CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarverslag 2017.pdf

Raadsvergadering 10 juli 2018, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Jaarstukken 201734.660 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · 98 pagina's · deel 3 van 4

17 alinea's met “vreemd”: 159 175 177 180 182 185 187 189 192 193 199 201 202 203 206 208 209

Uit de concept-rapportage van het 4 e kwartaal blijkt dat verevening of daadwerkelijke t oebedeling voor de gemeente Steenwijkerland voor 2017 (bijna) geen verschil maakt. Vanaf 2018 verzorgt de gemeente zelf de betaling va n de facturen van de zorgaanbieders. Het is de verw achting dat hierdoor eerder (gedurende het jaar) zicht ontstaat op de uitputting van de budgetten. Algemene voorzieningen Wmo en Jeugd, inclusief de toegang Bij de jaarrekening is een bedrag overgebleven van € 291.000 Achterstallig onderhoud openbare ruimte Voor het onderhoud van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte wordt gebruik gemaakt van speciale computerprogramma's. De afgelopen jaren is hard gewerkt aan het op orde brengen van deze programma's. Ondertussen is het ge hele areaal ingevoerd. D.m.v. inspecties wordt de staat van ond erhoud bepaald. Op basis van deze gegevens wordt de besteding van het jaarlijkse onderhoudsbudget bepaald. Het risico van schade als gevolg van achterstallig onderhoud is a fhankelijk van de

51 gekozen frequentie van inspecteren. Voor de frequen tie werd een schade van 4% van het onderhoudsbudge t reëel geacht. In 2017 is nagenoeg geen risico gelopen. Invoering Vennootschapsbelasting De invoering vergt een flinke investering voor de g emeente door de extra (structurele) werkzaamheden, benodigde inhuur van externe adviseurs en opleidingen van personeel. In 2017 is uitstel aangevraagd voor de aangifte ove r 2016 en een voorlopige aangifte ingediend met een geschat belastbaar bedrag van € 200.000. Het tarief bedraagt 20% voor een belastbaar bedrag tot en met € 200.000. Boven d it bedrag is het tarief 25%. Inmiddels is een voorlopige aanslag over 2016 en 2017 ontvangen en betaald. De verwachting op di t moment is dat het fiscale resultaat over 2016 en 2017 nihil zal zijn, maar om een te betalen belastingrente van 8% te vo orkomen is besloten toch een voorlopige aangifte in te dienen en te betalen. Mocht het fiscale resultaat over 2016 en 2017 nihi l zijn zoals verwacht, dan zullen de betaalde bedragen weer terug worden ontvangen. Op dit moment bestaat veel onduidelijkheid over de manier waarop gemeenten hun winst dienen te bereken en, deze onduidelijkheid zal waarschijnlijk nog enige jaren aanhouden. Het kan er ook toe leiden dat de belasti ngdienst het moment van opleggen van een definitieve aanslag zoveel mogelij k naar achter zal verplaatsen.

Het gevolg van de on zekerheid is dat het mogelijk tot eind 2021 kan duren voordat een defini tieve aanslag over 2016 wordt opgelegd. De gemeente zal bij het opstellen van de begroting de hoogte van de te betalen belast ing voorzichtig inschatten. Het valt niet uit te sl uiten dat de ingeschatte bedragen afwijken van de uiteindelijk te betalen belasting. Investeringsprojecten ruimtelijk domein Evenals bij de grondexploitaties zijn voor de lopende investeringsprojecten op basis van de Risman methode de risico’s in beeld gebracht. Er zijn in 2017 geen specifieke projecten met hoge financiële risico’s geweest. Wet Werk en Bijstand (WWB) Het in de begroting opgenomen te ontvangen BUIG-budget betreft een voorlopig inschatting van hetgeen door het rijk toegekend gaat worden. In oktober van het begrotingsjaar word t het definitieve budget pas bekend gemaakt. De hoo gte van het budget is o.a. afhankelijk van de conjuncturele ontwikkelinge n op landelijk niveau. Bij minder verstrekte bijsta ndsuitkeringen dan van te voren ingeschat wordt het budget naar beneden bijgesteld, bij meer verstrekte bijstandsuitkeringen wordt het budget naar boven bijgesteld. In de begroting 2017 is een te ontvangen bedrag van het rijk opgenomen ter hoogte van € 12.799.000. De WWB-uitkeringen zijn ingeschat op € 10.166.000. Het definitieve BUIG-budget 2017 bedraagt € 12.930.000.

De uitgaven WWB bedroegen € 10.232.000. Er wordt nog steeds gewerkt aan het plan van aanpak bij de IGSD dat moet leiden tot een forse uitstroo m van het aantal uitkeringsgerechtigden naar werk. Ontwikkeling Algemene uitkering De accressen worden afgeleid van de Netto Gecorrige erde Rijks Uitgaven (NGRU). Bij de jaarrekening is uitgegaan van de laatste stand van het accres dat is gemeld in de septembercirculaire 2017. Volgens de Najaarsnota 2017 van de rijksoverheid zo u € 473 miljoen minder uitgegeven worden dan begroo t. Dat heeft een vertaling van het accres gemeentefonds tot gevolg van € 80 miljoen ofwel 6½ punten uitkeringsfactor. Dat is echter niet verwerkt in de decembercirculaire omdat dit geen bijstelmoment van het accres is. Voor de gemeente Steenwijkerland betekent dit een lagere Algemene uitkering van € 190.000. Dit heeft zowel een eenmalig als structureel effect. Het definitieve accres 2017 wordt volgens de gebruikelijke systematiek bij het Financieel jaarverslag over 2017 vastgesteld en gemeld in de meicirculaire 2018 en verwerkt in het uitkeringsjaar 2018. Rioolheffing Met betrekking tot de rioolheffing lopen nog altijd twee beroepszaken, waarover u de afgelopen jaren m eermaals bent geïnformeerd. Onderstaand de actuele stand van zaken. De Hoge Raad heeft uitspraak gedaan in de cassatiep rocedure met betrekking tot de rioolheffing 2013.

D eze zaak betreft een verzamelgebouw, een loods met verschillende opslagu nits die verhuurd worden aan derden. De rioolheffin g is per unit in rekening gebracht. Namens de eigenaar van de loods is (kort gezegd) een beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel. Campings worden voor de aanslagoplegging (net als in de Wet WOZ) als één geheel aangemerkt. Niet alle huurkavel s krijgen een afzonderlijke aanslag, de eigenaar/exploitant van de camping betaalt voor het geheel. De eigenaar van de loods wil dit ook, dus één aanslag voor het gehele pand en geen aanslagen per afzonderlijke unit. Het Gerechtshof Arnhem had het hoger beroep van de eigenaar van de loods gegrond verklaard. Kort ge zegd heeft de Hoge Raad nu geoordeeld dat de gemeen te een camping voor de rioolheffing, net als voor de Wet WOZ, als één geheel mag aanmerken. Het verbod van discriminatie van artikel 1 van de Grondwet gaat niet zo ver dat de gemeente de bijzondere afbakeningsregel voor recreatieterreinen ook op andere gevallen moet toepassen. De uitspraak van het Hof Arnhem op het h oger beroep is vernietigd. De zaak is verwezen naar het Hof Den Bosch,

52 dat een nieuwe uitspraak op het hoger beroep moet d oen. De mondelinge behandeling heeft 1 maart 2018 p laatsgevonden. De uitspraak laat nog op zich wachten. De mogelijke financiële gevolgen van deze zaak op zich zijn niet noemenswaardig. Hiernaast spelen nog procedures van een woningstich ting tegen de rioolheffing 2013, 2014 en 2015. Ook in deze procedures wordt een beroep op het gelijkheidsbeginsel gedaan, onder verwijzing naar campings. Hiernaast wordt in deze procedures aangevoerd dat de opbrengst van de rioolheffing hog er is dan de kosten. Dit is niet toegestaan, de rio olheffing mag maximaal kostendekkend zijn. We hebben een overzicht van de kosten en baten ingediend bij de rechtbank. Volgens de eiser rekenen we kosten toe aan de rioolheffing die daaraan niet toe gerekend mogen worden. Bij uitspraak van 29 maart 2 017 heeft de rechtbank Overijssel het beroep op dit laatste punt gegrond v erklaard. Het gaat daarbij met name om kosten voor het baggeren van watergangen. De kosten hiervan worden (gedeeltelijk ) via de rioolheffing verhaald. Kort gezegd is de g emeente er niet in geslaagd voldoende aannemelijk te maken dat (en in welke mate) de betreffende werkzaamheden en kosten verband houden met de gemeentelijke zorgplichten voor hemel- en grondwater. De kosten mogen daarom volgens de rechtbank niet toegerekend worden aan de rioolheffing.

Gevolg hiervan is dat d e opbrengstlimiet overschreden wordt. De aan de won ingstichting opgelegde aanslagen rioolheffing 2013 tot en met 2015 zijn ve rnietigd. Het gaat om een bedrag van circa € 500.00 0,- aan rioolheffing per jaar, dus de financiële gevolgen zijn erg groot. Mo gelijk worden de gevolgen nog groter, doordat inmid dels de aanslagen 2016 tot en met 2018 op dezelfde wijze zijn opgelegd en hiertegen ook bezwaar is gemaakt. Tegen de uitspraa k van de rechtbank is hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem. De mondelinge behandeling van het hoger beroep heeft op 10 januari 2018 plaatsgevonden. Bij uitspraak van 27 februari 2018 heeft het Hof ons hoger beroep gegr ond verklaard. Van een overschrijding van de opbrengstlimiet is volgens he t Hof geen sprake. Ook op de overige, meer juridisc he, punten zijn we in het gelijk gesteld. De aanslagen rioolheffing blijven volledig in stand. Tegen de uitspraak is inmiddels beroep in cassatie bij de Hoge Raad ingesteld. Omgevingsdienst IJsselland Op 1 juli 2017 is wettelijk verplicht geworden dat de uitvoering van basistaken wordt ondergebracht bi j (fysieke) omgevingsdiensten, op basis van een gemeenschappelijke regeling. De jaren 2016 en 2017 hebben in het teken gestaan van de voorbereiding op die transitie. Met ingang van 1 ja nuari 2018 is Omgevingsdienst IJsselland (ODIJ) gestart.

Bij de ODIJ zijn niet alleen de verplichte basistaken ondergebracht, maar ook de overige milieutaken en enkele andere taken met een sterke milieucomponent. De keuze hiervoor is niet alleen u it efficiency-overwegingen gemaakt, maar ook omdat de anders achterblijvende taken zo versnipperd zijn dat de gemeente niet aan de geldende kwaliteitscriteria kunnen voldoen. Medewerkers die 70% of meer van hun tijd aan de betreffende tak en besteden zijn automatisch geplaatst bij ODIJ. Bi j een lager percentage wordt een nadere beoordeling gemaakt. In het geval van Steenwijkerland is op basis van cijfers geconst ateerd dat alle milieumedewerkers op basis van het 70% criterium automatisch dienen te worden geplaatst. Voor Steenwijkerland betekent dit dat alle milieume dewerkers met ingang van 1 januari 2018 eervol zijn ontslagen en in dienst zijn getreden bij ODIJ. ODIJ functioneert op basis van inputfinanciering. D e omvang van de werkvoorraad van de taken is uitged rukt in fte en voor die fte wordt betaald. Dit brengt met zich mee dat voor taken die niet vallen onder basistaken en het IJss ellands convenant niet zijn meegenomen in de fte werkvoorraad en dus ook niet i n de kosten. Aanvullende advisering op het gebied v an beleid en dergelijke, kunnen dus separaat in rekening worden gebracht. Na verloop van twee jaar zal de inputfinanciering w orden omgezet naar outputfinanciering.

Onze bijdrag e aan ODIJ zal dan afhankelijk zijn van het aantal producten dat we afnemen, in plaats van de werkvoorraad die we inbrengen. In theorie zou tussen de twee systemen niet veel verschil mogen zitten. E.e.a. is wel afhankelijk van efficiency en standaarden (flat rate). Afgesproken is om vanaf de start van ODIJ niet alleen te monito ren welke werkvoorraad daadwerkelijk wordt ingebrac ht, maar ook hoeveel producten dit oplevert. Op die wijze komt niemand bij de omschakeling voor verrassingen te staan. De bijdrage voor 2018 is overeenkomstig de eerder afgesproken begroting, gebaseerd op de werkvoorraad. Daarin worden geen mutaties verwacht. Van eventuele aanvullende taken, die niet binnen de begrootte taken vallen, is op d it moment nog geen sprake, zodat het risico op (een forse) overschrijding van de begroting niet voor de hand ligt. kwaliteit van de informatieveiligheid van diverse informatiesystemen De staat van onze veiligheid is in 2017 getoetst me t behulp van zowel interne als externe audits. De u itkomsten hiervan zijn overlegd aan het bestuur en aan externe toezichthou ders. Nieuw in dit kader is de zogenaamde ENSIA met hode. Deze nieuwe methode maakt het beantwoorden van de uitvraag over informatieveiligheid gemakkelijker en efficiënter.

De horizontale verantwoording die hieruit ontstaat bestaat uit een zelfevaluatie en een verklaring van het College va n B&W over de informatieveiligheid van diverse informatiesystemen. Beide documenten zijn positief beoordeeld door een extern auditor.

Ondanks al deze maatregelen moeten wij ons wel blijven realiseren dat “gemeentewerk” ook gewoon “mensenwerk” is. Dit betekent dat er zich altijd beveiligingsincidenten kunnen voordoen. Grondexploitaties Ultimo van elk jaar worden de grondexploitaties op basis van de jaarrekening geactualiseerd. Met de wijziging in de BBV voorschriften heeft dit in 2017 geleid tot een grote winstneming. Dit omdat de POC (Percentage Of Completion) methode is toegepast. Binnen de grondexploitatie zijn de risico’s door middel van de RISMAN- methode bepaald. De omvang van het risico bedraagt ultimo 2017 € 3,8 miljoen. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente de beschikking had, c.q. kon beschikken om onverwachte tegenvallers op te vangen mochten deze zich voordoen. Uit onderstaande tabel blijkt dat de weerstandscapaciteit in 2017 € 252,79 per inwoner bedroeg en aanzienlijk hoger is dan in 2016 (€ 172,06). Dit wordt veroorzaakt doordat een aantal reserves bij de vaststelling van de nota Reserves en voorzieningen op 19 december 2017 zijn overgeheveld naar de algemene reserve vrij besteedbaar.

bedragen x € 1 Weerstandscapaciteit | Begroting | Rekening | Rekening 01-01-2017 | 31-12-2017 | 31-12-2016 Weerstandscapaciteit vermogen Algemene reserve vaste buffer | € 7.471.100 | € 11.064.000 | € 7.475.100 Weerstandscapaciteit exploitatie Onvoorzien | € 0 | € 0 | € 0 Totaal weerstandscapaciteit | € 7.471.100 | € 11.064.000 | € 7.475.100 Aantal inwoners | 43.330 | 43.768 | 43.445 Weerstandscapaciteit per inwoner | € 172,42 | € 252,79 | € 172,06 Diverse kengetallen Op grond van regelgeving is de gemeente sinds 2015 verplicht om inzicht te geven in de financiële kengetallen. De cijfers van deze kengetallen geven in samenhang de raad een globaal inzicht van de verwachte financiële ontwikkelingen in de gemeente bij het jaarverslag. Er zijn geen landelijke normen voor de kengetallen omdat deze erg afhangen van de lokale situatie. Wel kan de raad eigen normen stellen voor deze kengetallen en bij belangrijke raadsbesluiten laten opnemen wat het effect is op de financiële kengetallen en de afgesproken normen. Hierbij gaat het om de volgende kengetallen: 1. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen; 2. Solvabiliteitsratio; 3. Grondexploitatie; 4. Structurele exploitatieruimte en 5. Belastingcapaciteit. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen.

De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schulden ten opzichte van de eigen inkomsten van de gemeente. Als regel geldt dat hoe hoger de inkomsten zijn des te meer schuld een gemeente mag hebben. Normaal bevindt deze schuldquote zich in de bandbreedte tussen 0% en 100%. Een laag percentage is gunstig. Doordat er bijvoorbeeld net grote investeringen of een flinke meevaller is geweest kan de netto schuldquote hoger of lager zijn. De netto schuldquote voor onze gemeente kent een vrij constante stijgende trend van 33% in 2009 naar bijna 58% in 2017. De schuldquote geeft een vertekend beeld door uitgeleende gelden aan derden en verbonden partijen. Met name de verstrekte leningen aan de woningcorporaties (Wetland Wonen en Woonconcept) en de nutsbedrijven (vordering op Enexis en Vitens) zijn hiervan een goed voorbeeld. Daarom moet de netto schuldquote nog worden gecorrigeerd voor uitgeleende gelden. In de volgende grafiek is de ontwikkeling van beide schuldquotes weergegeven. 53

1a. Netto schuldquote | 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen 180% | 180% 160% | 160% 140% | 140% 120% | 120% 100% | 100% 80% | 80% 60% | 60% 40% | 40% 20% | 20% 0% | 0% Rekening | Actuele | Rekening | Rekening | Actuele | Rekening 2016 | Begroting | 2017 | 2016 | Begroting | 2017 Categorie A Categorie B | Categorie C Kengetal | Categorie A Categorie B | Categorie C Kengetal In bijgaande grafiek wordt de netto schuldquote van de afgelopen jaren weergegeven. Netto schuldquote 80,0% 70,0% 60,0% 50,0% 40,0% 30,0% 20,0% 10,0% 0,0% -10,0% | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 Netto schuldquote | 33,0% | 55,0% | 62,0% | 59,0% | 68,0% | 68,0% | 58,0% | 54,3% | 57,6% Netto schuldquote gecorrigeerd | -5,0% | 13,0% | 22,0% | 32,0% | 43,0% | 43,0% | 44,0% | 41,2% | 44,8% Zoals u ziet is de gecorrigeerde netto schuldquote in de periode 2009-2010 gestegen van -5% naar 13%. Daarna is deze trend doorgezet tot uiteindelijk 44,8% in 2017. Schommelingen in inkomsten kunnen dus het kengetal van de netto schuldquote beïnvloeden. Er ontstaat dan het zogenaamde noemer effect. Vaak betrof het kleine schommelingen, met lichte trendbreuken tot gevolg. Sinds 2015 heeft de gemeente te maken met een forse trendbreuk door de overheveling van taken in het sociaal domein. De inkomsten zijn hierdoor fors gestegen.

Een gevolg hiervan is dat de netto schuldquote in 2017 is gestegen naar 57,6% en de netto schuldquote gecorrigeerd naar 44,8%. Opgemerkt wordt dat hoe lager het percentage van de netto schuldquote is, hoe beter het gaat met de gemeente. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft aan in hoeverre het bezit van de gemeente op de balans is afbetaald. Ook geeft dit ratio inzicht of de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Normaal bevindt de solvabiliteitsratio van een gemeente zich tussen de 30% en 80%. Bij een ratio boven de 80% heeft de gemeente per saldo geen schulden. Bij een ratio onder de 20% heeft de gemeente heel veel schuld. Dus hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. 54

2. Solvabiliteitsratio 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Rekening | Actuele | Rekening 2016 | Begroting | 2017 Categorie C | Categorie B | Categorie A | Kengetal De gemeente Steenwijkerland heeft eind 2017 een solvabiliteitsratio van 38,5%. In bijgaande grafiek wordt het solvabiliteitsratio van de afgelopen jaren weergegeven. Solvabiliteitsratio 60,0% 50,0% 40,0% 30,0% 20,0% 10,0% 0,0% | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 Sovabliliteitsratio | 52,0% | 48,0% | 44,0% | 41,0% | 37,0% | 37,0% | 38,0% | 38,4% | 38,5% Zoals u ziet is de solvabiliteitsratio nagenoeg stabiel. Doelstelling bij de meerjarenbegroting 2017-2020 was dan ook om de solvabiliteit minimaal op dit niveau te stabiliseren en dat is gelukt. Grondexploitatie Voor de gemeente betekent het aanhouden van voorraden bouwgrond een risico. Het is immers altijd de vraag of de bouwgrond met winst verkocht kan worden. Om de hoogte van dit financiële risico in beeld te brengen, is het kengetal grondexploitatie vastgesteld. Dit kengetal geeft de verhouding aan tussen de waarde van de voorraden bouwgrond en de jaarlijkse gemeentelijke inkomsten. Hoe hoger dit kengetal hoe meer risico er wordt gelopen. Opgemerkt wordt dat naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, dit rentekosten en risico’s met zich mee brengt. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar.

Dus hoe lager dit percentage is hoe beter het met de gemeente gaat. 3. Kengetal grondexploitatie 50% 45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% Rekening | Actuele | Rekening 2016 | Begroting | 2017 Categorie A | Categorie B | Categorie C | Kengetal 55

Het kengetal voor de grondexploitatie bedraagt eind 2017 18,5%. In de volgende grafiek is de ontwikkeling vanaf 2009 weergegeven. Grondexploitatie 25,0% 20,0% 15,0% 10,0% 5,0% 0,0% | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 Grondexploitatie | 19,0% | 23,0% | 23,0% | 21,0% | 21,0% | 21,0% | 19,4% | 16,6% | 18,5% Zoals u ziet ligt het kengetal sinds 2010 rond de 23%. In 2015 is dit gedaald naar 19% en vervolgens is deze daling omgezet in een stijging in 2017 naar 18,5%. Deze daling wordt veroorzaakt door enerzijds de afwaardering en winstneming van diverse complexen. Dit omdat het percentage wordt berekend door de boekwaarde uit te drukken in een percentage van de boekwaarde ten opzichte van de totale baten van de gemeente (exclusief reserves). Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te kunnen dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De structurele exploitatieruimte wordt berekend door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten. Op deze manier ontstaat er een percentage voor de structurele exploitatieruimte.

Als dit percentage negatief is, betekent dit dat de structurele baten onvoldoende ruimte bieden om de structurele lasten te dekken. Dus hoe hoger dit percentage is, des te beter het gaat met de gemeente. 4. Structurele exploitatieruimte 10% 8% 6% 4% 2% 0% -2% -4% -6% -8% -10% Rekening | Actuele | Rekening 2016 | Begroting | 2017 Categorie C | Categorie B | Categorie A | Kengetal Het kengetal voor de structurele exploitatieruimte bedraagt eind 2017 0%. In de volgende grafiek is de ontwikkeling vanaf 2009 weergegeven. 56

Structurele exploitatieruimte 16,0% 14,0% 12,0% 10,0% 8,0% 6,0% 4,0% 2,0% 0,0% -2,0% -4,0% | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 Structurele exploitatieruimte | 14,0% | -2,0% | 2,0% | 3,0% | 5,0% | 5,0% | 4,0% | 4,2% | -0,2% Vanaf 2011 lag het kengetal tussen de 2 en 5%. Voor 2017 is dit uitgekomen op 0%. Dit percentage wordt negatief beïnvloed door de eenmalige winsten van de grondexploitatie en de wijziging van het activeren van de Lageweg en de Mr. Z. ter Steghestraat verantwoord in de Perspectiefnota 2017-2020. Hoe deze structurele ruimte zich in de komende periode ontwikkeld is sterk afhankelijk van zowel de ontwikkeling in de lasten en van de inkomsten van het Rijk voor de gemeente Steenwijkerland. Belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Door de hoogte van de woonlasten (ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing) in de gemeente te vergelijken met het landelijk gemiddelde kan een indicatie worden gegeven van de belastingcapaciteit. Het kengetal vergelijkt de woonlasten in jaar t met de landelijk gemiddelde woonlasten (COELO) in jaar (t-1). Als dit percentage hoog ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze.

Als indicatie kan worden gegeven dat hoe lager dit percentage is, des te beter het met de gemeente gaat. Voor 2017 komt dit cijfer uit op 87%. 5. Belastingcapactiteit: woonlasten meerpersoons-huishouden 140% 120% 100% 80% 60% 40% 20% 0% Rekening | Actuele | Rekening 2016 | Begroting | 2017 Categorie A | Categorie B | Categorie C | Kengetal In de volgende grafiek is de ontwikkeling vanaf 2009 weergegeven. 57

Gemeentelijke belastingcapaciteit 105,0% 100,0% 95,0% 90,0% 85,0% 80,0% 75,0% | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 Gemeentelijke belastingcapaciteit | 100,0% | 99,0% | 97,0% | 99,0% | 96,0% | 91,0% | 85,0% | 85,0% | 87,0% Zoals u ziet was in deze grafiek een neergaande trend waarneembaar. Dit betekent dat de woonlasten zich steeds verder onder het landelijk gemiddelde bewegen en de belastingcapaciteit in de loop van de jaren is toegenomen. Ten opzichte van 2016 is er weer een lichte stijging. De daling van 2015 heeft zich net als in 2016 niet verder doorgezet. Dit komt doordat de tarieven niet verder zijn gedaald ten opzichte van 2015 als gevolg van het omgekeerd inzamelen van het afval. 5. Gemeentelijke belastingcapaciteit | Rekening | Actuele | Rekening 2016 | Begroting | 2017 A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde | + | 212 | 212 | 212 B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ- | + | 249 | 252 | 252 waarde C. Afvalstoffenheffing voor een gezin | + | 138 | 165 | 165 D. Eventuele heffingskorting voor een gezin | - | - | - | - E. Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde | 599 | 629 | 629 F. Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 | / | 704 | 723 | 723 Woonlasten t.o.v.

landelijke gemiddelde jaar er voor | 85% | 87% | 87% Resumé Kengetallen | Rekening | Actuele | Rekening 2016 | Begroting | 2017 Netto schuldquote | 54% | 53% | 58% Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen | 41% | 39% | 45% Solvabiliteitsratio | 38% | 27% | 38% Grondexploitatie | 17% | 22% | 18% Structurele exploitatieruimte | 4% | -1% | 0% Gemeentelijke belastingcapaciteit | 85% | 87% | 87% Verder wordt nog verwezen naar de databank van de provincie Overijssel voor informatie over de kengetallen in onze provincie. De databank is te vinden op https://overijssel.databank.nl/jive/?cat_show=Gemeentefinanci%C3%ABn. Ook kunt u deze gegevens van de programmabegroting 2018 op de site van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) bij de houdbaarheidstest gemeentefinanciën versie 2018 raadplegen. 58

3.3 | Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen van de gemeente zijn voorzieningen in de openbare ruimte waarvoor investeringen zijn gedaan. Het gaat hierbij om voorzieningen zoals wegen, groen, water, riolering en gebouwen. Het onderhoud aan deze voorzieningen is van groot belang voor het optimaal functioneren van de gemeente, bijvoorbeeld op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie. Het onderhoud is ook nodig om kapitaalvernietiging te voorkomen. De processen die uiteindelijk leiden tot onderhoudsmaatregelen of investeringen zijn ingericht volgens de filosofie van assetmanagement zoals beschreven in NEN-ISO 5500. Hiervoor maakt de gemeente gebruik van een beheerpakket dat aan de hand van inventarisaties en inspecties in het veld up-to-date wordt gehouden. Uitgangspunt voor het gewenste kwaliteitsniveau is de Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR), die in 2007 door de gemeenteraad is vastgesteld. Een nadere uitwerking hiervan is vastgelegd in verschillende beleidsdocumenten. In 2017 zijn veel van deze beleidsdocumenten vernieuwd. In deze paragraaf onderhoud kapitaalgoederen zal per onderdeel de situatie van 2017 worden besproken.

Wegen Areaal Het wegenareaal bestaat uit: Areaal Wegen | Oppervlak (ha) | % • Asfalt | 173 | 49% • Cementbeton | 11 | 3% • Elementen | 158 | 45% • Onverhard | 12 | 3% Totaal | 354 | 100% Beleidskader De gemeente heeft vanuit de Wegenwet een verplichting om de gemeentelijke openbare wegen te onderhouden. De gemeenteraad heeft in 2017 het bijbehorend beleidsplan “Overwegen” 2017-2020 vastgesteld. Het ambitieniveau voor wegen is door de raad vastgesteld volgens scenario basis. Hierbij wordt: - | Het huidig kwaliteitsniveau van het wegennet van de gemeente behouden - | De veiligheid en comfort voor de weggebruikers, het aanzien en de leefbaarheid van de kernen en wijken niet aangetast - | Voorkomen dat binnen en na de planperiode meerkosten ontstaan als gevolg van ernstiger schade en hinder en daarop volgend extra (groot) onderhoud. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties De financiële consequenties van het vastgestelde kwaliteitsniveau zijn berekend in het beleidsplan “Overwegen” 2017-2020.‘ Door middel van jaarlijkse inspecties wordt de houdbaarheid van het beleid regelmatig tegen het licht gehouden. Iedere weg wordt minimaal eens per twee jaar geïnspecteerd, waarbij de wegen worden beoordeeld op verschillende schadebeelden. De inspectiegegevens worden met het geautomatiseerde wegbeheerpakket vertaald naar benodigde maatregelen.

Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Met het vaststellen van het beleidskader in 2017 heeft de gemeenteraad ook ingestemd met het benodigde budget en de benodigde storting in de onderhoudsvoorziening. Riolering Areaal De areaalgegevens van het riool zijn als volgt: Areaal Riool | Aantal | Eenheid • Vrijverval riolering | 420 | km • Persleiding | 61 | km • Drukriolering | 341 | km • Gemalen | 144 | stuks • Randvoorzieningen | 12 | stuks • Minigemalen | 1.150 | stuks 59

60 Beleidskader De beleidskaders voor de riolering zijn vastgesteld in het Watertakenplan Fluvius 2016-2021, dat is op gesteld met het waterschap Reest en Wieden en de zes inliggende gem eenten van het beheergebied van het waterschap. Voo r de gemeentelijke watertaken zijn de volgende vijf bestuurlijke doelen gedefinieerd: 1. Risico’s voor de volksgezondheid door aanraking schadelijke stoffen en geur-overlast maximaal beperken. 2. Beperk wateroverlast door water op straat en beperk overstroming maximaal. 3. Beperk hinder door falen van riolen en door verstopping of werkzaamheden. 4. Zorg voor goede oppervlaktewater-kwaliteit, voer zo weinig mogelijk schoon water af naar de zuivering. 5. De klant staat voorop. Aantal klachten zit onder het landelijk gemiddelde. Twee doelen richten zich op communicatie, meldingen, klachten en afhandeling hiervan. Het betreft doel 1: ‘bescherm de volksgezondheid’ e n doel 5: ‘zorgvuldige dienstverlening’. De overige drie doelen (doel 2: beperk wateroverlast, doel 3: beperk hinder en doel 4: spaar het milieu) bepalen in grote mate de inze t van menskracht en middelen.

Daartoe wordt een aantal strategische keuzes gemaakt: - Inzet op assetmanagement en een sterke betrokkenheid van inwoners en bedrijven; - Inzet op versterken van de duurzaamheid; - Maatregelen afleiden uit de ketenbenadering en de b estuurlijke doelen, daarbij zijn de zorgplichten le idend voor de mate waarin de gemeente haar verantwoordelijkheid invult: o Aanleg van nieuwe voorzieningen; o Gegevensbeheer; o Aansluiting op riolering of IBA; o Onderhoudswerkzaamheden; o Kwaliteit van riolering; o Functioneren van riolering; o Aanpak knelpunten; o Communicatie; o Klimaatverandering; o Afkoppelen; o Overdracht stedelijk water; o Zorgplicht grondwater. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het watertakenplan is niet alleen het beleidskad er vastgelegd, maar zijn ook de financiële conseque nties bepaald. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op het watertakenplan opgenomen in het Uitvoeringsplan Openbare Ruimte. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van het watertakenplan zijn één op één verwerkt in de programmabegroting.

Water en kunstwerken Areaal Het areaal water- en kunstwerken bestaat uit: Water Aantal Eenheid •Watergangen en stedelijk gebied 46 km • Niet schouwsloten 119 km • Schouwsloten 207 km • Greppels 100 km • Duikers 1.500 stuks Kunstwerken Aantal Eenheid • Kunstwerken (bruggen, steigers en overige voorzieningen) 335 stuks • Havens 11 stuks •Oever 120 km • waarvan beschoeiingen 75 km

Beleidskader Het gewenste kwaliteitsniveau van de water- en kunstwerken in de gemeente is vastgelegd in diverse beleidsnota’s en plannen. De volgende documenten liggen ten grondslag aan het nagestreefde kwaliteitsniveau: - | Beleidsplan oeverconstructies Steenwijkerland (2016-2020); - | Beleidsplan oeververbindingen Steenwijkerland (2017-2021) - | Watertakenplan Fluvius 2016-2021; In 2015 is een beleidsplan oeverconstructies vastgesteld. In dit beleidsplan is op basis van voor- en nadelen van verschillende scenario’s gekozen voor een variant waarbij daar waar beschoeiing echt nodig is bij vervanging gekozen wordt voor kunststof. Dit is een duurzaam en financieel gunstig scenario. Dit betekent dat er bij constatering van een matige, slechte of zeer slechte kwaliteit dient te worden gekeken of: 1. | De beschoeiing onder verantwoordelijkheid van de gemeente valt (als het onder particuliere verantwoordelijkheid valt dan dient de gemeente de particulier aan te schrijven en te wijzen op de slechte staat van de beschoeiing, maar verder geen actie te ondernemen); 2. | De locatie vraagt om beschoeiing of dat kan worden volstaan met een natuurlijke oever (als de huidige beschoeiing kan worden vervangen door ene natuurlijke oever dan is dat een duurzamere invulling); 3.

| De beschoeiing kan worden vervangen door een duurzame kunststof beschoeiing (als er toch beschoeiing dient te komen dan heeft een kunststof toepassing de voorkeur boven hout als de omstandigheden dit toelaten). In 2017 is door de raad het beleidsplan Oeververbindingen 2017-2021 vastgesteld met de daarbij benodigde middelen. Hierbij is gekozen voor het onderhoudsscenario beperkt basis. Verhoging van het onderhoudsbudget als gevolg van achterstallig onderhoud en het benodigde budget voor vervangingsinvesteringen voor de jaren 2018 t/m 2021 zijn beschikbaar gesteld. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties De financiële consequenties van de verschillende beleidsplannen en de bijbehorende kwaliteitsniveaus zijn becijferd. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Ten aanzien van het beheer van het stedelijk water (waterwegen en beschoeiingen) is door middel van het vaststellen van het watertakenplan voorzien in een gedeeltelijke dekking van de benodigde middelen. Voor de oeverconstructies geldt dat het benodigde geld beschikbaar is gesteld. Voor wat betreft de baggeropgave wordt samen met de andere waterbeheerders in het gebied getracht om door middel van slim en integraal aan te besteden het gekozen onderhoudsniveau te realiseren.

Ten aanzien van oeververbindingen geldt dat het budget behorende bij het onderhoudsscenario beperkt basis beschikbaar is gesteld. Openbaar groen en speelvoorzieningen Areaal Het areaal groen, sport- en speelvoorzieningen bestaat uit: Areaal Groen- en speelvoorzieningen | Aantal | Eenheid • Bomen | 34.000 | stuks • Gazon | 100 | ha • Extensief beheerd gras | 95 | ha • Bermen | 235 | ha • Hagen | 29.000 | m2 • Plantsoen | 15 | ha • Landschappelijk groen (bos en houtwallen) | 87 | ha • Speelplekken | 170 | stuks Beleidskader Openbaar groen heeft betrekking op boombeheer, plantsoenbeheer, maaibeheer en dierenweides. Hierbij zijn de volgende nota’s en plannen van belang: - | De Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR); - | Beleidsnota Groen, 2007; - | Meerjarenprogramma Groen (MJP Groen), 2011; - | Landschapsontwikkelingsplan (LOP), 2005; - | Kwaliteitshandboek onderhoud openbare ruimte gemeente Steenwijkerland. 61

62 Voor de speelvoorzieningen zijn de volgende nota’s van belang: - Speelplekkenbeleid (2009); - Meerjarenplan Spelen (2014). In het landschapsontwikkelingsplan is aangegeven ho e het landschap ontwikkeld en beheerd kan worden. I n de beleidsnota Groen worden de beheerambities met betrekking tot h et groen beschreven. Een basis onderhoudsniveau is daarbij het uitgangspunt. Naast het dagelijks beheer zijn er am bities op het gebied van duurzaamheid, streekeigen beplanting en een schone, hele en veilige omgeving. Het meerjarenplan Groen geeft aan hoe aan deze ambitie invulling kan worden gegeven. In 2014 heeft de gemeenteraad op basis van een evaluatie besloten om de lijn van het speelplekkenbeleid uit 2009 (‘Plekken om (mee) te spelen’) te continueren. In dit plan is va stgesteld dat de gemeente spelen en bewegen stimule ert en dat daarvoor voldoende speelruimte aangeboden wordt. Om het buit enspelen te stimuleren zijn er uitdagende natuurspe elplekken ontwikkeld gericht op beweging en het prikkelen van de fantasi e. Bij het ontwerpen van speelplekken wordt rekenin g gehouden met medegebruik door kinderen met een beperking. Open s choolpleinen dragen bij in de behoefte aan speelrui mte. Er zijn daarover met diverse scholen afspraken gemaakt. Bij het ontwerp en onderhoud van de openbare ruimte in het algemeen wordt nagegaan hoe de bespeelbaarheid verhoogd kan worden.

Het ond erhoud van de speelvoorzieningen zal op het basisni veau van ‘schoon heel en veilig’ worden uitgevoerd. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het meerjarenplan Groen is becijferd dat om de a mbities die in het beleid zijn vastgelegd te kunnen waarmaken er een extra investering nodig is van € 1,1 mln. verdeeld over v ier jaren. Daartegenover staat een structurele bezu iniging op het reguliere budget, die oploopt tot € 45.000 vanaf 2014. In het meerjarenplan Spelen is voor een periode van 10 jaren becijferd hoeveel geld er nodig is om op het vastgestelde beleid te kunnen uitvoeren. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Met vaststellen van het MJP Groen heeft de gemeente raad het hierboven genoemde investeringsbedrag voor de jaren 2011 t/m 2014 vrijgegeven. In 2016 is deze investering grotendeels afgerond. In de begroting van 2014 is een structurele bezuini ging op het groenbudget doorgevoerd van in totaal € 150.000. Vooralsnog is het uitgangspunt dat de gewenste beeldkwaliteit van het groen kan worden gehandhaafd door slimmer aan te besteden en door (markt)partijen te betrekken bij de wijze waarop de beeldkwaliteit kan worden gerealiseerd. In 2014 is voor het onderhoud van de speelvoorzieningen besloten tot het instellen van een voorziening, met als doel kosten die in de toekomst worden verwacht te kunnen opvangen.

Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Een eventueel tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening. Gebouwen Areaal Hieronder is een overzicht gegeven van de verschillende gebouwen die door de gemeente worden beheerd: Gemeentelijke gebouwen Aantal Eenheid • Binnensport accommodaties 8 stuks • Buitensport accommodaties 16 stuks • Gemeentelijke panden 1 stuks • Werkplaatsen 3 stuks • Brandweer 6 stuks • Musea 5 stuks • Wijkgebouwen 4 stuks • Peuterspeelzalen 4 stuks • Jeugdhonken 2 stuks • Begraafplaatsen 16 stuks • Woningen 5 stuks • Recreatie 12 stuks • MFC 1 stuks • Theater 1 stuks • Overige panden 42 stuks

63 Beleidskader Voor de gebouwen die de gemeente in onderhoud heeft zijn onderhoudsplannen opgesteld. Hierin is het te verrichten onderhoud voor meerdere jaren vastgelegd, inclusief de onderh oudskosten waarmee rekening moet worden gehouden. U itgegaan wordt van drie categorieën onderhoud. Het klachtenonderho ud betreft dagelijks voorkomende calamiteiten en st oringen. Daarnaast is er het onderhoud waarvoor servicecontracten zijn af gesloten. Dit betreft voornamelijk technische insta llaties. Tenslotte is er het planmatig onderhoud. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Op basis van bovengenoemde onderhoudsplannen is voo r de periode van 2016 – 2025 een Meerjarenplan Maat schappelijk Vastgoed opgesteld. Deze plannen worden ieder jaar bij de jaarrekening geactualiseerd. Bij de laatste actualisatie is becijferd dat de jaarlijkse kosten aan planmatig onderhoud ge middeld € 817.000,- bedragen. Uitbreidingen en duur zame maatregelen vallen buiten dit planmatig onderhoud en zullen via investeringen moeten worden gerealiseerd. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Het Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed is verwe rkt in de begroting. De maatregelen voor 2017 zijn vastgelegd in het Uitvoeringsplan Maatschappelijk Vastgoed 2017. Voor het Maatschappelijk Vastgoed is een voorziening ingesteld.

Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Dit tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening .

3.4 | Financiering De financieringsparagraaf bevat informatie over het financieringsgedrag van de gemeente. In het kader van de Wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) zijn regels vastgesteld, die van kracht zijn voor het beheersen van financiële risico’s op aangetrokken en uitgezette middelen. De Wet FIDO is een raamwerk die de risico’s in het financieringsbeleid van de gemeente binnen de perken moet houden en tegelijkertijd flexibiliteit en transparantie in de financieringsstructuur mogelijk maakt. De Wet FIDO is voor onze gemeente nader uitgewerkt in het “Financieringsstatuut gemeente Steenwijkerland”. De gemeenteraad heeft het statuut in haar raadsvergadering van 21 juni 2011 vastgesteld. Een gevolg hiervan is dat de kaders met betrekking tot het beheren en beheersen van de geldstromen zijn vastgesteld. Verder geeft de financieringsparagraaf informatie over algemene ontwikkelingen en concrete beleidsplannen van het risicobeheer, de gemeentefinanciering en het kasbeheer. De gemeente Steenwijkerland streeft er naar om zorgvuldig (doeltreffend en doelmatig) omgaat met de beschikbare financiële middelen. Daarom wordt gestreefd dat benodigde leningen tegen zo laag mogelijke kosten worden aangetrokken, waardoor de renterisico’s kunnen worden beheerst.

Bij het afsluiten van leningen wordt rekening gehouden met de bestaande leningenportefeuille, maar ook met de rentevisie en de renterisiconorm. Wel wordt opgemerkt dat het aantrekken van gelden, alsmede de hoogte van het bedrag, afhankelijk zijn van de inkomende en uitgaande geldstromen bij de gemeente. Risicobeheer Een kernonderdeel van de financieringsparagraaf is het risicoprofiel. In dit verband worden onder risico verstaan: - | Renterisico’s; - | Koersrisico’s - | Kredietrisico’s; - | (intern( liquiditeitsrisico’s en - | Valutarisico’s. Bij onze leningenportefeuille loopt de gemeente een risico in verband met renteherziening en een risico in verband met herfinanciering. In 2017 zijn er geen leningen vervroegd afgelost. Verder hebben we in 2017 in beperkte mate te maken gehad met zgn. kredietrisico’s. Dit zijn risico’s die zich kunnen voordoen bij het verstrekken van leningen aan onder andere publieke instellingen. De totale omvang van deze leningen bedroeg op 1 januari 2017 afgerond € 13,9 miljoen. Per 31 december 2017 bedroeg de restantschuld afgerond € 12,8 miljoen. Renterisiconorm Het doel van de renterisiconorm is om tot een zodanig opbouw van de leningenportefeuille te komen dat het renterisico door renteaanpassing en herfinanciering in voldoende mate worden beperkt.

Als de leningenportefeuille gelijkmatig is opgebouwd, zal ook het renterisico over de vaste schuld gelijkmatig in de tijd zijn gespreid. Als bovengrens wordt een bedrag van 20% van het begrotingstotaal per 1 januari 2017 gehanteerd. Indien de jaarlijks te herfinancieren bedragen onder de norm blijven is er sprake van een beheerste en overzienbare situatie. Zoals uit onderstaande tabel blijkt bedraagt de ruimte onder de risiconorm in 2017 bijna € 17,5 miljoen te zijn. bedragen x € 1.000 Renterisico | Rekening | Rekening 2017 | 2016 Renterisico vaste schulden Renteherziening o/g | - | 2.885 Betaalde aflossingen | 4.750 | 5.241 Renterisico vaste schulden | 4.750 | 8.126 Toegestane renterisiconorm Omvang begroting 2017 (=grondslag) | 111.177 | 124.815 Renterisiconorm (in % van de grondslag) | 20,0% | 20,0% Toegestane renterisiconorm | 22.235 | 24.963 Toets renterisiconorm Ruimte onder renterisiconorm | 17.485 | 16.837 Overschrijding renterisiconorm 64

Kasgeldlimiet Ieder kwartaal wordt een opgave gedaan aan het CBS via informatieverstrekking derden (Iv3). Hieruit kunnen gegevens worden gehaald met betrekking tot de gemiddelde netto vlottende schuld. Dit bedrag mag de kasgeldlimiet –dit is de maximaal toegestane netto vlottende schuld- niet overschrijden. Het percentage voor de kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal, zijnde afgerond € 111 miljoen. Het bedrag van de kasgeldlimiet bedraagt afgerond € 9,5 miljoen. bedragen x € 1.000 Kasgeldlimiet | 1e | 2e | 3e | 4e kwartaal | kwartaal | kwartaal | kwartaal Netto vlottende schuld Omvang vlottende schulden | 7.537 | 6.181 | 419 | 900 Omvang vlottende middelen | 465 | 352 | 439 | 322 Netto vlottende schuld | 7.072 | 5.829 | - 20 | 578 Toegestane kasgeldlimiet Omvang begroting 2017 (=grondslag) | 111.177 | 111.177 | 111.177 | 111.177 Kasgeldlimiet (in % van de grondslag) | 8,5% | 8,5% | 8,5% | 8,5% Toegestane kasgeldlimiet | 9.450 | 9.450 | 9.450 | 9.450 Toets kasgeldlimiet Ruimte onder kasgeldlimiet | 2.378 | 3.621 | 9.470 | 8.872 Overschrijding kasgeldlimiet Zoals u ziet is de kasgeldlimiet niet overschreden. Bij overschrijding zal de toezichthouder indien de overschrijding meer dan twee kwartalen voortduurt ons “verplichten” een langlopende geldlening af te sluiten. Koersrisico In 2017 heeft de gemeente geen overtollige middelen uitgezet.

Kasbeheer Het kasbeheer bestaat uit het saldo- en liquiditeitenbeheer en het beheer van de geldstromen van de debiteuren en crediteuren. Dagelijks wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie van voldoende omvang is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig worden nagekomen. Het betalingsverkeer wordt elektronisch uitgevoerd door de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Naast een rekening bij de BNG heeft de gemeente nog een betaalrekening bij de Rabobank. In verband met een effectief saldobeheer en ter voorkoming van extra rentelasten worden positieve saldo regelmatig van deze rekening gestort naar de betaalrekening van de BNG. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekeningcourantrekening. Voordat middelen worden aangetrokken met een looptijd korter dan 1 jaar, maar langer dan een maand, moet bij minimaal twee instellingen een offerte worden gevraagd. Kasgeldleningen met een looptijd korter dan een maand worden uit praktische overwegingen meestal afgesloten bij de huisbankier (BNG). Het kasbeheer bestaat naast het liquiditeitenbeheer uit het beheer van de geldstromen van de debiteuren en crediteuren. De wettelijke betaaltermijn voor inkomende facturen bedraagt 28 dagen na dagtekening van de factuur, tenzij er redenen zijn om hiervan af te wijken.

Het debiteurenbeheer omvat het zorg dragen voor een tijdige ontvangst van betalingen. De betaaltermijn van uitgaande facturen bedraagt standaard 14 dagen na dagtekening van de factuur, tenzij anders is aangegeven. Te denken valt hierbij aan nota’s voor bijvoorbeeld kosten begraven, grafrechten. De termijn die hier wordt gehanteerd is 30 dagen. De inning van belastingdebiteuren geschiedt zoveel mogelijk door middel van automatische incasso. Gemiddeld maakt 60% van de belastingdebiteuren gebruik hiervan. In 2017 was dit eveneens 60%. Verder komt het nog steeds voor dat er automatische incasso’s worden ingetrokken wegens onvoldoende saldo op de rekeningen van de belastingdebiteuren. Financieringspositie Net als in het bedrijfsleven is het bij de gemeente belangrijk om te weten of zij haar kortlopende en langlopende verplichtingen na kan komen. Hierbij wordt gekeken naar de stand van de investeringen enerzijds en de aanwezige financieringsmiddelen 65

anderzijds. Als de boekwaarde van de investeringen groter is dan de aanwezige financieringsmiddelen, is er sprake van een financieringstekort. Van een financieringsoverschot is sprake als er minder is geïnvesteerd dan de aanwezige financieringsmiddelen. De gemeente beschikt over de volgende financieringsmiddelen: algemene en bestemmingsreserves, voorzieningen en langlopende leningen. bedragen x € 1.000 Financieringsbehoefte | Begroting | Rekening | Rekening | Verschil 01-01-2017 | 01-01-2017 | 31-12-2017 Boekwaarde Boekwaarde vaste activa incl. voorraden | 113.330 | 113.329 | 116.769 | 3.440 Boekwaarde leningen u/g | 16.411 | 16.411 | 15.300 | - 1.111 Totaal boekwaarde | 129.741 | 129.741 | 132.069 | 2.329 Aanwezige financieringsmiddelen Eigen vermogen Reserves | 55.032 | 50.990 | 51.741 | 751 Resultaat boekjaar | 4.042 | 3.682 | - 360 Totaal eigen vermogen | 55.032 | 55.032 | 55.423 | 391 Vreemd vermogen Voorzieningen | 6.633 | 6.633 | 7.516 | 883 Langlopende leningen | 66.432 | 66.498 | 61.748 | - 4.749 Totaal vreemd vermogen | 73.065 | 73.131 | 69.265 | - 3.866 Totaal financieringsmiddelen | 128.097 | 128.163 | 124.688 | - 3.475 Financieringstekort (-/-) c.q. overschot (+/+) | - 1.644 | - 1.577 | - 7.381 | - 5.804 Zoals uit bovenstaande tabel blijkt is het financieringstekort gedurende 2017 is toegenomen met € 5,8 miljoen naar € 7,4 miljoen.

Deze afname wordt voornamelijk veroorzaakt door het hebben van regelmatig positieve saldi op onze rekeningcourantrekening bij de BNG Bank. Verder zijn er diverse investeringen gerealiseerd zoals renovaties sportaccommodaties in Belt-Schutsloot, riolering Blokzijlerdijk, De Hare, Belt-Schutsloot en Steenwijkerwold, Bilderdijkstraat en Kerkplein Vollenhove, uitbreiding aantal starterleningen, aankoop stadstuin, groot onderhoud, incl. zonnepanelen zwembaden, wegen (Torenlanden, Oldemarktseweg, Kallenkote) bruggen en beschoeiingen. Verder zijn er investeringen gedaan op het gebied van automatisering (o.a. bladeservers, inrichting 80 werkplekken, ontwikkeling kritische applicaties, netwerk en 400 MS Office licenties). Daarnaast zijn bij de afdeling Openbare Werken de volgende machines/apparaten aangeschaft een snipperaar, 5 beregeningsinstallaties sport, trekker, vrachtauto met kraan en hogere auto en bedrijfsauto’s. Treasury. De toerekening van rente is een belangrijk aandachtspunt geweest bij de wijzigingen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) met ingang van 2017. Met de wijziging is geprobeerd dat alle gemeenten op dezelfde manier omgaan met hun rentelasten en –opbrengsten. Vanaf 2017 moest rente worden toegerekend aan de taakvelden. In onderstaand renteschema is invulling gegeven aan de doorbelasting van de rentelasten naar de taakvelden.

Met ingang van 2017 is geen rekening gehouden met rente over het eigen vermogen en voorzieningen, de zogenaamde bespaarde rente. Deze rente werd gebruikt als dekkingsmiddel voor de exploitatie. Een gevolg hiervan is dat de wekelijke rentelasten lager uitvallen. Ook het omslagpercentage is lager. Doordat | het omslagpercentage overeenkomstig de Kadernota is vastgesteld is er een saldo ontstaan een saldo op het taakveld Treasury. Per saldo is er een nadelig saldo van € 57.000 bij de jaarrekening. 66

bedragen x € 1.000 Renteschema | Actuele | Rekening | Verschil Begroting | 2017 a. Externe rentelasten over de korte en lange financiering | (-) | - 1.937 | - 2.007 | - 70 N b. Externe rentebaten | (+) | 498 | 516 | 18 V Totaal door te rekenen externe rente | - 1.440 | - 1.491 | - 52 N c1. Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend | (+) | 259 | 207 | - 52 N c2. Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld | (+) | - 275 | - 275 | 0 V moet worden toegerekend c3. De rentebaat van aangetrokken en weer verstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= | (-) | 275 | 275 | - 0 N projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Saldo door te rekenen externe rente | - 1.180 | - 1.284 | - 104 N d1. Rente over eigen vermogen | (-) | - | - | - d2. Rente over voorzieningen (contante waarde) | (-) | - | - | - Totaal werkelijk aan taakvelden toe te rekenen rente | - 1.180 | - 1.284 | - 104 N e. Aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) | (+) | 1.195 | 1.242 | 47 V f. Renteresultaat op het taakveld treasury | 14 | - 42 | - 57 N 67

3.5 | Bedrijfsvoering In het bestuursprogramma Financiën en bedrijfsvoering is aangegeven dat het jaar 2017 in het teken stond van de verdere uitvoering van het concernplan dat is vastgesteld op basis van de Toekomstagenda voor de organisatie met de thema’s Dienstverlening, Participatie, Interne organisatie en Samenwerking. Onderstaand wordt nader ingezoomd op deze vier thema’s en de realisatie 2017. Dienstverlening Dienstverlening draait om het centraal stellen van de vraag en bedoeling van inwoners en ondernemers. Ook voor participatie geldt dat, maar dan gaat het vaak om een vraagstuk en om meerdere initiatiefnemers. De overeenkomst is dat beide een open houding van medewerkers vragen. Daarvoor hebben we in 2017 als aanjaagteam en werkplaats gezamenlijk activiteiten georganiseerd, zoals de zomerspecial van de Triangel en de ‘Doe gewoon anders’-dag in november 2017. Die samenwerking zetten we verder door in 2018. Daarnaast zijn we vanuit dienstverlening in 2017 verder gegaan met klantreizen. Klantreizen geven, samen met informatie uit bijvoorbeeld de klantcontactmonitor, inzicht in verbetermogelijkheden in het dienstverleningsproces. Bij die procesoptimalisering zoeken we ook de verbinding met het nieuwe team organisatieadvies.

In 2017 is een uitbreiding van de (digitale) dienstverlening voorbereid, zodat we in 2018 meer gestructureerd en structureel social media kunnen inzetten voor communicatie met en dienstverlening aan onze inwoners en ondernemers. Ook daarmee geven we invulling aan onze visie op dienstverlening: de vraag centraal. Participatie Doelstelling binnen dit thema is het meer betrekken van inwoners bij plannen, activiteiten en voorzieningen en inwoners de ruimte te geven voor eigen initiatieven. Geslaagde projecten in dit kader waren in 2017 de voortgang herinrichting van de wijk De Torenlanden in Steenwijk, de opstart van de zorgcoöperatie in Dwarsgracht, de ontwikkeling van het dorpsplan in Wanneperveen, de gebiedsgerichte aanpak in Giethoorn en de vele kleinere initiatieven in de Steenwijkerlandse kernen en wijken. Inwoners- en overheidsparticipatie is een belangrijk item voor de gemeentelijke organisatie. Het is een proces van continue aandacht. Zo zijn er verschillende workshops verzorgd onder andere “Hoe denkt een burger” en “De rek in de regels”. Ook een succesnummer is de Inspiratietour. Met ambtenaren langs verschillende initiatiefnemers in de kernen. Hun verhaal en behoeftes aanhoren werkt inspirerend. We worden vaak verrast door de hoeveelheid “eigen kracht en initiatief” in de verschillende dorpen.

Samenwerking Ook wij herkennen de trend: steeds vaker gebruiken we informele (sociale) netwerken en tijdelijke verbanden om een gezamenlijk doel te bereiken. Oude structuren veranderen. Hiërarchie wordt minder relevant en verhoudingen steeds meer gelijkwaardig. Samenwerken is niet meer dan normaal. Daarbij kijken we over onze eigen grenzen heen, zijn we bereid om kennis te delen en maken we gebruik van elkaars ervaring. Deze ontwikkelingen hebben gevolgen voor de koers van ons HR- beleid. Profielen worden algemener en er komt meer ruimte voor ondernemend werken. Daarbij zijn we alert op de competenties die daarvoor nodig zijn. We werken op verschillende onderdelen volop samen, met diverse gemeenten in de regio. Zo hebben we met Westerveld, Meppel, Zwartewaterland en Staphorst beleid ontwikkeld voor de Participatiewet en pakken we samen de werkgeversdienstverlening op. Daarnaast is er natuurlijk de samenwerking in ruimer verband in de Veiligheidsregio en in de gemeenschappelijke regeling voor de RUD IJsselland. Met Zwartewaterland en Staphorst werken we ook samen op het gebied van inkoop. Medio januari 2017 is gestart met het gezamenlijke klantcontactcentrum: telefonische vragen van inwoners en ondernemers uit Zwartewaterland worden nu zoveel mogelijk in het 1e contact beantwoord door het KCC van Steenwijkerland.

Interne organisatie We zijn een lerende organisatie die zich richt op wendbaarheid en verbinding. Een organisatie waar met plezier gewerkt wordt, in goede arbeidsomstandigheden. Maatschappelijke veranderingen gaan niet aan onze deur voorbij. Flexibilisering, toename van het opleidingsniveau, ontgroening en vergrijzing; het zijn zaken waar ook onze gemeente mee te maken heeft. Als men kijkt naar de verhouding tussen het aantal werkzame mannen en vrouwen kan men hier ook een verschuiving waarnemen. In 2017 zijn er voor het eerst in de geschiedenis meer vrouwen dan mannen werkzaam bij onze gemeente. Aantal medewerkers / formatie | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 Totaal aantal medewerkers | 322 | 326 | 333 | 344 Aantal mannen | 171 | 165 | 168 | 167 Aantal vrouwen | 151 | 161 | 165 | 177 Totale formatie | 301 fte | 310 fte | 314 fte | 317 fte 68

Evenwichtige leeftijdsopbouw Een blik op ons personeelsbestand laat zien dat bijna 80% van de medewerkers 45 jaar of ouder is. Willen we ook in de toekomst een aantrekkelijke werkgever zijn, dan moeten we zorgen voor een personeelsbestand dat in balans is. En dat betekent een goede mix tussen jong talent met een frisse kijk op de organisatie én de ervaring van de iets oudere werknemer. Daarom hebben we het ‘generatiepact’ ingevoerd. Hiermee biedt de gemeente medewerkers van 58 jaar en ouder de mogelijkheid om minder te werken met gedeeltelijk behoud van salaris. De loonkosten die bespaard worden door het generatiepact worden ingezet om jongeren aan te nemen. In 2017 hebben 19 collega`s deelgenomen aan het generatiepact. Hierdoor hebben 8 jongeren onder de 27 jaar in 2017 een traineetraject bij ons gevolgd. Zij brengen een frisse kijk op de organisatie mee; wij bieden ze een opleidingstraject aan en geven ze de kans om een gemeentelijke organisatie te leren kennen. Van beide kanten zijn de ervaringen goed.

Leeftijdsopbouw | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 < 25 jaar | 2 | 2 | 3 | 6 25-35 jaar | 38 | 36 | 36 | 41 35-45 jaar | 93 | 77 | 74 | 75 45-55 jaar | 119 | 118 | 125 | 120 55-60 jaar | 40 | 54 | 56 | 64 60 jaar en ouder | 30 | 39 | 39 | 38 Totaal aantal medewerkers | 322 | 326 | 333 | 344 Opleidingen Er zijn voor medewerkers kansen en mogelijkheden voor wat betreft scholing en opleiding. Wij bevorderen scholing en ontwikkeling zodat zowel de medewerkers als de organisatie voorbereid zijn op ontwikkelingen en nieuwe eisen. Naast de reguliere opleiding en vorming voor medewerkers, hebben wij een eigen concernopleidingsprogramma, dat is afgestemd op de thema`s van de strategische HR visie. Het concernopleidingsprogramma, is populair. Niet verwonderlijk, want er zit voor iedereen wel iets interessants in. Wat mooi is, is dat het mes aan twee kanten snijdt. Het bevordert niet alleen kennis en kunde, maar ook de onderlinge samenwerking omdat workshops en trainingen met collega’s uit alle afdelingen en ook met collega’s uit Talentenregio worden gevolgd. En dat komt onze dienstverlening aan inwoners en ondernemers ten goede.

Opleiding | 2015 | 2016 | 2017 Totaal aantal medewerkers die training uit | 272 | 239 concernopleidingsprogramma volgden | 234 Uitgave aan vorming en opleiding | € 241.241 | € 354.535 | € 427.867 Gemiddelde uitgave vorming/opleiding per medewerker | € 740 | € 1.064 | € 1.243 Mobiliteit In Steenwijkerland investeren we in medewerkers. Zij zijn tenslotte ons belangrijkste kapitaal. Daarom zijn we scheutig als het gaat om het bieden van kansen en mogelijkheden. We bieden medewerkers o.a. kansen voor mobiliteit en om door te groeien. Een nieuwe plek betekent voor velen ook een nieuwe inspirerende uitdaging. Soms op heel verrassende en onverwachte wijze. Intern maken wij gebruik van een mobiliteitspool, waar inmiddels 112 collega`s zich voor hebben aangemeld. Een medewerker die deel uitmaakt van deze pool, krijgt een vacature als eerste te zien. Daarnaast werken we samen met 22 overheidsorganisaties in de Talentenregio. Als er een vacature is bij een van de aangesloten organisaties, dan wordt deze eerst via de interne vacaturemarkt van Talentenregio aangeboden. In 2017 zijn er 15 medewerkers die deels dan wel geheel gedetacheerd zijn bij een andere organisatie. Social Return Als we naar ons personeelsbestand kijken, dan zie je een grote diversiteit. Niet alleen in leeftijd, maar ook in achtergrond. Dat is niet een kwestie van toeval, maar iets waar we bewust voor kiezen.

We investeren in mensen. Ook als zij door wat voor reden dan ook wat verder van de arbeidsmarkt af staan. Uiteraard in de eerste plaats via de NoordWestGroep (NWG), onze eigen gemeentelijke N.V.. Maar ook op andere wijze, zoals bijvoorbeeld door het aanbieden van werkervaringsplaatsen aan mensen met een uitkering, of dat nu Wajongers zijn of mensen die uit de ziektewet of bijstand komen of mensen die langdurig werkloos zijn. Met de werkervaring die ze opdoen, worden hun kansen op een baan vergroot. Er is sprake van een intensieve samenwerking met de Intergemeentelijke Sociale dienst/ NoordWestGroep. Zowel wat betreft de invulling van werkervaringsplaatsen als het gunnen van werk aan de NWG. Wat ons betreft hoort dat bij onze organisatie die maatschappelijk verantwoord ondernemen hoog in het vaandel heeft. 69

70 Ensia In het collegeprogramma staat onder de ambitie “wen dbare bedrijfsvoering” onder meer als doel versche rpte aandacht voor integraal risicomanagement. Risicomanagement, ofwel het beheersen van risico’s, kan op verschillende manieren gebeuren. Het geheel aan maatregelen dat wordt getroffen voor het beheersen van risico’s kan worden samengevat onder de term beveiliging. De basis voor een goed beveiligingsbeleid wordt gev ormd door een integraal beveiligingsbeleid en een a dequate beveiligingsorganisatie. De wereld om ons heen staat niet stil. Integendeel. Nieuwe (technologische) ontwikkelingen volgen elka ar steeds sneller op. Denk bijvoorbeeld aan: - Privacywetgeving - Spanningsveld open data en databeveiliging - Digitale ontwikkelingen m.b.t. identificatie en betalingsverkeer - Toegenomen dreiging voor hacking / DDOS Om deze ontwikkelingen het hoofd te kunnen bieden z ijn in 2017 zowel het beveiligingsbeleid als de bev eiligingsorganisatie geactualiseerd en opnieuw vastgesteld. Evenzo belan grijk is dat een organisatie zich op alle niveaus b ewust is van de risico’s die samengaan met de werkzaamheden en daar ook naar handelt. Er wordt dan ook permanent geïnvesteerd i n bewustwording van de medewerkers van de risico’s die samengaan met hun werkzaamheden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Paginanummers tellen de pagina's van het PDF, niet de nummers die op de pagina's gedrukt staan. Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/87a315dc-03af-440b-adfc-ec8d2553011e?agendaItemId=937fc833-58a6-4dff-82c3-c3ac3d1a717d