CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Kaderbrief en begroting 2018 OD IJsselland - bijlage 170407 Begroting Omgevingsdienst IJsselland 2018 v1.pdf

Politieke Markt 16 mei 2017, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Kaderbrief en begroting 2018 omgevingsdienst IJsselland; advies B7.175 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Opdrachtgever Opdrachtnemer Versie Datum Algemeen Bestuur Omgevingsdienst IJsselland Directeur Omgevingsdienst 1.0 7 april 2017 Begroting 2018 en meerjarenraming 2019-2021 Omgevingsdienst IJsselland Begroting 2018 versie 1.0 2/19 Inhoud 1 Inleiding 3 1.1 Samenvatting 3 1.2 Leeswijzer 4 1.3 Governance op de Omgevingsdienst 4 1.4 Bepalingen over de begroting 5 2 Te leveren prestaties 6 2.1 Werkgebied 6 2.2 Doelen 6 2.3 Taken 6 2.4 Hoe willen we werken? 7 3 Wat mag het kosten? 8 3.1 Meerjarenbegroting 8 3.2 Kosten 2018 8 3.2.1 Personeelskosten primair proces (begrotingspost 1) 8 3.2.2 Personeelskosten overhead (begrotingspost 4) 9 3.2.3 Overige kosten (begrotingsposten 2, 3 en 5) 9 3.2.4 Huisvesting en bedrijfsvoering (begrotingspost 6) 9 3.2.5 ICT voor primair proces (begrotingspost 7) 9 3.2.6 Onvoorziene kosten 10 3.2.7 Kapitaallasten 10 3.2.8 BTW / Vennootschapsbelasting (VPB) 10 3.3 Bijdragen van de deelnemers voor 2018 10 3.3.1 Bijdrage in loonkosten primair proces 11 3.3.2 Bijdrage in incidenteel ontwikkelbudget 12 3.3.3 De bijdrage voor de VT&H informatievoorziening, project 2 12 3.4 Investeringen 12 4 Uitgangspunten voor de begroting 13 4.1 Begroting onderscheidt primair en secundair proces 13 4.2 Besparingsambitie 13 4.3 Incidenteel ontwikkelbudget 13 4.4 Inputfinanciering 13 4.5 Frictiekosten 13 4.6 Indexering 14 4.7 Onzekerheden in de begroting 14 4.8 Balansen 14 5

Paragrafen 15 5.1 Lokale heffingen 15 5.2 Weerstandsvermogen & risicobeheersing 15 5.2.1 Financiële kengetallen 15 5.3 Financiering 16 5.4 Bedrijfsvoering 16 6 BIJLAGEN 19 6.1 Bijlage 1: Formatieoverzicht 19 6.2 Bijlage 2: Staat van reserves en voorzieningen 19 6.3 Bijlage 3: Overzicht van rente en afschrijving 19 6.4 Bijlage 4: Staat van investeringen 19 6.5 Bijlage 5: Liquiditeitsprognose 19 Begroting 2018 versie 1.0 3/19 1 Inleiding Voor u ligt de eerste begroting van de Omgevingsdienst (OD) IJsselland. Deze Gemeenschappelijke Regeling (GR) is formeel tot stand gekomen eind 2016. Het jaar 2017 wordt gebruikt om de transitie te realiseren van RUD naar Omgevingsdienst en 2018 is het eerste jaar waarin de organisatie functioneert. De Omgevingsdienst IJsselland kan eigenlijk beschouwd worden als de rechtsopvolger van de netwerk RUD IJsselland. ‘Onze’ netwerk RUD is door een wetswijziging vanaf 1 januari 2018 niet meer toegestaan als samenwerkingsvorm voor deze overheidstaak. Met de oprichting van de OD als GR wordt materieel voldaan aan de wettelijke vereisten, inhoudelijk zullen we veel ervaringen en werkwijzen meenemen vanuit de RUD, waarbij het adagium ‘Lokale binding, regionale bundeling’ belangrijk is en blijft. De belofte van de organisatie wordt samengevat als: Omgevingsdienst IJsselland. Waarborgt de leefomgeving, versterkt bedrijven (missie).

Dit door het vormen van een moderne uitvoeringsorganisatie die voorop wil lopen met vernieuwende werkmethoden, actuele expertise en moderne ICT-voorzieningen (visie). Het managementteam geeft in de eerste drie jaar prioriteit aan de ontwikkelopgaven: borgen en doorontwikkelen van politieke sensitiviteit en lokale binding, vormen van één organisatie en anticiperen op inwerkingtreding Omgevingswet, wet VTH, wet Natuurbescherming en wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen (strategie). De gepresenteerde begroting moet bovengenoemde missie, visie en strategie mogelijk maken. Juist omdat het een startjaar is hebben we een globale begroting opgesteld. Deze is gebaseerd op reeds vastgestelde documenten: GR, het bedrijfsplan, op het Organisatie & Formatieplan en de ingebrachte taken conform het Convenant dat een bijlage vormt op de GR. De begroting voldoet aan het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Deze begroting geeft een inzicht in de kosten en opbrengsten in het jaar 2018 en de daaropvolgende jaren. Door de gemaakte keuzes worden nu geen noemenswaardige investeringen voorzien en starten we met een vrijwel lege balans. De gemaakte keuzes en gekozen uitgangspunten worden in deze begroting expliciet gemaakt. Een belangrijk uitgangspunt is dat de begroting de eerste jaren uitgaat van inputfinanciering.

De begroting dient voor het bestuur om de beschikbare middelen vast te stellen en toe te delen en vormt het kader waarbinnen de directie van de Omgevingsdienst bevoegd is tot het doen van uitgaven en het aangaan van verplichtingen. De begroting en de financiële positie zijn in onderlinge samenhang van belang voor het inzicht in de financiën van de Omgevingsdienst. 1.1 Samenvatting De eerste begroting voor de Omgevingsdienst bouwt voort op het bedrijfsplan waarin de missie, visie, de taken en werkwijze zijn geschetst. Dit bedrijfsplan is als bijlage bij het voorstel tot oprichting van de Omgevingsdienst aan uw raden/staten voorgelegd. Bij het opstellen van deze eerste exploitatiebegroting worden drie financiële/ Begroting 2018 versie 1.0 4/19 bedrijfsmatige uitgangspunten gehanteerd: A. na de eerste vijf jaar is de doelstelling om de incidentele investeringskosten (ofwel het ontwikkelbudget) voor de Omgevingsdienst terugverdiend te hebben en daarmee is eind 2023 de exploitatiebegroting structureel 8% lager dan de exploitatiebegroting voor het jaar 2018; B.

De realisatie van deze structurele besparingen is alleen mogelijk onder de voorwaarden dat de Omgevingsdienst de ruimte krijgt om te werken met een voldoende robuust takenpakket, een ruime mandatering en een hoge mate van standaardisatie van producten en diensten - dit in een goede samenwerking en rolverdeling tussen de deelnemers en de Omgevingsdienst; C. de Omgevingsdienst IJsselland start volgens de methodiek van inputfinanciering, maar stapt vanaf 2020 geleidelijk aan over op de methodiek van outputfinanciering. Bij inputfinanciering wordt de jaarlijkse financiële bijdrage per deelnemer bepaald door de betreffende totale loonsom (in te brengen in de vorm van formatie dan wel vacaturegeld) te vermeerderen met het percentage van de kosten voor de materiële en formatieve overhead. 1.2 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de inhoudelijke beschrijving van de doelen en voornemens van de Omgevingsdienst voor de jaren 2018 tot en met 2021 weergegeven. In hoofdstuk 3 “wat mag het kosten?” worden de kosten en opbrengsten meerjarig begroot en wordt ingezoomd op het jaar 2018. In hoofdstuk 4 worden de uitgangspunten omschreven waarop de begroting gestoeld heeft. In hoofdstuk 5 wordt aandacht besteed aan de verplichte paragrafen: lokale heffingen, weerstandsvermogen & risicobeheersing, financiering en bedrijfsvoering en aan de financiële kengetallen.

1.3 Governance op de Omgevingsdienst De begroting is één van de instrumenten van governance op de Omgevingsdienst. We plaatsen dit instrument graag in zijn context en schetsen daartoe hoe de governance van de Omgevingsdienst is ingericht: hoe verlopen toezicht, sturing, verantwoording en beheersing van de GR Omgevingsdienst? Het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst wordt gevormd door bestuurders uit de colleges van alle deelnemende overheden. Uit hun midden is het Dagelijks Bestuur gekozen. De directeur van de Omgevingsdienst fungeert in beide besturen als secretaris. De verticale sturing en verantwoording wordt vormgegeven door de jaarlijkse kaderbrief en begroting, welke laatste na raadpleging van raden en staten, door het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst wordt vastgesteld. De verantwoording gebeurt door middel van de jaarrekening welke na raadpleging van raden en staten, door het Algemeen Bestuur wordt vastgesteld, waarna een kopie aan de Minister van Binnenlandse Zaken wordt verstrekt (artikel 33). Het Algemeen Bestuur geeft opdracht aan een accountant om een onafhankelijk oordeel te geven over de betrouwbaarheid en rechtmatigheid van de jaarrekening. Gedurende het jaar zal het Dagelijks Bestuur op periodieke basis sturen op realisatie van de begroting en waar nodig begrotingswijzigingen aan het Algemeen Bestuur voorleggen.

De horizontale sturing en beheersing geschieden door middel van Dienstverlenings- overeenkomsten (DVO) die tussen de deelnemende overheden en de Omgevingsdienst worden afgesloten voor meerdere jaren. Hierbinnen wordt jaaropdrachten verstrekt. Deze DVO’s en jaaropdrachten betreffen de wettelijk verplicht in te brengen taken, maar ook “facultatieve” taken. Tevens verstrekt het bevoegd gezag het mandaat aan de Omgevingsdienst, dat nodig is voor de uitvoering van de DVO. De uitvoering van deze DVO’s en jaaropdrachten wordt beheerst met behulp van periodieke rapportages aan de opdrachtgevers. De betaling door de deelnemers is vooralsnog gekoppeld aan de ingebrachte taken en medewerkers; inputfinanciering. Vanaf het begrotingsjaar 2020 wordt gefaseerd overgegaan op outputfinanciering. Begroting 2018 versie 1.0 5/19 1.4 Bepalingen over de begroting In artikel 32 van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJsselland zijn de volgende nadere voorschriften met betrekking tot de begroting opgenomen: 1. Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks vóór 15 april de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan provinciale staten en de raden van de deelnemers. 2. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting acht weken voordat deze ter vaststelling aan het algemeen bestuur wordt toegezonden, doch uiterlijk 5 juni, toe aan de provinciale staten en de raden van de deelnemers. 3.

In de ontwerpbegroting wordt onder andere aangegeven welke bijdrage elke deelnemer verschuldigd is voor de uitvoering van de taken van het openbaar lichaam. 4. De deelnemers kunnen binnen acht weken na toezending van de ontwerpbegroting van hun zienswijzen doen blijken. Het dagelijks bestuur voegt, alvorens verzending van de ontwerpbegroting aan het algemeen bestuur plaatsvindt, de commentaren en zienswijzen van de deelnemers toe. 5. Binnen twee weken na de vaststelling zendt het dagelijks bestuur de begroting aan de deelnemers, tenzij er geen wijzigingen zijn ten opzichte van de ontwerpbegroting. 6. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, en in ieder geval vóór 1 augustus, aan onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 7. De bepalingen van artikel 59, eerste, derde en vierde lid van de Wet zijn niet van toepassing op wijzigingen van de begroting indien deze wijzigingen niet leiden tot een verhoging van de door de deelnemers verschuldigde bijdragen aan de Omgevingsdienst IJsselland. Begroting 2018 versie 1.0 6/19 2 Te leveren prestaties Alvorens de financiële begroting te presenteren, geven we in dit hoofdstuk aan wat we willen leveren, waar en hoe. Deze factoren bepalen mede de kosten.

2.1 Werkgebied De regio IJsselland wordt gevormd door elf gemeenten: Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Ommen, Olst-Wijhe, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle. Naast deze gemeenten is de provincie Overijssel deelnemer aan de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJsselland. Het werkgebied beslaat een oppervlakte van 1.695 km² en herbergt ongeveer 515.000 inwoners en een vergunningenbestand van 17.000 bedrijven. De regio kent twee grote stedelijke kernen: Deventer en Zwolle. Bedrijvigheid is vooral sterk in dienstverlening, logistiek, rubber en kunststofindustrie, agrarische sector, toerisme en onderwijs. 2.2 Doelen Een klant- en oplossingsgerichte werkwijze, dat is wat de eenduidige aanpak van de Omgevingsdienst IJsselland kenmerkt. Onze onafhankelijke experts wegen maatschappelijke belangen zorgvuldig af en vervullen een verbindende rol in het krachtenveld. Doel is om een optimale balans aan te brengen tussen een duurzame leefomgeving en nieuwe initiatieven. Deze gedachte vatten we samen in onze missie: Omgevingsdienst IJsselland. Waarborgt de leefomgeving, versterkt bedrijven. We vormen een moderne uitvoeringsorganisatie die voorop wil lopen met vernieuwende werkmethoden, actuele expertise en moderne ICT-voorzieningen.

De Omgevingsdienst IJsselland wil een hoogwaardige bijdrage leveren aan een veilige, gezonde, aantrekkelijke en duurzame omgeving om in te wonen, werken en leven. Onder het motto ‘Lokale binding, regionale bundeling’ combineert de Omgevingsdienst nabijheid met schaalvergroting. De verbinding van kwaliteitsverbetering en efficiencywinst komt zo binnen bereik. De Omgevingsdienst is een betrouwbare partner in de keten met het Openbaar Ministerie (OM), politie, Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) en Veiligheidsregio (VR) en een samenwerkingspartner van de waterschappen in Overijssel. De Omgevingsdiensten die zijn ontstaan hebben het doel om meerwaarde te creëren op het gebied van de fysieke leefomgeving. De Omgevingsdienst IJsselland wil van toegevoegde waarde zijn voor het bedrijfsleven, de inwoners en de leefomgeving van IJsselland. Het managementteam geeft in de eerste drie jaar prioriteit aan de ontwikkelopgaven:  borgen en doorontwikkelen van politieke sensitiviteit en lokale binding;  vormen van één organisatie, en  anticiperen op inwerkingtreding Omgevingswet, wet VTH, wet Natuurbescherming en wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen. 2.3 Taken De Omgevingsdienst verricht de taken zoals in het convenant bij de Gemeenschappelijke Regeling genoemd: 1.

Basistakenpakket: de taken zoals vastgelegd in artikel 7.1 van het besluit tot wijziging van het Besluit Omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving). 2. Basistakenpakket Plus: de inrichtingsgebonden milieutaken, voor zover deze niet vallen onder het Basistakenpakket. Begroting 2018 versie 1.0 7/19 3. Enkele specialistische milieutaken: specialistische taken op het gebied van geluid, bodem, externe veiligheid en lucht, die aanvullend zijn op de taken die vallen onder het Basistakenpakket 1.  Geluid: de advisering op bouw/RO en verkeer;  Bodem: de vakinhoudelijke toetsing en beoordeling van bodemonderzoeks- plannen -en rapporten, de vakinhoudelijke bodemexpertise bij ruimtelijke en civiele projecten, het bijhouden van het bodeminformatiesysteem (BIS), de uitvoering van de Wet bodembescherming (Wbb) met betrekking tot bodemverontreiniging en sanering en meldingen Besluit uniforme saneringen (BUS);  Externe Veiligheid: alle taken waarvoor moet worden voldaan aan de kwaliteitscriteria en advisering op bouw/RO;  Lucht: alle taken waarvoor moet worden voldaan aan de kwaliteitscriteria. Deze begroting betreft de uitvoering van bovenstaande taken. Naast deze taken kunnen deelnemende gemeenten ervoor kiezen andere nauw verwante taken over te dragen aan de Omgevingsdienst.

Dit kan op structurele basis (met overdracht van functies en mensen) of op basis van een tijdelijke overeenkomst. Daarnaast kunnen opdrachten van derden worden aangenomen. De uitvoering van deze taken, genoemd in artikel 4, 5 en 6 van de GR, zal tenminste kostendekkend zijn. De kosten en opbrengsten hiervan worden eind 2017 in kaart gebracht en zo spoedig mogelijk als begrotingswijziging aan het dagelijks bestuur voorgelegd. Alle taken worden geïnventariseerd en intern bestuurd met behulp van het VTH-jaarplan. 2.4 Hoe willen we werken? Het is de ambitie van de Omgevingsdienst om de vanzelfsprekende dienstverlenende collega-organisatie te worden voor Vergunningen en Toezicht & Handhaving (VTH) op het gebied van het gehele omgevingsrecht. In de prioriteitstelling betekent dit dat de Omgevingsdienst eerst haar toegevoegde waarde en kwaliteit bewijst bij de uitvoering van het basistakenpakket+ (milieutaken), maar ook dat de deelnemers in de toekomst meer taken kunnen overdragen en dat de Omgevingsdienst mag groeien. Door haar combinatie van deskundigheid en efficiency kan de Omgevingsdienst steeds vaker een logische gespreks- dan wel samenwerkingspartner worden voor gemeenten, provincie en waterschappen.

Bij het geven van vorm en inhoud aan de expertisegerichte en gezamenlijke uitvoeringsorganisatie, wordt in IJsselland voortdurend gezocht naar een duurzame balans tussen nabijheid (lokale binding), kwaliteit en efficiency. Het efficiency-doel is vertaald in een besparingsdoelstelling op termijn (zie uitgangspunten). 1 De provincie Overijssel brengt deze specialistische milieutaken (vooralsnog) niet in. Begroting 2018 versie 1.0 8/19 3 Wat mag het kosten? In dit hoofdstuk geven we aan welke kosten, opbrengsten en investeringen we verwachten om de ambities uit het voorgaande hoofdstuk te realiseren In hoofdstuk 4 beschrijven we de gekozen uitgangspunten waarop de begroting is gebaseerd. De opbrengsten vloeien voort uit de verrichte taken. Deze begroting betreft:  de taken genoemde in het convenant;  het gebruik van de VTH-applicatie 1 (door alle deelnemers)  het gebruk van VTH-2 (door deelnemers die daarvoor gekozen hebben) We begroten derhalve niet de kosten en opbrengsten voor structurele en incidentele facultatieve taken, omdat deze nog niet in beeld zijn. 3.1 Meerjarenbegroting De onderbouwing van de begroting 2018 wordt in onderstaande paragrafen toegelicht. We verwachten een daling van de kosten vanaf 2020 door de bezuinigingsdoelstelling van 2% van de startbegroting over de jaren 2020 t/m 2023.

In de getoonde cijfers is nog geen rekening gehouden met eventuele indexering omdat dit een externe factor is en omdat de waarde van de indices nog niet bekend zijn. 3.2 Kosten 2018 Het begrotingstotaal van de jaarschijf 2018 is hieronder opgebouwd uit acht posten. In paragrafen 3.2.1 t/m 3.2.5 worden bovenstaande posten toegelicht. 3.2.1 Personeelskosten primair proces (begrotingspost 1) Voor deze begrotingspost werken we met een verwachte gemiddelde loonsom van € 70.000,-- per fte. Verder gaan we voor het primaire proces uit van de 81,4 fte. Dit betreft de opgegeven bezetting behorende bij de in te brengen taken volgens het convenant. Het bedrag van €70.000,-- vermenigvuldig met de verwachte 81,4 fte maakt een totale loonsom van € 5,7 miljoen. De werkelijke kosten worden gedekt door een inputfinancieringsregeling die onder paragraaf 3.3 wordt getoond.

Meerjarenbegroting 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Basis begroting 9.165.000 9.165.000 9.165.000 9.165.000 9.165.000 9.165.000 besparingsperc cumulatief 0% 0% 2% 4% 6% 8% beoogde besparing cumulatief 183.000 366.000 549.000 732.000 begroting na besparing 9.165.000 9.165.000 8.982.000 8.799.000 8.616.000 8.433.000 Begrotingspost Bedrag 1.   Totale loonsom primaire proces (81,4 fte) 5.699.000 2.   Verv oerskosten primair proces 202.000 3.   Ov erige kosten 404.000 4.   Totale loonsom formatiev e ov erhead (12,6 fte) 1.000.000 5.   Uitv oeringskosten 260.000 6.   Inkoop bedrijfsv oering, huisv esting en ondersteunende ICT 1.010.000 7.   ICT v oor primair proces (VTH) 500.000 8.   Onv oorzien 90.000 Totaal 9.165.000 Incidenteel ontwikkelbudget 2018 400.000 VTH 2 356.800 Totaal begroting 9.921.800 Begroting 2018 versie 1.0 9/19 3.2.2 Personeelskosten overhead (begrotingspost 4) Voor de loonsom van de formatieve overhead zijn wij uitgegaan van de functies en schalen uit Functieboek 1 en 2. We zijn uitgegaan van het maximum van de schalen, zodat de Omgevingsdienst op een correcte manier de functies kan invullen, nu en in de toekomst. De totale loonsom past binnen de hiervoor in het bedrijfsplan genoemde € 1.000.000,-- en geeft dan nog € 3.000,-- financiële ruimte.

3.2.3 Overige kosten (begrotingsposten 2, 3 en 5) De overige kosten zijn gebaseerd op informatie van andere Omgevingsdiensten. Voordeel hiervan is dat veel andere Omgevingsdiensten al enkele jaren werken en hun begrotingen hebben kunnen aanpassen naar aanleiding van de opgedane ervaringen. Dit hebben wij vertaald naar de situatie van Omgevingsdienst IJsselland. Dit is exclusief het incidentele ontwikkelbudget dat niet opgenomen is in de begroting maar als aparte post in het bijdrage overzicht per partner onder paragraaf 3.3. Vervoerskosten (2) primair proces is een inschatting van de vervoerskosten die voor rekening komen van de Omgevingsdienst. Deze post kan naast de kilometer- vergoedingen ook bestaan uit openbaar-vervoer-kosten of leasekosten van dienstauto’s etc. De werkelijke kosten zijn afhankelijk van het te sluiten sociaal plan en het op te stellen mobiliteitsplan. Overige kosten (3) hebben ook betrekking op het primaire proces. Het gaat hierbij dan om opleidingskosten, bedrijfskleding en overige personeelgerelateerde kosten. Uitvoeringskosten (5) hebben betrekking op accountantskosten, verzekeringen, communicatie, onderhoud apparatuur, literatuur, OR, etc.

3.2.4 Huisvesting en bedrijfsvoering (begrotingspost 6) Deze post bestaat uit de volgende onderdelen:  De kosten voor huisvesting en bedrijfsvoering die vergoed zullen worden aan de alliantiepartner op basis van de nog af te sluiten Dienstverleningsovereenkomst. Dit bestaat uit een vast bedrag en activiteiten tegen uurtarief.  De kosten van hardware, zoals mobiele ICT, wifi, verbindingen, servers die via de alliantiepartner worden aangeschaft.  De kosten die de alliantiepartner maakt om te kunnen gaan leveren (aansluitkosten), zoals afstemming met de Belastingdienst inzake de personeelsvergoedingen.  Eventuele meerkosten van het nog vast te stellen mobiliteitsplan. De verwachting is dat bovenstaande binnen het bedrag zal blijven dat hiervoor is opgenomen in het bedrijfsplan. 3.2.5 ICT voor primair proces (begrotingspost 7) Alle kosten die te maken hebben met de VT&H informatievoorziening voor de Omgevingsdienst worden vanaf 2018 verantwoord op de begroting van de Omgevingsdienst IJsselland. De kosten van project “VTH 1” en de hieruit voortvloeiende kosten van het structurele beheer van het systeem voor de milieutaken zijn voor rekening van de Omgevingsdienst en worden gedekt uit de inbreng van de partners in de financiering van de Omgevingsdienst IJsselland.

In de begroting 2018 van de Omgevingsdienst IJsselland is rekening gehouden met de kosten die voortvloeien uit het contract met de VT&H-leverancier en de kosten voor de beheerorganisatie. Daarnaast wordt in de begroting rekening gehouden met de doorontwikkeling. Denk daarbij aan bijvoorbeeld het Digitaal Stelsel Omgevingswet dat flinke consequenties voor de informatievoorziening zal hebben. Het begrote bedrag in het in bedrijfsplan van € 500.000,-- lijkt toereikend te zijn en geeft ruimte tot verdere doorontwikkeling van € 30.000,--. Het project VTH 2 richt zich om de informatievoorziening van processen bij deelnemers. Begroting 2018 versie 1.0 10/19 3.2.6 Onvoorziene kosten Zeker bij een startende organisatie waar nog diverse zaken verder ingevuld moeten worden, is het lastig om een sluitende begroting op te stellen. Voorkomen moet worden dat de Omgevingsdienst bij kleine tegenvallers steeds terug moet naar haar partners. Daarom is er voor gekozen om een post op te nemen voor onvoorzien van 1%. 3.2.7 Kapitaallasten De verwachting is dat de Omgevingsdienst geen kapitaalgoederen, (auto’s, ICT meubilair, etc.) in eigen beheer zal hebben bij de start. Gevolg is dat er ook geen kapitaallasten begroot zijn. 3.2.8 BTW / Vennootschapsbelasting (VPB) Bij de start zal de Omgevingsdienst IJsselland alleen wettelijke taken verrichten voor haar partners.

De verwachting is dan ook dat de Omgevingsdienst geen VPB verplichtingen zal hebben. Voor de BTW zal na de definitieve besluitvorming over de alliantiepartner afspraken gemaakt worden gemaakt met de belastingdienst. Dit zal geen gevolgen hebben voor de hoogte van de begroting en de bijdrage van de partners. 3.3 Bijdragen van de deelnemers voor 2018 De opbrengsten vloeien voort uit de verrichte taken. Deze begroting betreft:  de taken genoemd in het convenant  het gebruik van de VTH-applicatie 1 (alle deelnemers)  het gebruik van VTH-2 (deelnemers die daarvoor gekozen hebben) We begroten niet de kosten en opbrengsten voor structurele en incidentele facultatieve taken, omdat deze nog niet in beeld zijn. Daarom is in onderstaande tabel de kolom “facultatief” nog leeg. De begrote kosten uit paragraaf 3.2 en het incidenteel ontwikkelbudget worden toegerekend aan de deelnemers op basis van de in te brengen werkvoorraad, zie hiervoor paragraaf 3.3.1. De toerekening van VTH2 is op basis van aantal gebruikers. Er is voor een andere verdeelsleutel gekozen, omdat niet alle partners meedoen aan VTH2 en de relatie met de in te brengen werkvoorraad hier minder van toepassing is. De Veiligheidsregio IJsselland is geen deelnemer in de Omgevingsdienst, maar gaat wel gebruikmaken van VTH2. Loonsom overige kosten incidenteel Totale Partner prim. proces incl.

VTH 1 ontwikkelbudget VTH 2 Facultatief bijdrage Dalfsen 292.100 177.700 20.500 28.500 - 518.800 Deventer 789.200 480.000 55.400 57.000 - 1.381.600 Kampen 524.000 318.700 36.800 42.800 - 922.300 Olst Wijhe 299.900 182.400 21.000 14.300 - 517.600 Ommen 198.300 120.600 13.900 10.100 - 342.900 Hardenberg 595.100 361.900 41.800 30.300 - 1.029.100 Overijssel 567.900 345.400 39.900 - - 953.200 Raalte 437.500 266.100 30.700 28.500 - 762.800 Staphorst 274.400 166.900 19.300 17.800 - 478.400 Steenwijkerland 486.300 295.700 34.100 - - 816.100 Zwartewaterland 339.100 206.200 23.800 15.400 - 584.500 Zwolle 895.200 544.400 62.800 65.300 - 1.567.700 Veiligheidsregio - - - 46.800 - 46.800 Totaal 5.699.000 3.466.000 400.000 356.800 - 9.921.800 Begroting 2018 versie 1.0 11/19 3.3.1 Bijdrage in loonkosten primair proces Voor de eerste jaren is gekozen voor inputfinanciering ten aanzien van de loonkosten en overige personeelskosten primair proces. Dit is uitgewerkt in de inputfinancierings- regeling die bestaat uit de volgende punten:  De deelnemers betalen voor de medewerkers die overgaan naar de Omgevingsdienst de werkelijke loonsom 2018.  Voor de formatie die niet met medewerkers wordt ingebracht (vacatureruimte), geldt dat hiervoor de loonsom 2018 betaald moet worden die past bij de gekozen inschaling van de betreffende werkzaamheden. Deze gekozen inschaling is weergegeven in het O&F-plan.

We gaan hierbij uit van het maximum van de schaal.  Meerkosten als gevolg van verworven indiciduele rechten van medewerkers die overgaan komen voor rekening van de betreffende deelnemer.  Deze regeling geldt totdat deze wordt vervangen door outputfinanciering.  Verrekening zal geschieden conform de bijdrageverordening die door het Algemeen Bestuur vastgesteld zal worden. De inputfinanciering is zodanig dat de Omgevingsdienst geen financiële risico’s loopt bij de overname van personeel. Het bedrag per partner kan afwijking van dit gemiddelde van € 70.000,-- per fte. Dit is afhankelijk van hoe de huidige werknemers momenteel zijn ingeschaald. Sommige partners zullen dus lager uitkomen dan dit gemiddelde en anderen hoger. Dit zal in principe niet leiden tot voor- of nadelen bij de partners omdat zij dit lagere c.q. hogere bedrag ook hebben opgenomen in hun huidige begroting. Alleen het begroten van de vacatureruimte zal bij de verschillende partners verschillend zijn. Het aantal fte zal misschien nog wijzigen, maar dit heeft ook geen financiële gevolgen voor de deelnemers, omdat het gaat om overheveling van taken die nu ook al in hun begroting aanwezig zijn. Overige kosten, ontwikkelbudget en VTH2 zijn voor de partners extra kosten. Hier staat tegenover dat zij voor sommige onderdelen zoals reiskosten en opleidingen haar begroting makkelijk kunnen verlagen.

Voor huisvesting en andere meer vaste kosten zal hiervoor meer inspanning nodig zijn. Andere dekking kan zijn de huidige bijdrage aan de RUD die per 2018 komt te vervallen. De gevolgen van de inbreng van facultatieve taken conform artikel 5 of 6 van de Gemeenschappelijke Regeling wordt pas op een later moment duidelijk. Daarom is daarvoor nu nog niets opgenomen. Ook voor dit onderdeel wordt gekozen voor de genoemde inputfinancieringsregeling, verhoogd met een bedrag voor overhead. Werkvoorraad partners (stand 17-03-2017) Bijdrage van de partners in de kosten van de begroting 2018 en in de kosten van het incidentele ontwikkelbudget is gebaseerd op onderstaande inbreng werkvoorraad. Zoals eerder aangegeven is voor VTH2 voor een andere verdeelsleutel gekozen. Dit overzicht kan nog wijzigen doordat de werkvoorraad nog niet definitief is. Deze wijzigingen zullen beperkt zijn, maar kunnen wel gevolgen hebben voor de bijdrage per deelnemer. De verwachting is dat de werkvoorraad de komende jaren nog zal wijzigen. Begroting 2018 versie 1.0 12/19 Bovenstaande werkvoorraad betreft de opgave van de deelnemers. Bij Ommen- Hardenberg is de verhouding 25%/75% aangehouden. 3.3.2 Bijdrage in incidenteel ontwikkelbudget Alle deelnemers dragen hierin bij naar rato van de inbreng van de werkvoorraad zoals hierboven onder paragraaf 3.3.1 aangegeven.

De omvang van het ontwikkelbudget wordt onderbouwd in bijlage D van het bedrijfsplan. 3.3.3 De bijdrage voor de VT&H informatievoorziening, project 2 Het VTH 2-project is gericht op het gebruik van IJVI door de deelnemers in hun eigen processen. Deelnemers hebben keuzevrijheid of ze meedoen met project 2. De kosten die verbonden zijn aan project 2 en het beheer daarvan worden daarom direct doorbelast aan de deelnemende partners. De verdeelsleutel van project 2 is op basis van het aantal gebruikers. De realisatie is onder andere afhankelijk van de definitieve besluitvorming. De kosten en opbrengsten zijn structureel en worden geïndexeerd. 3.4 Investeringen Door de verwachting dat de Omgevingsdienst niet zelf investeringen zal gaan doen, is dit hoofdstuk voor nu niet relevant. Partner uren FTE percentage Dalfsen 6.009 4,2 5,1% Deventer 16.235 11,3 13,8% Kampen 10.780 7,5 9,2% Olst Wijhe 6.169 4,3 5,3% Ommen 4.080 2,8 3,5% Hardenberg 12.241 8,5 10,4% Overijssel 11.682 8,1 10,0% Raalte 9.000 6,2 7,7% Staphorst 5.644 3,9 4,8% Steenwijkerland 10.003 6,9 8,5% Zwartewaterland 6.976 4,8 6,0% Zwolle 18.414 12,8 15,7% Totaal 117.233 81,4 100,0% werkvoorraad Begroting 2018 versie 1.0 13/19 4 Uitgangspunten voor de begroting 4.1 Begroting onderscheidt primair en secundair proces Voor de opzet van de begroting is gekozen voor het onderscheid tussen primair en secundair proces.

Het primair proces betreft de uitvoering van de afgesproken VTH- taken. Het secundair proces betreft de sturende en (deels ingekochte) ondersteunende taken. Het primaire proces zijn de kosten die volgens de BBV vallen onder de taken, de overige kosten vallen onder de bedrijfsvoering. 4.2 Besparingsambitie De omgevingsdienst verwacht vanaf 2020 vier jaar lang 2% bezuiniging op haar begroting te kunnen realiseren. Er is bewust gekozen om de eerste twee jaar de organisatie op orde te krijgen en daarna pas te streven naar kostenreductie. Deze bezuiniging denken we te kunnen realiseren door het verder uniformeren van werkwijzen en aanscherpen van de PDC. De realisatie van deze structurele besparingen is alleen mogelijk onder de voorwaarden dat de Omgevingsdienst de ruimte krijgt om te werken met een voldoende robuust takenpakket, een ruime mandatering en een hoge mate van standaardisatie van producten en diensten - dit in een goede samenwerking en rolverdeling tussen de deelnemers en de Omgevingsdienst. 4.3 Incidenteel ontwikkelbudget Het ontwikkelbudget voor Omgevingsdienst IJsselland bedraagt in totaal € 800.000,--. Deelnemers leveren hun financiële bijdrage aan het ontwikkelbudget naar rato van hun inbreng van de taken. Het gaat hierbij om incidentele kosten in de opstart fase die de post onvoorzien ruim te boven gaan.

Over de besteding van dit budget wordt jaarlijks verantwoording afgelegd en het bedrag dat na de drie jaar eventueel overblijft, wordt – na besluitvorming door het Algemeen Bestuur hiertoe - bestemd voor reservevorming dan wel gerestitueerd aan de deelnemers naar rato van hun inbreng van de taken. In hoofdstuk 3.2 vindt u de bijdrage van de verschillende partners hierin. Jaar Incidenteel ontwikkelbudget 2018 € 400.000,-- 2019 € 270.000,-- 2020 € 130.000,-- Totaal € 800.000,-- 4.4 Inputfinanciering De Omgevingsdienst IJsselland start volgens de methodiek van inputfinanciering, maar stapt vanaf 2020 geleidelijk aan over op de methodiek van outputfinanciering. Bij inputfinanciering wordt de jaarlijkse financiële bijdrage per deelnemer bepaald door de betreffende totale loonsom (in te brengen in de vorm van formatie dan wel vacaturegeld) te vermeerderen met het percentage van de kosten voor de materiële en formatieve overhead. 4.5 Frictiekosten Iedere deelnemer is verantwoordelijk voor het opvangen van de eigen frictiekosten. Afspraak is wel dat waar mogelijk de Omgevingsdienst en haar partners afspraken maken zodat eventuele frictiekosten zo laag mogelijk uit zullen vallen.

Uit oogpunt van solidariteit zal de alliantiepartner(s) die de huisvesting en bedrijfsvoering gaat verzorgen de overige deelnemers tegemoet komen in hun opgave de frictiekosten te reduceren door de verbouwkosten voor de huisvesting van de Omgevingsdienst voor haar rekening te nemen. Hiervoor is een bedrag begroot van € 385.000,--. Mochten de werkelijke kosten lager uitvallen, dan wordt het resterende bedrag in reserve gehouden (inclusief indexering) voor een mogelijke renovatie van het inbouwpakket gedurende of na de huurtermijn van 10 jaar, dan wel als een inhouding op de huurprijs verrekend. Begroting 2018 versie 1.0 14/19 Door op deze manier invulling te geven aan de solidariteitsafspraak komt deze investering uiteindelijk ten goede aan alle deelnemers van de Omgevingsdienst IJsselland. 4.6 Indexering Voorgesteld wordt om, net als andere Omgevingsdiensten, bij indexering gebruik te maken van CPB-indices: - voor de loonkosten: loonvoet sector overheid - voor de overige kosten: kostenprijs netto materiële overheidsconsumptie Bij het vaststellen van deze percentages wordt een eventuele correctie gemaakt, als het werkelijke percentage volgens CBS-gegevens in de jaren er voor afwijkt van het percentage waarmee is gerekend.

In de dienstverleningsovereenkomst met de alliantiepartner wordt vastgelegd dat de prijzen “de consumentenprijs-indexcijfer (CPI) - reeks alle huishoudens” van het CBS zullen volgen. Eventuele afwijkingen hiervan worden met motivering aan het Dagelijks Bestuur voorgelegd. 4.7 Onzekerheden in de begroting De kostenraming die in het bedrijfsplan is opgenomen, bleek grotendeels na verdere onderbouwing bevestigd te kunnen worden. Deze was mede gebaseerd op de ervaringen van diverse andere Omgevingsdiensten. We gaan er dan ook van uit dat de onderdelen die we momenteel nog niet verder kunnen onderbouwen zoals de vervoerskosten, ook voldoende zullen zijn. Wij hebben er vertrouwen in dat wij u een begroting presenteren die de goede basis vormt voor de dienstverlening aan burgers, bedrijven en partners. 4.8 Balansen De verwachting is dat er vanuit de RUD vrijwel geen middelen over zullen gaan naar de Omgevingsdienst. Er zal dan ook een vrijwel lege beginbalans zijn. De eindbalans zal naar verwachting beperkte bedragen bevatten voor crediteuren, debiteuren, hardware- investeringen en een weerstandsreserve. Begroting 2018 versie 1.0 15/19 5 Paragrafen 5.1 Lokale heffingen De Omgevingsdienst IJsselland is niet bevoegd om lokale heffingen op te leggen. De deelnemers hebben er vooralsnog niet voor gekozen om deze heffingen bij de omgevingsdienst te beleggen.

De heffingen worden door de deelnemers zelf uitgevoerd. 5.2 Weerstandsvermogen & risicobeheersing De weerstandscapaciteit wordt gedefinieerd als de middelen en mogelijkheden waarover de Omgevingsdienst IJsselland kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Het is een buffer om er voor te zorgen dat de organisatiedoelstellingen niet in gevaar komen, als risico’s werkelijkheid worden. Het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten laat gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen vrij in het inkleuren van de begrippen risico, weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen. Deze organisaties, waaronder ook de Omgevingsdienst IJsselland, dienen zelf risico’s en de weerstandscapaciteit in beeld te brengen. In beginsel hoeft de Omgevingsdienst IJsselland niet zelf te beschikken over een buffer om financiële risico’s op te vangen. Er kan immers een beroep gedaan worden op de deelnemers. Dit is evenwel vanuit praktisch oogpunt niet gewenst. Een dreigend negatief exploitatieresultaat zou steeds bij de deelnemers tot begrotingsoverschrijding dan wel begrotingswijziging met alle vertraging en verstoring van dien leiden. In de planning is opgenomen dat in het 3e jaar na de start van de omgevingsdienst een nota Weerstandsvermogen & Risicobeheersing wordt samen gesteld. Deze zal als beleidskader voor de bepaling van het weerstandsvermogen gaan dienen.

Deze nota wordt dan ter besluitvorming aan het Algemeen Bestuur voorgelegd. Om, vooruitlopend hierop, adequaat en effectief te kunnen reageren op de financiële risico’s dient door de Omgevingsdienst IJsselland te worden beschikt over een financiële buffer die dienst doet als een algemene reserve. In afwachting van de nota Weerstandsvermogen & Risicobeheersing en de daarbij op te stellen risico-inventarisatie is de hoogte van deze reserve voorlopig bepaald op een minimum van 1% en maximaal 2,5% van de totale begrote lasten voor de Omgevingsdienst IJsselland oftewel: € 80.000,-- - € 200.000,--. Hierbij is aansluiting gezocht met het door de Veiligheidsregio IJsselland vastgestelde percentage. Hierdoor moet de Omgevingsdienst IJsselland in staat worden geacht om risico’s zelf op te vangen. Via de jaarresultaten 2018 en volgende jaren wordt getracht de hierboven genoemde omvang van de algemene reserve te realiseren conform artikel 30 van de Gemeenschappelijke Regeling 5.2.1 Financiële kengetallen In 2014 heeft een adviescommissie, een rapport uitgebracht over de vernieuwing van het BBV. Uit dit rapport kwam naar voren dat er diverse ontwikkelingen zijn die vragen om vernieuwing van regels met betrekking tot de begroting en verantwoording van openbare lichamen. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) onderschreef deze signalen en oplossingsrichting.

De adviezen van de commissie vormden de aanleiding voor wijziging van het BBV. Eén van de wijzigingen betreft het verplicht opnemen van een uniforme basisset financiële kengetallen door gemeenten en provincies en gemeenschappelijke regelingen. Hieronder een overzicht van de kengetallen, welke voor de Omgevingsdienst IJsselland van toepassing zijn. Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen (alle schulden - vorderingen en liquide middelen)/totale baten). Het kengetal netto schuldquote, ook wel bekend als de netto schuld als aandeel van de inkomsten, zegt het meest over de vermogenspositie. De netto schuldquote geeft aan of er investeringsruimte is. Begroting 2018 versie 1.0 16/19 Daarnaast zegt het kengetal ook wat over de flexibiliteit van de begroting. Hoe hoger de schuld is, hoe meer kapitaallasten er zijn (rente en aflossing) waardoor een begroting een stuk minder flexibel wordt. De netto schuldquote geeft daarmee een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossing op de exploitatie. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarmee de bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Anders gezegd: het aandeel van het eigen vermogen in het totale vermogen. Het geeft inzicht in de mate waarin de Omgevingsdienst IJsselland in staat is haar financiële verplichtingen te voldoen.

Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen, hoe gezonder de organisatie. Het kengetal solvabiliteitsratio is vooral bij beginnende organisaties (in het geval van de Omgevings- dienst IJsselland) laag vanwege nog op te bouwen reserve. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de gemeentelijke bijdrage. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Kengetallen Begroting Begroting Begroting (bedragen x € 1.000) 2018 2019 2020 Netto schuldquote - - - Solvabiliteitsratio - - - Structurele exploitatieruimte - - - Verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie De kengetallen van de Omgevingsdienst IJsselland bieden bij deze begroting onvoldoende inzicht. Het betreft het eerste begrotingsjaar van een nieuw opgerichte organisatie. In de eerste jaren van haar bestaan moet de Omgevingsdienst IJsselland zich organisatorisch en financieel nog ontwikkelen.

5.3 Financiering De financiële beleidskaders en werkwijze zullen door de directie samen met de alliantiepartner verder uitgewerkt worden en waar nodig in statuten en verordeningen worden verankerd. De treasury (het aantrekken en uitzetten van kapitaal) wordt verzorgd door de alliantiepartner op naam van de Omgevingsdienst. De kosten hiervan worden gepresenteerd onder bedrijfsvoering. 5.4 Bedrijfsvoering Zoals in de inleiding vermeldt staat, zal het managementteam de eerste jaren prioriteit geven aan de ontwikkelopgaven: borgen en doorontwikkelen van politieke sensitiviteit en lokale binding, vormen van één organisatie. Dit zal veel tijd en energie vergen. Wanneer het nieuwe managementteam compleet is, zal zij zich onder meer bezig gaan houden met de opzet van vorm en inhoud van de zaken die spelen op het bedrijfsvoeringterrein. Te denken valt aan organisatie en besturing, planning en verantwoording, personeelsbeleid en ICT-systemen. Daarnaast zullen de verschillende benodigde statuten en verordeningen opgesteld worden. Hieronder worden enkele bedrijfsvoeringsaspecten nader toegelicht. De komende jaren zal aan deze paragraaf verdere verdieping gegeven worden. Begroting 2018 versie 1.0 17/19 Personeel en organisatie 2018 is het eerste jaar waarin gewerkt zal worden binnen de nieuwe omgevingsdienst.

Gestart zal worden met een nieuwe organisatie die zal bestaan uit ongeveer 80 fte’s in het primaire proces en 13 fte in de staf. Voor een goede mobiliteit sluit de Omgevingsdienst IJsselland zich aan bij de Talentenregio. De verwachting is dat een deel van de 80 fte’s ingebracht zal worden als vacatureruimte. Er zal gestreefd worden naar een goede verhouding van medewerkers in dienst van de Omgevingsdienst IJsselland en een flexibele schil. Deze zal later ook ingezet kunnen worden om de taakstelling te realiseren. De verwachting is dat de structuur van de Omgevingsdienst IJsselland er als volgt uit gaat zien: Accountant Het bestuur van de Omgevingsdienst IJsselland zal in overleg met de alliantiepartner die onze financiën zal verzorgen, een accountant selecteren en deze opdracht geven onderzoek te doen naar en verslag uit te brengen over de betrouwbaarheid van de processen en de jaarrekening. Financiën In 2018 zal gestart worden met het systeem van inputfinanciering. In het bedrijfsplan is vastgelegd dat de Omgevingsdienst vanaf 2020 geleidelijk overgaat op de methodiek van outputfinanciering. Bij inputfinanciering wordt de jaarlijkse financiële bijdrage per deelnemer bepaald door de betreffende loonsom (in te brengen in de vorm van formatie dan wel vacaturegeld) te vermeerderen met het percentage van de kosten voor de materiële en formatieve overhead.

Outputfinanciering betekent bekostiging op basis van geleverde producten tegen een bepaalde prijs. Huisvesting Met de alliantiepartner die de huisvesting voor de Omgevingsdienst IJsselland verzorgt, wordt een contract gesloten met een looptijd van 10 jaar. De directie zal binnen de kaders van de alliantiepartner in overleg met medewerkers bepalen welke inrichting van de huisvesting het beste aansluit bij de verschillende teams en haar werkzaamheden. De alliantiepartner zal vervolgens deze inrichting doen realiseren. De alliantiepartner zal de inrichting financieren en op deze wijze andere deelnemers compenseren voor de desintegratieschade die het gevolg is van de overdracht van formatie naar de Omgevingsdienst IJsselland. ICT Het streven van de Omgevingsdienst IJsselland is om goede VT&H-diensten te leveren aan burgers en bedrijven. Goede dienstverlening verloopt waar mogelijk digitaal, volgens een voor de klant herkenbaar en te volgen (gestandaardiseerd) proces, zonder dat de klant van het kastje naar de muur wordt gestuurd.

Begroting 2018 versie 1.0 18/19 Voor de klant moet het niet uitmaken of bijvoorbeeld een vergunningaanvraag bij de gemeente, de provincie, de RUD IJsselland of meerdere partners tegelijk in behandeling is. In IJsselland hebben we ons gerealiseerd dat dit alleen kan als de samenwerkende partners beschikken over dezelfde informatie over de zaken waar we mee bezig zijn. We hebben daarom als uitgangspunt genomen dat zo veel mogelijk partners gebruik gaan maken van hetzelfde VT&H systeem. In 2015 hebben we hiervoor een investeringsplan opgesteld. In 2016 hebben we via een Europese aanbesteding een applicatie aangeschaft die gebruikt kan worden door alle bij de VT&H-dienstverlening betrokken overheden in IJsselland. De implementatie van het nieuwe VT&H-systeem wordt gerealiseerd in 2 projecten. In project 1 worden alle werkzaamheden binnen het Basis Takenpakket+ (milieutaken onder verantwoordelijkheid van de RUD-IJsselland) geïmplementeerd. In project 2 worden de overige VT&H-taken van de andere partners die dat willen geïmplementeerd. Begin 2017 zijn de eerste gebruikers van start gegaan met dit nieuwe systeem. Project 1 wordt rond de zomer van 2017 afgerond. Project 2 wordt naar verwachting in de 1e helft van 2018 afgerond. De RUD IJsselland (en vanaf 1-1-2018 de OD IJsselland) is opdrachtgever van beide projecten.

De kosten van de projecten loopt nu via de begroting van de RUD IJsselland en vanaf 2018 via de begroting van de OD IJsselland. De contracten voor de licentie voor de VTH-applicatie (IJVI) en de ondersteuning van de VTH-applicatie door DOWR loopt vanaf 2017 t/m 2020 met optie op verlenging van telkens 1 jaar. De kantoorautomatisering zal verzorgd worden door de alliantiepartner. Inkoop en aanbesteding De beleidskaders en werkwijze ten aanzien van inkoop en aanbesteding zullen door de directie samen met de alliantiepartner verder uitgewerkt worden. De advisering over inkoop wordt bij de alliantiepartner belegd. Governance In de inleiding hebben we de governance op hoofdlijn geschetst. Voor de sturing zal de Omgevingsdienst IJsselland, naast deze begroting, gaan werken met een meerjarig beleidsplan en een jaarplan. Dit jaarplan wordt met name gevoed door de jaaropdrachten die door de deelnemers worden gegeven. Gedurende het jaar worden periodiek rapportages omtrent prestaties en financiën opgesteld voor directie en Dagelijks Bestuur. Ten minste op drie momenten in het jaar zullen rapportages aan het Algemeen Bestuur worden voorgelegd met daarbij, waar nodig voorstellen voor begrotingswijzigingen. Deze drie momenten zullen zoveel mogelijk aansluiten op de beleidscyclus van de deelnemers.

Begroting 2018 versie 1.0 19/19 6 BIJLAGEN 6.1 Bijlage 1: Formatieoverzicht In het formatie- en organisatieplan is een aanzet gegeven voor de indeling in verschillende teams van de medewerkers. Hoeveel medewerkers er per team zullen zijn is momenteel nog niet definitief. Daarom is het formatieoverzicht nu heel beperkt gehouden. 6.2 Bijlage 2: Staat van reserves en voorzieningen Nu nog niet van toepassing 6.3 Bijlage 3: Overzicht van rente en afschrijving Nu nog niet van toepassing 6.4 Bijlage 4: Staat van investeringen Nu nog niet van toepassing 6.5 Bijlage 5: Liquiditeitsprognose Nu nog niet van toepassing Onderdeel FTE Primair 81,4 Staf 12,6 Totaal 94,0

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/93f70d87-5cf9-4567-8e98-168b9648137f?agendaItemId=f2ffd77e-4381-479b-b0da-fe06c52a434c