CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarverslag 2018 definitief.pdf

Raadsvergadering 18 juni 2019, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Concept Jaarstukken Steenwijkerland 201836.218 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De uitgaven op de andere (oude) W mo-voorzieningen (rollen en vervoer) komen lager ui t dan begroot. Uiteindelijk blijft bij deze voorzieningen € 280.000 over. Ontwikkeling 2019 Uiteindelijk is op de Wmo-voorzieningen een bedrag van € 653.000 overgebleven. Dit komt neer op 7% van het totale Wmo- budget. Bij de tussenrapportages is aangegeven dat eventuele overschotten bij de Wmo gebruikt zouden w orden voor tekorten bij de jeugd. De gezamenlijke budgetten van de Wmo-voorzieningen zullen in 2019 meer in lijn gebracht worden met de verwachte (en in verleden jaren zichtbaar geworden) uitgaven. Voorzieningen Jeugd Op 1 januari 2015 is de Jeugdwet in werking getrede n. Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de gehel e jeugdzorg bij de gemeenten gelegd. Ook hier gold, net als bij de Wmo , dat de hiermee gepaard gaande budgetten met een f orse korting overgeheveld zijn naar de gemeenten. Deze korting is overigens in de loop van 2016, 2017 en 2018 bijgesteld. In 2017, ondanks deze stijging en door de raad extra beschikbaar ges telde middelen, lagen de uitgaven € 925.000 boven h et budget van € 8,6 miljoen. In de tweede helft van 2018 zijn de uitgaven van de jeugdzorg in 2017 geanalyseerd. Het budget voor 2018 was oorspronkelijk € 8,6 miljo en.

Bij de perspectiefnota en najaarsnota is aangeg even dat de uitgaven naar alle verwachting € 1,6 miljoen hoger zouden li ggen dan het oorspronkelijke budget. De raad heeft het budget incidenteel verhoogd met dit bedrag. Uiteindelijk komen de tota le kosten voor de jeugdzorg 2018 uit op € 10,5 milj oen en daarmee € 300.000 hoger dan begroot. In 2018 wordt ook in de jeugdzorg op een andere man ier zorg ingekocht. Deze nieuwe methodiek heeft in eerste instantie niet geleid tot een daling van de uitgaven. Er wordt nu, naar aanleiding van de eerder genoemde analyse van de uitgaven jeugdzorg 2017, gezocht n aar mogelijke maatregelen om de kostenstijging binnen de jeugdzorg aan te pakken. Naast het risico van de stijgende kosten voor de je ugdzorg is er nog een risicofactor die genoemd moet worden. In 2017 en 2018 zijn er door de RSJ voorschotten verstrekt aan enkele zorgaanbieders. Eén zorgaanbieder is op dit moment niet in staat om aan de afgesproken terugbetalingsverplichting te voldoen. Het maximale risico hieromtrent is € 595.000. Achterstallig onderhoud openbare ruimte Voor het onderhoud van de kapitaalgoederen in de op enbare ruimte wordt gebruikt gemaakt van speciale computerprogramma’s, De afgelopen jaren is hard gew erkt aan het op orde brengen van deze programma’s. Het gehele areaal is ingevoerd. Door middel van inspecties wordt de s taat van onderhoud bepaald.

Op basis van deze gegev ens wordt de besteding van het jaarlijkse onderhoudsbudget bepaa ld. Het risico van de schade als gevolg van achters tallig onderhoud is afhankelijk van de gekozen frequentie van inspecteren. Door actualisatie van de beleidsplannen voor wegen, fietspaden, openbare verlichting en oeververbindin gen wordt er planmatiger gewerkt. De onderhoudswerkzaamheden zijn verricht op onderhoudsniveau “basis” en in sommige gevallen “beperkt basis”. Het financieel risico voor achterstallig onderhoud was ingeschat op € 500.000. Het budget voor 2018 wa s toereikend om het vastgestelde onderhoudsniveau te onderhouden. Investeringsprojecten ruimtelijk domein Evenals bij de grondexploitaties zijn voor de lopende investeringsprojecten op basis van de Risman met hode de risico’s in beeld gebracht. Er zijn in 2018 geen specifieke projecten met hoge financiële risico’s geweest. Participatiewet (uitkering en rijksbijdragen) Het in de begroting opgenomen te ontvangen BUIG-bud get betreft een voorlopige inschatting van hetgeen door het rijk toegekend gaat worden. In oktober van het betreffen de begrotingsjaar wordt het definitieve budget pas bekend gemaakt. De hoogte van het budget is o.a. afhankelijk van de conjuncturele ontwikkelingen op landelijk niveau. In de circulaires van 2018 is de BUIG uitkering voo r 2018 in mei opgehoogd.

Dit leverde een voordeel i n de begroting op van € 1.243.000. Het aantal verstrekte WWB-uitkeringen le vert een nadeel op in de jaarrekening van € 637.000 . Voor 2019 is er overigens sprake van een forse afname van de BUIG-m iddelen met bijna € 1,25 miljoen. Dit is in de begr oting 2019 reeds meegenomen. Het definitieve BUIG-budget in de gemeentelijke beg roting kwam daarmee op € 14.042.000. De uitgaven vo or uitkeringen bedroegen € 11.135.000. Binnen de IGSD wordt nog steeds gewerkt aan het pla n van aanpak waardoor de uitstroom van het aantal uitkeringsgerechtigden naar werk moet toenemen. 55 Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet is een grote opga ve voor de organisatie. Op 1 januari 2021 gaat de w et in en moet onze organisatie er op zijn voorbereid, en ook daarna zal de verdere implementatie van de wet veel inzet vergen. Ten tijde van het opstellen van de begroting voor 2 018 was de omgevingswet nog omgeven met veel vraagt ekens. De richting en inhoud was op hoofdlijnen bekend, van de te make n kosten kon alleen een grove indicatie worden gege ven. Er hebben zich in 2018 dan ook geen risico’s rondom de omgevingswet voorgedaan. Inmiddels komt de datum van invoering dichterbij en wordt steeds duidelijker wat de omgevingswet van d e organisatie vraagt.

In de begroting voor 2019 is dit nader gespecificeerd en de organisatie werkt op dit moment programmatisc h aan de opgave. Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar de programmabegroting 2019-2022. Via aparte bijeenkomsten en informatienota’s wordt de raad aanvullend geïnformeerd over de invoering van de omgevingswet. Aansprakelijkstelling Met betrekking tot aansprakelijkstelling loopt er een zaak. De actuele stand van zaken is als volgt. Eind februari 2019 ontvangt de gemeente een dagvaar ding welke betrekking heeft op een schadeclaim van 3 miljoen euro van een veehouder die de gemeente aansprakelijk stelt voor de verontreiniging met rioolwater van een perceel waarop de veehouder voedergewassen voor zijn vee verbouwde. De veehoude r beweert dat hij sinds 2007 te maken heeft gehad m et de verontreiniging van een stuk land, doordat sprake w as van overstromingen van een gemeentelijke rioolpu t. De veehouder stelt dat hij dientengevolge te kampen heeft gekregen met diverse problemen, waaronder sterfte van vee en medische klachten. Het is nog niet bekend wanneer de zitting bij de re chtbank zal plaatsvinden, de zaak is in ieder geval overgedragen aan de huisadvocaat.

De advocaat geeft aan dat het causaal verband tussen de overstromingen van de rioolput e n de geclaimde schade door de veehouder niet voldoende lijkt aangetoond en dat het schadebedrag daarnaast buitenproportioneel hoog lijkt . Grondexploitaties Ultimo van elk jaar worden de grondexploitaties op basis van de jaarrekening geactualiseerd. Sinds vorig jaar wordt de POC ( Percentage Of Comp letion) methode is toegepast. Het risicoprofiel van alle grondexploitaties is bij de jaarrekening 2018 circa € 3,5 miljoen. Het r isicoprofiel van het grondbedrijf is daarmee lager dan bij de jaarrekening 2017 toen het risicoprofiel circa € 3,8 miljoen bedroeg. Dat heeft in de eerste plaats te maken met het fei t dat bij de jaarrekening 2017 de negatieve financiële effecten van de sociale inv esteringsopgave onderdeel uitmaakten van het risico profiel. De effecten van de sociale investeringsopgave zijn bij de jaarreken ing 2018 ingerekend in de grondexploitaties en vall en daarmee vrij in het risicoprofiel. Ten tweede is door het goede klimaat op de woningmarkt het afzetrisico in een aantal in dividuele grondexploitaties afgenomen. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente de beschikking h ad, c.q. kon beschikken om onverwachte tegenvallers op te vangen mochten deze zich voordoen.

Uit onderstaande tabel blijkt dat de weerstandscapaciteit in 2018 € 254,15 per inwoner bedroeg en een beetje hoger is dan in 2017 (€ 252,79). bedragen x € 1 Weerstandscapaciteit Begroting Rekening Rekening 01-01-2018 31-12-2018 31-12-2017 Weerstandscapaciteit vermogen Algemene reserve vaste buffer € 7.471.100 € 11.166.000 € 11.064.000 Weerstandscapaciteit exploitatie Onvoorzien € 0 € 0 € 0 Totaal weerstandscapaciteit € 7.471.100 € 11.166.000 € 11.064.000 Aantal inwoners 43.445 43.935 43.768 Weerstandscapaciteit per inwoner € 171,97 € 254,15 € 252,79 Diverse kengetallen Op grond van regelgeving is de gemeente sinds 2015 verplicht om inzicht te geven in de financiële keng etallen. De cijfers van deze kengetallen geven in samenhang de raad een glo baal inzicht van de verwachte financiële ontwikkeli ngen in de gemeente bij het jaarverslag. Er zijn geen landelijke normen voor de kengetallen omdat deze afhankelijk zijn van de lokale situatie. Wel kan 56 de raad eigen normen stellen voor deze kengetallen. Ook kan zij bij belangrijke raadsbesluiten laten o pnemen wat het effect is op de financiële kengetallen en de afgesproken normen. Hierbij gaat het om de volgende kengetallen: 1. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen; 2. Solvabiliteitsratio; 3. Grondexploitatie; 4. Structurele exploitatieruimte en 5. Belastingcapaciteit.

Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen . De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau va n de schulden ten opzichte van de eigen inkomsten v an de gemeente. Als regel geldt dat hoe hoger de inkomsten zijn des te meer schuld een gemeente mag hebben. Normaal bevind t deze schuldquote zich in de bandbreedte tussen 0% en 100%. Een laag percentage is gunstig. Doordat er bijvoorbeeld net grote investeringen of een flinke meevaller is geweest kan de netto schuld quote hoger of lager zijn. De netto schuldquote voo r onze gemeente is vrij constant en varieert van 55% in 2010 naar bijna 52% in 2018. De schuldquote geeft een vertekend beeld door uitge leende gelden aan derden en verbonden partijen. Met name de verstrekte leningen aan de woningcorporaties (Wetland Wonen en Woonconcept) en de nutsbedrijven (vordering op Ene xis en Vitens) zijn hiervan een goed voorbeeld. Daarom moet de netto sc huldquote nog worden gecorrigeerd voor uitgeleende gelden. In de volgende grafiek is de ontwikkeling van beide schuldquotes weergegeven. 58% 51% 52% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 120% 140% 160% 180% Rekening 2017 Actuele Begroting Rekening 2018 1a. Netto schuldquote Categorie A Categorie B Categorie C 45% 40% 43% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 120% 140% 160% 180% Rekening 2017 Actuele Begroting Rekening 2018 1b.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Categorie A Categorie B Categorie C In bijgaande grafiek wordt de netto schuldquote over de afgelopen jaren weergegeven. 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 Netto schuldquote 55,0% 62,0% 59,0% 68,0% 68,0% 58,0% 54,3% 57,6% 51,7% Netto schuldquote gecorrigeerd 13,0% 22,0% 32,0% 43,0% 43,0% 44,0% 41,2% 44,8% 42,8% 0,0% 10,0% 20,0% 30,0% 40,0% 50,0% 60,0% 70,0% 80,0% Netto schuldquote 57 Zoals u ziet is de gecorrigeerde netto schuldquote gecorrigeerd in de periode 2010 gestegen van 13% na ar 44,8%. Daarna is deze gedaald tot 42,8% in 2018. Schommelingen in inkomsten kunnen dus het kengetal van de netto schuldquote beïnvloeden. Er ontstaat d an het zogenaamde noemer effect. Vaak betrof het kleine schommelingen , met lichte trendbreuken tot gevolg. Sinds 2015 he eft de gemeente te maken met een forse trendbreuk door de overheveling van taken in het sociaal domein. De inkomsten zijn hierdoor fors gestegen . Een gevolg hiervan is dat de netto schuldquote in 2 018 is gedaald naar 51,7% en de netto schuldquote g ecorrigeerd naar 42,8%. Opgemerkt wordt dat hoe lager het percentage van de netto schuldquote is, hoe beter het gaat met de gemeente. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft aan in hoeverre het be zit van de gemeente op de balans is afbetaald.

Ook geeft dit ratio inzicht of de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Normaal bevindt de solvabiliteitsratio van een geme ente zich tussen de 30% en 80%. Bij een ratio boven de 80% heeft de gemeente per saldo geen schulden. Bij een ratio ond er de 20% heeft de gemeente heel veel schuld. Dus h oe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. In de nota “Weerstandsvermogen en risicomanagement 2019” wordt een minimumpercentage genoemd van 20%. 38% 29% 35% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% Rekening 2017 Actuele Begroting Rekening 2018 2. Solvabiliteitsratio Categorie C Categorie B Categorie A De gemeente Steenwijkerland heeft eind 2018 een sol vabiliteitsratio van 35,3%. In bijgaande grafiek wo rdt het solvabiliteitsratio over de afgelopen jaren weergegeven. 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 Sovabliliteitsratio 48,0% 44,0% 41,0% 37,0% 37,0% 38,0% 38,4% 38,5% 35,3% 0,0% 10,0% 20,0% 30,0% 40,0% 50,0% 60,0% Solvabiliteitsratio Zoals u ziet is de solvabiliteitsratio nagenoeg sta biel. Doelstelling bij de meerjarenbegroting 2017-2 020 was dan ook om de solvabiliteit minimaal op dit niveau te stabiliseren en dat is gelukt. Grondexploitatie 58 Voor de gemeente betekent het aanhouden van voorrad en bouwgrond een risico.

Het is immers altijd de vr aag of de bouwgrond met winst verkocht kan worden. Om de hoogte van dit financiële risico in beeld te brengen, is het keng etal grondexploitatie vastgesteld. Dit kengetal geeft de verhouding aan tussen de waarde van de voorraden bouwgrond en de jaarlijkse gemeentelijke inkomsten. Hoe hoger dit kengetal hoe meer risico e r wordt gelopen. Opgemerkt wordt dat naarmate de in komsten verder in de toekomst liggen, dit rentekosten en risico’s met zi ch mee brengt. Een grondexploitatie van 10% of hoge r wordt beschouwd als kwetsbaar. Dus hoe lager dit percentage is hoe beter het met de gemeente gaat. 18% 14% 14% 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% 45% 50% Rekening 2017 Actuele Begroting Rekening 2018 3. Kengetal grondexploitatie Categorie A Categorie B Categorie C Het kengetal voor de grondexploitatie bedraagt eind 2018 14,1%. In de volgende grafiek is de ontwikkeling vanaf 2010 weergegeven. 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 Grondexploitatie 23,0% 23,0% 21,0% 21,0% 21,0% 19,4% 16,6% 18,5% 14,1% 0,0% 5,0% 10,0% 15,0% 20,0% 25,0% Grondexploitatie Zoals u ziet ligt het kengetal sinds 2010 rond de 2 3%. In 2016 is dit gedaald naar 16,6%. Vervolgens i s deze daling omgezet in een stijging in 2017en in 2018 weer gedaald naar 14 ,1%. Deze daling wordt veroorzaakt door enerzijds d e afwaardering en winstneming van diverse complexen.

Dit omdat het pe rcentage wordt berekend door de boekwaarde uit te d rukken in een percentage van de boekwaarde ten opzichte van de totale baten van de gemeente (exclusief reserves). Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is van belang om t e kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te kunnen dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De structurele exploitatieruimte wordt berekend door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de total e baten. Op deze manier ontstaat er een percentage voor de structurele exploitatieruimte. Als dit percentage negatief is, betekent dit dat de structurele baten onvoldoende r uimte bieden om de structurele lasten te dekken. Dus hoe hoger dit percentage is, des te beter het gaat met de gemeente. 59 0% 2% 2% -25% -20% -15% -10% -5% 0% 5% 10% 15% 20% 25% Rekening 2017 Actuele Begroting Rekening 2018 4. Structurele exploitatieruimte Categorie C Categorie B Categorie A Het kengetal voor de structurele exploitatieruimte bedraagt eind 2018 2,3%. In de volgende grafiek is de ontwikkeling vanaf 2010 weergegeven.

2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 Structurele exploitatieruimte -2,0% 2,0% 3,0% 5,0% 5,0% 4,0% 4,2% -2,0% 2,3% -3,0% -2,0% -1,0% 0,0% 1,0% 2,0% 3,0% 4,0% 5,0% 6,0% Structurele exploitatieruimte Vanaf 2011 lag het kengetal tussen de 2 en 5%. Voor 2018 is dit uitgekomen op 2,3%. Hoe deze structure le ruimte zich in de komende periode ontwikkeld is sterk afhankelijk van zowel de ontwikkeling in de lasten en van de inkomsten van het Rijk voor de gemeente Steenwijkerland. Belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Door de hoogte van de woonlasten (ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing) in de gemeente te vergelij ken met het landelijk gemiddelde kan een indicatie worden gegeven van de belastingcapaciteit. Het kengetal vergelijkt de woo nlasten in jaar t met de landelijk gemiddelde woonlasten (COELO) in jaar (t- 1). Als dit percentage hoog ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze. Als in dicatie kan worden gegeven dat hoe lager dit percentage is, des te beter het met de gemeente gaat. Voor 2018 komt dit cijfer uit op 84%. 60 87% 84% 84% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 120% 140% Rekening 2017 Actuele Begroting Rekening 2018 5.

Belastingcapactiteit: woonlasten meerpersoons-huishouden Categorie A Categorie B Categorie C In de volgende grafiek is de ontwikkeling vanaf 2009 weergegeven. 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 Gemeentelijke belastingcapaciteit 99,0% 97,0% 99,0% 96,0% 91,0% 85,0% 85,0% 87,0% 84,0% 75,0% 80,0% 85,0% 90,0% 95,0% 100,0% 105,0% Gemeentelijke belastingcapaciteit Zoals u ziet was in deze grafiek een neergaande tre nd waarneembaar. Dit betekent dat de woonlasten zic h steeds verder onder het landelijk gemiddelde bewegen en de belastingcapaciteit in de loop van de jaren is toegenomen. Ten opzichte van 2016 was er een lichte stijging. Deze stijging heeft zich niet verder doorgezet. Dit komt doordat de tarieven niet verder zijn gestegen ten opzichte van 2017 als gevolg van het omgekeerd inzamelen van het afval. 5. Gemeentelijke belastingcapaciteit Rekening 2017 Actuele Begroting Rekening 2018 A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde + 212 219 219 B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ- waarde + 252 227 227 C. Afvalstoffenheffing voor een gezin + 165 167 167 D. Eventuele heffingskorting voor een gezin - - - - E. Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 629 613 613 F. Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 / 723 727 727 Woonlasten t.o.v.

landelijke gemiddelde jaar er voor 87% 84% 84% Resumé 61 Kengetallen Rekening 2017 Actuele Begroting Rekening 2018 Netto schuldquote 58% 51% 52% Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 45% 40% 43% Solvabiliteitsratio 38% 29% 35% Grondexploitatie 18% 14% 14% Structurele exploitatieruimte 0% 2% 2% Gemeentelijke belastingcapaciteit 87% 84% 84% Verder wordt nog verwezen naar de databank van de provincie Overijssel voor informatie over de kengetallen in onze provincie. De databank is te vinden op https://overijssel.databank.nl/jive/?cat_show=Gemeentefinanci%C3%ABn . Ook kunt u deze gegevens van de programmabegroting 2018 op de site van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) bij de houdbaarheidstest gemeentefinanciën versie 2018 raadplegen. 62 3.3 Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen van de gemeente zijn voorzienin gen in de openbare ruimte waarvoor investeringen zi jn gedaan. Het gaat hierbij om voorzieningen zoals wegen, groen, water, riolering en gebouwen. Het onderhoud aan deze voor zieningen is van groot belang voor het optimaal functioneren van de gemeen te, bijvoorbeeld op het gebied van leefbaarheid, ve iligheid, vervoer en recreatie. Het onderhoud is ook nodig om kapitaalvernietiging te voorkomen.

De processen die uiteindelijk leiden tot onderhouds maatregelen of investeringen zijn ingericht volgens de filosofie van assetmanagement zoals beschreven in NEN-ISO 5500. H iervoor maakt de gemeente gebruik van een beheerpak ket dat aan de hand van inventarisaties en inspecties in het veld up-to-date wordt gehouden. Uitgangspunt voor het ge wenste kwaliteitsniveau is de Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR), die i n 2007 door de gemeenteraad is vastgesteld. Een nad ere uitwerking hiervan is vastgelegd in verschillende beleidsdocumenten. I n deze paragraaf onderhoud kapitaalgoederen zal per onderdeel de situatie van 2018 worden besproken. Wegen Areaal Het wegenareaal bestaat uit: Areaal Wegen Oppervlak (ha) % • Asfalt 173 49% • Cementbeton 11 3% • Elementen 158 45% • Onverhard 12 3% Totaal 354 100% Beleidskader Het beleidskader voor onze wegen is vastgelegd in het Beleidsplan ‘Overwegen’ (april 2017) en het beleidsplan Verkeer (2017). We beschouwen ons uitgebreide, grotendeels historis che, netwerk van wegen, paden en pleinen als een wa ardevol bezit en als een belangrijk middel om het dagelijkse woon-, werk - en recreatieve verkeer mogelijk te maken en veili g, efficiënt en duurzaam af te wikkelen. Het beleidsplan kent de thema’s: • Wegennet up to date, • Onderhoud op maat, • Inspirerend partnerschap.

We zien de inbreng van inwoners, ondernemers en partijen als uitgangspunt, óók voor onze wegbeheertaak. Opvolging van wettelijke (wegbeheer) taken en behoud/versterking van sociale-, milieu en kapitaalswaarde (“People, Planet, Profit”) zijn daarbij essentiële randvoorwaarden. We richten onze wegbeheertaak daar om vraaggestuurd, risicobewust en gebiedsgericht in. Voor het wegenonderhoud heeft de raad ingestemd met het kwaliteitsniveau “basis”. Hierbij wordt het ri sicoprofiel “laag” aangehouden. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties De financiële consequenties van het vastgestelde kw aliteitsniveau zijn berekend in het beleidsplan “O verwegen” 2017-2020”. Door middel van jaarlijkse inspecties wordt de houd baarheid van het beleid regelmatig tegen het licht gehouden. Iedere weg wordt minimaal eens per twee jaar geïnspecteerd, wa arbij de wegen worden beoordeeld op verschillende s chadebeelden. De inspectiegegevens worden met het geautomatiseerde wegbeheerpakket vertaald naar benodigde maatregelen. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Met het vaststellen van het beleidskader “Overwegen ” in 2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met het b enodigde wegenbudget voor het kwaliteitsniveau “basis” en besloten tot het instellen van een voorziening. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is.

Dit tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening . 63 Openbare verlichting Areaal Areaal Openbare Verlichting Aantal Eenheid • Lichtmasten 11.000 stuks Beleidskader Uitgangspunt voor het beleidsplan Openbaar Licht (2 017) is ‘donkerte’. “Even dimmen graag” is het devi es. De volgende ambities zijn in dit beleidsplan benoemd: de veilig heid van inwoners staat voorop, ruimte voor donkert e en duurzaamheid. Communicatie over openbare verlichting is daarbij een belangrijk aandachtspunt. In het gekozen scenario Beperkt Basis wordt enige a chterstand in de vervanging geaccepteerd. Er wordt in de komende 12 jaar 80% van de openbare verlichting vervangen. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het beleidsplan Openbaar Licht is niet alleen het beleidskader vastgelegd, maar zijn ook de financiële consequenties bepaald. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd z ijn op het beleidsplan Openbaar Licht opgenomen in het Uitvoeringsplan Openbare Ruimte. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van het beleidsplan Openbaar Licht zijn één op één verwerkt in de programmabegroting.

Riolering Areaal De areaalgegevens van het riool zijn als volgt: Areaal Riool Aantal Eenheid • Vrijverval riolering 420 km • Persleiding 61 km • Drukriolering 341 km • Gemalen 144 stuks • Randvoorzieningen 12 stuks • Minigemalen 1.150 stuks Beleidskader De beleidskaders voor de riolering zijn vastgesteld in het Watertakenplan Fluvius 2016-2021, dat is op gesteld met het toenmalig waterschap Reest en Wieden en de zes inliggende gemeenten van het beheergebied van dit waterschap. Voor de gemeentelijke watertaken zijn de volgende vijf bestuurlijke doelen gedefinieerd: 1. Risico’s voor de volksgezondheid door aanraking schadelijke stoffen en geur-overlast maximaal beperken. 2. Beperk wateroverlast door water op straat en beperk overstroming maximaal. 3. Beperk hinder door falen van riolen en door verstopping of werkzaamheden. 4. Zorg voor goede oppervlaktewater-kwaliteit, voer zo weinig mogelijk schoon water af naar de zuivering. 5. De klant staat voorop. Aantal klachten zit onder het landelijk gemiddelde. Twee doelen richten zich op communicatie, meldingen, klachten en afhandeling hiervan. Het betreft doel 1: ‘bescherm de volksgezondheid’ e n doel 5: ‘zorgvuldige dienstverlening’. De overige drie doelen (doel 2: beperk wateroverlast, doel 3: beperk hinder en doel 4: spaar het milieu) bepalen in grote mate de inze t van menskracht en middelen.

Daartoe wordt een aantal strategische keuzes gemaakt: - Inzet op assetmanagement en een sterke betrokkenheid van inwoners en bedrijven; - Inzet op versterken van de duurzaamheid; - Maatregelen afleiden uit de ketenbenadering en de b estuurlijke doelen, daarbij zijn de zorgplichten le idend voor de mate waarin de gemeente haar verantwoordelijkheid invult: o Aanleg van nieuwe voorzieningen; 64 o Gegevensbeheer; o Aansluiting op riolering of IBA; o Onderhoudswerkzaamheden; o Kwaliteit van riolering; o Functioneren van riolering; o Aanpak knelpunten; o Communicatie; o Klimaatverandering; o Afkoppelen; o Overdracht stedelijk water; o Zorgplicht grondwater. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het watertakenplan is niet alleen het beleidskad er vastgelegd, maar zijn ook de financiële conseque nties bepaald. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op het watertakenplan opgenomen in het Uitvoeringsplan Openbare Ruimte. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van het watertakenplan zijn één op één verwerkt in de programmabegroting.

Water en kunstwerken Areaal Het areaal water- en kunstwerken bestaat uit: Water Aantal Eenheid •Watergangen en stedelijk gebied 46 km • Niet schouwsloten 119 km • Schouwsloten 207 km • Greppels 100 km • Duikers 1.500 stuks Kunstwerken Aantal Eenheid • Kunstwerken (bruggen, steigers en overige voorzieningen) 335 stuks • Havens 11 stuks • Beschoeiingen 100 km Beleidskader Het gewenste kwaliteitsniveau van de water- en kuns twerken in de gemeente is vastgelegd in diverse bel eidsnota’s en plannen. De volgende documenten liggen ten grondslag aan het nagestreefde kwaliteitsniveau: - Beleidsplan oeverconstructies Steenwijkerland (2016-2020); - Beleidsplan oeververbindingen Steenwijkerland (2017-2021) - Watertakenplan Fluvius 2016-2021; In 2015 is een beleidsplan oeverconstructies vastge steld. In dit beleidsplan is op basis van voor- en nadelen van verschillende scenario’s gekozen voor een variant waarbij daar wa ar beschoeiing echt nodig is bij vervanging gekozen wordt voor kunststof. Dit is een duurzaam en financieel gunstig scenario. Dit betekent dat er bij constatering van een matig e, slechte of zeer slechte kwaliteit dient te worden gekeken of: 1.

De beschoeiing onder verantwoordelijkheid van de ge meente valt (als het onder particuliere verantwoord elijkheid valt dan dient de gemeente de particulier aan te schrijven e n te wijzen op de slechte staat van de beschoeiing, maar verder geen actie te ondernemen); 2. De locatie vraagt om beschoeiing of dat kan worden volstaan met een natuurlijke oever (als de huidige beschoeiing kan worden vervangen door ene natuurlijke oever dan is dat een duurzamere invulling); 3. De beschoeiing kan worden vervangen door een duurza me kunststof beschoeiing (als er toch beschoeiing d ient te komen dan heeft een kunststof toepassing de voorkeur boven hout als de omstandigheden dit toelaten). 65 In 2017 is door de raad het beleidsplan Oeververbin dingen 2017-2021 vastgesteld met de daarbij benodigde middelen. Hierbij is gekozen voor het onderhoudsscenario beperkt basis. Verhoging van het onderhoudsbudget als gevolg van a chterstallig onderhoud en het benodigde budget voor vervangingsinvesteringen voor de jaren 2018 t/m 2021 zijn beschikbaar gesteld. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties De financiële consequenties van de verschillende beleidsplannen en de bijbehorende kwaliteitsniveaus zijn becijferd.

Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Ten aanzien van het beheer van het stedelijk water (waterwegen en beschoeiingen) is door middel van he t vaststellen van het watertakenplan voorzien in een gedeeltelijke dekkin g van de benodigde middelen. Voor de oeverconstruct ies geldt dat het benodigde geld beschikbaar is gesteld. Voor wat bet reft de baggeropgave wordt samen met de andere wate rbeheerders in het gebied getracht om door middel van slim en integraa l aan te besteden het gekozen onderhoudsniveau te r ealiseren. Ten aanzien van oeververbindingen geldt dat het budget behorende bij het onderhoudsscenario beperkt basis beschikbaar is gesteld. Openbaar groen en speelvoorzieningen Areaal Het areaal groen, sport- en speelvoorzieningen bestaat uit: Areaal Groen- en speelvoorzieningen Aantal Eenheid • Bomen 34.000 stuks • Gazon 100 ha • Extensief beheerd gras 70 ha • Bermen 248 ha • Hagen 33.000 m2 • Plantsoen 16 ha • Landschappelijk groen (bos en houtwallen) 91 ha • Speelplekken 170 stuks Beleidskader Openbaar groen heeft betrekking op boombeheer, plan tsoenbeheer, maaibeheer en dierenweides.

Hierbij zi jn de volgende nota’s en plannen van belang: - De Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR); - Beleidsnota Groen, 2007; - Meerjarenprogramma Groen (MJP Groen), 2011; - Landschapsontwikkelingsplan (LOP), 2005; - Kwaliteitshandboek onderhoud openbare ruimte gemeente Steenwijkerland. Voor de speelvoorzieningen zijn de volgende nota’s van belang: - Speelplekkenbeleid (2009); - Meerjarenplan Spelen (2014). In het landschapsontwikkelingsplan is aangegeven ho e het landschap ontwikkeld en beheerd kan worden. I n de beleidsnota Groen worden de beheerambities met betrekking tot h et groen beschreven. Een basis onderhoudsniveau is daarbij het uitgangspunt. Naast het dagelijks beheer zijn er am bities op het gebied van duurzaamheid, streekeigen beplanting en een schone, hele en veilige omgeving. Het meerjarenplan Groen geeft aan hoe aan deze ambitie invulling kan worden gegeven. In 2014 heeft de gemeenteraad op basis van een evaluatie besloten om de lijn van het speelplekkenbeleid uit 2009 (‘Plekken om (mee) te spelen’) te continueren. In dit plan is va stgesteld dat de gemeente spelen en bewegen stimule ert en dat daarvoor voldoende speelruimte aangeboden wordt. Om het buit enspelen te stimuleren zijn er uitdagende natuurspe elplekken ontwikkeld gericht op beweging en het prikkelen van de fantasi e.

Bij het ontwerpen van speelplekken wordt rekenin g gehouden met medegebruik door kinderen met een beperking. Open s choolpleinen dragen bij in de behoefte aan speelrui mte. Er zijn daarover met diverse scholen afspraken gemaakt. Bij het ontwerp en onderhoud van de openbare ruimte in het algemeen wordt nagegaan hoe de bespeelbaarheid verhoogd kan worden. Het ond erhoud van de speelvoorzieningen zal op het basisni veau van ‘schoon heel en veilig’ worden uitgevoerd. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties 66 In de beleidsnota Groen is niet alleen het beleidsk ader vastgelegd, maar zijn ook de financiële conseq uenties bepaald. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op de beleidsnota Groen opgenomen in het Uitvoeringsplan Openbare Ruimte. In het meerjarenplan Spelen is voor een periode van 10 jaren becijferd hoeveel geld er nodig is om het vastgestelde beleid te kunnen uitvoeren. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van de beleidsnota Groen zijn één op één verwerkt in de programmabegroting. In 2014 is voor het onderhoud van de speelvoorzieningen besloten tot het instellen van een voorziening, met als doel kosten die in de toekomst worden verwacht te kunnen opvangen. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is.

Een eventueel tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening. Gebouwen Areaal Hieronder is een overzicht gegeven van de verschillende gebouwen die door de gemeente worden beheerd: Areaal Gemeentelijke gebouwen Aantal Eenheid • Binnensport accommodaties 8 stuks • Buitensport accommodaties 15 stuks • Gemeentelijke panden 1 stuks • Werkplaatsen 2 stuks • Brandweer 6 stuks • Musea 5 stuks • Wijkgebouwen 3 stuks • Peuterspeelzalen 3 stuks • Jeugdhonken 2 stuks • Begraafplaatsen 16 stuks • Woningen 2 stuks • Recreatie 12 stuks • MFC 1 stuks • Theater 1 stuks • Overige panden 42 stuks • Zwembaden 3 stuks Beleidskader Voor de gebouwen die de gemeente in onderhoud heeft zijn onderhoudsplannen opgesteld. Hierin is het te verrichten onderhoud voor meerdere jaren vastgelegd, inclusief de onderh oudskosten waarmee rekening moet worden gehouden. U itgegaan wordt van drie categorieën onderhoud. Het klachtenonderho ud betreft dagelijks voorkomende calamiteiten en st oringen. Daarnaast is er het onderhoud waarvoor servicecontracten zijn af gesloten. Dit betreft voornamelijk technische insta llaties. Tenslotte is er het planmatig onderhoud. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Op basis van bovengenoemde onderhoudsplannen is voo r een periode van minimaal 10 jaar een Meerjarenpla n Maatschappelijk Vastgoed opgesteld.

Deze plannen wo rden ieder jaar bij de jaarrekening geactualiseerd. Bij de laatste actualisatie is becijferd dat de jaarlijkse kosten aan planmatig onderhoud gemiddeld € 1.110.000,- bed ragen. Uitbreidingen en duurzame maatregelen vallen buiten dit planmatig onderhoud en zullen via investeringen moeten worden gerealiseerd. In 2018 zijn de zwembaden aan de voorziening toegev oegd. De daarvoor benodigde middelen zijn opgenomen in het meerjarenplan. Verder is er voor het verduurzamen van het vastgoed incidenteel geld beschikbaar gesteld. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Het Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed is verwe rkt in de begroting. De maatregelen voor 2018 zijn vastgelegd in het Uitvoeringsplan Maatschappelijk Vastgoed 2018. Voor het Maatschappelijk Vastgoed is een voorziening ingesteld. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Dit tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening . 67 3.4 Financiering De financieringsparagraaf bevat informatie over het financieringsgedrag van de gemeente. In het kader van de Wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) zijn regels vas tgesteld, die van kracht zijn voor het beheersen va n financiële risico’s op aangetrokken en uitgezette middelen.

De Wet FIDO is een raamwerk die de risico’s in het financieringsb eleid van de gemeente binnen de perken moet houden en tegelijkertijd flex ibiliteit en transparantie in de financieringsstruc tuur mogelijk maakt. De Wet FIDO is voor onze gemeente nader uitgewerkt in het “Financieringsstatuut gemeente Steenwijkerland”. De gemeenteraad heeft het statuut in haar raadsverg adering van 21 juni 2011 vastgesteld. Een gevolg hi ervan is dat de kaders met betrekking tot het beheren en beheersen van de geldstromen zijn vastgesteld. Verder geeft de financieringsparagraaf informatie o ver algemene ontwikkelingen en concrete beleidsplan nen van het risicobeheer, de gemeentefinanciering en het kasbeheer. De gemeente Steenwijkerland streeft er naar om zorg vuldig (doeltreffend en doelmatig) om te gaan met d e beschikbare financiële middelen. Daarom wordt gestreefd dat ben odigde leningen tegen zo laag mogelijke kosten word en aangetrokken, waardoor de renterisico’s kunnen worden beheerst. B ij het afsluiten van leningen wordt rekening gehoud en met de bestaande leningenportefeuille, maar ook met de rentevisie en de renterisiconorm. Wel wordt opgemerkt dat het aa ntrekken van gelden, alsmede de hoogte van het bedrag, afhankelijk zijn van de inkomende en uitgaande geldstromen bij de gemeente. Risicobeheer Een kernonderdeel van de financieringsparagraaf is het risicoprofiel.

In dit verband worden onder risico verstaan: - Renterisico’s; - Koersrisico’s - Kredietrisico’s; - (intern( liquiditeitsrisico’s en - Valutarisico’s. Bij onze leningenportefeuille loopt de gemeente een risico in verband met renteherziening en een risic o in verband met herfinanciering. In 2018 is één lening vervroegd afgelost, welke was doorgesluisd naar woningcorporatie Wetland Wonen. Verder hebben we in 2018 in beperkte mate te maken gehad met zgn. kredietrisico’s. Dit zijn risico’s d ie zich kunnen voordoen bij het verstrekken van leningen aan onder andere p ublieke instellingen. De totale omvang van deze len ingen bedroeg op 1 januari 2018 afgerond € 12,7 miljoen, exclusief sta rtersleningen. Per 31 december 2018 bedroeg de rest antschuld afgerond € 8,6 miljoen. Renterisiconorm Het doel van de renterisiconorm is om tot een zodan ig opbouw van de leningenportefeuille te komen dat het renterisico door renteaanpassing en herfinanciering in voldoende mate worden beperkt. Als de leningenportefeuille gelijkmatig is opgebouwd, zal ook het renterisico over de vaste schuld gelijkmati g in de tijd zijn gespreid. Als bovengrens wordt ee n bedrag van 20% van het begrotingstotaal per 1 januari 2018 gehanteerd. Indien de jaarlijks te herfinancieren bedragen onder d e norm blijven is er sprake van een beheerste en overzienbare situatie.

Zoals u it onderstaande tabel blijkt bedraagt de ruimte ond er de risiconorm in 2018 bijna € 19 miljoen. bedragen x € 1.000 Renterisico Rekening 2018 Rekening 2017 Renterisico vaste schulden Renteherziening o/g - - Betaalde aflossingen 4.021 4.750 Renterisico vaste schulden 4.021 4.750 Toegestane renterisiconorm Omvang begroting 2018 (=grondslag) 116.113 124.815 Renterisiconorm (in % van de grondslag) 20,0% 20,0% Toegestane renterisiconorm 23.223 24.963 Toets renterisiconorm Ruimte onder renterisiconorm 19.202 20.213 Overschrijding renterisiconorm 68 Kasgeldlimiet Ieder kwartaal wordt een opgave gedaan aan het CBS via informatieverstrekking derden (Iv3). Hieruit ku nnen gegevens worden gehaald met betrekking tot de gemiddelde netto vlot tende schuld. Dit bedrag mag de kasgeldlimiet –dit is de maximaal toegestane netto vlottende schuld- niet overschrijd en. Het percentage voor de kasgeldlimiet is vastges teld op 8,5% van het begrotingstotaal, zijnde afgerond € 116 miljoen. Het bedrag van de kasgeldlimiet bedraagt afgerond € 9,9 miljoen.

bedragen x € 1.000 Kasgeldlimiet 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal Netto vlottende schuld Omvang vlottende schulden 12.144 10.597 6.880 3.379 Omvang vlottende middelen 605 555 416 187 Netto vlottende schuld 11.539 10.042 6.464 3.192 Toegestane kasgeldlimiet Omvang begroting 2018 (=grondslag) 116.113 116.113 116.113 116.113 Kasgeldlimiet (in % van de grondslag) 8,5% 8,5% 8,5% 8,5% Toegestane kasgeldlimiet 9.870 9.870 9.870 9.870 Toets kasgeldlimiet Ruimte onder kasgeldlimiet 3.406 6.678 Overschrijding kasgeldlimiet - 1.669 - 172 Zoals u ziet is de kasgeldlimiet in de eerste twee kwartalen overschreden. Bij overschrijding kan de toezichthouder indien de overschrijding meer dan twee kwartalen voortduurt o ns “verplichten” een langlopende geldlening af te s luiten. Medio september 2018 is daarom dan ook een langlopende geldlening van € 6 miljoen afgesloten. Koersrisico In 2018 heeft de gemeente geen overtollige middelen uitgezet. Kasbeheer Het kasbeheer bestaat uit het saldo- en liquiditeit enbeheer en het beheer van de geldstromen van de de biteuren en crediteuren. Dagelijks wordt erop toegezien dat de liquiditeitsp ositie van voldoende omvang is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig worden nagekomen. Het betalingsverkeer wordt elektr onisch uitgevoerd door de N.V. Bank Nederlandse Gem eenten (BNG).

Naast een rekening bij de BNG heeft de gemeente nog een betaalrekening bij de Rabobank. In verband met een effectief saldobeheer en ter voorkoming van extra rentelasten worden positieve saldo regelmatig van deze rekenin g gestort naar de betaalrekening van de BNG. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kort lopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en k redietlimiet op rekeningcourantrekening. Voordat middelen worden aa ngetrokken met een looptijd korter dan 1 jaar, maar langer dan een maand, moet bij minimaal twee instellingen een offe rte worden gevraagd. Kasgeldleningen met een loopti jd korter dan een maand worden uit praktische overwegingen meestal afgesloten bij de huisbankier (BNG). Het kasbeheer bestaat naast het liquiditeitenbeheer uit het beheer van de geldstromen van de debiteure n en crediteuren. De wettelijke betaaltermijn voor inkomende facturen be draagt 28 dagen na dagtekening van de factuur, tenz ij er redenen zijn om hiervan af te wijken. Het debiteurenbeheer omvat het zorg dragen voor een tijdige ontvangst van betalingen. De betaaltermijn van uitgaande facturen bedraagt standaard 14 dagen na dagtekening van de f actuur, tenzij anders is aangegeven. Te denken valt hierbij aan nota’s voor bijvoorbeeld kosten begraven, grafrechten. De termijn die hier wordt gehanteerd is 30 dagen.

De inning van belastingdebiteuren geschiedt zoveel mogelijk door middel van automatische incasso. Gemi ddeld maakt 61,7% van de belastingdebiteuren gebruik hiervan. Verder komt het nog steeds voor dat er automatische incasso’s worden ingetrokken wegens onvoldoende saldo op de rekeningen van de belastingdebiteuren. Verwacht wordt dan ook dat dit percentage niet verder zal stijgen. Financieringspositie 69 Net als in het bedrijfsleven is het bij de gemeente belangrijk om te weten of zij haar kortlopende en langlopende verplichtingen na kan komen. Hierbij wordt gekeken naar de stand v an de investeringen enerzijds en de aanwezige finan cieringsmiddelen anderzijds. Als de boekwaarde van de investeringen groter is dan de aanwezige financieringsmiddelen, i s er sprake van een financieringstekort. Van een financieringsoverschot is sprake als er minder is geïnvesteerd dan de aan wezige financieringsmiddelen. De gemeente beschikt over de volgende financieringsmiddelen: algemene en bestem mingsreserves, voorzieningen en langlopende leningen. bedragen x € 1.000 Financieringsbehoefte Begroting Rekening Rekening Verschil 01-01-2018 01-01-2018 31-12-2018 Boekwaarde Boekwaarde vaste activa incl.

voorraden 113.330 116.769 115.373 - 1.396 Boekwaarde leningen u/g 16.411 15.300 11.203 - 4.097 Totaal boekwaarde 129.741 132.069 126.576 - 5.493 Aanwezige financieringsmiddelen Eigen vermogen Reserves 55.032 51.741 49.041 - 2.700 Resultaat boekjaar 3.682 760 - 2.923 Totaal eigen vermogen 55.032 55.423 49.801 - 5.622 Vreemd vermogen Voorzieningen 6.633 7.516 10.459 2.942 Langlopende leningen 66.432 61.748 61.046 - 702 Totaal vreemd vermogen 73.065 69.265 71.505 2.240 Totaal financieringsmiddelen 128.097 124.688 121.306 - 3.382 Financieringstekort (-/-) c.q. overschot (+/+) - 1.644 - 7.381 - 5.270 2.111 Zoals uit bovenstaande tabel blijkt is het financie ringstekort gedurende 2018 ( 31-12 / 1-1 ) afgenome n met ruim 2 miljoen afgenomen. De afname van de boekwaarde grondexploit atie en het aantrekken van een langlopende lening i n september 2018 zijn de grootste factoren in deze afname. Treasury. De toerekening van rente is een belangrijk aandacht spunt geweest bij de wijzigingen van het Besluit Be groting en Verantwoording (BBV) met ingang van 2017. Met de wi jziging is geprobeerd dat alle gemeenten op dezelfd e manier omgaan met hun rentelasten en –opbrengsten. Vanaf 2017 moe st rente worden toegerekend aan de taakvelden. In o nderstaand renteschema is invulling gegeven aan de doorbelasting van de rentelasten naar de taakvelden.

Met ingang van 2017 is geen rekening gehouden met rente over het eigen vermogen en voorzieningen, de zogenaamde bespaarde rente. Deze rente werd gebruikt als dekkingsmiddel voor de exploitatie. Een gevolg hiervan is dat de wekelijke rentelasten lager uitvallen. Ook het omslagpercentage is lager. Doordat het omslagpercentage overeenkomstig de Kadernota is vas tgesteld is er een saldo ontstaan een saldo op het taakveld Treasury. Per saldo is er een nadelig saldo van € 38.000 bij de jaarrekening. bedragen x € 1.000 70 Renteschema Actuele Begroting Rekening 2018 Verschil a. Externe rentelasten over de korte en lange financiering (-) - 1.893 - 1.874 19 V b. Externe rentebaten (+) 496 482 - 14 N Totaal door te rekenen externe rente - 1.396 - 1.392 5 V c1. Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend (+) 253 222 - 32 N c2. Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend (+) - 260 - 260 0 V c3. De rentebaat van aangetrokken en weer verstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend (-) 260 260 - 0 N Saldo door te rekenen externe rente - 1.143 - 1.170 - 27 N d1. Rente over eigen vermogen (-) - - - d2.

Rente over voorzieningen (contante waarde) (-) - - - Totaal werkelijk aan taakvelden toe te rekenen rente - 1.143 - 1.170 - 27 N e. Aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) (+) 1.271 1.260 - 11 N f. Renteresultaat op het taakveld treasury 128 90 - 38 N EMU saldo Op grond van artikel 3 van het Besluit Begroting en Verantwoording moet het EMU-saldo nu ook in de jaa rstukken worden opgenomen. Genoemd artikel vereist dat ook de jaars tukken inzicht bieden dat een verantwoord oordeel k an worden gevormd over de financiële positie en over de baten en lasten. In Europees verband is afgesproken dat het overheid stekort maximaal 3% van het BBP mag bedragen. Binne n ons land is dit tekort van 3% verdeeld tussen de verschillende over heden. Decentrale overheden mogen als afgeleide hie rvan een tekort hebben van 0,4% van het BBP. Het aandeel hierin voo r gemeenten is 0,27% van het BBP en bedraagt voor 2 018 € 4,454 miljoen. Deze norm is in de septembercirculaire 2018 bekendgemaakt. Er kunnen een aantal scenario’s ontstaat: Bij een positief EMU-saldo krijgt de gemeente via r eële transacties meer geld binnen dan dat ze uitgee ft. Dit schept ruimte om schulden af te lossen, te sparen en de reserveposit ie te verhogen. Daarmee draagt zij positief bij aan het EMU-saldo van Nederland.

Als het EMU-saldo grenst aan 0 dan krijgt de gemeen te via reële transacties ongeveer evenveel geld bin nen als dat er wordt uitgegeven. Bij een negatief EMU-saldo geeft de gemeente via re ële transacties meer geld uit dan dat er binnenkomt . Gemeente maakt schulden, trekt leningen aan en spreekt het gespaarde geld aan. Ook nemen de reserves af. Hiermee draagt zij bij aan het EMU- saldo van Nederland. bedragen x € 1.000 71 Berekening EMU-saldo via exploitatie en balans (volgens EMU-enquête) Rekening 2017 Rekening 2018 Actuele Begroting 1. (+) Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c). 391 - 5.622 - 10.452 2. (-) Mutatie (im)materiële vaste activa 2.018 2.982 8.603 3. (+) Mutatie voorzieningen 883 2.942 - 242 4. (-) Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) 1.421 - 4.378 - 4.622 5.

(-) Boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa - - - Berekend EMU-saldo - 2.165 - 1.283 - 14.675 bedragen x € 1.000 EMU-saldo referentiewaarde Rekening 2017 Rekening 2018 Actuele Begroting EMU-saldo volgens berekening - 2.165 - 1.283 - 14.675 EMU-SALDO referentiewaarde - 4.454 - 4.454 - 4.454 EMU-saldo blijft onder referentiewaarde 2.289 3.171 EMU-saldo overschrijdt referentiewaarde - 10.221 - 2.165 - 1.283 - 14.675 - 30.000 - 25.000 - 20.000 - 15.000 - 10.000 - 5.000 - 5.000 10.000 15.000 Rekening 2017 Rekening 2018 Actuele Begroting EMU-saldo EMU-saldo is negatief en onder referentiewaarde EMU-saldo is negatief maar boven referentiewaarde EMU-saldo is positief De rekeningen 2017 en 2018 geven aan dat we binnen de referentiewaarde van de EMU tekortnorm blijven. De begroting laat een groot tekort zien omdat er nog grote investerin gen in de begroting zijn opgenomen, hetgeen met een hoog financieringstekort gepaard gaat. In de begroting 2019 is wederom een groot investeringsniveau opgeno men. Wanneer deze investeringen tot besteding komen zal ook in de rekening 2019 het tekort gaan toenemen. Op dit moment is geen sprake van een sanctiemaatreg el omdat landelijk de tekortnorm van 0,27% van het BBP van toepassing is. Deze optie is wel in beeld en geldt voor alle g emeenten indien landelijk de tekortnorm wordt overschreden.

Daarbij is niet van belang of een gemeente hierin wel of niet heeft bijgedragen. 72 3.5 Bedrijfsvoering Het afgelopen jaar was een bijzonder jaar met de ko mst van een nieuw college en een nieuwe gemeenteraa d. Nieuwe ambities en prioriteiten zijn gelegd en verbonden met reeds bestaand beleid. Leidraad voor de komende jaren is het coalitieakkoord “Door verbinding naar resultaat”, inmiddels vormgegeven i n 5 pakkende ambitiekaarten. Naast een nieuw colleg e en raad betekende 2018 ook het aantreden van een nieuwe algemeen directeur en een nieuw managementteam. Interne organisatie In 2017 is de organisatiestructuur en de aansturing swijze aangepast om het procesgericht werken in de organisatie te verbeteren. Zoals destijds afgesproken is in 2018 e en tussenevaluatie over deze wijzigingen gehouden. Dit in nauwe samenwerking met de Ondernemingsraad, waarbij veel ruimte is gegeven voor de ervaringen en mening van onze medewerkers, onder meer via een enquête onder medewerkers en diverse (team)gesprekken. De uitkomsten van deze enquête en diverse gesprekke n geven aan dat er aanpassingen nodig zijn op de ge kozen manier van werken. De noodzaak voor de ontwikkeling naar een wendbare en flexibele organisatie is er nog steeds. Ofwel, we willen minder hiërarchie, korte lijnen en de verantwoordelijkhed en laag beleggen.

Bij het doorvoeren van de gewenst e aanpassingen worden eveneens de uitkomsten meegenomen uit het cultuuron derzoek, zoals dat door de Ondernemingsraad is geïn itieerd en eind 2018 uitgevoerd is. Uit dit onderzoek komt naar vor en dat er veel goed gaat, medewerkers loyaal en bet rokken zijn en in het algemeen tevreden zijn over hun baan. Daar staat te genover dat er een duidelijke behoefte is aan sturi ng, ontbreekt de koersvastheid in de organisatie en is er onvoldoende (persoonlijke) aandacht voor de medewerker. De ingezette weg naar een wendbare en flexibele org anisatie, waarbij de vraag van inwoners, ondernemer s en instellingen centraal staat, wordt vervolgd. De organisatie is n ooit ‘af’. Voorbereidend op een nieuw en platter organisatiemodel staat 2019 vooral in het teken van goed leiderschap. Koersvast, met aandacht voor mens en inhoud. Medewerkers Eind 2018 werkten er 337 medewerkers bij onze organ isatie, tegenover 344 een jaar ervoor. Het aantal f ormatieplaatsen is daarentegen gestegen. De uitbreiding qua formatie b etrof onder meer de beleidsvelden woningbouw, duurz aamheid, sociaal domein en social media. De lagere bezetting komt onder andere omdat vacatures langer open staan. Het wordt steeds moeilijker om de goede mensen te vinden voor bepaalde vacatures.

Aantal medewerkers / formatie 2015 2016 2017 2018 Totaal aantal medewerkers 326 333 344 337 Aantal mannen 165 168 167 159 Aantal vrouwen 161 165 177 178 Totale formatie (fte) 310 314 317 328 Een blik op ons personeelsbestand laat zien dat 65% van de medewerkers 45 jaar of ouder is. Willen we ook in de toekomst een aantrekkelijke werkgever zijn, een personeelsbestan d hebben dat qua leeftijd in balans is, dan is de i nstroom van jong talent belangrijk. Onder meer daarom hebben we het generat iepact ingevoerd. Hiermee biedt de gemeente medewer kers van 58 jaar en ouder de mogelijkheid om minder te werken met ge deeltelijk behoud van salaris. De loonkosten die be spaard worden door het generatiepact worden ingezet om jongeren aan te nemen. In 2018 hebben 22 collega`s deelgenomen aan het gen eratiepact, dit is een lichte stijging ten opzichte van vorig jaar. Hierdoor hebben 5 jongeren onder de 27 jaar in 2018 een trai neetraject bij ons gevolgd. De eerste effecten hie rvan zijn ook zichtbaar in de gemiddelde leeftijd van onze medewerkers. Voor het eerst in jaren is de gemiddelde leeftijd gedaald (nu 46,7 jaar). Kengetallen 2015 2016 2017 2018 Stagiaires 23 20 7 14 Trainees 1 5 8 5 Interne detachering 9 9 9 24 De organisatie heeft de afgelopen periode veel inge zet om het ziekteverzuim in de organisatie te vermi nderen.

Dat dit effect heeft, laat het dalende ziekteverzuim goed zien: 73 Samenwerking In 2017 is gestart met het gezamenlijke klantcontac tcentrum: telefonische vragen van inwoners en onder nemers uit Zwartewaterland worden nu zoveel mogelijk in het 1e contact beantwoord door het KCC van Steenwijkerlan d. In het afgelopen jaar heeft het KCC bijna 84.000 telefoongesprekken ontvangen, waarvan 58.000 uit Steenwijkerland. De k lanttevredenheid scoort gemiddeld een 8,4. Ook andere bedrijfsvoeringonderdelen doen we in sam enwerking met omliggende gemeenten. Dat geldt voor onze inkoopcoördinatie (samen met Zwartewaterland en Sta phorst), informatiebeveiliging en ook op het terre in van de Verbijzonderde Interne Controle (VIC). In het afgelopen jaar heeft de VIC gewerkt vanuit een gezamenlijk controleplan voor de 5 deelnemende gemeenten, waarbij onderling bij elkaar controles zijn uitgevoerd. De VIC-samenwerking kri jgt steeds meer handen en voeten, ook vooruitlopend op de invoering van de rechtmatigheidsverklaring van het college in 2021. Informatieveiligheid Inwoners en ondernemers moeten erop kunnen vertrouw en dat hun gegevens veilig zijn, dat de informatie die de gemeente uitwisselt met andere overheden betrouwbaar is en d at de gemeente zorgt voor een veilige leefomgeving. Net als in 2017 is het afgelopen jaar de zelfevaluatie op informatieveilig heid uitgevoerd binnen de organisatie.

Uit deze zel fevaluatie is gebleken dat we voldoen aan de geselecteerde normen voor DigiD e n Suwinet en een positieve verantwoording kunnen af leggen over de van toepassing zijnde gemeentelijke basisregistraties. In de loop van het afgelopen jaar is de Algemene Ve rordening Gegevensbescherming (AVG) van toepassing geworden. Vooruitlopend hierop hebben we ons privacybeleid va stgesteld en hebben we, gezamenlijk met Zwartewater land, Staphorst en Westerveld, voor de uitvoering 2 functionarissen gegevensbescherming aangesteld. Omgevingswet Vanaf 2021 hebben we te maken met de omgevingswet. Er is dan één wet voor de fysieke leefomgeving. De bijna 30 wetten, 60 Algemene Maatregelen van Bestuur en 75 ministeriële regelingen die er nu zijn, zijn dan verleden tijd. In maart 2018 is opdracht gegeven tot het uitwerken en opzetten van een progr amma voor de invoering van de omgevingswet. Eind 20 18 was dit programmaplan gereed: het resultaat van een intensi ef traject waarbij vele medewerkers en partijen bui ten het gemeentehuis betrokken zijn geweest. Het plan is het startpunt voor de komende twee jaar. Financiën Binnen de bedrijfsvoering resulteert over 2018 een financieel overschot van 1,1 mln. In de jaarrekenin g is een uitgebreide toelichting gegeven op dit overschot.

Naast meevall ende afschrijvingslasten binnen de bedrijfsvoering betreft dit een overschot bij ICT en bij de formatiebudgetten. Diverse ICT-pr ojecten die waren gepland voor 2018 moesten door de tekort aan medewerkers, zowel bij ons als ook bij externe dien stverleners, van een nieuwe planning worden voorzie n. De uitgestelde projecten, zoals de herziening van onze serverruimt e, nieuwe telefooncentrale en mobiele devices (tel efoons, tablets) moesten worden uitgesteld naar 2019. Ook zijn besparingen gerealiseerd op enkele (onderhouds)contracten. 74 Daarnaast is een belangrijke oorzaak een overschot binnen de formatiebudgetten. Dit overschot over 20 18 van circa € 0,6 mln. is mede ontstaan doordat vacatures langer open staa n. Ook in de afgelopen jaren hebben we binnen de be drijfsvoering boekhoudkundig een positief saldo op de formatiebud getten gerealiseerd. Gemiddeld bedroeg dit surplus € 400.000. Dit surplus bood ons de mogelijkheid om met ingang van de begro ting 2019 enkele personele claims structureel via d e bestaande bedrijfsvoeringbudgetten te bekostigen. 75 3.6 Verbonden partijen Op 9 februari 2016 heeft de raad de nota “Verbonden partijen” vastgesteld. Het proces van deelnemingen is echter een dynamisch gebeuren. Regelmatig moet deze nota dan o ok worden herzien.

Hieronder treft u de belangrijks te resultaten en wijzigingen aan welke binnen de kaders van de reeds vastgestelde nota passen. Bij de begroting is al aangegeven welke voornemens de gemeente had met haar aandelenbezit, namelijk he t streven naar een zo hoog mogelijk rendement in de vorm van dividend. De visie van ons certificatenbezit bij Dataland moe t leiden tot het op korte termijn verlagen van de l astendruk bij verzoeken om gebouwgegevens en het verbeteren van de kwaliteit van de eigen vastgoedgegevens. Landelijke, regionale of plaatselijke ontwikkelinge n hebben in 2018 geen aanleiding gegeven bovengenoe mde standpunten los te laten en over te gaan tot vervreemding. Afhankel ijk van de mate van verbondenheid (bijv. geplaatst aandelenkapitaal) zijn we in staat om invloed op het beleid van de betreffend e verbonden partij uit te oefenen. De genoemde verb onden partijen kennen hun eigen risicopositie. Daar waar sprake is van ee n aanzienlijk, niet afgedekt, risico wordt dit meeg enomen bij de paragraaf weerstandsvermogen. De op 29 april 2019 ontvangen jaarstukken van verbo nden partijen zijn opgenomen. Van enkele verbonden partijen zijn nog geen jaarstukken 2018 beschikbaar en deze ontbreken dan ook in deze paragraaf.

De bijlage is conform het raadsvoorstel van 9 febru ari 2016 opgesteld en worden in de volgende categor ieën gepresenteerd (zie ook paragraaf 3.2): o vennootschappen en coöperaties o stichtingen en verenigingen o gemeenschappelijke regelingen en De 4 e categorie, de “overige verbonden partijen” is momenteel niet voorradig. 1. Vennootschappen en coöperaties 1.1. BNG Verbonden partij Bank Nederlandse Gemeenten N.V. Activiteiten De kerntaak van de BNG is om tegen lag e tarieven te voorzien in kredietverlening aan dece ntrale overheden en in kredietverlening onder garantie van overheden. Inhoudelijk belang Het is een publiek belang dat de gemeente op een zo goedkoop mogelijke manier kan l enen om de rentekosten zo laag mogelijk te houden. Ook zijn de financiële zekerheden en stabiliteit van maatschappelijk belang. Bestuursprogramma Financiën en bedrijfsvoering Deelnemende partijen Nederlandse overheden (50% rij k, 50% gemeenten, provincies en waterschappen) Aandeel en zeggenschap De gemeente bezit 129.675 aa ndelen à € 2,50. Het aandeel in het totale aandelen vermogen is 0,24% Vertegenwoordiger Algemene vergadering aandeelhoude rs: wethouder Scheringa bedragen x € 1.000 Bank Nederlandse Gemeenten N.V.

Jaar Dividend Eigen vermogen Vreemd vermogen Tier-1 ratio Bedrijfs- resultaat 2014 74 3.582.000 149.891.000 24% 126.000 2015 132 4.163.000 145.317.000 27% 226.000 2016 213 4.486.000 149.483.000 32% 369.000 2017 328 4.953.000 135.041.000 37% 393.000 2018 370 4.991.000 132.518.000 38% 337.000 76 Opgemerkt wordt dat de dividenduitkeringen pas worden uitgekeerd in het jaar daarop. Zo zal de dividenduitkering over 2018 in 2019 worden ontvangen. Ontwikkelingen De bank verwacht toenemende invester ingen door woningcorporaties in nieuwe woningen en een toename van duurzaamheidsinvesteringen, zoals die i n hernieuwbare energie. Deze ontwikkelingen zullen de kredietaanvraag van de klanten positief b eïnvloeden. Het renteresultaat zal naar verwachting uitkomen binnen een bandbreedte van € 4 10 tot € 450 miljoen. Gegeven de afhankelijkheid van marktomstandigheden is een betr ouwbare prognose over de financiële transacties niet te geven. De bank acht het niet verantwoord om nu al een uitspraak te doen over de te verwachten nettowinst over 2019. Het uitkeringsp ercentage van de nettowinst bedraagt de komende jaren weer 50%. Risico’s Beperkt, tot deelname aandelenkapitaal. Fi nanciers hebben vertrouwen in de bank dat het risico van kredietverlening aan de BNG bank beperkt is, gezien het eigenaarschap van gemeenten, provincies en de staat. 1.2. Enexis Verbonden partij Enexis Holding N.V.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/1859f80d-321c-4151-a5cd-9ac820b01c0f?agendaItemId=bbe0c4b6-5d33-440d-9647-5d67e0e01b04