Nota bodembeheer regio IJsselland
Tekst van het document
4.5.3 Grootschalige bodemtoepassing (GBT) Voor grootschalige toepassingen van grond en baggerspecie is in het Besluit bodemkwaliteit een apart toetsingskader opgesteld. Wij spreken van een grootschalige toepassing als er meer dan 5.000 m3 grond of baggerspecie wordt toegepast met een dikte van meer dan 2 meter. Er zijn uitzonderingen op deze omvangseis en de toepassingsmogelijkheden (zie artikel 63 van het Besluit bodemkwaliteit). De toe te passen grond of baggerspecie kan zowel beneden als boven het maaiveld worden aangebracht, maar is niet bedoeld voor het ophogen van een perceel. Een voorbeeld van een grootschalige bodemtoepassing is het aanleggen van een geluidswal. In een grootschalige bodemtoepassing mag grond of baggerspecie worden toegepast met de kwaliteit klasse Industrie. De kwaliteit en functie van de ontvangende bodem is daarbij niet van belang. Deze optie maakt het mogelijk om grond of baggerspecie toe te passen op een ontvangende bodem die schoner is dan de toe te passen grond of baggerspecie. Om te borgen dat de ontvangende bodem niet negatief beïnvloed wordt, moet wel getoetst worden of er emissie (uitloging) plaats kan vinden. De normen hiervoor zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. Verder dient er een leeflaag aangebracht te worden van minstens 0,5 meter dik. De kwaliteit van de leeflaag moet wel voldoen aan de toepassingseis van de locatie.
Daarvoor wordt dus wel rekening gehouden met de kwaliteit en functie van de ontvangende bodem. De leeflaag mag ook bestaan uit een laag bouwstoffen en hoeft dan geen 0,5 meter dik te zijn. Onder de Omgevingswet is aanpassing van het beleid mogelijk (zie subparagraaf 3.5.1). 4.5.4 Verspreiden van baggerspecie op de kant Het op de kant verspreiden van baggerspecie is een activiteit waarvoor landelijk een generiek beleidskader is vastgesteld. Gemeenten en waterschappen hebben hierdoor geen beleidsmatige vrijheid om aanvullende regels te stellen. Het verspreiden van baggerspecie over nabijgelegen percelen is vastgelegd in artikel 35, lid f van het Besluit bodemkwaliteit. Verspreiding van baggerspecie is uitsluitend mogelijk voor zover er sprake is van “verspreidbare baggerspecie”. Bij de beoordeling of er sprake is van verspreidbare of niet-verspreidbare baggerspecie, wordt gebruik gemaakt van een apart toetsingskader. Regels over deze toetsing zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. 30/38 Kenmerk R002-1291303ABR-V04-mwl-NL 5 Grondverzet en grondstromenmatrix 5.1 Inleiding In dit hoofdstuk is de grondstromenmatrix opgenomen. Deze geeft aan tussen welke zones grondverzet mogelijk is op basis van de bodemkwaliteitskaart (paragraaf 5.2).
In de paragrafen 5.3 tot en met 5.5 zijn de stroomschema’s beschreven per ‘milieubelastende activiteit’ uit het Bal, te weten: Graven (paragraaf 5.3) Opslaan (paragraaf 5.4) Toepassen (paragraaf 5.5) 5.2 Grondstromenmatrix In figuur 5.1 is de grondstromenmatrix opgenomen. Hierin zijn de mogelijke combinaties van locaties van vrijkomen en locaties van toepassing weergegeven op basis van de bodemkwaliteitskaart. Het wel of niet mogen toepassen hangt af van: Resultaten van het vooronderzoek conform de NEN 5725, aanleiding F Gebiedsspecifieke regels (zie hoofdstuk 3) 31/38 Kenmerk R002-1291303ABR-V04-mwl-NL BG = bovengrond (tot 0,5 m -mv) OG = ondergrond (0,5-2,0 m -mv) Ontvangende bodem/toepassingslocatie 1. Buitengebied 2. Bedrijventerreinen 3. Kamper binnenstad 4. Deventer binnenstad 5. BG Wonen oud 5. OG Wonen oud 6. Deventer 1e schil 7. Deventer 2e schil 8. Wonen na 1945 9. BG Deventer industrie <1945 9. OG Deventer industrie <1945 10. Oevers Vecht Afkomstig van 1. Buitengebied Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja 2. Bedrijven- terreinen Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja 3. Kamper binnenstad PK PK PK PK PK PK PK PK PK PK PK PK 4. Deventer binnenstad PK PK PK PK PK PK PK PK PK PK PK PK 5. BG Wonen oud Nee Nee Ja Ja Ja Nee Ja Ja Nee Ja Ja Nee 5. OG Wonen oud Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja 6. Deventer 1e schil Nee Nee Ja Ja Ja Nee Ja Ja Nee Ja Nee Nee 7.
Deventer 2e schil Nee Nee Ja Ja Ja Nee Ja Ja Nee Ja Nee Nee 8. Wonen na 1945 Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja 9. BG Deventer industrie <1945 Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja Nee 9. OG Deventer industrie Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja Nee 10. Oevers Vecht Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Figuur 5.1 Grondstromenmatrix PK = Partijkeuring verplicht 5.3 Graven Indien uit vooronderzoek (subparagraaf 4.2.1) blijkt dat de bodemkwaliteitskaart gebruikt kan worden als bewijsmiddel kan van de kwaliteitsklassen worden uitgegaan zoals opgenomen in tabel 2.2 en aangegeven op de ontgravingskaart in bijlage 3. 32/38 Kenmerk R002-1291303ABR-V04-mwl-NL In het stroomschema in figuur 5.2 zijn de stappen weergeven voor het ontgraven van grond. Aandachtspunt bij het graven in de bodem is dat grond met verschillende kwaliteitsklassen niet vermengd mag raken. Indien bij het graven bijvoorbeeld grond vrijkomt met kwaliteitsklasse Wonen en AW, dan dient deze grond in alle gevallen gescheiden te worden opgeslagen, afgevoerd en toegepast (tenzij technisch niet uitvoerbaar). Het graven in sterk verontreinigde grond is niet geregeld binnen deze Nota. Hiervoor geldt een ander kader, namelijk het saneringskader binnen de Wet bodembescherming.
Graven in de bodem gaat vaak gepaard met tijdelijke opslag (paragraaf 5.4), afvoer van grond voor hergebruik (binnen het projectgebied of elders, paragraaf 5.5) of afvoer naar een erkende verwerker. Figuur 5.2 Stroomschema A voor graven in de bodem met uitzondering van sterk verontreinigde grond Indien de bodemkwaliteitskaart niet gebruikt kan worden, omdat de bodemkwaliteit mogelijk afwijkt van hetgeen de kaart aangeeft, dan dient aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd. Dat kan een verkennend of nader onderzoek zijn maar indien hieruit blijkt dat de kwaliteit afwijkt van de kaart is alsnog een partijkeuring nodig om hergebruik mogelijk te maken. Melden Het graven in toepasbare grond (niet sterk verontreinigd) als werkzaamheid hoeft niet te worden gemeld bij meldpunt bodemkwaliteit. Tijdelijke opslag of toepassing wel tenzij het opslag betreft in het kader van tijdelijke uitname (zie subparagraaf 4.5.2).
33/38 Kenmerk R002-1291303ABR-V04-mwl-NL 5.4 Opslaan Als grond na ontgraven niet direct wordt afgevoerd voor toepassing, dan kan de grond tijdelijk worden opgeslagen op de ontgravingslocatie of elders. Er zijn verschillende mogelijkheden om grond op te slaan. In het kader van deze Nota onderscheiden wij de volgende vormen van opslag: Opslag bij tijdelijke uitname: gedurende de looptijd van de werkzaamheden, op of nabij de locatie van vrijkomen. Tijdelijk uitname is een specifiek landelijk kader dat is toegelicht in subparagraaf 4.5.2. Hiervoor gelden geen kwaliteitseisen of meldingsplicht, maar wel de zorgplicht (subparagraaf 4.2.3) Kortdurende opslag: maximale duur van 6 maanden. Er gelden geen kwaliteitseisen, maar er is wel een meldingsplicht. Vanwege de zorgplicht dient minimaal een vooronderzoek te worden uitgevoerd naar de verwachte kwaliteit van de grond Tijdelijke opslag op landbodem: maximaal 3 jaar. De kwaliteit van de grond in depot moet voldoen aan de kwaliteitsklasse van de ontvangende grond. Er wordt hiervoor dus niet getoetst aan de functie (geen dubbele toets, zie paragraaf 5.4). Als uit vooronderzoek blijkt dat de bodemkwaliteitskaart gebruikt kan worden als bewijsmiddel voor zowel de grond die opgeslagen wordt als voor de ontvangende grond, dan is er geen aanvullend onderzoek nodig.
Deze tijdelijke opslag dient gemeld te worden bij het bevoegd gezag (zie hoofdstuk 6). In de melding moet de voorziene duur van de opslag en de eindbestemming vermeld worden Weilanddepot: opslag van baggerspecie over aangrenzend perceel voor maximaal 3 jaar. Alleen baggerspecie die voldoet aan de normen voor verspreiding over aangrenzende percelen mag worden opgeslagen. De bodemkwaliteitskaart voorziet hier niet in zodat een ander bewijsmiddel nodig is, namelijk een waterbodemkwaliteitskaart of een waterbodemonderzoek. Deze tijdelijke opslag moet gemeld worden. In de melding moet de voorziene duur en de eindbestemming vermeld worden. De eindbestemming kan ook de locatie van tijdelijke opslag zijn Per gemeente kunnen er ook aanvullende specifieke regels gelden, bijvoorbeeld uit het bestemmingsplan of het omgevingsplan. Algemene regels Bij het opslaan van grond gelden een aantal standaardregels. Grond (ongeacht het bodemtype) van verschillende, niet aaneengesloten ontgravingen of locaties mag niet worden samengevoegd zonder erkenning van BRL9335. Er is al sprake van samenvoegen als de ‘tenen’ van 2 depots elkaar raken. Een nadere toelichting hierop is gegeven in de notitie ‘Geen grond samenvoegen zonder erkenning’ van de Inspectie Leefomgeving en Transport (IL&T) van januari 2019 (versie 2).
Uit deze notitie is onderstaande afbeelding overgenomen waarin de juiste manier van gescheiden opslag te zien is (figuur 5.3). 34/38 Kenmerk R002-1291303ABR-V04-mwl-NL Figuur 5.3 Gescheiden gronddepots (notitie IL&T) Bewijsmiddel opslag Zowel voor de grond in depot als voor de locatie van de tijdelijke opslag kan gebruik worden gemaakt van de bodemkwaliteitskaarten. Voorwaarde hiervoor is dat uit vooronderzoek blijkt dat de kaart van toepassing is. Bij de melding (meldpunt bodemkwaliteit, zie hoofdstuk 6) moet ook de locatie van de opslag en de omvang van de opslag aangegeven te worden. Aangezien de waterbodem is uitgesloten, dient voor de tijdelijke opslag van baggerspecie een ander bewijsmiddel te worden gebruikt (waterbodemonderzoek conform NEN 5720 of waterbodemkwaliteitskaart). Opslaan binnen een inrichting Tijdelijke opslag van individuele partijen korter dan 3 jaar, die wel repeterend plaatsvindt op dezelfde locatie in een periode van meer dan 3 jaar wordt beschouwd als een bedrijfsmatige handeling. Dan gelden de regels van het Activiteitenbesluit of de Wabo. Onder de Omgevingswet is dit een activiteit (Bal). Of deze situatie een Wabo-vergunning milieu nodig heeft, volgt uit categorie 28 van bijlage I onderdeel C van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Dit type opslag valt niet onder de reikwijdte van deze Nota.
In figuur 5.4 is in een stroomschema het proces van opslaan getoond.
35/38 Kenmerk R002-1291303ABR-V04-mwl-NL Figuur 5.4 Stroomschema B voor opslaan van grond 5.5 Toepassen Als uit vooronderzoek blijkt dat de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel kan worden gebruikt dan kan voor het toepassen van grond van de kwaliteitsklasse worden uitgegaan zoals die is aangegeven in de bodemkwaliteitskaart. Voor de kwaliteit van de toe te passen grond wordt de ontgravingskaart gebruikt (bijlage 3). Voor het bepalen of de toepassing mogelijk is op de voorgenomen locatie wordt de toepassingskaart gebruikt (bijlage 4). De toepassingskaart is gebaseerd op de zogenaamde dubbele toets waarbij de strengste klasse geldt: bodemfunctieklasse of bodemkwaliteitsklasse (zie bijlage 1, toelichting Besluit bodemkwaliteit). Het kan dus voorkomen dat op een locatie met een functie Industrie alleen grond mag worden toegepast met een klasse AW, omdat de kwaliteit van de ontvangende bodem ook AW is. In figuur 5.5 is het stroomschema voor toepassen getoond.
36/38 Kenmerk R002-1291303ABR-V04-mwl-NL Figuur 5.5 Stroomschema C: Toepassen 6 Melden, toezicht en handhaving 6.1 Inleiding Gemeenten, waterschappen en provincies zijn verantwoordelijk voor alle taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) van de fysieke leefomgeving. Sinds 1 juli 2017 is duidelijk dat de basistaken milieu door een omgevingsdienst moeten worden uitgevoerd. De gemeenten, waterschappen en provincies zijn en blijven echter het bevoegd gezag. Voor de gemeenten en waterschappen in de regio IJsselland is dat de Omgevingsdienst IJsselland (ODIJ). ODIJ voert voor de gemeenten en waterschappen het basistakenpakket van VTH-taken uit op het gebied van bodem. ODIJ handelt daarmee namens het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeenten en namens het dagelijks bestuur van de betreffende waterschappen. 6.2 Melden Als grond of baggerspecie wordt opgeslagen of toegepast, dan geldt er meestal een meldingsplicht. De opdrachtgever dient opslag of toepassing te melden bij het bevoegd gezag, namelijk de gemeente. ODIJ handelt deze meldingen meestal af.
37/38 Kenmerk R002-1291303ABR-V04-mwl-NL Het Besluit bodemkwaliteit beschrijft welke meldingsplicht er geldt. Hier is kort toegelicht in welke gevallen geen melding benodigd is voor toepassen of opslaan van grond: Toepassen van kleine partijen grond of bagger (maximaal 25 m3) door particulieren waarbij geen professionele partij betrokken is (zoals een bodemverbetering van een tuin of deels ophogen van een perceel) Toepassingen binnen een landbouwbedrijf als de grond of baggerspecie afkomstig is van een tot datzelfde landbouwbedrijf behorend perceel, waarop een vergelijkbaar gewas wordt geteeld als op het perceel waar de grond of baggerspecie wordt toegepast Het verspreiden van baggerspecie uit een watergang over de aan de watergang grenzende percelen Het toepassen van schone grond en baggerspecie (kwaliteit AW) in hoeveelheden kleiner dan 50 m3. Voor het toepassen van schone grond in hoeveelheden groter dan 50 m3 moet eenmalig de toepassingslocatie gemeld worden Het tijdelijk uitnemen en opslaan van grond (zie subparagraaf 4.5.2 en paragraaf 5.4) In alle andere gevallen is een melding verplicht. Toepassen en opslaan van grond of baggerspecie dient minimaal 5 werkdagen van tevoren gemeld te worden bij het landelijk Meldpunt Bodemkwaliteit9. Via dit meldpunt kan de initiatiefnemer een digitaal formulier invullen met de vereiste gegevens.
Rapportages van milieuhygiënische verklaringen zoals een partijkeuring of een vooronderzoek voor het gebruik van de bodemkwaliteitskaart kunnen worden toegevoegd. Het bevoegd gezag beoordeelt de melding binnen 5 werkdagen. Bij onduidelijkheden of onvolkomenheden zal de gemeente of omgevingsdienst contact opnemen met de melder. Als de melding akkoord is, dan hoeft er formeel geen terugmelding plaats te vinden. De melder mag dus na 5 werkdagen starten met de werkzaamheden als er geen bericht is ontvangen. Het bevoegd gezag kan hierna nog wel handhavend optreden. De initiatiefnemer blijft verantwoordelijk voor het voldoen aan de vereisten uit het Besluit Bodemkwaliteit en kan zich dus niet beroepen op het uitblijven van een mededeling op de melding. 6.3 Toezicht en handhaving Het college van burgemeester en wethouders van de gemeenten zijn verantwoordelijk voor toezicht en handhaving voor toepassingen en opslag van grond en baggerspecie op landbodem. Het dagelijks bestuur van de waterschappen zijn verantwoordelijk voor toezicht en handhaving voor de toepassing van grond en baggerspecie in oppervlaktewater binnen het beheergebied van het waterschap. In de praktijk zijn deze taken gemandateerd aan de omgevingsdienst.
Controle op het naleven van de regels kan plaatsvinden tijdens de melding, in het veld (tijdens het transport of bij toepassing/opslag) en na de feitelijke toepassing of opslag. De controle kan hierbij plaatsvinden op onder andere: De wijze van toepassing of opslag (conform het beleid) De tijdige, correcte en volledige melding De milieuhygiënische verklaringen Visuele inspectie van de toe te passen grond 9 https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/meldpunt/ 38/38 Kenmerk R002-1291303ABR-V04-mwl-NL Er vindt ook toezicht en handhaving plaats voor toepassingen en opslag die niet gemeld zijn. Wanneer de gemeente constateert dat de regels van het Besluit bodemkwaliteit, Regeling bodemkwaliteit of de Nota niet worden nageleefd, dan kan bestuursdwang worden uitgeoefend of een dwangsom worden opgelegd. Daarnaast bestaat de mogelijkheid tot strafrechtelijke handhaving. Overtredingen zoals afwijkingen van normdocumenten, werken zonder erkenning, etc. kunnen worden gemeld bij de inspectie IL&T10. De inspectie IL&T kan bij overtredingen dwangsommen opleggen, bedrijven schorsen of erkenningen intrekken.
10 https://www.ilent.nl/onderwerpen/bodemtoezicht/vragen-en-melden Kenmerk R002-1291303ABR-V04-mwl-NL Bijlage 1 Wettelijk kader Besluit bodemkwaliteit B1.1 Algemeen Het Besluit bodemkwaliteit heeft als doel om zoveel mogelijk grond en baggerspecie her te gebruiken, zodat er minder primaire grondstoffen nodig zijn. Hergebruik is verantwoord als er geen verontreinigingen ontstaan. Het Besluit bodemkwaliteit kent een landelijk geldend generiek kader dat door de gemeenten kan worden toegepast. Als het generiek kader niet volstaat, dan kan een gemeente voor (een deel van) hun beheergebied binnen de regels van het Besluit bodemkwaliteit gebiedsspecifiek beleid ontwikkelen. Hierdoor heeft de gemeente de mogelijkheid verantwoord hergebruik van grond en baggerspecie maximaal af te stemmen op de maatschappelijke ontwikkelingen. Hierbij spelen bodemgebruik, bodemambities en ruimtelijke ontwikkelingen een rol. B1.2 Generiek beleid Voor het vormgeven van het grondverzet, zijn een aantal aspecten van belang, namelijk de bodemfuncties, de bodemkwaliteitsklassen en de toepassingseisen. Middels gebiedsspecifiek beleid is het mogelijk om de bodemkwaliteitsklassen en toepassingseisen aan te passen. Bodemfuncties Het beheergebied van de gemeente dient ingedeeld te worden in verschillende functieklassen, namelijk ‘Wonen’, ‘Industrie’ of geen functie (overig).
De verdeling in functies dient op kaart weergegeven te worden in de bodemfunctiekaart. Uitgangspunt bij de indeling in bodemfunctieklassen is dat de klasse die wordt toegekend aan een gebied overeenkomt met de gevoeligste bodemfunctie binnen het betreffende gebied. Bodemkwaliteitsklassen De grond wordt ingedeeld in 1 van de 3 bodemkwaliteitsklassen ‘landbouw/natuur’, ‘wonen’ of ‘industrie’. Als de grond niet voldoet aan deze klassen, dan is de grond in principe niet toepasbaar. In de Regeling bodemkwaliteit staan de normen en toetsingsregels om te bepalen in welke klasse de landbodem of grond valt. De bodemkwaliteitsklassen worden gebruikt om de kwaliteit van de te ontgraven grond en de ontvangende bodem te bepalen. Toepassingseisen In het generieke kader wordt gebruik gemaakt van een dubbele toetsing voor het vaststellen van toepassingseisen voor het hergebruik van grond. Dit houdt in dat er zowel naar de functie als de kwaliteit van de ontvangende bodem gekeken wordt. De dubbele toets houdt in dat de toepassingseis wordt bepaald door de strengste van de twee. Dit principe is toegelicht in onderstaand figuur. Kenmerk R002-1291303ABR-V04-mwl-NL Figuur B1.1 Werking dubbele toets in het generieke kader.
Bron: Handreiking besluit bodemkwaliteit via https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/instrumenten/handreiking-bbk/ B1.3 Gebiedsspecifiek beleid Als het generieke kader te weinig mogelijkheden biedt voor het hergebruik van grond, dan kan de gemeente gebiedsspecifiek beleid ontwikkelen. Uitgangspunt bij gebiedsspecifiek beleid is dat er geen verslechtering van de bodemkwaliteit ontstaat binnen het beheergebied (‘stand-still’ principe). Met gebiedsspecifiek beleid kunnen de volgende zaken worden geregeld: Het vaststellen van lokale maximale waarden Het vaststellen van een percentage bodemvreemd materiaal dat afwijkt van het percentage dat in het besluit is opgenomen Lokale maximale waarden Gemeenten hebben de mogelijkheid om Lokale Maximale Waarden (LMW) voor stoffen op te stellen. Hierdoor wordt afgeweken van de geldende normen uit de Regeling bodemkwaliteit. De LMW bevinden zich tussen het niveau van de achtergrondwaarden en het saneringscriterium. Voor het opstellen van LMW dient middels een risicobeoordeling vastgesteld te worden dat er geen risico’s zijn voor mens, milieu en ecosysteem. Ter verduidelijking is in figuur B1.2 aangegeven wat de afwegingsruimte is voor de gemeente bij het opstellen van de LMW. Figuur B1.2 Afwegingsruimte voor LMW
Kenmerk R002-1291303ABR-V04-mwl-NL B1.4 Handelingskader PFAS In het HK van december 2021 zijn achtergrondwaarden en voorlopige toepassingsnormen opgenomen voor PFAS die bij het bepalen van hergebruiksmogelijkheden binnen het generieke kader gehanteerd moeten worden. Voor de toepassingsnormen voor grond is onderscheid gemaakt in verschillende situaties, waar verschillende normen voor gelden (zie figuur B1.3). Figuur B1.3 Toepassingsnormen voor PFAS op landbodem (bron: HK van december 2021) Uit figuur B1.3 blijkt dus dat de toepassingseis voor PFAS bepaald wordt aan de hand van de toepassingseis voor de overige stoffen. De kwaliteit van de bodem ten aanzien van PFAS wordt hierin dus niet meegenomen. Het is mogelijk om hier met gebiedsspecifiek beleid van af te wijken. Zo is het mogelijk om een lokale achtergrondwaarden op te stellen.
Kenmerk R002-1291303ABR-V04-mwl-NL Bijlage 2 Bodemfunctiekaart Dalfsen Deventer Hardenberg Kampen Ommen Raalte Staphorst Steenwijkerland Olst-Wijhe Zwartewaterland Esri Nederland, Community Maps Contributors Opdrachtgever Project Onderdeel Schaal Formaat Datum Get. Gec. Status Projectnummer Tekeningnummer Omgevingsdienst IJsselland Regio IJsselland, opstellen bodembeheernota en bodemkwaliteitskaart Bodemfunctiekaart A3P 26-10-2023 RIG HRO DEFINITIEF 1291303 9 Functie Landbouw/natuur Wonen Industrie Water Provinciale wegen Rijkswegen Spoorlijnen Gemeentegrenzen ´ 0 6.5 13 Km 1291303_10009.PRO 1:250,000 Deventer RaalteOlst-Wijhe Esri Nederland, Community Maps Contributors Kampen Zwartewaterland Esri Nederland, Community Maps Contributors Kenmerk R002-1291303ABR-V04-mwl-NL Bijlage 3 Ontgravingskaarten Dalfsen Deventer Hardenberg Kampen Ommen Raalte Staphorst Steenwijkerland Olst-Wijhe Zwartewaterland Esri Nederland, Community Maps Contributors Opdrachtgever Project Onderdeel Schaal Formaat Datum Get. Gec.
Status Projectnummer Tekeningnummer Omgevingsdienst IJsselland Regio IJsselland, opstellen bodembeheernota en bodemkwaliteitskaart Ontgravingskaart bovengrond A3P 26-10-2023 RIG HRO DEFINITIEF 1291303 5 Ontgravingskaart bovengrond Landbouw/natuur (AW2000) Wonen Industrie Partijkeuring noodzakelijk Uitgesloten Watersysteem Vecht Spoorlijnen Provinciale wegen Rijkswegen Gemeentegrenzen ´0 6.5 13 Km 1291303_10005.PRO 1:250,000 Deventer Olst-WijheOlst-Wijhe Esri Nederland, Community Maps Contributors Kampen Zwartewaterland Esri Nederland, Community Maps Contributors Watersysteem Vecht De bodemkwaliteitskaart heeft betrekking op de oevers van de rivier. Er gelden aanvullende voorwaarden voor hergebruik bodem ten aanzien van arseen. Dalfsen Deventer Hardenberg Kampen Ommen Raalte Staphorst Steenwijkerland Olst-Wijhe Zwartewaterland Esri Nederland, Community Maps Contributors Opdrachtgever Project Onderdeel Schaal Formaat Datum Get. Gec.
Status Projectnummer Tekeningnummer Omgevingsdienst IJsselland Regio IJsselland, opstellen bodembeheernota en bodemkwaliteitskaart Ontgravingskaart ondergrond A3P 26-10-2023 RIG HRO DEFINITIEF 1291303 6 Ontgravingskaart ondergrond Landbouw/natuur (AW2000) Wonen Industrie Partijkeuring noodzakelijk Uitgesloten Watersysteem Vecht Spoorlijnen Provinciale wegen Rijkswegen Gemeentegrenzen ´0 6.5 13 Km 1291303_10006.PRO 1:250,000 Deventer RaalteOlst-Wijhe Esri Nederland, Community Maps Contributors Kampen Zwartewaterland Esri Nederland, Community Maps Contributors Watersysteem Vecht De bodemkwaliteitskaart heeft betrekking op de oevers van de rivier. Er gelden aanvullende voorwaarden voor hergebruik bodem ten aanzien van arseen. Kenmerk R002-1291303ABR-V04-mwl-NL Bijlage 4 Toepassingskaarten Dalfsen Deventer Hardenberg Kampen Ommen Raalte Staphorst Steenwijkerland Olst-Wijhe Zwartewaterland Esri Nederland, Community Maps Contributors Opdrachtgever Project Onderdeel Schaal Formaat Datum Get. Gec.
Status Projectnummer Tekeningnummer Omgevingsdienst IJsselland Regio IJsselland, opstellen bodembeheernota en bodemkwaliteitskaart Toepassingskaart bovengrond A3P 26-10-2023 RIG HRO DEFINITIEF 1291303 7 Toepassingskaart bovengrond Landbouw/natuur (AW2000) Wonen Industrie Partijkeuring noodzakelijk Uitgesloten Watersysteem Vecht Grondwaterbeschermingsgebieden Spoorlijnen Provinciale wegen Rijkswegen Gemeentegrenzen ´0 7 14 Km 1291303_10007.PRO 1:255,346 Deventer RaalteOlst-Wijhe Esri Nederland, Community Maps Contributors Kampen Zwartewaterland Esri Nederland, Community Maps Contributors Watersysteem Vecht De bodemkwaliteitskaart heeft betrekking op de oevers van de rivier. Dalfsen Deventer Hardenberg Kampen Ommen Raalte Staphorst Steenwijkerland Olst-Wijhe Zwartewaterland Esri Nederland, Community Maps Contributors Opdrachtgever Project Onderdeel Schaal Formaat Datum Get. Gec.
Status Projectnummer Tekeningnummer Omgevingsdienst IJsselland Regio IJsselland, opstellen bodembeheernota en bodemkwaliteitskaart Toepassingskaart ondergrond A3P 26-10-2023 RIG HRO DEFINITIEF 1291303 8 Toepassingskaart ondergrond Landbouw/natuur (AW2000) Wonen Industrie Partijkeuring noodzakelijk Uitgesloten Watersysteem Vecht Grondwaterbeschermingsgebieden Spoorlijnen Provinciale wegen Rijkswegen Gemeentegrenzen ´0 7 14 Km 1291303_10008.PRO 1:252,101 Deventer RaalteOlst-Wijhe Esri Nederland, Community Maps Contributors Kampen Zwartewaterland Esri Nederland, Community Maps Contributors Watersysteem Vecht De bodemkwaliteitskaart heeft betrekking op de oevers van de rivier.