Natuurtoets .pdf
Tekst van het document
RAPPORT Natuurtoets zonnepark Eeserwold Klant: GroenLeven BV Referentie: T&PBG1754-102-124R001F01 Status: Definitief/P01.01 Datum: 15 december 2020 P r o j e c t g e r e l a t e e r d 15 december 2020 T&PBG1754-102-124R001F01 i HASKONINGDHV NEDERLAND B.V. Euvelgunnerweg 25A 9723 CV GRONINGEN Netherlands Transport & Planning Trade register number: 56515154 +31 88 348 53 00 info@rhdhv.com royalhaskoningdhv.com T E W Titel document: Natuurtoets zonnepark Eeserwold Ondertitel: Referentie: T&PBG1754-102-124R001F01 Status: P01.01/Definitief Datum: 15 december 2020 Projectnaam: Zonnepark Eeserwold Projectnummer: BG1754 Auteur(s): Edith Dorsman/Arne Kijk in de Vegte Opgesteld door: Edith Dorsman/Arne Kijk in de Vegte Gecontroleerd door: Remco Drewes Datum: 15 december 2020 RDRE Goedgekeurd door: Remco Drewes Datum: 15 december 2020 RDRE Classificatie Projectgerelateerd Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. en dient voor publicatie of anderszins openbaar maken te worden geanonimiseerd.
P r o j e c t g e r e l a t e e r d 15 december 2020 T&PBG1754-102-124R001F01 ii Inhoud 1 Inleiding 1 1.1 Aanleiding 1 1.2 Doelstelling 1 2 Projectgebied en voornemen 2 2.1 Projectgebied 2 2.2 Voornemen 4 3 Wettelijk kader 5 4 Gebiedsbescherming (Natura 2000) 6 5 Soortenbescherming 7 5.1 Vaatplanten 7 5.2 Broedvogels 7 5.2.1 Broedvogels met jaarrond beschermd nest 7 5.2.2 Vogels met jaarrond beschermde functionele leefomgeving 7 5.2.3 Broedvogels algemeen 8 5.3 Vleermuizen 8 5.4 Grondgebondenzoogdieren 9 5.4.1 Bunzing, hermelijn, wezel en egel 9 5.4.2 Das en steenmarter 9 5.4.3 Eekhoorn en otter 10 5.5 Vissen 10 5.6 Reptielen 10 5.7 Amfibieën 10 5.8 Ongewervelden 10 5.9 Bodemleven 11 6 Natuurnetwerk Nederland (NNN) 12 7 Conclusies 13 7.1 Conclusies 13 Bijlagen 1. Omgevingsscan weidevogels 2. Dassenonderzoek 3. Resultaten AERIUS-berekening P r o j e c t g e r e l a t e e r d 15 december 2020 T&PBG1754-102-124R001F01 1 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Ten noorden van de stad Steenwijk, in de gemeente Steenwijkerland, liggen aan de Eesveenseweg enkele (agrarische) percelen. GroenLeven is voornemens om op deze (agrarische) percelen een zonnepark aan te leggen, met een oppervlakte van ongeveer 21 hectare. Hierop worden zonnepanelen welke een gezamenlijk vermogen van ongeveer 21 megawattpiek (MWp).
Met hoeveelheid opgewekte stroom kan in een gedeelte van de elektrische behoefte van de gemeente worden voorzien. 1.2 Doelstelling Het doel van deze rapportage is om de geplande activiteiten te toetsen aan de soorten- en gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb) en aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Voor toetsing aan de Wnb is een natuurtoets uitgevoerd. Hierbij zijn de risico’s met betrekking tot beschermde soorten in kaart gebracht. De natuurtoets betreft geen gerichte volledige inventarisatie van soorten; het brengt in de eerste plaats in beeld welke soorten te verwachten zijn op basis van habitatgeschiktheid. Dit is gedaan op basis van een bureaustudie en een veldbezoek. Daarnaast is getoetst aan de gebiedsbescherming uit de Wnb. In de Wnb staat vermeld dat het niet is toegestaan om zonder vergunning projecten te realiseren die de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de leefgebieden van soorten in een Natura 2000-gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Ook activiteiten buiten deze Natura 2000-gebieden kunnen in beginsel een negatief effect hebben (externe werking). Ook wordt gekeken naar de gebiedsbescherming van het NNN. Dit is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden.
Opgemerkt wordt dat er al twee eerdere versies van natuurtoets zijn uitgebracht: - Royal HaskoningDHV, kenmerk: BG1754WATRP1903201505, d.d. 10 oktober 2019 - Royal HaskoningDHV, kenmerk: BG1754WATRP1903201505, d.d. 14 april 2020 Wijzigingen in het ontwerp en nieuwe natuurgegevens hebben aanleiding gegeven om een nieuwe geactualiseerde natuurtoets op te stellen. P r o j e c t g e r e l a t e e r d 15 december 2020 T&PBG1754-102-124R001F01 2 2 Projectgebied en voornemen 2.1 Projectgebied Het projectgebied bestaat uit enkele agrarische percelen. De agrarische percelen bestaan voornamelijk uit (Engels raaigras) grasland en voor een klein deel uit (mais)akker. De graslanden zijn intensief beheerd en worden frequent gemaaid en bemest. Tussen de percelen lopen enkele greppels/sloten die grotendeels watervoerend zijn, met over het algemeen steile oevers. De locatie wordt begrensd door een boomsingel aan de zuidoostzijde en een bomenrij in een berm aan de zuidwestzijde. In de zuidwesthoek grenst het projectgebied aan een erf van een boerderij. De noordwest- en noordoostzijde worden begrensd door een watergang. De omgeving van het projectgebied bestaat uit voornamelijk agrarische percelen, lintbebouwing aan de Eesveenseweg en de beek/kanaal de Steenwijker Aa.
Even verderop ligt in noordelijke richting, op anderhalve kilometer, de provinciale grens met Drenthe en in tegengestelde richting bevindt zich de stad Steenwijk. Figuur 2-1 en Figuur 2-2 geven de ligging van het projectgebied weer. In figuur 2-1 wordt een impressie van het projectgebied weergegeven. Figuur 2-1. Globale situering projectlocatie (rood gearceerd) in de omgeving (Bron: Landschappelijk inpassingsplan).
P r o j e c t g e r e l a t e e r d 15 december 2020 T&PBG1754-102-124R001F01 3 Figuur 2-2. Begrenzing van de projectlocatie (rood omlijnd). Figuur 2-3 Impressie projectgebied..
P r o j e c t g e r e l a t e e r d 15 december 2020 T&PBG1754-102-124R001F01 4 2.2 Voornemen Het zonnepark wordt gerealiseerd in een zogeheten zuidopstelling (zie Figuur 2-4). Daarmee ontstaat vrije ruimte tussen de zonnepanelen voor beheer en onderhoud. Om de zonnepanelen op een werkbare hoogte te zetten zullen ze op een opstelling gefundeerd op palen worden gerealiseerd. De sloten tussen de landbouwpercelen worden gedempt. Daarnaast worden stroomkabels op ongeveer 1 meter diepte worden ingegraven. Voor de landschappelijke inpassing van het plan wordt aan de sloot langs de noordwestzijde een natuuroever gerealiseerd met een grondwal. Aan de noordoostzijde worden bomen/struiken aangeplant om het zonnepark af te schermen van de omgeving en wordt parallel een brede sloot gegraven voor de afwatering. Daarnaast wordt langs de zuidzijde een bosplantsoen aangelegd. Verder wordt aan de zuidzijde nog een informatiepunt gerealiseerd. In de zuidhoek van het projectgebied ligt een voormalig erf. Deze wordt ecologisch ingepast. In de praktijk betekent dat deze locatie ongemoeid blijft. Bij de aa nleg van het zonnepark wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van licht materieel. De tijdelijke bouwplaats wordt voorzien van rijplaten. De bouwtijd van het zonnepark bedraagt zes tot acht weken. Figuur 2-4. Inrichting zonnepark met situering zonnepanelen. (bron: Landschappelijk inpassingsplan)
P r o j e c t g e r e l a t e e r d 15 december 2020 T&PBG1754-102-124R001F01 5 3 Wettelijk kader De effecten van een ruimtelijke ontwikkeling moeten getoetst worden aan wet- en regelgeving op het gebied van soortenbescherming en gebiedsbescherming. De wettelijke grondslag hiervan ligt per 1 januari 2017 in de Wet natuurbescherming (Wnb) en in het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid. De Wnb regelt onder andere de soortenbescherming van planten en dieren, dit betreft de in het wild voorkomende vogels onder de Vogelrichtlijn, de dier- en plantensoorten onder de Habitatrichtlijn. Dier- en plantensoorten die in de bijlage van de wet genoemd worden vallen ook onder de beschermde soorten. Voor deze lijst mogen provincies een 'lijst met vrijstellingen' opstellen (artikel 3.11 van de Wnb). De Wnb regelt eveneens de bescherming van Natura 2000-gebieden. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Belangrijk daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Bij ruimtelijke ontwikkelingen of ingrepen in of nabij het Natuurnetwerk Nederland is sprake van planologische bescherming via ruimtelijke procedures in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro).
Provincie Overijssel heeft het beleid rondom het Natuurnetwerk Nederland juridisch verankerd in de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. P r o j e c t g e r e l a t e e r d 15 december 2020 T&PBG1754-102-124R001F01 6 4 Gebiedsbescherming (Natura 2000) De projectlocatie bevindt zich op circa 5 km afstand van de Natura 2000-gebieden De Wieden, Drents- Friese Wold & Leggelderveld en Holtingerveld. Ook de aanrijroute voor aanvoer van materiaal en materieel vanaf de A32 ligt niet op korte afstand van Natura 2000-gebieden. Gezien de ruime afstand van de projectlocatie tot Natura 2000-gebieden, de beperkte inzet van (zwaar) materieel en de beperkte duur van de aanlegfase, leidt de aanleg van het zonnepark slechts tot een beperkte stikstofdepositie. Met behulp van de AERIUS-Calculator is het project doorgerekend. In bijlage 3 zijn de gehanteerde uitgangspunten en resultaten van de berekeningen voor de bouw- en gebruiksfase weergegeven. Omdat voor zowel in de bouw- als voor de gebruiksfase wordt voldaan aan 0,00 mol N/ha/j, is verder geen ecologische beoordeling meer nodig. Overige storingsfactoren van realisatie en gebruik van het zonnepark reiken minder ver en zullen geen negatieve effecten hebben op Natura 2000-gebieden. Figuur 4-1. Ligging Natura 2000-gebieden (gele vlakken) t.o.v. ligging projectlocatie (rode cirkel) (bron: synbiosys.alterra.nl)
P r o j e c t g e r e l a t e e r d 15 december 2020 T&PBG1754-102-124R001F01 7 5 Soortenbescherming Via de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn bekende waarnemingen binnen de projectlocatie en in de directe omgeving opgevraagd van de afgelopen 10 jaar. Verder heeft een ecoloog van RHDHV een veldbezoek aan de locatie gebracht op 13 maart 2019 en 14 april 2020. 5.1 Vaatplanten In het projectgebied en de nabije omgeving zijn geen waarnemingen van beschermde planten bekend (NDFF). Gelet op het gebruik van het projectgebied (intensief beheerde agrarische percelen) kan het voorkomen van beschermde planten in het projectgebied op voorhand worden uitgesloten. Beschermde soorten komen vooral voor in extensief beheerde en onbemeste akkers kalkrijke standplaatsen. Daarnaast staan er soorten van zeer schrale, zwak zure standplaatsen op de lijst met beschermde vaatplanten. Dergelijke omstandigheden zijn niet aanwezig binnen het projectgebied. Op basis van verspreidingsgegevens en habitatgeschiktheid is het voorkomen van beschermde vaatplanten uitgesloten. Overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wnb zijn redelijkerwijs uitgesloten. 5.2 Broedvogels 5.2.1 Broedvogels met jaarrond beschermd nest Jaarrond beschermde nesten zijn nesten van vogels die: 1) Ook buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vast rust- of verblijfplaats (steenuil).
2) Elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop (gierzwaluw, huismus, huiszwaluw en roek). 3) Elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (boerenzwaluw, bosuil, grote gele kwikstaart, kerkuil, oehoe, ooievaar, slechtvalk, zwarte specht). 4) Jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (boomvalk, buizerd, havik, raaf, ransuil, sperwer, torenvalk, wespendief, zeearend, zwarte wouw). Tijdens het veldbezoek zijn geen jaarrond beschermde nesten vastgesteld in het projectgebied. Overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wnb zijn redelijkerwijs uitgesloten. 5.2.2 Vogels met jaarrond beschermde functionele leefomgeving De grutto, tureluur, veldleeuwerik en wulp zijn opgenomen in de ‘Lijst vogelsoorten met jaarrond beschermd functioneel leefgebied’. Dit houdt het volgende in: Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
De bescherming van het functionele leefgebied, is alleen aan de orde als de betreffende soort voor zijn voortplanting uitsluitend afhankelijk is van dat betreffende functionele leefgebied en er geen alternatieven of uitwijkmogelijkheden in de omgeving zijn. Grutto, tureluur veldleeuwerik en wulp broeden mogelijk in en rondom het projectgebied op de agrarische percelen. Om te beoordelen wat de feitelijke ecologische omstandigheden voor de betreffende weidevogels ter plaatse is, is een zogenaamde omgevingsscan uitgevoerd (zie bijlage 1). Uit de omgevingsscan blijkt dat voor weidevogels (grutto, tureluur, wulp en veldleeuwerik) in de omgeving van P r o j e c t g e r e l a t e e r d 15 december 2020 T&PBG1754-102-124R001F01 8 het projectgebied (buiten de verstoringsafstand van het zonnepark) voldoende alternatief geschikt broedgebied is. Dit blijkt uit het grote aantal waarnemingen van nesten, (mogelijke) broedgevallen en territoria binnen een straal van 2 kilometer van het projectgebied maar buiten de maximale verstoringsafstand (maximaal 400 meter). Uit het veldbezoek wordt het beeld bevestigd dat er voldoende alternatief en geschikter broedgebied is. Verder moet opgemerkt dat de nesten van grutto op ongeveer 200 meter en wulp op ongeveer 100 meter van een houtwal zijn vastgesteld.
Hieruit blijkt dat de maximale verstoringsafstand van het zonnepark mogelijk 100 meter is voor wulp en 200 meter voor grutto. Geconcludeerd wordt dat de ingreep geen effect heeft op de staat van instandhouding van weidevogels (grutto, tureluur, wulp en veldleeuwerik), gelet op het relatief lage aantal vastgestelde broedgevallen in het projectgebied en voldoende geschikt leefgebied buiten de verstoringsafstand van het zonnepark. De aanleg van het zonnepark heeft geen effect op de staat van instandhouding van weidevogels (grutto, tureluur, wulp en veldleeuwerik). Er is geen ontheffing nodig in het kader van de Wet natuurbescherming. De werkzaamheden dienen wel buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden om het vernielen van nesten en verstoring van broedvogels te voorkomen (en daarmee een overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen). Het broedseizoen loopt globaal van 1 maart tot 15 juli. 5.2.3 Broedvogels algemeen Weidevogels zoals kievit en scholekster kunnen mogelijk in en rondom het projectgebied broeden, maar zijn niet opgenomen in de ‘Lijst vogelsoorten met jaarrond beschermd functioneel leefgebied Overijssel’. Daarnaast kunnen soorten zoals wilde eend en meerkoet broeden langs de oevers van de aanwezige sloten. Er worden sloten gedempt en vinden er rijbewegingen plaats op de agrarische percelen. Hierdoor kunnen nesten worden verstoord/vernield.
Dit is een overtreding van de Wnb. De realisatie van het zonnepark dient daarom buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd. Het broedseizoen loopt globaal van 1 maart tot 15 juli (afhankelijk per soort en klimatologische omstandigheden). Hierdoor wordt een overtreding van de Wnb voorkomen. 5.3 Vleermuizen Vleermuizen worden in vrijwel het gehele land waargenomen. Vleermuizen maken gedurende een jaar gebruik van meerdere type verblijfplaatsen (zomer-, kraam-, paar- en winterverblijfplaatsen). Vleermuizen kunnen globaal opgedeeld worden in boombewonende soorten zoals de rosse vleermuis en gebouwbewonende soorten zoals de laatvlieger. Er zijn ook soorten die zowel gebouwen als bomen bewonen, zoals ruige dwergvleermuis. Vleermuizen foerageren over het algemeen boven windluwe plaatsen zoals tuinen en langs bosranden. Om van de verblijfplaats naar foerageergebied te komen (en andersom) wordt gebruikt gemaakt van zogenaamde vliegroutes die bestaan uit lijnvormige elementen zoals bomenrijen en watergangen. Er worden geen bomen gekapt of gebouwen gesloopt. Het beschadigen of vernielen van vleermuisverblijfplaatsen is uitgesloten. Daarnaast gaan geen eventuele vliegroutes verloren omdat er geen bomen worden gekapt. Daarnaast zijn de slootjes die gedempt worden niet geschikt als vliegroute. Deze zijn onvoldoende breed en geven daarnaast onvoldoende dekking.
Doordat er geen bomen worden gekapt blijven windluwe zones langs de randen van het projectgebied beschikbaar waar vleermuizen kunnen functioneren. Daarnaast is in de ruime omgeving voldoende soortgelijk potentieel foerageergebied aanwezig. In de gebruiksfase is geen sprake van extra licht, waardoor geen sprake zal zijn van verstoring op vleermuizen. P r o j e c t g e r e l a t e e r d 15 december 2020 T&PBG1754-102-124R001F01 9 5.4 Grondgebondenzoogdieren 5.4.1 Bunzing, hermelijn, wezel en egel In de NDFF zijn waarnemingen bekend van r, bunzing, hermelijn, wezel en egel in de ruime omgeving van het projectgebied. Omdat deze soorten zeer mobiel zijn en vlak dekkende inventarisatiegegevens vaak ontbreken, moet er zeker rekening mee worden gehouden worden dat deze soorten ook in het projectgebied kunnen voorkomen. De agrarische percelen waar de zonnepanelen op geplaatst worden zijn als foerageergebied voor deze soorten nagenoeg niet van belang, en zeker niet geschikt als vaste voortplantingslocatie of rustplaats. Tijdens de aanlegfase kan er sprake zijn van enige verstoring. Aangezien de werkzaamheden overdag plaatsvinden en het nachtactieve dieren betreft is de verstoring zeer beperkt. Aanleg van het zonnepark op de agrarische percelen leidt niet tot verlies van essentieel leefgebied. Daarnaast kunnen de soorten onder de zonnepanelen blijven foerageren.
Daarnaast wordt er een nieuwe grondwal met natuuroever gerealiseerd en nieuwe beplanting gerealiseerd. Hiermee wordt het leefgebied juist mogelijk uitgebreid. 5.4.2 Das en steenmarter In de NDFF zijn waarnemingen bekend van das en steenmarter in de nabije omgeving van het projectgebied. In de vorige versie van de natuurtoets is geschreven dat er tijdens de veldbezoeken in en nabij het projectgebied geen burchten van dassen zijn waargenomen. Tijdens de bewonersbijeenkomst die is gehouden op 27 oktober 2020 is aangegeven dat er wel een dassenburcht aanw ezig is in het zuidelijkste punt van het projectgebied. Stichting Das & Boom heeft de aanwezigheid van de dassenburcht vastgesteld en heeft dit bevestigd middels een brief die is gestuurd naar het College van B&W van gemeente Steenwijkerland (8 september 2020). In deze brief verzoeken zij de belangen van de das mee te nemen in het besluit. GroenLeven heeft aan Royal HaskoningDHV gevraagd om onderzoek naar de aanwezigheid van de das te verrichten en de ontwikkeling van het zonnepark (opnieuw) te toetsen aan de Wet natuurbescherming in het kader van de aanwezigheid van de das. Voor dit onderzoek is een aparte notitie opgesteld (bijlage 2). Uit het onderzoek blijkt dat er een in gebruik zijnde dassenburcht (hoofdburcht) aanwezig is op het voormalige erf.
Daarnaast is er naar alle waarschijnlijkheid een verblijfplaats van steenmarter op het voormalige erf aanwezig. Het voormalige erf bevindt zich overigens buiten het projectgebied. Door de aanleg van het zonnepark worden geen dassen/ steenmarters gedood en zal geen sprake zijn van het beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen van dassen/steenmarters. Er is daarmee geen sprake van een overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming. Er is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig. Om (onnodige) verstoring van dassen en steenmarters te voorkomen moeten de werkzaamheden bij daglicht (tussen zonsopkomst en zonsondergang) worden uitgevoerd. Daarnaast mogen geen werkzaamheden plaatsvinden op het voormalige erf (dus ook geen opstelplaatsen voor materieel of draaipunt voor voertuigen). Indien er hekken om het zonnepark worden geplaatst adviseren wij om een aantal faunapassages te realiseren zodat de das en andere zoogdieren in de toekomst ook de percelen kunnen oversteken en eventueel tussen de zonnepanelen kunnen foerageren. P r o j e c t g e r e l a t e e r d 15 december 2020 T&PBG1754-102-124R001F01 10 5.4.3 Eekhoorn en otter In de NDFF zijn waarnemingen bekend van eekhoorn en otter in de nabije omgeving van het projectgebied. In en nabij het projectgebied zijn geen burchten van dassen waargenomen tijdens de veldbezoeken.
De agrarische percelen kunnen wel worden gebruikt als foerageergebied voor de das. In de omgeving is echter voldoende alternatief foerageergebied om naar uit te wijken. Daarnaast is gelet op nesten van eekhoorns tijdens de veldbezoeken nabij het projectgebied. Deze zijn niet waargenomen, waardoor rust- en verblijfplaatsen van eekhoorns uitgesloten kunnen worden in en nabij het projectgebied. Leefgebied van otters is niet aanwezig in het projectgebied. Het ontbreek aan voldoende dekking langs visrijke wateren. De otter kan hooguit passerend in het projectgebied voorkomen. Overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wnb zijn redelijkerwijs uitgesloten. 5.5 Vissen Waarnemingen van beschermde vissen (grote modderkruiper) liggen op grote afstand tot het projectgebied. Daarnaast is in het projectgebied geen geschikt leefgebied voor grote modderkruiper aanwezig door het ontbreken van extensief beheerde sloten/watergangen met een dikke sliblaag. De sloten in het projectgebied worden intensief beheerd gelet de weinige plantengroei in de watergangen en de kort gemaaide oevers. Overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wnb t.a.v. beschermde vissen zijn redelijkerwijs uitgesloten. 5.6 Reptielen De NDFF bevat geen waarnemingen van (beschermde) reptielen in de omgeving van het projectgebied.
Het projectgebied vormt geen geschikt leefgebied voor reptielen gelet op de intensief beheerde agrarische percelen in- en nabij het projectgebied. Reptielen komen over het algemeen voor in natuurgebieden in habitats zoals (vochtige) heidevegetaties met pijpenstrovelden en vennen op veen- en zandgronden en eikenhakhout- en ruigtebosjes langs bosranden. Dergelijk biotoop ontbreekt binnen het projectgebied. Overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wnb t.a.v. (beschermde) reptielen zijn redelijkerwijs uitgesloten. 5.7 Amfibieën Op circa 1,5 kilometer van het projectgebied is een poelkikker waargenomen (NDFF). De poelkikker is een redelijk kritische soort en komt voor in voedselarm water met een goed begroeide oeverzone, met een voorkeur voor zwakzure, stilstaande wateren in bos- en heide gebieden. Dergelijke omstandigheden zijn niet aanwezig in het projectgebied. De aanwezige sloten hebben over het algemeen steile oevers en worden regelmatig gemaaid. Daarnaast worden de percelen frequent bemest, waardoor de sloten een voedselrijk karakter hebben. Geschikt leefgebied voor poelkikker (en andere beschermde amfibieën) ontbreekt daardoor. Overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wnb zijn redelijkerwijs uitgesloten. 5.8 Ongewervelden Ten zuiden van het projectgebied zijn waarnemingen bekend van de beschermde noordse winterjuffer en sleedoornpage.
De noordse winterjuffer leeft voornamelijk in wateren (vennen, petgaten, plassen, brede sloten) met veel begroeiing van lisdodde en riet. Dit habitat is niet aanwezig in het projectgebied. De sleedoorn zet zijn eitjes af op sleedoorns. Door het ontbreken van sleedoornstruwelen in het projectgebied kan (essentieel) leefgebied van sleedoorn worden uitgesloten. De soorten kunnen hoogstens ‘zwervend’ voorkomen in het projectgebied. Leefgebied van andere beschermde ongewervelden beperkt zich meestal P r o j e c t g e r e l a t e e r d 15 december 2020 T&PBG1754-102-124R001F01 11 tot natuurgebieden, waardoor overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wnb redelijkerwijs zijn uitgesloten. 5.9 Bodemleven Een ecologische inrichting van zonneparken met extenssief beheerde vegeaties als uitgangspunt kan kansen bierden op een positief effect op de structuur en kwaliteit van de bodem., voorals als de uitgangssituatie intensieve landbouwgrond was (Klaassen et al., 2018). In de huidige situatie is sprake van intensieve landbouwgrond. De verwachte levensduur van zonneparken is ten minste vijftien en mogelijk wel dertig jaar. Omdat de grond voor lange tijd uit producite wordt genomen, kan de grond tot rust komen en de bodemkwaliteit herstellen en verbeteren. In de inrichting van het project is rekening gehouden met de versterking van de biodiversiteit.
Het project gaat uit van een zuidgerichte opstelling. Daarmee wordt in de ochtend en avond de grond aangelicht. Ook bevatten de tafels van de zonnepanelen ruimte tussen de indivuele zonnepanelen. Daarmee stroomt water per individueel zonnepaneel af. Er ontstaan geen grote droge plekken onder de tafels van de zonnepanelen. P r o j e c t g e r e l a t e e r d 15 december 2020 T&PBG1754-102-124R001F01 12 6 Natuurnetwerk Nederland (NNN) De NNN-begrenzing van Overijssel is als verordening opgenomen in de Overijsselse Omgevingsvisie 2017. De projectlocatie is niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland. Circa 750 m ten westen van de projectlocatie bevindt zich een deel van het Natuurnetwerk van Overijssel. Realisatie en gebruik van een zonnepark op de voorziene locatie hebben geen invloed op het Natuurnetwerk Nederland. Figuur 6-1. Ligging Natuurnetwerk Nederland (heldergroene vlakken) t.o.v. ligging projectlocatie (rode cirkel). (bron: viewer Omgevingsverordening Overijssel 2017)
P r o j e c t g e r e l a t e e r d 15 december 2020 T&PBG1754-102-124R001F01 13 7 Conclusies 7.1 Conclusies In deze natuurtoets zijn de mogelijke effecten van realisatie en gebruik van het zonnepark Eeserwold op beschermde natuurwaarden beschreven. De conclusies zijn als volgt: • Met behulp van de A ERIUS-Calculator is het project voor de bouw - en de gebruiksfase doorgerekend. Om dat voldaan wordt aan 0,00 mol N/ha/j, is verder geen ecologische beoordeling meer nodig (t.a.v. Natura 2000-gebieden). • Andere storingsfactoren dan stikstof reiken minder ver en hebben geen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. • In het projectgebied en de directe omgeving kunnen broedende (weide)vogels voorkomen. Verstoring van broede nde vogels moet voorkomen worden door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Het broedseizoen loopt globaal van 1 maart t/m 15 juli (afhankelijk per soort en klimatologische omstandigheden). • Er is een in gebruik zijnde dassenburcht (hoofdburcht) aanwezig op het voormalige erf. Daarnaast is er naar alle waarschijnlijkheid een verblijfplaats van steenmarter op het voormalige erf aanwezig. Het voormalige erf valt buiten het projectgebied voor de aanleg van het zonnepark. Om (onnodige) verstoring van dassen en steenmarters te voo rkomen moeten de werkzaamheden bij daglicht (tussen zonsopkomst en zonsondergang) worden uitgevoerd.
Daarnaast mogen geen werkzaamheden plaatsvinden op het voormalige erf (dus ook geen opstelplaatsen voor materieel of draaipunt voor voertuigen). • Indien er hekken om het zonnepark worden geplaatst adviseren wij om een aantal faunapassages te realiseren zodat de das en andere zoogdieren in de toekomst ook de percelen kunnen oversteken en eventueel tussen de zonnepanelen kunnen foerageren. • Er is geen sprake van een (mogelijke) overtreding van de Wnb op overige soorten. Wel moet rekening gehouden worden met de algemene zorgplicht van de Wnb. Deze zorgplicht geldt voor alle in het wild levende plant- en diersoorten in het projectgebied, ongeacht hun status in de Wnb. Schade aan alle aanwezige plant - en diersoorten moet, zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, voorkomen worden. • De projectlocatie is op ruime afstand van het Natuurnetwerk Nederland gelegen en heeft daarom geen invloed op het NNN. Bijlage 1. Omgevingsscan weidevogels 9 december 2020 BG1754WATNT2002050842 1/15 Notitie / Memo HaskoningDHV Nederland B.V. Water Aan: GroenLeven B.V.
Van: Royal HaskoningDHV Datum: 9 december 2020 Kopie: GroenLeven Ons kenmerk: BG1754WATNT2002050842 Classificatie: Projectgerelateerd Bijlage Nestlocaties weidevogels “Weidevogelbescherming Wapserveen” Onderwerp: Effectbeoordeling Weidevogels Zonnepark Eeserwold 1 Inleiding Ten noorden van de stad Steenwijk, in de gemeente Steenwijkerland, liggen aan de Eesveenseweg enkele agrarische percelen. GroenLeven is voornemens om op deze agrarische percelen een zonnepark aan te leggen. Het oorspronkelijke plan was om een zonnepark aan te leggen van circa 39 hectare. Dit plan is getoetst aan de Wet natuurbescherming (Royal HaskoningDHV, kenmerk: BG1754WATRP1903201505, d.d. 10 oktober 2019). Hieruit bleek dat het zonnepark wordt gerealiseerd op agrarische gronden waar mogelijk (in de nabije omgeving) broedplaatsen aanwezig zijn van de grutto, veldleeuwerik , tureluur en wulp. Het voorkomen van deze weidevogels is op voorhand niet geheel uit te sluiten. Deze soorten zijn opgenomen in de ‘Lijst vogelsoorten met jaarrond beschermd functioneel leefgebied Overijssel’. Volgens de Beleidsregel Natuur Overijssel 2017 1 moet voor deze weidevogels een omgevingsscan worden uitgevoerd. Deze omgevingsscan moet duidelijkheid geven over de feitelijke ecologische omstandigheden van de betreffende vogelsoorten ter plaatse.
Het gaat dan om de ecologische factoren die bepalend zijn voor de geschiktheid van het gebied en de ruime omgeving als leefgebied voor de betreffende soort. De omgevingsscan moet ten minste informatie geven over: 1) de aard en omvang van de activiteit of handeling; 2) de invloedsfeer van de activiteit of handeling op het broedgebied van de soort; 3) de effecten van de activiteit of ingreep op de beschermde nesten; 4) de staat van instandhouding van de vogelsoorten; 5) op welke wijze de (mitigerende) maat regelen zorgen dat gunstige staat van instandhouding van de soorten niet in geding komt. Momenteel is het plan teruggebracht naar een zonnepark van circa 19 hectare (zie Figuur 1-1). Het totale oppervlak is inclusief de landschappelijke inpassing ongeveer 24 hectare . Voor dit plan is een omgevingsscan met betrekking tot weidevogels uitgevoerd. Opgemerkt dient te worden dat er al een eerdere versie van de omgevingsscan is uitgebracht (Royal HaskoningDHV, kenmerk: BG1754WATNT2002050842, d.d. 21 april 2020 ). Inzicht in nieuwe weidevogelgegevens geven de aanleiding om de notitie te actualiseren.
1 http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Actueel/Overijssel/CVDR601023.html 9 december 2020 BG1754WATNT2002050842 2/15 Figuur 1-1 Inrichting toekomstig zonnepark: A : panelenveld, B : voormalig erf, inpassing bestaande ecologische waarden, C: bestaande wilgenstruweel met enkele boomvormers, D: opgaande beplanting (nieuw) op oude veendijk E: grondlichaam met natuuroever en wilgenstruweel , F: natuurstrook op grondlichaam met bosplantsoen , G: informatiebord, H: opgaande beplanting (bestaand), I: weidevogelgebied, J: wonen, K: boombeplanting (bestaand) langs erfontsluiting en L: nieuwe brede sloot. Het zonnepark wordt afgeschermd van de omgeving door: • de aanwezige beplanting aan de oostzijde (C) en het naastliggende voormalige erf (B)2; • de aanleg van een grondwal aan de westzijde (E) met wilgenstruweel • de aan te brengen beplanting aan de noordzijde (D). 2 Geen onderdeel van het plangebied
9 december 2020 BG1754WATNT2002050842 3/15 2 Beschrijving projectgebied Het projectgebied bestaat uit enkele intensief beheerde agrarische graslanden en voor een klein deel uit maisland nabij Steenwijk. Aan de westzijde bevindt zich de provinciale weg N855 (Eesveenseweg) en aan de noordoostelijke zijde de (rustige) weg De Wulpen. De omgeving van het projectgebied bestaat uit intensief beheerde agrarische percelen, lintbebouwing aan de Eesveenseweg en de gekanaliseerde beek, Steenwijker Aa. Even verderop ligt in noordelijke richting, op a nderhalve kilometer, de provinciale grens met Drenthe en in tegengestelde richting bevindt zich de stad Steenwijk. De onderstaande afbeelding geeft de ligging van het projectgebied weer. Figuur 2-1. Begrenzing van de projectlocatie (rood omlijnd). Figuur 2-2: Globaal overzicht projectgebied. Bron: RHDHV, 2020
9 december 2020 BG1754WATNT2002050842 4/15 3 Bepalende ecologische factoren weidevogels In de onderstaande paragrafen wordt een omschrijving gegeven over de weidevogels (grutto, tureluur, wulp en veldleeuwerik) en de bepalende ecologische factoren. 3.1 Grutto De grutto broedt in open graslanden in het lage deel van het land. Een grutto broedt niet in de nabijheid van bomen of opgaande elementen. De hoogste dichtheden komen voor op vochtige tot natte klei- en veengronden, met concentraties in Friesland, de Kop van Overijssel, Noord-Holland benoorden het Noordzeekanaal en het Groene Hart. Op de hoge gronden is de soort schaars, langs de Grote Rivieren alleen plaatselijk vrij talrijk. Rond 1975 waren er nog 120.000 broedparen, ondanks enige afname. Deze heeft doorgezet, waarbij Hoog-Nederland nagenoeg ontruimd werd en de soort in grote delen van Laag- Nederland alleen in gebieden met een beheersovereenkomst floreert. Hoewel ook andere factoren meespelen, blijken ontwikkelingen in de agrarische sector funest voor grutto's, met ontwatering en vroeg maaien als belangrijke factoren. Er is sprake van een matige afname van het aantal broedende grutto’s in de provincie Overijssel in de periode 2007-2018. De staat van instandhouding van de grutto als broedvogel in Nederland is matig ongunstig3. 3 https://www.sovon.nl/nl/grutto
9 december 2020 BG1754WATNT2002050842 5/15 Een open landschap is een vereiste. Volwassen grutto's hebben vooral regenwormen en wat later in het seizoen emelten nodig. Tijdens de broedperiode mag het gras niet te kort of te lang zijn en rust is een voorwaarde. De kuikens eten insecten. Optimaal leefgebied bestaat uit een mozaiëklandschap, bestaande uit rijkere graslanden met wormen en schralere structuurrijke graslanden met veel insecten. Wormen zijn pas beschikbaar als de bodems vochtig zijn (anders zitten ze te diep) en als de graslanden niet teveel gedraineerd worden4. 3.2 Tureluur Tureluurs broeden vrijwel uitsluitend in de lage delen van het land, met de nadruk op kwelders/schorren in Wadden- en Deltagebied, naast natte open graslanden op venige bodem of kl ei. Het altijd al spaarzame voorkomen op de hogere gronden is sinds ongeveer 1975 gaandeweg uitgedoofd. De landelijke aantallen namen af vanaf 1970 maar bleven vanaf ongeveer 1985 min of meer stabiel, ondanks verdere intensivering van het agrarisch landgebruik. Er is sprake van een matige afname van het aantal broedende tureluurs in de provincie Overijssel in de periode 2007 -2018. De staat van instandhouding van de tureluur als broedvogel in Nederland is gunstig5. Tureluur paren kunnen dicht bij elkaar broeden, in half-kolonies. Het nest op grond is meestal goed verborgen tegen een pol gras.
In de broedtijd bestaat het voedsel vooral uit wormen, insecten, spinnen6. 4 https://www.ecopedia.be/dieren/grutto 5 https://www.sovon.nl/nl/soort/5460 6 https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/tureluur
9 december 2020 BG1754WATNT2002050842 6/15 3.3 Veldleeuwerik De veldleeuwerik was rond 1975 een algemene broedvogel van het boerenland. Het was een van de talrijkste en meest verspreide broedvogels van Nederland. Veldleeuweriken zijn sinds de jaren zeventig enorm in aantal achteruitgegaan waardoor nu nog circa 5% va n de oorspronkelijke aantallen aanwezig zijn7. De afname trof vooral graslandgebieden en in mindere mate akkerland. De veldleeuwerik bleek hier niet opgewassen tegen de moderne, zeer intensieve landbouw. Er is sprake van een onzekere trend van het aantal broedende veldleeuweriken in de provincie Overijssel in de periode 2007 -2018. De staat van instandhouding van de veldleeuwerik als broedvogel in Nederland is matig ongunstig8. De veldleeuwerik broedt enkel in zeer open vegetaties van 10 -40 cm hoog, zonder bomen of struiken in de buurt. Gemiddeld moet deze soort jaarlijks 2,5 nesten succesvol grootbrengen. Dat kan enkel in schrale graslanden die pas in augustus worden gemaaid, in hooiweiden met een lange maaifrequentie (45 dagen) of akkers met gewassen die gedurende de broedtijd de ideale gewashoogte hebben, zoals luzerne of 7 Teunissen, W.A., Ottens, H.J., Roodbergen, M. & Koks, B., 2009. Veldleeuweriken in intensief en extensief gebruikt agrarisch gebied.. SOVON-onderzoeksrapport 2009/13. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen.
WGK-rapport 2, Stichting Werkgroep Grauwe Kiekendief, Scheemda
9 december 2020 BG1754WATNT2002050842 7/15 wintertarwe. Akkerranden worden door deze soort vooral gebruikt om insecten te zoeken voor de nestjongen. Akkerranden, bomenrijen en houtkanten worden niet of nauwelijks bezocht9. 3.4 Wulp Wulpen broeden in vaak open, soms ook meer besloten graslanden op zandige of venige gronden in het oosten en zuiden van het land. Lokaal nestelt de soort ook op kleigrond, bij voorbeeld in delen van het rivierengebied. Wulpen zijn vrijwel verdwenen in vrijwel alle heide-, hoogveen- en duingebieden. Tot circa 1980 huisde de meerderheid van de populatie juist in deze natuurgebieden. De verdwijning in deze natuurgebieden staat waarschijnlijk in verband met langdurig slechte broedresultaten door voedseltekort en predatie. De landelijke trend van de wulp is afnemend. Deze afname wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een combinatie van intensieve landbouw en een verhoogde predatorenstand in het cultuurland. Er is sprake van een matige afname van het aantal broedende wulpen in de provincie Overijssel in de periode 2007-2018. De staat van instandhouding van de wulp als broedvogel in Nederland is matig ongunstig.10 Voor wulpen is een open landschap met voldoende vochtige biotopen van belang. De jonge kuikens hebben (bovengrondse) insecten nodig en zijn daardoor afhankelijk de meer insectenrijke, grazige of kruidenrijke plekken in het landschap.
Extensief beheerde akk ers of graslanden met aangepast 9 https://www.ecopedia.be/dieren/veldleeuwerik 10 https://www.sovon.nl/nl/wulp
9 december 2020 BG1754WATNT2002050842 8/15 maaibeheer zijn optimaal leefgebied voor de soort. Wulpen staan bekend om hun verstoringsgevoeligheid. De dieren vliegen vaak reeds op als ze benaderd worden tot op enkele honderden meters11. 3.5 Verstoringsafstanden weidevogels Er is veel onderzoek gedaan naar de verstoringsafstanden van weidevogels. In de rapportage “Onderbouwing verstoringsafstanden werkplan weidevogels in Fryslân” 12 worden een groot aantal onderzoeken over verstoringsafstanden van verstoringsbronnen met elkaar vergeleken. Deze vergelijking resulteert in een range aan minimale, gemiddelde en maximale verstoringsafstand van een verstoringsbron. Onder de minimale verstoringsafstand wordt verstaan: de kleinste afstand waarbij (vrijwel) alle individuen van een soort of soortgroep verstoord raken. Op de minimale afstand zal slechts incidenteel een vogel niet verstoord raken. Onder de maximale verstoringsafstand wordt verstaan : de grootste afstand waarbij op individuen van een soort of soortgroep nog een effect merkbaar is van de verstoring. Op de maximale verstoringsafstand zal incidenteel nog een vogel verstoord raken. Tussen de minimale en de maximale verstoringsafstand bevindt zich een gemiddelde verstoringafstand. De gemiddelde verstoringsafstand is de afstand waarbij ruwweg de helft van de individuen van een soort of soortgroep worden verstoord.
Figuur 3-1 Verstoringsbronnen met minimale, gemiddelde en maximale verstoringsafstanden 13. Specifiek voor zonnepanelen zijn geen verstoringsafstanden bepaald. Het zonnepark wordt aan de noord-, oost- en zuidzijde begrenst door opgaande begroeiing (landschapsbeplanting), waardoor he t zonnepark uit het zicht blijft. Ten westen van het zonnepark is op minder dan 400 meter afstand een drukke weg aanwezig (N855) die in de huidige situatie al verstorend is. De maximale verstoringsafstand van het nieuwe zonnepark is daardoor vastgesteld op 400 meter, op basis van de nieuwe opgaande begroeiing tussen het zonnepark en de agrarische percelen in het verlengde van de weg De Wulpen. 11 https://www.ecopedia.be/dieren/wulp 12 L.W. Bruinzeel, A.G.M. Schotman 2011. Onderbouwing verstoringsafstanden werkplan weidevogels in Fryslân, A&W rapport 1624/Alterra rapport 2184 Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden/Alterra Wageningen. 13 L.W. Bruinzeel, A.G.M. Schotman 2011. Onderbouwing verstoringsafstanden werkplan weidevogels in Fryslân, A&W rapport 1624/Alterra rapport 2184 Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden/Alterra Wageningen.
9 december 2020 BG1754WATNT2002050842 9/15 4 Omgevingsscan weidevogels De omgevingsscan van weidevogels (grutto, tureluur, wulp en veldleeuwerik) bestaat uit verschillende stappen: - Veldbezoek op 27 januari 2020 door ecologen van Royal HaskoningDHV. - Opvragen van verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) van weidevogels over de afgelopen 10 jaar. - Opvragen verspreidingsgegevens werkgroep “Weidevogelbescherming Wapserveen”. Op deze manier is een voldoende dekkend beeld verkregen over het belang van het projectgebied als broedgebied voor weidevogels (grutto, tureluur, veldleeuwerik, wulp). 4.1 Veldbezoek Er heeft een veldbezoek plaatsgevonden op 27 januari 2020 door ecologen van Royal HaskoningDHV om een beeld te verkrijgen van de geschiktheid van het projectgebied voor weidevogels. Daarnaast is ook de omgeving van het projectgebied beoordeeld. Hierbij is onderscheid gemaakt van een gebied binnen een straal van 400 meter om het projectgebied (de maximale verstoringsafstand van het zonnepark op weidevogels) en een straal van 2 kilometer rondom het projectgebied (eventueel alternatief broedgebied voor weidevog els). Hierbij is gekeken naar drooglegging, kruidenrijkheid, structuur, en verstorende elementen.
Beoordeling projectgebied Het projectgebied bestaat uit intensief beheerd agrarisch grasland (met Engels raaigras) met nauwelijks kruiden en structuur. Daarnaast liggen twee (mais)akkers in het projectgebied. De drooglegging varieert tussen de circa 100 cm en plaatselijk 40 cm. De gemiddelde drooglegging wordt geschat op circa 60 -70 cm. Voor ‘Vochtig Weidevogelgrasland’ is een grondwaterstand van minder dan 45 cm gewenst. Het projectgebied grenst in het oosten aan een verstorende houtwal. De westelijke grens van het projectgebied ligt op circa 400 meter van de houtwal. Dit komt overeen met de maximale verstoringsafstand voor weidevogels. Figuur 4-1 Links: Projectgebied vanaf noordoosthoek. Rechts: Projectgebied vanaf zuidwesten (RHDHV 2020). Beoordeling 400 meter om het projectgebied Er is grotendeels sprake van intensief beheerd grasland en plaatselijk (mais)akker. De drooglegginssituatie is gelijkwaardig aan de situatie in het projectgebied. Vrijwel het gehele projectgebied ligt binnen de maximale verstoringsafstand van verstorende elementen zoals de houtwal, de N855 en bebouwing.
9 december 2020 BG1754WATNT2002050842 10/15 Figuur 4-2 Links: Perceel ten oosten van het projectgebied met op de achtergrond de bomenwal die grenst aan het projectgebied. Rechts: Percelen ten noordoosten van het projectgebied, gezien vanaf de noordoosthoek van het projectgebied (RHDHV 2020). Beoordeling 2 kilometer om het projectgebied Met name langs de Steenwijker Aa zijn veel graslandpercelen over het algemeen structuurrijker en kruidenrijker dan in de rest van de omgeving waar de graslanden voornamelijk uit Engels raaigras bestaan (net als het projectgebied). Daarnaast zijn de percelen langs de Steenwijker Aa hier vochtiger. De drooglegging lag hier globaal tussen de 70 cm en 40 cm en op een aantal percelen stonden plassen water. Verder heeft dit gebied een zeer open karakter en is rustig gelegen tussen een fietspad en een landweg (Gruttoweg), met nauwelijks verkeer. Figuur 4-3 Links: Percelen met veel waarnemingen van weidevogels ten oosten van de Steenwijker Aa. Rechts. Steenwijker Aa in noordelijke richting met fietspad. 4.2 Verspreidingsgegevens NDFF De NDFF bundelt, uniformeert en valideert natuurgegevens in Nederland. De gegevens brengen in beeld wat in een bepaald gebied bekend is over het voorkomen van planten - en diersoorten . Voordat waarnemingen zichtbaar zijn, worden ze eerst gevalideerd. Dat gebeurt aan de hand van kennisregels en beoordelingen va n experts.
Waarnemingen in de NDFF zijn afkomstig van professionele en vrijwillige waarnemers. Opgemerkt dient te worden dat er goed onderzochte gebieden zijn (zoals natuurgebieden) en minder goed onderzochte gebieden (zoals landbouwgebied). Indien er geen waarnemingen bekend zijn van een bepaalde soort in een bepaald gebied , dan hoeft dit niet te betekenen dat die soort niet in het gebied voorkomt, omdat het kan zijn dat het gebied helemaal niet onderzocht is. Voor deze omgevingsscan zijn verspreidingsgegevens uit de NDFF van 10 jaar opgevraagd binnen een straal van 2 kilometer van
9 december 2020 BG1754WATNT2002050842 11/15 het projectgebied. In de volgende paragraaf zal nader in worden gegaan op de ontvangen gegevens van de lokale Weidevogelbescherming Wapserveen. Grutto In de NDFF is in de afgelopen 10 jaar geen territorium of baltsend exemplaar bekend van grutto in het projectgebied. Wel zijn 15 territoria/baltsende exemplaren binnen een straal van 2 kilometer om het projectgebied bekend. De dichtstbijzijnde waarnemingen liggen op meer dan 500 meter afstand van het projectgebied. Het zwaartepunt van de vastgestelde territoria liggen op meer dan 1 kilometer afstand ten noordoosten van het projectgebied langs de Steenwijker Aa. De waarnemingen zijn minstens 3 jaar oud. Tureluur In de NDFF is in de afgelopen 10 jaar geen territorium of baltsend exemplaar bekend van tureluur in het projectgebied. Wel zijn 6 territoria/baltsende exemplaren vastgesteld binnen een straal van 2 kilometer om het projectgebied. De dichtstbijzijnde waarneming ligt op circa 400 meter afstand ten zuiden van het projectgebied. Het zwaartepunt van de vastgestelde territoria liggen op meer dan 1 kilometer afstand ten noordoosten en zuidoosten van het projectgebied langs de Steenwijker Aa. De waarnemingen zijn minstens 1 jaar oud. Wulp In de NDFF is in de afgelopen 10 jaar geen territorium of baltsend exemplaar bekend van wulp in het projectgebied.
Wel zijn 15 territoria/ baltsende exemplaren (totaal 15) bekend binnen een straal van 2 kilometer om het projectgebied. De dichtstbijzijnde waarneming ligt op circa 250 meter afstand van het projectgebied. Het zwaartepunt van de vastgestelde territoria liggen op meer dan 1 kilometer afstand ten noordoosten van het projectgebied langs de Steenwijker Aa. De waarnemingen zijn minstens 3 jaar oud. Veldleeuwerik In de NDFF is in de afgelopen 10 jaar geen territorium of baltsend exemplaar bekend van veldleeuwerik in het projectgebied. Wel zijn 19 territor ia/baltsende exemplaren bekend binnen een straal van 2 kilometer van het projectgebied. De dichtstbijzijnde waarneming ligt op circa 300 meter afstand van het projectgebied. Het zwaartepunt van de vastgestelde territoria/baltsende exemplaren liggen op meer dan 1 kilometer afstand ten noordoosten van het projectgebied langs de Steenwijker Aa. De waarnemingen zijn minstens 1 jaar oud. 4.3 Verspreidingsgegevens Weidevogelbescherming Wapserveen Er zijn verspreidingsgegevens opgevraagd bij de Weidevogelbescherming Wapserveen van de afgelopen 3 jaar. Het projectgebied valt binnen het onderzoeksgebied (omgeving Wapserveen, Kallenkote, Eesveen en Nijensleek) van de Weidevogelbescherming. De Weidevogelbescherming heeft als doel om legsels te beschermen tegen werkzaamheden op het land.
Met een groep vrijwilligers wordt gezocht naar nesten van weidevogels. De locaties van de nesten zijn genoteerd (zie bijlage 1). Opgemerkt dient te worden dat niet alle gronden van het werkgebied zijn langsgelopen . De gronden zijn alleen langsgelopen als er werkzaamheden op de agrarische percelen verricht moesten worden. De gegevens geven een goed beeld van de verspreiding van de weidevogels in de omgev ing van het projectgebied en het projectgebied zelf. Daarnaast zijn de aantallen broedgevallen waarvan geen nesten zijn gevonden (maar wel bijvoorbeeld jongen en territoriale vogels) vastgelegd. De locaties zijn echter niet op kaart weergegeven. Voor het jaar 2020 is wel een overzicht gemaakt van het aantal geschatte broedparen per deelgebied (Wapserveen W, Wapserveen O, Kallenkote, Eesveen, en Nijensleek). Het projectgebied valt in het deelgebied Eesveen. Grutto Door de werkgroep Weidevogelbescherming Wap serveen is in 2018 1 nest gevonden op meer dan 1 kilometer afstand ten noorden van het projectgebied en zijn 4 broedparen vastgesteld waarvan de nesten 9 december 2020 BG1754WATNT2002050842 12/15 niet zijn gevonden14. In 2019 is 1 nest gevonden aan de rand van het projectgebied in het noordelijke deel. Verder zijn nog 4 nesten gevonden op meer dan kilometer afstand van het projectgebied. Er z ijn vier broedparen vastgesteld waarvan de nesten niet zijn gevonden.
In 2020 is 1 nest gevonden op meer dan 1 kilometer afstand van het projectgebied. Daarnaast zijn er in 2020 4 broedgevallen in het deelgebied Eesveen en 1 broedgeval in het deelgebied Kallenkote waarvan de nesten niet zijn gevonden. Tureluur Door de werkgroep Weidevogelbescherming Wapserveen is in 2018 geen nest gevonden , maar zijn wel 10 broedparen vastgesteld waarvan de nesten niet zijn gevonden. In 2019 zijn 3 nesten gevonden op meer dan 1 kilometer afstand van het projectgebied. Er zijn 8 broedparen vastgesteld waarvan de nesten niet zijn gevonden. Daarnaast zijn er in 2020 11 broedgevallen bekend waarvan 1 in deelgebied Wapersen W, 5 in Kallenkote, 3 in Eesveen en 1 in Nijensleek. In 2020 zijn geen nesten gevonden. Wulp Door de werkgroep Weidevogelbescherming Wapserveen is in 2018 geen nest gevonden. Wel zijn er 7 broedparen vastgesteld waarvan de nesten niet zijn gevonden. In 2019 is 1 nest gevonden in het projectgebied. Verder zijn nog 2 nesten gevonden op meer dan 1 kilometer afstand van het projectgebied. Er zijn 4 broedparen vastgesteld waarvan de nesten niet zijn gevonden. In 2020 is 1 nest gevonden op circa 20 meter ten noordwesten van het projectgebied en zijn 2 broedparen vastgesteld waarvan de nesten niet zijn gevonden. Veldleeuwerik Door de werkgroep Weidevogelbescherming Wapserveen is in 2018 geen nest gevonden.
Wel zijn er 20 broedparen vastgesteld waarvan de nesten niet zijn gevonden. In 2019 zijn tevens geen nesten gevonden. Wel zijn 22 broedparen vastgesteld. Net als in 2018 en 2019 zijn in 2020 geen nesten gevonden. Wel zijn er 25 broedparen vastgesteld. Hiervan zijn 23 broedparen vastgesteld buiten het deelgebied waar het projectgebied in is gelegen (Eesveen). 14 Dit zijn broedgevallen waarvan geen nesten zijn gevonden (maar wel bijvoorbeeld jongen en territoriale vogels). De locaties z ijn echter niet op kaart vastgelegd. Het is onduidelijk waar de broedparen hebben gebroed. Voor het jaar 2020 is wel een overzicht gemaakt van het aantal geschatte broedparen per deelgebied (Wapserveen W, Wapserveen O, Kallenkote, Eesveen, en Nijensleek). 9 december 2020 BG1754WATNT2002050842 13/15 5 Effect aanleg zonnepark op weidevogels In het projectgebied is de afgelopen 3 jaar één nest van grutto bekend en één nest van wulp. Daarnaast is één nest van wulp bekend binnen de maximale verstoringsafstand van het zonnepar k. Uit de omgevingsscan blijkt dat v oor weidevogels (grutto, tureluur, wulp en veldleeuwerik) in de omgeving van het projectgebied (buiten de verstoringsafstand van het zonnepark) voldoende alternatief geschikt broedgebied is.
Dit blijkt uit het grote aantal waarnemingen van nesten, (mogelijke) broedgevallen en territoria binnen een straal van 2 kilom eter van het projectgebied maar buiten de maximale verstoringsafstand (maximaal 400 meter). Uit het veldbezoek wordt het beeld bevestigd dat er voldoende alternatief en geschikter broedgebied is. Verder moet opgemerkt dat de nest en van grutto op ongeveer 200 meter en wulp op ongeveer 100 meter van een houtwal zijn vastgesteld. Hieruit blijkt dat de maximale verstoringsafstand van het zonnepark mogelijk 100 meter is voor wulp en 200 meter voor grutto. Geconcludeerd wordt dat de ingreep geen effect heeft op de staat van instandhouding van weidevogels (grutto, tureluur, wulp en veldleeuwerik), gelet op het relatief lage aantal vastgestelde broedgevallen in het projectgebied en voldoende geschikt leefgebied buiten de verstoringsafstand van het zonnepark. 6 Conclusie en advies De aanleg van het zonnepark heeft geen effect op de staat van instandhouding van weidevogels (grutto, tureluur, wulp en veldleeuwerik). Er is geen ontheffing nodig in het kader van de Wet natuurbescherming. De werkzaamheden dienen wel buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden om het vernielen van nesten en verstoring van broedvogels te voorkomen (en daarmee een overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen). Het broedseizoen loopt globaal van 1 maart tot 15 juli.
Verder adviseren wij om het zonnepark af te schermen met beplanting die laag gehouden wordt om de openheid van het landschap zoveel mogelijk te behouden. 9 december 2020 BG1754WATNT2002050842 14/15 Bijlage 1: Nestlocaties weidevogels “Weidevogelbescherming Wapserveen” Nestlocaties 2020: Wit: kievit, Blauw: scholekster, Rood: grutto, Groen: tureluur, Bruin: wulp. Rode kader is projectgebied (Weidevogelbescherming Wapserveen). Nestlocaties 2019 Wit: kievit, blauw: scholekster, rood: grutto, groen: tureluur, bruin: wulp. Rode kader is projectgebied (Weidevogelsbescherming Wapserveen).
9 december 2020 BG1754WATNT2002050842 15/15 Nestlocaties 2018: Wit: kievit, blauw: scholekster, rood: grutto . Rode kader is projectgebied (Weidevogelbescherming Wapserveen).
Bijlage 2. Dassenonderzoek 9 december 2020 BG1754WATNT2012070843 1/7 Notitie / Memo HaskoningDHV Nederland B.V. Water Aan: GroenLeven B.V. Van: Arne Kijk in de Vegte Datum: 9 december 2020 Ons kenmerk: BG1754WATNT2012070843 Classificatie: Projectgerelateerd Goedgekeurd door: Femkje Sierdsma Onderwerp: Dassenonderzoek zonnepark in Eeserwold Inleiding Ten noorden van de stad Steenwijk, in de gemeente Steenwijkerland, liggen aan de Eesveenseweg enkele agrarische percelen. GroenLeven is voornemens om op deze agrarische percelen een zonnepark aan te leggen van circa 19 hectare. Dit plan is getoetst aan de Wet natuurbescherming (Royal HaskoningDHV, kenmerk: BG1754WATRP1903201505, d.d. 14 april 2020). In de natuurtoets wordt geschreven dat er tijdens de veldbezoeken in en nabij het p rojectgebied geen burchten van dassen zijn waargenomen. Tijdens de bewonersbijeenkomst die is gehouden op 27 oktober 2020 is aangegeven dat er wel een dassenburcht aanwezig is in het zuidelijkste punt van het projectgebied. Stichting Das & Boom heeft de aanwezigheid van de dassenburcht vastgesteld en heeft dit bevestigd middels een brief die is gestuurd naar het College van B&W van gemeente Steenwijkerland (8 september 2020). In deze brief verzoeken zij de belangen van de das mee te nemen in het besluit .
GroenLeven heeft aan Royal HaskoningDHV gevraagd om onderzoek naar de aanwezigheid van de das te verrichten en de ontwikkeling van het zonnepark (opnieuw) te toetsen aan de Wet natuurbescherming in het kader van de aanwezigheid van de das. In deze notitie zijn suggesties gegeven in relatie tot aanwezigheid van de das. Juridisch kader De das is een beschermde diersoort op basis van artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Dit betekent dat: • Het verboden is dassen opzettelijk te doden of te vangen (lid 1a); • Het verboden is de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dassen opzettelijk te beschadigen of te vernielen (lid 1b). Projectgebied en inrichting toekomstig zonnepark Het projectgebied bestaat uit agrarische percelen en ligt ten noorden van Steenwijk. In de zuidoosthoek ligt een voormalig boerenerf die geen onderdeel uitmaakt van het projectgebied. De agrarische percelen bestaan voornamelijk uit (Engels raaigras) grasland en voor een klein deel uit (mais)akker. De graslanden zijn intensief b eheerd en worden gemaaid , beweid en bemest. Het naast gelegen voormalige erf (geen onderdeel van het projectgebied) is sterk verruigd en bestaat voor een deel uit verharding (betonplaat) en op het terrein zijn gestapelde stukken beton/puin aanwezig die zijn overgroeid met bramen. Daarnaast is (voormalige) erfbeplanting aanwezig van eik, zoete kers, berk en kastanje.
Langs de rand van het voormalige erf staan een aantal grote populieren en een enkele wilg. De vastgestelde dassenburcht bevindt zich op het voormalige erf. De inrichting van het toekomstige zonnepark is weergegeven in Figuur 1. Het voormalige erf maakt nu geen onderdeel meer uit van het projectgebied. 9 december 2020 BG1754WATNT2012070843 2/7 Het zonnepark wordt afgeschermd van de omgeving door de aanleg van een grondwal aan de westzijd e en beplanting aan de noordzijde. De inpassing van de bestaande ecologische waarden op het voormalige erf betekent in de praktijk dat hier geen werkzaamheden worden verricht omdat er ecologische waarden aanwezig zijn. Figuur 1 Inrichting toekomstig zonnepark: A: panelenveld, B: voormalig erf, inpassing bestaande ecologische waarden, C: bestaande wilgenstruweel met enkele boomvormers, D: opgaande beplanting (nieuw) op oude veendijk E: grondlichaam met n atuuroever en wilgenstruweel, F: natuurstrook op grondlichaam met bosplantsoen, G: informatiepunt, H: opgaande beplanting (bestaand), I: weidevogelgebied, J: wonen, K: boombeplanting (bestaand) langs erfontsluiting en L: nieuwe brede sloot.
9 december 2020 BG1754WATNT2012070843 3/7 Figuur 2 Begrenzing van de projectlocatie (rood omlijnd). Het voormalige erf is in groen weergegeven. Methode en resultaten Op 30 novem ber 2020 heeft een veldbezoek plaatsgevonden door dhr. A. Kijk in de Vegte en mevr. F. Sierdsma van Royal HaskoningDHV ter plaatse van het voormalige erf. Uit het veldbezoek blijkt dat er een dassenburcht aanwezig is op het terrein. De burcht bevindt zich midden op het terrein in een wal met beton/puin die ruig begroeid is met bramen. De burcht bestaat uit minimaal 7 ingangen, waarvan er in ieder geval 5 recent zijn gebruikt. Dit is te zien aan het verse zand dat voor de ingang ligt. Mogelijk zijn er meer ingangen aanwezig, maar dit is lastig waar te nemen door de ruige begroeiing van braam. Verspreid over het erf zijn graafsporen, wissels en snuitputjes waargenomen. Figuur 3 Ligging burcht in rood. Groene ster is locatie wildcamera
9 december 2020 BG1754WATNT2012070843 4/7 Figuur 4: Boven: Ingang burcht aan de oostzijde van de wal. Midden: Ingang burcht aan de westkant van de wal: Onder: opstelplaats wildcamera. Foto’s: Royal HaskoningDHV.
9 december 2020 BG1754WATNT2012070843 5/7 In de periode 30 november t/m 7 december is er een wildcamera opgehangen die was gericht op de burcht. Hiermee is met zekerheid vastgesteld dat de burcht in gebruik is door één of meerdere dassen. In drie nachten is in de periode van 30 november t/m 7 december een das vastgelegd op de camera. Gelet op de grootte van de burcht (minimaal 7 ingangen) en de ver se sporen gaat het zeer waarschijnlijk om een hoofdburcht die in gebruik is door meerdere individuen. Daarnaast is elke nacht een steenmarter vastgelegd die ook beschermd is onder art 3.10 van de W et natuurbescherming. De steenmarter heeft zeer vermoedelijk een vaste rust- of voortplantingsplaats in de wal waar zich ook de dassenburcht bevindt. Verder zijn vos, konijn en haas vastgelegd op de camera. Voor deze soorten geldt een vrijstelling in de provincie Overijssel voor ruimtelijke ontwikkelingen en is geen ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. Figuur 5 Links das en rechts steenmarter. De dassenburcht is tijdens het veldbezoek van 14 april 2020 niet vastgesteld (deze bevond zich in een zeer dicht begroeide wal met bramen. De struiken waren vol in blad waardoor de burcht niet zichbaar was).