CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Ledenbrief VNG Voorjaarsnota rijk 2023.pdf

Raadsvergadering 4 juli 2023, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Perspectiefnota 2023-2027 gemeente Steenwijkerland3.528 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de leden Datum 17 mei 2023 Ons kenmerk U202300364 Lbr. 23.020 Onderwerp Voorjaarsnota 2023 Geachte leden van college en gemeenteraad, Op 28 april publiceerde het kabinet de Voorjaarsnota 2023. Velen van u zullen met enige spanning hebben uitgekeken naar dat moment. Sinds de eerste verschijning van het coalitieakkoord in december 2021 leeft ongetwijfeld ook in uw gemeente de vraag: hoe ziet onze financiële toekomst er vanaf 2026 uit? Het korte antwoord is: vanaf 2026 is er nog steeds sprake van een grote terugval van middelen in het gemeentefonds. Op 2 mei heeft de VNG in een eerste reactie daarom al laten weten dat er op korte termijn overleg nodig is met het kabinet over de gevolgen voor gemeenten van deze Voorjaarsnota. Samenvatting Vanaf 2026 is er voor gemeenten structureel zo’n €3 miljard minder beschikbaar voor het uitvoeren van gemeentelijke taken en biedt het accres vanaf 2027 te weinig vergoeding voor het opvangen van de autonome groei van de zorgtaken. Het is goed dat er nu een aanzet is voor een nieuwe normeringssystematiek, maar alles bij elkaar geeft deze voorjaarsnota niet de gewenste structurele financiële zekerheid voor gemeenten. Deze brief geeft een nadere duiding van de Voorjaarsnota en geeft aan welke acties vanuit de VNG naar aanleiding hiervan in gang zijn gezet.

Aanloop In aanloop naar de formatie van het huidige kabinet is door de VNG ingezet op het verbeteren van de interbestuurlijke en financiële verhoudingen. Er was toen aanleiding voor voorzichtig optimisme. Op 18 mei 2021 presenteerde de Commissie van Wijzen haar uitspraak1 over het geschil tussen rijk 1 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2021/05/18/jeugdzorg-een-onderwerp-van- aanhoudende-zorg Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl vng.nl Vereniging van Nederlandse Gemeenten 2/8 en gemeenten over de structurele financiering van de jeugdzorg. Het toenmalige kabinet nam deze uitspraak over, al liet het de structurele vertaling aan een volgend kabinet. Ook werd ten behoeve van de formatie door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, VNG, Interprovinciaal Overleg (IPO) en Unie van Waterschappen (UvW) gezamenlijk een notitie opgesteld met aanbevelingen voor verbeteringen in bestuur en financiën van de medeoverheden2. In deze notitie stond onder meer dat de opschalingskorting moest worden teruggedraaid en dat de financiële problemen in het sociaal domein, met name de jeugdzorg, moeten worden opgelost. Ook stond er dat er meer stabiliteit moest komen in de financiële verhoudingen.

Op het punt van de normeringssystematiek van het gemeentefonds (de wijze waarop de jaarlijkse groei van het fonds om stijgingen voor loon, prijs en volume op te kunnen vangen) werd in de gebruikelijke vierjaarlijkse en gezamenlijke evaluatie geconstateerd dat de huidige systematiek (trap op, trap af), aangevuld met een afspraak om het volume-accres aan het begin van de periode vast te zetten, voldoende stabiliteit en zekerheid zou bieden. De uitkomsten van de coalitiebesprekingen stonden in scherp contrast met deze aanloop en leidde tot het oordeel van de VNG dat er sprake was van een ‘valse start’ in de samenwerking tussen kabinet en gemeenten. Met name de voornemens van het kabinet op het gebied van jeugdzorg, maar vooral voor het gemeentefonds zorgden voor grote onzekerheid bij gemeenten. In het coalitieakkoord werd een nieuwe systematiek voor het gemeentefonds aangekondigd, die autonomie en stabiliteit zou moeten bevorderen en waarbij verruiming van het belastinggebied zou worden betrokken. Vooruitlopend op deze nieuwe systematiek werd het gemeentefonds vanaf 2026 op een (fors) lager niveau vastgesteld en de trap op, trap af-systematiek buiten werking gesteld. Voor de ontwikkelingen rondom de jeugdzorg verwijs ik graag naar onze ledenbrief van 21 april 20223. Als VNG hechten we eraan te benadrukken dat over deze passages nooit overleg is geweest met de VNG.

Niet in aanloop naar het coalitieakkoord – wat op grond van art. 7 van de Code Interbestuurlijke Verhoudingen verwacht mocht worden – en ook niet daarna in een Overhedenoverleg – wat op grond van art. 8 van diezelfde Code ‘zo spoedig mogelijk’ na de totstandkoming van een nieuw kabinet plaats had moeten vinden. Hierdoor was deze passage ook voor ons een verrassing en tastten we lang in het duister over de aanleiding en onderbouwing ervan. Wel duidelijk was dat de financiële vertaling ervan spijkerhard werd opgenomen in de rijksbegroting. Door de VNG is vanaf dat moment consequent ingezet op helderheid van het kabinet over structurele financiën voor gemeenten. Het was immers onduidelijk of door de nieuwe systematiek het ontstane financiële gat weer opgevuld zou worden, of dat er sprake was van een bezuiniging. Het rapport ‘Samenwerkingsvermogen’4, dat onder leiding van onafhankelijk procesbegeleider José Lazeroms werd opgesteld, onderstreepte precies deze vragen. Deze onduidelijkheid heeft echter ook na het verschijnen van dat rapport nog aangehouden en duurt in essentie nog steeds voort. Pas sinds maart van dit jaar is er echt inhoudelijk met het rijk gesproken over een eventuele uitwerking van deze passage in het regeerakkoord.

Dit waren vooral ambtelijke gesprekken en 2https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2021Z12406&did=2021D26 693 3 https://vng.nl/brieven/principeakkoord-kabinet-hervormingsagenda-jeugd 4 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/07/01/samenwerkingsvermogen-samen- werken-aan-maatschappelijke-opgaven-met-financien-in-balans Vereniging van Nederlandse Gemeenten 3/8 informele bestuurlijke bijpraatmomenten. Op het punt van de normering is daarin de variant die nu in de Voorjaarsnota wordt genoemd door het rijk naar voren gebracht: het mee laten groeien van het gemeentefonds met de nominale ontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Vanuit de VNG zijn daarop aandachtspunten meegegeven voor de verdere uitwerking daarvan. De belangrijkste daarvan is dat er binnen de nieuwe systematiek gekeken moet worden naar onderdelen waarvan de uitgaven sneller groeien dan het BBP, zoals bijvoorbeeld bij de zorg het geval is. Er heeft daarna geen expliciete interbestuurlijke besluitvorming plaatsgevonden over deze nieuwe normeringssystematiek. Hieronder ga ik uitgebreider in op de voornemens rondom deze nieuwe aanpak. Op het punt van de verruiming van het belastinggebied is door de VNG in een heel vroeg stadium al aangegeven onder welke voorwaarden invoering door ons verantwoord wordt geacht.

U bent hierover in het kader van de Algemene Ledenvergadering (ALV) in juni 2022 geïnformeerd5. Vanuit het kabinet is nog geen duidelijk standpunt ingenomen over hoe een eventuele verruiming er uit zou moeten zien. Vast staat dat een verruiming binnen de financiële kaders van het coalitieakkoord in alle omstandigheden tot lastenverzwaring zou leiden zonder dat daar een hoger voorzieningenniveau tegenover staat. Daarmee wordt in ieder geval niet voldaan aan onze voorwaarden. Financiële gevolgen Voorjaarsnota Vorig jaar heeft het kabinet als gebaar een eenmalige rijksbijdrage beschikbaar gesteld voor het gedeeltelijk opvullen van het financieel gat in 2026. Deze eenmalig rijksbijdrage van € 924 miljoen voor 2026 wordt met de Voorjaarsnota 2023 structureel doorgetrokken en daarnaast kondigt het kabinet aan dat de ze vanaf 2027 een nieuwe normeringssystematiek wil hanteren. Ook met deze twee ingrepen is de problematiek van het financiële gat vanaf 2026 echter bij lange na niet opgelost. Grafiek 1 geeft een overzicht van de ombuigingen op het gemeentefonds vanaf 2026 exclusief de middelen jeugd.

Ondanks dat in de Voorjaarsnota wordt gesproken over ‘extra’ of ‘additionele’ middelen voor gemeenten, is het saldo voor het gemeentefonds nog steeds negatief: vanaf 2026 ontvangen gemeenten onder andere door het lager vastgestelde accres en de terugkeer van de opschalingskorting structureel zo’n € 3 miljard minder. 5 https://vng.nl/sites/default/files/2022-06/07-uitwerking-regeerakkoord-en-gevolgen-voor- gemeenten.pdf Vereniging van Nederlandse Gemeenten 4/8 Grafiek 1. Ombuigingen op het gemeentefonds vanaf 2026 Nieuwe methode van indexeren gemeentefonds Het gemeentefonds moet elk jaar worden geïndexeerd om loon-, prijs- en volumeontwikkelingen op te kunnen vangen. Lonen en prijzen van bestaande taken stijgen elk jaar als gevolg van inflatie en hogere welvaart. Daarnaast stijgen de kosten van voorzieningen door bevolkingsgroei, maar ook binnen de bevolkingen door bijvoorbeeld de groei van het aantal ouderen. Daardoor zijn er meer voorzieningen nodig. Ook stijgen de kosten van voorzieningen, omdat door hogere welvaart de standaarden ervoor hoger worden. Dat alles noemen we de volumeontwikkeling. Ook de gevolgen van asielmigratie vallen onder deze volumeontwikkeling. Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft berekend dat de bevolking de komende jaren fors groeit, vooral door toegenomen migratie en een stijgende levensverwachting.

De komende jaren stijgt het aantal inwoners in Nederland elk jaar met een aantal dat vergelijkbaar is met het aantal inwoners van de gemeente Zoetermeer. Al die mensen hebben ook recht op gemeentelijke voorzieningen. Tot nu toe worden gemeenten voor deze ontwikkelingen gecompenseerd met de ‘trap op, trap af’-systematiek: het gemeentefonds groeit mee met de rijksuitgaven. Het kabinet heeft deze systematiek zoals hierboven toegelicht vanaf 2026 eenzijdig afgeschaft. In de Voorjaarsnota 2023 zegt het kabinet te hebben besloten dat het gemeentefonds vanaf 2027 geïndexeerd wordt aan de hand van de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product (BBP). Daarvoor wordt deze index gesplitst in twee delen: - Een component volumeontwikkeling bbp door het reëel-accres te baseren op het gemiddelde van de gerealiseerde volumegroei van het BBP in de achterliggende 8 jaren (t- 9 t/m t-2). Met het reëel accres moet naast volumeontwikkelingen ook de reële loonontwikkeling worden opgevangen. - Een component prijspeil bbp. Het accres voor prijsontwikkelingen in een jaar wordt met de nieuwe methodiek gebaseerd op de raming van het prijspeil bbp uit het Centraal Economisch Plan (CEP) in datzelfde jaar. Dit deel van het accres bevat daardoor niet een component voor reële loonontwikkeling. Dat moet worden opgevangen met het reëel- accres.

In de Voorjaarsnota 2023 zijn de ramingen die volgen uit deze nieuwe methode nog niet opgenomen. Er is in aanvulling op de tranche LPO-accres 2027 een bedrag van structureel € 150 miljoen voor het volume-accres gereserveerd. Voor het jaar 2028 geldt hetzelfde. Tabel 1 geeft de

Vereniging van Nederlandse Gemeenten 5/8 ramingen weer van accressen 2027 en 2028 die op grond van onze eigen berekeningen volgen uit de voorgestelde nieuwe systematiek. Tabel 1: Accres 2027 en 2028 bij indexering ontwikkeling nominaal bbp nieuwe methode Jaar 2027 2028 Reëel-accres in % 1,59% 1,48% Reëel accres (x 1.000 euro) 600.941 577.292 Accres prijsontwikkeling bbp in % 2,5% 2,5% Accres prijsontwikkeling bbp (x 1.000 euro) 944.876 975.155 Zoals eerder in deze brief al is aangegeven heeft er geen bestuurlijke besluitvorming tussen de VNG en het kabinet over deze nieuwe methode plaatsgevonden. Door de VNG zijn in de gevoerde informele gesprekken wel twee kritische kanttekeningen geplaatst: - Er zijn gemeentelijke kosten die harder stijgen dan het BBP Een flink deel van de algemene uitkering uit het gemeentefonds is bedoeld voor de bekostiging van zorgtaken. Een onafhankelijke raming van de autonome groei van deze zorgkosten uit het CEP 2022 laat zien dat deze kosten veel sneller groeien dan het bbp. Het Centraal Planbureau (CPB) schat de potentiële economische (volume-)groei van het bbp de komende jaren op 1,2%. De reële groei van de zorgkosten wordt door het CPB geschat op 3,4%. Dat is dus meer dan 2% hoger. Daarvan komt 1,5% door demografie (vergrijzing) en 1,1% door de stijging van de reële lonen.

Een indexering van het gemeentefonds alleen op basis van de ontwikkeling van het nominale bbp schiet tekort om deze autonome stijging van de gemeentelijke zorgkosten op te vangen en leidt daarmee tot verdringing van andere noodzakelijke publieke voorzieningen die door gemeenten in de lucht worden gehouden. - De wijziging in de LPO-compensatie leidt tot ongewenste schommelingen Volgens het regeerakkoord is de ingreep vanaf 2026 bedoeld om de bekostiging van gemeenten stabieler te maken. Vanaf 2026 worden echter door een gewijzigde methodiek schommelende accrestranches voor de indexering voor prijsontwikkelingen ingevoerd. Wij zien graag plat doorgetrokken accrestranches voor de indexering voor prijsontwikkelingen. Daarbij sluit de index prijspeil bbp veel slechter aan bij de loon- en prijsontwikkeling van de gemeentelijke kosten dan de huidige methodiek van LPO-accressen. Die afwijkingen moeten gemeenten opvangen met het volume-accres. Het daadwerkelijk overblijvende volume-accres voor beleid wordt daardoor flink instabieler. De winst aan stabiliteit door uit te gaan van het gemiddelde van 8 jaar volumegroei bbp gaat daarmee geheel verloren. Per saldo is de nieuwe systematiek daardoor even stabiel als de huidige koppeling van de ontwikkeling van het gemeentefonds aan de ontwikkeling van de netto rijksuitgaven.

De huidige koppeling aan de netto rijksuitgaven als normering van het gemeentefonds (trap op, trap af) kent deze problemen niet. Een koppeling aan de ontwikkeling van het BBP is voorstelbaar, maar alleen als de hiervoor genoemde kritiekpunten door aanpassingen van de voorgestelde systematiek worden opgelost. In mei is hierover bestuurlijk overleg voorzien tussen gemeenten, provincies en het rijk. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 6/8 Actualisatie raming accressen en extra bijstelling over 2022 In de Voorjaarsnota 2023 wordt ook de nieuwste raming van de accressen gemeentefonds toegelicht. Voor de jaren 2022 tot en met 2025 zijn de accressen voor het opvangen van volumeontwikkelingen bevroren. Deze zijn dan ook ongewijzigd. De accressen voor de ontwikkeling van de loon- en prijsontwikkeling worden wel jaarlijks aan de hand van de laatste ramingen voor de ontwikkeling loonvoet overheid, prijspeil materiele consumptie overheid en prijspeil bruto investeringen overheid uit het CEP bijgesteld. Daarnaast heeft het kabinet eind vorig jaar in de Najaarsnota 2022 aangegeven dat eenmalig een extra bijstelling voor de prijsontwikkelingen in 2022 plaatsvindt met het accres 2023. De oorspronkelijke ramingen daarvoor uit het CEP 2022 weken door de sterk oplopende inflatie erg veel af.

In de Najaarsnota 2022 is voor de extra bijstelling van de tranche LPO-accres 2022 een structureel bedrag van € 300 miljoen vanaf 2023 voor het gemeentefonds geraamd en aangegeven dat deze hogere vergoeding voor gestegen prijzen het mogelijk maakt de bekostiging aan maatschappelijke organisaties te verhogen. Het kabinet heeft nu in de Voorjaarsnota 2023 besloten de bijstelling alleen te baseren op de nieuwe ramingen voor de ontwikkeling prijspeil materiële consumptie overheid en prijspeil bruto investeringen overheid. Een bijstelling voor een nieuwe raming van de ontwikkeling loonvoet overheid in het jaar 2022 blijft achterwege. Daardoor is de bijstelling lager uitgekomen dan eerder geraamd en bedraagt nu € 127 miljoen structureel voor de jaren 2023 tot en met 2025. Vanaf 2026 daalt dit bedrag door een gewijzigde berekening van de oude tranche LPO-accres in latere jaren. Deze daling is daarmee onderdeel van de neerwaarts schommelende LPO-accresproblematiek vanaf 2026, waarover nog geen overstemming tussen rijk en VNG is.

Tabel 2 Tranches LPO-accres (bedragen x miljoen euro), stand Voorjaarsnota 2023 Jaar % 2023 2024 2025 2026 2027 2028 Extra LPO-accres 22 0,36% 127 127 127 119 115 115 LPO-accres tranche 23 4,54% 1.598 1.598 1.598 1.497 1.455 1.455 LPO-accres tranche 24 4,22% 1.592 1.592 1.460 1.418 1.418 LPO-accres tranche 25 4,18% 1.620 1.507 1.464 1.464 LPO-accres tranche 26 3,58% 1.345 1.306 1.306 LPO-accres tranche 27 3,22% 1.217 1.217 LPO-accres tranche 28 3,22% 1.256 Totaal 1.725 3.317 4.937 5.926 6.976 8.233 Tabel 2 toont de tranches LPO-accres die volgen uit de bijstellingen in de Voorjaarsnota 2023. Bij elkaar is er ten opzichte van de vorige raming voor de periode 2023-2027 een bedrag van structureel € 1.147 miljoen aan extra LPO-accres bijgekomen ten opzichte van de septembercirculaire 2022. Overige punten Voorjaarsnota De Voorjaarsnota 2023 bevatte ook op een aantal inhoudelijke beleidsterreinen verrassingen. Zo werd aangekondigd dat het kabinet voornemens is het Wmo-abonnementstarief voor alle Wmo- Vereniging van Nederlandse Gemeenten 7/8 voorzieningen te schrappen. In een eerste reactie6 heeft de VNG laten weten blij te zijn met dit voornemen, maar nog wel veel vragen te hebben over de uitwerking en de financiële consequenties. We gaan hierover op korte termijn in overleg met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Ook wordt aangekondigd dat vanaf 2028 €20 mln. wordt bespaard op het reïntegratiebudget voor gemeenten. In de Voorjaarsnota is geen inhoudelijke onderbouwing voor dit voornemen terug te vinden. Verder wordt aangegeven dat de middelen voor ontwikkeling van de arbeidsmarktinfrastructuur niet structureel zijn. Dit is onwenselijk voor gemeenten omdat de voorziene extra taken voor arbeidsmarktregio’s wel structureel zijn. Over beide zaken hebben we opheldering gevraagd bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Aanvankelijk had het kabinet in de Voorjaarsnota geen financiering opgenomen voor de Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV). De VNG acht het verstandig dat het kabinet heeft besloten alsnog middelen te zoeken en gaat op korte termijn met de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in gesprek over de inhoudelijke uitwerking7. Structurele financiering van een landelijk dekkend LVV-netwerk moet daarvoor het uitgangspunt blijven. Hoe verder na deze Voorjaarsnota? Alles bij elkaar geeft deze voorjaarsnota niet de gewenste structurele financiële zekerheid voor gemeenten. Een echt goede uitwerking van en onderbouwing voor een nieuwe financieringssystematiek ontbreekt nog steeds.

Het is goed dat er nu een aanzet is voor een nieuwe normeringssystematiek, maar helaas zorgt de Voorjaarsnota als geheel niet voor een stabiel en adequaat financieel beeld voor gemeenten. Met hetgeen in deze voorjaarsnota is opgenomen komt het kabinet wat de VNG betreft ook niet tegemoet aan hetgeen de Kamer heeft gevraagd in de motie Van Weyenberg/Van Dijk8, waarin wordt verzocht om een uitvoeringsplan en tijdpad voor de nieuwe financieringssystematiek. Ook mist een reactie op de motie Bromet/Mohandis9, die het kabinet verzoekt te onderzoeken hoe de nieuwe financieringssystematiek wettelijk verankerd kan worden. Verder is het merkwaardig dat het kabinet de nieuwe systematiek pas per 2027 in laat gaan, terwijl het coalitieakkoord spreekt over 2026. Vanaf 2026 is er voor gemeenten structureel zo’n €3 miljard minder beschikbaar voor het uitvoeren van gemeentelijke taken en biedt het accres vanaf 2027 te weinig vergoeding voor het opvangen van de autonome groei van de zorgtaken. Door het kabinet is echter niet aangegeven op welke beleidsterreinen minder inzet wordt verwacht van gemeenten. Het afgelopen jaar was eerder sprake van het tegenovergestelde: met regelmaat werd een beroep gedaan op de daadkracht en oplossingsgerichtheid van gemeenten om ingewikkelde maatschappelijke problemen aan te pakken.

De opvang van vluchtelingen en Oekraïense ontheemden of het uitkeren van de energietoeslag is ook door uw bijdrage gelukt. Ook werd ons gevraagd om onze steun te geven aan maatschappelijke akkoorden op verschillende onderwerpen, zoals wonen, asiel, (jeugd)zorg en sport. Door de VNG is daarbij consequent aangetekend dat voldoende structurele middelen een randvoorwaarde zijn. Deze Voorjaarsnota dwingt ons om onszelf de vraag te stellen hoe we ons als VNG nu verhouden tot deze akkoorden en vraagt u om zich voor te bereiden op een situatie waarin 6 https://vng.nl/nieuws/herinvoering-inkomensafhankelijke-eigen-bijdrage-wmo-vng-reactie 7 https://vng.nl/nieuws/kabinet-vindt-alsnog-middelen-voor-opvang-ongedocumenteerden 8 https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/moties/detail?id=2022Z18847&did=2022D40297 9 https://www.parlementairemonitor.nl/9353000/1/j9vvij5epmj1ey0/vlx5hspuedxa Vereniging van Nederlandse Gemeenten 8/8 er minder geld is voor het uitvoeren van gemeentelijke taken. Vanuit de VNG zijn daarom de volgende acties in gang gezet. Webinars We organiseren twee webinars waarin (technische) toelichting wordt gegeven op deze brief en waarin u de mogelijkheid heeft om vragen te stellen.

De webinars staan gepland op: - Dinsdag 23 mei van 16:00 tot 17:00 uur - Vrijdag 26 mei van 10:00 tot 11:30 uur Het webinar op vrijdag zal meer gericht zijn op raadsleden, maar beide webinars zijn toegankelijk voor alle geïnteresseerden. U kunt zich aanmelden voor deze webinars via deze links: aanmelden webinar 23 mei en aanmelden webinar 26 mei. Agendering Algemene Ledenvergadering (ALV) Het bestuur spreekt tijdens de komende Algemene Ledenvergadering op 14 juni graag met u over het punt ‘Meerjarig perspectief financiën gemeenten’. Deze ledenbrief kan worden betrokken bij de bespreking van dat punt. Als zich vóór de ALV relevante ontwikkelingen voordoen wordt u daarover uiteraard geïnformeerd. Extra overleg met de fondsbeheerders Op 22 mei is er een extra overleg met de fondsbeheerders over de gevolgen van de Voorjaarsnota 2023, waarin we de zorgen die spreken uit deze ledenbrief onder de aandacht brengen. Instellen Taskforce Taken en Middelen Gemeenten Het VNG-bestuur heeft besloten tot het instellen van een Taskforce Taken en Middelen Gemeenten die in kaart moet brengen hoe bestaande en nieuwe taken zicht verhouden tot de structurele middelen. De Taskforce zal bestaan uit een mensen met enige afstand tot de dagelijkse politiek, maar met ruime politiek-bestuurlijke ervaring. Zij zullen ondersteund worden door een onderzoeksbureau.

Alexander Rinnooy Kan is bereid gevonden het voorzitterschap op zich te nemen. Zodra meer informatie beschikbaar is over de samenstelling en werkzaamheden van de Taskforce zal dit op vng.nl worden gepubliceerd. Enquête gevolgen voorjaarsnota Vooruitlopend op en ter ondersteuning van het werk van de Taskforce Taken en Middelen Gemeenten willen we graag van u weten welke impact de Voorjaarsnota 2023 op (de voorzieningen in) uw gemeente heeft. U ontvangt daarom ook een enquête met vragen over de wijze waarop uw gemeente de structurele financiële situatie – zoals die uit de Voorjaarsnota 2023 duidelijk wordt – tegemoet gaat treden. Uw antwoorden maken de gevolgen van de keuzes van het kabinet inzichtelijk en dragen bij aan onze acties de komende tijd. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten Mr. L.K. Geluk Algemeen directeur

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/d2c03308-92af-4b52-b34c-f6b82386cfc1?agendaItemId=88d58833-9eb8-4809-b7b5-8f7e6d4dd93f