Nieuw: Beantwoording college openstaande vragen interpellatie IceBear.pdf
Tekst van het document
Geachte leden van de raad, Tijdens de interpellatie op dinsdag 14 maart zijn drie vragen gesteld aan het college, waarop een schriftelijk antwoord wordt verwacht. Twee vragen komen op inhoud overeen, die twee vragen worden tegelijk beantwoord. Zowel mevr. Makken van de fractie Veur Elkaar als dhr. Gernaat van de fractie CPB hebben gevraagd duiding te geven aan het onderscheid tussen de vaak genoemde 10.000 ton en de in de bijlage bij de melding genoemde 130.000 ton. De genoemde 10.000 ton is de maximale opslagcapaciteit die op enig moment aanwezig mag zijn. Die opslag mag meerdere keren worden benut, met andere woorden, de opslag mag worden leeggemaakt en opnieuw worden gevuld. Zolang de aanwezige hoeveelheid de 10.000 ton maar niet overschrijd t, is een bedrijf met deze activiteiten niet vergunningplichtig, maar meldingplichtig. De in de bijlage bij de melding genoemde 130.000 ton is de verbruiks- of verwerkingscapaciteit van het bedrijf. In relatie tot de wettelijk voorgeschreven maximale opslagcapaciteit is de verwerkingscapaciteit niet (noodzakelijk) relevant. De verwerkingscapaciteit is alleen relevant als die voor het bedrijf wettelijk is gelimiteerd. Belangrijk is dus wat de wet hierover voorschrijft.
Op grond van artikel 28.10 29° in bijlage I van het Besluit omgevingsrecht, wordt als meldingplichtig (en dus niet vergunningplichtig) aangemerkt: het als grondstof inzetten van een niet gevaarlijke afvalstof zijnde metaal, hout, rubber, kunststof, papier, karton, textiel, bont, leer, steenachtig materiaal of gips voor het vervaardigen, samenstellen of repareren van producten of onderdelen daarvan bestaande uit metaal, hout, rubber, kunststof, papier, karton, textiel, bont, leer, steenachtig materiaal of gips met een maximale capaciteit van 10.000 ton per jaar; Bij categorie 28.10-22° en andere categorieën is expliciet sprake van een opslagcapaciteit van maximaal 10.000 ton. Categorie 28.10-29° spreekt van een capaciteit van 10.000 ton. Gezien de systematiek van de wetgeving is het onlogisch wanneer hiermee de verwerkingscapaciteit zou worden bedoeld. In het door het college ontvangen advies van het juridisch adviesbureau en Tauw is dan ook geconcludeerd dat hier ‘opslagcapaciteit’ moet worden gelezen en niet ‘verwerkingscapaciteit’. Deze conc lusie wordt versterkt door de wetenschap dat onder de Omgevingswet deze onduidelijkheid wordt rechtgezet, in deze regel sprake zal zijn van ‘opslagcapaciteit’ en er op dit onderdeel dus geen sprake zal zijn van vergunningplicht. Het college heeft bovenstaande conclusie bij het besluit van 8 november 2023 betrokken.
De klachtencommissie geeft aan deze conclusie niet te delen. In uw vragen geeft u aan dat het belangrijk is hier duidelijkheid over te geven. Ook wij zijn van mening dat er duidelijkheid moet bestaan over dit onderwerp. Daarom hebben we de huisadvocaat gevraagd hierover te adviseren. Dit advies zullen we met u delen en als hieruit blijkt dat IceBear nu en/of onder de Omgevingswet toch over een vergunning moet beschikken, zullen we daar als college op acteren. Het college heeft steeds aangegeven binnen de wettelijke kaders te moeten en zullen opereren. Mevr. Makken van de fractie Veur Elkaar heeft daarnaast gevraagd welke toezegging de wethouder heeft gedaan aan de werkgroep en of hij die toeze gging is nagekomen? Zoals in de beantwoording op de vragen tijdens de interpellatie is genoemd, zijn door de wethouder een aantal dingen toegezegd. 1. De werkgroep mag meedenken over het uitvoeren van de metingen. Pagina 2 van 2 2. Milieukundig adviesbureau Tauw zal wederom meekijken bij de meetresultaten en de daaraan te verbinden conclusies. 3. We zullen naast de noodzakelijke metingen qua uitstoot separaat en door een ander bedrijf metingen laten doen naar de depositie in de omgeving. Voor wat betreft het nakomen van die toezeggingen het volgende. 1. De uitnodiging mee te denken over de metingen is op twee momenten gedaan.
Tijdens de informatieavond op 24 november 2022 is gezegd dat het college niet het risico wil lopen dat metingen plaatsvinden op tijdstippen dat er geen overlast is. Tijdens het gesprek met de klachtencommissie is dit herhaald. Dit had vooral betrekking op geluid, omdat er signalen zijn dat de overlast niet op alle momenten hetzelfde wordt ervaren. Het invloed hebben op de metingen bleek in de praktijk anders dan gedacht. Ten aanzien van stof en formaldehyde geldt dat de metingen volgens vaste protocollen moeten worden uitgevoerd. Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) kan van die protocollen niet afwijken. Ten aanzien van geluid blijkt dat die metingen niet op enkele momenten worden gedaan, maar over een langere periode. Er wordt dus niet óf overdag óf ’s nachts gemeten, maar over een langere periode 24 uur per dag. Dat betekent dat alle tijdstippen worden gedekt. In het overleg met de klachtencommissie van 20 januari is dit toegelicht. 2. De meetresultaten zijn nog niet bekend. Tauw is gevraagd mee te kijken als de resultaten straks beschikbaar zijn. 3. De extra metingen op depositie in de omgeving (kwaliteit omgevingslucht) bovenop de metingen van de emissie, de uitstoot, is zoals toegezegd uitgevoerd. De resultaten van deze metingen worden binnenkort verwacht.