CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Nieuw toegevoegd: Schriftelijke beantwoording vragen PM 7 maart 2023.pdf

Raadsvergadering 14 maart 2023, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8, IJsselham1.062 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactie op vragen GroenLinks bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8, IJsselham Vraag: kun je hier wel van een reële afname in de emissie en depositie spreken zoals in de stukken staat als de reële situatie is dat de huidige stal leeg staat? Antwoord: de Aerius-berekening ten behoeve van de beoogde ontwikkeling aan de Lakeweg 7 laat zien dat de door de provincie in 2015 verleende en nog steeds geldende Wnb -vergunning voor het agrarisch bedrijf aan de Lakeweg 7 voldoende ruimte bevat om het beo ogde plan mogelijk te maken. Vraag: is de Hinderwet vergunning voor Lakeweg 7 aangepast? En wat is er met de toen geldende rechten gebeurd? Antwoord: de Hinderwet is in 1993 geheel vervangen door de Wet milieubeheer. Het agrarische bedrijf aan de Lakeweg 7 valt onder de werking van het Activiteitenbesluit milieubeheer, dat gebaseerd is op de Wet milieubeheer. Vraag: is het college bereid om een second opinion te vragen door bijvoorbeeld MOB? Deze hebben o.a. de gemeente Sliedrecht al vaak met raad en daad bijgestaan. Antwoord: het college wil benadrukken dat de aangeleverde stikstofberekeningen in het kader van de Wet natuurbescherming uitgevoerd zijn door toepassing van de AERIUS calculator. Het gebruik van de AERIUS calculator is een wettelijke verplichting. Het college ziet geen reden om te twijfelen aan de uitgevoerde berekeningen en in het verlengde daarvan te vragen om een second opinion.

Vraag: onduidelijk is of wij met het toestemmen van deze bestemmingsplanwijziging meteen ook de bouw van de stal afvinken? En welke emissie arme stal wordt bedoelt in deze stukken? De raad van state heeft immers al meerdere emissie arme stallen van de kaart gehaald – simpelweg omdat ze niet werken! Antwoord: nee dat is niet het geval. Voor de bouw van de beoogde stal zal een aanvraag om een omgevingsvergunning moeten worden aangevraagd. De te bouwen stal betreft een emissiearme stal van het stalsysteem met de RAV-code A1.10. In tegenstelling tot het stalsysteem met de RAV-code A1.13, is het stalsysteem met de RAV-code A1.10 niet afgekeurd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Vraag: met wie heeft initiatiefnemer die avond gesproken? Antwoord: door de initiatiefnemers zijn op 11 februari de meest nabije buren uitgenodigd, dit omdat zij direct zicht hebben op het plangebied. Deze buren hebben te kennen gegeven positief tegenover de bestemmingsplanwijziging voor Lakeweg 7 en 8 te staan. Vraag: is dit voldoende voor een oprechte gebiedsgerichte aanpak en is er onderzocht of anderen hier geen tekort mee wordt gedaan? Antwoord: met betrekking tot deze beoogde ontwikkeling heeft het college geen signalen ontvangen van een gebrek aan participatie en/of draagvlak.

Voor de volledigheid merkt het college daarnaast op dat er geen zienswijzen zijn ingediend tegen dit plan door omwonenden. Vraag: welke gevolgen heeft het voor anderen in de omgeving? Of is door dit goed te keuren voor iedereen anders in het gebied geen ruimte meer? Antwoord: de beoogde ontwikkeling voldoet aan alle van toepassing zijnde wettelijke kaders, waaronder de goede ruimtelijke ordening, milieuregelgeving en natuurbeschermingsregels. In dit verband wijst het college ook op de conclusie van de Omgevingsdienst, waarin wordt aangegeven dat de beoogde ontwikkeling geen belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Het beoogde plan heeft niet als gevolg dat er in het gebied geen ruimte meer is voor andere ontwikkelingen. Vraag: is het college van mening dat dit voldoet aan de wens om met de gebiedsgerichte aanpak te werken? Antwoord: het college gaat er vanuit dat met deze vraag gedoeld wordt op de mate van participatie en draagvlak. Het college onderschrijft het belang van participatie en adviseert initiatiefnemers dringend om serieus werk te maken van participatie. Met betrekking tot deze beoogde ontwikkeling heeft het college geen signalen ontvangen van een gebrek aan participatie en/of draagvlak. Vraag: MER; een mer beoordeling zou niet nodig zijn. Met een toename van 44 stuks melkvee neemt het landbouw verkeer wel toe.

Wat vind het college hiervan? Antwoord: in het kader van het milieuaspect (de zogenoemde vormvrije m.e.r.-beoordeling) is het plan voorgelegd aan de Omgevingsdienst. Onderdeel hiervan is ook de beoordeling van de toename van het landbouwverkeer. De Omgevingsdienst komt tot de conclusie dat de beoogde ontwikkeling geen belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Een milieueffectrapport hoeft dan ook niet te worden opgesteld. Het college ziet geen reden om te twijfelen aan deze conclusie van de Omgevingsdienst. Vraag: in art 2.1.3 blz. 20 staat dat de uitbreiding noodzakelijk is voor de continuïteit v.h. bedrijf - dit wordt niet onderbouwd. Heeft indiener ook naar andere opties gekeken? Is er begeleiding geweest vanuit de gemeente? Is er onderzocht wat noodzakelijk zou zijn om op kringloop landbouw over te stappen? Antwoord: de beoogde ontwikkeling maakt het mogelijk om een efficiëntere en diervriendelijkere bedrijfsvoering te realiseren en te voorzien in een duurzaam toekomstperspectief voor het agrarische bedrijf. Door toepassing van een emissiearm stalsysteem wordt gezorgd voor minder uitstoot. Het verkennen van andere mogelijke opties is aan initiatiefnemer. Uiteraard is het college altijd bereid om mee te denken met betrekking tot toekomstige ontwikkelingen.

Maar het staat initiatiefnemers vrij om een verzoek in te dienen tot wijziging van het bestemmingsplan ten behoeve van een ontwikkeling die men wil realiseren. De wettelijke taak van het college is dan om het besluitvormingsproces voor te bereiden en aan uw raad ter besluitvorming voor te leggen. Vraag: op pagina 21/22 zeggen ze iets over kwaliteitsimpuls groene omgeving. Kan de wethouder hier meer toelichting over geven of is hiermee alleen de paddenpoel bedoelt? Of nog andere impulsen? Antwoord: bij de toelichting van het bestemmingsplan is in Bijlage 2 KGO-investering een hoofdstuk opgenomen over de gedane inspanningen voor de kwaliteitsimpuls. Volledigheidshalve wordt daarnaar verwezen. Er wordt geïnvesteerd in de kwaliteit middels een Landschappelijk inpassingsplan (bijlage 1). Er wordt naast de bestaande groenstructuur nieuwe beplanting toegevoegd, waarmee het agrarische bedrijf ruimtelijk goed wordt ingepast. Naast de landschappelijke inpassing wordt ook geïnvesteerd in aanvullende beplanting, duurzamere bedrijfsvoering en een paddenpoel. Vraag: over weidevogels beheer lezen wij niets in dit stuk. Wat is daar de reden voor? Antwoord: in de Wet natuurbescherming is een zorgplicht vastgelegd, waarin is bepaald dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor beschermde gebieden, in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.

Deze bepaling is te allen tijde van toepassing, ongeacht of dit onderwerp wel of niet is benoemd in een bestemmingsplan of ander planologisch besluit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/82f9e14c-e473-4a75-b0fd-7115890d5eea?agendaItemId=9b3fcc68-2b9e-4ac9-9f91-93631dab3f67