CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Nieuwe Statuten.pdf

Politieke Markt 14 november 2017, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Statutenwijziging fusie RSG Tromp Meesters en CSG Eekeringe4.032 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1 Voorstel m.b.t. statutenwijziging ‘Stichting samenwerking voortgezet onderwijs in de regio Steenwijkerland, Weststellingwerf en Westerveld’ (bestuursnummer 41295). stichtingsstatuten (VERSIE 29 SEPTEMBER 2017) Begripsomschrijvingen Artikel 1 1. In deze statuten wordt verstaan onder: School: a. de samenwerkingsschool voor Rooms-katholiek en openbaar (algemeen bijzonder) onderwijs het Linde College te Wolvega, en b. de combinatie van de openbare Regionale Scholengemeenschap Tromp Meesters te Steenwijk en de RSG Tromp Meesters praktijkschool te Steenwijk, en c. de school voor Protestants-christelijk en Rooms-katholiek onderwijs CSG Eekeringe te Steenwijk. 2. Ter wille van de leesbaarheid is in deze statuten de mannelijke vorm gebruikt. Naam en zetel Artikel 2 1. De stichting draagt de naam “Stichting voortgezet onderwijs Steenwijkerland-Weststellingwerf ”. 2. De stichting heeft haar zetel in Steenwijk, gemeente Steenwijkerland. 3. De stichting is oorspronkelijk tot stand gekomen door samenwerking van de gemeenten Steenwijkerland en Weststellingwerf, de Stichting voor beroepsonderwijs en ander Voortgezet Onderwijs in de regio Steenwijk en de Stichting Studiecentrum Steenwijkerwold- Weststellingwerf. Per 1 januari 2018 heeft de Stichting Christelijk Voortgezet Onderwijs Steenwijk het bevoegd gezag van CSG Eekeringe overgedragen aan de stichting. 4.

De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd. Doel Artikel 3 1. De stichting stelt zich ten doel het doen geven van openbaar, protestants-christelijk en rooms katholiek voortgezet onderwijs in afzonderlijke scholen voor onderscheidenlijk openbaar en bijzonder onderwijs. 2. De stichting tracht dit doel te realiseren door instandhouding van de in artikel 1 genoemde scholen. Zij streeft er naar op basis van gelijkwaardigheid zowel in Steenwijk als in Wolvega een zo breed mogelijk aanbod van voortgezet onderwijs te realiseren. Grondslag Artikel 4 1. Uitgaande van de grondslagen en verworvenheden van de onder het beheer van de stichting staande scholen wordt de persoonsvorming van iedere leerling ontwikkeld en bevorderd. 2. Iedere leerling wordt met respect voor de overtuiging van anderen mede door het onderwijs tot ontwikkeling van zijn eigen levensbeschouwing gestimuleerd. Daar waar mogelijk, ontmoeten 2 alle betrokkenen en met name de leerlingen elkaar, om hun zienswijze ten aanzien van levensbeschouwing en de waarden die hieruit voortkomen met elkaar te bespreken. 3. Geen leerling wordt de toelating tot de onder het beheer van de stichting staande scholen geweigerd op grond van zijn of haar levensbeschouwing of die van de ouders, voogden en verzorgers. 4.

De grondslag van de onder het beheer van de stichting staande scholen komt onder meer in het schoolplan van de te onderscheiden scholen tot uitdrukking. In het schoolplan worden waarborgen neergelegd ter zake van de te onderscheiden identiteit van de drie scholen. Onderwijs Artikel 5 1. De inhoud van het onderwijs wordt in het schoolplan van de scholen vastgelegd. 2. Op de RSG Tromp Meesters te Steenwijk en de RSG Tromp Meesters praktijkschool te Steenwijk wordt ruimte geboden voor het geven van godsdienst- of vormingsonderwijs met dien verstande dat bij de regeling van dit onderwijs de voorschriften van artikel 46 en 47 van de Wet op het voortgezet onderwijs in acht worden genomen. 3. Op het Linde College wordt op verzoek van ouders, naast het wettelijk verplichte onderwijs en de lessen levensbeschouwelijke vorming, aan leerlingen de mogelijkheid geboden om meer specifieke godsdienstlessen te volgen die aansluiten bij de identiteit en het karakter van deze samenwerkingsschool voor katholiek en openbaar (algemeen bijzonder) onderwijs. 4. Op CSG Eekeringe kan naast het wettelijk verplichte onderwijs en de lessen levensbeschouwelijke vorming aan leerlingen de mogelijkheid geboden worden om meer specifieke godsdienstlessen te volgen die aansluiten bij de identiteit en het karakter van deze school voor protestants-christelijk en rooms-katholiek onderwijs. Personeel Artikel 6 1.

Het bestuur benoemt, schorst en ontslaat het personeel. 2. De raad van toezicht benoemt, schorst en ontslaat de leden van het bestuur en bepaalt hun arbeidsvoorwaarden binnen de daarvoor geldende wettelijke kaders. 3. Het personeel wordt benoemd krachtens een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. De stichting is aangesloten bij een commissie van beroep. 4. Bij de benoeming van personeel is een selectie op basis van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, seksuele voorkeur, afkomst of burgerlijke staat uitgesloten. 5. Het personeel respecteert de grondslag van de stichting en de door de stichting beheerde scholen, zoals deze is omschreven in de artikelen 3, 4 en 5 van deze statuten. 6. Bij de uitvoering van het personeelsbeleid inzake benoeming, overplaatsing en vermindering van formatie wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de identiteit van de betrokken scholen en de levensbeschouwelijke overtuiging van het betrokken personeelslid. 7. De aan de scholen voor bijzonder onderwijs, zijnde het Linde College en CSG Eekeringe, benoemde godsdienstleraar onderschrijft de grondslag van de stichting en de door de stichting beheerde scholen, zoals omschreven in de artikelen 3, 4 en 5 van deze statuten. 3 Geldmiddelen Artikel 7 1. De middelen van de stichting bestaan uit: a. Het stichtingskapitaal; b. School- en cursusgelden; c.

Vermogensopbrengsten; d. Subsidies e. Andere baten 2. De geldmiddelen worden uitsluitend aangewend ten dienste van het doel van de stichting. Organisatie van de stichting Artikel 8 De stichting kent een bestuur en een raad van toezicht. Het bestuur en de raad van toezicht kunnen commissies instellen. Het bestuur; samenstelling, profiel, taakverdeling, schorsing en ontslag Artikel 9 1. De stichting wordt bestuurd door een bestuur bestaande uit tenminste één natuurlijke persoon. 2. De raad van toezicht bepaalt het aantal leden van het bestuur. 3. Bij de selectie van het bestuur wordt gelet op diverse facetten die de aandacht van het bestuur vragen, waarbij het bestuur in ieder geval beschikt over algemeen bestuurlijke kwaliteiten en de vaardigheid om leiding te geven aan de stichting. De aandachtspunten met betrekking tot de van het bestuur gevraagde deskundigheid en achtergrond worden in algemene zin vastgesteld door de raad van toezicht in een profielschets. 4. Voor de werving en selectie van het bestuur maakt de raad van toezicht gebruik van de “Wervings- en selectieprocedure bestuursleden”, zoals opgenomen in het Handboek Governance van de stichting. 5. Een lid van het bestuur kan te allen tijde worden geschorst door de raad van toezicht.

De schorsing van een lid van het bestuur vervalt, indien de raad van toezicht niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of handhaving van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden gehandhaafd, ingaande op de datum waarop het besluit tot handhaving van de schorsing werd genomen. De bestuurder wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van toezicht waarin schorsing of verlenging daarvan aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 6. De raad van toezicht is te allen tijde bevoegd (een lid van) het bestuur te ontslaan. Het betrokken lid van het bestuur wordt in de gelegenheid gesteld zich ten overstaan van de raad van toezicht te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 7. (Een lid van) het bestuur defungeert: a) door zijn overlijden; b) door de beëindiging van zijn dienstverband met de stichting; c) door zijn onder curatele stelling; d) doordat hij het vrij beheer over zijn vermogen verliest; e) door zijn ontslag verleend door de rechtbank; f) door zijn ontslag verleend door de raad van toezicht. 4 8. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallig bestuur behoudt zijn bevoegdheden.

Bij ontstentenis of belet van het bestuur of van de enige bestuurder wordt het bestuur waargenomen door één persoon die daartoe door de raad van toezicht is of wordt aangewezen. Gaat de raad van toezicht niet tot een zodanige aanwijzing over dan wordt het bestuur waargenomen door de persoon die daartoe door de president van de arrondissementsrechtbank op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt aangewezen. In het bestuursreglement wordt geregeld hoe wordt voorzien in de interne waarneming bij kortdurende afwezigheid van het bestuur. Bestuur; taak en bevoegdheden Artikel 10 1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting. Bij de vervulling van zijn taak richt het bestuur zich naar het belang van de stichting, het belang van de scholen die door de stichting in stand worden gehouden en het belang van de regionale samenleving. 2. Het bestuur heeft al die taken en bevoegdheden die niet bij of krachtens de wet of deze statuten aan anderen zijn toegekend. Het bestuur legt verantwoording af aan de raad van toezicht terzake van de uitoefening van zijn bestuurlijke taken en bevoegdheden. 3. Het bestuur formuleert de voor de scholen geldende algemene beleidskaders in de vorm van een strategisch beleid/beleidsplan. Op de volgende terreinen formuleert het bestuur in ieder geval stichtingsbreed geldende kaders: a. Strategisch beleid. b. Financieel beleid en beheer.

c. Personeels- en formatiebeleid. d. Kwaliteitsbeleid. e. Beleid met betrekking tot het opleidingsaanbod. f. Het participeren in samenwerkingsverbanden en het aangaan van duurzame samenwerking met derden. g. Het aanbestedings- en inkoopbeleid. h. Het huisvestingsbeleid. i. Het beleid met betrekking tot de planning, controle en de interne verantwoording, waaronder de te gebruiken rapportageformats richting raad van toezicht. j. Het vaststellen van het bestuursverslag, inclusief de jaarrekening, van de stichting. 4. Het bestuur mandateert in het managementstatuut de invulling van het schoolbeleid binnen de in het derde lid genoemde kaders voor elke school afzonderlijk aan de rector/directeur die leiding geeft aan de desbetreffende school. 5. Het bestuur is bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen, daaronder met name ook begrepen het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt. Deze besluiten zijn onderworpen aan de goedkeuring van de raad van toezicht. Het ontbreken van bedoelde goedkeuring tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid aan. 6. Voorts heeft het bestuur de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht nodig voor het nemen van besluiten met betrekking tot: 5 a.

het aangaan van financiële verplichtingen en samenwerkingsovereenkomsten welke niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer bedraagt dan een door de raad van toezicht vastgesteld en aan het bestuur meegedeeld bedrag; b. de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek; c. ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers in dienst van de stichting; d. een aanvraag tot faillissement of van surseance van betaling; e. (het doen van een voorstel tot) opheffing of afsplitsing van (een deel van) een van de door de stichting in stand gehouden scholen; f. (het doen van een voorstel tot) samenvoeging, omzetting of bestuursoverdracht van door de stichting in stand gehouden scholen; g. het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de stichting of een van de scholen van de stichting; h. het vaststellen, wijzigen of intrekken van het managementstatuut van één van de scholen; i. het vaststellen, wijzigen of intrekken van het bestuursreglement; j. het vaststellen, wijzigen of intrekken van het Handboek Governance van de stichting; k. het vaststellen of wijzigen van de (meerjaren)begroting van de stichting; l.

het vaststellen of wijzigen van het strategisch beleid/beleidsplan van de stichting; m. het vaststellen of wijzigen van de visie en missie van de stichting; n. besluiten met een impact die vergelijkbaar is met de onder lid. a tot en met lid i genoemde, zulks ter beoordeling van de raad van toezicht; o. het wijzigen van de statuten van de stichting. 7. Tegen de achtergrond van de in het bestuur benodigde deskundigheid draagt het bestuur zorg voor voortdurende persoonlijke ontwikkeling. Het functioneren van het bestuur wordt periodiek door de raad van toezicht beoordeeld. Bestuur; werkwijze Artikel 11 1. Het bestuur besluit op basis van consensus. Indien consensus over een voorliggend voorstel ontbreekt, is de stem van de voorzitter doorslaggevend. Vervolgens informeert de voorzitter van het bestuur de voorzitter van de raad van toezicht over het voorstel waarover verschil van mening bestond. 2. Het bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits geen van bestuur zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. 3. Alleen de voorzitter van het bestuur is bevoegd een vergadering van het bestuur bijeen te roepen. Indien de voorzitter het verzoek van een lid om het bijeenroepen van een vergadering afwijst, en het lid persisteert bij het verzoek, maakt de voorzitter hiervan melding bij de voorzitter van de raad van toezicht. 6 4.

Bij meer dan 1 bestuursleden kan het bestuur slechts rechtsgeldige besluiten nemen als alle bestuursleden aanwezig zijn, tenzij sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 9, zevende lid. 5. De bestuursvergaderingen worden geleid door de voorzitter. 6. Van de besluiten van het bestuur wordt een besluitenlijst gemaakt. Vertegenwoordiging Artikel 12 1. Het bestuur alsmede ieder lid van het bestuur afzonderlijk vertegenwoordigt de stichting, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit en met uitzondering van de situaties genoemd in het tweede en derde lid. 2. De voorzitter van de raad van toezicht vertegenwoordigt de stichting in gevallen waarin naar het oordeel van de raad van toezicht sprake is van een verstrengeling van belangen tussen het bestuur of een lid van het bestuur en de stichting, zoals nader uitgewerkt in het in het Handboek Governance opgenomen reglement van de raad van toezicht. 3. Het bestuur kan besluiten tot de verlening van volmacht aan derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. Raad van toezicht Artikel 13 1. Het toezicht op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de stichting is opgedragen aan een raad van toezicht.

Het toezicht van de raad van toezicht omvat tevens de naleving door het bestuur van wettelijke verplichtingen, van de toepasselijke sectorcode voor goed bestuur en eventuele afwijkingen daarvan. De raad van toezicht ziet ook toe op de rechtmatige verwerving en doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van de scholen op grond van de Wet op het voortgezet onderwijs. De raad van toezicht bestaat uit maximaal zeven natuurlijke personen . 2. De vereiste deskundigheden en achtergrond van de voorzitter en leden van de raad van toezicht worden in algemene zin vastgesteld door de raad van toezicht in een openbare profielschets, die is opgenomen in het Handboek Governance. Om benoembaar te zijn tot lid van de raad van toezicht dient een kandidaat de grondslag van de stichting en de door de stichting beheerde scholen, zoals deze is omschreven in de artikelen 3, 4 en 5 van deze statuten te respecteren. Bij het (her)benoemen van leden van de raad van toezicht worden de alsdan geldende maatschappelijke regels van Governance in acht genomen, zoals het publiekelijk werven. 3. De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad heeft het recht één lid voor benoeming in de raad van toezicht voor te dragen op basis van de in lid 2 genoemde profielschets. Deze voordracht heeft een bindend karakter. 4. De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van vier jaar.

Aftreden geschiedt volgens een door de raad van toezicht op te stellen rooster van aftreden. Een volgens rooster aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk herbenoembaar. Herbenoeming is slechts eenmaal mogelijk. 5. De raad van toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter en een vicevoorzitter aan. 6. De vergoeding van de inzet door de leden van de raad van toezicht geschiedt op basis van een door de raad van toezicht vastgesteld en in het Handboek Governance opgenomen reglement. 7 Jaarlijks wordt door het bestuur in de jaarrekening verantwoord welke bedragen op grond van deze regeling zijn uitgegeven. 7. Het bestuur verschaft de raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid van de raad alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van de stichting die deze mocht verlangen. De raad van toezicht is bevoegd inzage te nemen en te doen nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van de stichting; het door de raad van toezicht aangewezen lid van de raad heeft te allen tijde toegang tot alle bij de stichting in gebruik zijnde ruimten en terreinen. 8. De raad van toezicht kan zich voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen. 9. Een lid van de raad van toezicht defungeert: a.

door zijn overlijden; b. door zijn vrijwillig aftreden (bedanken); c. door het verstrijken van de termijn vermeld in het rooster van aftreden; d. door zijn onder curatele stelling; e. doordat hij het vrij beheer over zijn vermogen verliest; f. door zijn ontslag wegens disfunctioneren, hem verleend door de raad van toezicht bij besluit genomen met algemene stemmen van in functie zijnde leden van de raad van toezicht met uitzondering van het betrokken lid van de raad van toezicht. 10. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallige raad van toezicht houdt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht of van het enige (overgebleven) lid worden de taken en bevoegdheden van de raad van toezicht waargenomen door de perso(o)n(en) die daartoe door de president van de arrondissementsrechtbank waar de stichting statutair is gevestigd op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt aangewezen. 11. Bij de vervulling van zijn taak richt de raad van toezicht zich naar het belang van de stichting, het belang van de scholen die door de stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving. 12. De leden van de raad van toezicht handelen zonder last of ruggespraak. Raad van toezicht; werkwijze Artikel 14 1. In de vergaderingen van de raad van toezicht heeft ieder lid één stem.

Alle besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van de stemmen wordt het onderwerp voor de eerstvolgende vergadering opnieuw geagendeerd. Staken ook dan de stemmen, dan wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. 2. De raad van toezicht kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle leden in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is alsdan genomen, indien de volstrekte meerderheid van het aantal leden zich vóór het voorstel heeft verklaard. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld. 8 3. Tenminste twee leden van de raad van toezicht zijn gelijkelijk bevoegd een vergadering van de raad van toezicht bijeen te roepen. 4. De bijeenroeping van de vergaderingen van de raad van toezicht geschiedt schriftelijk op een termijn van ten minste zeven dagen, onder opgave van de te behandelen onderwerpen. In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kan de termijn van oproeping worden beperkt tot ten minste vierentwintig uur.

Indien werd gehandeld in strijd met het hiervoor in dit lid bepaalde, kan de raad van toezicht niettemin rechtsgeldige besluiten nemen, mits de ter vergadering afwezige leden vóór het tijdstip van de vergadering hebben verklaard zich niet tegen de besluitvorming te verzetten. 5. Een lid van de raad van toezicht kan zich door een ander lid van de raad van toezicht ter vergadering schriftelijk doen vertegenwoordigen. Eén lid van de raad van toezicht kan slechts één medelid ter vergadering vertegenwoordigen. 6. De voorzitter leidt de vergaderingen van de raad van toezicht; bij zijn afwezigheid wordt het voorzitterschap waargenomen door de vicevoorzitter. Is zowel de voorzitter als de vicevoorzitter afwezig, dan voorziet de vergadering zelf in haar leiding. 7. De voorzitter bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergaderingen worden gehouden, met dien verstande, dat indien één of meer leden zulks verlangen, stemmingen over personen schriftelijk geschieden. 8. Het door de voorzitter ter vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van de stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. 9. Van het verhandelde in de vergaderingen van de raad van toezicht worden notulen gehouden door de daartoe door de voorzitter aangewezen persoon.

De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering. 10. De vergaderingen van de raad van toezicht zijn niet openbaar, tenzij de raad van toezicht anders besluit. Boekjaar, jaarstukken Artikel 15 1. Het boekjaar van de stichting is het kalenderjaar. 2. Het bestuur maakt jaarlijks een begroting op, voorzien van een meerjarenraming en een investeringsbegroting. 3. De begroting behoeft de goedkeuring van de raad van toezicht. Na goedkeuring door de raad van toezicht wordt de begroting vastgesteld door het bestuur. 4. Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van de stichting maakt het bestuur een jaarrekening en een jaarverslag op over dat boekjaar, waarin in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs zoals verzorgd op RSG Tromp Meesters te Steenwijk en RSG Tromp Meesteres praktijkschool te Steenwijk. In het jaarverslag is het bestuursverslag en het verslag van de raad van toezicht opgenomen. 5. De jaarrekening en het jaarverslag behoeven de goedkeuring van de raad van toezicht. Na de goedkeuring door de raad van toezicht gaat het bestuur over tot de vaststelling van de jaarrekening.

De gemeenten Steenwijkerland en Weststellingwerf ontvangen ter informatie een exemplaar van de goedgekeurde jaarrekening met het jaarverslag en worden in de gelegenheid gesteld tenminste eenmaal per jaar met het bestuur overleg te voeren over de algemene gang 9 van zaken betreffende de scholen en de stichting, alsmede de toepassing van artikel 53c van de Wet op het voortgezet onderwijs. Het bestuur rapporteert over de uitkomsten van dit overleg aan de raad van toezicht. 6. De jaarrekening wordt ten blijke van de vaststelling ondertekend door het voltallige bestuur. Indien er een handtekening ontbreekt, wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt. 7. De raad van toezicht draagt het bestuur op de jaarrekening te doen onderzoeken door een door de raad van toezicht aangewezen accountant. De raad van toezicht verleent niet eerder goedkeuring op de jaarrekening dan nadat door de aangewezen accountant een goedkeurende verklaring is afgegeven. Statutenwijziging Artikel 16 1. Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. Het besluit tot statutenwijziging is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. 2. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. 3.

Het bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. 4. Een besluit tot opheffing, overdracht en omzetting van een school kan slechts worden genomen na voorafgaande goedkeuring door de raad van toezicht, waarbij de raad van toezicht besluit met unanimiteit. 5. Een besluit tot opheffing van een openbare school behoeft op grond van artikel 53c, lid 3, van de Wet op het voortgezet onderwijs de voorafgaande goedkeuring van de raad van de gemeente Steenwijkerland. Ontbinding en vereffening Artikel 17 1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Het besluit tot ontbinding is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. 2. Tenzij de raad van toezicht anders besluit, is het bestuur met de vereffening belast. 3. De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding inschrijving geschiedt in het ten kantore van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. 4. Het liquidatiesaldo vervalt in twee gelijke delen aan de gemeente Steenwijkerland en de gemeente Weststellingwerf of hun rechtsopvolgers. Het liquidatiesaldo moet worden aangewend voor onderwijsdoeleinden. 5. Na de ontbinding blijft de stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is.

Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden "in liquidatie". 6. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en overige gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende de door de wet bepaalde termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven in het Handelsregister. 10 Slotbepaling 1. Tot leden van het bestuur worden benoemd: a. B.G.J. Lubberdink, voorzitter b. F. Rosier, lid. 2. De raad van toezicht bestaat per 1 januari 2018 uit de navolgende personen: a. G. Aukema; b. E.I. Soeters; c. G. Tol; d. R. Westerbeek; e. C.M. Zijlstra; f. Vacature; g. Vacature (op voordracht van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/9805778b-abd7-4f90-beeb-f44258b2f3bf?agendaItemId=cf17453d-ef4e-4124-855e-24a3a4024154