Nota beantwoording zienswijzen Technische Herziening Giethoorn
Tekst van het document
Nota beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn Team: Ruimtelijke Ontwikkeling en Projecten Auteur: Gemeente Steenwijkerland Datum: 23-04-2024 Versie: 3.0 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Overzicht zienswijzen 3 3. Ontvankelijkheid 3 4. Beantwoording van de zienswijzen 3 4.1. Indiener 1 3 4.2. Indiener 2 7 4.3. Indiener 3 9 4.4. Indiener 4 9 4.5. Conclusie zienswijzen (totaal) 9
1. Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn met de bijbehorende stukken heeft van 6 september 2023 tot en met 17 oktober 2023 (6 weken) ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is eenieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen op het ontwerpbestemmingsplan. Tegen het ontwerpbestemmingsplan zijn in totaal 4 zienswijzen ingediend. In de vergadering tijdens de Politieke Markt van 6 februari 2024 zijn er drie moties ingediend welke hebben geleid tot aanpassing van deze reactienota. Ook is na onderzoek geconstateerd dat er inconsistenties van de verwerking van het vaar- en verhuurbeleid in het ontwerpbestemmingsplan Technische Herziening Giethoorn. Deze reactienota is hierop aangepast. In deze reactienota is de inhoud van de zienswijzen kort samengevat en van een nieuwe reactie voorzien. De reactienota heeft de volgende opzet. In paragraaf 2 wordt een overzicht gegeven van alle indieners van de zienswijzen. In paragraaf 3 wordt kort ingegaan op de ontvankelijkheid van de ingediende zienswijzen. In paragraaf 4 worden de zienswijzen van elke indiener kort samengevat en per onderdeel van een gemeentelijke reactie voorzien. De indieners van een zienswijze zullen schriftelijk worden geïnformeerd over de te volgen procedure.
Bij de besluitvorming in de gemeenteraad over de vaststelling van het bestemmingsplan zal ook over de zienswijzen worden besloten. Aan de raad wordt voorgesteld de zienswijzen conform deze reactienota zienswijzen te beantwoorden. De reactienota zienswijzen heeft tot dat moment de status van conceptnota en zal aan de indieners van zienswijzen worden toegezonden. 2. Overzicht zienswijzen Tegen het ontwerpbestemmingsplan zijn de volgende zienswijzen ingediend: 1. Indiener 1 2. Indiener 2 3. Indiener 3 4. Indiener 4 3. Ontvankelijkheid Alle zienswijzen zijn binnen de termijn van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeente Steenwijkerland binnengekomen en dus tijdig ingediend. Daarmee zijn alle zienswijzen dus ontvankelijk. 4. Beantwoording van de zienswijzen 1. Indiener 1 Voordat we reageren op de punten genoemd in de zienswijze, willen we gebruik maken van de gelegenheid om een overzicht te geven van wat er sinds 2008 plaatsgevonden heeft. In 2008 heeft de toenmalig eigenaar van het perceel de gemeente aangegeven zijn bedrijfsactiviteiten te willen beëindigen. Hij zou het perceel met bedrijfsbestemming kunne n verkopen, maar het omzetten van de bedrijfsbestemming naar een woonbestemming zou ook een optie zijn. In dat laatste geval zou de eigenaar het perceel niet hoeven verkopen maar zou er kunnen blijven wonen.
Bij de eerstvolgende herziening van het planologisch regime zou een dergelijke wijziging kunnen worden doorgevoerd. Handhaving Uiteindelijk heeft de toenmalig eigenaar in 2010 gekozen voor verkoop van het perceel aan de huidige eigenaar, in 2010. De bestemming was op dat moment ongewijzigd en dus ‘b edrijf’. De huidige eigenaar heeft het perceel ook ten dienste van zijn bedrijven in gebruik genomen. In 2012 is een verzoek om handhaving ontvangen. In het legalisatieonderzoek, een wettelijk verplicht onderdeel voor het opstarten van een handhavingsprocedure, is geconstateerd dat er sprake is van een aantal passende (en dus legale) bedrijfsactiviteiten en een aantal met het bestemmingsplan strijdige activiteiten. Het handhavend optreden in 2012 was samengevat dan ook niet gericht op alle bedrijfsactiviteiten, wegens strijd met de bestemming wonen, maar tegen enkele bedrijfsactiviteiten wegens strijd met de bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden’. Beheersverordening Giethoorn In 2013 heeft de raad voor het gebied en ook voor dit perceel een beheersverordening v astgesteld. Bij het opstellen van de beheersverordening heeft uw raad daarbij de keuzen om òf het feitelijk gebruik te bestemmen, òf het voorheen geldend planologisch regime te herbevestigen.
Bij het opstellen van de Beheersverordening is de brief uit 200 8 van de toenmalig eigenaar, met de vraag of een woonbestemming ook mogelijk was, betrokken. Bij de opstelling van de Beheersverordening is abusievelijk aangenomen dat het feitelijk gebruik inmiddels ‘wonen’ was. In de Beheersverordening is toen die bestemming ten onrechte opgenomen. Het was, achteraf gezien, juridisch niet eens toegestaan de bestemming op deze wijze te wijzigen. In 2013 is dus met de Beheersverordening een, buiten enkele activiteiten, legaal bestaand bedrijf wegbestemd. De gemeente heeft niet alleen de mogelijkheid, maar ook de verplichting die fout te herstellen. Hiervoor is een omgevingsvergunningprocedure opgestart en bij de opstelling van het bestemmingplan Giethoorn is de bedrijfsbestemming weer teruggezet op het perceel. Omgevingsvergunning De eigenaar heeft in een aanvraag om omgevingsvergunning verzocht om, vooruitlopend op een reparatie in een bestemmingsplan, te zorgen dat de bedrijfsactiviteiten weer legaal kunnen worden uitgevoerd. In 2017 heeft uw raad een verklaring van geen bedenkingen afgegeven, waarmee de bedrijfsbestemming weer wordt hersteld. Tegen die vergunning is door omwonenden beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft de ingediende beroepen ongegrond verklaard.
Tegen die uitspraak van de rechtbank is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (verder: Afdeling). De Afdeling heeft uitgesproken dat de bedrijfsbestemming op deze locatie op zich niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Wel heeft de Afdeling de instellers van het hoger beroep op een aantal onderdelen in het gelijk gesteld: • het college moet nader onderbouwen hoe de bedrijfsactiviteiten op een deel van het perceel zich verhouden tot het Natura 2000-gebied de Wieden en de effecten daarop; • er moet meer duidelijkheid moet worden gegeven over het gebruik van een op het perceel aanwezige werkplaats; • de belangenafweging moet verduidelijkt en aangevuld worden. De Afdeling heeft aan het college opgedragen om, met in achtneming van de uitspraak, een nieuwe beslissing te nemen. Nu de Afdeling aan het college de mogelijkheid biedt om het besluit te herstellen, moet het college juridisch gezien ook gebruik maken van die mogelijkheid. Bestemmingsplan Giethoorn 2017 Tegen het opnemen van de bestemming Bedrijfsdoeleinden op het perceel Beulakerweg 23 in Giethoorn is door een aantal omwonenden beroep ingesteld.
Ook hierbij heeft de Afdeling de instellers van het beroep op een aantal onderdelen in het gelijk gesteld: • de raad moet nader onderbouwen hoe de bedrijfsactiviteiten op een deel van het perceel zich verhouden tot het Natura 2000-gebied de Wieden en de effecten daarop; • nader gemotiveerd moet worden hoe de uitbreiding van de bebouwingsmogelijkheden zich verhouden tot de cultuurhistorische waarden van het gebied. De Afdeling heeft aan uw raad opgedragen om, met in achtneming van de uitspraak, het bestemmingsplan voor dit perceel aan te passen. Nu de Afdeling aan de raad de mogelijkheid biedt om het besluit te herstellen, moet de raad juridisch gezien ook gebruik maken van die mogelijkheid. 1. Er wordt een uitgebreid overzicht gegeven van de historie van het perceel Beulakerweg 23 Reactie: Van het overzicht van de historie hebben wij kennis genomen. In het feitenoverzicht wordt aangegeven dat B&W in 2008 op verzoek van de toenmalige eigenaar besloten heeft dat de bedrijfsbestemming verdwijnt, en er een dubbele woonbestemming op het perceel komt. Dit is niet juist. B&W is niet bevoegd de bestemming van een perceel te wijzigen. Dat kan alleen de gemeenteraad doen. De gemeenteraad heeft de bestemming gewijzigd op 18 juni 2013, door vaststelling van de Beheersverordening. Pas toen is de bestemming van het perceel gewijzigd, dus niet in 2008 zoals indiener van de zienswijze stelt.
Ook wordt in het feitenoverzicht gesteld dat de huidige eigenaar van het perceel n.a.v. de uitspraak van de Afdeling op 29 mei 2019 over het bestemmingsplan Giethoorn (2017) geen nieuwe aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend heeft. Dat was ook niet nodig. De gemeenteraad (niet B&W zoals indiener van zienswijze schrijft) heeft opdracht gekregen een nieuw bestemmingsplan voor het perceel vast te stellen. Hiervoor hoeft de eigenaar van het perceel geen nieuwe aanvraag in te dienen. Indiener wijst op de bestemmingsplanregels uit het bestemmingsplan Giethoorn 2017, en wekt de indruk dat in het bestemmingsplan Giethoorn 2017 het perceel Beulakerweg 23 de bestemming Bedrijventerrein heeft gekregen terwijl dit niet mogelijk was. Dit is een onjuiste voorstelling van zaken. In het bestemmingsplan Giethoorn 2017 heeft het perceel de bestemming “Bedrijf” gekregen. Dit is een andere bestemming dan “Bedrijventerrein”. 2. Er wordt gevraagd om nog eens goed na te denken over beleid met voornemens over burgerparticipatie. Reactie: De raad heeft op 25 april 2023 de Participatieverordening Steenwijkerland 2023 vastgesteld. 3. Indiener van zienswijze verwijst naar artikel 32 Waarde – Cultuurhistorie Beulakerweg en geeft aan dat het omzetten van een woonbestemming naar een bedrijfsbestemming hier haaks op staat.
Reactie: In paragraaf 4.7 van bijlage 2 van de toelichting van het bestemmingsplan is gemotiveerd waarom een kleinschalige bedrijfsbestemming (categorie-1 bedrijf) passend is in deze omgeving. 4. Indiener van zienswijze geeft aan dat een wijziging van wonen naar bedrijfsactiviteiten grote impact heeft op dit deel van de Beulakerweg, mede gelet op het voorkomen van diverse vogelsoorten. De vogels foerageren veelvuldig in de weilanden achter de Beulakerweg 15 tm 23. Reactie: Er is door een gerenommeerd bureau een gedetailleerd ecologisch onderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn ook de vogelsoorten uitgebreid aan de orde gekomen. De weilanden achter de genoemde adressen blijven beschikbaar als fourageergebied. 5. Indiener van zienswijze noemt nog een aantal groot aantal diersoorten dat in het gebied voorkomt, en stelt “Men is zich onvoldoende bewust dat dit deel van de Wieden niet toegankelijk is voor het publiek en de natuur hier zijn gang kan gaan.” Reactie: Kortheidshalve verwijzen wij naar onze reactie onder punt 4. Wat betreft de toegankelijkheid voor het publiek: hier wijzigt niets aan door de vaststelling van dit bestemmingspla n. 6. Indiener van zienswijze geeft aan dat in zijn visie bedrijfsactiviteiten verplaatst zullen worden naar de Beulakerweg, omdat de activiteiten vallen binnen de doelstelling van het bedrijf van de eigenaar.
Reactie: De bestemming “Bedrijf” met de daarbij behorende aanduiding “Bedrijf van categorie 1” maakt bepaalde typen activiteiten mogelijk (zeer lichte bedrijven die in milieucategorie -1 vallen). Of iets wel of niet valt binnen de doelstelling van het bedrijf van eigenaar is voor het bestemmingsplan niet relevant. Het bestemmingsplan maakt bepaalde (zeer lichte) bedrijfsactiviteiten mogelijk, onafhankelijk van wie de eigenaar is. Zwaardere bedrijfsactiviteiten dan milieucategorie 1 zijn, ook als ze vallen binnen de doelstelling van het bedrijf van eigenaar, niet toegestaan. 7. Indiener van zienswijze geeft aan dat op het voorterrein van Beulakerweg 23 in de afgelopen jaren veelvuldig aanhangwagens gestald werden of door huurders opgehaald werden. Reactie: Voor zover de gemeente deze activiteiten geconstateerd heeft, is de eigenaar erop aangesproken dat dit niet toegestaan is. In het voorliggende bestemmingsplan heeft het eerste gedeelte van het perceel (de strook langs de weg) de bestemming “Tuin” gekregen , om daarmee extra duidelijk te maken dat bedrijfsactiviteiten hier niet zijn toegestaan. De verhuur van aanhangwagens past niet binnen milieucategorie 1, en is dan ook niet toegestaan binnen de bestemming. 8. Indiener van zienswijze geeft aan: “Dit scenario verklaart de plaatsing van lichtmasten. Deze lichtmasten zijn essentieel voor werkzaamheden aan aanhangwagens….
Lichtmasten zijn op een terrein direct grenzend aan Natura2000 voor alle fauna zeer verstorend en absoluut ongewenst. Reactie: In het uitgevoerde ecologische onderzoek is aandacht besteed aan de lichtmasten. Er wordt de aanbeveling gedaan om slimme verlichting (naar beneden gericht) toe te passen om eventuele verstoring door lichtuitstraling te voorkomen. Hiervoor zijn voorschriften in het bestemmingsplan opgenomen (artikel 4.2.6 tezamen met artikel 4.5.2. onder l). In artikel 1.129 wordt in dit verband de definitie gewijzigd naar ‘belichting met lampen die leidt tot lichtuitstraling op gebieden die, gezien vanuit hun functie, niet belicht moeten worden’. Deze definitie geeft een betere beschrijving om strooilicht te voorkomen. In het bestemmingsplan is opgenomen welke bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan. Werkzaamheden aan aanhangwagens horen hier niet toe. Zo nodig zal de gemeente handhavend optreden. 9. Indiener van zienswijze geeft aan dat het curieus is dat er geen gesprekken zijn gevoerd met alle ondergetekenden. Ook wordt gesteld: “Het gesprek van de heer xxxxxxxxxxx waarin hem verteld werd hoe de concept wijziging er in grote lijnen uit zou zien behoort niet tot de rubriek “Belangenafweging”. Reactie: Zoals uit de tekst van de zienwijze al blijkt heeft de gemeente wel gesprekken gevoerd met alle belanghebbenden, ook met een van de indieners van de zienswijze.
Dit gesprek (dat plaatsvond voor de ter inzagelegging van het ontwerp-plan) valt wat ons betreft wel in de categorie belangenafweging. Het gesprek is voor het grootste gedeelte van de tijd gegaan over de mening en ervaringen van de omwonenden van Beulakerweg 23. Daarna is het voorstel van de gemeente besproken. Ook heeft de medewerker van de gemeente gevraagd of het zinvol is om een gesprek te regelen met gesprekspartner en eigenaar van het perceel. Hierop heeft gesprekspartner aangegeven dat omwonenden hun verhaal nog wel een keer willen doen, maar dat er v an een compromis (in welke vorm dan ook) geen sprake kan zijn. 10. Indiener van zienswijze stelt dat de onderbouwing ontbreekt dat de ontwikkeling passend is binnen de NOVI, en geeft aan dat de Wieden en de Weerribben zelfs van Europese betekenis zijn. Reactie: Deze onderbouwing ontbreekt niet. Op de schaal van landelijke ruimtelijke ordening is de vestiging van één kleinschalig bedrijf (milieucategorie – 1) een ontwikkeling van beperkte omvang, en is die ontwikkeling niet strijdig met rijksbeleid. Dat is aangegeven in de tekst van de toelichting. Wat betreft de Europese betekenis van de Wieden en Weerribben: In het ecologisch onderzoek is onderbouwd dat er geen nadelige gevolgen zijn voor de Wieden (de Weerribben liggen ver weg) van de ontwikkeling. 11.
Indiener van zienswijze stelt de ontwikkeling niet past binnen de provinciale omgevingsvisie. De geldende gebiedskenmerken zijn door de bestemmingsplanwijziging in het geding. Reactie: In de onderbouwing van de voorgestelde wijziging (bijlage 2 bij de toe lichting) wordt aangegeven dat het een kleinschalige ontwikkeling betreft, en wordt toegelicht waarom deze niet in strijd is met het provinciaal beleid. Het plan is ook voorgelegd aan de provincie ter toetsing, en deze heeft aangegeven dat zij instemt met het plan. 12. Indiener van zienswijze stelt dat de conclusie onjuist is dat het plan past binnen het gemeentelijk beleid. De feitelijke situatie is al sinds 2008 een woonbestemming, en de bedrijfsactiviteiten zijn geleidelijk in 2011 gestart. “Eerst in 2016 is er sprake van een aanvraag voor een omgevingsvergunning.” Reactie: Zoals al eerder aangegeven, is niet in 2008, maar 2013 de bedrijfsbestemming gewijzigd in een woonbestemming. De feitelijke situatie (de activiteiten die de eigenaar van het percee l op het perceel doet) wordt niet gewijzigd. De juridische / planologische mogelijkheden worden wel gewijzigd. Door de voorgestelde juridische / planologische wijziging gaan de feitelijke activiteiten voldoen aan de juridische / planologische regels. 13. Toetsing gebiedsbescherming Natura 2000-gebied.
Conclusie de Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor uitvoering van de voorgenomen activiteit en nader onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming wordt niet noodzakelijk geacht. Indiener van zienswijze geeft aan dat bovenstaande, door hem geciteerde conclusie is gebaseerd op verwachtingen en niet op de feitelijkheid. Hij noemt vele soorten die in het gebied voorkomen. “Om die reden zijn lichtmasten op zich al volstrekt in strijd met dit kwetsbare gebied. Het is de Gemeente niet duidelijk dat een natuurgebied als de Wieden achter onze woningen dat niet toegankelijk is voor publiek een ideaal broedgebied en leefomgeving is voor diverse zeldzame fauna, om die reden zien wij o.a. de otter in onze tuinen. Reactie: Kortheidshalve verwijzen wij naar onze reactie bij de punten 4, 5 en 8 (zoals hierboven weergegeven). 14. Geluid Toetsingskader. Indiener van zienswijze stelt dat het plan niet getoetst is op verstoring van fauna door geluid van bedrijfsactiviteiten. Hij stelt “….. mede omdat door het plaatsen van lichtmasten gesuggereerd wordt dat er ’s-avonds eveneens gewerkt wordt….” Bij de beoordeling effecten bestemmingsplanwijziging is er geen rekening mee gehouden dat de activiteiten illegaal zijn.
“De conclusie heeft derhalve een verkeerd vertrekpunt gekozen en zijn derhalve voor dit concept niet bruikbaar” Reactie: In het ecologisch onderzoek zijn de effecten van het geluid van het bedrijf op de fauna meegenomen. Of het bedrijf illegaal gevestigd is of niet maakt voor het beoordelen van de effecten niet uit. De geluidsnormen voor bedrijven vloeien voort uit het Activiteitenbesluit onder de Wet Milieubeheer. Overdag mag een bedrijf 50 dB(A) produceren, in de periode tussen 19 -23 uur mag er 5 dB(A) minder worden uitgestoten dan overdag en in de periode tussen 23-7 periode mag 10 dB(A) minder uitgestoten worden dan overdag. Ter vergelijking: 3 dB(A) is een halvering van de geluidbelasting. Of er ’s-avonds gewerkt wordt (toegestane bedrijfsactiviteiten) zal moeten blijken. Ook in dat geval zal voldaan moeten worden aan de bovenstaande geluidsnormen. 15. Stikstofemissie en depositie. Indiener van zienswijze schrijft “wij lazen een uitgebreid verhaal over het weiland naast het perceel waarvan voorgesteld wordt de bestemming te wijzigen. Wij hebben niet begrepen dat met de voorgestelde conceptwijziging op het nieuwe bedrijfsterrein koeien worden gehouden.
Emissievragen over de koeien hebben onzes inziens dan ook niets met het voorstel te maken.” Volgens indieners van zienswijze geldt de bestemmingswijziging voor Luitjes Trading Company en heeft dit bedrijf een zeer ruime omschrijving van activiteiten. Daarnaast worden er lichtmasten geplaatst ten behoeve van werkzaamheden.” Reactie: In het Memo Stikstofemissie en Depositie (bijlage 2 bij bijlage 2 van de toelichting) wordt toegelicht waarom de 4 koeien die de eigenaar houdt, wel legaal zijn (namelijk omdat het hobbymatig houden van vee betreft, dat ook toegestaan is bij een woonbestemming). Door het wijzigen van de bestemming van het perceel van Wonen - Buitengebied naar Bedrijf mag de berekende stikstofdepositie niet toenemen. In het Memo wordt wel aangegeven met welke bedrijfsactiviteiten rekening is gehouden. De bestemmingsplanwijziging geldt niet specifiek voor Luitjes Trading Company. Door d e bestemmingsplanwijziging worden bepaalde typen lichte bedrijvigheid (milieucategorie 1) mogelijk gemaakt. Het perceel mag niet gebruikt worden voor andere typen bedrijfsactiviteiten, ongeacht wie deze activiteiten uitvoert. Dat de lichtmasten ten behoeve van werkzaamheden geplaatst worden is een aanname van de indiener van de zienswijze. Zoals gezegd mag het perceel slechts gebruikt worden voor lichte bedrijfsactiviteiten (milieucategorie 1). 16.
In de samenvatting herhaalt indiener van zienswijze dat de Afdelinge in het hoger beroep tegen de omgevingsvergunning geoordeeld heeft dat B&W ten onrechte stelt dat de belangen van derden niet onevenredig aangetast worden. Indiener van zienswijze adviseert goed nota te nemen van de punten die de Afdeling belicht heeft. Indiener van zienswijze herhaalt dat Luitjes Trading Company een zeer ruimte doelstelling heeft van bedrijfsactiviteiten terwijl bij de toetsingen uitsluitend wordt uitgegaan van Slootschoon. Als laatste punt geeft indiener van zienswijze aan dat de rechtbank heeft bepaald dat de voorgestelde bedrijfslocatie ook in m2 moet zijn bepaald. Volgens indiener van zienswijze is geen afgebakend perceel in m2 aangegeven, hetgeen ruimte biedt voor eigen invulling. “Wij maken daar ernstig bezwaar tegen vanwege onzekerheid voor ons als belanghebbenden.” Reactie: Wij hebben bij het opstellen van dit bestemmingsplan rekening gehouden met de uitspraken van de Afdeling. De belangenafweging komt ook terug in het raadsvoorstel tot vaststelling. Voor wat betreft de ruime doelstelling van bedrijfsactiviteiten van Luitjes Trading Company: in het bestemmingsplan is bepaald welk type bedrijfsactiviteiten (milieucategorie 1) op het perceel is toegestaan. Dit staat los van welke bedrijfsactiviteiten Luitjes Trading Company heeft.
Er wordt geen toestemming gegeven voor de vestiging van een bepaald bedrijf met een bepaalde naam, er wordt toegestaan dat een bepaald type bedrijfsactiviteiten op het perceel wordt uitgeoefend. Wat betreft de oppervlakte in m2: in het bestemmingsplan is duidelijk aangegeven welk perceel de bestemming Bedrijf krijgt, welke bouwvlakken er zijn en welk bouwvlak er is voor de bedrijfswoning. Er is dus wel degelijk een afgebakend perceel aangegeven. 17. Conclusie De zienswijze van indiener leidt tot een kleine wijziging van de regels (artikel 4.2.6.) ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. 2. Indiener 2 1. Indiener van zienswijze geeft aan dat voor zijn locatie al een apart bestemmingsplan geldt. Daarom is er geen reden om zijn locatie mee te nemen in de Technische herziening bestemmingplan Giethoorn. Door de locatie opnieuw op te nemen, kan opnieuw discussie ontstaan. Reactie: Naar aanleiding van de vergadering tijdens de Politieke Markt van 6 februari 2024 zijn er door de gemeenteraad drie moties aangenomen. Een van moties hield in dat het adres Beulakerweg 55 uit het bestemmingsplan Technische Herziening Giethoorn wordt gehaald. Aan deze motie is uitvoering gegeven. Beulakerweg 55 maakt geen onderdeel meer uit van het bestemm ingsplan Technische Herziening Giethoorn. 2.
Indiener van zienswijze verzoekt de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – rondvaart- en botenverhuur’ te verplaatsen. Waar de aanduiding nu op de verbeelding aangegeven is, ligt geen water. De feitelijke verhuur vindt plaats vanaf een andere locatie, waar wel water aanwezig is. De genoemde aanduiding is ook al in het huidige bestemmingsplan op de verkeerde locatie gelegd. Daarnaast is in de regels van de bestemming Water de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – rondvaart- en botenverhuur’ niet opgenomen, waardoor aan deze aanduiding geen betekenis toekomt. Reactie: Vanwege inconsistenties in de verwerking van het vaar- en verhuurbeleid in het ontwerpbestemmingsplan Technische Herziening Giethoorn zijn alle percelen waar wijzigingen naar aanleiding van het vaar- en verhuurbeleid waren verwerkt, uit het vast te stellen bestemmingsplan gehaald. De percelen die in het ontwerpbestemmingsplan op de verbeelding de toevoeging ‘aanduiding: ‘specifieke vorm van recreatie - rondvaart- en botenverhuur’ hadden gekregen zijn uit het bestemmingsplan Technische Herziening Giethoorn verwijderd. Ook is de toevoeging aan de regels: Verhuur van pleziervaartuigen uitsluitend aan eigen gasten van een Bed & Breakfast of appartement verwijderd. 3. De aanduiding bootverhuur is in het bestemmingsplan Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn nergens geregeld in het water.
In het water mogen boten liggen. Of deze wel of niet verhuurd worden en of er mee rond gevaren wordt is planologisch niet relevant. Als uw raad van mening is dat de aanduiding wel relevant is dan verzoeken wij u om de aanduiding langs de walkant van de uitbreiding van de parkeerplaats te leggen. Reactie: Verwezen wordt naar reactie onder 2. 4. Voor wat betreft de landschappelijke inpassing verzoekt de indiener van zienswijze een nieuwere gedetailleerdere versie van het beplantingsplan op te nemen in het voorliggende bestemmingsplan. Reactie: Nu Beulakerweg 55 geen onderdeel meer uit maakt van het vast te stellen bestemmingsplan, behoeft deze zienswijze geen bespreking meer. 5. Opheffing wintersluiting. Indiener van zienswijze verzoekt om in het nieuwe bestemmingsplan de wintersluitingsregeling op te schorten totdat de nieuwbouw gerealiseerd is. Immers, zolang de nieuwbouw niet gerealiseerd is, is er geen reden om deze wintersluitingsregeling te hebben. Reactie: Nu Beulakerweg 55 geen onderdeel meer uit maakt van het vast te stellen bestemmingsplan, behoeft deze zienswijze geen bespreking meer. Conclusie: De zienswijze van indiener leidt tot een wijziging van het ontwerpbestemmingsplan. Beulakerweg 55 wordt algeheel uit het vast te stellen bestemmingsplan verwijderd. 3. Indiener 3 1.
Indiener van zienswijze verzoekt de aanduiding “aantal = 10” van het bij Binnenpad 54 toegekende bouwvlak te verwijderen. Dit voelt als een extra beperking die niet voortvloeit uit het voorgaande bestemmingsplan Ds Hylkemaweg e.o. Reactie: Naar aanleiding van de vergadering tijdens de Politieke Markt van 6 februari 2024 is er door de gemeenteraad een motie aangenomen. De motie hield in dat voor Binnenpad 54 het aantal = 10 uit het bestemmingsplan Technische Herziening Giethoorn wordt gehaald. Aan deze motie is uitvoering gegeven. Het aantal van 10 maakt geen onderdeel meer uit van het bestemmingsplan Technische Herziening Giethoorn. Conclusie: De zienswijze van indiener leidt tot een wijziging van het ontwerpbestemmingsplan. Het aantal=10 wordt uit het vast te stellen bestemmingsplan verwijderd. 4. Indiener 4 1. Indiener van zienswijze vraagt waarom voor het perceel Ds Hylkemaweg 37 niet de aanduiding “specifieke vorm van recreatie – rondvaart- en botenverhuur” opgenomen is. Ook hier zijn vergunde ligplaatsen. Reactie: Vanwege inconsistenties in de verwerking van het vaar- en verhuurbeleid in het ontwerpbestemmingsplan Technische Herziening Giethoorn zijn alle percelen waar wijzigingen naar aanleiding van het vaar- en verhuurbeleid waren verwerkt, uit het vast te stellen bestemmingsplan gehaald.
De percelen die in het ontwerpbestemmingsplan op de verbeelding de toevoeging ‘ aanduiding: ‘specifieke vorm van recreatie - rondvaart- en botenverhuur’ hadden gekregen zijn uit het bestemmingsplan Technische Herziening Giethoorn verwijderd. Ook is de toevoeging aan de reg els: Verhuur van pleziervaartuigen uitsluitend aan eigen gasten van een Bed & Breakfast of appartement verwijderd. 5. Conclusie zienswijzen (totaal) De zienswijzen geven aanleiding tot het wijzigen van het ontwerpbestemmingsplan ten opzichte van de toelichting, de regels en de verbeelding. Deze wijzigingen zijn verwerkt in de Nota van wijzigingen.