Informatienota 2020 - 31 - Financiële gevolgen septembercirculaire 2020 en BUIG-budget.pdf
Tekst van het document
College van burgemeester en wethouders - 13 oktober 2020 - 2020_B&W_004031/9 College van burgemeester en wethouders GOEDGEKEURD Zitting van 13 oktober 2020 Bedrijfsvoering - Organisatieadvies 6 2020_B&W_00403 Informatienota Financiële gevolgen septembercirculaire 2020 en BUIG-budget - informeren Samenstelling: Aanwezig: de heer R. Bats, Burgemeester; de heer B. Harmsma, Wethouder; mevrouw T. Jongman, Wethouder; de heer M. Scheringa, Wethouder; mevrouw T. Bijl Zijn eveneens aanwezig: de heer G. Smilda, loco-gemeentesecretaris Afwezig: mevrouw J. Groot de, Secretaris Samenvatting Het rijk informeert de gemeenten o.a. in de septembercirculaire over de gemeentefondsuitkeringen. De ontwikkeling hiervan wordt voor een belangrijk deel bepaald door de hoogte van de rijksuitgaven. De septembercirculaire 2020 laat ten opzichte van de meicirculaire 2020 een hogere Algemene uitkering uit het gemeentefonds zien. Na behandeling van de Miljoenennota is ook het definitieve BUIG-budget 2020 en het voorlopige BUIG-budget 2021 bekend gemaakt. Om gemeenten tegemoet te komen in de financiële gevolgen van de coronacrisis zijn tussen het rijk en de VNG afspraken gemaakt over reële compensatie van gederfde inkomsten en extra uitgaven. In augustus jl. is door het kabinet tot een aanvullend compensatiepakket besloten.
Deze circulaire bevat informatie over het financiële effect voor individuele gemeenten van de maatregelen die via het gemeentefonds lopen. Het gepresenteerde voordeel over het jaar 2020 ter hoogte van € 2.112.000 is inclusief het 2e corona steunpakket (zie onder kopje corona). Hier staan in sommige gevallen ook nog uitgaven tegenover. In de septembercirculaire is ook een aantal bedragen opgenomen die een directe relatie hebben met door de gemeente uit te voeren taken. Deze bedragen worden budgettair neutraal als taakmutatie in de begroting opgenomen. Gevolgen septembercirculaire 2020 en BUIG-budget voor het begrotingssaldo: 2020 2021 2022 2023 2024 Voordeel septembercirculaire (tabel1) + 1.683 + 879 + 1.174 + 521 + 763 College van burgemeester en wethouders - 13 oktober 2020 - 2020_B&W_004032/9 BUIG-budget 456 pm pm pm pm Taakmutaties (tabel 2) - 27 + 21 - 751 - 14 - 15 Nadeel Jeugdhulp - 89 - 89 - 89 Opschalingskorting (compensatie corona) - 392 + - 8 Btw compensatiefonds - 295 - 295 - 295 - 295 Saldo + 2.112 + 205 + 39 + 123 + 364 + = voordeel (bedragen x € 1.000) De financiële gevolgen van de septembercirculaire 2020 en het BUIG-budget worden verwerkt in de Jaarrekening 2020, de Perspectiefnota van volgend jaar en gedeeltelijk (opschalingskorting en Btw compensatiefonds) in de Programmabegroting 2021 - 2024.
Informatienota Inleiding Algemene uitkering Het rijk informeert de gemeenten o.a. in de septembercirculaire over de gemeentefondsuitkeringen. De ontwikkeling hiervan wordt voor een belangrijk deel bepaald door de hoogte van de rijksuitgaven. Wijzigingen in de rijksuitgaven hebben direct invloed op de omvang van de Algemene uitkering (samen de trap op en samen de trap af). De jaarlijkse toe- of afname van de Algemene uitkering op basis van dit principe wordt het accres genoemd. Behalve het accres zijn er ook nog andere factoren die de hoogte van de Algemene uitkering beïnvloeden. Gedacht kan worden aan: bijstelling van aantallen (nominale ontwikkelingen, b.v. woningen en uitkeringsgerechtigden); OZB rekentarieven; loon- en prijsontwikkelingen; Btw compensatiefonds. In onderstaande tabel ziet u wat de septembercirculaire 2020 betekent voor onze gemeente.
Tabel 1 Algemene uitkering septembercirculaire 2020: Totaal 2020 2021 2022 2023 2024 Mei - juni 2020 (inclusief coronacompensatie) 75.916 77.012 77.827 77.801 77.917 September 2020 77.599 77.891 79.001 78.322 78.680 Verschil + 1.683 + 879 + 1.174 + 521 + 763 + = voordeel (bedragen x € 1.000) College van burgemeester en wethouders - 13 oktober 2020 - 2020_B&W_004033/9 BUIG-budget (budget voor bijstandsuitkeringen) Op basis van de laatst bekende informatie van het rijk, de Miljoenennota en de begroting van het ministerie van SZW, wordt het BUIG-budget berekend. Het budget wordt gedurende het begrotingsjaar door het rijk bijgesteld op basis van gerealiseerde aantallen op landelijk niveau. Hierdoor ontstaan de volgende bijstelmomenten: voorlopige beschikking aan de hand van de Miljoenennota (oktober); nader voorlopige beschikking voorjaar van het lopende begrotingsjaar; definitief oktober van het lopende begrotingsjaar. Definitief budget 2020 In de begroting 2020 is een te ontvangen BUIG-bedrag opgenomen ter hoogte van € 12.245.000, zoals dat vorig jaar bekend is gemaakt door het rijk in de voorlopige beschikking 2020. Het bedrag dat wordt ontvangen op basis van de definitieve beschikking 2020 (€ 12.701.000) valt € 456.000 hoger uit dan nu is opgenomen in de begroting. Dit leidt tot een voordeel in de jaarrekening 2020.
In de Najaarsnota 2020 hebben wij u uitgelegd dat wij de ontvangen nader voorlopige BUIG- beschikking 2020 ter hoogte van € 11.805.000 niet hebben verwerkt, omdat de verwachting was dat de rijksbijdrage onder invloed van de coronacrisis en hierdoor een toename van cliëntaantallen, opgehoogd zou worden. Deze verwachting is uitgekomen. Het tekort van € 440.000 op basis van de nader voorlopige beschikking is omgeslagen naar een voordeel van € 456.000 in de definitieve beschikking. Voorlopige beschikking 2021 Stelpost inkomsten BUIG voor extra uitkeringsuitgaven door corona We zien onze bijstandsaantallen, en dus onze uitgaven, fors oplopen en de verwachting is dat het aantal te verstrekken uitkeringen in 2021 en 2022 verder zal toenemen. Of de groei in onze uitgaven leidt tot een navenante stijging van het BUIG-budget is onzeker. In de programmabegroting 2021- 2024 wordt voorgesteld om daar wel vanuit te gaan en voor de extra uitgaven door corona een stelpost aan de inkomstenkant op te nemen. Hiermee lopen we wel een financieel risico. 2021 De voorlopige BUIG-beschikking over het jaar 2021 bedraagt € 13.040.000. In onze begroting staat voor 2021 een bedrag geraamd van € 14.794.000, inclusief een stelpost ter hoogte van € 2.147.000. Dat betekent op dit moment een nadeel van € 1.754.000.
In de toelichting op de beschikking van het ministerie valt echter te lezen dat er ook nog een landelijk bedrag is gereserveerd ter hoogte van € 327,2 miljoen voor de gevolgen van Covid-19. De verwachting is dat er bij gemeenten een toename van cliëntaantallen zal plaatsvinden. De verdeling van het bedrag van € 327,2 miljoen over de gemeenten zal in een later stadium plaatsvinden in overleg met de VNG. 2022-2024 Vanaf het jaar 2022 is in de begroting een bedrag van € 16.611.000 opgenomen als BUIG-ontvangst, inclusief stelpost van € 3.670.000. Als het bedrag van de voorlopige beschikking 2021 ook wordt doorgetrokken naar latere jaren ontstaat vanaf het jaar 2022 een nadeel van € 3.571.000. Wij gaan er vanuit dat het rijk bij toename van de bijstandsuitkeringen de gemeenten hiervoor zal compenseren. College van burgemeester en wethouders - 13 oktober 2020 - 2020_B&W_004034/9 Kernboodschap De septembercirculaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Factoren als belastingopbrengsten, rentelasten, dividendopbrengsten en de grondexploitatie bepalen mede de financiële ruimte. Zij vallen echter buiten het bestek van deze circulaire.
Gemeenten ontvangen op drie tijdstippen in het jaar de informatie over de gemeentefondsuitkering: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de Algemene uitkering; de integratie-uitkering Sociaal domein; de decentralisatie - en (overige) integratie-uitkeringen. Taakmutaties In de septembercirculaire zijn ook budgetten opgenomen die een directe relatie hebben met door de gemeente uit te voeren taken. Deze worden budgettair neutraal (inkomsten = uitgaven) als taakmutatie in de begroting opgenomen. Deze begrotingsposten zijn van het totale voordeel van de Algemene uitkering in Tabel 1 op- of afgetrokken. Alhoewel de middelen vrij besteedbaar zijn, wordt er voor gekozen om deze als taakmutatie op te nemen.
Het gaat hierbij om de volgende taken met bijbehorende bedragen: Tabel 2 Algemene uitkering septembercirculaire 2020: Onderdeel taakmutaties 2020 2021 2022 2023 2024 Waterschaps- verkiezingen 7 7 7 7 8 Uitvoeringskosten SVB; PGB Jeugd-hulp en Wmo 2015 - 69 Aanvulling budget Jeugdhulp 2022 735 Brede aanpak dak- en thuisloosheid 18 32 Gezond in de stad 2 2 2 Versterking omgevingsveiligheids- diensten 7 7 7 7 Verschil + 27 - 21 + 751 + 14 + 15 + = voordeel (bedragen x € 1.000) Toelichting taakmutaties: Waterschapsverkiezingen Op basis van het uitgevoerde onderzoek bij de waterschapsverkiezingen 2019 hebben de VNG en de Unie van Waterschappen (UvW) overeenstemming bereikt over een vergoeding van € 11,2 miljoen voor de waterschapsverkiezingen 2023. Dit bedrag zal in vier jaarlijkse termijnen (2020-2023) van € College van burgemeester en wethouders - 13 oktober 2020 - 2020_B&W_004035/9 2,8 miljoen via het rijk bij de waterschappen in rekening worden gebracht en tegelijkertijd aan het gemeentefonds toegevoegd worden.Tevens zijn afspraken gemaakt over de wijze van indexering voor latere jaren. In deze circulaire vindt dan ook de structurele verwerking plaats.
Uitvoeringskosten SVB Jeugdhulp en Wmo 2015 Ten aanzien van de uitvoeringskosten van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) voor de PGB trekkingsrechten is voor 2021 overeengekomen om op basis van de conceptbegroting 2021 een bedrag van € 24,2 miljoen uit de Algemene uitkering te nemen, waarvan € 18 miljoen uit het subcluster Wmo 2015 en € 6,2 miljoen uit het subcluster Jeugdhulp. Aanvulling budget Jeugdhulp 2022 Het kabinet is gemeenten eerder voor de periode 2019 tot en met 2021 tegemoetgekomen met extra budget om te compenseren voor de extra groei in de jeugdzorg in combinatie met afspraken om de transitie- en transformatiedoelen van de decentralisatie van de jeugdhulp te realiseren (totaal € 1 miljard). Deze periode wordt verlengd door eenmalig aanvullend € 300 miljoen beschikbaar te stellen voor het jaar 2022, omdat het kabinet begrijpt dat gemeenten graag tijdig helderheid willen hebben over de middelen voor de jeugdzorg vanaf 2022. Daarnaast wordt door onderzoeksbureau AEF nu onderzoek gedaan naar of, en zo ja in welke mate, gemeenten structureel extra middelen nodig hebben bij een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de Jeugdwet. De resultaten van dit onderzoek worden eind dit jaar verwacht en dienen als inbreng voor de komende kabinetsformatie. In onze begroting hebben we rekening gehouden met een structurele extra bijdrage vanaf het jaar 2022 van € 824.000.
We ontvangen echter een bijdrage van € 735.000. Dit betekent een structureel nadeel ter hoogte van € 89.000. Brede aanpak dak- en thuisloosheid In de meicirculaire 2020 zijn wij geïnformeerd dat het kabinet dak- en thuisloosheid zoveel mogelijk wil voorkomen en ervoor wil zorgen dat niemand op straat hoeft te slapen. Het kabinet stelt voor de aanpak van dak- en thuisloosheid een financiële impuls beschikbaar van in totaal € 200 miljoen voor de jaren 2020 en 2021. In de meicirculaire is aangekondigd dat € 73 miljoen in 2020 en € 123 miljoen in 2021 beschikbaar komt aan gemeenten voor de brede aanpak dak- en thuisloosheid. De verdeling over gemeenten was in de meicirculaire opgenomen onder voorbehoud van parlementaire besluitvorming. Deze besluitvorming heeft inmiddels plaatsgevonden. Gezond in de stad Bij deze circulaire krijgt een deel van de GIDS-gemeenten een aanvulling op de middelen voor de eerste en tweede tranche impuls Kansrijke Start. Het betreft gemeenten die – als gevolg van een verschil in berekeningswijze bij de derde tranche – naar verhouding een lager bedrag per inwoner ontvangen dan gemeenten van de derde tranche. De eerste en tweede tranche gemeenten die het betreft, waaronder de gemeente Steenwijkerland, ontvangen een aanvullend bedrag op de reeds toegekende bedragen.
Versterking omgevingsveiligheidsdiensten Gemeenten ontvangen jaarlijks in het kader van de meerjarenagenda omgevingsveiligheid 2021-2024 een bedrag van in totaal € 3,8 miljoen. De middelen zijn bedoeld voor lokale versterking omgevingsveiligheid. Dit geeft gemeenten de ruimte om te komen tot lokale prioriteiten bij de uitvoering van omgevingsveiligheidsbeleid. Op die wijze wordt omgevingsveiligheid goed lokaal ingebed. College van burgemeester en wethouders - 13 oktober 2020 - 2020_B&W_004036/9 BTW-compensatiefonds (BCF) Het BCF-plafond bedraagt € 3,15 miljard voor gemeenten in 2020. Als de gezamenlijke declaraties van gemeenten onder het plafond blijven wordt het verschil in het gemeentefonds gestort. Bij overschrijding van het plafond volgt een uitname. In het systeem is opgenomen dat jaarlijks bij de septembercirculaire een voorschot wordt verstrekt op de verwachte onderschrijding van dat kalenderjaar. In de meicirculaire volgend op het kalenderjaar volgt dan de afrekening. In deze circulaire bedraagt het voorschot voor ons € 239.000. De provinciaal toezichthouder staat toe een meerjarige stelpost op te nemen als inschatting op de jaarlijkse onder- of overschrijding van het plafond. Dit ter hoogte van de laatst bekende afrekening. In ons geval is dat € 295.000 over 2019.
Dit aandeel van € 295.000 hebben wij in de concept programmabegroting 2021-2024 al structureel geraamd vanaf het jaar 2021. Wij lopen hierbij wel het risico dat de compensatie achteraf lager uitvalt. Andersom kan natuurlijk ook. Als de onderschrijding achteraf hoger is volgt ook een hogere compensatie. Consequenties voor de gemeente De financiële gevolgen van de septembercirculaire 2020 en het BUIG-budget kunt u aflezen in onderstaande tabel. Tabel 3 Gevolgen septembercirculaire 2020 en BUIG-budget voor het begrotingssaldo: 2020 2021 2022 2023 2024 Voordeel septembercirculaire (tabel1) + 1.683 + 879 + 1.174 + 521 + 763 BUIG-budget 456 pm pm pm pm Taakmutaties (tabel 2) - 27 + 21 - 751 - 14 - 15 Nadeel Jeugdhulp - 89 - 89 - 89 Opschalingskorting (compensatie corona) - 392 + - 8 Btw compensatiefonds - 295 - 295 - 295 - 295 Saldo + 2.112 + 205 + 39 + 123 + 364 + = voordeel (bedragen x € 1.000) De financiële gevolgen van de septembercirculaire 2020 en het BUIG-budget worden verwerkt in de Jaarrekening 2020, de Perspectiefnota van volgend jaar en gedeeltelijk (opschalingskorting en Btw compensatiefonds) in de Programmabegroting 2021 - 2024. Communicatie Niet van toepassing.
Vervolg - College van burgemeester en wethouders - 13 oktober 2020 - 2020_B&W_004037/9 Corona Om te voorkomen dat gemeenten door de coronacrisis in financiële problemen komen, heeft het kabinet in overleg met de VNG tot een tweede compensatiepakket besloten. De verdeling van het pakket vindt o.a. plaats via het gemeentefonds. Gemeenten hebben in de septembercirculaire 2020 informatie ontvangen over het financiële effect van dit compensatiepakket. Met deze nota informeren wij u ook over de nieuw genomen maatregelen. 1. Lokale culturele voorzieningen Gemeenten zijn voor een groot deel verantwoordelijk voor subsidies aan cultuur en houden daarmee de lokale- en regionale culturele infrastructuur overeind. Hierbij kan b.v. gedacht worden aan: bibliotheken muziekscholen musea schouwburgen poppodia amateurkunst Deze organisaties missen nu onder andere inkomsten uit kaartverkoop en horeca, terwijl de vaste lasten, zoals huisvesting, doorlopen. Het kabinet heeft besloten om nogmaals compensatie te verstrekken van € 60 miljoen voor de periode 1 juni 2020 tot 1 januari 2021. Voor onze gemeente betekent dit een extra bijdrage ter hoogte van € 140.000. 2.
Lagere apparaatskosten (opschalingskorting) Gezien de toegenomen financiële druk door corona heeft het kabinet besloten de oploop in de opschalingskorting (100.000+ gemeenten) voor gemeenten in de jaren 2020 en 2021 incidenteel te schrappen. Dit leidt tot een verhoging van de Algemene uitkering van € 70 miljoen in 2020 en € 160 miljoen in 2021. Voor onze gemeente betekent dit een voordeel van € 172.000 in 2020 en een voordeel van € 392.000 in 2021. In de concept programmabegroting 2021-2024 hebben wij voor het jaar 2021 al rekening gehouden met dit voordeel tot een bedrag van € 400.000. Hierdoor ontstaat een klein nadeel van € 8.000. 3. Buurt- en dorpshuizen Het kabinet stelt € 17 miljoen voor 2020 beschikbaar om gemeenten te compenseren voor de extra uitgaven voor de dorps- en buurthuizen als gevolg van de coronamaatregelen. Deze extra uitgaven bestaan onder andere uit het kwijtschelden van huur en het compenseren van tegenvallende inkomsten uit bijvoorbeeld horeca en zaalverhuur van buurt- en dorpshuizen. Onze gemeente krijgt een bedrag van € 34.000. 4. Participatie (Wsw) Eerder heeft het kabinet de gemeenten, voor de periode van 1 maart tot 1 juni 2020, € 90 miljoen verstrekt voor het opvangen van de exploitatietekorten van de Sociale Werkbedrijven als gevolg van de coronamaatregelen.
Het kabinet stelt voor ditzelfde doel aanvullend € 50 miljoen beschikbaar voor de periode van 1 juni tot 1 januari 2021. De gemeente Steenwijkerland ontvangt hiervoor een bedrag ter hoogte van € 184.000, dat wordt toegevoegd aan het budget dat in de begroting beschikbaar is voor de NoordWestGroep. Een eventueel tekort in de exploitatie wordt aangevuld door de gemeente. Afrekening met de NoordWestGroep vindt plaats op basis van het jaarresultaat. Daarnaast wordt nu de bonus Beschut werk uitgekeerd voor de creatie en de continuering van beschutte werkplekken in het jaar 2019. Deze afrekening (staat los van corona) bedraagt € 122.000 en wordt ook toegevoegd aan het budget voor de NoordWestGroep. College van burgemeester en wethouders - 13 oktober 2020 - 2020_B&W_004038/9 5. Vrijwilligersorganisaties jeugd Het kabinet stelt € 7,3 miljoen beschikbaar om lokale vrijwilligersorganisaties, zoals de scouting en speeltuinen, te compenseren voor schade als gevolg van de coronamaatregelen. Voor Steenwijkerland is dit een bedrag van € 19.000. 6. Toezicht en handhaving Het kabinet stelt € 50 miljoen voor 2020 beschikbaar om gemeenten te compenseren voor de extra toezicht- en handhavingskosten als gevolg van de coronamaatregelen; onder andere de extra inzet van boa’s en de extra verkeersmaatregelen. Wij krijgen hiervan € 114.000. 7.
Precariobelasting en markt- en evenementenleges Door de coronamaatregelen waren er in de periode van 1 maart tot 1 juni geen terrassen opgesteld en zijn er geen markten en evenementen geweest. Gemeenten zijn daardoor geconfronteerd met een terugval van inkomsten uit terrasprecario en uit markt- en evenementenleges. Het kabinet heeft besloten de gemeenten voor de periode van 1 maart 2020 tot en met 1 juni 2020 voor dit doel te compenseren voor een bedrag van € 20 miljoen. Voor Steenwijkerland een bedrag van € 13.000. 8. Noodopvang kinderen van ouders met cruciaal beroep Voor kinderen van wie één of beide ouders werken in een cruciaal beroep of vitale sector, werd voor de periode medio maart tot 1 juli gratis noodopvang aangeboden. De (gratis) noodopvang gedurende werkdagen eindigde eerder per 8 juni. Gemeenten hebben deze noodopvang, in overleg met kinderopvangorganisaties en scholen, gecoördineerd. Voor deze periode heeft het kabinet € 23 miljoen in 2020 beschikbaar gesteld ter compensatie van de kosten van deze opvang. Wij ontvangen hiervoor een vergoeding van € 59.000. 9. Eigen bijdrage Wmo De minister van VWS heeft besloten de eigen bijdrage voor de Wmo vrij te stellen voor de maanden april en mei 2020. Aanleiding hiervoor was het feit dat als gevolg van de coronacrisis een substantieel deel van de zorg en ondersteuning in de Wmo niet (volledig) kon worden geleverd.
Vanwege een onevenredige uitvoeringslast voor gemeenten en aanbieders rond het tijdelijk opschorten van de eigen bijdrage is besloten om Wmo-cliënten in genoemde maanden vrij te stellen van de eigen bijdrage. Gemeenten ontvangen een bedrag van € 18 miljoen als compensatie voor de inkomstenderving die hierdoor optreedt, dit is voor ons een bedrag van € 51.000. 10. Extra kosten verkiezingen 2021 Het kabinet stelt € 30 miljoen beschikbaar om gemeenten te compenseren voor de extra kosten voor de Tweede Kamerverkiezing 2021 als gevolg van de coronamaatregelen. De extra kosten hangen onder meer samen met aanvullende kosten voor de inrichting van stemlokalen, voor het mogelijk moeten huren van alternatieve locaties die in de coronacrisis beter geschikt zijn om als stemlokaal in te richten, voor toegankelijkheid van die locaties en voor de aanvullende werkzaamheden die gemeenten moeten doen ter voorbereiding van de verkiezingen. Steenwijkerland krijgt een bedrag van € 102.000. Totaalbedrag corona steunpakket Tabel 4 Samenvatting 2e corona steunpakket Omschrijving 2020 2021 College van burgemeester en wethouders - 13 oktober 2020 - 2020_B&W_004039/9 Omschrijving 2020 2021 Culturele voorzieningen 140.000 Opschalingskorting 172.000 392.000 Buurt- en dorpshuizen 34.000 Participatie (incl.
bonus Beschut werk) 306.000 Vrijwilligersorganisaties jeugd 19.000 Toezicht en handhaving 114.000 Precariobelasting en leges 13.000 Noodopvang kinderen 59.000 Eigen bijdrage Wmo 51.000 Extra kosten verkiezingen 102.000 Totaal 1.010.000 392.000 Het totaal te ontvangen bedrag aan corona compensatie in de septembercirculaire bedraagt € 1.010.000 in 2020 en een bedrag van € 392.000 in het jaar 2021. De te ontvangen compensatiebedragen van het rijk worden verwerkt in de jaarrekening 2020, evenals de eventuele bijbehorende extra uitgaven in 2020. Het bedrag van € 392.000 over het jaar 2021 is al verwerkt in de concept programmabegroting 2021-2024 tot een bedrag van € 400.000. Dit levert een klein tekort op ter hoogte van € 8.000. Ook voor het coronacompensatiepakket geldt dat de middelen door het rijk zijn toegevoegd aan de Algemene uitkering. Deze zijn dus vrij besteedbaar. Besluit Beslispunt 1 Het college besluit de informatienota financiële gevolgen septembercirculaire 2020 en het BUIG- budget vast te stellen.