nota beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Giethoorn anonieme versie NAZENDING 171010.pdf
Tekst van het document
De aanduiding voor het recreatie-appartement in het ontwerpbestemmingsplan heeft een dusdanige omvang dat een dergelijk aantal slaapplaatsen in dit recreatieve nachtverblijf kan worden gerealiseerd. In het ontwerpbestemmingsplan is de begripsomschrijving van een (recreatie)-appartement verder geen maximum opgenomen ten aanzien van het aantal slaapplaatsen of het aantal kamers in het appartement. Wat betreft de buitenopslag van boten op de percelen A117/A204/A206 geldt dat deze opslag op grond van het huidige bestemmingsplan (al) niet is toegestaan. Deze percelen hebben nu een bestemming Woningen, Tuinen en Agrarisch gebied met landschappelijke waarde. De bestemmingsomschrijvingen van deze bestemmingen voorzien niet in de buitenopslag of winterstalling van boten van een botenverhuurbedrijf. Zoals hiervoor toegelicht, is binnen de bestemming woningen, voor zover aangeduid, de uitoefening van een rondvaart- c.q. botenverhuurbedrijf toegestaan, maar de bestemmingsomschrijving maakt duidelijk dat hier alleen gaat om het afmeren van vaartuigen en het bieden van parkeergelegenheid aan passagiers. Het gebruik als opslaglocatie (winterberging) voor de verhuurboten is geen onderdeel van deze 73 aanduiding.
In artikel 37 van het huidige bestemmingsplan wordt het gebruik van gronden als opslagplaats voor al dan niet aan gebruik onttrokken voorwerpen aangemerkt als gebruik dat in ieder geval strijdig is met het bestemmingsplan. De bestemming woningen voorziet in dit verband ook in een afwijkingsregeling voor een grotere oppervlakte aan bijgebouwen bij een woning ten behoeve van de uitoefening van het rondvaart c.q. botenverhuurbedrijf. Deze afwijkingsregeling, die in het ontwerpbestemmingsplan is overgenomen, is onder meer bedoeld om de verhuurboten inpandig te kunnen opbergen in de periode dat er geen verhuur plaatsvindt. Indiener kan desgewenst van die inpandige opslagmogelijkheid gebruik maken en/of zijn boten op een andere locatie opslaan. Deze beleidslijn ten aanzien van buitenopslag is, aangezien er geen ruimtelijke argumenten voor een verruiming van de gebruiksmogelijkheden op dit punt, in het ontwerpbestemmingsplan doorgezet. Ook het ontwerpbestemmingsplan voorziet niet in deze opslagmogelijkheid voor verhuurboten op woonpercelen en/of agrarisch open gebied, ook niet na (de hiervoor genoemde) inpassing van de aanduiding voor de botenverhuur binnen de woonbestemming.
Dergelijke buitenopslag is en blijft ruimtelijk niet wenselijk, vanwege de afbreuk van de ruimtelijke kwaliteit (verrommelen van percelen) en de beperking van de woon- en agrarische functie die als gevolg daarvan ontstaat. Bovendien bestaan voor de opslag/winterberging van de boten goede alternatieve oplossingen. De opmerking van indiener dat de stalling /winterberging van verhuurboten ter plaatse sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw plaatsvindt, is onvoldoende om te kunnen concluderen dat dit gebruik toch moet worden meegenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Het enkele feit dat een activiteit als lang plaatsvindt betekent nog niet dat het hier gaat om een ruimtelijke acceptabele situatie. Indiener maakt in zijn zienswijze bovendien niet aannemelijk dat er sprake is van een gebruik dat al die jaren voortdurend op precies dezelfde plek in precies dezelfde omvang heeft plaatsgevonden waardoor het overgangsrecht van toepassing is. Alleen de bewering dat dit gebruik al zeer lang aan de gang is, is geen bewijs voor de toepasselijkheid van het overgangsrecht. Luchtfoto’s vanaf 2008 tot heden (jaarlijks genomen in de periode maart– mei) wijzen eerder in de richting van een gebruik voor opslag van verhuurboten dat zich beperkt tot een gedeelte van het perceel A117 in wisselende omvang en op wisselend locaties op dit perceel.
Als zodanig is de toepasselijkheid van het overgangsrecht voor de opslag van de verhuurboten van indiener niet aannemelijk. Met betrekking tot de door indiener 32 genoemde parkeervoorziening geldt dat zich achter het perceel Noorderpad 1 een parkeerterrein bevindt. Dit terrein is in het huidige bestemmingsplan opgenomen en als een bestaande situatie is met een bestemming verkeer daarom ook ingepast in het ontwerpbestemmingsplan. Dit betreft overigens het kadastrale perceel A116. Voor het perceel A117 geldt dat voor dit perceel geldende bestemming agrarisch gebied met landschappelijke waarde voorziet in het aanbrengen van verhardingen ten behoeve van parkeerplaatsen of andere oppervlakteverhardingen. Voor het aanbrengen van verhardingen van meer dan 50 m2 is een omgevingsvergunning vereist. Het gaat hierbij wel om parkeergelegenheden die nodig zijn voor het agrarische gebruik (conform de bestemming). Deze regeling is voortgezet in het ontwerpbestemmingsplan. Ook het ontwerpbestemmingsplan voorziet in de bestemming Agrarisch met waarden in de mogelijkheid van het realiseren van parkeergelegenheid ten behoeve van de agrarische bestemming waarbij voor (verharde) parkeergelegenheid van meer dan 50 m2 een omgevingsvergunning is vereist.
Het is echter op grond van zowel de huidige als de toekomstige bestemming niet de bedoeling om op deze agrarische percelen parkeergelegenheid ten 74 behoeve van andere functies mogelijk te maken. Nu voor de door indiener genoemde parkeergelegenheid voor passagiers en gasten van de recreatie-appartementen (nog) geen omgevingsvergunning is verleend, wordt deze parkeervoorziening dus niet meegenomen in het ontwerpbestemmingsplan. 4.32.2. Horecabestemming Indiener 32 geeft aan dat de grens voor de voor het perceel Molenweg 2a opgenomen horeca aanduiding dwars door het gebouw loopt waar het restaurant in is gevestigd. Daardoor vallen de entree, opslag keuken en toiletten buiten de horecafunctie. Indiener 32 vraagt zich af het niet logischer is om deze begrenzing zodanig aan te passen dat het restaurant als geheel inclusief (ondersteunende) voorzieningen in deze functieaanduiding valt. Verder vindt indiener de indeling in vijf horeca-categorieën niet helder. Ook Hij merkt daarbij op dat aan hem is toegezegd dat (op basis van de oude indeling) dat voor Molenweg 2a horeca- categorie 3 zou gaan gelden. Een aantal malen per jaar wordt de locatie Molenweg 2a volgens indiener 32 gebruik als trouwlocatie en/of voor een wining of een walking dinner. Soms met akoestische begeleiding. Indiener 32 wil dit blijven doen.
Als deze activiteiten niet passen binnen horeca categorie 2 aanduiding wil indiener 32 graag dat in het bestemmingsplan een horeca categorie 3 aanduiding wordt opgenomen. Reactie: De locatie Molenweg 2a heeft in het ontwerpbestemmingsplan een recreatieve bestemming waarbij met een binnenplanse afwijkingsregeling, onder bepaalde randvoorwaarden en binnen een op de verbeelding weergegeven aanduiding, een horeca 2 functie kan worden toegestaan. Deze regeling is zo opgenomen omdat door het gemeentebestuur eerder richting indiener is aangegeven dat ter plaatse een lichte horecafunctie kan worden overwogen als er gezorgd wordt voor voldoende parkeergelegenheid om het eigen terrein. De aanwezigheid van voldoende parkeerplaatsen op het eigen perceel is dan ook als voorwaarde in de binnenplanse afwijkingsregeling opgenomen. Vanwege de al bestaande parkeerproblematiek in de omgeving van deze locatie is de ontwikkeling van een nieuwe horecafunctie waarvan bezoekers in de openbare ruimte (moeten) parkeren ruimtelijk geen optie.
Gezien de geldende gemeentelijke parkeernormering kan de aanduiding voor de (mogelijk) toe te stane horeca-activiteiten maar een beperkte omvang hebben, anders blijft er te weinig ruimte over de parkeergelegenheid op het eigen perceel Volgens het gemeentelijke parkeerbeleid geldt voor een restaurant een norm van 14 parkeerplaatsen per 100 m2 bruto vloeroppervlak van het horecabedrijf. Het gebouw dat indiener 32 voor de horecafunctie wil gebruiken is vergund en gebouwd als botenloods van 150 m2 bij een woning en is dus eigenlijk bedoel voor de berging van de verhuurboten van het verhuurbedrijf dat indiener (ook) ter plaatse exploiteert. De horeca- aanduiding is in het ontwerpbestemmingsplan zo op de verbeelding geprojecteerd dat de eigenlijke horeca-activiteiten zoals die nu feitelijk al plaatsvinden (terras en inpandige zitgedeelte voor de gasten) binnen deze aanduiding vallen en heeft een oppervlakte van ongeveer 220 m2. Dat betekent dat, om de omgevingsvergunning voor de horeca 2 functie via de binnenplanse afwijkingsregeling van het ontwerpbestemmingsplan te kunnen verlenen, er ongeveer 30 parkeerplaatsen zullen moeten worden gerealiseerd. 75 Indiener 32 verzoekt nu om ook het achterste gedeelte van de (voormalige) botenloods waar zich de keuken, opslag en het toiletvoorziening van het restaurant bevinden op te nemen binnen de aanduiding.
Dit deel van het gebouw heeft nog een oppervlak van ongeveer 90 m2. Op zichzelf is het ruimtelijk niet bezwaarlijk om de horeca-aanduiding voor de binnenplanse afwijkmogelijkheid over het hele gebouw te projecteren in plaats van alleen het voorste deel van dit gebouw. Maar wel onder de conditie dat het bruto vloeroppervlak inclusief terras van het horecabedrijf dat via de binnenplanse afwijkingsregeling ter plaatse kan worden toegestaan toeneemt ten opzicht van wat het ontwerpbestemmingsplan nu mogelijk maakt. Het creëren van nog eens 12-13 parkeerplaatsen extra als gevolg van 90 m2 meer bruto vloeroppervlak voor de horeca functie is gezien de omvang het hele perceel en de andere activiteiten die daar op plaatsvindt niet realistisch. Dat houdt in dat het ontwerpbestemmingsplan aangepast kan worden in die zin dat de functieaanduiding op de verbeelding ten behoeve van de horeca 2 functie wordt aangepast zodat de het hele gebouw (voormalige botenloods) binnen de aanduiding komt te liggen waarbij in de regels wordt opgenomen dat binnen die aanduiding via een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan een horeca 2 bedrijf mogelijk is met een bruto vloeroppervlak inclusief terras van maximaal 220 m2.
Het antwoord op de opmerking van indiener over de indeling in vijf horeca-categorieën en de daarmee samenhangende onduidelijkheid over de gebruiksmogelijkheden voor zijn horecabedrijf is als volgt. De indeling vloeit voort uit het ruimtelijke beleid van deze gemeente en is in alle (nieuwe) bestemmingsplannen voor horecafuncties opgenomen. In de begripsbepalingen van het ontwerpbestemmingsplan waarin deze categorieën omschreven, waarbij horeca categorie 1 de lichte horecafunctie is en horeca categorie 5 de zwaarste. De aan Molenweg 2a toegekende mogelijkheid voor horeca 2 is als volgt gedefinieerd: horeca van categorie 2: een inrichting die is gericht op het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse dienen of kunnen worden genuttigd. Daaronder worden begrepen: cafetaria / snackbar, fastfood en broodjeszaak, lunchroom, ijssalon / ijswinkel, koffie en/of theeschenkerij, afhaalcentrum, eetwinkels, restaurant. Deze begripsomschrijving is voldoende duidelijk om te kunnen bepalen welke horeca-activiteiten ter plaatse mogelijk zijn en welke niet. De suggestie van indiener dat aan hem een horeca 3 functie zou zijn toegezegd op grond waarvan een café mogelijk is strookt verder niet me de beschikbare correspondentie met indiener waarin is aangegeven dat het gemeenbestuur, zoals aangegeven wil meewerken aan een lichte h orecafunctie.
En dat betekent dus geen horeca 3 functie, die tot de zwaardere categorieën behoort, maar maximaal een horeca van de tweede categorie. Hierbij gaat het om een combinatie van eten en drinken. De door indiener specifieke genoemde activiteiten die hij een aantal keren per jaar in zijn horecabedrijf wil houden zijn allen activiteiten die in principe goed in een restaurant kunnen plaatsvinden. Ook op grond daarvan is de gebruiksmogelijkheid van een horeca 3 functie niet nodig. 4.32.3. Conclusie De zienswijze van indiener 32 geeft aanleiding om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen voor zover het de aanduiding voor bootverhuur bij de locatie Noorderpad 5-7 betreft. Deze aanduiding zal op de hiervoor beschreven wijze voor deze locatie op de verbeelding worden 76 aangebracht. Daarnaast zal voor de locatie Molenweg2a de aanduiding voor de horeca worden aangepast zodat het hele gebouw binnen deze aanduiding komt te vallen. In de regels van het bestemmingsplan zal worden opgenomen dat het horecabedrijf, inclusief terras, dat in afwijking van de bestemming binnen deze aanduiding kan worden toegestaan een maximale bruto vloeroppervlakte mag hebben van 220 m2. 4.33. Indiener 33 4.33.1.
Realiseren tuinkamer Indiener 33 verzoekt om de regeling van het ontwerpbestemmingsplan ten aanzien van het perceel Bovenwijde 12 in Giethoorn zodanig aan te passen dat de bouw van een tuinkamer aan de bestaande recreatiewoning mogelijk wordt. Reactie: De locatie Bovenwijde 12 heeft in het ontwerpbestemmingsplan, conform de huidige situatie, een verblijfsrecreatieve bestemming gekregen. Voor dit perceel is een bouwvlak opgenomen waarbinnen één recreatiewoning is toegestaan met een maximale inhoud van 300 m3 (inclusief eventueel inpandige berging). Er kan, via toepassing van de binnenplanse afwijkregeling, in afwijking van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning worden verleend voor één overkapping met een oppervlakte van maximaal 20 m2. Uit de zienswijze kan worden afgeleid dat de inhoud van de recreatiewoning al (meer) dan 300 m3 bedraagt. Een tuinkamer is (in principe) een glazen aanbouw aan de (recreatie)woning waarmee de inhoud en het oppervlak van de woning feitelijk wordt vergroot en het bouwvlak wordt overschreden. Dit is niet in overeenstemming met het in het ontwerpbestemmingsplan vastgelegde ruimtelijke beleid op grond waarvan de inhoud van recreatiewoning is begrensd tot een inhoud van 300 m3.
Deze inhoudsgrens heeft doel om een ontwikkeling van recreatiewoning tot een inhoud of maatvoering waarmee er (feitelijk) gebruiksmogelijkheden voor reguliere bewoning ontstaan tegen te gaan. Het instemmen met de zienswijze van indiener 33 doet afbreuk aan dit beleid en is niet wenselijk, ook uit het oogpunt van het voorkomen van precedentwerking. Realisering van de tuinkamer in de vorm van een glazen overkapping is onder bepaalde voorwaarden wel mogelijk maar dan moet de oppervlakte van deze overkapping wel worden teruggebracht tot 20 m2 (zijnde de in alle nieuwe bestemmingsplannen gebruikelijke maat voor een overkapping bij een (recreatie)woning). De door indiener 22 voorgestelde tuinkamer heeft echter een oppervlakte van ongeveer 28 m2. Het bouwvoornemen van indiener 22 past dus daarmee dus niet binnen de in dit bestemmingsplan voorziene bebouwingsmogelijkheden bij een recreatiewoning. Voor het desondanks toestaan van meer bebouwingsmogelijkheden bestaat geen aanleiding.. 4.33.2. Conclusie De zienswijze van indiener 33 geeft geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. 77 4.34. Indiener 34 4.34.1. Vestiging horeca-inrichting Indiener 34 is het niet eens met de mogelijkheid van vestiging van een horeca-inrichting op het perceel Binnenpad 64.
Men vreest voor overlast, ook door het vervallen van de bedrijfswoning die vervolgens wordt benut voor de horeca-functie en de mogelijkheid van het realiseren van een terras. De verleende omgevingsvergunning gaat volgens indiener 34 bovendien verder dan wat op grond van het ontwerpbestemmingsplan mogelijk is. Reactie: Ter beantwoording van deze zienswijze kan worden verwezen naar de reactie bij paragraaf 4.27.1. In de paragraaf is al ingegaan op door indiener 27 aangevoerde overlast als gevolg van de mogelijke horeca-activiteiten op het perceel Binnenpad 66. De zienswijze van indiener 34 sluit hier op aan. Zowel op grond van het huidige bestemmingsplan c.q. de beheersverordening als op grond van het ontwerpbestemmingsplan is het gebruik van Binnenpad 64 voor een volwaardige horecafunctie of zelfstandig horecabedrijf, ook omwille van het woon- en leefklimaat van de omgeving, niet toegestaan. Waar het hier gaat is uitsluitend de verkoop van consumptieijs met de mogelijkheid van consumptie ter plaatse als complementaire daghoreca, inherent en ondergeschikt aan de winkelfunctie (de hoofdfunctie). Zoals in paragraaf 4.27.1 is aangegeven, is er in het huidige bestemmingsplan c.q. de beheersverordening al een mogelijkheid opgenomen om met een (omgevings)vergunning dit soort horeca-activiteiten als nevenactiviteit bij een winkel toe te staan.
Daarnaast is het zo dat er recent voor de ijsverkoop en productie een omgevingsvergunning is verleend om dit gebruik in afwijking van het (huidige) bestemmingsplan toe te staan. Ten opzichte van wat er op grond van de huidige regelgeving is toegestaan of al is vergund leidt het ontwerpbestemmingsplan voor het perceel Binnenpad 64 niet tot ruimere gebruiksmogelijkheden voor (complementaire) horeca op deze locatie. De rechtszekerheid brengt in dit verband (juist) met zich mee dat in het ontwerpbestemmingsplan rekening wordt gehouden met de genoemde omgevingsvergunning voor de ijsverkoop en ijsproductie. Zoals in paragraaf 27.4.1 ook al is toegelicht, zal zowel in de omgevingsvergunning als in het ontwerpbestemmingsplan voor complementaire daghoreca bij Binnenpad 64 wel worden opgenomen dat de totale oppervlakte daarvan inclusief terras maximaal 100 m2 bedraagt. Aan de regels van het ontwerpbestemmingsplan zal voor deze locatie verder worden opgenomen dat de complementaire daghoreca alleen de productie en verkoop van consumptie-ijs betreft. Daarmee zal de door indiener genoemde situatie dat de omgevingsvergunning meer horeca-activiteiten mogelijk maakt dan het bestemmingsplan zich niet voordoen.
Ook de mogelijkheid van uitbreiding van de horeca-activiteiten tot een oppervlakte van meer dan 100 meter (bijvoorbeeld) als gevolg van het niet meer gebruiken van de bedrijfswoning is op deze manier uitgesloten. Alsdan is daarvoor eerst nieuwe ruimtelijke besluitvorming vereist. 78 4.34.2. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmignsplan zoals al is toegelicht bij paragraaf 4.27.6 voor wat betreft de begrenzing van de complementaire daghoreca bij Binnenpad 64. 4.35. Indiener 35 4.35.1. Inpassing recreatief gebruik Indiener 35 om inpassing van de stacaravan van cliënt op de locatie kadastraal bekend B 1086. Volgens indiener 35 valt het gebruik van deze caravan onder het overgangsrecht van het huidige bestemmingsplan uit 1994. Indiener 35 verzoekt op grond daarvan om een positieve bestemming verblijfsrecreatieterrein voor het hele perceel of een deel daarvan met een bouwvlak om de locatie van de stacaravan. Reactie: Het staat vast dat voor de aanwezigheid van de stacaravan tot dusver geen bouw- of omgevingsvergunning is verleend. Door indiener 35 wordt gesteld, dat op het recreatieve gebruik van de stacaravan het overgangsrecht van het geldende bestemmingsplan (bestemmingsplan Giethoorn 1994 c.q. de beheersverordening) van toepassing is.
Ter onderbouwing van deze stelling is door indiener 35 een aantal verklaringen bij de zienswijze overgelegd. Het is niet zo dat in het bestemmingsplan dat gold voor bestemmingsplan Giethoorn 1994 de locatie van de stacaravan een recreatieve bestemming had. De geldende bestemming was toen ook al agrarisch en die bestemming is in het bestemmingsplan Giethoorn 1994 voortgezet. Het is echter zo dat het overgangsrecht van het bestemmingsplan Giethoorn 1994 ook het bestaande van het bestemmingsplan afwijkende gebruik onder de reikwijdte van het overgangsrecht bracht waar indiener 35 zich nu op beroept. Het gebruik van deze caravan als recreatief (nacht)verblijf valt (alleen) onder dit overgangsrecht als (a) vaststaat de caravan voor de inwerkingtreding van het bestemmingsplan Giethoorn 1994 aanwezig was en (b) en dit gebruik sindsdien onafgebroken op dezelfde wijze heeft plaatsgevonden. Met alleen de eigen uitleg van indiener 35 over de aanwezigheid en het gebruik van de caravan en drie korte verklaringen van derden kan niet zonder meer worden afgeleid dat de stacaravan daadwerkelijk voor de inwerkingtreding van het bestemmingsplan Giethoorn 1994 al aanwezig was (en gebleven). Objectieve, controleerbare gegevens zoals foto’s, informatie met betrekking tot de aanschaf en plaatsing van de stacaravan (overeenkomsten) of mogelijk notariële gegevens etc.
waarmee de aanwezigheid/plaatsing van de stacaravan kan worden geverifieerd zijn door indiener 35 niet overlegd. Weliswaar heeft indiener35 bij zijn zienswijze een foto gevoegd maar op die foto kan de stacaravan niet worden waargenomen en bovendien is niet duidelijk wanneer deze foto is genomen. Deze foto levert dus geen bewijs voor de aanwezigheid van de stacaravan voor 1994. Verder geldt dat deze verklaringen, afgezien van de eigen verklaring, niets zeggen over het gebruik van de stacaravan als recreatief verblijf in de periode vanaf de inwerkingtreding van het bestemmingsplan Giethoorn 1994 tot nu. Indiener 35 heeft daarmee in de zienswijze geen 79 objectieve, verifieerbare informatie overlegd waaruit blijkt dat de stacaravan al die jaren consequent door indiener 35 als recreatief (nacht)verblijf is gebruikt. Naar aanleiding van de zienswijze van indiener 35 is door een gemeentelijke toezichthouder op 24 mei 2017 bovendien een controle uitgevoerd van de stacaravan. Van de stacaravan zijn daarbij foto’s gemaakt. Uit deze controle blijkt duidelijk dat de stacaravan in ieder geval op dit moment niet (meer) in gebruik is als recreatief (nacht)verblijf en daarvoor, gelet op de inrichting en staat van het bouwwerk ook niet (meer) geschikt is. De uitkomst van de controle is dat het de stacaravan (zeer waarschijnlijk) al geruime tijd slechts als schuur of bergruimte wordt gebruikt.
Een actief gebruik als recreatief (nacht)verblijf van dit bouwwerk is in ieder geval zeker niet waargenomen. Anders dan indiener 35 aanvoert, is niet aannemelijk (gemaakt) dat de stacaravan van indiener 35 vanaf de inwerkingtreding van het bestemmingsplan Giethoorn 1994 onafgebroken en consequent is gebruikt als recreatief (nacht)verblijf. Indiener 35 heeft daarmee zijn beroep op het overgangsrecht voor het gebruik van deze stacaravan als recreatief (nacht)verblijf niet onderbouwd met (voldoende) bewijs dat dit overgangsrecht op dit gebruik van toepassing is. Op grond daarvan is er dan ook geen aanleiding om in het ontwerpbestemmingsplan over te gaan tot een uitsterfregeling of een positieve bestemming voor dit gebruik. Het argument van indiener 35 dat de agrarische bestemming niet langer reëel is omdat de locatie niet meer agrarisch wordt of zal worden gebruikt maakt dit niet anders. De gebruik(on)mogelijkheden van deze agrarische bestemming waarbinnen geen bebouwing in de vorm van gebouwen is toegestaan, kunnen niet dienen als een argument voor omzetting van een bestemming die wel een gebouw of gebouwen toestaat. Ruimtelijk uitgangspunt is dat hier gaat om open, onbebouwd terrein.
Daarbij geldt dat de aanwezigheid van de stacaravan ook niet onomkeerbaar is omdat dit type bouwwerk naar zijn aard relatief gemakkelijk kan worden verplaatst naar een locatie (zoals een verblijfsrecreatieterrein) waar dit bouwwerk wel is toegestaan. Verwijdering/verplaatsing van de stacaravan is aldus ruimtelijk ook een goede, zo niet te prefereren oplossing. Gelet op de bedoeling van het ontwerpbestemmingsplan dat is gericht op het treffen van een actuele, uniforme bestemmingsregeling voor de huidige, legaal aanwezige situatie zijn er dus geen termen om deze stacaravan in te passen in dit bestemmingsplan. 4.35.2. Conclusie De zienswijze van indiener 35 geeft geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. 4.36. Indiener 36 4.36.1. Vergroten bouwvlak Indiener 36 geeft aan dat het in het ontwerpbestemmingsplan voor de locatie Beulakerweg 10 opgenomen bouwvlak/bouw ten opzichte van huidige beheersverordening is gehalveerd. Indiener heeft ook gereageerd op het eerste ontwerpplan en die zienswijze is volgens hem gedeeltelijk overgenomen. Onder meer met betrekking het aanwezige bijgebouw dat nu in het bouwvlak is komen te liggen. Indiener 36 verzoekt echter om het bouwvlak ten opzichte van de beheersverordening niet te verkleinen. 80 Reactie: Indiener heeft inderdaad ook gereageerd op het eerste ontwerpplan.
zie de Reactienota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Giethoorn, 2016, paragraaf 4.18). Waar indiener spreekt over het bouwblok doelt hij waarschijnlijk op het bestemmingvlak voor de woonbestemming. Voor de locatie Beulakerweg 10 geldt nu nog de beheersverordening Buitengebied. Deze locatie is op onderstaande wijze in de beheersverordening opgenomen, zie hieronder Het gele vlak is de woonbestemming, voor het woonvlak (voor de voorkant van de woning) is een tuinbestemming opgenomen. Op de luchtfoto geeft dat het volgende beeld waarbij de rode contour de bestemmingen aangeeft. De woonbestemming is getrokken om de boerderij en de bijgebouwen. De bestemming tuin is gelegen tussen de bebouwing en de sloot. Overige gedeelte van het perceel Agrarisch met waarden. Voor de inwerkingtreding van de beheersverordening had deze locatie op grond van het bestemmingsplan Buitengebied Noord een kleinere woonbestemming, zie hieronder. 81 De bestemmingsplankaart is afkomstig uit het bestemmingsplan Buitengebied Noord-Oost (vastgesteld 10 januari 1995). Hierbij is de rode contour de woonbestemming de overige gronden hebben de bestemming Agrarisch gebied met landschappelijke waarden. In het (tweede) ontwerpbestemmingsplan voor Giethoorn is deze woonbestemming van de beheersverordening Buitengebied overgenomen en is het onderstaande bestemmingsvlak toegekend.
82 Ontwerpbestemmingsplan Giethoorn (2017) en de rode contour in de luchtfoto geeft aan de woonbestemming t rondom de boerderij is vorm gegeven. De omliggende gronden hebben in het ontwerp bestemminsplan Giethoorn een bestemming Tuin 1 gekregen. Per saldo is het bestemmingsvlak voor de woonbestemming daarmee vergroot omdat de strook grond aan de voorkant van de woning die op grond van het oude bestemmingsplan dat voor de beheersverordening van kracht was nog een woonbestemming had (met bouwmogelijkheden) als het ware aan het achtererf is toegevoegd. Aan de strook grond voor de woning is een tuinbestemming toegekend (waar geen bebouwing in de vorm van gebouwen mogelijk is). Van een verkleining van het bestemmingsvlak is derhalve geen sprake. Hierbij past wel de opmerking dat in het eerste ontwerpbestemmingsplan (2015) abusievelijk voor het hele perceelsgedeelte tot aan de provinciale weg een woonbestemming was opgenomen., zie hieronder. Duidelijk is dat dit achterste deel van het perceel op grond van de bestemmingsregelingen zoals die tot dusver juridisch van toepassing zijn (geweest), de beheersverordening en het bestemmingsplan Buitengebied Noord-Oost, nooit een woonbestemming heeft gekregen/gehad. Op basis van deze regelingen gold en geldt voor dit gedeelte (altijd) een bestemming zonder bebouwingsmogelijkheden ter behoud van het groene/landelijke karakter.
Het is ook absoluut niet 83 de bedoeling van het nieuwe bestemmingsplan Giethoorn om aan deze percelen een woonbestemmingen toe te kennen tot aan de provinciale weg. Ruimtelijk uitgangspunt is juist dat er tussen deze woonbestemmingen en de provinciale weg een groene buffer/overgangszone blijft bestaan. Daarom is in het (tweede) ontwerpbestemmingsplan Giethoorn de woonbestemming aangepast. De woonbestemming is aangepast en er tussen de weg en het woonperceel een tuin-1 bestemming is opgenomen. Aan de verkeerde c.q. te ruime intekening van het bestemmingsvlak voor de woning Beulakerweg 10 op de verbeelding van het eerste ontwerpbestemmingsplan uit 2015 kan indiener 36 dan ook geen rechten ontlenen. 4.36.2. Onderzoek Naar de mening van indiener 36 is er (wel) onderzoek nodig naar de geluidsemissie van de provinciale weg N384 op woonbestemmingen en andere gevoelige bestemmingen en naar de gevolgen van het nieuwe bestemmingsplan Giethoorn op het Natura 2000 gebied Reactie: Dit onderdeel van de zienswijze van indiener 36 is een herhaling van zijn eerdere zienswijze tegen het eerste ontwerpplan. Ter beantwoording wordt daarom verwezen naar de Reactienota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Giethoorn, 2016, paragraaf 4.18.2.
voor wat betreft de provinciale weg N384 geldt dat het ontwerpbestemmingsplan niet voorziet in veranderingen van of aan deze weg en ook niet in de realisering van nieuwe woonfuncties nabij deze weg. 4.36.3. Dorpsplan Giethoorn 2030 Indiener verzoekt om het Dorpsplan Giethoorn 2030 in de toelichting van het nieuwe bestemmingsplan Giethoorn op te nemen zodat dit kan dienen als een toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in en rond het dorp Giethoorn. Reactie: Ook dit onderdeel van de zienswijze van indiener 36 is een herhaling van zijn eerder zienswijze tegen het eerste ontwerpplan. Ter beantwoording wordt verwezen naar de Reactienota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Giethoorn, 2016, paragraaf 4.18.3. 4.36.4. Conclusie De zienswijze van indiener 36 geeft geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. 4.37. Indiener 37 4.37.1. Aanduiding vaarvergunning Volgens indiener 37 is de locatie voor de door hem geëxploiteerde botenverhuur bij niet goed op de verbeelding weergegeven. De aanduiding ontbreekt op het eigen water. 84 Reactie: Deze opmerking van indiener 37 is terecht. De functie aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – rondvaart- en botenverhuur” is ter hoogte van het terras bij Binnenpad 54 niet op de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan opgenomen.
Het ontwerpbestemmingsplan dient op dit punt te worden aangepast door conform de onderstaande rode contour alsnog zo’n aanduiding op te nemen. 4.37.2. Verharding toegangsweg Binnenpad 54 Naar aanleiding van de beantwoording van zijn zienswijze tegen het eerste ontwerpbestemmingsplan (zie Reactienota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Giethoorn, 2016, paragraaf 4.14.4) gaat indiener 37 er vanuit dat het hele perceel mag worden verhard, ook achter de garageboxen waar nu groen staat ingetekend. Indiener wil graag dat ter hoogte van de autoboxen en het botenhuis ook het perceel verhard kan worden. Reactie: Bij de beantwoording van de eerste zienswijze van indiener 37 over het eerste ontwerpbestemmingsplan in 2015 is aangegeven dat voor deze locatie opgenomen verkeersbestemming (zie 1 e afbeelding hieronder) vanuit het bestemmingsplan ‘Giethoorn Ds. T.O. Hylkemaweg e.o., partiele herziening parkeren H. Molweg’ in het ontwerpbestemmingsplan giethoorn zou worden overgenomen. In het tweede ontwerpbestemmingsplan van 2017 is dat ook gebeurd (zie 2 e afbeelding hieronder). De autoboxen en botenhuizen maken echter geen deel uit van deze verkeersbestemming. De gronden maken onderdeel uit van het bestemmingsplan Giethoorn - Ds-Hylkemaweg e.o. zoals dat nu is opgenomen in de huidige beheersverordening voor Giethoorn.
85 Deze autoboxen en botenhuizen zijn op een andere manier opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan Giethoorn, zie de afbeelding hieronder. De autoboxen hebben een bestemming ‘Gemengd- 1’ gekregen en de botenhuizen zijn gelegen in een bestemming ‘Groen’ met een aanduiding’ botenhuizen toegestaan’. Naar aanleiding van deze de zienswijze van indiener moet worden geconstateerd dat de bestemming van de botenhuizen en autoboxen juridisch-technisch beter op een andere manier kan worden geregeld in het ontwerpbestemmingsplan. De autoboxen kunnen op dezelfde manier in het nieuwe bestemmingsplan worden als de autoboxen op het noordelijk gelegen parkeerterrein. De aanpassing houdt in dat de locatie de bestemming ‘Verkeer’ krijgt en de autoboxen, conform de rode contour, een functieaanduiding garagebox. De bouwaanduiding die is opgenomen in de bestemming Groen ten behoeve van de realisatie van de botenhuizen is bedoeld voor de situatie waarin er al een botenhuis is gerealiseerd en regelt dan de mogelijkheid van vervanging. Daar is hier geen sprake van, zie onderstaande luchtfoto. Ook hier is een juridisch-technische aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan nodig. Om de bestaande rechten vanuit bestemmingsplan Giethoorn - Ds-Hylkemaweg e.o.
op dit onderdeel vorm te geven in het bestemmingsplan Giethoorn kan de bestemming van de rode contour in het ontwerpbestemmingsplan worden vervangen door een bestemming ‘Recreatie – Jachthaven’ met bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – botenhuis’. Binnen die bestemming mag dan alleen een botenhuis worden gebouwd. In dit specifieke geval dienen de bouwhoogten ook aangepast te worden conform de systematiek van bestemmingsplan Giethoorn - Ds-Hylkemaweg e.o.. De goothoogte en bouwhoogte worden dan respectievelijk 3 meter en 5 meter voor deze twee botenhuizen. Deze hoogtes worden op de verbeelding opgenomen. Het door indiener genoemde 86 punt van de verharding is daarmee ook ondervangen omdat binnen de bestemming Recreatie- Jachthaven verharding is toegestaan (net als binnen de bestemming Verkeer). 4.37.3. Beantwoording eerdere zienswijze verschuiven bestemming Indiener geeft aan de beantwoording van zijn eerste zienswijze bij paragaaf 4.14.17 van Reactienota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Giethoorn niet te snappen. In deze beantwoording wordt gesproken over Binnenpad 62 terwijl zijn opmerking ging over nummer 64 en 66. Reactie: Het gaat hier om een verschrijving. In de beantwoording is bedoeld aan te geven Binnenpad 64 en niet nr. 62. 4.37.4.
Bestemming woning Binnenpad 72 Volgens indiener 37 heeft de woning Binnenpad 72 altijd een bedrijfsbestemming gehad en moet dit zo blijven. Zijn schoonouders hebben hier al 25 jaar een bestratingsbedrijf. Reactie: In het ontwerpbestemmingsplan is voor de woning Binnenpad 72 een woonbestemming opgenomen, Dit is conform de huidige bestemming op grond van de beheersverordening Giethoorn, waarmee de regeling van het bestemmingsplan Giethoorn 1994 is voortgezet, zie hieronder als 1 e de luchtfoto, 2 e het bestemmingsplan Giethoorn 94 en als laatste ontwerpbestemmingsplan Giethoorn. Het pand heeft dus in ieder geval sinds de vaststelling van het bestemmingsplan Giethoorn 1994 een woonbestemming. Voor zover bekend vinden op dit adres geen feitelijke bedrijfsactiviteiten plaats die verband houden met een bestratingsbedrijf afgezien van mogelijk een kantoor aan huis. Dit laatste is in beginsel mogelijk binnen een woonbestemming. Voor toekennen van een bedrijfsbestemming voor 87 een bestratingsbedrijf bestaat binnen de opzet van het nieuwe bestemmingsplan Giethoorn dat is gericht op het regelen van de huidige, legalisatie situatie geen aanleiding. Bouw- en aannemersbedrijven (kunnen) behoren de bedrijven van milieucategorie 3.
Het beleid ten aanzien van de vestiging van bedrijven in woonkernen houdt in dat alleen de vestiging/inpassing van lichte bedrijven tot milieucategorie 2 kan worden overwogen. Wijziging van de woonbestemming naar een bedrijfsbestemming voor deze locatie moet verder als een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling worden beschouwd die niet past binnen de beleidskaders en uitgangspunten van het nieuwe bestemmingsplan Giethoorn dat is gericht op het regelen van de bestaande, legale situatie. Toevoegen van nieuwe bedrijfsbestemmingen ter vervanging van woningen is hierin niet voorzien of beoogd. Voor een dergelijke bestemmingsplanwijziging is een nadere ruimtelijke beoordeling en afweging nodig, onder meer voor wat betreft de mogelijke gevolgen voor de omgeving en de aanwezigheid van mogelijke alternatieven. De zienswijze van indiener 37 bevat daarvoor geen aanknopingspunten. Voor een eventuele verandering van de bestemming van het pand Binnenpad 72 zal in een aparte ruimtelijke procedure moeten worden doorlopen. 4.37.5. Groenstrook Voor Binnenpad 72 is een groenstrook ingetekend. Echter bij alle woningen in de omgeving is deze groenstrook bij het woonperceel getrokken. Bij nr. 76 is er onlangs een vergunning verleend voor een garage. Reactie: Het gaat hier om de strook grond achter het woonperceel met de bestemming ‘Tuin-1’.
Deze grond heeft in het huidige bestemmingsplan Giethoorn 94/de beheersverordening de bestemming Agrarisch met waarden. (zie de afbeeldingen bij het voorgaande punt) Planologisch maakt deze grond dus geen onderdeel uit van het woonperceel. Echter kijkend naar het gebruik van de percelen Binnenpad 72 en 74 en de aanwezige bebouwing is de bestemming Tuin – 1 niet overeenkomstig het (huidige) gebruik. Gelet op het feit dat de hoeveelheid bebouwing binnen een woonbestemming is gemaximaliseerd kan het bijgebouwenvlak overeenkomstig de rode contour worden aangepast te passen, zodat de bestaande bijgebouwen binnen het bijgebouwenvlak komen te liggen. 4.37.6. Tweede woningen Indiener wil graag weten hoe de 2 e woningen langs het pad in de hand worden gehouden. Reactie: Met de actualisatie van de bestemmingsplannen voor de kernen is er voor gekozen om een eenduidige systematiek toe te kennen. De eigenaar van een woning mag deze woning ook gebruiken als 2 e woning. Het recreatief gebruik van een woning is niet toegestaan binnen een bestemming ‘Wonen’. 88 4.37.7. Conclusie De zienswijze van indiener 37 geeft aanleiding voor aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan voor wat betreft de correctie van de aanduiding voor de botenverhuur bij Binnenpad 54 en de bestemmingsregeling voor de autoboxen en de botenhuizen.
De aanduiding voor de botenverhuur zal worden aangepast zoal aangegeven bij paragraaf 3.47.1, de in het ontwerpbestemmingsplan (al) opgenomen regeling voor de bestaande mogelijkheden voor botenhuizen en autoboxen achter Binnenpad 54 zal in het ontwerpbestemmingsplan juridisch-technisch beter vorm worden gegeven op de in paragraaf 4.37.2 beschreven manier. Tenslotte wordt de ‘Tuin-1’ bestemming achter de locatie Binnenpad 72 omgezet in een woonbestemming. 4.38. Indiener 38 4.38.1. Vergroten bouwmogelijkheden/bouwvlak Indiener 38 verzoekt om vergroting van de bouwmogelijkheden en het bouwvlak in verband met toekomstige bouwplannen voor een garage, carport of atelier. Reactie: Voor de locatie Molenweg 3 is in het ontwerpbestemmingsplan een woonbestemming opgenomen met een achtererfgebied langs het water. Deze woning maakt deel uit van een bebouwingslint waarbij de bebouwing aan het water is geconcentreerd. Het vergroten van de bebouwingsmogelijkheden op wat nu een tuinbestemming heeft, ligt gezien deze bebouwingstructuur niet zonder meer de hand. Indiener maakt in zijn zienswijze niet concreet duidelijk wat voor bouwplannen hij precies heeft. De enkele wens om in de toekomst mogelijk te gaan te bouwen,.is onvoldoende om daar in het bestemmingsplan als dit, dat gericht is op het bestemmen van de huidige situatie, op te anticiperen in de vorm van het vrijgeven van bouwrechten.
Het bouwvernemen is onvoldoende concreet voor een goede ruimtelijke beoordeling en afweging. Een eventueel concreet bouwplan in afwijking van de mogelijkheden van het ontwerpbestemmingsplan zal in aparte ruimtelijke procedure op zijn ruimtelijke aanvaardbaarheid moeten worden getoetst. 89 4.38.2. Gebruik Molenweg als fietspad Indiener 38 suggereert het treffen van maatregelen om het gebruik van de Molenweg als fietspad te waarborgen. Volgens indiener 38 wordt het openbaar groen nu soms ge- of misbruikt als vuilstortplaats en worden er (sloop)voertuigen geplaatst waardoor de doorgang van fietsers of voetgangers wordt bemoeilijkt. Reactie: Over het signaal dat indiener hier afgeef, bestaat geen verschil van mening. Een bestemmingsplan is echter geen instrument waarmee dergelijke fysieke maatregelen kunnen worden afgedwongen. Een bestemmingsplan regelt alleen wat er mag worden gebouwd en hoe gebouwen en gronden mogen worden gebouwd. Het gebruik van de weg of groen als stortplaats of afgedankte voertuigen is overigens niet in overeenstemming met het bestemmingsplan en/of de Algemene Plaatselijke Verordening. Het gaat hier om toezicht en handhaving. 4.38.3. Conclusie De zienswijze van indiener 38 geeft geen aanleiding om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen.