Legesverordening 2025
Tekst van het document
Artikel 3.2 Coffeeshop Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een gedoogbeschikking voor het exploiteren van een coffeeshop voor een periode van vijf jaar € 367,45. Artikel 3.3 Exploiteren horecabedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning ingevolge de Algemene plaatselijke verordening voor het exploiteren van een horecabedrijf € 61,35. Paragraaf 3.2 Seksbedrijven Tarief Artikel 3.4 Seksinrichting Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning ingevolge de Algemene Plaatselijke Verordening voor het exploiteren of wijzigen van een seksinrichting: a. indien de vergunning voor een periode van een jaar of korter wordt verleend € 511,90; b. indien de vergunning voor een periode langer dan een jaar tot maximaal drie jaar wordt verleend € 1.025,40. Artikel 3.5 Escortbedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning ingevolge de Algemene Plaatselijke Verordening voor het exploiteren of wijzigen van een escortbedrijf: a. indien de vergunning voor een periode van een jaar of korter wordt verleend € 130,50; b. indien de vergunning voor een periode langer dan een jaar tot maximaal drie jaar wordt verleend € 263,85.
Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet Tarief Artikel 3.6 Ontheffing winkeltijdenwet Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. tot het verlenen van een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet € 48,85; b. tot het intrekken of wijzigen van een onder a bedoelde ontheffing € 48,85. Paragraaf 3.4 Organiseren evenementen Tarief Artikel 3.7 Organiseren evenement Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning ingevolge de Algemene Plaatselijke Verordening voor het organiseren van een evenement € 48,85. Paragraaf 3.5 Diversen Tarief Artikel 3.8 Rondvaart-, verhuur- en andere boten 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het verkrijgen van: a. een vergunning voor de uitoefening van een rondvaartbedrijf per in de vergunning opgenomen rondvaartboot vermeerderd met € 280,50, € 70,05; b. een door of namens de gemeente verstrekt kenteken voor een rondvaartboot, per set van twee kentekenplaten € 32,15; c. een vergunning tot het uitoefenen van een botenverhuurbedrijf per in de vergunning opgenomen verhuurboot vermeerderd met € 280,50, € 70,05; d. een door of namens de gemeente verstrekt kenteken voor een verhuurboot, per set van twee kentekenplaten € 32,15; e.
een door of namens de gemeente verstrekt kenteken voor een boot, breder dan 1,80 meter, niet zijnde een rondvaartboot of verhuurboot, per set van twee kentekenplaten € 32,15. 2. De leges voor het in behandeling nemen van een aanvraag van degene op wiens naam de in het eerste lid, onder a en c, bedoelde vergunning is gesteld, voor wijziging dan wel uitbreiding van de vergunning, bedragen per extra in de gewijzigde of uitgebreide vergunning opgenomen rondvaartboot of verhuurboot vermeerderd met € 280,50, € 70,05. Artikel 3.9 Ontheffing Verordening Fysieke Leefomgeving Steenwijkerland Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 22:3, tweede lid, van de Verordening Fysieke Leefomgeving Steenwijkerland (ontheffing verbrandingsmotor) € 46,00. Artikel 3.10 Ontheffing maximale breedte Dorpsgracht Giethoorn 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in het “Verkeersbesluit tot instelling van een maximaal toelaatbare breedte van 1,80 meter voor alle schepen in de Dorpsgracht te Giethoorn, vanaf de Volkersvaart (paal 5) tot aan de Molenvaart (paal 1)” € 46,00. 2. Inwoners, zoals weergegeven op de bij het in het eerste lid genoemde verkeersbesluit behorende kaart, zijn vrijgesteld van het bepaalde in het eerste lid.
Paragraaf 3.6 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit Tarief Artikel 3.11 Niet benoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking € 48,85. Behorende bij raadsbesluit van 17 december 2024. De griffier van Steenwijkerland, Bijlage 1 Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012) De Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie Nr. 2011-2000541953 19 januari 2012, Stcrt. 2012, nr. 1567 § 1 Aanduidingen, begripsbepalingen 1.
Verstaan wordt onder: de aannemer: de natuurlijke of rechtspersoon, aan wie het werk is opgedragen; de aannemingssom: het bedrag, waarvoor de aannemer zich heeft verbonden het werk tot stand te brengen, de omzetbelasting daarin niet begrepen; het bestek: de beschrijving van het werk, de daarbij behorende tekeningen, de voor het werk geldende voorwaarden, de nota van inlichtingen en het proces-verbaal van aanwijzing; bouwstoffen: de in het werk te brengen materialen, voorwerpen, onderdelen, installaties of onderdelen daarvan, grond van allerlei soort en dergelijke; dag: kalenderdag; de opdrachtgever: de natuurlijke of rechtspersoon, die het werk opdraagt; de overeenkomst: de tussen opdrachtgever en aannemer tot stand gekomen overeenkomst van aanneming van werk; UAV: deze Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012; het werk: het uit te voeren werk, technische installatiewerk of de te verrichten levering; werkdag: een kalenderdag, tenzij deze valt op een algemeen of ter plaatse van het werk erkende, of door de overheid dan wel bij of krachtens collectieve arbeidsovereenkomst voorgeschreven rust - of feestdag, vakantiedag of andere niet individuele vrije dag. Bijlage 2 Definitie kleine buitenplanse omgevingsactiviteit Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is: a.
een activiteit waarvoor het omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar het volgens de beoordelingsregels niet mogelijk is de vergunning te verlenen; b. een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan. Alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten vallen onder het begrip “buitenplanse omgevingsplanactiviteit” als bedoeld in artikel 2.46a, eerste lid, onderdeel c van deze verordening, tenzij sprake is van een “kleine buitenplanse omgevingsactiviteit” als bedoeld in artikel 2.46a, eerste lid, onderdeel b van deze verordening. Dit laatste is het geval als de activiteit valt binnen één van de volgende categorieën: 1. Een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf, b. de oppervlakte bedraagt niet meer dan 150 m2. 2. Een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening (nutsvoorzieningen, de waterhuishouding, het meten van de luchtkwaliteit, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer of het weg-spoorweg-, water- of luchtverkeer) wanneer wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 5m, en b. de oppervlakte bedraagt niet meer dan 50m2. 3.
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits voldaan wordt aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 10m, en b. de oppervlakte bedraagt niet meer dan 50m2. 4. Een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw. 5. Een antenne-installatie, mist niet hoger dan 40 meter. 6. Een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling (de gecombineerde opwekking van warmte en elektriciteit of mechanische energie door verstoking van een brandstof, waarvan de warmte nuttig gebruikt wordt, anders dan voor de productie va n elektriciteit). 7. Het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied. 8. Het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft e en logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen . 9. Het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning, mits voldaan wordt aan de volgende eisen: a.
de recreatiewoning voldoet aan de bij of krachtens de vigerende wet - en regelgeving aan een bestaande woning gestelde eisen; b. de bewoning is niet in strijd met de regels gesteld in de Omgevingswet; c. de bewoner had de recreatiewoning op 31 oktober 2003 als woning in gebruik en bewoont deze sindsdien onafgebroken; d. de bewoner was op 31 oktober 2003 meerderjarig. 10. Ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 9 voor een termijn van ten hoogte 10 jaar. 11. Het realiseren van een Bed & Breakfast in een bijgebouw in het buitengebied. 12. Het plaatsen van lichtmasten bij sportvelden. 13. Het college van burgemeester en wethouders kan ander gebruik en/of een andere activiteit aanwijzen als “kleine omgevingsplanactiviteit”: - wanneer er geen of weinig relatie is met de instructieregels van het Rijk en de provincie , en - wanneer er niet of nauwelijks adviezen van buiten de gemeentelijke organisatie noodzakelijk zijn.