CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Leeuwte 47_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 2 Voortoets.pdf

Politieke Markt 27 juni 2023, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan ''Leeuwte 47"2.248 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Realisatie nieuwe schuur Leeuwte 47 te Sint- jansklooster Toetsing van mogelijke effecten op Natura 2000-gebieden in het kader van de Wet natuurbescherming Uitgevoerd door: Tuitert Natuuronderzoek i.s.m. Natuurbank Overijssel Opdrachtgever: Contactpersoon: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 06-14435700 Projectnummer en versie: 3217 Status: definitief Ligging plangebied: Leeuwte 47 – Sint-jansklooster Rapportdatum: 29-10-2021

2 Inhoudsopgave 1 Inleiding ...................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding ............................................................................................................ 3 1.2 Doel ..................................................................................................................... 4 2 Wettelijk kader ............................................................................................................ 5 2.1 Wet natuurbescherming; Natura 2000 ................................................................ 5 3 Afbakening Natura 2000-gebieden ........................................................................... 6 3.1 Natura 2000-gebieden ........................................................................................ 6 4 Natura 2000-gebied De Wieden ................................................................................ 7 4.1 Gebiedsbeschrijving ............................................................................................ 7 4.2 Begrenzing en oppervlakte ................................................................................. 7 5 Effecten en toetsing ...................................................................................................

8 5.1 Afbakening .......................................................................................................... 8 5.2 Oppervlakteverlies .............................................................................................. 8 5.3 Verstoring ............................................................................................................ 8 5.4 Stikstofdepositie .................................................................................................. 9 5.5 Cumulatie ............................................................................................................ 9 6 Conclusie .................................................................................................................. 10 3 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Op het adres Leeuwte 47 in Sint Jansklooster is een rietdekkersbedrijf gevestigd. Ten behoeve van de bedrijfsontwikkeling zijn er concrete plannen voor de bouw van een schuur, direct ten oosten van het erf Leeuwte 49. Ten behoeve van de bouw van de schuur, vindt er een planologische procedure plaats om het huidige bouwblok te ver- plaatsen. Het plangebied is gesitueerd ten oosten van het adres Leeuwte 49 te Sint Jansklooster. Het ligt in de buurtschap Leeuwte, circa 1,19 kilometer ten noordoosten van de woonkern Vollenhove.

Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart. Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode marker aangeduid (bron: ruimtelijkeplannen.nl). Begrenzing van het plangebied; deze wordt met de gele lijn aangeduid (bron luchtfoto: ruimtelijke- plannen.nl). Omdat het plangebied deels binnen de begrenzing van een Natura 2000-gebied ligt, is gevraagd om aan de hand van een ecologische beoordeling te toetsen of het voorgeno- men project significante gevolgen kan hebben voor het betreffende Natura 2000-gebied 4 De Wieden. Voorliggend rapport bevat de ecologische beoordeling in het kader van Natu- ra 2000. 1.2 Doel Doel van voorliggende toetsing is om te bepalen of het voorgenomen project significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Indien dit het geval is, dan is voor het voorgenomen project een vergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid, Wet natuurbe- scherming noodzakelijk. Wanneer uit de ecologische beoordeling blijkt dat significante gevolgen op voorhand met zekerheid zijn uitgesloten, dan kan het voorgenomen project worden uitgevoerd zonder vergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid, Wet natuurbe- scherming.

5 2 Wettelijk kader 2.1 Wet natuurbescherming; Natura 2000 De bescherming van Natura 2000-gebieden (Vogel- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Projecten of plannen die significante gevolgen kunnen voor deze beschermde gebieden, zijn in beginsel (zonder vergunning) niet toegestaan. De verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van Natura 2000-gebieden staan in artikel 2.7, eerste en tweede lid, Wet natuur- bescherming: Kern van de Natura 2000 toetsing zijn de instandhoudingsdoelstellingen die per Natura 2000-gebied zijn geformuleerd. Een project of plan mag er niet toe leiden dat de instand- houdingsdoelstellingen niet meer gehaald (kunnen) worden. Dan is sprake van significan- te gevolgen. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstof- depositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets, waarin wordt getoetst of significante gevolgen voor Natura 2000-gebied op voorhand met zekerheid kunnen wor- den uitgesloten. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 Wet natuurbe- scherming.

Artikel 2.7 1. Een bestuursorgaan stelt een plan dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, en dat afzonderlijk of in combinatie met an- dere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000- gebied, uitsluitend vast indien is voldaan aan artikel 2.8, met uitzondering van het ne- gende lid. 2. Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000- gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significan- te gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. 6 3 Afbakening Natura 2000-gebieden 3.1 Natura 2000-gebieden Het projectgebied is gelegen binnen de begrenzing van het Natura 2000-gebied De Wie- den. Het Natura 2000-gebied De Wieden bestaat ter plaatse van het projectgebied uit zowel Vogelrichtlijngebied als Habitatrichtlijngebied. Figuur 3.1-1: Begrenzing Natura 2000-gebied De Wieden ter plaatse van het projectgebied (rood omlijnd). Bron: Aerius Calculator. Andere Natura 2000-gebieden liggen op grote afstand (> 5 km) van het projectgebied, waardoor effecten door bijv. oppervlakteverlies en verstoring op voorhand met zekerheid zijn uitgesloten.

Uit de stikstofberekeningen blijkt bovendien dat geen sprake is van een toename aan stikstofdepositie op andere Natura 2000-gebieden dan De Wieden. Andere Natura 2000-gebieden dan De Wieden blijven derhalve verder buiten beschouwing in voorliggende ecologische beoordeling. 7 4 Natura 2000-gebied De Wieden 4.1 Gebiedsbeschrijving Het gebied De Wieden is een uitgestrekt laagveenmoeras met meren en kanalen met daartussen natte graslanden, natte heiden, trilvenen, galigaanmoerassen, rietland en moerasbos. Het gebied is een restant van het laagveengebied dat zich ooit van Zwol- le tot ver in Fryslân uitstrekte. Een groot deel bestaat uit uitgeveende petgaten. Alle successiestadia van open water tot en met moerasheide en veenbos zijn aanwezig. Het gebied Wieden is beïnvloed door het oude rivierstelsel van de Overijsselse Vecht. Er komen ondiepe kleiafzettingen voor. Door vervening, met bredere petga- ten, zijn de grote meren ontstaan. Het Giethoornse- en Duiningermeer zijn natuurlijke meren. 4.2 Begrenzing en oppervlakte Het gebied is gelegen tussen Meppel en de Noordoostpolder in de kop van Overijssel.

Het omvat Giethoornse Meer, Beulakerwijde, Belterwijde en Schutslootwijde met de om- ringende gebieden waarbij inbegrepen een deel van de Polder Giethoorn, deel van de Beulakerpolder, gebied rond Dwarsgracht, Muggenbeet, Giethoornse Meer, Leeuwter- veld, Vollenhovermeer met de Vollenhoofse Uiterdijken en Barsbekerbinnenpolder, ge- bied rond Belt- Schutsloot alsmede een gebied tussen Wanneperveen en Meppelerdiep tot aan de Kiersche Wijde en de Bovenwijde met omringend moerasgebied en graslan- den. Het Habitatrichtlijngebied heeft deels dezelfde begrenzing als het Vogelrichtlijnge- bied met uitzondering van het noordelijk en westelijk deel van het Leeuwterveld, het Vol- lenhovermeer en de Vollenhoofsche Uiterdijken, de Barsbekerbinnenpolder en een strook ten noorden van Wanneperveen en langs de Gasthuisdijk. Het Natura 2000-gebied De Wieden beslaat een oppervlakte van ongeveer 9.020 ha. Hiervan is ongeveer 1.850 ha alleen onder Vogelrichtlijn aangewezen. Figuur 4.2: Begrenzing Natura 2000-gebied De Wieden. 8 5 Effecten en toetsing 5.1 Afbakening Het voorgenomen project bestaat uit de realisatie van een schuur op een stuk grond tus- sen twee woningen in, dat momenteel in gebruik is als paardenweide.

Hoewel het plan- gebied binnen de begrenzing van het Natura 2000-gebied De Wieden ligt, lijkt het huidige gebruik als paardenweide de aanwezigheid van kwalificerende habitattypen en/of leefge- bieden van kwalificerende soorten uit te sluiten. Tijdens de bouw kan tijdelijk verstoring plaatsvinden in het Natura 2000-gebied De Wieden. Ook zou tijdens de aanlegfase tijde- lijk sprake kunnen zijn van stikstofdepositie door aanlegwerkzaamheden en de aanleg van een stroomkabel naar het gebied. Deze mogelijke effecten worden nader beschouwd in deze ecologische beoordeling. 5.2 Oppervlakteverlies Het projectgebied bestaat uit een uitgerasterde paardenweide tussen twee woningen aan de Leeuwte. De paardenweide wordt intensief gebruikt. Van aanwezigheid van kwalifice- rende habitattypen in het projectgebied is geen sprake. Door het gebruik als paardenwei- de en de ligging (ingeklemd tussen twee percelen met woningen en langs een doorgaan- de weg) kan op voorhand uitgesloten worden dat het projectgebied enige functie heeft als leefgebied voor kwalificerende habitatsoorten en/of vogelsoorten (broedvogels en niet - broedvogels). Voor het Natura 2000-gebied De Wieden kwalificerende habitatsoorten zijn gebonden aan specifieke aquatische en/of moerasbiotopen die afwezig zijn in het pro- jectgebied.

Voor kwalificerende broedvogels geldt dat geschikt broedbiotoop ontbreekt en voor kwalificerende niet-broedvogels geldt dat de kort afgegraasde paardenweide geen geschikt foerageergebied vormt. Van oppervlakteverlies van kwalificerende habitattypen en/of leefgebieden van kwalificerende soorten door ruimtebeslag is geen sprake. Signifi- cante gevolgen door oppervlakteverlies zijn op voorhand met zekerheid uitgesloten. Overzicht projectgebied (paardenweide tussen twee woningen aan de Leeuwte). 5.3 Verstoring Tijdens de aanlegfase kan tijdelijk sprake zijn van verstoring in het Natura 2000-gebied De Wieden door aanlegwerkzaamheden. De bouwtijd bedraagt enkele maanden, waar- door de verstoring beperkt is in zowel omvang als tijdsbestek. Het projectgebied betreft een in gebruik zijnde paardenweide die tussen twee erven met bebouwing (woningen) in ligt. De verstoringsafstand voor reguliere bouwwerkzaamheden zoals de bouw van een nieuwe schuur bedraagt hooguit enkele honderden meters. Dat betekent dat het weide- gebied achter het projectgebied tot aan de Moespotsvaart tijdelijk kan worden verstoord. Dit weidegebied vormt geschikt foerageergebied voor kwalificerende herbivore water vo- gels zoals ganzen en smient. Het gebied ligt echter op korte afstand van de woningen aan de Leeuwte. Ganzen en smient houden veelal een verstoringsafstand aan van ca.

9 150 meter van dergelijke erven (van den Bremer et al 2016). Dat betekent dat deze gras- landen ten zuiden van de Moespotsvaart door de ligging < 200 meter van diverse wonin- gen niet of slechts in beperkte mate geschikt zijn als foerageergebied voor herbivore watervogels. Een in omvang en tijdsduur beperkte tijdelijke verstoring tijdens de bouwfa- se leidt er niet toe dat de draagkracht van het gebied voor herbivore watervogels zodanig wordt aangetast, dat de doelaantallen zoals opgenomen in de instandhoudingsdoelstel- lingen niet gehaald kunnen worden. Een significante verstoring kan op voorhand met zekerheid worden uitgesloten. Voor andere voor verstoring gevoelige kwalificerende soorten zoals habitatsoorten en broedvogels geldt dat geschikte leefgebieden op grote afstand van het projectgebied liggen, in het gebied ten noorden van de Moespotsvaart. Deze (potentiële) leefgebieden ondervinden geen verstoring als gevolg van de aanlegwerkzaamheden. Een significante verstoring kan op voorhand met zekerheid worden uitgesloten. 5.4 Stikstofdepositie Door Natuurbank Overijssel is een stikstofberekening uitgevoerd met het rekenprogram- ma Aerius Calculator. Daarbij zijn de aanlegfase en de gebruiksfase van het voorgeno- men project doorgerekend.

Uit de stikstofberekening blijkt dat als gevolg van het voorge- nomen project alleen tijdelijk, tijdens de aanlegfase van het project, sprake is van een beperkte toename aan stikstofdepositie van maximaal 0,05 mol N/ha/jr op Lg08 Nat, ma- tig voedselrijk grasland, maximaal 0,01 mol N/ha/jr op Lg10 Kamgrasweide & bloemrijk weidevogelgrasland van het zand- en veengebied en van maximaal 0,01 mol N/ha/jr op een zoekgebied voor het habitattype H3150baz Meren met krabbenscheer en fontein- kruiden, buiten afgesloten zeearmen. Uit de stikstofberekening blijkt dat voor geen van deze hexagonen geldt dat sprake is van een (naderende) overschrijding van de kritische depositiewaarde (KDW). Er is geen sprake van een toename aan stikstofdepositie op (naderende) overbelaste hexagonen en ook in de gebruiksfase is geen toename aan stikstofdepositie > 0,00 mol N/ha/jr berekend. Significante gevolgen kunnen derhalve op voorhand met zekerheid worden uitgesloten. 5.5 Cumulatie Er zijn geen reeds vergunde maar nog niet uitgevoerde projecten bekend die gelijktijdig met de aanleg en/of het gebruik van het voorgenomen project worden uitgevoerd en die een overlap hebben qua beïnvloedingsgebied met de voorgenomen activiteit. Van een significant effect door cumulatie met eventuele andere projecten is dan ook geen sprake.

10 6 Conclusie Het voorgenomen project leidt met zekerheid niet tot significante gevolgen voor het nabij- gelegen Natura 2000-gebied De Wieden of voor andere omliggende Natura 2000- gebieden. Tijdens de aanlegfase kan sprake zijn van enige verstoring die reikt tot in het Natura 2000-gebied De Wieden. Een in omvang en tijdsduur beperkte tijdelijke verstoring tijdens de bouwfase leidt er echter niet toe dat de draagkracht van het gebied voor herbivore watervogels zodanig wordt aangetast, dat de doelaantallen zoals opgenomen in de in- standhoudingsdoelstellingen niet gehaald kunnen worden. Voor andere verstoringsge- voelige soorten geldt dat verstoring niet aan de orde is, omdat er geen geschikt leefge- bied aanwezig is binnen de verstoringsafstand van de voorgenomen activiteit. Een signi- ficante verstoring kan op voorhand met zekerheid worden uitgesloten. Tijdens de aanlegfase en de gebruiksfase is geen sprake van een toename aan stikstof- depositie op hexagonen van stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden van soor- ten die een (naderende) overschrijding van de KDW hebben. Significante gevolgen als gevolg van stikstofdepositie kunnen derhalve op voorhand met zekerheid worden uitge- sloten. Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat significante gevolgen voor het Natura 2000-gebied De Wieden op voorhand met zekerheid zijn uitgesloten.

Er zijn geen mitige- rende maatregelen nodig om significante gevolgen op voorhand met zekerheid te kunnen uitsluiten. Nadere toetsing in de vorm van een passende beoordeling is niet aan de orde. De ontwikkeling is niet in strijd is met de bepalingen uit artikel 2.7, tweede lid, Wet na- tuurbescherming. 11 Literatuur ▪ BJZ 2021. Aerius berekening Leeuwte 47, Sint Jansklooster. ▪ Provincie Overijssel 2017. Natura 2000 Gebiedsanalyse voor de Programmati- sche Aanpak Stikstof (PAS) De Wieden. ▪ van den Bremer L., Nienhuis J., van Winden E., van Roomen M., van Winden E. & Voslamber B. 2016. Draagkracht voor foeragerende ganzen en Smienten in het Natura 2000-gebied Rijntakken. Sovon-rapport 2016/29. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. ▪ https://www.calculator.aerius.nl/calculator ▪ https://www.natura2000.nl/gebieden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/9e879671-aba8-4504-9cbd-882e03e6d297?agendaItemId=6d8d711a-0286-4ec7-ab45-4d276713e287