I21.0 VNG - Aanpassing modelverordening Wmo n.a.v. wijziging uitvoeringsbesluit Wmo.pdf
Tekst van het document
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl Samenvatting De aanleiding tot de wijziging van de modelverordening maatschappelijke ondersteuning 2015 is een wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 met ingang van 1 juni 2017. Er wordt een nieuw artikel 5.4 toegevoegd aan het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 dat tot doel heeft dat een gemeente een reële prijs betaalt voor een Wmo dienst, waarmee de aanbieder kan voldoen aan de gemeentelijke eisen van kwaliteit en continuïteit van deze dienst en de arbeidsrechtelijke verplichtingen aan de beroepskracht die deze dienst verleent aan de cliënt. U201700178 PROD Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad Datum 8 maart 2017 Ons kenmerk ECSD/U201700178 Lbr: 17/013 Telefoon (070) 373 8421 Bijlage(n) 3 Onderwerp Aanpassing modelverordening Wmo n.a.v. wijziging uitvoeringsbesluit Wmo Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl Geacht college en gemeenteraad, Samenvatting De aanleiding tot de wijziging van de modelverordening maatschappelijke ondersteuning 2015 is een wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 met ingang van 1 juni 2017.
Er wordt een nieuw artikel 5.4 toegevoegd aan het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 dat tot doel heeft dat een gemeente een reële prijs betaalt voor een Wmo dienst, waarmee de aanbieder kan voldoen aan de gemeentelijke eisen van kwaliteit en continuïteit van deze dienst en de arbeidsrechtelijke verplichtingen aan de beroepskracht die deze dienst verleent aan de cliënt. 1. Aanleiding wijziging modelverordening maatschappelijke ondersteuning 2015 De aanleiding tot de wijziging van de modelverordening maatschappelijke ondersteuning 2015 is een wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 met ingang van 1 juni 2017. Er wordt een nieuw artikel 5.4 toegevoegd aan het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 dat tot doel heeft dat een gemeente een reële prijs betaalt voor een Wmo dienst, waarmee de aanbieder kan voldoen aan de gemeentelijke eisen van kwaliteit en continuïteit van deze dienst en de arbeidsrechtelijke verplichtingen aan de beroepskracht die deze dienst verleent aan de cliënt.
Daartoe moet de gemeenteraad de volgende zaken in de verordening vastleggen: Het college stelt een vaste prijs of een reële prijs vast voor Wmo diensten en deze prijs is tevens de ondergrens voor een inschrijving in een aanbestedingsprocedure; De vaste of reële prijs moet worden vastgesteld overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van de dienst en het college moet daarbij rekening houden met de continuïteit van de hulpverlening; U201700178 PROD Aan de leden Datum 8 maart 2017 Ons kenmerk ECSD/U201700178 Lbr: 17/013 Telefoon (070) 373 8421 Bijlage(n) 3 Onderwerp Aanpassing modelverordening Wmo n.a.v. wijziging uitvoeringsbesluit Wmo De kostprijselementen waar een vaste of reële prijs op is gebaseerd. De AMvB biedt het college de mogelijkheid om in plaats van zelf een vaste of reële prijs vast te stellen de eis aan de inschrijvende partij te stellen om een reële prijs voor de dienst te hanteren gebaseerd op de eisen met betrekking tot kwaliteit en continuïteit en rekening houdend met de in de verordening genoemde kostprijselementen. Het college beslist met welke derde (aanbieder) hij een overeenkomst sluit. Voor bestaande overeenkomsten geldt een overgangstermijn. Bij verlening van bestaande overeenkomsten moet beoordeeld worden of de overeenkomst voldoet aan de AMvB. De AMvB is van toepassing op alle vormen van Wmo dienstverlening.
Uitgezonderd zijn de verstrekking van hulpmiddelen, en woningaanpassingen. 2. Achtergrond van de totstandkoming Besluit nadere regels reële prijs Naar aanleiding van signalen van vakbonden en aanbieders van huishoudelijke hulp over de negatieve prijsontwikkeling van de Wmo huishoudelijke hulp, heeft de staatsecretaris van VWS de transitiecommissie sociaal domein de opdracht gegeven een groep gemeenten, aanbieders en vakbonden te ondersteunen bij de ontwikkeling van de Code verantwoordelijk marktgedrag thuisondersteuning (hierna: de code). Deze code is gepubliceerd op 31 augustus 2015 en is onderschreven door 90 gemeenten. De staatsecretaris vindt het effect van de code te beperkt en heeft nadere regels in de vorm van deze AMvB gesteld. De AMvB is onderdeel van een breder pakket aan maatregelen waarover de staatssecretaris, de vakbonden en de VNG op 4 december 2015 overeenstemming hebben bereikt. Andere maatregelen zijn een verbod op alfahulpen bij de levering van zorg in natura en de instelling van een Wmo-Kamer naar analogie van de reeds bestaande Werkkamer. In de Wmo Kamer overleggen vakbonden, werkgevers in de zorg en de VNG met elkaar over transitievraagstukken in het sociaal domein. 3. Inbreng VNG/ gemeenten in de consultatiefase van de AMvB De totstandkoming van de AMvB heeft een lange voorgeschiedenis.
Met betrekking tot de eerste versie van de AMvB die op 20 april 2016 in consultatie is gebracht heeft de VNG per brief grote bedenkingen geuit (https://vng.nl/files/vng/brieven/2016/20160428-vng- reactie_concept_amvb_artikel_2.6.6_wmo_2015.pdf). In de definitieve versie is aan veel bezwaren van de VNG tegemoet gekomen. Zo is de verplichting tot het vaststellen van een inkoopplan door de gemeenteraad uit de AMvB gehaald. Van belang is verder dat het college de mogelijkheid behoudt om als eis bij aanbesteding op te nemen dat partijen zich inschrijven met een reële prijs die is gebaseerd op de eisen die de AMvB daaraan stelt. Het college kan zelf een reële prijs of vaste prijs bepalen, maar kan dit ook overlaten aan de inschrijvende partijen. Wij zijn van mening dat de tekst van de AMvB goed aansluit bij de gemeentelijke inkooppraktijk. Steeds meer gemeenten bepalen een vaste prijs voor de gevraagde dienstverlening na overleg met aanbieders. Aanbieders die aan de gestelde voorwaarden voldoen kunnen een overeenkomst krijgen of er kan worden geconcurreerd op kwaliteit. Andere gemeenten zetten alleen de gevraagde dienstverlening in de markt en laten bepalen van het tarief aan inschrijvende partijen over. Weer andere gemeenten bepalen een reële prijs die tevens de ondergrens voor een aanbesteding vormt.
Aanbiedingen beneden de reële kostprijs voldoen niet aan de voorwaarden van de gunning en dienen op grond van artikel 2.114 van de Aanbestedingswet 2012 terzijde te worden gelegd. De AMvB schrijft niet voor dat het college een overeenkomst op basis van een uurtarief moet sluiten met een aanbieder. Op basis van een reële prijs kunnen ook andere financieringsvormen overeengekomen worden zoals resultaatfinanciering of populatiegebonden bekostiging. Naast traditionele zorgaanbieders kan de gemeente overeenkomsten sluiten met zorg coöperaties, buurtplatforms en met ZZP’ers. De AMvB bevat geen landelijke kwantitatieve normering van de verschillende kostprijselementen. Er is geen sprake van tariefregulering of landelijke minimumtarieven. De contractvrijheid van het college wordt niet beperkt. Het college moet de gemeenteraad informeren over de overeengekomen prijzen en de weging die hierbij is gemaakt. 4. Consequenties AMvB voor gemeenten Volgens de toelichting bij de AMvB verwacht het kabinet dat de bestuurslasten zullen toenemen voor die gemeenten die de code nog niet hebben geïmplementeerd in de werkwijzen van hun organisatie. Wij hebben VWS gevraagd de invoeringsdatum op te schuiven naar 1 augustus 2017 zodat gemeenten minimaal de gangbare zes maanden hebben om de aanpassingen in de verordening te kunnen regelen.
Bij het verschijnen van deze ledenbrief had VWS dit verzoek (nog) niet gehonoreerd. Alle gemeenten zullen hun verordening dus vóór 1 juni 2017 moeten aanpassen. De VNG heeft daartoe de modelverordening maatschappelijke ondersteuning 2015 eveneens opnieuw aangepast. Het niet tijdig aanpassen van de verordening door gemeenten in combinatie met het niet hanteren van een reële prijs, leidt tot het gevaar op juridische procedures over de vraag of de gevoerde aanbestedingsprocedure voldoet aan de geldende wet- en regelgeving. Dit brengt het risico met zich mee dat de aanbestedingsprocedure mogelijk opnieuw zal moet worden gevoerd. De VNG is nog met VWS in overleg over de consequenties wanneer gemeenten moeten aanbesteden, terwijl de verordening nog niet is aangepast. Over de financiële consequenties van de AMvB kan de VNG geen uitspraken doen. Gemeenten kunnen dit het beste zelf beoordelen onder andere aan de voorbeelden van tariefopbouw die in de code zijn opgenomen. Voor lopende overeenkomsten is er een overgangstermijn. Wanneer een reeds afgesloten overeenkomst wordt verlengd, moeten gemeenten beoordelen of de afgesproken kostprijzen voldoen aan de eisen van de AMvB.
In de toelichting bij de AMvB stelt VWS dat werkgevers en werknemersorganisaties in de Wmo dienstverlening verantwoord moeten omgaan met hun verantwoordelijkheid in het arbeidsvoorwaardenoverleg over de cao’s in het sociaal domein. 5. Wijziging modelverordening maatschappelijke ondersteuning 2015 en artikelsgewijze toelichting Het bestaande artikel 18 van de modelverordening maatschappelijke ondersteuning 2015 is vervangen door een nieuw artikel 18. Daarin is de tekst van de AMvB (artikel 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015) verankerd. We hebben ter wille van de leesbaarheid gekozen om ook twee facultatieve leden op te nemen in artikel 18. Dit betreft: Het college kan aan de inschrijvende partij de eis kan stellen om een prijs voor de dienst te hanteren gebaseerd op de eisen met betrekking tot kwaliteit en continuïteit en rekening houdend met de in de verordening genoemde kostprijselementen (vierde lid). Het college bepaalt met welke derde (aanbieder) hij een overeenkomst sluit (vijfde lid). Voor de complete nieuwe tekst van artikel 18 en de bijbehorende artikelsgewijze toelichting verwijzen wij naar de aangepaste modelverordening maatschappelijke ondersteuning 2015.
Het nieuwe artikel 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 is van toepassing op opdrachten die na de inwerkingtreding van het besluit zijn aangekondigd (zie hoofdstuk 2.2 van de Aanbestedingswet 2012) of gegund (gunningbeslissing). Op bestaande overeenkomsten is het oude recht van toepassing, tenzij die overeenkomst eenzijdig wordt verlengd. Dit zal vooral spelen bij een in de overeenkomst opgenomen beding tot eenzijdige en ongewijzigde verlenging. Na de inwerkingtreding van het besluit kunnen deze bestaande overeenkomsten alleen worden voortgezet indien zij voldoen aan artikel 5.4. Deze ledenbrief gaat vergezeld van een was-wordt-tabel (bijlage 1, deze kan desgewenst gebruikt worden voor de raadsvoordracht voor de wijziging van de verordening), het model Raadsbesluit wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015 (bijlage 2) en de geconsolideerde tekst van de modelverordening maatschappelijke ondersteuning 2015 (bijlage 3). Voor vragen over deze ledenbrief kunt u terecht bij het informatiecentrum van de VNG. Hoogachtend, Vereniging van Nederlandse Gemeenten J. Kriens Algemeen Directeur Bijlagen: 1. Was- wordt tabel en toelichting 2. Model raadsbesluit wijziging verordening 3. Geconsolideerde tekst modelverordening