LAS LUA Gemeente Steenwijkerland Definitief Concept.pdf
Tekst van het document
Definitief concept Gemeente Steenwijkerland LOKALE ADAPTATIESTRATEGIE EN UITVOERINGSAGENDA 2022-2027 GEMEENTE STEENWIJKERLAND Vendelweg 1 8331 XE Steenwijk Telefoon 14 0521 www.steenwijkerland.nl
COLOFON Uitgave Gemeente Steenwijkerland Vendelweg 1 8331 XE Steenwijk Telefoon 14 0521 www.steenwijkerland.nl Nelen & Schuurmans Zakkendragershof 34-44 3511 AE Utrecht www.nelen-schuurmans.nl In opdracht van: Gemeente Steenwijkerland Status: Definitief concept Datum: 24-11-2021 Niets uit deze rapportage mag worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van de opdrachtgever. Noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. INHOUDSOPGAVE VOORWOORD 5 01 | DIT IS STEENWIJKERLAND 6 1.1 Waarom dit plan? 6 1.2 Kenmerkend voor Steenwijkerland 7 1.3 Verbinding met de Regionale Adaptatiestrategie en Uitvoeringsagenda 7 1.4 Ons proces 7 1.5 Status van LAS en LUA 10 1.6 Samenhang met ander beleid en ontwikkelingen 10 1.7 Opbouw van deze strategie 11 1.8 Leeswijzer 11 02 | VISIE, STRATEGISCHE EN OPERATIONELE DOELEN 12 2.1 Visie 12 2.2 Strategische en operationele doelen 12 2.2.1 Leefbare steden en dorpen 12 2.2.2.
Klimaatbestendige ruimtelijke ontwikkelingen 13 2.2.3 Betrokken en actieve mensen 14 2.2.4 Adaptief landelijk gebied 14 2.2.5 Robuuste vitale functies 15 2.2.6 Proces 15 03 | EFFECTEN EN AANDACHTS-PUNTEN PER KLIMAATTHEMA 16 3.1 Inleiding 16 3.2 Wateroverlast 17 3.3 Droogte 21 3.4 Hitte 24 3.5 Overstromingen 27 04 | UITVOERINGSAGENDA KLIMAATADAPTATIE 2022-2027 30 4.1 Inleiding 30 4.2 Huidig werkzaamheden gemeente Steenwijkerland 3 1 4.3 Uitvoeringsagenda gemeente Steenwijkerland 31 05 | IMPLEMENTATIE 39 5.1 Inleiding 39 5.2 Samenwerking met partners 39 5.3 Benodigde middelen 39 5.4 Planning 40 Bijlage I Doelenboom 41 Bijlage II Lokale uitvoeringsprojecten impulsregeling klimaatadaptatie 42 5 VOORWOORD Het klimaat verandert en dat merken we nu al: het wordt warmer en natter. Ook hebben we vaker te maken met langere periodes van droogte en neemt de kans op wateroverlast toe. Hoe spelen we in op deze klimaatverandering? Welke maatregelen zijn nodig? Hoe voorkomen we natte voeten? Waarmee kunnen we bij nieuwe ontwikkelingen nu alvast rekening houden? Met de antwoorden op die vragen gaan we aan de slag. Ons doel? De gevolgen van de klimaatverandering beperken én de kansen die er liggen benutten. Voor u ligt de Lokale Adaptatiestrategie 2050 (LAS) en Lokale Uitvoeringsagenda 2022- 2027 (LUA).
Beide documenten zijn een verdieping en uitwerking van de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) die door de werkregio Fluvius is opgesteld. We maken daarin een lokale vertaling van de klimaatthema’s wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen. Onze LAS is een concept. Want voordat we het vaststellen willen we eerst met onze inwoners, ondernemers en stakeholders in gesprek om hun reactie te horen. Zitten we op de goede weg? Zijn we compleet? Hebben we de kansen en risico’s voldoende in beeld? We zoeken hierin de dialoog op. Pas daarna leggen we de definitieve versie van de LAS en LUA ter vaststelling voor aan de gemeenteraad. Ik hoop dat we met elkaar de urgentie voelen om onze verantwoordelijkheid te nemen als het gaat om de klimaatopgaven die er liggen. Uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: Steenwijkerland moet ook in de toekomst een veilige, gezonde en aantrekkelijke gemeente blijven om te wonen, werken en recreëren. Wethouder Marcel Scheringa 6 01 | DIT IS STEENWIJKERLAND 1.1 Waarom dit plan? Het KNMI voorspelt dat we steeds vaker extreem weer te verduren krijgen, zoals hevige regenval, langdurige droogte en hitte en hogere piekafvoeren in de rivieren.
Dit extremere weer heeft invloed op de leefbaarheid binnen de gemeente Steenwijkerland, en kan bijvoorbeeld leiden tot ondergelopen straten en tunnels, water in de woningen of winkels, verdroging van natuur en landbouwgewassen, en hittestress. Door onze leefomgeving aan te passen aan deze toenemende weersextremen, houden we onze gemeente leefbaar, gezond, veilig en economisch sterk. Het proces waarbij de samenleving zich aanpast door de schadelijke gevolgen van klimaatverandering te beperken en kansen te benutten, noemen we klimaatadaptatie . Bewust of onbewust, in Steenwijkerland doen we al aan klimaatadaptatie. Bij projecten in de openbare ruimte anticiperen we al op klimaatextremen. Bijvoorbeeld het afkoppelen van regenwater van het verhard oppervlak, het cre ëren van berging voor extra regenwater en het waar mogelijk meer aanbrengen van groen. Een voorbeeld waar is gedacht aan klimaatmaatregelen is de herinrichting Markt. Hier is een waterelement (fontein) geplaatst en extra groen om hittestress tegen te gaan. Ook bij nieuwbouw wordt door de gemeente steeds meer rekening gehouden met het toekomstige klimaat, bijvoorbeeld in de doorvertaling naar benodigde waterberging en groen in nieuwbouwwijken. Het ontbreekt alleen nog aan een structurele aanpak volgens een overkoepelende visie en strategie.
Met voorliggende Lokale Adaptatiestrategie (LAS) 2050 en Lokale Uitvoeringsagenda 2022-2027 (LUA) komt daar verandering in. In deze LAS en LUA beschrijven we hoe we klimaatadaptief denken en handelen onderdeel gaan maken van ons ‘DNA’ en wat we de komende jaren concreet gaan doen om onze regio klimaatadaptief te maken voor het klimaat in 2050. Hiermee geven we ook invulling aan het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 1 (DPRA) van het Rijk, waarin overheden en het bedrijfsleven de ambitie hebben uitgesproken om klimaatadaptatie vanaf 2020 te verankeren in het denken en handelen, met als doel een klimaatrobuust Nederland in 2050. 1 Voor meer informatie, ga naar www.klimaatadaptatienederland.nl 7 1.2 Kenmerkend voor Steenwijkerland De gemeente Steenwijkerland bestaat als gemeente sinds 2001 en behoort qua oppervlakte bij de grootste gemeenten van Nederland. Het heeft een kleine 45.000 inwoners. Het is uitgestrekt en dunbevolkt en bestaat uit ruim 30 kernen en buurtschappen. De grootste stedelijke kernen (qua inwoners) zijn Steenwijk, Vollenhove, Giethoorn, Oldemarkt, St. Jansklooster Steenwijkerwold, Wanneperveen en Blokzijl. De gemeente Steenwijkerland kent een bijzonder gevarieerd landschap. Het ligt op zand, veen en klei en beschikt over uitgestrekte water- en moerasgebieden en het gebied kent flinke hoogteverschillen: van + 20m NAP tot – 2m NAP.
Het landschap vertoont een opvallende tweedeling: de hoge gronden in het noordoosten (tussen Oldemarkt en Steenwijk) en zuidwesten (bij Vollenhove), en het lage land daar tussenin. De gemeente biedt hierin plek aan inwoners en (agrarische) ondernemers, maar ook aan unieke flora en fauna, zoals in Nationaal Park de Weeribben-Wieden, het grootste laagveenmoeras in Noordwest-Europa. 1.3 Verbinding met de Regionale Adaptatiestrategie en Uitvoeringsagenda Parallel aan de uitwerking van deze LAS en LUA door de gemeente is er voor de werkregio Fluvius een Regionale Adaptatiestrategie (RAS) en Regionale Uitvoeringsagenda (RUA) opgesteld. De gemeenten in de regio (Steenwijkerland, Meppel, Westerveld, De Wolden, Hoogeveen, Midden-Drenthe), waterschap Drents Overijsselse Delta en de provincies Overijssel en Drenthe hebben deze RAS en RUA in nauwe samenwerking opgesteld. De bestuurders van Fluvius hebben op 17 november 2021 ingestemd met deze RAS en RUA. De LAS en LUA sluiten aan bij en zijn voornamelijk een concretisering van de regionale visie, doelen en maatregelen uit de RAS en RUA. In de LUA zijn de bijbehorende maatregelen specifiek tot op het niveau van de buurten, straten en het buitengebied uitgewerkt.
1.4 Ons proces De LAS en LUA voor de gemeente Steenwijkerland is opgesteld door de gemeente in samenwerking met Nelen & Schuurmans, een adviesbureau gespecialiseerd op het gebied van waterbeheer en klimaatadaptatie. Het proces om tot een LAS en LUA te komen is ingericht op basis van de zeven ambities van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) zoals weergegeven in Figuur 1. In deze ambities zijn 3 belangrijke processtappen opgenomen, die door de gemeenten zijn doorlopen: (1) Kwetsbaarheden in beeld 8 brengen, (2) Risicodialoog voeren en strategie opstellen en (3) Uitvoeringsagenda opstellen. Deze processtappen lichten we hieronder toe. De andere vier ambities uit het DPRA worden geborgd in de uitvoeringsagenda en maken daarmee geen onderdeel uit van het proces om tot de uitvoeringsagenda te komen. FIGUUR 1 DE 7 AMBITIES VANUIT DPRA Kwetsbaarheden in beeld De huidige klimaatverandering leidt tot een toenemende kans op weersextremen in de toekomst. De te verwachten effecten zijn in 2019 in kaart gebracht met een klimaatstresstest. Kaarten met verwachte effecten bij hevige neerslag, langdurige droogte, extreme hitte en overstromingen zijn ontwikkeld, uitgaande van KNMI-klimaatscenario’s voor 2050. De resultaten van deze klimaatstresstest zijn terug te vinden in de Klimaatatlas van samenwerkingsregio Fluvius (https://fluvius.klimaatatlas.net).
Een aanvullende analyse van kwetsbaarheden is gedaan samen met experts van de gemeente Steenwijkerland. De analyse is gedaan aan de hand van de klimaatstresstest in combinatie met de eigen gebiedskennis.
9 Risicodialogen en strategie Op basis van het overzicht van verwachtte effecten van klimaatverandering binnen de gemeente zijn verschillende risicodialogen gevoerd. Op 11 maart 2021 zijn de betrokken wethouders geïnterviewd. Op 25 maart 2021 is een risicodialoog gevoerd met ambtenaren van de gemeente. Tijdens deze risicodialoog zijn we in gesprek gegaan over welke kwetsbaarheden we als gemeente accepteren en welke niet. Daarnaast is ook gesproken over welke opgaven prioriteit krijgen in de aanpak. Ten slotte is op 6 april 2021 een gesprek gevoerd met de Raad over de LAS en LUA voor de gemeente Steenwijkerland. Begin 2022 gaat de voorliggende LAS/LUA het participatieproces in hetgeen betekent dat op basis van de vastgestelde strategieën en maatregelen de verbinding wordt gezocht met externe stakeholders (externe risicodialogen). De opgehaalde input/zienswijzen worden in de LAS/LUA verwerkt en medio 2022 aangeboden aan het college en de gemeenteraad ter vaststelling. Uitvoeringsagenda De gesprekken en gevoerde risicodialogen vormen mede de basis voor deze LAS en LUA 2022-2027. In de LUA zijn de acties opgenomen die de gemeente de komende jaren wil gaan uitvoeren op het gebied van klimaatadaptatie.
Minimaal eens in de zes jaar doorlopen we opnieuw bovenstaande stappen, door het uitvoeren van een actuele stresstest, het voeren van risicodialogen met stakeholders en het opstellen van een uitvoeringsagenda. Zo werken we toe naar een klimaatbestendig Steenwijkerland in 2050.
10 1.5 Status van LAS en LUA In deze LAS en LUA voor de gemeente Steenwijkerland worden verschillende doelen en maatregelen beschreven. De ambities die in dit document zijn opgenomen, zijn een inspanningsverplichting. Pas wanneer ambities verankerd worden in bestemmingsplan of Omgevingsplan, verordeningen of regelgeving zullen deze ook een juridische status hebben. De LAS kan daarmee worden beschouwd als een strategisch beleidsdocument dat een integraal onderdeel vormt van de nog op te stellen omgevingsvisie. 1.6 Samenhang met ander beleid en ontwikkelingen In de gemeente spelen ook andere belangen die raken aan klimaatadaptatie. Bij het opstellen van de LAS en LUA hebben we steeds de verbinding gezocht met aanverwant beleid en wordt gezocht naar zoveel mogelijk meekoppelkansen in de openbare ruimte. > De integrale afweging van klimaatadaptatie met andere ruimtelijke opgaven, zoals de veenweideproblematiek (gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel) vindt plaats bij het opstellen van de Omgevingsvisie en -plannen . De aandachtspunten voor klimaatadaptatie worden vanuit deze LAS en LUA meegegeven voor zowel de ruimtelijke inrichting van nieuw te ontwikkelen, als ontwikkeld gebied. > Klimaatadaptatie in ruimtelijke opgaven hebben een directe verbondenheid met biodiversiteit, ingrepen in de waterhuishouding zijn van grote invloed op de ecologie van het betreffende gebied.
Door ecologie mee te nemen in de ruimtelijke opgave vanuit klimaatadaptatie versterken deze thema’s elkaar en kan er binnen de ruimtelijke opgaven verbetering van zowel klimaatbeheersing als biodiversiteit worden gerealiseerd. > Kansen voor klimaatadaptatie in de openbare ruimte kunnen vaak verzilverd worden in combinatie met vervanging of renovatie van riolering. Bij deze grootschalige projecten kan relatief eenvoudig extra wateropvang of infiltratie worden gerealiseerd. Daarom worden onderzoeken en maatregelen gerelateerd aan de watertaken van de gemeente ondergebracht in het Riolering- en Waterprogramma. > In een toekomstbestendig watersysteem is rekening gehouden met de verwachte hoeveelheden water door klimaatverandering. Aandachtspunten en kansen die volgen uit LAS en LUA stemmen we af met het waterschap Drents Overijsselse Delta en hun Watervisie . 11 > Het Rijk heeft Regio Zwolle een bijzondere status gegeven in de Nationale omgevingsvisie (NOVI). Hiermee gaat het Rijk een langdurige samenwerking aan om de regio Zwolle verder te ontwikkelen tot een klimaatrobuuste en economisch vitale regio met een blijvend aantrekkelijke woon- en leefomgeving. Hierbij zijn 4 provincies en 22 gemeenten, waaronder Steenwijkerland, betrokken. > Een groep inwoners uit de gemeente Steenwijkerland wil meedenken over hoe we de ambitie om in 2050 energieneutraal kunnen zijn kunnen realiseren.
Zij hebben zich verenigd in het burgerinitiatief “IK BEGIN!”. IK BEGIN wil mensen informeren, bewust maken, motiveren en op weg helpen naar een duurzame samenleving. 1.7 Opbouw van deze strategie We bouwen deze strategie op vanuit een visie voor de toekomst voor de gemeente Steenwijkerland. Deze leidt tot strategische doelen die we willen behalen in 2050, en tot operationele doelen die we willen behalen in de looptijd van voorliggende strategie (2022-2027). Deze opbouw is te vergelijken met een boom (zie onderstaande (staat er nu naast) figuur), waarbij de visie de stam is, elk strategisch doel een dikke tak vanuit de stam, en elk operationeel doel een kleinere tak vanuit een specifiek strategisch doel. In Bijlage I vindt u de samenvattende doelenboom in één figuur, de basis voor de LAS. 1.8 Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft de lange-termijn koers: de visie en strategische doelen voor 2050. Deze werken we uit tot operationele doelen voor de kortere termijn (2022-2027). In hoofdstuk 3 beschrijven we vervolgens de effecten van klimaatverandering voor de gemeente Steenwijkerland en de specifieke regionale aandachtspunten die dit oplevert. In hoofdstuk 4 hebben we aan deze aandachtspunten concrete maatregelen gekoppeld, die tezamen de eerste LUA vormen voor de periode van 2022 tot 2027.
Hoofdstuk 5 geeft een overzicht van de implementatie-voorwaarde van deze strategie (mensen en middelen).
12 02 | VISIE, STRATEGISCHE EN OPERATIONELE DOELEN 2.1 Visie In dit hoofdstuk beschrijven we de visie van de gemeente Steenwijkerland en de strategische en operationele doelen die daarbij horen. In overeenstemming met de visie van de werkregio Fluvius, waar de gemeente Steenwijkerland onder valt, is onze visie op klimaatadaptatie binnen de gemeente: In 2050 is onze gemeente klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. We streven naar een veilige, gezonde, aantrekkelijke en economisch vitale gemeente. We zien kansen in het verbinden van de water- en/of klimaatopgaven met ruimtelijke en economische opgaven, zodat water kan werken als motor voor ontwikkeling en als kwaliteitsimpuls. 2.2 Strategische en operationele doelen Bij deze visie horen een aantal strategische en operationele doelen. Deze zullen hieronder worden benoemd. In Bijlage II is een volledig overzicht van deze strategische en operationele doelen te vinden. Deze strategische en operationele doelen zijn gebaseerd op de RAS en RUA voor de werkregio Fluvius. In de context van de gemeente Steenwijkerland is een concretiseringsslag gemaakt van deze regionale doelen. Daarnaast zijn enkele relevante lokale doelen toegevoegd. 2.2.1 Leefbare steden en dorpen Strategisch doel - We willen gezond en prettig wonen en werken ondanks het veranderende klimaat.
Dit doen wij door onze fysieke leefomgeving klimaatbestendig in te richten en daar inwoners en ondernemers van private terreinen bij te betrekken.
13 Om te komen tot leefbare steden en dorpen maken we ons sterk voor de volgende operationele doelen : 1) In 2023 is klimaatbestendig inrichten van de openbare ruimte integraal2 opgenomen in ons gemeentelijke beleid. 2) In 2024 hebben de betrokken inwoners, ondernemers en andere gebiedspartners (denk bijvoorbeeld aan een woningcorporatie, business club en Plaatselijk Belang) kennis van de kwetsbare gebieden en weten ze wat zij kunnen doen bij wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. 3) In 2025 hebben we, eventueel in samenwerking met het waterschap of de provincie, minimaal éé n integraal project uitgevoerd waarbij expliciet rekening is gehouden met het verwachte klimaat in 2050. 2.2.2. Klimaatbestendige ruimtelijke ontwikkelingen Strategisch doel - We willen beter anticiperen op klimaatverandering bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Als we nu iets ontwikkelen houden we daarom rekening met het extreme weer van de toekomst. Om te komen tot klimaatbestendige ontwikkelingen maken we ons sterk voor de volgende operationele doelen : 1) In 2022 zijn de maatregelen die voortkomen uit de LAS waar relevant afgestemd met de uitgangspunten uit de Transitievisie Warmte. 2) In 2024 worden alle ruimtelijke ontwikkelingen klimaatbestendig ingericht. Op basis van een basisveiligheidsniveau en actuele landelijk geldende richtlijnen.
Hierbij wordt gebruik gemaakt van de handreiking ‘decentrale regelgeving klimaatadaptief bouwen en inrichten’ van de VNG (20-04- 2020) 3) In 2024 worden bij locatiekeuzetrajecten de gevolgen van klimaatverandering expliciet meegenomen. 4) In 2026 maakt klimaatadaptatie volwaardig deel uit van al het ruimtelijk beleid en de daaraan gekoppelde programma’s binnen de gemeente Steenwijkerland. 2 Verweven in uitvoering en beheer van andere beleidsvelden; bijvoorbeeld groeninrichting, reconstructies etc.
14 2.2.3 Betrokken en actieve mensen Strategisch doel - Iedereen is nodig om onze gemeente klimaatbestendig te maken. Als gemeente kunnen wij dit niet alleen: Zo’n 50-70% van het oppervlak in bebouwd gebied is namelijk privaat terrein. We zorgen daarom dat onze inwoners en ondernemers bewuster zijn van de gevolgen van klimaatverandering en zorgen voor meer bereidheid bij inwoners en ondernemers tot het nemen van adaptieve maatregelen. Om inwoners en ondernemers te betrekken bij klimaatadaptatie maken we ons sterk voor de volgende operationele doelen : 1) In 2023 zijn inwoners en bedrijven op de hoogte van de stimuleringsmaatregelen van de gemeente. 2) In 2023 is de bewustwording van inwoners en bedrijven vergroot ten aanzien van de mogelijke gevolgen van klimaatverandering in hun directe leefomgeving. 3) In 2025 zijn alle scholen gestimuleerd om klimaatadaptatie in hun lessen op te nemen en toe te passen op school. 2.2.4 Adaptief landelijk gebied Strategisch doel - We streven naar een toekomstbestendiger buitengebied voor landbouw, natuur en recreatie, door de kansen en kwetsbaarheden van klimaatverandering te agenderen bij relevante netwerken en samenwerkingen in het landelijke gebied.
Om te komen tot een adaptief landelijk gebied maken we ons sterk voor de volgende operationele doelen : 1) In 2022 hebben we de gemeentelijke belangen ingebracht bij regionale trajecten, in het bijzonder de ontwikkeling van de Regionale Veenweidestrategie. 2) In 2023 hebben we inzicht in de mogelijkheden voor het vasthouden van water op de hoge zandgronden.
15 2.2.5 Robuuste vitale functies Strategisch doel - De vitale functies binnen de gemeente willen we beter beschermen tegen toenemende hitte, wateroverlast, droogte en overstromingen. We houden rekening met onze eigen vitale functies en zorgen voor meer bewustwording van de risico’s bij belangrijke eigenaren van vitale functies. Om te komen tot robuuste vitale functies maken we ons sterk voor de volgende operationele doelen : 1) In 2023 zijn voor alle kwetsbare en vitale objecten (in eigen beheer van de gemeente Steenwijkerland) klimaatadaptieve onderhouds- en beheerplannen gemaakt. 2) Uiterlijk in 2024 agendeert de gemeente Steenwijkerland de – op basis van de klimaatatlas – kwetsbare vitale objecten en netwerken bij de externe stakeholders die de objecten en netwerken in beheer hebben. 2.2.6 Proces Voor het proces en de organisatie van de gemeente Steenwijkerland stellen we de volgende operationele doelen : 1) In 2022 hebben we binnen de gemeente een coördinator klimaatadaptatie aangesteld voor de periode van 3 jaar ingaande medio 2022. 2) In 2022 hebben we de maatregelen voor de impulsgelden 3 geselecteerd en aangedragen bij de werkregio. 3) In 2025 hebben we de kwetsbaarheden als gevolg van klimaatverandering in beeld op basis van de meest actuele informatie (herijking klimaatatlas).
3 Vanaf 1 januari 2021 kunnen gemeenten, provincies en waterschappen gebruikmaken van de Impulsregeling Klimaatadaptatie. Via deze regeling kunnen ze een bijdrage krijgen van het rijk voor het nemen van concrete klimaatadaptatiemaatregelen.
16 03 | EFFECTEN EN AANDACHTS-PUNTEN PER KLIMAATTHEMA 3.1 Inleiding In het vorige hoofdstuk zijn we dieper ingegaan op de vraag wat we als gemeente Steenwijkerland zouden willen bereiken op het gebied van klimaatadaptatie. Daarvoor hebben we een visie met bijbehorende strategische doelen opgesteld voor 2050. In aanvulling daarop hebben we voor de komende planperiode van 2022 tot 2027 operationele doelen opgesteld waar we als gemeente mee aan de slag willen. In aanvulling op deze visie en doelen kijken we in dit hoofdstuk vanuit de vier klimaatthema’s naar de huidige situatie binnen onze gemeente. Welke knelpunten en aandachtspunten, onder andere volgend uit de klimaatstresstest en risicodialogen, mogen we de komende jaren verwachten binnen de gemeente als gevolg van klimaatadaptatie. Daarnaast benoemen we ook wat we specifiek willen bereiken op het gebied van deze knelpunten. In het volgende hoofdstuk kijken hoe we vanuit de visie, de strategische en operationele doelen de in dit hoofdstuk geschetste gewenste situatie kunnen realiseren en wat daar voor nodig is. Dit leidt concreet tot een uitvoeringsagenda met maatregelen die we de komende jaren als gemeente gaan oppakken. Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie heeft een handreiking 4 beschikbaar gesteld waarin staat beschreven welke weersextremen beschouwd moeten worden in de klimaatstresstest.
We hanteren deze weersextremen als graadmeter voor het klimaat van 2050 om de klimaateffecten in de gemeente Steenwijkerland te beschouwen. Hierbij maken we onderscheid tussen vier klimaatthema’s: wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. 4 De handreiking staat online: https://klimaatadaptatienederland.nl/stresstest/bijsluiter/. 17 3.2 Wateroverlast In de toekomst krijgen we vaker te maken met extreme buien in warme zomers en meer langdurige neerslag in de winter. Als het kort en hevig regent is het fysiek onmogelijk om alle regen meteen af te voeren via riolering en watersysteem. De riolering en het watersysteem zijn hier namelijk niet op ontworpen. Het water moet dan eerst tijdelijk bovengronds worden geborgen, voordat het afgevoerd kan worden. De inrichting van de buitenruimte bepaalt dan waar het water blijft staan totdat het afgevoerd kan worden. Daarbij lopen de laagste plekken als eerste onder. De wateroverlast in deze lage plekken kan leiden tot schade, onbegaanbare wegen en uitval van vitale functies. In de gemeente Steenwijkerland zijn er verschillende laaggelegen gebieden binnen de bebouwde kommen waar wateroverlast op kan treden. Daarnaast wordt de gemeente ook gekenmerkt door verschillende beekdalen waar het water kan blijven staan en voor overlast zorgen.
Voor hevige neerslag is berekend en gevisualiseerd 5 waar wateroverlast ontstaat bij een bui met een herhalingskans van eens in de 100 jaar in het klimaat van 2050. Het gaat dan om een korte, hevige bui waarbij 70 millimeter in een uur valt (vaak in het zomerhalfjaar, soms in combinatie met onweer of windstoten). Tot op zekere hoogte accepteren we die wateroverlast, bijvoorbeeld als ze relatief kort blijven staan op plekken waar het niet tot overlast of schade leidt. We vinden wateroverlast onwenselijk en in sommige gevallen zelfs onacceptabel wanneer de veiligheid, leefbaarheid en gezondheid in het gedrang komen. Hieronder staat de gewenste situatie voor 2050 bij een bui van 70 mm in een uur (kans 1:100 jaar in 2050): Hoofdwegen blijven begaanbaar voor calamiteitenverkeer De kans op wateroverlast op overige wegen is significant teruggedrongen door meer infiltratie en berging ter plaatse De kans op materiële schade aan bestaande bebouwing is teruggedrongen binnen de acceptabele maatschappelijke kosten 5 In de klimaatatlas van samenwerkingsregio Fluvius (https://fluvius.klimaatatlas.net/), zijn kaarten met de kwetsbaarheden al gevolg van hevige neerslag te vinden onder de tegel ‘Wateroverlast’.
18 We accepteren geen schade door wateroverlast bij de volgende vitale netwerken en objecten in Steenwijkerland, inclusief eventuele omliggende parkeerplaatsen: - Gemeentehuis in Steenwijk (dient als crisiscentrum tijdens calamiteiten) - Sluizen, gemalen, RWZI’s en drinkwaterstations - Hoofd- en middenstations elektriciteit, gas en olie - Hoofd- en middenstations telecom - Bedrijven met kwetsbare productieprocessen - Brandweerkazerne, politiebureau en ambulancepost - Verkeersknooppunten en transportroutes (via weg, spoor en water) - Cultureel erfgoed en cultuurhistorische landschappen Dit resulteert in de volgende aandachtspunten voor de gemeente Steenwijkerland. Elk aandachtspunt heeft een code (“N” staat voor Neerslag) en kan corresponderen met één of meerdere maatregelen in de LUA. Op de kaart in Figuur 3 zijn de aandachtspunten geografisch weergegeven. N1 – Kans op schade en onbegaanbare wegen in de kwetsbare wijken Oostermeenthe, en Oostwijken in Steenwijk, Achterveld in Tuk en enkele kwetsbare gebieden in Steenwijkerwold N2 – Kans op wateroverlast in het laaggelegen gebied rondom het station in Steenwijk (o.a. Tramlaan) N3 – Kans op wateroverlast in winkels rondom de Gedempte Turfhaven N4 – Kans op wateroverlast in jaren ‘80 buurt aan de zuidoost kant in Vollenhove en Giethoorn-Noord.
N5 – Kans op wateroverlast in woningen in beekdalen, zoals het dorp Thij in het dal van de Reune N6 – Risico op overbelasting van de rioolwaterzuiveringen bij hevige neerslag. N7 – Kans op uitval door wateroverlast bij de telecommasten in Steenwijk (bij Broekslagen en de Verlaatseweg) N8 – Kans op onbegaanbaarheid van de Meppelerweg ter hoogte van plan Steenwijk Zuidoost N9 – Overlast aanvoerend riool nabij RWZI Steenwijk de J.v.Riebeeckstraat / Lijsterbesstraat en RWZI Vollenhove, omgeving G.v.Rhenenlaan N10 – Kans op onbegaanbaarheid van de A32 ten noorden van Steenwijk. N11 - Kans op onbegaanbaarheid van de kruising van de Vendelweg met de Schansweg nabij de brandweerkazerne en het politiebureau N12 – Kans op onbegaanbaarheid van de fietstunnel onder de Schansweg 19 FIGUUR 2 WATERDIEPTE BIJ EXTREME NEERSLAG (70 MM IN 1 UUR ) IN HET STATIONSGEBIED EN IN DE LAAGGELEGEN WIJK OOSTERMEENTHE IN STEENWIJK
20 FIGUUR 3 LOCATIESPECIFIEKE OPGAVEN HEVIGE NEERSLAG
21 3.3 Droogte Hoewel gemeente Steenwijkerland een waterrijke gemeente is zal langdurige droogte in de toekomst toch een risico zijn. Als de droogte voor lange tijd aanhoudt, kunnen er zoetwatertekorten optreden, wat kan leiden tot verzilting van de bodem en verdroging van landbouw- en natuurgebieden. Dit heeft nadelige gevolgen voor de flora, fauna en biodiversiteit in een gebied. Een aanverwant probleem is dat droogte kan leiden tot versnelde bodemdaling. Grote delen van de ondergrond in de gemeente Steenwijkerland bestaan voor een (groot) deel uit veen. Dit is weergegeven in Figuur 4 hieronder. Wanneer in deze gebieden de grondwaterstand zakt, zijn deze gebieden extra kwetsbaar voor bodemdaling. Door bodemdaling, vooral bij ongelijkmatige zakking, kan schade ontstaan aan bebouwing en infrastructuur. Bij de bodemdaling treedt C02-uitstoot en uitspoeling van nutriënten op die de water- en natuurkwaliteit negatief beïnvloeden. Het klimaatakkoord vraagt specifiek voor veenweidegebieden reductie van broeikasgassen. FIGUUR 4 VEENDIKTE VAN DE ONDERGROND IN DE GEMEENTE STEENWIJKERLAND Droogte is niet zoals neerslag in een gebeurtenis te vatten. Het gaat om een oplopend neerslagtekort tijdens het groeiseizoen (van 1 april tot 30 september). In de zomer van 2018 hebben we ondervonden dat langdurige droogte tot schade aan landbouw en natuur kan leiden.
Het neerslagtekort van eind augustus was ongeveer 300 millimeter en zal in het klimaat van 2050 naar verwachting eens per 10 jaar voorkomen. Hieronder
22 staat de gewenste situatie voor 2050 bij droogte door een neerslagtekort van 300 mm (referentiejaar 2018): Schade aan gebouwen en ondergrondse infra door het optreden van ongelijkmatige zakkingen in de ondergrond blijft beperkt De CO 2-uitstoot door bodemdaling in veenweidegebieden blijft beperkt Schade aan natuur blijft beperkt, gebiedseigen biodiversiteit, en flora en fauna worden versterkt Schade aan landbouw blijft beperkt Leidingdruk blijft voldoende voor levering drinkwater aan alle inwoners Dit resulteert in de volgende aandachtspunten voor de gemeente Steenwijkerland. Elk aandachtspunt heeft een code (“D” staat voor Droogte) en kan corresponderen met één of meerdere maatregelen in de uitvoeringsagenda. Op de kaart in FIGUUR 5 zijn de aandachtspunten geografisch weergegeven.
D1 – Kans op verhoogde CO2-uitstoot en schade aan landbouw in de rand langs de Noordoostpolder, door wegzijging en onttrekking van grondwater D2 – Kans op verdroging van de natuur door wegzijging van grondwater op de rand van het Nationaal Park Weeribben-Wieden, in de zone grenzend aan de lager gelegen polders bij Scheerwolde D3 - Kans op toenemende funderingsproblemen door het optreden van paalrot bij dalende grondwaterstanden D4 – Kans op verdroging van de natuur door daling van de gemiddelde grondwaterstand op de twee stuwwallen in het noorden van de gemeente en de stuwwal bij Vollenhove D5 – Kans op verhoogde CO2-uitstoot en inklinking van de bodem in de onderbemaling ten oosten van Giethoorn D6 – Kans op verdroging van de natuur in de beekdalen, zoals bij het dorp Thij in het dal van de Reune D7 – Kans op natuurbrand door toenemende droogte D8 - Kans op afname van de leidingdruk door sterke stijging van de drinkwatervraag tijdens lange, warme perioden D9 - Kans op schade aan drinkwaterleidingen, rioolbuizen en andere ondergrondse infra door het optreden van ongelijkmatige bodemdaling D10 – Kans op sterfte van flora en fauna en achteruitgang van biodiversiteit door verdroging in gemeentelijk groen en privaat groen (bv tuinen). 23 FIGUUR 5 LOCATIESPECIFIEKE OPGAVEN LANGDURIGE DROOGTE
24 3.4 Hitte Wanneer het warm is, is dat het meest voelbaar in de bebouwde omgeving. Een hoge luchttemperatuur en afwezigheid van wind, schaduw, water en groen zorgen ervoor dat de hitte veel extremer aanvoelt. Groen en water hebben dus een verkoelend effect, maar zijn in stedelijke omgeving minder aanwezig. Dat zie je ook duidelijk voor de gemeente Steenwijkerland; de temperatuur in de bebouwde kernen loopt hoger op dan in de landelijke gebieden daaromheen. In Figuur 6 is een kaart opgenomen met de gevoelstemperatuur voor de gemeente Steenwijkerland. Verschillende gebieden binnen de kern hebben te maken met mogelijk hoog oplopende temperaturen. FIGUUR 6 ENKELE VOORBEELDEN VAN LOCATIES WAAR DE GEVOELSTEMPE RATUUR OP EEN HETE ZOMERDAG HOOG KAN OPLOPEN Bij de effecten van extreme hitte is het van belang te beschouwen wie of wat wordt blootgesteld, en wat de duur van blootstelling is. Naarmate de blootstelling aan hitte langer duurt nemen de effecten toe. Als indicatie voor extreme hitte kiezen we een maatgevende zomerse dag: 1 juli 2015. In de PET-kaart (Physical Equivalent
25 Temperature) zijn de metingen in De Bilt op die dag doorvertaald naar een gevoelstemperatuur. Hieronder staat de gewenste situatie voor 2050 bij een zomerse dag van 32 graden zonder wind (kans 1:1000 zomerdagen): Middenstations van vitale infrastructuur (gas verdeelstations, elektriciteit middenspanning, voedingskasten zendmasten telecom) blijven functioneren De kwaliteit van drinkwater is goed voor alle inwoners Oppervlaktewater is van goede kwaliteit voor flora en fauna Zwemwater is van goede kwaliteit Er is voldoende schaduw en verkoeling (fonteinen, zwemwater) op openbare verblijfsplekken Er is voldoende schaduw en verkoeling bij bedrijventerreinen Inwoners hebben handelingsperspectief bij extreme hitte, met extra aandacht voor jonge kinderen en kwetsbare ouderen Dit resulteert in de volgende aandachtspunten voor de gemeente Steenwijkerland. Elk aandachtspunt heeft een code (“H” staat voor Hitte) en kan corresponderen met één of meerdere maatregelen in de uitvoeringsagenda. Op de kaart in FIGUUR 5 zijn de aandachtspunten geografisch weergegeven.
H1 – Gezondheidsrisico’s bij zelfstandig wonende ouderen in wijken met weinig groen en veel verharding H2 – Weinig schaduw en verkoeling aanwezig op verschillende openbare verblijfsplekken, zoals het Kerkplein in Vollenhove en het stationsgebied en het Steenwijkerdiep in Steenwijk H3 – Weinig groen en verkoeling op de drie bedrijventerreinen ten westen en noorden van Steenwijk, en op het bedrijventerrein van Vollenhove (Schaarkampen) H4 – Weinig schaduw en groen bij veel parkeerplekken en -terreinen in Steenwijkerland H5 – Kans op afname van de oppervlaktewaterkwaliteit door langdurige opwarming van het oppervlaktewater, met schadelijke gevolgen voor flora en fauna. H6 – Gezondheidsrisico’s door een afname van de waterkwaliteit op alle zwemwaterlocaties in Steenwijkerland, door langdurige opwarming van het oppervlaktewater 26 FIGUUR 7 LOCATIESPECIFIEKE OPGAVEN EXTREME HITTE
27 3.5 Overstromingen Door klimaatverandering zullen de rivierafvoeren sterker gaan fluctueren. In Nederland zijn we weliswaar goed beschermd door onze dijken en keringen, maar toch is het de vraag of we een overstroming vanuit het oppervlaktewater altijd kunnen voorkomen, bijvoorbeeld door een dijkdoorbraak. Daarom is het goed om te kijken wat de mogelijke gevolgen van een dijkdoorbraak kunnen zijn, en hoe we ons daar het beste tegen kunnen beschermen. De gemeente Steenwijkerland wordt grotendeels omringd door (voormalig) water: het Meppelerdiep, Zwarte Meer, Kadoelermeer, Vollenhovermeer, de voormalige Zuiderzee, de Linde en het Wijde. Uit de verschillende overstromingsscenario’s die er voor de gemeente beschikbaar zijn, blijkt dat een groot deel van de gemeente kwetsbaar is in het geval van een doorbraak in een van de regionale keringen. Dit is te zien in het overstromingsbeeld van de gemeente in Figuur 8. FIGUUR 8 OVERSTROMINGSBEELD STEENWIJKERLAND BIJ DOORBRAAK VAN REGIONALE KERINGEN
28 De waterveiligheid in een gebied is afhankelijk van de kans op overstromingen in dat gebied (plaatsgebonden overstromingskans) en de resulterende waterdiepten. Het gaat dus om een combinatie van risico’s op overstromingen vanuit verschillende kanalen, vaarten, rivieren en waterlopen (mogelijk vanuit het Zwarte Meer/Zwarte Water, Reune, en de Linde). Lokaal kunnen de benodigde maatregelen sterk verschillen: dit hangt af van de aanwezige functie, overstromingskans en de waterdiepte. Hieronder staat de gewenste situatie voor 2050 bij een overstroming door een dijkdoorbraak van een regionale of primaire kering (kans 1:1000-1:3000 jaar): Er zijn voldoende schuilmogelijkheden voor mens en dier Hoofdontsluitingswegen blijven begaanbaar voor calamiteitenverkeer Hoofd- en middenstations voor energie, telecom, veiligheid en gezondheidszorg ondervinden zo min mogelijk schade, zodat ze weer snel operationeel zijn Inwoners zijn weten hoe ze zichzelf in veiligheid kunnen brengen Om deze gewenste situatie te verwezenlijken zijn vooral het waterschap en de veiligheidsregio verantwoordelijk. In aanvulling daarop is er wel een aantal aandachtspunten waar we als gemeente alert op zijn. Elk aandachtspunt heeft een code (“O” staat voor Overstromingen) en kan corresponderen met één of meerdere maatregelen in de uitvoeringsagenda.
Op de kaart in Figuur 9 zijn de aandachtspunten geografisch weergegeven. O1 - Kans op onbegaanbare hoofdweg bij de N334 bij Giethoorn. O2 - De hoofdstations telecom (Blauwehand, Jan van Nassauweg, bij de Punterweg in Kuinre en aan de Duinweg in Blokzijl) en hoofdstation elektriciteit (aan de Belterweg) zijn mogelijk kwetsbaar voor uitval door het optreden van kortsluiting door overstromingen. O3 - Inwoners zijn zich onvoldoende bewust van hoe ze moeten handelen bij een overstroming 29 - FIGUUR 9 LOCATIESPECIFIEKE OPGAVEN OVERSTROMINGEN
30 04 | UITVOERINGSAGENDA KLIMAATADAPTATIE 2022- 2027 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk vindt u de lokale uitvoeringsagenda (LUA) van de gemeente Steenwijkerland. Deze vormt een concretisering van de LAS en beschrijft de maatregelen die de gemeente Steenwijkerland in de periode 2022-2027 gaat oppakken. De aandachtspunten in hoofdstuk 3 zijn opgesteld voor de komende dertig jaar (tot 2050). We moeten en willen direct aan de slag, maar kunnen niet alles tegelijk oppakken. De uitvoeringsagenda laat zien waar we op willen inzetten de komende zes jaar. Onderstaande figuur zet de termijn van de uitvoeringsagenda in perspectief ten opzichte van de visie voor 2050. We kiezen ervoor om de eerste termijn van zes jaar in te zetten op: - het verzilveren van meekoppelkansen: bij projecten en ontwikkelingen die al gepland staan kijken we welke klimaatadaptatie-maatregelen (no regret, laaghangend fruit) we daaraan kunnen koppelen. Verbeteren biodiversiteit wordt meegenomen en zorgvuldig afgewogen als integraal onderdeel van de klimaatadaptatie maatregelen.
31 - het verankeren van klimaatadaptatie in het DNA van de organisatie: we passen onze werkprocessen aan (LIOR 6, eisen aan nieuwbouw en Omgevingsplannen). - het verhogen van bewustwording en urgentiegevoel zowel binnen als buiten de organisatie, bij inwoners en ondernemers, door in dialoog te gaan met elkaar. 4.2 Huidig werkzaamheden gemeente Steenwijkerland Naast de maatregelen die in de uitvoeringsagenda klimaatadaptatie zijn opgenomen, voert de gemeente Steenwijkerland maatregelen uit die onder de reguliere werkzaamheden van de gemeente vallen. Denk hierbij aan het vervangen van het riool, het afkoppelen van regenwater van het riool en het creëren van waterberging zowel boven- als ondergronds. Omdat deze maatregelen deel uitmaken van de reguliere werkzaamheden vindt u deze niet terug in deze uitvoeringsagenda. In deze uitvoeringsagenda worden alleen de specifieke werkzaamheden benoemd die de gemeente in aanvulling op de reguliere werkzaamheden gaat uitvoeren in het kader van klimaatadaptatie. 4.3 Uitvoeringsagenda gemeente Steenwijkerland In de uitvoeringsagenda staan alle maatregelen waar we als gemeente Steenwijkerland de komende jaren mee aan de slag gaan. De agenda is opgesteld op basis van de huidige kennis en opgehaalde informatie. Gedurende de komende jaren zal er, onder andere door de geplande onderzoeken, meer kennis en ervaring worden opgedaan.
Gekeken zal worden of dit nog opgepakt kan worden in de huidige planperiode of dat het voor een nieuwe planperiode wordt ingepland. De maatregelen uit de uitvoeringsagenda kunnen grotendeels worden bekostigd uit het gemeentelijke watertakenplan (GWP). Voor enkele maatregelen (hitte, droogte en proces) zal dit niet gelden omdat er geen directe relatie is met de zorgplichten grondwater, afvalwater en hemelwater. Voor deze maatregelen is nadere instemming nodig van de gemeenteraad. 6 Leidraad Inrichting Openbare Ruimte 32 De uitvoeringsagenda is als volgt opgebouwd: Kolom 1 Maatregelnummer Kolom 2 Verwijzing naar het operationele doel uit d e LAS, waarbij de iconen verwijzen naar de strategische doelen, en de nummers naar de bijbehorende operationele doelen: Leefbare steden en dorpen Ontwikkelingen klimaatbestendig Betrokken en actieve mensen Adaptief landelijk gebied Robuuste vitale functies Proces Kolom 3 Omschrijving van de maatregel. In de uitvoe ringsagenda maken we onderscheid tussen verschillende typen maatregelen: het maken van procesafspraken [P], het uitvoeren van een concrete maatregel [U], het onderzoeken van knelpunten en kansen [O], communiceren en bewustwording [C] en wijzigen beleid en regelgeving (of het onderzoek om daartoe te komen) [B]. Kolom 4 De eventueel te betrekken externe stakehold ers, naast de gemeente Steenwijkerland.
Kolom 5 Een inschatting van de benodigde middelen. Jaarlijks wordt een programmaplan gemaakt met een nadere uitwerking van de benodigde middelen. Kolom 6 De planning Kolom 7 Een verwijzing naar de aandachtspunten op k aart, die met de maatregel worden aangepakt (zie LAS)
33 NR OPERAT. DOEL LAS TYPE MAATREGEL EN OMSCHRIJVING PARTNERS FINANCIËN (EURO) PLANNING AANDACHTSPUNT 1 3 [U] Het afkoppelen van het regenwater van de riolering in Oostwijken € 275 .000, waarvan € 91.000 uit de impulsgelden en € 184.000 uit GWP 2023 N1 2 1 [U] Oostermeenthe, verbeteren waterhuishouding waaronder verbeteren waterafvoer verharding en aanleg drainage grasvelden € 50.000 uit GWP 2023 N 3 1 [U] het verbeteren van de waterafvoer naar de Spoorsloot in Steenwijk Prorail € 100 .000 gelden uit GWP 2022 N2 4 3 [U] klimaatopgave herinrichting Stationsomgeving inclusief wateropgave (aanpak wateroverlast) Tramlaan WDOD € 350 .000, waarvan € 117.000 uit de impulsgelden en € 233.000 uit GWP 2023 N2, H2 5 3 [U] klimaatopgave herinrichting Steenwijkerdiep, inclusief wateropgave (aanpak wateroverlast) Gedempte Turfhaven WDOD € 250 .000 waarvan € 83.000 uit de impulsgelden en € 167.000 uit GWP 2025 N3
34 NR OPERAT. DOEL LAS TYPE MAATREGEL EN OMSCHRIJVING PARTNERS FINANCIËN (EURO) PLANNING AANDACHTSPUNT 6 3 [U] Integrale aanpak wateroverlast en afkoppelen van regenwater langs de Conincksweg-ten Dale, in Steenwijkerwold WDOD € 650 .000, waarvan € 217.000 uit de impulsgelden en € 433.000 uit GWP 2025 N1 7 1 [O] Onderzoek en monitoring: mogelijk nadelige gevolgen van dalende grondwaterstanden en beheersing in het openbaar gebied WDOD, inwoners € 20.000 uit GWP 2022 -2023 D3, D4, D9 8 2 [O] Nader onderzoek naar de kwetsbaarheden die uit de klimaatatlas naar voren komen € 10 .000 per jaar uit GWP 2022 -2027 N, D, H, O 9 1 [O] Verkennen kansen voor de aanleg van een ecologische verbindingszone Thij Reune en de Wheer inclusief onderzoek voorkomen wateroverlast en droogte. WDOD, natuurorganisaties, perceeleigenaren € 10 .000 vanuit Groenbeheerprogramma (aanvullend budget) 2023 D6, D10, N5 10 1 [O/U] Onderzoek en eerste stap uitvoering naar klimaatadaptieve inrichting openbaar groen, gericht op voorkomen sterfte flora en fauna en versterken biodiversiteit Provincie, WDOD, NMF € 25 .000 vanuit Groenbeheerprogramma (aanvullend budget) 2023 -2024 D10
35 NR OPERAT. DOEL LAS TYPE MAATREGEL EN OMSCHRIJVING PARTNERS FINANCIËN (EURO) PLANNING AANDACHTSPUNT 11 2 [B] Inbreng leveren in het regionale traject bij het opstellen van gezamenlijk eisen en richtlijnen voor klimaatbestendige nieuwbouw Bouwsector, woningbouw- corporaties Geborgd in de RUA 2022 -2024 N, D, H, O 12 1 [B] Waar nodig afstemmen maatregelen uit de LUA met de uitgangspunten Transitievisie Warmte 2022 N, D, H, O 13 3 [B] Opstellen werkwijze om bij locatiekeuzetrajecten de gevolgen van klimaatverandering mee te nemen 2022 -2023 N, D, H, O 14 4 [O] Inventarisatie van al het ruimtelijk beleid en gekoppelde programma’s binnen gemeente Steenwijkerland 2022 N, D, H, O 15 4 [B] Op basis van de inventarisatie van het ruimtelijk beleid controleren of klimaatadaptatie volwaardig deel uitmaakt van het beleid, en waar nodig aanvullen 2026 N, D, H, O
36 NR OPERAT. DOEL LAS TYPE MAATREGEL EN OMSCHRIJVING PARTNERS FINANCIËN (EURO) PLANNING AANDACHTSPUNT 16 2 [C] Gemeentebrede communicatiecampagne klimaatadaptatie opzetten Tuincentra, inwoners, GGD € 10 .000 uit GWP 2022 -2023 N, D, H, O 17 3 [C] In gesprek met scholen om het opnemen van klimaatadaptatie in hun lessen te stimuleren Scholen 2023 -2025 N, D, H, O 18 1 [O/C] Onderzoeken wijze van stimuleren klimaatbestendige inrichting eigen perceel en industriegebieden (dak, tuin) gericht op verkoeling, waterberging en versterken biodiversiteit. Bijvoorbeeld tegel wippen via operatie Steenbreek, regenton, groene daken. (subsidiëren en/of bijv. gratis boom, regenton of ophalen uit de tuin gewipte tegels) Tuincentra, inwoners, GGD, Operatie Steenbreek, Business Club Steenwijkerland (BCS), ondernemers, WDOD en provincie. Onderzoeksbudget € 10.000 uit GWP € 100.000 per jaar stimuleringsbudget (aanvullend budget) Onderzoek 2022 Subsidies 2023-2027 N, D, H 19 1 [B] Continueren van de gemeentelijke inzet op de Gebiedsgerichte Aanpak Noordwest-Overijssel, met als integraal onderdeel het bepalen van de Regionale Veenweidestrategie (Klimaatakkoord) Landbouwsector, WDOD, provincie Overijssel, provincie Drenthe, natuurorganisaties, LTO Personele inzet (is geborgd) 2022 -2023 D1, D2, D5
37 NR OPERAT. DOEL LAS TYPE MAATREGEL EN OMSCHRIJVING PARTNERS FINANCIËN (EURO) PLANNING AANDACHTSPUNT 20 2 [O] Participeren in onderzoek naar mogelijkheden voor het vasthouden van water op de hoge zandgronden WDOD ZON € 10.000 uit GWP 2023 D4 21 1 [O] Agenderen tot onderzoek naar effect hevige neerslag op uitval midden- en onderstations elektriciteit, telecom, gas, gemalen Tennet, Enexis, WDOD n.v.t. 2022 -2024 N7 22 2 [O] Onderzoek naar ernst en omvang van het risico op wateroverlast bij vitale objecten en infrastructuur, en van daaruit maatregelen kiezen € 10 .000 uit GWP 2023 N6, N11 23 1 [P] Aanstellen coördinator klimaatadaptatie voor 3 jaar € 80.000 per jaar Juni 2022 - Juni 2025 24 2 [P] Indienen maatregelen voor de impulsgelden bij de regio Fluvius Geborgd in GWP 2022
38 NR OPERAT. DOEL LAS TYPE MAATREGEL EN OMSCHRIJVING PARTNERS FINANCIËN (EURO) PLANNING AANDACHTSPUNT 25 3 [O] Actualisatie stresstest € 25 .000 vanuit GWP 2025
39 05 | IMPLEMENTATIE 5.1 Inleiding De maatregelen in de uitvoeringsagenda zijn opgesteld door de gemeente Steenwijkerland, waarbij ook de link met de regionale uitvoeringsagenda van de samenwerkingsregio Fluvius is gemaakt. In de agenda hebben we een stap verder gezet richting uitvoering, ofwel implementatie. We benoemen de samenwerking met partners, benodigde middelen voor zover die nu in beeld zijn en de planning. In deze paragraaf lichten we deze keuzes voor implementatie verder toe. 5.2 Samenwerking met partners Sommige maatregelen worden gezamenlijk met partners opgepakt. We streven ernaar om zoveel mogelijk betrokkenheid te creëren, eventueel ook bij de daadwerkelijke uitvoering van de maatregel. De gemeente houdt altijd de verantwoordelijkheid voor een goede uitvoering en zal daarom waar ook het initiatief nemen en afspraken maken over de uitvoering. 5.3 Benodigde middelen In de uitvoeringsagenda is een inschatting gemaakt van de benodigde middelen, zodat ruimte kan worden gezocht in bestaande begrotingen van Steenwijkerland, de impulsregeling en in de begroting van de samenwerkingsregio Fluvius. Naast een benodigd budget, gaat de uitvoering van de maatregelen gepaard met ambtelijke inzet, en soms ook inzet van regiopartners. Een gedetailleerde financiële doorvertaling van de uitvoeringsagenda volgt na vaststelling van de agenda.
We geven hier echter al een eerste inschatting van deze financiële doorvertaling. De benodigde middelen voor het ten uitvoer brengen van deze agenda: Uit bestaande budgetten (Gemeentelijk WatertakenPlan) 40 - Onderzoeksbudget t.b.v. diverse onderzoeken verspreid over de gehele planperiode: circa € 85.000,- gedekt uit GWP (€ 14.000,- per jaar). - Communicatiecampagne € 10.000,- gedekt uit GWP. Aanvullend nodig vanaf 2022 - Coördinator klimaatadaptatie, circa € 80.000,- per jaar, voor de periode juni 2022 – juni 2025 (3 jaar). Dekking van deze kosten kan voor 50% ten laste worden gebracht van het GWP. Voor wat betreft de overige 50% zal worden voorgesteld dit ten laste te brengen van de Algemene Middelen. Aanvullend nodig vanaf 2023 - Onderzoek- en uitvoeringsbudget vanuit het Groenbeheerprogramma: circa € 35.000,-. Voor wat betreft deze kosten zal worden voorgesteld dit ten laste te brengen van de Algemene Middelen. - Stimulering klimaatbestendig inrichting eigen perceel en industriegebieden bij inwoners en op bedrijventerreinen: circa € 100.000,- per jaar. Ten aanzien van de dekking zal nog nadere uitwerking plaats moeten vinden. - Vanuit de regio kan er aanspraak worden gemaakt op impulsgelden om uitvoeringsprojecten te financieren, mits ook eigen budget wordt gebruikt.
De geselecteerde projecten hebben samen een totaalbedrag van € 1.675.000,- en worden opgenomen in het nieuw op te stellen GWP 2023-2028 . Daarmee wordt een aanvraag voor bijdrage uit impulsgelden van € 475.303,- gedaan. 5.4 Planning In deze agenda gaan we uit van een scope van zes jaar, waarna de LUA geactualiseerd zal worden. De genoemde jaartallen zijn streefjaren. Elk jaar zal de uitvoeringsagenda ambtelijk gemonitord en bestuurlijk geëvalueerd worden en naar wens worden bijgesteld. 41 Bijlage I Doelenboom
42 Bijlage II Lokale uitvoeringsprojecten impulsregeling klimaatadaptatie De strategische en operationele doelen zijn in de LAS vertaald naar een gezamenlijke, lokale uitvoeringsagenda met maatregelen (LUA). De lokale activiteiten bestaan uit de categorieën onderzoek beleid, communicatie en proces. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de lokale uitvoeringsprojecten (maatregelenpakket) die ingediend worden voor de impulsregeling. Dit maatregelenpakket wordt eind 2022 ingediend bij het Rijk om via de Impulsregeling Klimaatadaptatie rijkssubsidie te verkrijgen. Subsidie kan via de werkregio Fluvius 1 keer per jaar worden ingediend tot en met 2023. Maatregel 2022 2023 2024 2025 2026 2027 Afkoppelen regenwater Oostwijken Wateropgave herinrichting Tramlaan Klimaatopgave herinrichting Stationsomgeving Klimaatopgave herinrichting Steenwijkerdiep Wateropgave herinrichting Gedempte Turfhaven Integrale aanpak wateroverlast en afkoppelen van regenwater langs de Conincksweg-ten Dale, in Steenwijkerwold GEMEENTE STEENWIJKERLAND Vendelweg 1 8331 XE Steenwijk Telefoon 14 0521 www.steenwijkerland.nl