NIEUW: Antwoorden op aanvullende vragen tijdens technisch vragenuur PPN 2024-2028
Tekst van het document
Antwoorden op technische vragen gemeenteraad (n.a.v. van Perspectiefnota 2024-2028) AANVULLENDE VRAGEN DIE TIJDENS HET TECHNISCH VRAGENUUR ZIJN GESTELD Vraag 1: VVD: Tegen hoeveel van de 370 bestemmingsplannen is bezwaar ingediend? Geen aantal in het antwoord benoemd. Graag aantal noemen zodat het in perspectief kan worden gezien. Schriftelijk antwoord: Van de huidige bestemmingsplannen met betrekking tot woningbouw, voor 370 woningen, ligt voor het plan Bergstein Tuk en de Kalverstraat Steenwijk, een beroep bij de Raad van State. De Gouden Engel lag bij de Raad van State maar is begin dit jaar onherroepe lijk geworden. Overigens zijn er ook andere oorzaken waardoor woningenbouwplannen vertraging oplopen. Aanvullende vraag (VVD): Geen aantal in het antwoord benoemd. Graag aantal noemen zodat het in perspectief kan worden gezien. Wat zijn bijvoorbeeld de exacte aantallen voor het plan Bergstein in Tuk? Aanvullend Antwoord: In de drie plannen die benoemd zijn, gaat het om in totaal 45 woningen: - Tuk (Bergstein): 11 - Steenwijk (Kalverstraat): 13 - Steenwijk (Gouden Engel): 21 Vraag 38: CU: We constateren dat er forse extra uitgaven zijn uit het programma Leefbare steden en kernen van totaal € 1.859.000 (kapitaalslasten € 82.000) voor de openbare ruimte (blz.88).
Dat zien we de laatste jaren vaker dat – ondanks de 3 -jarige inspecties – toch n iet geplande investeringen moeten worden gedaan t.l.v. de lopende exploitatie. Vraag: is het systeem in die zin te wijzigen dat binnen de (jaarlijkse) budgetten een post onvoorzien komt voor dit soort situaties? Geeft dit ook geen lagere kapitaalslasten in de toekomst omdat investering eerder plaats vindt? Graag wat toelichting. Schriftelijk antwoord: Het is mogelijk om voor meerdere kleine onderdelen een onvoorzien in de begroting op te nemen. Dit voor bijvoorbeeld onderhoud of kleine investeringen beneden de € 20.000. Voor de genoemde investeringen van bijna € 1,9 mln. is dit echter geen oplossing. Dit omdat de gemeente verplicht is om bijvoorbeeld vervanging van een brug of riolering te activeren. De kapitaallasten die hiermee gemoeid zijn moeten volledig in de begroting opgenomen worden. Eigen bijdragen uit bijvoorbeeld een voorziening of een reserve zijn ook niet toegestaan. Het instellen van een post onvoorzien is wel mogelijk, maar deze belast dan het begrotingssaldo terwijl we niet weten of deze zich gaan voordoen. Ook worden de investeringen dan niet integraal afgewogen tegenover andere investeringen. Tenslotte ligt bij de raad het budgetrecht en zal altijd het krediet door de raad beschikbaar gesteld moeten worden.
PS Kapitaallasten voor riolering voortvloeiend uit de investering komen ten laste van de voorziening of een verhoogde tarifering van de rioolrechten. Aanvullende vraag (CU): Kan in het reguliere budget een x bedrag gereserveerd worden voor de jaarlijkse steeds meer achterstallig onderhoud terwijl er in de systematiek die we nu doen de kapitaallasten ten laste van de exploitatie komen? Antwoord: Er dient een duidelijk verschil gemaakt te worden tussen kapitaallasten en onderhoud. 1. Bij het realiseren van bijvoorbeeld een nieuwe brug moeten we activeren en de raad moet vanwege het budgetrecht een krediet beschikbaar stellen. Het bestaande onderhoudsbudget voorziet daar niet in. 2 2. In de huidige meerjarenbegroting zitten huidige investeringen verwerkt. Ook vrijvallende kapitaallasten zitten hierin. Bij het opstellen van elke begroting wordt het laatste begrotingsjaar geactualiseerd met vrijvallende kapitaallasten. Deze komt ten gunste van het begrotingssaldo. 3. Het opnemen van een onvoorzien/begrotingspost van bv € 50.000 is alleen een meerwaarde indien er uitgaven voor worden gedaan die niet geactiveerd mogen worden. Immers dan hoeft de raad daar geen krediet over vrij te geven. Nadeel hiervan is dat het begrotingssaldo verslechterd hierdoor en de integrale afweging voor deze € 50.000 wordt overgeslagen. 4.
Nadelig is dit geval is dat de lage omvang van de vrijvallende kapitaallasten te maken heeft met het feit dat tot en met 2016 het mogelijk en toegestaan was om investeringen niet te activeren, maar uit het saldo van de begroting of uit een reserve te bekostigen. Dan zouden we voor veel meer onderdelen een onvoorzien/begrotingspost kunnen opnemen. Vraag 68: CDA: Hoeveel geld gaat er naar de Stichting Duurzaam Steenwijkerland en wat wordt er met dit geld gedaan? Wat zijn de concrete resultaten van de Stichting in de verduurzaming van Steenwijkerland? Schriftelijk antwoord: In 2024 ontvangt Stichting Duurzaam Steenwijkerland € 272.510 van de gemeente. Dit wordt onder andere ingezet voor het inzetten van Energiecoaches, Tuincoaches het verminderen van Zwerfafval en het Infopunt Duurzaam in het centrum. Meer informatie is te vi nden op de website van stichting Duurzaam Steenwijkerland (www.duurzaamsteenwijkerland.nl). Aanvullende vraag (CDA): CDA: Graag nog concrete resultaten toesturen van Stichting Duurzaam Steenwijkerland. De v oorbeelden genoemd in het antwoord graag aanvullen met concrete resultaten: hoeveel energiecoaches zijn er ingezet, hoeveel energie is er bespaard Antwoord: Bijgaand treft u het jaarplan 2024 van de Stichting Duurzaam Steenwijkerland aan. In het Jaarplan leest u o.a.
hoeveel gesprekken de energiecoaches voeren in 2024: Onze energiecoaches en - adviseurs voeren adviesgesprekken op aanvraag: 300 adviesgesprekken in 2024. De eenvoudige adviezen worden door onze energiecoaches gegeven via thuisgesprekken: 250. De meer complexe adviezen (verbouwingen) worden door onze energ ieadviseurs via thuisgesprekken en spreekuren in het Infopunt gegeven: 50 thuisgesprekken en 2 spreekuren per week. Vraag 76: BGL: Blz. 76; F2.2 worden de normen van de pachtkamer gehanteerd en hoe wordt er om gegaan met het Didam arrest t.a.v. verhuur gronden? Schriftelijk antwoord: De pachtovereenkomsten worden ter goedkeuring aan de Grondkamer (pachtkamer) voorgelegd. De gemeente verhuurt geen gronden. Bij de uitgifte van pachtgronden is onlangs een openbare selectieprocedure gehanteerd. Dat is in overeenstemming met het Didam -arrest. Aanvullende vraag (BGL): Er staat dat wij geen gronden verhuren, maar klopt dat wel? Voorbeelden De Schans en Gieterse Polder. En als we dat doen, geldt dan openbare selectie of openbare inschrijving? Naar aanleiding van de jaarrekening : Er is € 16.000 lagere opbrengst voor erfpacht. Dat betekent dat er gronden verkocht moeten zijn. Is dat zo en hoeveel? Aanvullend Antwoord: Verhuur van grond komt nauwelijks voor binnen onze gemeente. We zijn zeer terughoudend in de verhuur van grond. De 'huur' waar BGL op wijst , heet 'pacht'.
We maken daar duidelijk onderscheid in. Pacht is 'verhuur' voor agrarische doeleinden. De gronden van de Schans en de Gieterse polder vallen onder de noemer ‘pacht’. Op p. 20 in de Jaarrekening 2023 staat vermeld dat aan erfpachten € 16.000 minder is ontvangen dan was begroot. De raming wordt niet structureel aangepast, omdat een huur- of pachtovereenkomst op elk gewenst 3 moment kan worden opgezegd . Daarom moeten we de inkomstenraming elk jaar opnieuw bekijken en actualiseren voor een juiste raming. NIEUWE VRAGEN DIE TIJDENS HET TECHNISCH VRAGENUUR ZIJN GESTELD Vraag (VVD): P. 71. Formulering te nemen besluiten en gevraagde adviezen. Waar stemmen we mee in en waar kunnen we op amenderen? Stemmen wij in met beleidskeuzes? Antwoord: De PPN 2024 -2028 is dit jaar anders van opzet. U was van ons gewend om een bestedingsplan van ons te ontvangen. Dat bestedingsplan werd dan ter kennisname aan u voorgelegd. Dit jaar leggen we geen bestedingsplan aan u voor, maar beleidskeuzes waarover we u om advies vragen. Datzelfde geldt voor de saldoverbeterende maatregelen. Ook deze leggen we ter advisering aan u voor. U wordt dus niet gevraagd om in te stemmen met de beleidskeuzes. Op p. 71, en in het raadsvoorstel, is een onderscheid gemaakt tussen zaken; 1. Die ter kennisname voorliggen; 2. Waarvoor we uw instemming vragen; 3. Waarover we u advies vragen.
Vanuit de fractie van de VVD is aandacht gevraagd voor de punten die ter instemming aan u zijn voorgelegd. Heel concreet gaat het om besluit 2e): Het saldo van de jaarschijven 2025 t/m 2028 zoals opgenomen in hoofdstuk 3.3. te betrekken bij de samenstelling van de Programmabegroting. Dit beslispunt kan geïnterpreteerd worden als een vraag aan de raad om in te stemmen met de genoemde jaarschijven, dus inclusief de financiële gevolgen van de beleidskeuzes en de saldoverbeterende maatregelen. Dat is nadrukkelijk niet de bedoeling en ook n iet de gangbare praktijk als we in het voorjaar een bestedingsplan aan u voorleggen. Dat gebeurt pas bij de Programmabegroting. Het financieel beeld (incl. de jaarschijven 2025-2028) liggen ter kennisname aan u voor. Ter verduidelijking: alleen de zaken onder punt 2 die ter instemming voorliggen, lenen zich voor amendementen. Vraag (CU): Als wij, als raad, de prijsindex 2025 willen koppelen aan andere indexatie , wanneer kunnen we dit doen (bijvoorbeeld via een amendement)? Kan dit tijdens de begrotingsbehandeling? Of moeten we eerst de kadernota aanpassen (pas eind dit jaar)? Antwoord: De systematiek voor de berekening van de prijsindexatie is vastgelegd in de ‘Kadernota financieel beleid gemeente Steenwijkerland 2018 ’ die eind dit jaar wordt geactualiseerd.
Indien u vooruitlopend daarop één of meerdere uitkomsten van de berekeningen voor het komend begrotingsjaar 2025 wilt wijzigen , dan kunt u een amendement indienen bij de PPN bij het volgende beslispunt: In te stemmen met: 2d) De kaders voor de samenstelling van de Programmabegroting 2025 -2028 zoals opgenomen in hoofdstuk 4. Vervolgvraag over indexatie (CU): indexatie heeft effect op de uitgavenkant en op de inkomstenkant. Aan de uitgavenkant zijn op veel posten andere indexcijfers van toepassing, die aan de inkomstenkant nu niet worden gecompenseerd. Klopt dat beeld? 4 Antwoord: Voor de inkomsten en uitgaven -budgetten hanteren we hetzelfde prijsindexcijfers zoals is vastgelegd in de ‘Kadernota Financieel Beleid gemeente Steenwijkerland 2028’ die door de raad is vastgesteld. Voor 2025 komt het percentage uit op 2,0% (zie p. 67 in de PPN). Het is correct dat op een aantal posten, in het Sociaal Domein, andere indexcijfers van toepassing zijn. Dit heeft te maken met contracten met zorgaanbieders die veelal in regioverband zijn gemaakt. Ook hanteren we in deze gevallen geen aparte loonindexatie. Het prijsindexcijfer is dus incl. compensatie voor loonstijgingen binnen de desbetreffende sector. Als we alle specifieke posten uit de PPN bij elkaar optellen, dan zien we het volgende beeld voor de loon - en prijscompensatie voor de uitgaven en inkomsten.
Tabel met loon- en prijscompensatie (bedragen x € 1.000), begrotingsjaar 2025 Uitgaven Inkomsten Prijscompensatie uitgaven (2%) -657 Loon- en prijscompensatie GF 3.845 Stelpost: lonen en sociale lasten (4,4%) -1.645 Prijscompensatie inkomsten (2%) 272 Indexering Jeugdzorg (4%) -720 Indexering WMO (4%) -540 Indexering Sociaal Werk (4%) -95 Indexering Participatiewet (3%) -330 Stelpost: begroting veiligheidsregio IJsselland* -293 Stelpost: begroting GGD IJsselland* -89 Stelpost: begroting Omgevingsdienst IJsselland* -114 Totalen -4.483 4.117 *De begrotingen van de drie genoemde gemeenschappelijke regelingen kunnen naast loon- en prijscompensatie ook andere elementen bevatten. Het klopt inderdaad dat de compensatie aan de inkomstenkant onvoldoende is om de financiële gevolgen van de loon- en prijscompensatie aan de uitgavenkant te dekken.