CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

I30.0 Kwaliteitseisen voorschoolse voorzieningen 2018-2021 - bijlage Notitie kwaliteitseisen voorschoolse voorzieningen.pdf

Raadsvergadering 30 mei 2017, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken3.972 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie

2 3 Inleiding Deze kwaliteitseisen zijn de uitwerking van de Uitgangsnotitie van het beleid voorschoolse voorzieningen 2018-2021 zoals deze is vastgesteld in de gemeenteraad van Steenwijkerland op 11 april 2017. Voor de aanbieders (houder) van voorschoolse voorzieningen in Steenwijkerland geldt dat zij voldoen aan de Wet kinderopvang en de regelingen omtrent VVE. Voor de kinderen die vallen onder de gemeentelijke doelgroep regeling heeft de gemeente aanvullende eisen opgesteld. In deze notitie zijn de aanvullende eisen opgenomen die door de gemeente in samenspraak met de betrokken partijen zijn vastgesteld. Als aanbieders voldoen aan deze aanvullende eisen kunnen zij in aanmerking komen voor een gemeentelijke inkoopregeling / subsidieregeling van peuterplaatsen voor peuters die vallen onder de doelgroepregeling (groep 1, 2) van de gemeente en peuters wiens ouders niet vallen onder de kinderopvangtoeslagregeling (groep 3). Aanbieders kunnen daarnaast aanbod doen voor kinderen die vallen onder de kinderopvangtoeslagregeling (KOT) voor werkende en studerende ouders (groep 4). Voorschoolse voorzieningen richten zich op een brede doelgroep: alle kinderen zijn welkom en alle kinderen hebben belang bij voorzieningen van goede pedagogische en educatieve kwaliteit. Binnen de brede doelgroep onderscheiden wij de volgende subgroepen: 1.

De VVE-doelgroep: kinderen met een risico op taalachterstand (met of zonder recht op kinderopvangtoeslag). Deze kinderen hebben met name behoefte aan een goed uitgevoerd educatief programma. 2. De ‘voorschoolse zorg-doelgroep’: kinderen die opgroeien in een kwetsbaar opvoedkundig klimaat en daardoor risico lopen op ontwikkelingsachterstanden (met of zonder recht op kinderopvangtoeslag). Deze kinderen hebben behoefte aan een positief opvoedklimaat waar veel aandacht is voor de sociaal-emotionele ontwikkeling en gedrag. 3. Kinderen zonder risico op taal- of ontwikkelingsachterstand. Voor alle kinderen is het van belang om zich – door te spelen met andere kinderen – te ontwikkelen. (zonder recht op kinderopvangtoeslag). Daarnaast zijn er: 4. De kinderen zonder risico op taal- of ontwikkelingsachterstand met recht op kinderopvangtoeslag. De gemeente heeft ten aanzien van deze kinderen geen verantwoordelijkheid in de bekostiging. We kunnen de volgende groepen kinderen onderscheiden als het gaat om de financiering of gedeeltelijke financiering van de peuteropvang plaatsen. Alle ouders betalen in principe een inkomensafhankelijke ouderbijdrage, gebaseerd op de ouderbijdragetabel van de Kinderopvangtoeslag.

KOT KOT-VVE KOT-zorg Niet-KOT Niet-KOT VVE Niet KOT- zorg Groep Groep 4 Groep 1 Groep 2 Groep 3 Groep 1 Groep 2 financiering Dagdeel 1 KOT KOT KOT gemeente gemeente gemeente Dagdeel 2 KOT KOT KOT gemeente gemeente gemeente Dagdeel 3 gemeente KOT/gemeente* gemeente gemeente Dagdeel 4 gemeente KOT/gemeente* gemeente gemeente * Anders dan bij de aanvullende uren voor VVE geldt voor aanvullende uren zorgopvang dat deze alleen door de 4 gemeente bekostigd worden voor zover de ouders voor deze uren geen recht op Kinderopvangtoeslag (KOT) hebben. In deze notitie is eerst het overzicht weergegeven van de eisen die vanuit de gemeente worden gesteld aan aanbieders van de voorschoolse voorzieningen. Vervolgens worden deze eisen nader toegelicht en de waarden beschreven die onder deze eisen liggen. Overzicht kwaliteitseisen In het overzicht is te zien voor welke groep de eis wordt gesteld, indien van toepassing. Nr Onderwerp groep Doel Eisen Document opmerkingen A Bereik en aanbod A1 Houder biedt 2 dagdelen voor peuter vanaf 2 jaar Groep 4 bereik van 100% peuters realiseren ouderbijdrage hanteren voor KOT- peuters BD Toeslagentabel Voor alle groepen wordt dezelfde ouderbijdragetabel gehanteerd van de belastingdienst Toeslagen.

Houder biedt 2 dagdelen voor peuter vanaf 2 jaar Groep 3 bereik van 100% peuters realiseren Ouderbijdrage hanteren voor niet KOT-peuters BD toeslagentabel Dagdelen zijn verspreid over 2 dagen A2 Houder biedt tenminste 3 dagdelen voor peuter van 2,5 jaar Groep 1, 2 Bereik van 85 % peuters realiseren Inkomensafhankelijke ouderbijdrage hanteren bij KOT-peuter voor eerste en tweede dagdeel voor derde en vierde dagdeel vast gemeentelijk bedrag hanteren BD toeslagen Dagdelen zijn verspreid over minstens 3 dagen Inkomensafhankelijke ouderbijdrage hanteren bij niet KOT-peuter voor eerste en tweede dagdeel voor derde en vierde dagdeel vast gemeentelijk bedrag hanteren BD toeslagentabel Dagdelen zijn verspreid over minstens 3 dagen Nr Onderwerp groep Doel Eisen Document opmerkingen B Ouders 5 B1 Keuzevrijheid van ouders en preferent aanbod Groep 1, 2, 3, 4 Peuter gebruik laten maken van opvang die meest passend is Bij intakegesprek op de locatie is voor ouder duidelijk welke meerwaarde houder biedt op gebied van VVE of zorg en houder adviseert eventueel voor ander beter passende locatie Het gaat bij groep 1, 2, vooral om opvang op maat, houder kijkt daar scherp naar of opvang passend is of niet Ook bij vaststellen van aantal dagdelen kijken of locatie geschikt is.

Hierbij wordt eveneens gekeken of het kind via de Sociaal Medische Indicatie geplaatst kan worden, dit is een maatwerkregeling B2 Ouderbetrokken- heid bij peuteraanbod en ontwikkelings- doelen Groep 1, 2, 3, 4 Houder draagt zorg voor goede afstemming tussen ouder en opvang Houder draagt zorg voor bij locatie passende activiteiten voor ouders om die afstemming te realiseren en stimuleert ook dat activiteiten thuis plaatsvinden, bv voorlezen -Nieuws Website -ouderbrief -activiteiten opnemen in pedagogisch beleidsplan Denk hierbij aan thema-avonden, meeloopochtenden, oudergroepsgesprekke n, video-interactie B3 Eenmalig huisbezoek bij aanvang of tijdens peuteropvang Groep 1, 2 Vroeg signalering en goede afstemming tussen gezin en opvang realiseren Elk kind van groep 1 en 2 krijgt huisbezoek Verslaglegging in dossier kind -Bij aanmelding van ouder van groep 1 en 2 wordt gemeld dat huisbezoek plaatsvindt Nr Onderwerp groep Doel Eisen Document opmerkingen C Doorgaande lijn basisschool C1 Gebruik kindvolgsysteem Groep 1,2,3,4 De gebruikte Kindvolg- systemen geven breed beeld van ontwikkeling kind.

Houder heeft in beeld welke kindvolgsystemen door (meerdere) basisscholen in gebruik zijn en heeft afgesproken op welke wijze de systemen op zo goed mogelijk op elkaar aansluiten -een kindvolgsystee m -OVP (2012) - op gemeentelijk niveau zorgdragen dat de kindvolgsystemen zo goed mogelijk op elkaar aansluiten 6 C2 Schriftelijke Overdracht gegevens uit kind volgsysteem van ko naar po Groep 1,2,3,4 Pedagogische doorgaande lijn wordt vanuit ko doorgezet naar po. Gegevens uit kind volgsysteem van elke peuter wordt via OVP overgedragen aan leerkracht groep 1 van school waar peuter naar toe gaat -overdrachts- protocol (OVP, 2012) -OVP wordt hiervoor gebruikt, na invoering evalueren en eventueel aanpassen, onder andere voor digitalisering van OVP.

C2 C3 Warme overdracht bij overgang van peuteropvang naar basisschool Groep 1,2 Leerkracht en ouders zijn goed op de hoogte van ontwikkelinge n van peuter, en hebben inzicht in zorgaanbod rondom kind en gezin -Bij overgang naar groep 1 vindt een overdracht gesprek plaats tussen ouders, pm-er en leerkracht (en of IB-er) -pm-er van ko/psz neemt initiatief voor afspraak -van gesprek wordt door leerkracht verslag gemaakt en opgenomen in portfolio van kleuter en voor dossier basisschool -bij peuters, die niet vallen onder groep 1,2 maar die volgens pm- er aanleiding geven voor gesprek met leerkracht en ouder wordt wel warme overdracht toegepast -zorgdragen dat ouders niet overbelast worden, met teveel bureaucratie, vooral bij groep 1,2 risicovol.

Nr Onderwerp groep Doel Eisen Document opmerkingen D Samenwerking sociaal domein D1 Deelname (Bestuurlijke overleg) Afstemming en afspraken maken over voorschools aanbod voor groep 1,2 en 3 met ko en po Actieve deelname en presentie van houder aan de overleggen -bewijs van deelname via notulen en presentielijsten deelnemers -bestaand Bestuurlijk overleg (LEA) en voorschools overleg, werkgroep OAB (thans denktanks) - gemeente heeft en houdt regie over overleggen 7 D2 kennis van CJG (1) Elke pm-er is goed op de hoogte van de zorgstructuur voor het jonge kind en kan ouders gericht informeren en doorverwijzen naar CJG ouders weten welke informatie en ondersteuning er voor hen is via CJG en het KIK Actuele informatie over CJG is op locatie aanwezig, en/of via website van houder CJG is verantwoordelijk voor overzicht van zorg- en hulpverlening aan ouders. Zorgaanbieders zijn verantwoordelijk voor actueel houden van eigen gegevens D3 kennis over en deelname in KindInKern (KIK) Elke locatie heeft informatie over KIK voor ouders. Realiseren van gerichte zorg voor alle kinderen die dat nodig hebben en dit in afstemming met de ouders Houder neemt deel aan overleggen KIK en samenwerkingsafsprak en op locatieniveau. pm-ers zijn op de hoogte van werkwijze KIK.

-KIK is opgenomen in beleid van houder er zijn vaste afspraken over werkwijze van KIK D4 Bezoek jeugdverpleeg- kundige aan locaties Gemeen- schappelijk visie en afstemming realiseren van opvang en ondersteuning van peuters en ouders Houder staat open voor bezoek van verpleegkundige aan locaties en pm-ers. afspraken tussen jeugdverpleeg- kundige en houders in bezoekschema De jeugdverpleegkundige neemt hierin het initiatief. 1 Op moment van vaststelling CJG (centrum voor jeugd en gezin) vanuit doorontwikkeling kan terminologie aangepast worden. Het gaat om doorverwijzing of het betrekken van de juiste aanbieders op gebied van jeugdgezondheidszorg of voorliggende voorzieningen m et betrekking tot jeugdhulp. Nr Onderwerp groep Doel Eisen Document opmerkingen E Professionaliteit pedagogisch medewerkers E1 Aanvullende taaleisen voor alle pm-ers 1,2,3,4, Eind 2019 voldoen alle pm-ers aan taaleis 3 F op zowel spreek- als leesniveau -eind 2019 levert houder overzicht van gerealiseerde resultaten van taalniveau van pm- ers -eind 2019 overzicht van behaalde resultaten In wet IKK (1) wordt taalniveau 3F alleen voor spreekvaardigheid. VVE PM-ers ook leesvaardigheid 3F 8 Bovenwettelijk is leesvaardigheid voor alle PM-ers.

1 IKK (Innovatie Kwaliteit Kinderopvang) Nr Onderwerp groep Doel Eisen Document opmerkingen F Kwaliteit programma F1 Peuteractiviteiten in pedagogisch beleid Ouders zijn op de hoogte van het gerichte peuteractivi- teiten deze peuteractiviteiten zijn beschreven in pedagogisch beleid, Pedagogisch beleid Dit is onderdeel zijn van het gekozen VVE- programma door de houder 9 Nr Onderwerp groep Doel Eisen Document opmerkingen G Monitoring/vera ntwoording G1 Overzicht aantal peuters in groep van 2-4 jaar Groep 1,2,3,4 Houder draagt er zorg voor dat in groep voldoende peuters tegelijk (minstens 3) aanwezig zijn voor uitvoering peuterpro- gramma -houder levert gegevens aan voor jaaroverzicht -gemeente draagt zorg voor monitor Jaaroverzicht Rekening houden met maatwerk oplossingen voor kleine groepen. Wel ambitie vasthouden meerdere peuters op groep te realiseren. Bij minder dan 3 peuters op de groep, geeft de houder dit door aan gemeente G2 Beleidsinformatie ten behoeve monitoren resultaten doelgroep kinderen Groep 1,2 Gemeente beschikt over relevante informatie over bereik, kwaliteit en resultaten van pedagogisch beleid Houder vermeldt in jaaroverzicht -percentage bereikte doelgroepkinderen -duur van doelgroep deelname(aantal weken/maanden) -het gebruikte Vve programma.

Jaaroverzicht -aanleveren van gegevens door houder aan gemeente, moet nog nader worden afgestemd G3 Deelname aan VVE effectmeting en monitoring gemeente Steenwijkerland Groep 1,2, Betrouwbare gegevens over ontwikkelings- niveau van alle doelgroep peuters Houder is verplicht deel te nemen aan de monitor -nog vast stellen Door gemeente vast te stellen monitorsysteem leveren houders dit aan Het gaat hier om geanonimiseerde gegevens 10 Toelichting op eisen en waarden A. Bereik en aanbod De gemeente Steenwijkerland heeft de ambitie alle peuters van haar gemeente een goed aanbod te doen, en daarbij vooral aandacht te schenken aan de peuters die vallen onder de doelgroepregeling (groep 1,2) van de gemeente Steenwijkerland. Tegelijk is het ook wenselijk en van pedagogische meerwaarde dat kinderen van verschillende komaf met elkaar leren spelen. Daarom kan de voorschoolse voorziening vanaf 2018 kortdurende peuteropvang bieden voor peuters van doelgroep 1, 2 en 3. Daarnaast kan de voorschoolse voorziening dit combineren met opvang van kinderen van groep 4. Maatwerk op lokaal niveau moet mogelijk zijn, zodat geen kind buiten de boot hoeft te vallen. De voorschoolse voorziening biedt opvang aan voor alle peuters vanaf 2 jaar voor 2 dagdelen per week. Kinderen van groep 1 en 2 kunnen vanaf 2,5 jaar 4 dagdelen komen.

De voorschoolse voorziening biedt ook opvang aan voor kinderen die op grond van sociaal-medische indicatie (SMI) geplaatst moeten worden. Hierover maakt de voorschoolse voorziening afspraken met de gemeente als daartoe aanleiding is. De voorschoolse voorziening meldt direct aan de gemeente als zij niet in staat of niet bereid is om peuters op te vangen van groep 1, 2, en/of 3. De voorschoolse voorziening hanteert voor alle ouders een inkomensafhankelijke ouderbijdrage. Voor alle groepen geldt het gebruik van de ouderbijdrage tabel van de belastingdienst Toeslagen. De voorschoolse voorziening biedt opvang aan voor groep 3 van maximaal 6 uur, verdeeld over 2 dagdelen, voor maximaal 40 weken per jaar. Voor groep 1 en 2 is dat 10 uur, over minstens 3 en maximaal 4 dagdelen over 40 weken. De voorkeur gaat uit naar 4 dagdelen, maar als dit qua groepssamenstelling niet mogelijk is, zijn 3 dagdelen ook mogelijk. De peute rs die vallen onder groep 1 nemen minimaal 2 dagdelen af via de kinderopvangtoeslag (KOT). Voor het derde en vierde dagdeel stelt de gemeente nog een ouderbijdragebedrag vast. De ouders die vallen onder groep 2, nemen 2 dagdelen af en betalen deze via de inkomensafhankelijke ouderbijdragetabel van de Belastingdienst Toeslagen. Voor het derde en vierde dagdeel stelt de gemeente nog een ouderbijdragebedrag vast. B.

Ouders Voor de gemeente Steenwijkerland is de keuzevrijheid van ouders voor de peuteropvang die p ast bij hun wensen en behoeften erg belangrijk. Dat is ook de reden dat de gemeente met zoveel mogelijk verschillende partners van voorschoolse voorzieningen gezamenlijke afspraken wil maken over de opvang van peuters. Zo ontstaat er een breed en goed dekkend aanbod van voorzieningen over de kernen en wijken van Steenwijkerland. Dat neemt niet weg dat er voor het kind situaties zijn dat de ene peuteropvang beter van toepassing is voor het kind dan een andere peuteropvang. De houder van een voorschoolse voorzienig zal de ouders daarop wijzen en hen eventueel doorverwijzen naar een andere peuteropvang als deze beter past bij de wensen en mogelijkheden van kind en ouders. Houders zijn verantwoordelijk voor de stimulering van de ouderbetrokkenheid bij de opvang van de peuters. Door een goede ouderbetrokkenheid stimuleer je de ontwikkeling van het kind en bereid je kind en ouder beter voor op de basisschool. Maar ouderbetrokkenheid kun je op vele verschillende manieren invullen en is sterk afhankelijk van de achtergrond, wensen en mogelijkheden van de ouders zelf. Daarom is het voor de gemeente van belang concreet aandacht te geven aan de ouderbetrokkenheid, ook in activiteiten en diensten. De Voorschoolse voorziening investeert daarom in relaties met ouders.

Zij ondersteunt ouders, geeft voorlichting of verwijst door naar relevante partners op gebied van zorg en opvoeding. De voorschoolse voorziening creëert ook laagdrempelige ontmoetingen voor en tussen ouders. Dit bevordert de sociale cohesie in de kern of dorp waarin de voorziening is gevestigd. Het is aan de houder zelf daar concreet invulling aan te geven. Deze invulling is terug te vinden in het pedagogisch beleid van de locatie(s) van de houder. 11 Een huisbezoek aan de peuter die de voorschoolse voorziening gaat bezoeken of al bezoekt levert heeft veel voordelen op voor zowel de ouders, het kind als de professionals. Men leert elkaar beter kennen in de persoonlijke sfeer van de het gezin en de professional ziet de levensomstandigheden waarin het kind en zijn ouders verkeren. En de ouders kunnen hun persoonlijke stijl van leven en thuiscultuur duidelijker overbrengen aan de professional. Het geeft meer respect voor elkaar, meer inzicht , en meer informatie. De aanleiding voor het huisbezoek voor groep 1 en 2 i s ook ouders kennis te laten maken met het VVE-programma en de afstemming daarvan met de thuissituatie. Bovendien kan de professional scherper signalen zien van bijvoorbeeld verwaarlozing, armoede, maar ook culturele identiteit van de ouders en het gezin.

Een huisbezoek aan alle peuters die een voorschoolse voorziening bezoeken zou mooi, zijn maar is praktisch niet haalbaar. Daarom wordt de keuze gemaakt om wel een huisbezoek te doen aan de peuters van groep 1 en 2. Bij kinderen die niet onder groep 1 of 2 vallen, maar waarvan de pedagogisch medewerker wel vermoedt dat het opgroeit in een meer kwetsbare gezinsomgeving of dat het kind zelf meer aandacht vraagt vanwege zijn ontwikkeling, kan een huisbezoek wel plaatsvinden. Voor dit kind kan dan gelden dat he t onder de groep 2 valt, namelijk een zorgpeuter. De resultaten van het huisbezoek kunnen na toestemming van de ouders in het dossier van het kind worden opgeslagen. Eventueel kan dit verslag worden meegenomen in gesprekken met het KIK of de JGZ, indien d aar aanleiding toe is. Het huisbezoek wordt uitgevoerd door de direct betrokken pedagogische medewerker van de groep of een pedagogische coach / begeleider van de organisatie. We gaan hier uit van een huisbezoek en ee n verslaglegging van in totaal 2 uur. Het staat organisaties die kinderen opvangen van 0 tot 4 jaar of van 2 tot 4 jaar vrij om ook huisbezoeken te doen bij kinderen die niet vallen onder groep 1 of 2. Echter : hiervoor is geen aparte financiering vanuit de gemeente beschikbaar. C.

Doorgaande lijn basisschool Het is belangrijk dat er wordt gewerkt vanuit een integrale aanpak ten behoeve van de doorgaande ontwikkelingslijn van het kind en de ondersteuning van ouders. Een voorschoolse voorziening kan met éen of meerdere basisscholen een relatie hebben omdat de kinderen als zij vier jaar worden naar verschillende basisscholen kunnen doorstromen. En dat geldt ook voor de basisschool die met meerdere voorschoolse voorzieningen van doen heeft. Dit betekent voor de voorschoolse voorziening en de basisschool dat zij met verschillende partners een educatief partnerschap moeten onderhouden. De voorschoolse voorziening betrekt hierin altijd de ouders en informeert hen ook over deze doorgaande lijn. Tussen de voorschoolse voorziening en de basisscholen word en samenwerkingsafspraken gemaakt om te komen tot een integrale benadering van het kind. Men evalueert de doorgaande lijn regelmatig in de gemeentelijke overleggen die hiervoor zijn bestemd. De voorschoolse voorziening en de basisschool (scholen) streven ernaar zoveel mogelijk één doorgaande ontwikkelingslijn te realiseren, door programma’s zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen, bijvoorbeeld door het gebruik van de kind volgsystemen op elkaar af te stemmen.

De resultaten van het kind volgsysteem worden na toestemming van de ouders altijd doorgegeven door de voorschoolse voorzieningen aan de basisschool waar het kind naar toe gaat als het 4 jaar wordt. Bij groep 1 en 2 vindt ook een warme overdracht plaats tussen ouder, leerkracht groep 1, en de pedagogische medewerker van de voorschoolse voorziening. De pm-er van de voorschoolse voorziening neemt het initiatief voor de warme overdracht en de leerkracht van groep 1 maakt van deze overdracht een verslag. 12 D. Samenwerking sociaal domein Voor een goede samenwerking tussen de voorschoolse voorziening en de partners in het sociaal domein, waaronder de jeugdgezondheidszorg, de jeugdhulp, de kinderbescherming en sociaal -maatschappelijk werk is ook een partnerschap noodzakelijk. Er zijn hiervoor afspraken gemaakt in het samenwerkingsverband van Kind In de Kern (KIK). Kind in de kern is een lichte, laagdrempelige aanpak waarbij ouders/opvoeders, onderwijs en jeugdgezondheidszorg met elkaar om tafel gaan bij signalen van zorg om de aanpak af te stemmen. Vervolg kan bijvoorbeeld zijn even in de gaten houden, netwerk inzetten, opschalen, deskundigheid betrekken. Het gedachtegoed van KIK is dat kinderen zo veel mogelijk in hun eigen kracht komen. Kind in de kern is altijd de eerste stap bij opvoed - en opgroeivragen rondom kinderen.

De voorschoolse voorziening heeft korte en directe lijnen met andere professionals rond ouder en kind, zoals bijvoorbeeld bij spraak-taalproblemen van een kind. Jaarlijks bezoekt de jeugdverpleegkundige de locatie(s) van de houder en stemt af met pm-ers (met toestemming van ouders) over de opvang en ondersteuning van kind en ouder(s). De voorschoolse voorziening investeert in haar relatie met haar partners waardoor continuïteit, aanspreekbaarheid en vertrouwen wordt opgebouwd. De voorschoolse voorziening zorgt ervoor dat de pm-ers ouders goed kunnen doorverwijzen naar de partners in het sociaal domein. E. Professionaliteit pedagogisch medewerkers Het is belangrijk dat de pedagogisch medewerker (pm-er) dié professionele kwaliteiten bezit om een jong kind te stimuleren in zijn ontwikkeling. Daardoor wordt de belangrijkste bijdrage geleverd aan de hoogstaande kwaliteit van de voorschoolse voorziening. De houder draagt er zorg voor dat de pm-er haar kennis voortdurend op de hoogte blijft houden van nieuwe ontwikkelingen door scholing, bijvoorbeeld via video-trainingen of intervisie en vakliteratuur en traint regelmatig haar vaardigheden om professioneel pedagogisch te kunnen handelen. De pm-er is dusdanig gekwalificeerd dat zij zich in het pedagogisch handelen niet alleen laat leiden door een programma.

De ontwikkeling(behoefte) van het kind staat centraal, het programma biedt de structuur in haar pedagogisch handelen. De pm-er wordt voortdurend (bij)geschoold als het gaat om kwetsbare kinderen. Zij weet hoe te signaleren en te handelen. Boven de wettelijke eis van het taalniveau op 3F voor spreekvaardigheid van de pm -er, zijn de pm-ers van de voorschoolse voorzieningen in Steenwijkerland vanaf 2019 ook voor leesvaardigheid gekwalificeerd op 3F niveau. Hierdoor wordt het werk- en denkniveau van de pm-ers verhoogd. F. Kwaliteit programma De voorschoolse voorziening besteedt in haar pedagogisch beleid expliciet aandacht aan de peuters en aan de activiteiten die zij ten behoeve van de peuters uitvoeren. Uitgangspunten hierbij zijn: • Er wordt gewerkt in zoveel mogelijk vaste groepen, op vaste dagdelen. Met vaste pm -ers kunnen kinderen duurzame relaties aangaan wat de sociaal emotionele ontwikkeling ten goede komt • Stabiliteit in de groep biedt zekerheid en rust.

Juist voor peuters van groep 1 en 2 is dit een goede basis voor een doorgaande ontwikkeling in de voorschoolse periode • Een PM-er kan vanuit ervaringen van de vorige dag(en) het kind verder begeleiden 13 • Een PM-er kan een goed en volledig beeld van de brede ontwikkeling van het kind vormen waarop zij haar handelen kan afstemmen • Kinderen kunnen hun spel / activiteit weer oppakken omdat zij elkaar wekelijks tr effen • Gezamenlijke ervaringen tussen kinderen leiden tot gesprekjes, verder uitdiepen en verbreden van hun activiteit. Zo ontstaan duurzame ervaringen • Een groep van ten minste 6 kinderen heeft de voorkeur, waarin ook leeftijdsgenootjes zitten zodat groepsdynamische processen kunnen ontstaan. Bij kleine groepen (minder dan 6 kinderen) zijn de kinderen vooral aangewezen op de pm-er die hen bezig houdt en moet stimuleren tot spelen • Interacties onder leeftijdsgenootjes dragen bij aan de sociaal emotionele ontwi kkeling, het leren samenspelen, naspelen van de wereld om hen heen en de taalontwikkeling • Het vrije spelen, waardoor onderlinge dynamiek en interacties ontstaan, is het hoogste ontwikkelingspotentieel voor kinderen • Spelenderwijs leren kent geen doel voor het kind, maar ontstaan (spontaan) vanuit de behoefte van het kind. Het kind kiest en onderzoekt wat zijn aandacht trekt.

Deze biologische realiteit van kinderen wordt bepaald door zijn breingroei en basisbehoeften. De omgeving stimuleert deze behoefte van het kind • De PM-er zorgt voor een veilige en rijke speelleeromgeving, waar kinderen hun eigen keuze kunnen maken door de aanwezigheid van speelhoeken, waar kinderen kunnen ontdekken en ervaren • Stimuleren is uitdagen en zorgen dat er iets te ontdekken valt, met zo min mogelijk beperkingen en het begeleiden van risico’s. Veel bewegen en goed bewegen is voor de breinontwikkeling van kinderen cruciaal Beweegactiviteiten en naar buiten gaan bieden een kind talloze zintuiglijke ervaringen die de basis leggen voor latere abstract-cognitieve inzichten over bijvoorbeeld natuurkundige verschijnselen, rekenen en wiskunde. Pm-ers geven zelf ook het goede voorbeeld en doen zelf ook mee aan beweegactiviteiten • Spelenderwijs leren betekent ook ingaan op de verschillende behoeften van bijvoorbeeld jongens (meer beweegbehoefte in relatie tot de breinontwikkeling) en meisjes, maar ook van kinderen onderling • De voorschoolse voorziening heeft ook een voorbeeld functie als het gaat om gezond leven en gezonde voeding. Dit wordt gestimuleerd door onder andere het gebruik van gezonde drankjes en hapjes G. Monitoring en verantwoording De gemeente verwacht dat de voorschoolse voorziening transparant is in werkwijze en verantwoording.

De voorschoolse voorziening biedt een peutervoorziening aan op basis van publieke financiering van de gemeente. De voorschoolse voorziening voldoet dan ook aan de eisen rondom publieke financiering wat betreft openbaarheid en transparantie. De voorschoolse voorziening maakt inzichtelijk hoe zij de gemeentelijke middelen inzet voor de opvang van peuters van groep 1,2 en 3. Zij levert jaarlijks de relevante cijfers aan over gebruik van de voorziening door peuters van groep 1,2 en 3 voor de gemeentelijke monitor en geeft een accountantsverklaring af als zij daartoe wettelijk verplicht is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/88cf0cdf-8609-4b05-941b-d1f5038109c0?agendaItemId=e09a3d49-94d5-41bb-a192-37e19e41b377