Nieuw toegevoegd: 201904 evaluatie SO++.pdf
Tekst van het document
SO+ APRIL 2019 In het schooljaar 2018/2019 zijn we samen met het Onderwijs Expertise Centrum ’t Ravelijn in Steenwijk - als proef - begonnen met een vernieuwende aanpak. Kinderen die zich niet kunnen handhaven in de regu- liere groepen voor speciaal onderwijs van ‘t Ravelijn, krijgen in hele kleine groepen (de SO+ groep en de SO++ groep) les van een leerkracht die daarbij onder- steund wordt door een pedagoog. Het doel is dat de kinderen weer volledig aan het onderwijs kunnen deelnemen en uiteindelijk weer in een reguliere Ravelijn-groep opgenomen kunnen worden. Welke resultaten hebben we tot nu toe behaald? U leest het in deze eerste tussenevaluatie. 1 Proef met SO+ groepen op ’t Ravelijn Tussenevaluatie Kort samengevat Uit de tussenevaluatie blijkt dat de kinderen, dank- zij de intensieve begeleiding in een SO+ of SO++ groep, weer ontwikkeling laten zien. Een aantal kinderen dat eerst thuiszat, gaat nu weer elke dag naar school. Ook het aantal incidenten is tijdens de proefperiode aanzienlijk afgenomen. Tegelijkertijd zijn er ook aandachtspunten. Bijvoorbeeld als het gaat om de samenstelling van de SO+ groepen. De clustering van soms heftige problematiek kan versterkend werken en bovendien leiden tot over- belasting van de leerkrachten. Ouders zijn positief. Zij ervaren dat het beter gaat met hun kind en ook binnen het gezin.
Voor wie De speciale SO+ (8 kinderen) en SO++ (4 kinderen) groepen zijn bedoeld voor kinderen die zich niet kunnen handhaven in de reguliere Ravelijn-groepen. Door psychiatrische oor- zaken kampen zij met forse gedragsproblemen. In de groep uit zich dat vaak in verbale of fysieke agressie. Hierdoor kun- nen ze niet of niet volledig meedoen aan het onderwijs. Deze kinderen hebben extra ondersteuning nodig. Intensieve begeleiding De SO+(+) groepen kennen een ruime formatie. Op beide groepen zit 2,2 fte: een zeer ervaren leerkracht én een onder- steuner met een pedagogische of psychologische opleiding op HBO-niveau. Het onderwijs en de gemeenten, die een bijdrage per leerling betalen, zorgen voor de financiering. Het mes snijdt aan twee kanten. Door de SO+(+) groepen is geen individuele begeleiding meer nodig op school of alter- natieve dagopvang. Deze kosten aan jeugdhulp worden uitgespaard. Samenwerking is cruciaal. Ook met de ouders. Kinderen worden alleen in deze groepen geplaatst als de ouders er ook achter staan. Monitoring Natuurlijk monitoren we de proef goed. We kijken onder andere naar het verzuim, het aantal incidenten met de kin- deren en naar de ontwikkeling in leerresultaten. Ook vragen we de mening van ouders, leerkrachten, jeugdconsulenten en hulpverleners en nemen we de onderlinge samenwerking onder de loep.
Nu het schooljaar halverwege is, is het tijd voor een eerste tussenevaluatie. Kleine groepen De SO+ groep is gestart met 8 kinderen. Helaas zijn er inmiddels 2 kinderen uitgevallen. De SO++ groep is begonnen met 4 kinderen. Tijdelijk is hieraan uit de SO+ groep een 5e kind toegevoegd geweest, omdat er binnen de SO+ groep veel agressie was. De SO++ kent hiermee geen uitval. In de SO+ groep ligt dit op 25%. De totale uitval komt op 16,6%. Aandachtspunt Door de clustering van heftige problematiek, ontstond met name in de SO+ groep veel agressie. Met het uitvallen van 2 leerlingen is er inmiddels rust ontstaan. Dit is ook de reden om de ‘lege’ plekken niet meer halverwege het schooljaar opnieuw in te vullen. Ook van de begeleiders van deze groepen wordt veel gevraagd. Dit brengt het risico van over- belasting met zich mee. Voor de 2 kinderen die uitgevallen zijn, wordt een alternatieve plek gezocht buiten ’t Ravelijn. Minder verzuim Een aantal kinderen ging, voordat we met de proef begonnen, niet volledig naar school. Met de komst van de SO+ en SO++ groepen zien we daarin een aantal veranderingen.
• 1 kind is van 60% verzuim naar 20% gegaan • 3 kinderen die meer dan 50% verzuim hadden, zijn naar geen tot normaal ziekteverzuim gegaan • 6 kinderen hadden geen abnormaal verzuim en dat is ook zo gebleven • 2 kinderen zijn volledig uitgevallen (zij hadden voor die tijd ook een hoog verzuim) Ontwikkeling in verzuim 2 De resultaten thuisz te hoog verz v abn naar reg verzuim geen abnorm verzuim stagnatie ontw wisseldn in eig temp met sprongen vooruit geen nulm bekend ja deels nee onbekend onbekend nee deels ja ja deels nee onbekend geen abnormaal verzuim en gelijk gebleven van abnormaal verzuim naar regulier verzuim te hoog verzuim, maar wel grote verbetering thuiszitten thuisz te hoog verz v abn naar reg verzuim geen abnorm verzuim stagnatie ontw wisseldn in eig temp met sprongen vooruit geen nulm bekend ja deels nee onbekend onbekend nee deels ja ja deels nee onbekend Het aantal incidenten is afgenomen 3 Kinderen minder bij incidenten betrokken De kinderen uit de SO+ en de SO++ groepen waren, voordat we met de proef begonnen, bij veel incidenten betrokken. Hiermee bedoelen we forse verbale en/of fysieke agressie. Voor de kinderen in de SO++ groep lag dit aantal gemiddeld op 26 incidenten per maand. Nu is dat aantal gedaald tot een gemiddelde van 4 à 5 incidenten. Dat is een afname van meer dan 80%.
Kinderen in de SO+ groep waren voorheen bij gemiddeld 39 incidenten per maand betrokken. Nu is dat teruggelopen naar 25 incidenten per maand. Hoewel het aantal nog te hoog is, constateren we wel een afname van ruim 35%. Doordat er onlangs 2 kinderen uit deze groep gestopt zijn, verwachten we een verdere terugloop van het aantal incidenten. Ook op individueel niveau zijn grote effecten te zien. Zo zijn 2 kinderen met veel incidenten nu nagenoeg bij geen enkel incident meer betrokken. Dit terwijl de leerkrachten en begeleiders – door de ruimere personeelsbezetting – veel meer de mogelijkheid hebben de confrontatie te zoeken en dit als leermoment te gebruiken. Daling aantal incidenten in reguliere groepen In de praktijk ervaren de leerkrachten, dat – door de inzet van de SO+ en SO++ groepen – ook de reguliere groepen rustiger zijn geworden. Gemiddeld zijn er zo’n 2 incidenten per groep per maand. Hoewel exacte cijfers over het voorgaande schooljaar ontbreken, geven de leerkrachten aan dat dit aantal fors groter is geweest. Ontwikkeling in leerresultaten De vooruitgang van technisch lezen, begrijpend lezen, spelling, rekenen en wiskunde monitoren we in zogenaamde DLE’s (de didactische leereenheden). Ook hierin zien we een ontwikkeling. • 3 kinderen zijn met sprongen vooruitgegaan. • 4 kinderen ontwikkelen zich verder in hun eigen tempo.
Een aantal onderdelen blijft wat achter, op andere onderdelen zien we een duidelijke vooruitgang. • Bij 2 kinderen lijkt de groei min of meer gestagneerd. Mogelijk dat hun plafond is bereikt. Van 3 kinderen was er geen 0-meting bekend en kunnen we nu nog geen ontwikkeling in DLE’s aangeven. Bij 1 kind, die voorheen niet toetsbaar was, kunnen we nu wel toetsen. Ook dat zien we als een positieve ontwikkeling. Ontwikkeling in DLE’s Naast het monitoren van de leerresultaten in DLE’s zijn voor ieder kind voor het eerste half jaar ook zorgdoelen geformuleerd. Deze doelen zijn bij 6 kinderen grotendeels behaald, bij 4 kinderen deels en bij 2 kinderen (die zijn uitgevallen) niet. geen nulmeting bekend met sprongen vooruit ontwikkeling wisselend/ in eigen tempo stagnatie thuisz te hoog verz v abn naar reg verzuim geen abnorm verzuim stagnatie ontw wisseldn in eig temp met sprongen vooruit geen nulm bekend ja deels nee onbekend onbekend nee deels ja ja deels nee onbekend Een deel van de kinderen gaat weer normaal naar school. Dat is een flinke stap! De betrokkenheid van ouders is essentieel 4 DE ERVARING VAN EEN MOEDER 1 ‘Ik kreeg de vragen en opmerkingen die ik nodig had. Ik voelde me vreselijk kwetsbaar, maar wilde dat dit ging lukken. De huisbezoeken hebben me goed gedaan. Spiegelen en de confronterende gesprekken hebben er-voor gezorgd dat ik mezelf weer op de rit heb ge- kregen.
Ik ben er nog lang niet, maar heb wel weer de handvatten gekregen die ik nodig had. Ik herken nu de momenten waar ik fout ga en kan het al enigszins herstellen. We hebben nog steeds geregeld woorden, maar merk aan mezelf dat ik anders reageer.’ Colofon Dit is een uitgave van de gemeente Steenwijkerland Postbus 162, 8330 AD Steenwijk info@steenwijkerland.nl www.steenwijkerland.nl Vormgeving Teresa Jonkman April 2019 Eerst geen, nu wel hulpverlening De nauwe samenwerking tussen het onderwijs en de jeugdconsulenten heeft ertoe geleid dat in 2 gezinnen hulpverlening op gang gekomen is. De ouders ervaarden – anders dan de professionals – geen probleem in de thuissituatie. Door samen op te trekken zijn thuis en school geen aparte werelden meer. Met de ouders wordt een plan gemaakt voor school én de thuissituatie. Dit zeggen ouders Voordat de kinderen in de SO+ of SO++ groep zaten, gaven ouders de thuissituatie gemiddeld een rapportcijfer 5. Nu ligt dat cijfer op een 7. Het gaat beter met ons kind Het gaat beter met ons gezin Ouders geven zowel school, de gemeente als hulpverle- ners goede ‘rapport’-cijfers. Werden er voordat we met de proef begonnen nog enkele onvoldoendes gegeven, nu zien we alleen dikke voldoendes. Dit zeggen professionals De onderlinge samenwerking tussen de professionals vanuit het onderwijs, de gemeente en de hulpverlening is over het algemeen goed te noemen.
Er is kennis en kunde, vertrouwen en de samenwerking verloopt in een open sfeer. De gemeentelijke jeugdconsulenten noemen vooral de korte lijnen en het goed in kaart brengen van de ontwikkeling van het kind als positieve punten. Ook de leerkrachten geven aan blij te zijn met de korte lijnen en de samenwerking met de ouders. Daarnaast zien zij de ontwikkeling van de didactische en sociale vaardigheden van de kinderen als pluspunt. Voor de hulpverlening zijn het vooral de kleinere groepen die de SO+ en SO++ groepen waardevol maken. Hierdoor kan meer individuele aandacht gegeven worden en kunnen gerichtere activiteiten en passender onderwijs worden aangeboden. Hoewel alle partijen blij zijn met de onderlinge afstem- ming, is dit ook een verbeterpunt. Met name de hulp- verlening wordt nog wel eens aan tafel gemist. Mogelijk dat een jaarplanning voor MDO’s helpt dit beter in te passen.
ja deels nee onbekend thuisz te hoog verz v abn naar reg verzuim geen abnorm verzuim stagnatie ontw wisseldn in eig temp met sprongen vooruit geen nulm bekend ja deels nee onbekend onbekend nee deels ja ja deels nee onbekend ja deels nee onbekend thuisz te hoog verz v abn naar reg verzuim geen abnorm verzuim stagnatie ontw wisseldn in eig temp met sprongen vooruit geen nulm bekend ja deels nee onbekend onbekend nee deels ja ja deels nee onbekend Kinderen geloven weer in hun eigen kunnen Een mooie samensmelting van onderwijs en zorg