CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

nota beantwoording zienswijzen 1e ontwerpbestemmingsplan Giethoorn 170105 anonieme versie.pdf

Raadsvergadering 17 oktober 2017, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Bestemmingsplan Giethoorn18.576 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dit geeft de mogelijkheid om de nu aanwezige verouderde bijgebouwen (buiten de woonbestemming) te vervangen door één, beter passend, nieuw bijgebouw. In het aanvullende zienswijzegesprek (zie 4.9.3) heeft indiener toegelicht dat dit gecombineerd kan worden met een vergroting van het bestemmingsvlak. Reactie: Het verzoek van indiener strekt feitelijk tot het vergroten van de woonbestemming waarvan de achterste grens nu samenvalt met het gerealiseerde botenhuis. De aanduiding voor de bijgebouwen moet alsdan op zelfde wijze worden verlegd. Door deze wijziging zou de bestemming Tuin (verder) worden verkleind. Met de bebouwing die nu op het perceel binnen de woonbestemming 21 van het ontwerpbestemmingsplan aanwezig is en gehandhaafd zal blijven, zijn de volgens het ontwerpbestemmingsplan toegestane mogelijkheden voor het bouwen van bijgebouwen inmiddels al volledig benut. Het vergroten van de woonbestemming en de aanduiding voor bijgebouwen leidt op basis van de bestemmingsplanregels voor indiener dus niet tot (nog) meer bouwmogelijkheden. Een verdere verruiming van de bebouwingsregels voor bijgebouwen (voor deze locatie) verdraagt zich ook niet met opzet van het ontwerpbestemmingsplan dat is gericht op het treffen van een actuele planregeling voor het regelen van de huidige situatie.

In het algemeen is de huidige regeling van het ontwerpbestemmingsplan voor de bouw van bijgebouwen bij woningen ruim voldoende om bij een woning een dusdanige oppervlakte aan bijgebouwen te realiseren dat er kan worden gewoond op een wijze die voldoet aan de huidige wooneisen en – wensen. Aangezien de door indiener voorgestelde aanpassing leidt tot een verkleining van de g roene overgangszone tussen de weg N334 (zie ook de reactie bij 4.4.1) en achterliggende woonpercelen en leidt tot een toename aan bebouwing die niet strookt met de uitgangspunten van het ontwerpbestemmingsplan is er geen aanleiding om deze aanpassing te ve rwerken in dit ontwerpbestemmingsplan. 4.9.7. Bouw botenhuis Indiener vraagt op de perceelgrens van kadastrale percelen 485 en 486 een boothuis te mogen bouwen. Dit betreft de locatie waar in het verleden een boothuis aanwezig is geweest, maar waar destijds nooit een vergunning is aangevraagd. Reactie: Op grond van het bestemmingsplan Giethoorn 1994 is het vanwege de Bos -bestemming (al) niet mogelijk om op deze locatie een botenhuis te bouwen. In het ontwerpbestemmingsplan is voor deze locatie de bestemming Tuin -1 opgenomen. Deze locatie maakt deel uit van de onder 4.9.5 bedoelde groene overgangszone. Aldus is op deze gronden geen bebouwing toegestaan. Dat betekent dat de bouw van een botenhuis op deze locatie niet mogelijk is. 4.9.8.

Verwijderen aanduiding Bos Door indiener wordt verzocht om de aanduiding ‘bos’ op het perceel 485 te verwijderen, omdat het perceel feitelijk in gebruik is als tuin. Reactie: De aanduiding ‘bos’ zit in de gebruikte GBKN-ondergrond en is zichtbaar op de papieren versie van de verbeelding. De aanduiding in de ondergrond levert geen beperkingen op voor de bouw -of gebruiksmogelijkheden van het perceel. Hiervoor zijn de bestemmingen die aan gronden zijn toegekend bepalend. Daarnaast is het zo dat de digitale versie van het bestemmingsplan ( op ruimtelijkeplannen.nl) leidend is. Hierop is de aanduiding niet te zien. 4.9.9. Verwijderen aanduiding blokje In de sloot tussen de kadastrale percelen 489 en 486 is per abuis een onjuist aanduiding in de vorm van een blokje opgenomen. Hier bevindt zich echter geen bouwwerk in de vorm van bijvoorbeeld een brug. 22 Reactie: Dit blokje is al verwijderd uit de meest recente versie van de ondergrond. 4.9.10. Conclusie Deze zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. 4.10. Zienswijze 10 4.10.1. Bouwvlak en nevenactiviteit Indieners dienen een zienswijze in met betrekking tot het bouwvlak en het opnemen van een nevenactiviteit op het perceel Beulakerweg 8a. Er is niet nader uitgewerkt wat deze zienswijze inhoudt.

Reactie: In het oude bestemmingsplan Noord –Oost had het bedrijf een bestemmingsvlak van 70 bij 90 meter langs de weg. Een strook van 20 meter uit het hart van de weg moest vrij blijven qua bebouwing. In de beheersverordening Giethoorn is dit bouwvlak niet overgenomen maar is het strakker om de bebouwing geprojecteerd (zie de linker afbeelding). In het ontwerpbestemmingsplan zal dit worden hersteld (zie de rechter afbeelding).. Met betrekking tot een nevenactiviteit is in de inspraakreactie door de gemeente het onderstaande aangegeven voor dit perceel: De regels voor de agrarische bedrijfsbestemming kennen een afwijkingsmogelijkheid voor complementaire daghoreca (waaronder een thee- en koffieschenkerij). Na inwerkingtreding van het bestemmingsplan kan een aanvraag om omgevingsvergunning worden ingedien d om het gewenste gebruik mogelijk te maken. Inmiddels is duidelijk dat er in het verleden wel een vergunning is aangevraagd voor de exploitatie van de complementaire daghoreca. Aan deze aanvraag is ook planologische medewerking verleend, alleen is de besluitvormingsprocedure formeel niet volledig afgerond (de vergunning is niet afgegeven). Gelet hierop zal in het ontwerpbestemmingsplan de complementaire daghoreca op deze locatie met een aanduiding worden toegestaan. 23 4.10.2.

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan door voor deze locatie op de verbeelding een bouwvlak op te nemen zoals weergegeven op de bovenstaande rechter afbeelding en voor de bestaande complementaire daghoreca zal op de verbeelding een aanduiding worden opgenomen. 4.11. Zienswijze 11 4.11.1. Mogelijkheid bouw luifel aan voorgevel woning Indieners zijn voornemens om een erker met luifel te bouwen voor de voorgevel van hun woning. Op grond van het huidige bestemmingsplan is dit niet mogelijk. Op grond van het nieuw e bestemmingsplan is het wel mogelijk een erker te realiseren. Men wil echter naast de erker ook nog een luifel realiseren zodat dit een geheel vormt met de erker. Esthetisch heeft dit naar mening van indiener de voorkeur. Het initiatief voldoet dan ook aan de redelijke eisen van welstand. Verzocht wordt daarom de bouw van een luifel alsnog mogelijk te maken in de regels van het bestemmingsplan. Reactie: In de bouwregels van de bestemming Tuin is een mogelijkheid opgenomen voor de bouw van een erker en een luifel. Voorwaarde voor deze bouwwerken is onder meer dat de breedte van het bouwwerk niet meer bedraagt dan 50 % van de woning. Deze bouwvoorwaarde geldt echter per bouwwerk.

Daarmee is het volgens de regels van het ontwerp[bestemmingsplan dus toegestaan om naast een erker een luifel te plaatsen waarbij beide bouwwerken zich gezamenlijk uitstrekken over de hele woning. De beoogde bouwactiviteit van indiener is dus in overeenstemming met het ontwerpbestemmingsplan. 4.11.2. Conclusie Deze zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. 4.12. Zienswijze 12 4.12.1. Aanpassen woonbestemming Het perceel Binnenpad 123 heeft in het ontwerpbestemmingsplan een woonbestemming. In het bestemmingsplan ‘Giethoorn 1994’ had het perceel de bestemming ‘Bijzondere doelei nden’. Gezien het gebruik voor wonen, een theetuin en een centrum voor groei/ontwikkeling wenst indiener de bestemming uit het oude bestemmingsplan te behouden. Met enkel de woonbestemming worden de bestaande rechten en activiteiten ingeperkt en dreigt een waardedaling van de woning. Reactie: In het huidige bestemmingsplan Giethoorn is aan deze locatie inderdaad de bestemming ‘Bijzondere doeleinden’ toegekend. De nu opgenomen woonbestemming is derhalve niet juist. In plaats daarvan zal voor deze locatie in het ontwerpbestemmingsplan de bestemming ‘Gemengd-1’ worden opgenomen. Deze bestemming biedt voor indiener dezelfde gebruiksmogelijkheden qua sociaal-maatschappelijke en culturele functies.

24 Voor wat betreft de theetuin geldt dat hiervoor in 2010 een ontheffing is verleend. Deze ontheffing wordt volgens de regels van het ontwerpbestemmingsplan aangemerkt als zijnde een omgevingsvergunning voor een complementair daghorecabedrijf op basis van het nieuwe bestemmingsplan. Daarmee kan de theetuin ook onder het nieuwe bestemmingsplan worden voortgezet. 4.12.2. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen door de woonbestemming voor de locatie Binnenpad 123 te wijzigen in de bestemming Gemengd -1 4.13. Zienswijze 13 4.13.1. Woonappartement In 1995 is voor het perceel Binnenpad 137 een vergunning verleend voor een woonappartement in het hoofdgebouw. In feite is er sprake van twee woningen. Indiener wenst dit terug te zien in het bestemmingsplan. Reactie: In 1995 is inderdaad een bouwvergunning verleend voor het veranderen van de woonboerderij waarbij er in het pand twee wooneenheden zijn gerealiseerd. Volgens de regels is binnen bestemming ‘Wonen-Beschermd Dorpsgezicht’ per bouwvlak niet meer en niet minder dan het bestaande aantal (legaal aanwezige) woningen toegestaan. Dat betekent dat de aanwezigheid van beide woningen in het pand Binnenpad 137 in overeenstemming is met het ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan voldoet dus aan dit onderdeel van de zienswijze van indiener. 4.13.2.

Vergroten bouwvlak Het hoofdgebouw ligt op de verbeelding deels buiten het bouwvlak. Verzocht wordt het bouwvlak te vergroten tot het hele hoofdgebouw. Reactie: Ten opzichte van het bouwvlak van het bestemmingsplan Giethoorn 1994/de beheersverordening is het bouwvlak in het ontwerpbestemmingsplan iets minder diep waardoor het achterste deel van de boerderij nu buiten het bouwvlak valt. Zie de uitsnede van de plankaart van het bestemmingsplan Giethoorn 1994. Het is niet de bedoeling van het ontwerpbestemmingsplan om de bouwmogelijkheden voor hoofdgebouwen voor wat betreft bouwvlakken ten opzichte van het huidige bestemmingsplan te beperken. In het ontwerpbestemmingsplan zal het bouwvlak weer in overeenstemming moeten worden gebracht met het bouwvlak van het huidige bestemmingsplan.

25 4.13.3. Drank- en horecavergunning In 1992 is volgens indiener een drank- en horecavergunning verleend voor een kantine/café ten behoeve van de camping van indiener. Dit betreft een gebouw binnen de bestemming ‘Bedrijf’. Dit gebouw is voor de helft van indiener en wordt niet voor bedrijfsdoeleinden gebruikt, maar voor de camping. Verzocht wordt dit gebruik vast te leggen. Reactie: Het gedeelte van het gebouw waar indiener op doelt, is het met rood omlijnde deel op bijgaande luchtfoto. Deze loods of bedrijfsschuur valt kadastraal in twee delen uiteen, B 1026 en B 1025. B 1026 is eigendom van indiener. Op 5 juli 2007 is een drank- en horecavergunning afgegeven voor de exploitatie van een kantine (ten behoeve van de achterliggende camping). Een eerdere drank- en horecavergunning is niet bekend. Er zijn wel bouwtekeningen behorende bij een in 1991 verleende bouwvergunning voor een toiletgebouw waaruit blijkt dat de kantine toen al in het gebouw aanwezig is. Aannemelijk is dat het gebruik van dit deel van het gebouw als kantine onder het overgangsrecht van het bestemmingsplan Giethoorn 1994 valt. Nu er geen zicht is op beëindiging van dit gebruik mag bij de vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan de kantine niet opnieuw onder het overgangsrecht worden gebracht. De bedrijfsbestemming laat ter plaatse bedrijvigheid van maximaal milieucategorie 2 en een werf toe.

De kantine, die uitsluitend wordt gebruikt voor verblijfrecreanten, is een relatief lichte horecafunctie die qua ruimtelijke uitstraling op de omgeving niet meer effect zal hebben dan de volgens het ontwerpbestemmingsplan (al) toegestane bedrijfsfunctie. De kantine grenst bovendien direct aan het achterliggende en als zodanige bestemde verblijfrecreatieterrein ten behoeve waarvan de kantine wordt gebruikt (zie de afbeelding hiernaast). Gelet op deze factoren is het aanvaardbaar om de kantine als een bestaande functie met een aanduiding binnen de bedrijfsbestemming op te nemen. Overigens is op de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan voor dit deel van het gebouw met een aanduiding nu nog een verblijfsrecratie-appartement opgenomen. Uit foto’s van het interieur van de kantine in het dossier van de drank- en horecavergunning blijkt dat dit appartement er niet is. Ook nadien is er geen bouw- of omgevingsvergunning verleend voor een

26 dergelijk appartement. Deze aanduiding zal dus van de verbeelding worden verwijderd en worden vervangen door de aanduiding kantine. 4.13.4. Receptie De boerderij als bedoeld in 4.13.1 wordt door indiener voor een klein deel gebruikt als receptie- en informatiepunt van de camping. Indiener vraagt dit gebruik in het bestemmingsplan vast te leggen. Reactie: In de bouwvergunning van 1995 voor de wijziging van de woonboerderij is de receptie voor de camping meevergund. Zie de uitsnede van de bouwtekening. Deze receptie zal daarom als een bestaande situatie met een aanduiding in de woonbestemming worden opgenomen. 4.13.5. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen voor wat betreft het gebruik van het bedrijfsgebouw als kantine en de receptie. De kantine zal met een aanduiding op de verbeelding worden opgenomen. Voor de receptie geldt dat daarvoor in aanduiding in de woonbestemming van Binnenpad 137 zal worden opgenomen. 4.14. Zienswijze 14 4.14.1. Botenverhuur Indiener heeft een vergunning voor botenverhuur voor het perceel Binnenpad 54. Op grond van die vergunning mag meer water worden gebruikt voor aanlegplaatsen dan in het ontwerpbestemmingsplan is weergegeven. Verzocht wordt de verbeelding aan te passe n conform de vergunde situatie.

27 Reactie: De locaties waar op grond van de verleende vaarvergunning boten mogen worden verhuurd zijn inderdaad niet helemaal goed overgenomen op de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan. De verhuurlocaties aan de zuidkant van Binnenpad 54 en achter nr 56 ontbreken op de verbeelding. Deze zullen alsnog in worden opgenomen op de verbeelding van het aangepaste ontwerpbestemmingsplan. 4.14.2. Te klein bouwvlak Indiener is van mening dat het bouwvlak van het perceel Binnenpad 54 is verkleind ten opzichte van het bestemmingsplan ‘Giethoorn - Ds. T.O. Hylkemaweg e.o.’. Reactie: Uitgangspunt van het ontwerpbestemmingsplan is dat bestaande bouwrechten qua bouwvlak blijven gelden. Het bouwvlak voor het hoofdgebouw aan het Binnenpad 54 is in het ontwerpbestemmingsplan inderdaad iets kleiner dan het nu geldende bouwvlak op grond van de beheersverordening (waarin het bestemmingsplan ‘Giethoorn - Ds. T.O. Hylkemaweg e.o.’ is opgenomen). De verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan zal zodanig worden aangepast dat het huidige bouwvlak ook in de nieuwe verbeelding blijft bestaan. 4.14.3. Appartementencomplex op botenhuis Indiener verzoekt om aparte regels op te nemen voor het bestaande appartementencomplex met botenloods op het perceel Binnenpad 54.

Reactie: Dit appartementencomplex is al opgenomen in het bestemmingsplan Hylkemaweg en moet dus als een bestaande situatie terugkeren in het nieuwe bestemmingsplan. Daarvoor is in de regels en de verbeelding een aanduiding voor appartementen voor verblijfsrecreatie opgenomen. 4.14.4. Toegangsweg De toegangsweg tot het perceel Binnenpad 54 is volledig verhard. Indiener verzoekt daarom de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ te wijzigen naar een verkeersbestemming met daarin de mogelijkheid tot parkeren en volledige verharding. Reactie: Op grond van het bestemmingsplan ‘Giethoorn Ds. T.O. Hylkemaweg e.o., partiele herziening parkeren H. Molweg’ had deze weg al een verkeersbestemming (zie hieronder). Dit is in het ontwerpbestemmingsplan inderdaad niet goed overgenomen. In het ontwerpbestemmingsplan kan de bestaande toegangsweg gelet op de eerder toegekende verkeeerbstemingworden gehandhaafd. In het ontwerpbestemmingsplan zal de agrarische bestemming voor deze weg daartoe worden vervangen door de bestemming ‘Verkeer”. 28 4.14.5. Toevoegen mogelijkheid voor daghoreca Volgens indiener wordt circa de helft van perceel Binnenpad 64 voor daghoreca. Gevraagd wordt het perceel te bestemmen volgens het feitelijke gebruik, namelijk detailhandel en horeca. De aanduiding ‘complementaire daghoreca’ is naar mening van appellant niet voldoende.

Reactie: Dit onderdeel van deze zienswijze heeft een relatie met zienswijze nr. 21. Het pand heeft nu op grond van de beheersverordening (al) een winkelbestemming. In het ontwerpbestemmingsplan is aan dit pand de bestemming Gemengd -1 toegekend waarbij met een aanduiding detailhandel en complementair daghoreca is toegestaan. Onder een complementair daghorecabedrijf wordt verstaan: een aan de hoofdfunctieondergeschikt horecabedrijf dat gericht is op het hoofdzakelijk overdag verstrekken van dranken en etenswaren. De hoofdfunctie is in dit geval de detailhandelsfunctie. Momenteel is in dit pand een winkel met souvenirs, sieraden, kleding en tassen gevestigd (Venice Giethoorn). Het gaat hierbij niet zozeer om horeca. Er is voor dit pand ook geen drank- en horecavergunning verleend. Voor zover bekend vindt er tot dusver alleen verkoop van ijs plaats via een loket. Deze ijsverkoop past prima binnen de gebruiksmogelijkheid van complementaire daghoreca. Deze functie geldt namelijk voor het hele bestemmingsvlak (en dus niet alleen voor in het gebouw). Er is geen aanleiding om de mogelijkheden voor horeca te verruimen. De detailhandelfunctie moet binnen het kader van het nieuwe bestemmingsplan , dat is bedoeld voor het regelen van de huidige situatie, de hoofdfunctie blijven. 4.14.6. Vergunde winkel? Indiener vraagt zich af of de winkel op het perceel Binnenpad 62 wel vergund is.

Reactie: Op dit perceel is een cadeau- en souvenirshop annex duikersmuseum aanwezig. Op grond van de beheersverordening is aan dit perceel al een winkelbestemming toegekend. Deze functie wordt voortgezet met de in het ontwerpbestemmingsplan voor deze locatie opgenomen bestemming Gemengd-1. 29 4.14.7. Verschuiven bestemming Indiener vraagt of de bestemming ‘Wonen – Garage’ ter hoogte van het perceel Binnenpad 66 één meter naar het westen kan worden verschoven.. Hiermee is de toegang tot het perceel Binnenpad 64 gewaarborgd. Reactie: Gaat hier om bestaande bouwrechten op de grond van de buurman. Gelet op de kadastrale kaart is het perceel Binnenpad 62 ook aan de achterzijde bereikbaar vanaf de openbare weg. Er is dan ook geen reden om mee te werken aan dit verzoek. 4.14.8. Wijzigen bestemming ‘Wonen – Garage’ De bestemming ‘Wonen – Garage’ ter hoogte van het perceel Binnenpad 66 ligt deels op de gronden van indiener. Gevraagd wordt dit te wijzigen naar ‘Gemengd – 1’. Reactie: Het gedeelte van de bestemming Wonen – Garage dat op het perceel van indiener is geprojecteerd betreft het rood omcirkelde deel. Voor dat deel kan de bestemming in de nieuwe versie van het ontwerpbestemmingsplan worden gewijzigd in de bestemming Gemengd-1. 4.14.9.

Gebruik perceel met bestemming ‘Groen’ voor parkeren Indiener vraagt het perceel met de groenbestemming ten westen van café Fanf are te mogen gebruiken als parkeerterrein. Op deze manier kunnen de omliggende percelen worden ontsloten. Daarnaast biedt het een oplossing voor de parkeeroverlast langs de Bartus Warnersweg en de problemen met laden en lossen van vrachtverkeer. Reactie: Betreffende locatie is geen eigendom van indiener maar van een derde. Vooralsnog is niet aannemelijk gemaakt dat de eigenaar aan deze functieverandering wil meewerken. Verder kent de bestemming Groen een binnenplanse afwijkmogelijkheid voor nieuwe parkeerterreinen. Betrokkene kan op grond daarvan desgewenst een aanvraag indienen. 30 4.14.10. Bestemming voormalig schoolgebouw Het perceel Binnenpad 56a (Olde Skoele) is volgens indiener buiten het bestemmingsplan gelaten. Indiener stelt voor om, gezien de ligging in het centrum, samen met de gemeente naar een passende nieuwe bestemming te zoeken. Reactie: Dit gebouw heeft in het ontwerpbestemmingsplan de bestemming Maatschappelijk gekregen. Daarmee wordt de huidige maatschappelijke bestemming van dit gebouw gehandhaafd . Terecht merkt indiener op dat deze locatie in beeld is voor een nieuwe invulli ng nu het niet meer als schoolgebouw wordt gebruikt.

Het realiseren van nieuwe invulling van dit schoolgebouw is echter een toekomstige, nieuwe ruimtelijke ontwikkeling die niet kan worden meegenomen in deze bestemmingplanactualisering. Hiervoor is een aparte ruimtelijke procedure nodig. De omgeving zal daar uiteraard bij worden betrokken. 4.14.11. Begripsomschrijving bestemming Indiener vraagt zich af of de omschrijving zoals die aan het perceel Binnenpad 56a (Olde Skoele) is gegeven wel correct is. Dit gezien de functies die het perceel in het verleden heeft gekend (onder andere gymlokaal, podium, horeca en peuterspeelzaal). Reactie: De bestemming maatschappelijk laat een breed scala aan maatschappelijke functies toe, waaronder onderwijsdoeleinden, jeugd en kinderopvang, welzijn en verenigingsleven. Zie verder de begripsomschrijving van deze bestemming (artikel 16.1)/. De door indiener genoemde activiteiten zoals die in het verleden hebben plaatsgevonden, blijven op grond van deze bestemming toegestaan. 4.14.12. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen voor wat betreft de kantine, receptie van de camping en de toegangsweg van Binnenpad 54. Deze bestaande functies zullen met een specifieke aanduiding zoals hiervoor aangegeven worden ingepast in he t nieuwe ontwerpbestemmingsplan. 4.15. Zienswijze 15 4.15.1.

Mogelijkheden voor opslag Perceel Beulakerweg 99 heeft in het ontwerpbestemmingsplan de bestemming ‘Bedrijf – Rietlandbeheer’ gekregen. Indiener zou in de bestemmingsomschrijving graag toegevoegd zien dat de gronden ook zijn aangewezen voor de opslag van machines ten behoeve van de bestemming. Reactie: Voor deze locatie geldt volgens de huidige beheersverordening (waarin het bestemmingsplan ‘Beulakerweg 99 Giethoorn-2006’ is opgenomen) een woonbestemming Deze woonbestemming is in 2006 via een wijziging van het bestemmingsplan tot stand gekomen. In 2012 is een omgevingsvergunning verleend voor een rietloods ten behoeve van een rietteeltbedrijf. Als gevolg 31 daarvan is in het ontwerpbestemmingsplan een bestemming ‘Bedrijf – Rietlandbeheer’ opgenomen. Binnen deze bestemming is parkeren van voertuigen ten dienste van de bestemming toegestaan en tijdelijke buitenopslag ook, maar permanente (buiten)opslag niet. Uiteraard is het toegestaan om in de (bedrijfs)gebouwen voor het rietteeltbedrijf ook de machines en werktuigen die horen bij het rietteeltbedrijf op te slaan of te stallen. Dit maakt immers integraal onderdeel ui t van de volgens het bestemmingsplan toegestane bedrijfsvoering Het apart benoemen van de activiteit opslag in de regels van het bestemmingsplan is dus niet nodig. 4.15.2.

Agrarische bedrijvigheid Verzocht wordt een aanduiding op te nemen voor het perceel Beul akerweg 99 dat er een agrarisch gebruik als schapenhouderij voor 500 schapen is toegestaan. Dit gezien de geldende milieuvergunning voor zo’n schapenhouderij die is overgezet van het bedrijf Kapelweg 3 naar Beulakerweg 99. Reactie: Dit verzoek van indiener strookt niet goed met de in het ontwerpbestemmingsplan voorziene regeling voor dit perceel. Eerder is door de gemeente juist planologische medewerking verleend aan het verplaatsen van de agrarische bedrijfsvoering van Beulakerweg 99 naar de Kapelweg 3. Verder is er voor de Beulakerweg 99 geen milieuvergunning (omgevingsvergunning milieu) verleend voor een schapenhouderij met 500 schapen. Uit het milieudossier blijkt het volgende. In 1996 is voor Beulakerweg 99 een oprichtingsvergunning verleend voor een riettelersbedrijf en schapenhouderij voor het huisvesten van 150 stuks schapen. In 2006 heeft er zoals aangegeven voor Beulakerweg 99 een bestemmingsplanwijziging plaatsgevonden waarbij de agrarische bestemming is verwijderd en veranderd in een woonbestemming. Het was in dit verband de bedoeling om de schapenhouderij te verplaatsen naar kapelweg 3 (waarvoor ook een bestemmingsplanwijziging heeft plaatsgevonden) In dit kader is in 2011 een milieumelding gedaan in het kader van het besluit landbouw voor het wijzigen van de inrichting.

De 150 schapen zouden verplaatst worden naar de locatie Kapelweg 3 te Giethoorn. Maar deze verplaatsing heeft (kennelijk) (nog) niet plaatsgevonden. Ten eerste was de inrichting nog niet gereed voor het huisvesten van de schapen en ten tweede heeft een brand de rietschuur waar ook de schapen in zouden komen geheel verwoest. Daarnaast is de melding uit 2011 alleen gedaan voor de uitbreiding van de inrichting met een rietschuur. Ingevolge de geldende woonbestemming en het ontbreken van een milieuvergunning of melding voor het houden van 500 schapen is de aanwezigheid van een schapenhouderij met een omvang van 500 schapen geen bestaande, legale situatie ter plaatse van Beulakerweg 99 . Dit moet worden opgevat als een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Gezien de omliggende woonbebouwing van deze locatie is op voorhand ook niet duidelijk of inpassing van een agrarisch bedrijf ter plaatse van Beulakerweg 99 nog wel mogelijk is. De zienswijze geeft daar geen aanknopingspunten voor. De bedoeling van het ontwerpbestemmingsplan is om een adequate bouw en gebruiksregeling te treffen voor het bestaande, toegestane gebruik (het rietteeltbedrijf). De vestiging van een schapenhouderij in plaats van of naast het rietteeltbedrijf is een nieuwe ruimt elijke ontwikkeling die niet kan worden meegenomen in deze bestemmingsplanprocedure. Indiener kan daar desgewenst een aparte aanvraag voor indienen.

In het kader van die aanvraag zal dan vervolgens beoordeeld moete worden of de vestiging van een schapenhouderij ruimtelijk mogelijk is. 32 Hooguit kan gelden dat indien op het moment van de wijziging van de bestemming in 2006 van de locatie Beulakerweg 99 ter plaatse daadwerkelijk een schapenhouderij met 150 (of minder) schapen aanwezig was, deze schapenhouderij met die omvang onder het overgangsrecht van het bestemmingsplan is komen te vallen. Indien deze schapenhouderij met dezelfde maximale omvang voortdurend aanwezig is geweest, zal bij vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan moeten worden bezien hoe die overgangsrechtsituatie in dat nieuwe plan moet worden opgenomen. Het is echter aan indiener om een beroep op het overgangsrecht te doen en aannemelijk te maken dat er (nog steeds) sprake is van overgangsrecht. Deze ingediende zienswijze heeft deze strekki ng niet, mede omdat gevraagd wordt om een grotere schapenhouderij in te passen (met 500 schapen). 4.15.3. Inpassen rietloods Indiener verzoekt de aanduiding op de verbeelding voor bijgebouwen in overeenstemming te brengen met de verleende omgevingsvergunning voor de bouw van een rietloods op het perceel. Reactie: De betreffende loods valt binnen de grenzen van het bestemmingsvlak maar ligt buiten het bouwvlak.

Het bouwvlak zal daarom in ontwerpbestemmingsplan worden aangepast zodat de loods binnen het bouwvlak komt te liggen. 4.15.4. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen voor wat betreft het op de verbeelding opgenomen bouwvlak. Dit bouwvlak wordt aangepast zodat de vergunde rietloods binnen het bouwvlak komt te liggen. 4.16. Zienswijze 16 4.16.1. Inpassing schuur Verzocht wordt de enkele jaren geleden conform vergunning gebouwde schuur op perceel Beulakerweg 99a op te nemen in de aanduiding ‘bijgebouwen’ in plaats van binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden’. Reactie: In 2011 is inderdaad een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een schuur bij de woning. Dit bouwwerk is ook gerealiseerd en valt gedeeltelijk buiten de voor Beulakerweg 99a opgenomen woonbestemming. De verbeelding zal op dit punt worden aangepast zodat de schuu r binnen de woonbestemming en de bouwaanduiding ‘Bijgebouwen” van het woonperceel Beulakerweg 99a komt te liggen. 4.16.2. Vergroten bouwaanduiding Bijgebouwen Gezien de grootte van het perceel wordt voorgesteld om de gronden tussen Beulakerweg 99a en 99 aan te duiden met ‘bijgebouwen’ in plaats van de huidige bestemming ‘Agrarisch met waarden’. Ook wordt voorgesteld de gronden met de aanduiding ‘bijgebouwen’ aan de oostzijde van het perceel met circa 40 meter uit te breiden.

33 Reactie: Zie de reactie bij 14.6.1. Voor wat betreft de vergunde schuur en het perceelgedeelte tussen Beulakerweg 99 en 99a voor deze schuur zal de verbeelding zodanig worden aangepast dat dit deel binnen de woonbestemming en de bouwaanduiding voor bijgebouwen komt te liggen. Voor wat betreft de voorgestelde uitbreiding aan de oostzijde, dit zou ongeveer neerkomen op een verdubbeling van de (huidige) woonbestemming. Volgens indiener wordt dit terrein nu gebruikt als tuin en speelveld. Uitgangspunt van het ontwerpbestemmingsplan is om de bestaa nde agrarische functies en agrarische bestemmingen te handhaven. Het is ruimtelijk niet wenselijk dat op deze agrarisch grond met landschappelijk waarde gebouwen (voor niet agrarische functies) worden geplaatst. Middels een woonbestemming zijn in het bestemmingsplan de gebieden aangegeven waar de gemeente bebouwing wil toestaan. Daarbij is als uitgangspunt gehanteerd dat er sprake moet blijven van een ruimtelijke samenhang tussen hoofdgebouw en bijgebouwen. Bij grote percelen is daarom slechts een gedeelte bestemd voor woondoeleinden. Daar waar bebouwing onwenselijk wordt geacht hebben de gronden een andere bestemming. Het perceel Beulakerweg 99a heeft een bijgebouwengebied dat vergelijkbaar is met vergelijkbare ruime woonpercelen in de omgeving.

Het door indiener aangevoerde gebruik als tuin en speelveld vereist bovendien ook geen vergroting van de bouwmogelijkheden. Gezien dit feit en het hiervoor gestelde is geen noodzaak dit bijgebouwengebied verder te vergroten. 4.16.3. Vergroten bouwvlak Verzocht wordt om het bouwvlak van de bestaande woning aan de zuid- en oostzijde met circa zes meter te vergroten. Dit om de woning in de toekomst te kunnen vergroten. Reactie: In het kader van de actualisatie van het bestemmingsplan wordt alleen de huidige situatie vastgelegd. Nieuwe ontwikkelingen zoals de uitbreiding van een woning, worden middels een separate afweging beoordeeld. De uitbreiding van het bouwvlak wordt dan ook niet in dit bestemmingsplan meegenomen. Hiervoor dient een afzonderlijk verzoek ingediend te worde n. In het ontwerpbestemmingsplan is overigens ook een binnenplanse afwijkingsregeling opgenomen voor het bouwen buiten het bouwvlak bij het uitbreiden van een woning. Desgewenst kan indiener van deze afwijkregeling gebruik maken. 4.16.4. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen voor wat betreft de vergunde schuur. Deze zal worden opgenomen in de woonbestemming en de daarbij behorende bouwaanduiding voor bijgebouwen. 4.17. Zienswijze 17 4.17.1. Opnemen aanduidingen voor museum en atelier Percelen van indiener (Binnenpad 30 en 43) hebben de bestemming ‘Gemengd – 1’.

De met het gebruik overeenkomende aanduidingen ‘museum’ en ‘atelier’ ontbreken echter op de verbeelding. Verzocht wordt dit aan te passen. 34 Reactie: Voor deze locaties, waar een museum en atelier is gevestigd, is een bestemming Gemengd-1 opgenomen. Volgens de regels van deze bestemming zijn (onder meer) culturele voorzieningen toegestaan. Het is de bedoeling dat daar ook de functie van een museum onder valt. Dit zal in de begrippenlijst van het ontwerpbestemmingsplan (artikel 1) worden opgenomen. Voor wat betreft het atelier geldt inderdaad dat daarvoor een aanduiding atelier op de verbeelding zal worden aangegeven. 4.17.2. Conclusie Deze zienswijze geeft aanleiding om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen. Op de verbeelding zal voor deze locaties een aanduiding atelier worden opgenomen. Verder zal in het begrip culturele voorzieningen de functie van museum worden opgenomen. 4.18. Zienswijze 18 4.18.1. Aanpassen verbeelding aan verleende omgevingsvergunning Gevraagd wordt de verbeelding voor het perceel Beulakerweg 10 in overeenstemming te brengen met de bouwvergunning zoals die op 3 januari 2014 is verleend. Dit houdt in dat het bouwvlak voor het hoofdgebouw en de zone voor bijgebouwen worden aangepast. Reactie: Inderdaad is in 2014 een bouwvergunning verleend voor de herbouw van de woonboerderij met een bakhuisje en kapschuur.

Deze nieuwe situatie past (net) niet (helemaal) meer in het in het bestemmingsvlak, het bouwvlak en de bouwaanduiding voor bijgebouwen die nog gebaseerd zijn op de oude bebouwingssituatie. De verbeelding zal op deze punten worden aangepast zodat de woonboerderij binnen het bouwvlak komt te liggen en het bakhuisje en de kapschuur in bouwaanduiding voor bijgebouwen. 4.18.2. Onderzoek In de reactienota inspraak is aangegeven dat het uitvoeren van separaat (milieu)onderzoek voor het bestemmingsplan niet noodzakelijk is. Naar mening van indiener is dit niet juist. Met name de geluidsemissie van de provinciale weg N384 op naastgelegen woningen en andere gevoelige bestemmingen dient te worden bekeken. Daarnaast dienen de gevolgen van het bestemmingsplan voor het Natura 2000 gebied Wieden-Weerribben te worden onderzocht. Reactie: In het kader van de actualisatie van het bestemmingsplan wordt de huidige situatie vastgelegd. Nieuwe ontwikkelingen worden niet meegenomen in het bestemmingsplan. Specifiek voor de natuurwaarden in en nabij het plangebied is een natuurtoets uitgevoerd. Hieruit komt naar voren dat er als gevolg van het plan geen significant negatieve effecten te verwachten zijn. Voor de overige milieu- en omgevingsaspecten is naar onze mening in de toelichting van het bestemmingsplan voldoende onderbouwd dat nader onderzoek niet noodzakelijk is. 35 4.18.3.

Dorpsplan Giethoorn Verzocht wordt het Dorpsplan Giethoorn 2030 als beleidsstuk op te nemen in de toelichting van het bestemmingsplan, zodat het als toetsingskader kan dienen voor ontwikkelingen in en rond Giethoorn. Reactie: Dit dorpsplan is geen door de gemeenteraad vastgesteld beleidskader. Het is daarom dus geen onderdeel van de toelichting van het bestemmingsplan 4.18.4. Conclusie Deze zienswijze geeft aanleiding om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen voor wat betreft de afstemming van de in de verbeelding opgenomen woonbestemming op de in 2014 vergunde bebouwingssituatie. 4.19. Zienswijze 19 4.19.1. Bestemming voorste deel perceel Het is indiener niet duidelijk wat de bestemming is van het voorste deel van het perceel Zuiderpad 3 met de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie - rondvaart- en botenverhuur’. Reactie: Het voorste, meest westelijke, deel van het perceel met de hierboven genoemde aanduiding heeft de bestemming ‘Tuin – Beschermd dorpsgezicht’. 4.19.2. Bedrijfswoning De bestaande bedrijfswoning is volgens indiener niet als zodanig bestemd. Verzocht wordt dit alsnog te doen. Reactie: De bedrijfswoning is inderdaad abusievelijk niet aangeduid op de verbeelding. Binnen de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ is bij een agrarisch bedrijf alleen een bedrijfswoning toegestaan als aanduiding ‘bedrijfswoning’ op de verbeelding is opgenomen.

Deze aanduiding zal voor deze woning alsnog op de verbeelding worden opgenomen. 4.19.3. Hoveniersbedrijf Het agrarische bedrijf op het perceel is reeds enige tijd geleden beëindigd en de ammoniakrechten zijn verkocht aan derden. Gevraagd wordt de bestemming te wijzigen van een agrarisch bedrijf naar ‘Bedrijf – Hoveniersbedrijf’. Het hoveniersbedrijf zal worden gevestigd in de bestaande opstallen. Het heeft ten opzichte van het agrarische bedrijf een kleinere ruimtelijke uitstraling en geeft minder milieuhinder voor de omliggende percelen. Indiener verwijst in dit verband naar de jurisprudentie over het meenemen van nieuwe ontwikkelingen in conserverende bestemmingsplannen. 36 Reactie: De lijn in de jurisprudentie is dat het de gemeenteraad in beginsel vrij staat om te kiezen voor een bestemmingsplan waarin alleen de bestaande situatie wordt vastgelegd. Nieuwe of toekomstige ontwikkelingen, die op zichzelf wenselijk kunnen zijn, hoeven daarin niet te worden meegenomen. Dat is alleen zo als het gebruik van de gronden is veranderd en het gemeentebestuur in beginsel kan instemmen met de wijziging. Om een beoordeling te kunnen uitvoeren moet een concreet, voornemen zijn ingediend dat zodanig is onderbouwd dat de gemeenteraad dit kan beoordelen op de ruimtelijke aanvaardbaarheid (zie bijvoorbeeld RvS, 7 mei 2014 (nr. 201303911/1).

Zoals eerder aangegeven, is het ontwerpbestemmingsplan een bestemmingsplan dat zich richt op de het regelen van de bestaande situatie. Het omzetten van de agrarische bestemming naar een bedrijfsbestemming voor een hoveniersbedrijf is een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. In het ontwerpbestemmingsplan is in deze agrarische bestemming op basis van de geldende ruimtelijke beleidskaders, een wijzigingsregeling opgenomen op grond waarvan bij beëindiging van de agrarische bedrijvigheid de bestemming kan worden gewijzigd in (onder meer) een bedrijfsbestemming voor lichte bedrijvigheid (tot en met milieucategorie 2). Een hoveniersbedrijf behoort (inderdaad) in beginsel tot deze categorie. Voor de toepassing van deze wijzigingsregeling gelden echter wel een aantal ruimtelijke voorwaarden. Zo moet onder meer een bedrijfsplan worden overlegd waaruit de ruimte behoefte blijkt, moet duidelijk zijn dat overtollige bedrijfsbebouwing worden gesloopt en moet er ruimtelijke kwaliteitsverbetering plaatsvinden door een goede landschappelijke inpassing. In de zienswijze wordt volstaan met het verzoek om de bestemming om te zetten in een passende bestemming voor een hoveniersbedrijf maar wordt verder niet ingegaan op deze randvoorwaarden. Aldus is er nog geen sprake van een concreet, onderbouwd voornemen waarin de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het hoveniersbedrijf is aangetoond.

Op grond daarvan is er nu onvoldoende aanleiding om deze ontwikkeling mee te nemen in het ontwerpbestemmingsplan. 4.19.4. Conclusie Deze zienswijze geeft aanleiding om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen voor wat betreft de aanduiding voor de bedrijfswoning. Deze zal op de verbeelding worden opgen omen. 4.20. Zienswijze 20 4.20.1. Bestemming Groen Indiener maakt bezwaar tegen de bestemming ‘Groen’ op het kadastrale perceel gemeente Brederwiede sectie A nummer 704. Gevraagd wordt de bestemming te wijzigen in ‘Agrarisch met waarden’ conform het huidige gebruik. Door de gemeente is in de Reactienota inspraak aangegeven dat het genoemde perceel inderdaad ten onrechte gedeeltelijk een groenbestemming heeft gekregen en dat de bestemming wordt aangepast conform de eigendomssituatie. In het ontwerp bestemmingsplan zijn de bestemmingen echter onjuist en niet in overeenstemming met de eigendomssituatie aangepast. Reactie: Deze opmerking klopt, een en ander is naar aanleiding van de inspraak niet goed op de verbeelding verwerkt. De groenstrook van het perceel ten zuiden van het perceel van indiener is 37 per ongeluk deels geprojecteerd op het perceel van indiener. De correctie zal alsnog gebeuren. naar aanleiding van de inspraak. 4.20.2.

Sloot Naar aanleiding van de inspraakreactie van appellant is de bestemming van de sloot tuss en Kerkweg 35a en 37 gewijzigd van ‘Wonen’ naar ‘Tuin’. Die nieuwe bestemming biedt echter de mogelijkheid om een botenhuis te realiseren ter plaatse van de sloot. De sloot vormt al meer dan 50 jaar een open verbinding met de achterliggende erven. Bebouwing of overkluizing ervan is dan ook ongewenst. Verzocht wordt om een (water)bestemming voor de sloot zonder bouwmogelijkheden. Reactie: De betreffende sloot heeft op grond van de huidige beheersverordening (al) een tuinbestemming en is niet specifiek als water bestemd. Het gaat hier niet om doorgaand water. Het betreft hier een insteek naar het achterliggende rietland echter de eigendomsgrens loopt scheef over de sloot. Het gaat om een insteek en geen doorlopende sloot vanuit dat oogpunt wordt de watergang niet opgenomen op de verbeelding. Hij is niet beeldbepalend in die zin. Het door indiener aangevoerde risico van bebouwing of verdwijnen van de sloot, is op zich een ontwikkeling die op grond van de huidige bestemmingsplanregeling al mogelijk is, zij het dat voor het dempen van het water een omgevingsvergunning mogelijk is. Deze vergunning zal in de regel echter wel verleend moeten worden als het dempen in overeenstemming is met de functie tuin.

In de nieuwe bestemming Tuin- Beschermd Dorpsgezicht is de bouw van een botenhuis bovendien niet bij recht toegestaan maar slechts mogelijk met behulp van een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik (binnenplanse afwijkregeling). Een van de voorwaarden is dat er sprake is van bevaarbaar water en dat ruimtelijke kwaliteiten niet onevenredig mogen worden aangetast. 4.20.3. Botenhuis Met betrekking tot het bestaande botenhuis in de noordoostelijke punt van het perceel is door de gemeente in reactie op de inspraakreactie aangegeven dat deze volledig binnen de woonbestemming wordt gebracht met een nadere aanduiding. In het ontwerp bestemmingsplan ontbreekt deze aanduiding echter. Daarnaast is in de reactienota ten onrechte aangegeven dat is verzocht om een verlaging van de goot- en bouwhoogte van het botenhuis naar respectievelijk 2,2 m en 3 m. Tenslotte wordt opgemerkt dat het botenhuis zowel bedrijfsmatig als recreatief in gebruik is. Reactie: Betreffende aanduiding is in het ontwerpbestemmingsplan nu wel opgenomen. De bestaande maatvoering van dit botenhuis mag worden gehandhaafd. Verder is bedoeld te zeggen dat aansluiting is gezocht bij de regeling voor botenhuizen in het beschermde dorpsgezicht. 4.20.4. Tuin Een deel van het perceel ten noorden van de woning aan de Kerkweg 35a is bestemd als ‘Natuur’. Deze gronden zijn al meer dan 15 jaar in gebruik als tuin.

Verzocht wordt de gronden conform dat gebruik te bestemmen. 38 Reactie: Dit deel van het perceel van indiener is geen Natura 2000 gebied. Op grond daarvan kan aan dit deel een bestemming Tuin-1 worden toegekend in plaats van de bestemming natuur. 4.20.5. Ontbrekende aanduidingen De aanduidingen op de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan ontbreken. Op voorhand wordt daarom bezwaar gemaakt tegen aanduidingen die appellant aangaan, maar een ander belang dienen dan dat van appellant. Reactie: Zie de reactie onder 4.6.3 4.20.6. Conclusie Deze zienswijze geeft aanleiding om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen voor wat betreft de bestemming Groen en de bestemming Natuur. De groen bestemming zal van het perceel A 704 af worden gehaald en worden vervangen door de dezelfde agrarische bestemming die geldt voor de rest van dit perceel. De natuurbestemming wordt vervangen door de bestemming Tuin -1. 4.21. Zienswijze 21 4.21.1. Ontbreken mogelijkheden botenverhuur Op de verbeelding ontbreekt ten onrechte de aanduiding voor rondvaart- en botenverhuur ter plaatse van de Dorpsgracht voor het perceel Binnenpad 111. Deze aanduiding ontbreekt ook bij het zomerhuis achter Binnenpad 101. Verzocht wordt dit te wijzigen conform de vergunde situatie.

Reactie: De beide door indiene genoemde locaties die wel zijn opgenomen in de aan indiener verleende vaarvergunning (zie hieronder) ontbreken inderdaad op de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan. Deze vebreelding zal op dit punt worden aangepast. 39 4.21.2. Toestaan botenloods Voor het botenverhuurbedrijf van indiener bestaat de mogelijkheid om een botenloods te realiseren. Ter hoogte van Binnenpad 105 is daarvoor niet voldoende ruimte. Bij Binnenpad 111 is deze ruimte wel aanwezig. Verzocht wordt om een aanduiding ter hoogte van Binnenpad 111 om een botenloods te kunnen realiseren. Dit kan eventueel gecombineerd worden met de verplaatsing van een opstal aan de Jan Balsvaart naar Binnenpad 111. Reactie: Het ontwerpbestemmingplan biedt de mogelijkheid om binnen een woonbestemming of na afwijking met omgevingsvergunning binnen de bestemming Tuin- Beschermd Dorpsgezicht onder bepaalde voorwaarden een botenhuis te realiseren. Indiener kan binnen het kader van deze regeling kan betrokkene zoeken naar een oplossing. Voor het overige zal in het bestemmingsplan geen verruiming ten aanzien van botenhuizen of botenloodsen worden opgenomen. Want het kader van de actualisatie van het bestemmingsplan wordt alleen de huidige situatie vastgelegd. Nieuwe ontwikkelingen, zoals de bouw en verplaatsing van een loods, worden middels een separate afweging beoordeeld.

De ontwikkeling wordt dan ook niet in dit bestemmingsplan meegenomen. Hiervoor dient een afzonderlijk verzoek ingediend te worden. 4.21.3. Bezwaar tegen toegestane horecafunctie Indiener maakt bezwaar tegen het realiseren van complementaire horeca op het perceel Binnenpad 64. Appellant verwacht dat hier een nieuw volwaardig horecabedrijf ontstaat. Hij vindt dit gezien de reeds aanwezige horecabedrijven in de directe omgeving ongewenst. D aarnaast vraagt hij zich af of de verwachte ontwikkelingen op het perceel Binnenpad 64 wel passend zijn binnen het beschermd dorpsgezicht. Tenslotte geeft hij aan dat de Dorpsgracht niet berekend is op het mogelijke afmeren van boten ter plaatse van Binnenpad 64. 40 Reactie: Zie de beantwoording bij 4.4.15. Onder een complementair daghorecabedrijf wordt verstaan: een aan de hoofdfunctieondergeschikt horecabedrijf dat gericht is op het hoofdzakelijk overdag verstrekken van dranken en etenswaren. De hoofdfunctie is in dit geval de detailhandelsfunctie. Momenteel is in dit pand een winkel met souvenirs, sieraden, kleding en tassen gevestigd. Het gaat hierbij niet zozeer om horeca. Er is voor dit pand ook geen drank- en horecavergunning verleend. Voor zover bekend vindt er tot dusver alleen verkoop van ijs plaats (via een loket).

Met betreffende horeca-aanduiding is het dus slechts toegestaan om in combinatie en ondergeschikt aan de winkelfunctie overdag horeca-activiteiten te verrichten (de verkoop van ijs dat ter plaatse wordt genuttigd). Dat betekent dat de ijsverkoop alleen mag plaatsvinden als de winkel geopend is en de winkelfunctie ook de hoofdactiviteit moet zijn en blijven. Er mag geen zelfstandig horecabedrijf worden geëxploiteerd. En op het moment dat de winkel gesloten is mag er dus ook geen horecafunctie worden ontplooid. Dat houdt in dat deze horecafunctie qua openingstijden niet dezelfde mogelijkheden heeft als reguliere horecabedrijven en dus alleen overdag actief kan zijn. Met de aanduiding kan er ter plaatse dus geen zelfstandig horecabedrijf ontstaan. Dat is in strijd met het bestemmingsplan. Het ondergeschikte gebruik voor horecadoeleinden van een bestaand winkelpand, waarbij de horeca-activiteiten uitsluitend in combinatie met de (reeds toegestane) winkelfunctie worden uitgeoefend, heeft op zichzelf geen nadelige gevolgen voor het beschermde dorpsgezicht van Giethoorn. Indien men voor de ijsverkoop een terras wil realiseren is daarvoor een aanvullende vergunning voor nodig waarbij ook de eventuele gevolgen voor het beschermd dorpsgezicht kunnen worden betrokken.

Ten aanzien van de door indiener aangehaalde email waarin gesproken wordt van een omissie kan nog het volgende worden opgemerkt. Daarmee is bedoeld te zeggen dat het niet de bedoeling is om ter plaatse een zelfstandige horecabedrijf toe te staan. De opzet van het ontwerpbestemmingsplan is echter wel om voor deze locatie waar detailhandelsactiviteiten zijn toegestaan te werken met een bestemming Gemengd. Deze gemengde bestemming kent een w at flexibelere gebruiksregeling dan de oude bestemmingsplanregeling. Binnen deze gemengde bestemming is een onderschikte functie voor daghoreca in beginsel dan ook wel mogelijk. En dat geldt (dan) dus ook voor deze locatie. 4.21.4. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen voor wat betr eft de toegestane botenverhuur (na)bij Binnenpad 111. De aanduidingen op de verbeelding zullen in overeenstemming worden gebracht met de aan indiener verleende vaarvergunning. 4.22. Zienswijze 22 4.22.1. Vergroten bouwvlak woning Indiener verzoekt het bouwvlak van de woning op het perceel Noorderpad 6 te vergroten conform de gewenste toekomstige situatie op de meegezonden tekening. Daarbij wordt opgemerkt dat in 2005 een vergunning is verleend voor de bouw van een schuur die echter nooit is gerealiseerd.

41 Reactie: In het ontwerpbestemmingsplan heeft deze locatie een woonbestemming (Wonen -Beschermd dorpsgezicht) gekregen (conform de huidige bestemming) waarbij het bouwvlak op de bestaande woning is geprojecteerd. In het kader van de actualisatie van het bestemmingsplan wordt alleen de huidige situatie vastgelegd. Nieuwe ontwikkelingen, zoals de uitbreiding van een woning, worden middels een separate afweging beoordeeld. De gevraagde uitbreiding van het bouwvlak, die feitelijk zou leiden tot een verdubbeling van de oppervlakte van de woning, wordt dan ook niet in dit bestemmingsplan meegenomen. Dat in het verleden een vergunning voor de bouw van een bijgebouw is verleend, wil niet automatisch zeggen dat een uitbreiding van het hoofdgebouw dan ook mogelijk is. Hiervoor dient een afzonderlijk verzoek ingediend te worden. Overigens is in het ontwerpbestemmingsplan een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor de uitbreiding van woningen buiten het bouwvlak. Daarvoor gelden een aantal ruimtelijke randvoorwaarden. Als aan deze randvoorwaarden is voldaan kan voor een dergelijke uitbreiding in afwijking van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning worden verleend. Indiener kan dan ook desgewenst gebruik maken van deze regeling.

Aan aanvragen of plannen voor uitbreiding van woningen buiten het bouwvlak die niet in overeenstemming zijn met de genoemde voorwaarden en dus verder gaan dan de wat met de binnenplanse afwijkregeling mogelijk is, wordt in beginsel geen ruimtelijke medewerking verleend. 4.22.2. Conclusie De opmerking leidt niet tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. 4.23. Zienswijze 23 4.23.1. Wijzigen bestemming groenstrook Indiener heeft in januari 2015 een deel van een groenstrook ten oosten van zijn woning aan de Meester J.J. Hofstraat 19 gekocht van de gemeente. Deze gronden zijn inmiddels bij de tuin van appellant getrokken, maar hebben in het ontwerp bestemmingsplan nog de bestemming ‘Groen’. Verzocht wordt dit te wijzigen naar een tuinbestemming, conform het huid ige gebruik. Reactie: In 2015 is de betreffende strook grond door de gemeente aan indiener verkocht.. in deze overeenkomst staat dat de grond door indiener (uitsluitend) gebruikt mag worden voor groen (artikel 6 van de overeenkomst). Maar in feite heeft deze grondtransactie een tuinuitbreiding als oogmerk. Door de verkoop is de strook grond in particuliere handen overgegaan en is er van een openbare groenstrook geen sprake meer. De zienswijze is daarom terecht. De bestemming ‘Groen’ zal voor dit strookje grond worden gewijzigd in de bestemming ‘Tuin’. 4.23.2.

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen door op de verbeelding de bestemming van dit strookje grond van Groen te wijzigen in Tuin. 42 4.24. Zienswijze 24 4.24.1. Vergroten bestemming Bedrijventerrein Indiener verzoekt de bestemming ‘Bedrijventerrein’ ter hoogte van zijn perceel Beulakerweg 129 aan de oostzijde te vergroten conform het meegezonden voorstel. Dit om te voorzien in de gewenste uitbreidingsmogelijkheden van zowel het bedrijf van indiener als omliggende bedrijven. Reactie: Het ontwerpbestemmingsplan beoogt inderdaad onder meer (zakelijke) bedrijvigheid te faciliteren , maar dan wel uitgaande van de bestaande situatie en bestemmingen. In het kader van de actualisatie van het bestemmingsplan wordt alleen de huidige situatie vastgelegd. Dat houdt in dat de bestemmingen voor bedrijven zijn afgestemd op de locaties waar die bedrijven nu aanwezig zijn. De bouw- en gebruiksregels die voor deze locaties in het ontwerpbestemmingsplan zijn opgenomen, bieden zoveel mogelijk ruimte voor de bedrijven op deze locaties. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de uitbreiding van een bedrijventerrein, zijn echter niet in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen maar worden door middel vaneen separate afweging beoordeeld. De gevraagde uitbreiding wordt dan ook niet in dit bestemmingsplan meegenomen.

Hiervoor dient een afzonderlijk verzoek ingediend te worden. Hierbij geldt bovendien dat uitbreiding van de bedrijventerreinen in Steenwijkerland op grond van het provinciale beleid alleen maar is toegestaan als is aangetoond dat daaraan voldoende behoefte is, afgezet tegen de voorraad bedrijfskavels die op de huidige bedrijventerreinen nog voor de vestiging van nieuwe bedrijvigheid beschikbaar is. Vooralsnog is er in onze gemeente voldoende capaciteit aan beschikbare bedrijfskavels aanwezig om in de behoefte aan bedrijfsgrond te voorzien. Uitbreiding van dit bedrijventerrein bij Giethoorn is naar verwachting daarom de komende jaren niet in beeld. 4.24.2. Ontbreken aanduiding bedrijfswoningen Volgens indiener is ter plaatse van zijn perceel en dat van omliggende bedrijfspercelen ten onrechte geen aanduiding ‘bedrijfswoning’ opgenomen. Hij verzoekt dit alsnog te doen. Reactie: Ten noorden van de kruising van de Beulakerweg met de Nering bevinden zich zes bedrijfskavels, waaronder Beulakerweg 129. Al deze kavels zijn in de, leidende, digitale versie van het bestemmingsplan voorzien van de bestemming ‘Bedrijventerrein’ met als aanduiding ‘bedrijfswoning’. Naar onze mening is de mogelijkheid om bij deze bedrijven te wonen daarom op de juiste manier in het bestemmingsplan opgenomen. 4.24.3.

Rietloodsen Indiener verzoekt in algemene zin in het bestemmingsplan op te nemen dat middels maatwerk de bouw van rietloodsen mogelijk wordt gemaakt. Dit onder voorwaarde dat dit noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering van rietdekkers of van andersoortige bedrijven die als neventak riet snijden. Op deze manier kan worden voorkomen dat buiten opgeslagen riet in brand wordt gestoken of w ordt gestolen. 43 Reactie: Het gemeentelijke beleid voor rietloodsen is vastgelegd in de Beleidsnotitie Facetbeleid. Daaruit blijkt dat de bouw van een rietloods iedere keer een aparte afweging vraagt qua onder meer noodzaak, locatie, omvang en landschappelijke inpassing. Deze afweging leent zich niet voor een algemene regeling in het bestemmingsplan waarbij voor dit ontwerpbestemmingsplan verder nog geldt, zoals eerder aangegeven, dat dit plan zich richt op het regelen van de huidige situatie en niet op het mogelijk maken van toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Dat geldt dus ook voor de bouw van nieuwe rietloodsen. 4.24.4. Conclusie Deze zienswijze geeft geen aanleiding om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen . 4.25. Zienswijze 25 4.25.1. Bestemmingsruil Binnenpad 17 en Binnenpad 17a Indiener verzoekt de bestemming van het perceel Binnenpad 17 van een woonbestemming te wijzigen in recreatieve bestemming (groepsaccommodatie voor maximaal 12 personen).

Om de woningvoorraad gelijk te houden, wordt verzocht de bestemming va n het perceel Binnenpad 17a te wijzigen van een recreatiebestemming in een woonbestemming. Reactie: De locatie Binnenpad 17 heeft in het ontwerpbestemmingsplan inderdaad een woonbestemming. In het bestemmingsplan Giethoorn 1994 was dit pand de bedrijfswoning behorende bij het achterliggende recreatieterrein met de bestemming ‘Kampeerdoeleinden’. In 2009 is een vergunning verleend om deze bedrijfswoning in afwijking van het bestemmingsplan te gebruiken als reguliere woning omdat de woning niet meer als bedrijfswoning voor dit recreatieterrein zal worden ingezet. Bij de vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan voor de verblijfsrecreatieterreinen in Giethoorn is deze voormalige bedrijfswoning dan ook bewust buiten de nieuwe recreatieve bestemming voor het betreffende recreatieterrein gehouden. Vervolgens is in 2012 een aanvraag ingediend om deze woning te mogen gebruiken voor recreatie bewoning. Deze aanvraag is afgewezen op grond van het facetbeleid. Op grond van dit beleid is het recreatief gebruik van woningen waarbij de woonfunctie verloren gaat niet wenselijk omwille van het behoud van de leefbaarheid van de kernen.

Het omzetten van permante woningen in recreatiewoningen leidt tot aantasting van de leefbaarheid omdat daardoor het draagvlak voor diverse voorzieningen zoals winkels maar ook het verenigingsleven afneemt. Uitbreiding van de recreatiewoningen dient primair plaats te vinden op de daarvoor bestemde gebieden (recreatieterreinen).

44 De zienswijze vormt in zo verre dan ook een herhaling van de eerder gediende aanvraag waarbij nu ter compensatie wordt voorgesteld om aan recreatiewoning Binnenpad 17a een woonbestemming toe te kennen. Per saldo blijft daardoor het aantal woningen in Giethoorn daarmee gelijk. Binnenpad 17a is volgens de huidige planregeling (bestemmingsplan Giethoorn 1994) bestemd als zomerwoning en maakt planologisch onderdeel uit van het verblijfsrecreatieterrein waar het gebouw Binnenpad 17 voorheen de bedrijfswoning van was. Opgemerkt moet worden dat de woning Binnenpad 17 in ieder geval tot vrij recent ook daadwerkelijk als reguliere woning is gebruikt. Volgens de gemeentelijke bevolkingsadministratie stonden er tot begin 2016 bewoners op dit adres ingeschreven. Er zijn objectief gezien geen belemmeringen om dit gebouw als woning te gebruiken. In aanvulling daarop geldt dat het ontwerpbestemmingsplan het voor de eigenaren ook mogelijk maakt om deze woning als een tweede woning te gebruiken. Voor de recreatieterreinen in Giethoorn en recreatieterreinen in Steenwijkerland in het algeme en geldt als ruimtelijke uitgangspunt dat op deze terreinen het recreatieve gebruik en recreatieve ontwikkelingen zoveel mogelijk onbelemmerd moeten kunnen plaatsvinden.

Dit is dan ook de reden om in het nieuwe bestemmingsplan voor de Giethoornse recreatieterreinen de gebruiksmogelijkheden (ook) voor het recreatieterrein achter Binnenpad 17 te verruimen door daar in plaats van alleen kampeermiddelen voortaan ook verblijfsrecreatie in recreatieve nachtverblijven (bouwwerken) toe te staan. Vermenging of versnippering van deze terreinen door daar andere functies (bijvoorbeeld wonen) toe te staan zijn in dit verband ongewenst omdat dit afbreuk doet aan de recreatieve mogelijkheden. Voorkomen moet worden dat er te snel gezocht moet worden naar locaties voor nieuwe recreatieterreinen omdat de bestaande als zodanig bestemde verblijfsrecreatieterreinen niet volledig kunnen worden ingevuld. Voor de recreatieterreinen in Giethoorn geldt in het verlengde hiervan dat de ontwikkeling van deze terreinen achter de woonbebouwing moet plaatsvinden. De ruimtelijke structuur van dit deel van Giethoorn is dat de woonbebouwing zich bevindt in het bebouwinglint aan het Binnenpad. Daar achter liggen de verblijfsrecreatieterreinen. Het is ruimtelijk en stedenbouwkundig wenselijk om deze functiescheiding te handhaven, de verblijfsrecreatieterreinen moet niet via uitbreiding in de woonbebouwing worden getrokken. De voorgestelde bestemmingsruil tussen Binnenpad 17 en 17a past niet binnen deze uitgangspunten.

Door aan de recreatiewoning Binnenpad 17a een woonbestemming toe te kennen raakt het verblijfsrecreatieterrein waar deze recreatiewoning deel vanuit maakt versnipperd. De woning wordt dan ingeklemd tussen recreatieve bestemmingen. Er wordt alsdan niet voldaan aan de VNG-richtlijnen voor milieuzonering op grond waarvan een afstand van minimaal 30 -50 meter tussen woning en de grens van een verblijfsrecreatieterrein moet worden aangehouden. Vanwege de (te) korte afstand van de woning tot de recreatieve bestemmingen kunnen de exploitanten van deze terreinen vanwege milieueisen die gaan gelden als gevolg van de woonbestemming in hun bedrijfsvoering worden beperkt dan wel is voor de nieuwe woning geen aanvaardbaar woon - en leefklimaat verzekerd. Dit is geen goede ruimtelijke ordening. Voor de bestemmingswijziging van Binnenpad 17 van woning naar recreatieve groepsaccommodatie geldt in feite hetzelfde. Het recreatieterrein of de recreatieve functie breidt dan uit richting het woongebied aan het Binnenpad. Vanwege de beoogde ruimtelijke scheidi ng tussen wonen en recreëren is dit geen gewenste ontwikkeling. Ook deze ontwikkeling voldoet niet aan de VNG-richtlijnen met betrekking tot milieuzonering. Praktisch gesproken kunnen de problemen van betrokkenen (de voorgenomen bestemmingen passen niet bij hun gebruikswensen) bovendien ook op een andere manier worden opgelost.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/825d6ea0-887a-4ad8-98f6-165f2954f073?agendaItemId=d85944ce-8e04-4a25-9516-2688e033ae05