Nieuw toegevoegd: provinciale reactie op de gemeentelijk zienswijze tegen het N2000 beheerplan
Tekst van het document
Zienswijze van gemeente Steenwijkerland tegen het ontwerp N2000 Beheerplan De Wieden- Weerribben, met antwoord van de provincie (bron: Nota van Antwoord, mei 2017) Zienswijze 1. Bij de beschrijving van de consequenties voor de instandhoudingdoelstellingen (4.5) wordt de verantwoordelijkheid voor het op orde brengen van bestemmingsplannen bij de gemeente neergelegd. We missen in deze tekst de afspraken die we met de provincie hebben gemaakt over de toepassing van een provinciaal inpassingsplan. Antwoord: Het klopt dat de gemeente heeft aangegeven dat voor de wijzigingen van de bestemming als gevolg van de nog op te stellen inrichtingsplannen in het kader van de Ontwikkelopgave Natura 2000 zij er de voorkeur aan geeft dat dit via een Provinciaal Inpassingsplan (PIP) zal worden vastgelegd. Dit zal in de tekst worden aangevuld. 2. Bij de beoordeling van RWZI’s (5.4.6) wordt aangegeven dat de RWZI Steenwijk een negatief effect heeft op de fosfaatconcentraties in het oppervlaktewater. De gehaltes stikstof en sulfaat zijn mogelijk ook te hoog. In deze tekst missen wij de gegevens over het aandeel van de RWZI in de totale belasting van het gebied. De RWZI is de beste zuivering van Nederland; het effluent heeft een veel lagere concentratie dan de lozingseisen vereisen. Wij zijn van mening dat de bijdrage van deze RWZI op de totale fosfaatbelasting van het gebied beperkt is.
De conclusie van de beoordeling moet dan ook zijn dat de RWZI onveranderd kan worden gecontinueerd (groen). Antwoord: De RWZI Steenwijk en de riooloverstorten zijn op basis van nadere informatie die in het najaar 2016 ter beschikking is gekomen, opnieuw beoordeeld. Zowel de RWZI als de riooloverstorten zijn daarom niet langer als 'geel' beoordeeld maar als 'groen'. 3. Bij de beoordeling van de riooloverstorten (5.4.7) wordt aangegeven dat deze met name een negatief effect hebben op de fosfaatconcentraties het oppervlaktewater. Ook hier missen we de gegevens over het aandeel dat de overstorten hebben in de t otale belasting van het gebied. Een onderbouwing van aantal en locaties ontbreekt. We zijn van mening dat de bijdrage van de riooloverstorten op het totaal relatief klein is. De conclusie van de beoordeling moet dan ook zijn dat de riooloverstorten onveranderd kunnen worden gecontinueerd (groen). Antwoord: De RWZI Steenwijk en de riooloverstorten zijn op basis van nadere informatie die in het najaar 2016 ter beschikking is gekomen, opnieuw beoordeeld. Zowel de RWZI als de riooloverstorten zijn daarom niet langer als 'geel' beoordeeld maar als 'groen'. 4. Bij de beschrijving en voorwaarden van ‘maaien watervegetatie’(5.4.9) wordt aangegeven dat op dit moment alleen het waterschap watervegetatie maait.
Dit is niet het geval: ook de gemeente Steenwijkerland en andere eigenaren maaien watergangen. Een voorwaarde voor het maaien van watervegetatie is dat kranswieren nooit worden gemaaid. Deze voorwaarde is te absoluut. Het maaien van kranswieren kan niet worden uitgesloten. Ook de voorwaarde dat van lijnvormige wateren maximaal 50% van de breedte jaarlijks wordt gemaaid is te absoluut. Voor een goede functie (varen of wateraan- en afvoer) kan dit te weinig zijn. We vragen u op dit onderdeel met de betreffende partijen nieuwe uitvoerbare voorwaarden te formuleren. Antwoord: De activiteit maaien van watervegetaties kan, mits aan de aangegeven voorwaarden wordt voldaan, worden uitgevoerd zonder dat een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming (voorheen: Natuurbeschermingswet 1998) nodig is. Er kan niet met zekerheid gesteld worden dat met minder stringente voorwaarden de instandhoudingsdoelstellingen gegarandeerd kunnen worden. De mogelijkheid blijft om een Wet natuurbescherming-vergunning (Wnb-vergunning) aan te vragen voor een specifieke activiteit. 5. Bij de beschrijving van recreatie en toerisme (5.4.14) wordt aangegeven dat het cumulatief effect van toerisme en recreatie wordt beoordeeld. Met ruim een miljoen bezoeke rs per jaar worden De Wieden en Weerribben druk bezocht.
Bij de beoordeling is aangegeven dat de effecten van recreatie en toerisme in het gebied kunnen worden weggenomen door het realiseren van rustgebieden (Visitormanagementplan). We missen in de beschrijving het schaatsen, zowel georganiseerd al ongeorganiseerd. We zijn van mening dat schaatsen (incl. schaatsevenementen) kan worden gecontinueerd onder de voorwaarde van de rustgebieden. In het beheerplan wordt aangegeven dat voor evenementen telkens moet worden beoordeeld of een vergunning noodzakelijk is. We zijn van mening dat een deel van deze evenementen op voorhand als ‘te continueren’ kan worden beoordeeld. Dit geldt bijvoorbeeld voor evenementen in de kernen die gericht zijn op lokale doelgroepen. D it geldt ook voor de georganiseerde routegebonden evenementen (kanotochten, wandeltochten, etc.). Wij zijn van mening dat dit soort evenementen niet specifiek hoeven te worden beoordeeld maar onder de voorwaarde van de rustgebieden kunnen worden gecontinueerd. In de beschrijving van recreatie en toerisme wordt aangegeven dat het Vollenhovermeer niet wordt bevaren. Dit is niet juist. Met name in de vaargeul zijn veel vaarbewegingen. Ter aanvulling op de beschrijving van fietsen en wandelen merken we nog op dat sinds 2009 een fietsknooppuntensysteem en een wandelroutenetwerk is gerealiseerd. We verzoeken u dit in de beschrijving mee te nemen.
Antwoord: De aanwezigheid van een fietsenknooppuntsysteem en wandelroutenetwerk zijn onderdeel van de bestaande activiteiten fietsen en wandelen en hoeven niet specifiek opgenomen te worden in het Natura 2000-beheerplan. Evenementen vallen niet onder bestaande activiteiten omdat ze niet jaarlijks op dezelfde wijze plaatsvinden en zijn daarom niet opgenomen in het Natura 2000- beheerplan. In het Natura 2000-beheerplan wordt aangegeven dat de vaargeul wel intensief bevaren wordt. 6. In bijlage 12a zijn de gebieden aangegeven die nodig zijn voor het realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen. Daarbij wordt ook perceel WNP00D 4247 betrokken,, tegenover de Belterweg 64 in Belt-Schutsloot. Op dit perceel is een initiatief voor het bouwen van een nieuwe rietloods. De plannen voor de rietloods zijn afgestemd met de eenheid RB en met het Programma Ontwikkelopgave EHS/N2000 van de provincie. De raad heeft op 15 november jl. het bestemmingsplan voor deze ontwikkeling vastgesteld. We verzoeken u deze locatie niet meer aan te geven als ‘nodig voor de instandhoudingsdoelstellingen’. Antwoord: Dit zal tijdens de planuitwerkingsfase, die volgt na de vaststelling van het beheerplan worden bekeken en met de indiener worden besproken.
Indien dit perceel niet nodig blijkt te zijn voor de Natura 2000-maatregelen (bestemming en gebruik niet agrarisch of natuur zijn) kan de aanduiding uitwerkingsgebied Natura 2000 er af.