 opnemen (structureel budget i.p.v. incidenteel budget) overeenkomstig de minimale omvang van de motie van de raad d.d. 2 juli 2013. Daartoe is een structurele toevoeging van € 60.000 noodzakelijk; 3.

De kapitaallasten van afgerond € 5.000 niet langer ten laste van de reserve Kernenbeleid te brengen, maar ten laste van de exploitatie. 34 Bestuursprogramma Steenwijkerlanders voelen zich thuis. Doel Besteding van de gespaarde middelen voor diverse projecten binnen een kern of wijk conform de subsidieverordening kernen en wijken. Relatie met maatschappelijk Bevorderen leefbaarheid in kernen van Steenwijkerland door effect/resultaat bewoners te ondersteunen in het nemen van eigen initiatief. Zelforganiserende en zelfredzame kernen en wijken. Grootboeknummer 89100612 Nummer reserve/ voorziening 148 Portefeuillehouder Oene Akkerman Budgethouder Kor van der Velde Jaar van realisatie Permanent Opheffen reserve Nee Voeding Alle plaatselijke belangen ontvangen per inwoner een bedrag per jaar aan koppengeld. De niet bestede bedragen op de exploitatie worden toegevoegd aan de bestemmingsreserve Koppengeld. Jaarlijks wordt het budget verhoogd met het inflatiepercentage. Onderbouwing Plaatselijke belangen kunnen een aanvraag indienen conform de subsidieverordening kernen en wijken. Huidige omvang Een groot deel van de niet bestede bedragen wordt gespaard voor grote projecten, die later tot uitvoering worden gebracht.

Programmabegroting 2018-2021 Bedragen x € 1.000 2017 2018 2019 2020 2021 Stand per 01-01 272 202 202 202 202 Stortingen Onttrekkingen 70 Stand per 31-12 202 202 202 202 202 Toelichting Voorstel De reserve handhaven. Naam: Reserve koppengeld Type: Bestemmingsreserve 35 Bestuursprogramma Steenwijkerlanders voelen zich thuis Doel Stimuleren van structuurversterkende projecten die middels een gemeentelijke bijdrage forse investeringen van derden te weeg brengen en derhalve een multiplier effect hebben. Relatie met maatschappelijk effect/ resultaat Er zijn geen specifieke maatschappelijke effecten geformuleerd. Grootboeknummer 89100811 Nummer reserve/ voorziening 153 Portefeuillehouder Oene Akkerman Budgethouder Alex Dzuba Jaar van realisatie Oorspronkelijk realisatie jaar was 2012 Opheffen reserve Ja Voeding De raad heeft op 16 december 2003 besloten tot instelling van deze reserve. De reserve is gevoed middels overheveling uit diverse andere reserves. Onderbouwing Na voltooiing van de resterende investeringen (afwikkeling Woldpoort en RO Beulakerpolder), resteert een bedrag van € 9.000 wegens gunstige afrondingen van 2 investeringen. Huidige omvang De omvang was in 2012 bepaald aan de hand van concrete besluitvorming door de raad.

Programmabegroting 2018-2021 Bedragen x € 1.000 2017 2018 2019 2020 2021 Stand per 01-01 64 9 9 9 9 Stortingen Onttrekkingen 55 Stand per 31-12 9 9 9 9 9 Toelichting Budget van € 55.000 heeft betrekking op afwikkeling Woldpoort / RO Beulakerpolder. Niet benodigde middelen van € 9.000 heeft betrekking op deze 2 afgesloten projecten. Voorstel Reserve opheffen en saldo van € 64.000 overboeken naar Algemene Reserve vrij besteedbaar en de resterende onttrekking van € 55.000 Naam: Reserve Grote projecten Type: Bestemmingsreserve 36 in 2017 ten laste van de Algemene reserve vrij besteedbaar brengen. Motivatie Plannen zijn gerealiseerd. 37 Bestuursprogramma Steenwijkerlanders zijn actief. Doel Stimuleren van landinrichtingsprojecten. Relatie met maatschappelijk effect/ resultaat Geen maatschappelijk effect geformuleerd Grootboeknummer 89100515 Nummer reserve/ voorziening 158 Portefeuillehouder Wim Brus Budgethouder Alex Dzuba Jaar van realisatie Oorspronkelijk realisatiejaar was 2012 Opheffen reserve Ja Voeding De reserve werd gevoed uit diverse gemeentelijke reserves.

Onderbouwing Geen nadere onderbouwing Huidige omvang Geen minimale en maximale omvang bepaald Programmabegroting 2018-2021 Bedragen x € 1.000 2017 2018 2019 2020 2021 Stand per 01-01 204 27 27 27 27 Stortingen Onttrekkingen 177 Stand per 31-12 27 27 27 27 27 Toelichting Budget van € 177.000 heeft betrekking op 3e fase landinrichting / inrichtingsplan Scheerwolde. Niet benodigde middelen van € 27.000 heeft betrekking op dorpsommetje Blankenham. Voorstel Reserve opheffen en saldo van € 204.000 overboeken naar Algemene reserve vrij besteedbaar. Dat betekent dat de voorziene onttrekking van € 177.000 in 2017 ook ten laste van de Algemene reserve vrij besteedbaar wordt gebracht. Motivatie Buiten de twee genoemde projecten staan geen nieuwe projecten op stapel. Naam: Reserve Gebiedsgerichte projecten Type: Bestemmingsreserve 38 Bestuursprogramma Steenwijkerlanders voelen zich thuis Doel Herstructurering oude wijken, stedelijke- en plattelandsvernieuwing, verbouw van panden, aanpak leegstand binnenstad en het verstrekken van startersleningen overeenkomstig bestedingsdoelen woonvisie. Relatie met maatschappelijk effect/ resultaat Zie doelstelling Grootboeknummer 89100813 Nummer reserve/ voorziening 159 Portefeuillehouder Oene Akkerman Budgethouder Jenny Botter Jaar van realisatie Permanent Opheffen reserve Nee Voeding De reserve is in 2006 en 2008 onder meer gevoed met resp.

een dotatie van het woningbedrijf en de opbrengst i.v.m. de verkoop van genoemd bedrijf. Totaal afgerond € 20,1 miljoen. Onderbouwing Aan de reserve ligt geen meerjarenprogramma ten grondslag. De reserve vloeit voort uit de verkoop van het gemeentelijk woningbedrijf, hetgeen voor de gemeente de verplichting met zich meebrengt de middelen in te zetten op het gebied van woningbouw in de kernen. De kernen in de voormalige gemeente IJsselham verdienen extra aandacht. Huidige omvang De reserve kent geen minimale en maximale omvang. Programmabegroting 2018-2021 Bedragen x € 1.000 2017 2018 2019 2020 2021 Stand per 01-01 10.324 9.705 9.505 9.275 9.075 Stortingen Onttrekkingen 619 200 230 200 Stand per 31-12 9.705 9.505 9.275 9.075 9.075 Toelichting Bij de vaststelling van de nota Reserves en Voorzieningen 2011- 2015 is de raad niet akkoord gegaan met een voorstel van het Naam: Reserve Volkshuisvesting Type: Bestemmingsreserve 39 college om € 2 miljoen over te hevelen naar de Algemene reserve vrij besteedbaar. Voorstel De reserve handhaven. Motivatie Op 2 mei 2017 heeft het college ingestemd met een verkenning naar de investeringsopgave in de sociale huurwoningvoorraad in Steenwijk en de noordelijke kernen en de partijen die daarbij een rol (gaan spelen). De verkenning die is uitgevoerd, heeft geleid tot een stappenplan voor een nodige herverdeling van taken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/bafb1706-1db6-46a8-b12b-2653c2fd6924?agendaItemId=be388285-0c24-41bc-af8b-3d15fe255619