NIEUW Toegevoegd: Memo - toelichting aanpassing verordening jeugd gemeente Steenwijkerland - februari 2025
Tekst van het document
MEMO Aan: Gemeenteraad Van: College van burgemeesters en wethouders Datum: 6 februari 2025 Onderwerp: Verordening Jeugdhulp gemeente Steenwijkerland Inleiding en aanleiding Tijdens de politieke markt van 4 februari jl. is de aanpassing van de verordening jeugd gemeente Steenwijkerland besproken. Dit betreffen technische wijzigingen. Door de fractie van de ChristenUnie het volgende gevraagd; 1. Is de rol van de pleegouder geborgd in de verordening? 2. Wat betekent de aanpassing van de verordening in de praktijk? 1. Is de rol van de pleegouder geborgd in de verordening? Bij het opstellen van de nieuwe verordening gaan we uit van de begrippen zoals deze in de Jeugdwet zijn vastgelegd. Deze begrippen hoeven niet nogmaals in de verordening te worden opgenomen vanuit de rangorde dat hogere wetgeving voorgaat op lagere wetgeving. De Jeugdwet beschrijft in hoofdstuk 1 de begripsbepaling en reikwijdte. Artikel 1.1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Ouder: gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder Pleegouder: persoon die jeugdige die niet zijn kind of stiefkind is, als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt en daartoe een pleeg contract als bedoeld in artikel 5.2.
eerste lid, heeft gesloten met een pleegzorgaanbieder Pleegoudervoogd: pleegouder die tevens belast is met voogdij als bedoeld in boek 1 Burgerlijk Wetboek De rol van de pleegouder is daarmee geborgd in de verordening. Pagina 2 van 2 2. Wat betekent de aanpassing van de verordening in de praktijk? Om te kunnen bepalen of inzet van jeugdhulp nodig is, vinden gesprekken plaatst met de ouder(s) en de jeugdconsulent met behu lp van een stappenplan. Daaruit moet voldoende kennis verkregen worden over de voor het nemen van een besluit over jeugdhulp van be lang zijnde feiten en af te weten belangen. 1. Vaststellen wat de hulpvraag van de jeugdige is. 2. Vaststellen of sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen en zo ja, welke problemen en stoornissen dat zijn. 3. Vaststellen welke hulp naar aard en omvang nodig is voor de jeugdige om, rekening houden met zijn leeftijd en ontwikkelingsni veau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te partic iperen. 4. Onderzoeken of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en van het sociale net werk toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden. 5. Zijn de mogelijkheden ontoereikend dan treft het college een voorziening van jeugdhulp.
Vereist het onderzoek de nodige hulp, dan wel jeugdhulp specifieke deskundigheid, dan mag een specifiek deskundig oordeel en advies niet ontbreken. Toelichting punt 4: Tot het sociale netwerk behoren andere personen binnen de huiselijke kring van familie, vrienden, kenniss en en bekenden die van betekenis zijn voor- en bijdragen aan het welzijn en welbevinden van de jeugdige of zijn ouder(s). Het vier-ogen principe wordt toegepast. En bij bijvoorbeeld veiligheidsvraagstukken wordt ook de gedragskundige betrokken.