nota beantwoording zienswijzen 1e ontwerpbestemmingsplan Giethoorn 170105 anonieme versie.pdf
Tekst van het document
Via een privaatrechtelijke overeenkomst kunnen betrokkenen van eigendom wisselen of ruilen. De 45 eigenaren van Binnenpad 17 kunnen dan het pand Binnenpad 17a voor hun recreatieve doel einden gebruiken, terwijl de eigenaar van Binnenpad 17a dan in nr. 17 kan gaan wonen. 4.25.2. Conclusie Deze zienswijze geeft geen aanleiding om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen. 4.26. Zienswijze 26 4.26.1. Opnemen bijgebouw In 2009 is de vergunning voor de bouw van een bijgebouw op het perceel Binnenpad 115 ingetrokken door de gemeente. Appellant verzoekt in verband met het toekomstperspectief en de verkoopbaarheid van het bedrijf de bouw van het destijds vergunde bijgebouw alsnog toe te staan. Reactie: In het ontwerpbestemmingsplan is aan het Binnenpad 115 een bestemming Gemengd toegekend op basis van de huidige planregeling. Het ontwerpbestemmingsplan i s gericht op het regelen van de huidige situatie. Dat betekent dat de legaal aanwezige situatie op basis van het vo rige bestemmingsplan en eventuele verleende vergunningen in het nieuwe bestemmingsplan worden ingepast. Het plan strekt verder tot bescherming van het beschermde dorpsgezicht De intrekking van de in 2001 verleende bouwvergunning voor de schuur ten behoeve van het museum is inmiddels onherroepelijk. Dat indiener het niet met deze intrekking eens is, valt buiten het bestek van deze bestemmingsplanprocedure.
Het ontwerpbestemmingsplan ligt namelijk niet ten grondslag aan deze intrekking. De motivatie van indiener om de schuur alsnog in het nieuwe bestemmingsplan op te nemen is (uitsluitend) gelegen in de verbeterde verkoopmogelijkheden van de woning c.q. het perceel. Het is dan volgens indiener makkelijker om een nieuwe exploitant te vinden voor het museum. Ee n dergelijk financieel belang is echter geen ruimtelijk relevant argument voor het opnemen van (extra) bouwmogelijkheden in het bestemmingsplan. Met de zienswijze is dan ook niet aangetoond dat de bouw van de schuur een concreet, ruimtelijk aanvaardbaar (bouw)voornemen is passend in het beschermde dorpsgezicht van Giethoorn. Zie ook de beantwoording van zienswijze 4.19.3. Aldus is de bouw van de schuur geen ruimtelijke ontwikkeling die kan worden opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Door indiener of een nieuwe exploitant kan desgewenst te zijner tijd een aanvraag voor een nieuwe schuur worden ingediend die alsdan zal worden beoordeeld. 4.26.2. Uitbreiden bestemming Gemengd Indiener verzoekt de oostzijde van het perceel te bestemmen conform het feitelijke gebrui k en de meegezonden situatietekening. Dit houdt in dat de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ wordt gewijzigd in ‘Gemengd – 1’. Reactie: Zie de reactie bij 4.26.1. Dit onderdeel van zienswijze houdt verband met de gewenste schuur.
De betreffende oostzijde van het perceel heeft nu in het ontwerpbestemmingsplan een bestemming Agrarisch met waarden gekregen conform de huidige regeling. De gevraagde omzetting van de bestemming naar een bestemming Gemengd gaat nog verder dan het opnemen van een bouwmogelijkheid voor de in het verleden vergunde schuur. De zienswijze bevat geen 46 onderbouwing voor de noodzaak of wenselijkheid van de voorgestelde vergroting van het gemengde bestemmingsvlak. Aldus is niet aannemelijk dat deze vergroting een uitvoerbare en ruimtelijk acceptabele ontwikkeling betreft. 4.26.3. Conclusie Deze zienswijze geeft geen aanleiding om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen. 4.27. Zienswijze 27 4.27.1. Toekennen woonbestemming Indiener verzoekt de bestemming van een deel van het kadastrale perceel gemeente Brederwi ede sectie A nummer 295 te wijzigen van ‘Natuur’ naar ‘Wonen’. In december 2014 heeft de gemeente het verzoek daartoe van appellant (van september 2014) afgewezen. Op de zienswijze van appellant van maart 2015 op die afwijzing is door de gemeente niet gereageerd. De zienswijze op de afwijzing en het bij het verzoek van september 2014 horende beeldkwaliteit splan worden daarom door appellant geacht integraal deel uit te maken van de zienswijze op het ontwerp bestemmingsplan.
Reactie: De gemeenteraad heeft het eerdere verzoek van indiener om voor deze ontwikkeling een bestemmingsplan vast te stellen geweigerd. Het door indiener tegen dit besluit gemaakte bezwaar is door de gemeenteraad ongegrond verklaard. Nu de gemeenteraad expliciet heeft besloten om geen medewerking te verlenen aan deze ontwikkeling, is er geen aanleiding om de mogelijkheid van de bouw van een woning toch op te nemen in het ontwerpbestemmingsplan. Voor de ruimtelijke motivering om deze ontwikkeling niet op te nemen kan kortheidshalve worden verwezen naar de eerdere raadsbesluiten. Door degenen die indiener vertegenwoordigt is overigens eerder, bij brief 16 januari 2015 al een soortgelijk gelijke vraag aan het gemeentebestuur gesteld. Met de beantwoording van de zienswijze is daarmee gelijktij dig ook de eerdere brief van 16 januari 2015 (alsnog) beantwoord. 4.27.2. Conclusie Deze zienswijze geeft geen aanleiding om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen. 4.28. Zienswijze 28 4.28.1. Opnemen afwijkende bouwhoogte Indiener geeft aan dat de bouwhoogte van de woning aan de Beulakerweg 75 afwijkt van de maximale bouwhoogte van 7,5 m zoals die is opgenomen in de regels. Een deel van de bebouwing, de voormalige boerderij, heeft namelijk een bouwhoogte van circa 9 m.
Reactie: De voor Beulakerweg 75 opgenomen bestemming ‘Wonen-1’ gaat inderdaad uit van een maximale bouwhoogte van een woning 7,5 meter. Waar de bestaande situatie afwijkt van dit uitgangspunt wordt een maatvoeringaanduiding opgenomen zodat een grotere bouwhoogte is en blijf t 47 toegestaan. Dit betekent dat voor dit deel van de boerderij op de verbeelding een maatvoeringsaanduiding voor een bouwhoogte van maximaal 9 meter zal worden opgenomen. 4.28.2. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen door op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' voor een bouwhoogte van maximaal 9 meter op te nemen. 4.29. Zienswijze 29 4.29.1. Inpassing recreatie-appartement Voor het perceel Beulakerweg 118 is naar aanleiding van een inspraakreactie een aanduiding opgenomen voor het perceel aanwezige recreatieappartement. Nagelaten is de door de gemeente toegezegde regeling voor een recreatieappartement in de regels van het bestemmingsplan op te nemen. Verzocht wordt daarom binnen de bestemming ‘Wonen – 1’ regels voor recreatieappartementen op te nemen conform de bestemming ‘Wonen – Beschermd dorpsgezicht’. Reactie: Het recreatie-appartement is met een aanduiding op de verbeelding aangegeven. Deze aanduiding is in het ontwerpbestemmingsplan echter niet (goed) in de regels van het ontwerpbestemmingsplan verwerkt.
Dit zal alsnog gebeuren op basis van de regeling van het huidige bestemmingsplan Giethoorn/de beheersverordening. Strekking van de regeling in het nieuwe ontwerpbestemmingsplan zal zijn dat voor de woonpercelen die zijn voorzien van een aanduiding voor een recreatie-appartement (en dit is de thans bestaande situatie) één recreatieappartement is toegestaan. 4.29.2. Ruimer bouwvolume In het bestemmingsplan ‘Giethoorn 1994’ is voor het perceel volgens indiener een ruimer bouwvolume opgenomen dan in het huidige ontwerp bestemmingsplan. Indiener wenst dat volume uit het oude bestemmingsplan ook in het nieuwe plan te behouden. Reactie: Volgens de huidige planregeling (bestemmingsplan Giethoorn 1994/de beheersverordening) is voor wat betreft de woning qua volume maximaal de bestaande inhoud toegestaan zoals deze inhoud was ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan Giethoorn 1994. In het ontwerpbestemmingsplan heeft de woning de bestemming ‘Wonen-1’. Op grond van deze bestemming geldt (alleen) dat een woning in het bouwvlak moet worde n gebouwd en geldt geen maximale inhoudseis meer. Het bouwvlak voor de woning is verder ten opzichte van het bouwvlak van de huidige planregeling vergroot. Ten aanzien van de toegestane bijgebouwen is op grond van de huidige planregeling maximaal 50 m2 aan bijgebouwen toegestaan.
In het ontwerpbestemmingsplan is de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen afhankelijk van de oppervlakte van het bouwperceel en bedraagt maximaal 100 m2 voor percelen groter dan 1000 m2. Het perceel van indiener is groter dan 1000 m2 Qua bouwvolume betekent het ontwerpbestemmingsplan dus geen beperking ten opzichte van de huidige planregeling. 48 4.29.3. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen voor wat betreft het opnemen van een bouwregeling voor het recreatie-appartement. 4.30. Zienswijze 30 4.30.1. Aanduiding rondvaart- en botenverhuur Indiener verzoekt de aanduiding voor rondvaart- en botenverhuur voor het perceel Binnenpad 47 te op te nemen conform de feitelijke situatie. Hiervoor dient de aanduiding aan de oostzijde van het perceel vergroot te worden conform de meegezonden situatieschets. Reactie: Deze zienswijze is terecht. Ten opzichte van verleende vaarvergunning (zie uitsnede) mo et de aanduiding voor de botenverhuur op de verbeelding verder naar achteren worden geprojecteerd. 4.30.2. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het ontwerpbestemmingsplan aan de passen door de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - rondvaart- en botenverhuur' voor de rondvaart- en botenverhuur op de verbeelding in overeenstemming te brengen met de verleende vaarvergunning. 4.31. Zienswijze 31 4.31.1.
Wijzigen bestemming Wonen - Verblijfsrecreatie Het perceel Binnenpad 28 heeft in het bestemmingsplan een woonbe stemming. Indiener verzoekt het perceel conform het feitelijke gebruik en het bestemmingsplan ‘Giethoorn 1994’ te bestemmen voor verblijfsrecreatie en rondvaart- en botenverhuur. 49 Reactie: Conform de huidige planregeling (bestemmingsplan Giethoorn 1994 /de beheersverordening) is aan dit perceel in het ontwerpbestemmingsplan een woonbestemming (Wonen – Beschermd Dorpsgezicht toegekend). In 2013 is aan indiener een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een bed and breakfast. Een bed and breakfast is een functie die hoort bij een woning. Vanuit de woning wordt een bed and breakfast als nevenfunctie geëxploiteerd (zie ook die in ontwerpbestemmingsplan opgenomen begripsomschrijving van een bed and breakfast, artikel 1.28) Op de bouwtekening van deze vergunning is ook aangegeven dat het voorste deel van het hoofgebouw als woning wordt gebruikt. Dit betekent dat een woonbestemming (nog steeds) een passende bestemmingsregeling is voor dit perceel. De verleend omgevingsvergunning voor de bed- and breakfast wordt in het ontwerpbestemmingsplan gelijkgesteld met een omgevingsvergunning voor een bed and breakfast die via de in het plan opgenomen binnenplanse afwijkingsregeling als nevenfunctie bij een woning kan worden verleend.
Voor de toekenning van een bestemmingsplan verblijfsrecreatie in plaats van wonen bestaat dus geen aanleiding. Voor de botenverhuur is aan indiener in 2009 een vaarvergunning verleend voor de verhuur van boten vanaf enkele dicht bij elkaar liggende locaties. Deze locaties zijn nie t allemaal goed op de verbeelding aangeduid. De locatie voor Binnenpad 28 is op de verbeelding met een aandu iding 'specifieke vorm van recreatie - rondvaart- en botenverhuur' opgenomen, maar de overige locaties naast en achter Binnenpad 28 niet. Hetzelfde geldt voor de locatie bij Binnenpad 22. Zie onderstaande uitsneden van de tekening behorende bij de vaarvergunning. Deze ontbrekende locaties zullen alsnog op de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan worden aangebracht. 50 4.31.2. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen door de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - rondvaart- en botenverhuur' voor de rondvaart- en botenverhuur op de verbeelding in overeenstemming te brengen met de verleende vaarvergunni ng. 4.32. Zienswijze 32 4.32.1. Niet beantwoorden eerdere inspraakreactie Indiener vraagt zich af hoe er met de inspraakreactie van VVE parkeerterrein Kerkweg 54 is omgegaan. Appellant kan in de antwoordnotitie namelijk geen gemeentelijke reactie terugvinden.
Daarnaast is het ontwerp bestemmingsplan niet aangepast naar aanleiding van de inspraakreactie. Reactie: Abusievelijk is deze inspraakreactie inderdaad niet beantwoord in de antwoordnotitie van de inspraakprocedure. De reactie is echter wel betrokken bij het opste llen van het ontwerpbestemmingsplan. In deze inspraakreacties is gevraagd of het mogelijk is om voor (een deel van) het parkeerterrein ten westen van de Kerkweg 54 (eigendom van de VVE) een bouwmogelijkheid op te nemen voor de realisering garageboxen. Dit door het toekennen van de bestemming ‘Wonen – Garage”. De bedoeling van indiener is om aan de noord- en zuidzijde van het parkeerterrein garageboxen te plaatsen. Naar het oordeel van indiener past zo’n bouwmogelijkheid in de omgeving . In het ontwerpbestemmingsplan is aan deze locatie een bestemming .Verkeer toegekend met een aanduiding ‘parkeerterrein’. Daarmee worden de bestaande gebruiksmogelijkheden op grond van de geldende planregeling (bestemmingsplan Giethoorn 1994/ de beheersverordening) voortgezet Zie de uitsnede van de plankaart van 1994. Binnen de bestemming Verkeer is het oprichten van gebouwen op parkeerterreinen (in principe) niet mogelijk. Uitgangspunt is dat deze terreinen vrij blijven van bebouwing.
Binnen het beschermd dorpsgezicht, waar de betreffende locatie binnen ligt, geldt verder dat parkeerterreinen uitsluitend halfverhard mogen worden uitgevoerd. De zienswijze bevat geen concrete onderbouwing van het uitvoerbaarheid van het voornemen of de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan. Er wordt slechts aangegeven dat het (alsdan) “in de toekomst mogelijk is” om garageboxen of carports op te richten. Daarmee is niet aannemelijk dat de bouw van de garageboxen ook binnen de planperiode zijn beslag zal krijgen. Voor wat betreft de ruimtelijke inpasbaarheid in de omgeving wordt in de zienswijze verwezen naar het perceel van de buren waar ook een garagebox staat. Die situatie is echter niet vergelijkbaar met het bouwplan van indiener omdat het in die situatie gaat om een achtererf waar bijgebouwen zijn toegestaan. De betreffende garagebox is (dan ook) een bijgebouw. Het bouwplan van indiener zou er verder toe leiden dat er garages worden gebouwd (vlak ) voor
51 de voorgevels van de woningen Binnenpad 1 en 1a en Kerkweg 55. Dit is niet in overeenstemmin g met het vast stedenbouwkundige uitgangspunt dat er voor de voorgevels van woningen/hoofdgebouwen geen bij die woningen of hoofdgebouwen horende (bij)gebouwen mogen worden gebouwd. Aldus is ook niet aangetoond dat het door indiener voorgestane bouwplan in zijn huidige vorm ruimtelijk acceptabel is. Op grond van deze overwegingen is de eerdere inspraakreactie van indiener niet in het ontwerpbestemmingsplan verwerkt. Nu de zienswijze van indiener inhoudelijk geen nieuwe of andere informatie bevat, is er geen aanleiding om het ontwerpbestemmingsplan nu alsnog aan te passen door de gewenste bouwmogelijkheid op de verbeelding op te nemen. Zie ook de beantwoording bij 4.19.3. Indiener kan desgewenst op een later moment een aanvraag indienen voor een (aangepast) bouwplan waarvoor een aparte procedure zal worden gevolgd. 4.32.2. Conclusie Deze zienswijze geeft geen aanleiding om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen. 4.33. Zienswijze 33 4.33.1. Aanpassen bouwvlak Indiener verzoekt het bouwvlak voor het hoofdgebouw aan te passen conform de in 2000 vergunde situatie. Reactie: Op 5 augustus 1999 is inderdaad een bouwvergunning verleend voor het veranderen van deze woonboerderij.
Uit tekst van deze vergunning en de vrijstellingsbepaling op grond waarvan deze vergunning is verleend, moet worden geconcludeerd dat deze uitbreiding destijds door het gemeentebestuur is aangemerkt als een uitbreiding van het hoofdgebouw. De uitbreiding heeft ook nagenoeg dezelfde bouwhoogte als de oorspronkelijke boerderij. Dit deel van boerderij moet dan ook als een bestaande situatie in het bouwvlak worden opgenomen. 4.33.2. Vergroten aanduiding bijgebouwen Indiener verzoekt de aanduiding ‘bijgebouwen’ te vergroten conform de in de zienswijze voorgestelde situatieschets. Met de vergroting is een gewenste toekomstig e uitbreiding van het bijgebouw mogelijk. Reactie: In het kader van de actualisatie van het bestemmingsplan wordt (alleen) de huidige situatie vastgelegd. Voor de door indiener bedoelde uitbreiding van het bijgebouw is (inmiddels) op 16 maart 2016 een omgevingsvergunning verleend. De op de verbeelding opgenomen aanduiding bijgebouwen voor dit perceel zal hierop worden aangepast. 4.33.3. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassen van het ontwerpbestemmingsplan voor wat betreft de positionering van het bouwvlak en de aanduiding bijgebouwen. Het bouwvlak moet in overeenstemming worden gebracht met de in 1999 verleende bouwvergunning/vrijstelling voor de 52 uitbreiding van de woonboerderij.
De aanduiding bijgebouwen moet, conform zienswijze, worden afgestemd op de op 16 maart 2016 verleende omgevingsvergunning voor de uitbreiding van het bijgebouw naast de woning. 53 5. Bijlage: zienswijzegesprek indiener 9 Verslaglegging van het overleg over Beulakerweg 60 te Giethoorn gehouden op 16 juni 2016 om 13.00 uur te Steenwijk. Aanwezig: indiener 9 (hierna: indiener) , Jannie Bloemert (gemeente Steenwijkerland), Jantsje Vriesema (gemeente Steenwijkerland) en Carla Mink-Wolken (gemeente Steenwijkerland, verslaglegging) Gespreksverslag Aanleiding voor dit gesprek is het feit dat de gemeente druk doende is met een nieuw bestemmingsplan voor Giethoorn in combinatie met de melding van de buurman (huisnummer 6 2) van indiener over het gebouwde botenhuis. Deze is gebouwd zonder een vergunning aan te vragen. De melding is door de heer Bos, medewerker handhaving van gemeente Steenwijkerland in behandeling genomen. In het huidige beheersverordening “Giethoorn” zou het niet mogelijk zijn om op deze locatie een botenhuis te bouwen, omdat het buiten het bouwvlak ligt. Indiener heeft al vanaf 1996 aangegeven, dat de bestemming bosgebied niet klopt met de realiteit.
Indiener heeft sinds 1996 talrijke contacten gehad met allerlei gemeentefunctionarissen, maar ook met wethouders om het bestemmingsplan zodanig aan te passen dat er op zi jn perceel een botenhuis en andere opstallen gebouwd mogen worden. Echter tot dusver zonder positief resultaat. Hij heeft uiteindelijk het botenhuis zonder omgevingsvergunning gebouwd. Aan de Beulakerweg in Giethoorn is volgens indiener bij iedere woning wel sprake van de aanwezigheid van illegale bouwwerken. Het ontwerp bestemmingsplan Giethoorn heeft in 2015 ter inzage gelegen. In dit plan ligt het botenhuis binnen de bestemming “Wonen”. De oppervlakte van het botenhuis is iets minder dan 62 m². Daarnaast is 40 m² bijgebouw bij de woning buiten het bouwblok gelegen. Hiervoor is een omgevingsvergunning verleend. Volgens het ontwerpbestemmingsplan mag er voor 25m² aan botenhuis worden gebouwd. Een botenhuis met een grotere oppervlakte wordt aangemerkt als een bijgebouw. Aan bijgebouwen mag er volgens het ontwerpbestemmingsplan maximaal 100 m² worden gebouwd. H et botenhuis van indiener is groter dan de 25m² en zal worden aangemerkt als bijgebouw.
Dit betekent dat het aantal m² aan bijgebouwen samen (40 bij de woning en iets meer dan 62 m2 botenhuis) iets meer dan de toegestane 100 m² aan bijgebouwen is en dat terwijl indiener behoefte heeft aan een extra schuur voor stalling van fietsten, tuingereedschap, zitmaaier, etc.. Hij vraagt of er mogelijkheden zijn om deze te realiseren. De volgende 3 opties zijn besproken: Optie 1: De bestemming wonen iets naar achter toe uitbreiden en het bouwvlak opschuiven, zodat de woning en de bijgebouwen in z’n geheel in het bouwvlak zijn gelegen. Hierdoor kan nog ongeveer 40m² aan extra schuur tussen het botenhuis en de Nieuwe Beulakerweg in de bestemming wonen worden gebouwd. Deze optie heeft de voorkeur van indiener 54 Optie 2: Het bouwvlak opschuiven, zodat de woning en de bijgebouwen in z’n geheel in het bouwblok zijn gelegen. Hierdoor kan nog ongeveer 40 m2 aan bijgebouwen worden gebouwd in de bestemming wonen zoals opgenomen in het ontwerp bestemmingsplan Giethoorn. Optie 3: Als het bestemmingsplan Giethoorn is vastgesteld en de plankaart die in 2015 ter inzage heef t gelegen niet wordt gewijzigd, dan kan onder voorwaarden op het perceel va n indiener 150 m² vergunningsvrij aan bijgebouwen worden gebouwd. Wanneer het bouwvlak niet wordt opgeschoven, kan alsnog voor ongeveer 40 m² aan extra schuur worden gebouwd onder voorwaarden.
Aan indiener is geadviseerd om dan contact op te nemen met mevrouw Vriesema. Afgesproken is, is dat mevrouw Bloemert gaat onderzoeken of het mogelijk is om de bestemming ‘wonen’ en het bouwvlak op te schuiven. (….) De rest van het gevoerde gesprek houdt geen verband met het opstelling van het bestemmingsplan Giethoorn. Dit deel van het gespreksverslag is daarom niet in deze zienswijzenota opgenomen.