Nieuw Welstandsnota deelgebied Steenwijk historisch centrum.pdf
Tekst van het document
2. Stuwwallandschap tussen Steenwijk en Johannes Postkazerne 2.4. Steenwijk historisch centrum Gebiedsbeschrijving Structuur Tussen twee stuwwallen uit de ijstijd ligt het ri- vierdal van de Steenwijker Aa. Steenwijk ont- stond bij een doorwaadbare plaats aan de kant van de Steenwijkerkamp. Einde 13 e eeuw ver- kreeg Steenwijk stadsrechten en ontwikkelde zich tot een belangrijk marktcentrum. De huidi- ge stervormige omtrek van het historische cen- trum wordt bepaald door de middeleeuwse ves- tingwerken, in 1568 ve rbeterd. De omwalling werd deels geslecht tussen 1829 en 1874, maar drie bastions en de stadsgracht zijn nog duide- lijk als structuur herkenbaar. Het laat middel- eeuwse stratenpatroon is nog grotendeels in- tact. De elkaar haaks kruisende hoofdstraten eindigen bij de plaatsen van de voormalige stadspoorten.
De Markt vormt het hart van de binnenstad en ligt centraal aan de kruisende hoofdstraten. Kenmerkend is het hoogteverschil tussen het Noorden en het Zuiden van de stad. De belangrijkste historische bouwwerken zijn strategisch aan de hoofdstraten gelegen. Elke straat in de kern heeft een eigen identiteit, maar een overwegend gelijkwaardige beeldkwaliteit. De straten binnen het centrum zijn op basis van het historische patroon te verdelen in hoofd-, en nevenstraten. Daarnaast zijn er nog enkele (nieuwe) verkeerswegen. Langs de randen van de historische kern is de bebouwing grootschaliger omdat veel oude panden zijn vervangen door negentiende- en twintigste-eeuwse invullingen. Zoals langs de Burgemeester Goeman Borgesiusstraat, langs de Kornputsingel en aan de Scholestraat. Func- tioneel behoort het Gedempte Steenwijkerdiep bij het gebied dat als het centrum van Steenwijk wordt aangeduid.
Het Steenwijkerdiep is net buiten de rand van de kern gelegen en staat in directe relatie tot de vaarroute. Ook buiten de voormalige stadswal- len gelegen is de landschappelijke parkaanleg van villa Rams Woerthe, een groene wig die de kern van Steenwijk verbindt met het buitenge- bied. In het gebied bij het Steenwijkerdiep en gren- zend aan het park Rams Woerthe, is een nieu- we ontwikkeling gaande waarbij een nieuw woongebied wordt gecreëerd. Daartoe worden oude pakhuizen en delen van bedrijven tot wo- ningen, winkels of horecagelegenheid worden verbouwd en worden nieuwe woningen en ap- partementencomplexen gebouwd. Bebouwing De historische woonhuisbebouwing weerspie- gelt de ontwikkelingsgeschiedenis van het stadshuis. De pandbreedte is vrijwel overal vier tot zes meter. Langs de hoofdstraten en rondom de Markt bestaan de panden overwegend uit twee bouwlagen onder een kap met de noklijn dwars op de rooilijn. Trap- en halsgevels komen voor, maar de meeste gevels worden door een lijst beëindigd. Het zijn smalle en hoge panden met meestal drie vensterassen.
In de nevenstraten is de bebouwing lager, overwegend één bouwlaag met een (per pand verschillend vormge geven) kap. Het zijn voor- namelijk eenvoudige woningen bestemd voor ambachtslieden. De rijkere woningen hebben soms een dakkapel en een afgeknot schilddak. Door toepassing van een mansardekap ont- stond meer ruimte op de bovenverdieping en kon de begane grond gebruikt worden voor be- drijfsactiviteiten, vaak herkenbaar aan de grote (schuur-)deuren aan de straatzijde. In de oude kern komen ook, net als aan het Steenwijkerdiep, pakhuizen voor. De jongere pakhuizen langs het Steenwijkerdiep zijn opge- trokken over meer bouwlagen onder een plat dak of sheddaken met aandacht voor de gevel- indelingen en details.
In het centrum zijn veel invullingen uit het begin van de vorige eeuw te vinden. Ze sluiten qua maat en schaal goed aan bij de oorspronkelijke bebouwing. De hoofdvorm is overwegend twee bouwlagen met een kap. De gevelopeningen zijn iets meer horizontaal gericht. Soms worden erkers toege- past.
Aan de Kornputsingel komen voornamelijk he- renhuizen voor, gerelateerd aan de voorname status van de straat. Twee bouwlagen, drie vensterassen breed komt vaak voor. De rijke ornamentiek is beïnvloed door de renaissance en het classicisme. Langs de Molenwal bevindt zich een groepje vrijstaande woningen uit de jaren dertig, die in typologie en kleurgebruik een eenheid vormen. Ze richten zich met hun voorgevels naar de stadswal.
De naoorlogse invullingen in het centrum ken- merken zich door een breuk met de traditie van kleinschaligheid en sluiten vaak niet aan op de maat van de oorspronkelijke bebouwing. Op een aantal plaatsen is een invulling gerealiseerd van drie of meer bouwlagen, soms voorzien van een plat dak. Prinsenhoven en de sociale wo- ningbouw langs de Weemstraat zijn hiervan een voorbeeld. Tot de grootschalige randinvullingen behoort een supermarkt aan de Scholestraat. De sociale woningbouw wordt gekenmerkt door balkons en loggia’s in plaats van de karakteris- tieke, historische vlakke gevelwanden.
De rooilijn wordt niet altijd gevolgd (voortuin- tjes!) en op de begane grond komen dichte ge- vels ten behoeve van bergingen en entrees voor. Daarnaast zijn in de naoorlogse periode veel puien van historische panden uitgebroken, waardoor de oorspronkelijke relatie tussen on- derbouw en bovenbouw is verdwenen. Er zijn echter ook voorbeelden van panden waarbij dit met respect voor de oorspronkelijke verhoudin- gen is gebeurd.
Detaillering Kenmerkend voor de historische bebouwing is het gebruik van ‘aardse’ kleuren bruin, rood oranje en zandgeel etc. Gepleisterde gevels komen ook voor. De vele daklijsten en de kozijnen zijn in allerlei soorten wit geschilderd. De detaillering van de v ooroorlogse periode wordt gekenmerkt door decoratief metselwerk. Typerend in deze periode zijn ook de opvallen- de details bij een aantal markante hoekpanden.
De kwaliteit van de naoorlogse toegepaste ma- terialen en de mate van detaillering is soms ma- tig. De voorkomende reclame-uitingen uit deze periode benemen het zich t op de oorspronkelij- ke detaillering.
Bijzondere elementen Tot de bijzondere structurele elementen beho- ren de Onnapoort en de herstelde stadswallen. Zij geven de begrenzing van het historische centrum aan. De torens van de Grote Kerk en de Gereformeerde Kerk fungeren als oriëntatie- punten. Van de industriële bebouwing is het voormalige werkverschaffinggebouw aan het Steenwijker- diep (75) beeldbepalend.
Van de negentiende-eeuwse bebouwing is de monumentale villa Rams Woerthe uit 1899 met bijbehorende elementen van de parkaanleg bij- zonder. Het is een rijksmonument. Nieuwe theekoepel. Een voorbeeld van een nieuw element met een nieuwe functie dat ech- ter goed aansluit bij de monumentale omgeving.
Nieuwe Muziekkoepel. Beeldbepalend bouw- werk in het park. Bioscoop. Een mooi voorbeeld van het "nieuwe bouwen". Materiaalgebruik, gevelindeling en de- taillering zijn van hoge kwaliteit en typerend voor die periode.
De Doopsgezinde kerk met rode beuk. Ligt te- rug ten opzichte van de straatwand waardoor er een kleine binnenplaats ontstaat. Afwijkend en daardoor opvallend ten opzichte van overige bebouwing.
Welstandsbeleid Verantwoording Het centrum van Steenwijk is een historische kern met veel historische bebouwing. De struc- tuur en de historische bebouwing dienen te worden behouden. De bebouwing is echter in de loop van de eeuwen gegroeid met daardoor zeer veel verschillen binnen het kader van de beschreven karakteristieken. Ook nu kan er met nieuwbouw in een eigentijdse vormgeving ver- der worden gebouwd aan de stad. Deze nieuw- bouw dient dan wel met respect voor het oude te worden ontworpen. Een aantal karakteristie- ken is daarbij van wezenlijk belang en deze zijn dan ook in de criteria benoemd. Beleid 1. De bebouwingskarakteristieken zoals die in de gebiedsbeschrijving zijn omschreven dienen te worden behouden. 2. Vernieuwing is onder voorwaarden moge- lijk. 3. Voor het gebied rond het Steenwijkerdiep geldt het beeldkwaliteitplan als toetsingska- der. Dit beeldkwaliteitplan maakt integraal onderdeel uit van deze nota. Welstandscriteria Situering 1. De situering van de gebouwen kan variëren maar dient zoveel mogelijk naar de openba- re ruimte gericht te zijn en afgestemd te worden op de plaatselijke situatie. 2. Binnen de wal dient de bebouwing zoveel mogelijk aaneengesloten te zijn. Vormgeving 1. De bebouwingskarakteristieken zoals in de gebiedsbeschrijving beschreven dienen te worden behouden.
Speciale aandachtspun- ten waarop zal worden beoordeeld zijn: kleinschaligheid, kapvormen, korrelgrootte, relatie tussen begane grond en bovenver- dieping, vlakke gevels, hoekoplossingen, verticaal gerichte gevelindelingen. 2. Vernieuwing is mogelijk maar alleen met respect voor maat, schaal, kapvorm en de gevelindeling van de bestaande bebouwing. Deze bouwplannen worden ook beoordeeld aan de hand van de criteria voor architecto- nische kwaliteit uit paragraaf 6.2 3. Bij veranderingen aan de gevel dient ge- streefd te worden naar herstellen van de architectonische samenhang tussen onder- en bovenbouw. 4. De plaats, afmeting en verhoudingen van de raam- en deuropeningen dienen goed op elkaar afgestemd te zijn en te harmoniëren met de belendende bebouwing. 5. Rond het Steenwijkerdiep worden gebou- wen getoetst aan het beeldkwaliteitplan. Detaillering, kleuren en materialen 1. Binnen het centrum wordt gestreefd naar toepassing van ‘aardse’ kleuren en traditio- nele materialen. Andere kleuren en materia- len zijn toegestaan mits deze harmoniëren met de directe omgeving en de detaillering van het bestaande gebouw niet overheer- sen. 2. Bij veranderingen aan bestaande bebou- wing dient de detaillering aan te sluiten bij de oorspronkelijke vo rmgeving van het ge- bouw en minimaal een gelijkwaardige kwali- teit te bezitten. 3.
Bij vernieuwing is een afwijkende detaille- ring toegestaan. Leeswijzer beschrijvingen Gebiedsindeling Het welstandstoezicht wordt gevoerd op grond van gebiedsgerichte criteria. Om de- ze criteria op te kunnen stellen, zijn eerst verschillende gebieden van elkaar onder- scheiden. Dit is gedaan door te zoeken naar een bepaalde samenhang op grond van stedenbouwkundige, landschappelijke en/of architectonische kenmerken. Deze samenhang kan bestaan uit een vijftal aspecten: 1. de functie; 2. de ontstaansgeschiedenis; 3. de ruimtelijke verschijningsvorm; 4. de relevantie van het onderscheid tus- sen de gebieden voor welstandstoe- zicht; 5. de dynamiek van het bouwen. De mate waarin één van deze aspecten overheerst, wisselt per gebied. Als bijvoor- beeld in twee gebieden hetzelfde wel- standsbeleid en dezelfde criteria worden gehanteerd, is het de vraag of het onder- scheid nog relevant genoeg is voor het vasthouden aan twee gebieden. Op deze wijze is een gebiedsindeling ont- staan waarbij de gemeente in 6 hoofdge- bieden is ingedeeld. Binnen deze hoofd- gebieden zijn vervolgens subgebieden onderscheiden. De kern Steenwijk is bij- voorbeeld verdeeld in 5 gebieden. In to- taal zijn 29 gebieden benoemd. De ge- biedsindeling is terug te vinden op de overzichtskaart die als bijlage bij de wel- standsnota is gevoegd.
Toelichting op de gebiedsbeschrijvingen Per gebied is een aantal bladen gemaakt met de beschrijving, de waardering, het te hanteren welstandsbeleid en de welstands- criteria. Elke gebiedsbeschrijving heeft dezelfde opbouw: ♦ Kaart Op het eerste blad staat een kaartje waarop (de ligging van) het gebied is aangegeven. ♦ Gebiedsbeschrijving Na het kaartje volgt de gebiedsbeschrijving. Hier worden de belangrijkste karakteristie- ken van het gebied en vooral van de be- bouwing beschreven. De gebiedsbeschrij- ving is opgebouwd van groot naar klein en daarbij opgedeeld in drie kopjes: structuur, bebouwing en detaillering. Onder structuur wordt de ontstaansgeschiedenis en de structuur van het gebied beschreven evenals de plaatsing van de bebouwing. Onder bebouwing worden specifieke aspec- ten van de bebouwing zelf beschreven zo- als (architectonische) stijl, gevelopbouw, overheersende hoofd- en kapvorm. Onder het kopje detaillering wordt aandacht be- steed aan de detailleri ng, materialen en kleuren van de bebouwing. De beschrijving en waardering zijn niet los van elkaar te zien. Op het moment dat je de keuze maakt om iets te beschrijven geef je al een impli- ciete waardering. In de gebiedsbeschrijvin- gen zitten dan ook elementen van de waar- dering geïntegreerd. ♦ Bijzondere elementen Bij de beschrijvingen worden ook de bijzon- dere elementen benoemd.
Het gaat daarbij om gebouwen die (in positieve of negatieve zin) afwijken van de algemene gebiedsbe- schrijving. Welstandsbeleid Het welstandbeleid wordt steeds voorafge- gaan door een verantwoording van het be- leid. Hierin wordt kort uiteengezet waarom in een bepaald gebied gekozen is voor het geformuleerde beleid. Hierin ligt ook een waardering besloten van de kwaliteiten en karakteristieken van het gebied. Het welstandsbeleid wordt steeds opge- bouwd uit: 1. één of meer punten die de algemene lijn vormen; 2. één of meer punten die elementen be- noemen die specifiek zijn voor het ge- bied. Bij de formulering van het beleid wordt een aantal termen gebruikt die om een nadere toelichting vragen. Ten eerste wordt er on- derscheid gemaakt tussen behouden, res- pecteren en vernieuwen: Behouden van de bebouwingskarakteristie- ken. Met behouden wordt bedoeld dat bouwplannen dezelfde bebouwingkarakte- ristieken dienen te hebben als de bestaan- de gebouwen. Van de gebiedsbeschrijving afwijkende vormgeving voldoet dan dus niet aan redelijke eisen van welstand. Dat geldt dus voor nieuwbouw, maar ook voor uit- breidingen en verbouwingen aan bestaande gebouwen. Tenzij dit expliciet anders is ge- formuleerd. Respecteren van de bebouwingkarakteris- tieken.
Hiermee wordt bedoeld dat bouw- plannen de gebiedskarakteristieken als uit- gangspunt moeten hebben maar dat op on- derdelen hier nieuwe vormen etc. aan toe- gevoegd kunnen worden. Anders gezegd een bouwplan mag op onderdelen afwijken maar niet conflicteren met de bestaande bebouwing. Vernieuwen. Hiermee wordt bedoeld dat van de gebiedskarakteristieken afwijkende bebouwing geen probleem vormt. Het gaat dan alleen om nieuwbouw of complete ver- nieuwbouw en niet om uitbreidingen en ge- deeltelijke verbouwingen. Ter aanvulling worden nog de volgende termen gebruikt: Versterken. Hiermee wordt bedoeld dat een bouwplan zodanig ontworpen moet zijn dat het eventuele afwijkingen op onderdelen van de bestaande bebouwing teniet doet. Het totale plan moet na realisering van het bouwplan beter voldoen aan de gebiedska- rakteristieken. Herstellen. Hiermee wordt bedoeld dat oor- spronkelijke karakteristieken weer terugge- bracht moeten worden. Dit gaat niet alleen om verbouwingen en uitbreidingen aan be- staande gebouwen maar ook om nieuw- bouw. Dit wordt met name gebruikt in be- schermde gezichten. Versterken van de kwaliteit van de vormge- ving. Hiermee wordt bedoeld dat het bouw- plan een hogere kwaliteit van architectuur dient te hebben dan de bestaande bebou- wing. Het bouwplan zal dan moeten vol- doen aan de criteria voor architectonische kwaliteit.
Bij alle categorieën zijn regelmatig uitzon- deringen of nadere voorwaarden benoemd. Welstandscriteria Het welstandsbeleid is uitgewerkt in de ge- biedsgerichte welstandscriteria. Naast de gebiedsgericht criteria kunnen ook meer objectgerichte criteria of specifieke criteria gelden. Daarnaast is er één algemeen crite- rium dat geldt in alle gebieden: ♦ Bij nieuwbouw, wijziging en uitbreidin- gen dient de architectonische kwaliteit minimaal gelijkwaardig te zijn aan de bestaande architectonische kwaliteit. Zonder dat bij elk gebied naar deze criteria wordt verwezen gelden in alle gebieden de volgende criteria: ♦ Voor monumenten: De criteria voor monumenten. ♦ Voor reclameobjecten: Het reclamebe- leid. ♦ Voor licht vergunningplichtige bouwwer- ken: De sneltoetscriteria. In de be- schermde stads- en dorpsgezichten gelden behalve de sneltoetscriteria al- tijd ook de gebiedsgerichte criteria. ♦ Voor recreatieterreinen: Bij recreatieter- reinen dienen bij bouwplannen voor verbouwing, uitbreiding en nieuwbouw de bebouwingskarakteristieken van de bestaande bebouwing te worden ge- respecteerd. Bij algehele vervangende nieuwbouw dienen de bebouwingska- rakteristieken van het gebied waarin het recreatieterrein is gelegen te worden gerespecteerd.
♦ Voor de bijzondere elementen: bij uit- breidingen en verbouwingen dienen de bebouwingskarakteristieken te worden behouden en waar mogelijk versterkt. Beeldkwaliteitplannen Naast de gebiedsgerichte criteria gelden er in delen van twee gebieden nog beeldkwali- teitplannen. Het gaat om: ♦ gebied 2.4. "Steenwijk, historisch cen- trum", daar is het beeldkwaliteitplan Steenwijkerdiep (september 2000) gel- dig; ♦ gebied 2.8. "Steenwijk, naoorlogse uit- breidingen", daar is het beeldkwaliteit- plan "Woldmeenthe" geldig. Beide beeldkwaliteitplannen maken inte- graal onderdeel uit van deze welstandsno- ta.