CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

I1.1 Natuurmonument - Aanvalsplan voor het Nederlands landschap.pdf

Raadsvergadering 28 februari 2017, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken8.154 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Een land om te koesteren Aanvalsplan voor het Nederlandse landschap

Voorwoord Met trots presenteert Natuurmonumenten u het ‘Aanvalsplan voor het Nederlandse Landschap.’ Onze achterban maakt zich grote zorgen over de teloorgang van het Nederlandse landschap. Tijdens zes streekconferenties gingen honderden zeer be­ trokken mensen hierover op uitnodiging van Natuur­ monumenten met elkaar in gesprek. Als gevolg van deze bijeenkomsten worden er nu tal van initiatieven ondernomen en projecten opgestart. Vele daarvan zijn nog pril en de uitkomst is vaak nog ongewis, maar ik ben nu al onder de indruk van alle energie die men­ sen belangeloos besteden aan hun eigen omgeving. Toch ben ik ook geschrokken. Geschrokken van de zorgen die veel deelnemers zich maken over de toekomst van hun landschap. Dat landschap verliest steeds meer zijn herkenhaarheid, schoonheid en identiteit. Als grootste natuurbeschermingsorganisatie van Nederland hebben we besloten om niet weg te kijken, maar om dit onderwerp op te pakken. Dat is voor ons ook best spannend. Want hoewel Natuur­ monumenten meer dan 100 jaar geleden is opgericht als hoeder van natuur én landschap, hebben we ons de laatste decennia vooral gefocust op het beheren, vergroten en verbinden van onze 355 natuur gebieden. Met dit aanvalsplan spreken we ons nu ook nadrukkelijk uit over de natuurwaarden buiten onze eigen gebieden en buiten het Nationaal Natuur Netwerk.

Dit aanvalsplan was er nooit geweest zonder de deelnemers aan de streekconferenties. In dit boekje komen enkelen van hen aan het woord, maar ik wil iedereen via deze weg hartelijk danken voor zijn of haar bijdrage. Ze zullen u inspireren! Wij hebben ook goed geluisterd naar hun zorgen. Natuurmonumenten wil daarvoor oplossingen creëren, met hen het landschap koesteren. Daarbij kunnen we alle hulp gebruiken. We zijn er namelijk van overtuigd dat een brede maatschappelijke bewe­ ging de teloorgang van het Nederlandse landschap kan stoppen. Doet u mee? Marc van den Tweel, algemeen directeur Natuurmonumenten 3

Inhoud Voorwoord 2 1 Stem geven aan zorgen 6 Het landschap in cijfers 12 2 De kust is van iedereen 14 3 Verbondenheid en respect 18 4 In balans met omgeving 22 5 Aanvalsplan voor het landschap 26 Pleidooi om de handen ineen te slaan! 33 Colofon 34 5 1 Stem geven aan zorgen ‘We moeten uit ander vaatje tappen’ Ondanks mooie woorden en dikke rapporten verliezen onze kenmerkende landschappen meer en meer hun eigen karakter. Dat raakt Natuurmonumenten als beheerder van natuurgebieden direct. Tegelijkertijd groeit in de samenleving de onvrede over het verlies aan kleinschaligheid en eigenheid. Tijd voor actie, zegt Teo Wams, directeur natuurbeheer. Landschap. Het is zo’n woord dat veel en makkelijk wordt gebruikt. Maar als je gaat vragen naar de con­ crete betekenis, blijkt er een grote variatie aan bete­ kenissen te bestaan. De één vult het nogal ‘groen’ in en spreekt over heidevelden, veengebieden en duinen. De ander begint juist bij monumentale gebouwen die een streek een eigen gezicht geven.

In haar visie op natuur en landschap voor de komende decennia definieert Natuurmonumenten ‘landschap’ als volgt: “Aanduiding voor een landelijk gebied met visueel eigen identiteit, als drager van een grote diversiteit aan levensgemeenschappen, flora en fauna, als plaats waar cultuurhistorische waarden getuigen van geschiedenis, van het eigen verleden, en als gebied waar de lokale en regionale bevolking plezierig kan vertoeven, en wat bijdraagt aan stilte, rust en gezondheid.” 1 Stem geven aan zorgen 7 Dat klinkt nogal gewichtig en is veelomvattend. Teo Wams, directeur natuurbeheer van Natuur­ monumenten, vat het voor zichzelf zo samen: “Het landschap is wat je ervaart als je gaat fietsen of wandelen. Kernwoorden die daarbij opkomen zijn: rust, ruimte, openheid, herkenbaarheid, identiteit, cultuurhistorie en een veelheid aan natuurwaarden.” Focus breder Al sinds de oprichting in 1905 onderkent Natuur­ monumenten het belang van dat landschap. Dat wil niet zeggen dat er altijd grote bemoeienis mee is geweest. De afgelopen decennia was de aandacht vooral gericht op het tot stand brengen van de Ecologische Hoofdstructuur, nu Nationaal Natuur Netwerk (NNN) genoemd. Als het over het land­ schap ging, ging dat vooral over de zones rondom de natuurgebieden in het NNN. Die moesten fungeren als buffers om de schadelijke invloeden van de intensieve landbouw op afstand te houden.

De focus is nu breder, zegt Wams. “Als beheerder van natuurgebieden kunnen we er niet om heen dat we ons bezig houden met de kwaliteit van het landschap. Er is een directe relatie tussen wat er in en buiten natuurgebieden gebeurt. Denk aan grondwaterstand, luchtkwaliteit en gebruik van chemische bestrijdings­

middelen. Daar is nu iets bijgekomen. Onze achter­ ban verwacht van ons, als grootste natuurbeschermer van het land, dat wij een rol spelen in het landelijk gebied. Die wil dat wij stem geven aan de zorgen over de achteruitgang van het landschap.” Die verwachting van de achterban komt voort uit twee ontwikkelingen die tegelijkertijd optreden, zegt Wams. “De rijksoverheid heeft de verant­ woordelijkheid doorgeschoven naar provincies en gemeenten. Maar die weten nog niet hoe ze bescherming en versterking van het landschap aan moeten pakken. Tegelijkertijd zie je een hang naar landschappelijke waarden als tegenhanger van globalisering en verzakelijking. Er is behoefte aan kleinschaligheid, herkenbaarheid, authenticiteit. Je ziet dat onder andere terug in de opkomst van slow food en streekeigen producten.” Schaalvergroting gaat door Die kleinschalige, authentieke landschappen vind je nog maar op een paar plekken in ons land. In de afgelopen honderd jaar hebben ontginningen, ruilverkavelingen, schaalvergroting, verstedelijking en uitbreiding van de infrastructuur Nederland een totaal ander aanzien gegeven. En ondanks het besef dat wat we nog hebben toch minimaal behouden moet blijven, eet de ‘vooruitgang’ ook de laatste restjes van de historische landschappen op. Wams: “De schaalvergroting in de landbouw gaat onver­ minderd door.

Landschapselementen als houtwal­ len, hagen en solitaire bomen worden nog altijd verwijderd. Zelfs sloten verdwijnen door overal drainagesystemen aan te leggen. Ik zag pas hoe het coulissenlandschap van Zuid­Drenthe door de bollenteelt is omgevormd tot een eindeloze vlakte. De uitbreiding van steden en het wegennet gaat maar door. Op plekken waar boerderijen verdwijnen zie je allerlei semi­legale en illegale activiteiten op­ duiken. Redenen te over om in beweging te komen.” Biodiversiteit als basis Wat Natuurmonumenten voor ogen staat, is, aldus Wams, een driedeling van het landelijk gebied. “Je hebt gebieden waar de natuur voorop staat, gebieden waar de agrarische productie voorop staat – met inachtneming van een aantal milieu­ en esthetische voorwaarden – en daartussen heb je mengzones, die gekenmerkt worden door een mooi landschap met een ontspannen landbouw, inclusief neventakken in zorg, recreatie en natuurbeheer.” Rondom de grote steden zie je die boerenbedrijven al ontstaan, zegt Wams. En er zijn meer positieve 9 signalen, zegt hij. “De koepelorganisatie van agrari­ sche natuurverenigingen, BoerenNatuur, wil streven naar een ‘natuurinclusieve’ landbouw. Dat wil zeggen dat boeren in hun bedrijfsvoering rekening houden met de flora en fauna op hun bedrijf.

In de wetenschap zie je iemand als Jan Willem Erisman, die laat zien dat niet intensivering maar biodiversiteit de beste basis voor landbouwproductie is. Vooral bij jonge boeren is er belangstelling voor die opvat­ ting. Wij proberen dat verder te stimuleren door onze bijdrage aan de opleiding ‘Natuurboeren’ op de agrarische hogeschool in Dronten. Het Land­ schapsobservatorium van LandschappenNL houdt de ontwikkelingen in het Nederlandse landschap nauwlettend in de gaten. En je ziet ook een grote betrokkenheid bij burgers, wat zich bijvoorbeeld uit in de vraag naar biologische producten, maar ook in het verzet tegen kustbebouwing en windturbines.” Ander vaatje De signalen hebben één grote gemene deler: het initiatief komt uit de samenleving, niet van de over­ heid. Wams: “De vraag is nu: hoe breng je vaart in die ontwikkelingen. Je kunt daarvoor niet volstaan met het presenteren van ideeën en voorstellen. We moeten uit een ander vaatje tappen. We willen betrokkenen in het landelijk gebied bij elkaar brengen, ze stimuleren zelf met ideeën te komen en ook zelf die ideeën uit te gaan voeren.” In 2016 organiseerde Natuurmonumenten daartoe streekconferenties in Norg (Dr.), Vorden (Gld), Neeltje Jans (Zld), Camperduin (NH) en Katwijk (ZH); de laatste drie gingen over de bescherming van het kustlandschap. “We hopen dat dit als kata­ lysator kan werken.

Hoe het precies vorm moet krijgen is ook voor ons een zoektocht. De streek­ conferenties zijn een nieuw middel, die soms ook argwaan wekken. Want is er geen geheime agenda? Nee, het is een manier om mensen bij elkaar te bren­ gen die een gedeelde betrokkenheid hebben bij hun landschap, maar elkaar tot nu toe niet opzochten.” Natuurmonumenten, benadrukt Wams, wil niet sturen naar een bepaalde uitkomst, maar vertrouwt erop dat betrokken mensen het beste voor hebben met hun landschap. Initiatieven als Dommelbimd bij Boxtel (NB) en het Binnenveld bij Wageningen (Gld), waar burgers een stuk van het landschap kopen en gaan beheren, zijn variaties op het thema: zelf zorgen voor je landschap. “Daar doen ook men­ sen mee die vakmatig met natuur­ en landschaps­ beheer bezig zijn. Dat is in het Biessummerbos bij Delfzijl (Gr.) niet het geval. Daar zorgen ‘gewone’ 10 burgers voor hun bos. Het gaat met vallen en opstaan, maar nu krijgen ze het zelfs voor elkaar dat het bos wordt uitgebreid. Een heel mooi voorbeeld.” Beweging op gang brengen Dergelijke initiatieven wil Natuurmonumenten graag op gang brengen en ondersteunen, zegt Wams. “Ik hoop dat het over een aantal jaren krioelt van dit soort initiatieven, ook van commerciële par­ tijen en maatschappelijke organisaties, die het land­ schap tot leven brengen.

Overheden onder steunen die beweging en stellen ook kaders waarbinnen het landschap zich kan ontwikkelen; enige sturing is nodig om wildgroei te voorkomen. Dat zie je nu heel duidelijk bij de kust. Daar moet de overheid sturend optreden. Dat is ook wat mensen verwachten.” De uitkomst is een levend landschap, aldus Wams. “We bewaren met elkaar wat bewaard moet worden, maar fixeren het landschap niet. Per slot van reke ning is het landschap de uitkomst van wat mensen er steeds weer aan toevoegen en weghalen. Je kunt ook niet alle houtwallen en heggen weer terugbrengen. Je kunt het landelijk gebied wel opnieuw dooraderen met groenstroken en water­ lopen. Ook daarmee kunnen we kernwaarden als kleinschaligheid, authenticiteit, diversiteit, balans en schoonheid terugbrengen.” ‘ Ik hoop dat het over een aantal jaren krioelt van initiatieven die het land­ schap tot leven brengen’ 11 Voorkeur: kleinschalig landschap Nederlanders hebben de hoogste waardering voor de kleinschalige landschappen in de oostelijke helft van ons land, voor duinen en strand en voor het Limburgse Heuvelland. Het gaat om landschappen waarin natuur en historie herkenbaar zijn. Open landschappen met veel verstedelijking, zoals de Randstad, of akkerbouw, zoals Flevoland, Groningen en Zeeland, scoren veel lager.

Boerenland verarmt Terwijl de biodiversiteit in natuur- gebieden langzaam verbetert, gaat de achteruitgang in het boerenland op alle fronten door als gevolg van de verdergaande intensivering van de landbouw. Weidevogels In de afgelopen vijftig jaar is het aantal broedvogels van het boerenland met driekwart afgenomen; dat komt naar schatting neer op 4,5 miljoen broedparen. Het buitengebied wordt leger en stiller. Bedrijventerreinen 30% Roet en fijnstof Er is een forse toename van vakantiehuizen en hotels langs de kust; in totaal gaat het om meer dan 8.000 eenheden/objecten. Steden kampen met hoge concentraties roet, in het buitengebied zit teveel fijnstof in de lucht. Dat leidt tot gezondheids- problemen bij bewoners. Milieudruk blijft te hoog De natuur blijft schade ondervinden van lucht- en waterverontreiniging buiten natuurgebieden. De milieu-omstandigheden verbeteren sinds 2010 nauwelijks meer. 253 154 32 29 26 61 9686 15 147 68 35 Festivalisering Groei kustbebouwing Sinds 2012 is het aantal festivals in ons land met 18% toegenomen tot meer dan duizend. In 2015 trokken ze samen 26 miljoen bezoekers. 44% minder natuur In de tweede helft van de vorige eeuw is de oppervlakte natuur met 44% afgenomen. Behalve bos en moeras zijn alle typen natuur (veel) kleiner geworden.

0 1000 2000 3000 4000 5000 Voorgestelde initiatieven bij gemeenten komende 3 jaar In procedure of vastgesteld voor de komende 3 jaar In uitvoeringGebouwd 2012 - 2015 ZeelandZuid-HollandNoord-Holland Verandering doelsoorten in 1990 - 2005 ten opzichte van 1975 - 1989 -40 -20 0% 20 DagvlindersBroedvogelsVaatplanten Agrarisch gebied (> 100ha)Natuurgebied (> 100ha) +18% -10% +12% -40% -15% -33% 20 40 60 80 100 120 140 Tureluur Scholekster Kievit Grutto 201520102005200019951990 0 500 1000 1500 2000 2500 Aantal turbines op land 50 100 150 200 250 Hoogte windmolen 2015 20202010200520001995 Meer turbines, minder waardering Het aantal windturbines is sterk gestegen. Als windturbines zichtbaar zijn, ligt de waar- dering van het landschap binnen 1,5 km van de turbine met een derde lager dan wanneer er geen windturbine zichtbaar is. Op 2,5 km afstand is nog sprake van een afname van de waardering van het landschap met een kwart.

Windturbines, 2015 1 10 25 50 100 200 Aantal per gemeente <0,4 0,4 - 0,6 0,6 - 0,8 0,8 - 1,0 1,0 - 1,5 >1,5 <10 10 - 12 12 - 14 14 - 15 15 - 16 >16 Roet 2014 (microgram EC/m3) Fijn stof 2014 (microgram pm 2,5/m3) 1990 1995 2000 2005 2010 2015 2020 Index (niveau voor duurzame instandhouding natuur = 100) 0 100 200 300 400 Verdroging Vermesting zoet water Vermesting zout water Verzuring land (NOx en SO2) Stikstofdepositie land Milieudruk op water en natuurgebiedenMeer dan 8,0 7,0 - 8,0 6,5 - 7,0 6,0 - 6,5 Minder dan een 6,0 Bebouwd gebied Rapportcijfer aantrekkelijkheid landschap Bos Hoogveen Stuifzand Heide Duin en strand Kwelders Moeras Geen natuur meer 1950 1990 groei van het oppervlakte bedrijventerreinen in de afgelopen 15 jaar. Dat komt overeen met het landoppervlak van de gemeente Rotterdam. Voorkeur: kleinschalig landschap Nederlanders hebben de hoogste waardering voor de kleinschalige landschappen in de oostelijke helft van ons land, voor duinen en strand en voor het Limburgse Heuvelland. Het gaat om landschappen waarin natuur en historie herkenbaar zijn. Open landschappen met veel verstedelijking, zoals de Randstad, of akkerbouw, zoals Flevoland, Groningen en Zeeland, scoren veel lager.

Boerenland verarmt Terwijl de biodiversiteit in natuur- gebieden langzaam verbetert, gaat de achteruitgang in het boerenland op alle fronten door als gevolg van de verdergaande intensivering van de landbouw. Weidevogels In de afgelopen vijftig jaar is het aantal broedvogels van het boerenland met driekwart afgenomen; dat komt naar schatting neer op 4,5 miljoen broedparen. Het buitengebied wordt leger en stiller. Bedrijventerreinen 30% Roet en fijnstof Er is een forse toename van vakantiehuizen en hotels langs de kust; in totaal gaat het om meer dan 8.000 eenheden/objecten. Steden kampen met hoge concentraties roet, in het buitengebied zit teveel fijnstof in de lucht. Dat leidt tot gezondheids- problemen bij bewoners. Milieudruk blijft te hoog De natuur blijft schade ondervinden van lucht- en waterverontreiniging buiten natuurgebieden. De milieu-omstandigheden verbeteren sinds 2010 nauwelijks meer. 253 154 32 29 26 61 9686 15 147 68 35 Festivalisering Groei kustbebouwing Sinds 2012 is het aantal festivals in ons land met 18% toegenomen tot meer dan duizend. In 2015 trokken ze samen 26 miljoen bezoekers. 44% minder natuur In de tweede helft van de vorige eeuw is de oppervlakte natuur met 44% afgenomen. Behalve bos en moeras zijn alle typen natuur (veel) kleiner geworden.

0 1000 2000 3000 4000 5000 Voorgestelde initiatieven bij gemeenten komende 3 jaar In procedure of vastgesteld voor de komende 3 jaar In uitvoeringGebouwd 2012 - 2015 ZeelandZuid-HollandNoord-Holland Verandering doelsoorten in 1990 - 2005 ten opzichte van 1975 - 1989 -40 -20 0% 20 DagvlindersBroedvogelsVaatplanten Agrarisch gebied (> 100ha)Natuurgebied (> 100ha) +18% -10% +12% -40% -15% -33% 20 40 60 80 100 120 140 Tureluur Scholekster Kievit Grutto 201520102005200019951990 0 500 1000 1500 2000 2500 Aantal turbines op land 50 100 150 200 250 Hoogte windmolen 2015 20202010200520001995 Meer turbines, minder waardering Het aantal windturbines is sterk gestegen. Als windturbines zichtbaar zijn, ligt de waar- dering van het landschap binnen 1,5 km van de turbine met een derde lager dan wanneer er geen windturbine zichtbaar is. Op 2,5 km afstand is nog sprake van een afname van de waardering van het landschap met een kwart.

Windturbines, 2015 1 10 25 50 100 200 Aantal per gemeente <0,4 0,4 - 0,6 0,6 - 0,8 0,8 - 1,0 1,0 - 1,5 >1,5 <10 10 - 12 12 - 14 14 - 15 15 - 16 >16 Roet 2014 (microgram EC/m3) Fijn stof 2014 (microgram pm 2,5/m3) 1990 1995 2000 2005 2010 2015 2020 Index (niveau voor duurzame instandhouding natuur = 100) 0 100 200 300 400 Verdroging Vermesting zoet water Vermesting zout water Verzuring land (NOx en SO2) Stikstofdepositie land Milieudruk op water en natuurgebiedenMeer dan 8,0 7,0 - 8,0 6,5 - 7,0 6,0 - 6,5 Minder dan een 6,0 Bebouwd gebied Rapportcijfer aantrekkelijkheid landschap Bos Hoogveen Stuifzand Heide Duin en strand Kwelders Moeras Geen natuur meer 1950 1990 groei van het oppervlakte bedrijventerreinen in de afgelopen 15 jaar. Dat komt overeen met het landoppervlak van de gemeente Rotterdam. 2 De kust is van iedereen ‘ Dit mag je niet verkwanselen aan kortetermijnbelangen’ Arjan van Oostenbrugge (52) is een kind van de kust. Als het maar even kan, kun je hem vinden op het strand of in de duinen van Goeree. Hij gruwelt bij de gedachte dat zijn landschap volgebouwd wordt. Het kustlandschap moet voor iedereen toegankelijk blijven, stelt hij. Tijdens zijn mountainbike­tochten langs de kust zag Arjan van Oostenbrugge de laatste tijd de eerste huisjes op het strand verschijnen. Hij begon zich al wat zorgen te maken.

Toen hij de kaart zag waarop de plannen voor de hele kust waren ingetekend, was hij ronduit geschokt. “Ik schrok me dood.” Vervolgens werd hij verontwaardigd. “Dit mag niet doorgaan. De kust is niet voor de happy few. De kust is voor ieder­ een en dat moet je voor altijd beschermen.” Gek van die plek Arjan groeide op in Stellendam, een vissersdorp op Goeree­Overflakkee. Vanaf z’n negentiende woonde hij in diverse delen van de Randstad, maar de band met het kustlandschap van zijn jeugd bleef behouden. Met zijn vrouw nam hij het vakantie­ huisje van zijn schoonouders in Goedereede, niet 2 De kust is van iedereen 15 ver van Stellendam, over. Ze wonen nu in Den Haag, waar hun bedrijf Motivatie werkt! is gevestigd, maar ze zijn zoveel mogelijk in hun geboortestreek. “Ik ben helemaal gek van die plek. Je moet er via de Europoort naartoe. Maar als ik dan aan m’n linkerkant het Haringvliet zie en aan m’n rechterkant de zee, dan ben ik weer thuis. De rust, de ruimte, de natuur, het boerenland, het uitzicht op de Kwade Hoek. Het ziet er nog net zo uit als in mijn kinder jaren. Prachtig.” Het is het landschap waar zijn jeugd zich afspeelde. “Ik speelde in de haven, voetbalde op het strand, werkte bij de boer. We haalden daar heel, heel domme dingen uit. We zwommen bijvoorbeeld naar het dok.

Klommen op het schip dat erin lag en sprongen van de punt van de boot de haven in, en dan zo dat je met je voeten in de modder zakte. Ja, het is altijd goed gegaan. En we klommen op de reling van de sluisbrug als die openging. Als je op het goede moment op de brug sprong, kon de sluiswachter je niet zien. Als je op de reling zat uiteraard wel. We konden niet dezelfde weg terug. Dus sprongen we het water in en zwommen weg. Dat zijn herinneringen die me voor de rest van mijn leven verbinden met de kust.” Wat voor hem geldt, geldt voor zoveel kust­ bewoners. Maar niet alleen voor hen, zegt Arjan. “In de zee, op het strand en in de duinen zijn zoveel mensen op hun eigen manier actief. Zwemmen, surfen, mtb’en, wandelen, fietsen, longboarden, zoeken naar bijzondere planten en dieren. En wie niet actief wil zijn, ligt te zonnen of geniet van het uitzicht. De kust is zó belangrijk voor zó verschrik­ kelijk veel mensen. Dat mag je niet verkwanselen.” Nu bouwen, straks leegstand Maar dat is wel waar hij nu ziet gebeuren. Er stonden opeens huisjes op het strand van Hoek van Holland. Op De Punt aan de Grevelingen verrezen zestien villa’s op een locatie waar tot dan toe duizenden mensen kwamen, waar lepelaars voedsel zochten, waar een surfschool een ideale uitvalsbasis had.

“En nu moeten daar nog eens 350 huizen bij gebouwd worden ‘ Het rijk moet de kust als één groot nationaal park beschouwen’ 16 op Brouwerseiland, met een hoogte van maximaal twaalf meter. Weet je wat dat betekent?” Camera’s, slagbomen, bewakers, honden. Hij ziet het allemaal komen. “Ik maak me daar vreselijk veel zorgen over.” Tijdens de kustbijeenkomst op Neeltje Jans in juni, georganiseerd door de campagne ‘Bescherm de kust’, zag Arjan dat Brouwerseiland geen unicum is. Er liggen dergelijke plannen klaar voor de hele kust. “Dit is echt een schrikbeeld. Enkele Belgen op bijeenkomst zeiden: ‘Kijk toch wat er bij ons is gebeurd. Onze kust is dertig, veertig jaar geleden dichtgebouwd en nu is er grote leegstand.’ Wat er nu met de kust dreigt te gebeuren, is wat al heel lang met onze dorpen gebeurt. Allemaal moesten ze zo nodig winkelcentra en bedrijventerreinen. Alle dorpen zijn op elkaar gaan lijken en intussen staan al die lelijke bedrijfsgebouwen leeg. Gemeenten zouden daarvan moeten leren en niet dezelfde fouten maken langs onze kust.” Eén groot nationaal park De oplossing ligt wat Arjan betreft in een strakke regie rol voor de rijksoverheid. “Ik heb me er de laatste tijd in verdiept en zie dat wethouders door lokale en soms ook eigen belangen kwetsbaar zijn; ze zijn niet opgewassen tegen projectontwikkelaars.

Het rijk moet de kust als één groot nationaal park beschouwen, van Cadzand tot Schiermonnikoog. Voor dat park moet een samenhangende visie gelden met als uitgangspunt dat samenhang van zee, strand en duinen, die onze kust zo mooi, zo karakte­ ristiek maakt, behouden blijft. De enige instantie die kan voorkomen dat dat prachtige landschap wordt verkwanseld wordt aan kortetermijnbelangen is volgens mij het rijk.” Dat hoeft in Arjans ogen niet te betekenen dat de kust helemaal vrij van bebouwing moet zijn. “Er is nu een mooie afwisseling. In Vlissingen, Hoek van Holland, IJmuiden en Den Helder kun je genieten van reusachtige schepen die langs varen. Zelfs de Hoogovens hebben een zekere charme. Scheveningen is mooi omdat het Scheveningen is; dat moet je ergens anders niet gaan kopiëren. T ussen die bebouwde delen moet er ruimte zijn waar de natuur haar gang kan gaan. Daar kun je verstuivings processen de ruimte geven. Dat lukt niet als je dat vol gaat zetten met huisjes.” Kustontmoetingen: pleidooi voor koesterbeleid Afgelopen zomer waren er drie ontmoetingen over de kust op Neeltje Jans, in Katwijk en in Camperduin. De zorg over de enorme hoeveelheid bouwplannen was bijzonder groot, zoals onder meer bleek uit de volgende hartenkreet: “Koester de kust als je kind! Dat wil je beschermen en dat mag geld kosten.

Er is koesterbeleid nodig!” De zorg vertaalde zich in een grote betrokkenheid. Tweederde van de deelnemers meldde zich aan om mee te doen aan vervolgacties. Voor een goede bescherming van open en toegankelijke strand en duinen zien de deelnemers een grote rol voor de (provinciale) overheid. Het gaat daarbij niet alleen om het weren van bebouwing, maar ook om het tegengaan van verrommeling, het versterken van natuurwaarden en een goede balans tussen recreatie en natuur. 17 3 Verbondenheid en respect ‘ Kinderen moeten weten in welk landschap ze opgroeien’ Vijftien jaar geleden namen Sietske Hilhorst-Elzinga en haar man Peter Hilhorst het melkveebedrijf van zijn ouders over. Ze melken nu 110 koeien en hebben 70 hectare grond. De boerderij in het Drentse Een, waar ze met hun vier kinderen wonen, staat aan de rand van het Norger Esdorpenlandschap, een gebied met beekdalen, essen en bossen. Sietske houdt ervan. “Het ene moment ben je in het bos, het volgende in het open veld. Die afwisseling vind ik erg mooi.” Ze is geboren en getogen in Friesland. De liefde bracht haar naar de andere kant van de provincie­ grens. Intussen voelt ze zich verbonden met het landschap waar haar leven zich nu afspeelt. Vooral de geschiedenis vindt ze fascinerend. “Rond 1900 lag dicht bij onze boerderij nog een groot heideveld.

Het dorp Een ligt op een zandkop, in een omgeving waar vroeger veel moerassen waren. Een strategi­ sche plek dus. Er wonen mensen in het dorp die zelf nog veen hebben afgegraven. Nu is het voorna­ melijk landbouwgrond, waar gras, maïs, granen, 3 Verbondenheid en respect

aardappelen en groenten op worden verbouwd. Eeuwenlang hebben hier boermarkes gefunctio­ neerd. Boeren regelden samen het gebruik van de gemeenschappelijke gronden. Die markes hebben tot zo’n honderd jaar geleden bestaan. Ik vind die geschiedenis van het landschap heel boeiend.” Niet achteloos Wie zich verbonden voelt met zijn landschap, gaat er niet achteloos mee om. Daarom vindt Sietske het zo belangrijk dat kinderen weten waar ze opgroei­ en. “Alleen dan krijgen ze een band met en respect voor het landschap, de natuur en de mensen die er voedsel produceren. Onze vier kinderen kunnen er zo op uit. Zij krijgen het bijna automatisch mee. Maar we krijgen ook kinderen op het erf die het eng vinden om in het grasland te staan; al die ruimte vinden ze bedreigend. Sommigen weten niet dat de melk die ze drinken van een koe afkomstig is, of dat aard appelen uit de grond komen.” Veel begrip Vanuit het respect voor het landschap moet wat Sietske betreft gezocht worden naar manieren om de eigenheid, de identiteit van het landschap door te geven aan volgende generaties. Ze is ervan over­ tuigd dat ook haar collega­boeren zich daarvoor willen inzetten. Maar dat is niet hoe grote delen van de samenleving het zien. Het is ook niet hoe veel natuurbeschermers het zien. Ze was daarom blij dat Natuurmonumenten het ini tiatief nam voor de streekconferentie Norg100 20 in het voorjaar van 2016.

Ze spoorde in haar rol als voorzitter van LTO in de gemeente Noordenveld haar achterban aan om erheen te gaan. “Bij boeren leeft vaak het idee dat burgers dingen willen die niet kunnen. Tijdens Norg100 kwamen burgers, boeren en boswachters met elkaar in gesprek. Wat ik merkte, is dat er veel begrip voor elkaar is. We wil­ len allemaal wat in dit kleine land en lopen daarbij soms tegen dezelfde obstakels aan.” Rigide regelgeving brengt boeren en natuurbeheer­ ders nogal eens in een vergelijkbare spagaat, zegt Sietske. “Om een voorbeeld te geven. Er is een subsidieregeling voor het inzaaien van bloemrijke akkerranden. Als je daar om wat voor reden dan ook een keer doorheen rijdt met de trekker, ben je je subsidie kwijt. Dat kost je dan veel geld. En dus doe je dat niet nog een keer. Natuurbeheerders lopen te­ gen dezelfde starheid aan. En het belemmert ook de samenwerking tussen boeren en natuurbeheerders.” Geen megastallen Daarmee wordt veel goede wil om wat van het landschap te maken niet benut. Sietske: “Boeren willen graag wat betekenen voor het landschap. We werken dag en nacht in het landschap. We realiseren ons heel goed dat de natuur altijd het laatste woord heeft. We hebben er veel kennis over, anders zouden we als boer niet kunnen bestaan. Maak het dan ook mogelijk dat we ons inzetten voor het landschap. Er is zoveel mogelijk.

En als je elkaar opzoekt, kom je samen op oplossingen uit.” De sector staat voor grote veranderingen, die vol­ gens Sietske niet per se negatief hoeven uit te pak­ ken voor het landschap. “Er zijn weinig opvolgers, er is een sterke vergrijzing, de prijzen zijn laag. Maar de ondernemersgeest blijft. Het zal ongetwijfeld tot schaalvergroting leiden. Maar niet met megastallen. Dat wil de samenleving niet. Je zult grote bedrijven krijgen met stallen op meerdere locaties. Hoe gek het ook klinkt, die grote bedrijven kunnen nog het makkelijkst aan landschapsbeheer doen. Zij kunnen nog het best inspringen op de strikte regelgeving.” Uit het hart Na de streekconferentie zijn er diverse project­ groepen van start gegaan. Gezien het belang dat ze hecht aan de band die kinderen krijgen met het land­ schap, is het niet verrassend dat Sietske koos voor het educatieproject. “We hebben een mooi voorbeeld. Er is een juf op school die de kinderen mee naar buiten neemt en ze verhalen vertelt over het landschap en over hoe mensen hier in het verleden geleefd heb­ ben. Ze vertelt die verhalen echt uit het hart. Dat is dé manier. Dan krijgen kinderen er wat van mee.”

4 In balans met omgeving ‘ Het landschap wordt uitgeleverd aan entertainment’ Pas toen hij er niet meer woonde, realiseerde Gerben Kleine Haar (53) zich hoezeer hij houdt van de Achterhoek. Het deed besluiten om terug te gaan naar het kleinschalige, afwisselende landschap. Nu datzelfde landschap zijn eigen karakter dreigt te verliezen, is het opnieuw tijd voor actie. In Laren (Gld) leerde Gerben Kleine Haar, onbe­ wust, de Achterhoek kennen. “We woonden bij wat in mijn herinnering een groot bos was. Ik ben er pas nog eens geweest en het is eigenlijk maar een klein bosje. Maar daar speelden we altijd. Het was er veilig, we konden gaan en staan waar we wilden. We gingen ook naar landgoed Verwolde, toch een paar kilometer buiten het dorp. Buiten was waar je andere kinderen tegenkwam. Daar haalden we katten kwaad uit. Beperkt, hoor. Ik was vrij braaf.” Wonen en werken bij de natuur Studie en loopbaan brachten hem eerst in Enschede en vervolgens in de Randstad. “Pas daar ben ik de Achterhoek gaan waarderen. Daar ging ik voelen hoe bijzonder dat landschap voor mij is. Al heel snel wilde ik weer terug. Dat is ook gebeurd.

Via Arnhem ben ik in Vorden terechtgekomen.” Het zijn de combinatie van natuur en cultuurhistorie, de afwisseling van bossen en weilanden, de kleine 4 In balans met omgeving 23 percelen en de vele hoekjes waarachter altijd weer een nieuw uitzicht wacht, die Gerben binden aan de Achterhoek. “Het coulissenlandschap is de kracht van deze regio. Er gaat een geweldige rust vanuit. Het is bovendien niet puur natuur. Er wordt in en bij de natuur gewoond en gewerkt. Dat spreekt mij erg aan. Ook bij de cultuur hier voel ik me thuis. De mensen zijn hier niet zo direct en joviaal als in het Westen. Ze kijken een beetje de kat uit de boom, zijn wat voorzichtig. Tegelijkertijd zijn het harde werkers, doorpakkers.” Festivals en schaalvergroting Gerben is er echter bepaald niet gerust op dat de Achterhoek z’n eigen karakter behoudt. Twee ontwikkelingen baren hem met name grote zorgen. “Het landschap dreigt uitgeleverd te worden aan entertainment. Er zijn voortdurend festivals, tent­ feesten, evenementen. En allemaal maken ze heel veel lawaai. Het gaat niet meer om het dorpsfeest, waar je één keer per jaar met buren en familie de bloemetjes buiten zet. Nee, het zijn evenementen die zoveel mogelijk mensen van elders willen trek­ ken.

Al die drukte is een aanslag op de kernwaarden als rust, ruimte en kleinschaligheid.” De tweede ontwikkeling die volgens Gerben de uniciteit van het landschap bedreigt, is de aanhou­ dende schaalvergroting en intensivering van de landbouw. Als teamleider veehouderij en loonwerk op het AOC Oost volgt hij de sector op de voet. “De focus van boeren ligt volledig op kostenreductie. Ik zie het ook bij mijn leerlingen. Zij krijgen dat van huis uit mee. En kostenreductie betekent schaal­ vergroting. Liever zou ik zien dat ze kijken naar wat er onder de streep overblijft. Die uitkomst kun je ook beïnvloeden door de opbrengst te verhogen.” Balans met omgeving Vanwege de stempel die de landbouw op het land­ schap drukt, is behoud zonder boeren niet mogelijk, benadrukt Gerben. “Zij hebben in belangrijke mate het landschap van de Achterhoek gemaakt, doen dat nog steeds. Het is dan ook belangrijk ze erbij te houden.” Hij zou graag zien dat ze omschakelen naar biologische landbouw. “Een gangbare boer krijgt nog geen dertig cent voor een liter melk, een biologische boer zo’n 55 cent. Natuurlijk heeft een biologische boer meer kosten, maar hij houdt aan het eind van de rit wel meer over. Die heeft niet de

druk om te vergroten. Zijn bedrijfsomvang blijft in balans met de omgeving. Je ziet in de regio ver­ schillende initiatieven op het gebied van biologi­ sche landbouw, maar ook van schone energie en verbreding van het boeren bedrijf met kleinschalig toerisme, wijnbouw, kinderopvang of boerderij­ winkels. Dat zijn allemaal individuele initiatieven, het is geen keuze van de regio. Maar als gemeenten en provincie er wel voor zouden kiezen om van de Achterhoek hét centrum van de biologische land­ bouw te maken, gaat het lopen.” Buiten gebaande paden De zorg over de teloorgang van het kenmerkende landschap deed hem besluiten mee te doen aan de streekconferentie Graafschap400. Daar heeft hij de mogelijkheid zich in te zetten voor een goede balans tussen economie en landschap. “Ik wil graag betrokken zijn bij en meedenken over de toekomst van mijn landschap. Ik zit nu in een groep die kijkt naar inspirerende initiatieven elders in het land, zoals de Herenboeren in Boxtel. Buurtbewoners nemen daar als het ware een boer in dienst, die voor hen zuivel, vlees en groentes produceert. De burger die het heft in handen neemt en ondersteu­ ning krijgt van banken en gemeenten. Dat past hier heel goed. Door zo te werken, ga je wel buiten de gebaande paden. De gemeente moet zich dan wel soepel opstellen, zodat het verder komt.

Anders is het enthousiasme weer snel verdwenen.” Graafschap400: balans economie en ecologie Het merendeel van de deelnemers aan de streekconferentie Graafschap400 in Vorden (Gld) maakt zich grote zorgen over de teloorgang van het karakteristieke, kleinschalige landschap van de Achterhoek. Als grootste bedreiging zien ze de schaal- vergroting in de landbouw, inclusief de komst van megastallen, vermesting en afname van natuurwaarden. Ze hechten aan herstel van de balans tussen enerzijds natuur en landschap en anderzijds landbouw en andere economische activiteiten. Om daar een begin mee te maken is een groep aan de slag gegaan met concrete kleine initiatieven, zoals de aanplant van een voedselbos, het promoten van streekproducten, het her- bestemmen van leegstaande agrarische gebouwen, de aanleg van bloemrijke akkerranden en het stimuleren van de aanplant van erfbeplanting. Van de overheid verwachten de deelnemers regelgeving om het landschap te beschermen tegen ongewenste ontwikkelingen, steun voor een duurzame regionale economie en bijdragen aan een nieuw fonds voor landschapsherstel. 25 5 Aanvalsplan voor het landschap Behoud en versterking van een divers en rijk landschap Onze karakteristieke landschappen staan onder druk. Verstede- lijking, intensivering van de landbouw en gebrek aan ruimtelijke sturing maken onze landschappen onherkenbaar en onleefbaar, voor mens en natuur.

De zorg in de samenleving is groot. Het tij moet gekeerd, vindt ook Natuurmonumenten. Tijd voor een aan- valsplan om onze landschappen te beschermen en te versterken. Natuurmonumenten maakt zich samen met haar achterban grote zorgen. Want waar het al ruim een eeuw onze taak is om natuur, erfgoed en karakteris­ tiek landschap te behouden en te herstellen, merken wij dat onze gebieden meer en meer geïsoleerd komen te liggen door verstedelijking en intensive­ ring van de landbouw. Al vele jaren vindt er een zoektocht plaats naar de manier waarop het zo bijzondere Nederlandse landschap kan worden beschermd. Dat landschap kenmerkt zich door veel afwisseling, schaalverschil­ len en een cultuurrijk verleden: het resultaat van een eeuwenlange ontwikkelingsgeschiedenis. In dat landschap hebben zich de meest uiteenlopende en belangrijke natuurwaarden ontwikkeld. Geen land ter wereld is zo gevarieerd als het onze. Maar in dat landschap gebeurt van alles. Er zijn heel veel gebruikers en er vinden steeds nieuwe ontwik­ kelingen plaats. Van het planten van een boom in iemands tuin tot het bouwen van een nieuwe wijk en de aanleg van de Marker Wadden. Ook dat is niet nieuw. Landschap en ontwikkeling gaan al vele eeuwen hand in hand. Toch dreigen we nu ons landschap te verliezen; de dynamiek die het landschap eigen is, slaat om in verwoesting van alles wat we zo aan het landschap waarderen.

De balans natuur­cultuur is verstoord, de schoonheid van het landschap aangetast. Namens onze achterban willen wij dat stoppen. 5 Aanvalsplan voor het landschap 27 Ons landschap is onlosmakelijk met de natuur én met onszelf verbonden. Tijdens streekconferenties die we organiseerden, kwam de grote betrokken­ heid bij landschap vanuit de samenleving naar voren. De duizenden mensen die betrokken zijn bij ‘Bescherm­de­Kust’, alle aanwezigen van de streekconferenties: zij gaven ons duidelijke bood­ schappen mee. Bescherm onze landschappen, maak ze sterker, houd ze leefbaar en verbind ze met de stad! Die vormen de basis van dit ‘Aanvalsplan voor het Nederlandse landschap’. Bescherm onze landschappen In 2012 heeft het Rijk haar decennia lange traditie van ruimtelijke ordening en landschapsbeleid losgelaten. Helaas zonder deze taken duidelijk te delegeren naar provincies. “Het Nederlandse land­ schap is te vondeling gelegd”, stelde Eric Luiten, voormalig Rijksadviseur voor Landschap en Water. Terwijl het ministerie van Economische Zaken ver­ antwoordelijk is voor de uitvoering van de Europese Landschapsconventie, een verdrag van de Raad voor Europa. Deze conventie verplicht het Rijk om een adequaat landschapsbeleid te voeren.

Nu we bijna een regeerperiode verder zijn kunnen we voorzichtig concluderen dat sturing op het behoud, de samenhang en de kwaliteit van ons Nederlandse landschap wordt gemist. Uit onderzoek van Luiten bleek al dat er geen duidelijk beleid meer is voor landschap. Het ontbreekt provincies aan voldoende (samen hangende) visies en middelen. En gemeenten hebben in toenemende mate autonomie gekregen om hun eigen belangen te regelen. Daarmee is de sturing op landschap nog verder verbrokkeld geraakt. Decentralisatie zorgt voor een grote verantwoorde­ lijkheid, die door iedereen anders wordt opgepakt. Omdat landschap zo’n breed thema is waar het lastig is om grip op te krijgen, wordt er te vrijblijvend mee omgegaan en ligt de nadruk vaak eerder op ontwik­ keling (stimulering) dan op behoud (bescherming). De onrust die ontstond naar aanleiding van ver­ ruiming van bouwmogelijkheden langs de Neder­ landse kust is illustratief voor het proces waarin we nu zitten. Er gebeurt van alles, maar niemand heeft overzicht of de regie. Onze achterban voelt zich in toenemende mate geroepen om op te komen voor zijn eigen leefomgeving, maar kan dat niet doen voor het grotere geheel. Het is vooral de sturing van het Rijk geweest die de afgelopen twintig jaar heeft gezorgd voor ontwik­ kelingen die natuur en landschap in Nederland in positieve zin hebben beïnvloed.

In de eerste plaats is het Nationaal Natuurnetwerk een substantiële groene drager geworden, die grote invloed heeft op de ruimtelijke kwaliteit van Nederland en die recreatie in de natuur populairder heeft gemaakt dan ooit. Ook projecten als Ruimte voor de Rivier, de Kaderrichtlijn Water en herstel van de Hollandse Waterlinie hebben een positieve invloed gehad op de kwaliteit van natuur, landschap en erfgoed. Veel minder goed ging het echter met het landschap tussen deze groene en blauwe netwerken in. Dat is het landschap dat wordt gedomineerd door land­ bouw en stedelijke functies. Ondanks de inspanning voor bijvoorbeeld de Nationale Landschappen en 28 het opstellen van menig landschapsontwikkelings­ plan is de vervlakking en verrommeling doorgegaan. Terwijl er in het buitenland goede voorbeelden zijn van effectieve landschapsbescherming. Onze achterban vraagt om bescherming van onze landschappen. Daarom vragen we de overheid om: 1. Landschappen integraal te beschermen in de Omgevingswet en Omgevingsvisie en de term ‘koesterbeleid’ hierin een centrale rol te geven; 2. Zich hierbij te laten inspireren door het Vlaamse instrumentarium voor beschermde landschappen en de Area’s of Outstanding Natural Beauty in het Verenigd Koninkrijk; 3.

De hoofdverantwoordelijkheid voor land­ schapsbescherming te leggen bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu waarin water, lucht, bodem, cultuurhistorie, natuur en ruimtelijke ordening samen worden gebracht; 4. Provincies en gemeenten binnen de Omgevings visie ruimte voor lokaal maatwerk te geven, mits alle belangen worden afge­ wogen, er regionale afstemming is en de omgeving (waaronder burgers) intensief wordt betrokken bij de totstandkoming ervan. Maak onze landschappen sterker In verbinding schuilt kracht. En een belangrijk ken­ merk dat landschappen definieert is hun samenhang in de omgeving. Landschappen worden gevormd door water, groen, gebruikers en geschiedenis. Die samenhang kunnen we gebruiken om de belangrijk­ 29 ste bedreigingen voor datzelfde landschap te keren. Bedreigingen zoals de gevolgen van de klimaat­ verandering, de gevolgen van de leegloop van het platteland, het verdwijnen van cultuurhistorische elementen, de achteruitgang van de biodiversiteit, behoud van voldoende schoon en veilig drink­ water. Onze achterban ziet dat als de belangrijkste uitdagingen van onze tijd. Wij kunnen ons tegen de bedreigingen wapenen, in de eerste plaats door onze landschappen sterker te maken door samenhang terug te brengen. Hier bovenop zullen gebieds gebonden maatregelen nodig zijn.

We zetten samen in op behoud en versterking van een divers en rijk landschap door: 5. Economische activiteiten, zoals bedrijfs­ terreinen, infrastructuur en woningbouw volle­ dig te compenseren op het gebied van natuur én cultuurhistorie. Het Rijk legt enkel nog ‘natuur­ inclusieve infrastructuur’ aan en bouwt volgens het principe van evenwichtig investeren: bij rode investeringen wordt gelijktijdig in groen geïnvesteerd, los van eventuele benodigde wettelijke compensatie; 6. Afspraken na te komen: herstelmaatregelen te nemen om de gevolgen van stikstof in ons landschap te verminderen en afspraken om de uitstoot van stikstof terug te dringen uit te voeren. De aanpak wordt versneld als resultaten achter blijven; 7. Het landschap financiële arrangementen te bieden. Daarom komt er in navolging van de commissie Rinnooy Kan eindelijk een Nationaal en Provinciaal landschapsfonds; 8. Natuurlijk getij weer de ruimte te geven waardoor we beter kunnen omgaan met de schommelingen die klimaatverandering met zich meebrengt, zoals in het Haringvliet; 9. Geen vrijblijvendheid toe te staan op de water toets in de Omgevingswet, waarmee bouwplannen worden getoetst op hun klimaat­ bestendigheid; 10. Schoner water te realiseren in onze zoetwater­ voorraad Markermeer door de Marker Wadden te realiseren en daardoor dichtslibbing te voorkomen; 11.

Water, natuur en landbouw in samenhang te bezien: bufferende gebieden zoals De Onlanden zorgen voor droge voeten op de akkers én in de stad. Win­win wordt uitgangs­ punt in gebiedsontwikkeling; 12. Reliëf weer de ruimte te geven in onze water­ wegen: dat maakt meer wateropvang mogelijk en het is fijner voor de natuur. Houd onze landschappen leefbaar De landbouw is de afgelopen decennia ingrijpend veranderd. Productiever geworden, maar ook intensiever. Dit heeft grote gevolgen gehad voor de ontwikkeling van het landschap op het platteland. De agrarische sector heeft een stempel gedrukt op de inrichting van het landschap, op wat er groeit, op de huizen die zijn gebouwd en op de vorming van de dorpen. Die geschiedenis koesteren we. Nu zijn we echter op het punt beland dat de land­ 30 bouw weer in evenwicht met diezelfde omgeving moet gaan ondernemen. De bedrijfseconomische belangen van de landbouw kunnen evenwel botsen met de maatschappelijke belangen en waarden van het landschap. Dat vraagt om keuzes. Voor onze achterban hoort de agrarische sector onmiskenbaar thuis in Nederland. Tegelijkertijd bestaan er grote zorgen over de impact van de landbouw op natuur, milieu en dierenwelzijn. Onze achterban ziet ook oplossingen, bijvoorbeeld door natuurinclusieve en verbrede landbouw te be­ vorderen en door meer natuurbeheer op en om het boerenerf te stimuleren.

Daarbij gaan we uit van een driezonebenadering. Een gedeelte van Nederland is natuur, een gedeelte intensief agrarisch én een deel is overgangsgebied. Juist dit laatste gebied is belangrijk als buffer voor natuurgebieden én is extra kansrijk voor onderstaande aanbevelingen. Concreet streven we naar een natuurvriendelijke landbouw door: 13. In het landbouwbeleid het platteland centraal te stellen: gericht op onder meer agrarisch natuurbeheer, cultuurhistorie, waterbeheer, weidegang en grondgebondenheid in plaats van de ondersteuning van grootschalige, intensieve productie; 14. Te investeren in biologische landbouw door omschakeling te bevorderen en in regelgeving te bevoordelen; 15. Paal en perk te stellen aan het enorme gebruik van pesticiden en neonicotinoïden in de agra­ rische sector; 16. De grenzen aan de omvang van onze veestapel te respecteren: behoud van dierrechten en uiterlijk 1 januari 2018 zit elke sector onder het fosfaatproductieplafond; 17. In het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid ook na 2020 voor de melkveehouderij en intensieve sectoren een deel van hun areaal in te zetten voor groene maatregelen, zoals agrarisch natuur­ beheer, instandhouding van cultuurhistorische elementen of weidevogelbeheer; 18. De legale mestverwerking veel beter te hand­ haven, nu verdwijnt veel mest in Nederland illegaal; 31 19.

De spanningen die zich in veel landschap­ pen voordoen tussen de bedrijfseconomische belangen van de landbouw en de maatschappelij­ ke belangen en waarden van het landschap weg te nemen. Provincies gaan onderhandelingen leiden om tot afspraken te komen over het ambitieniveau voor de landschapskwaliteit, de noodzakelijke maatregelen, de financiële tegemoetkomingen en de beschikbare financieringsbronnen. Verbind onze landschappen met de stad Steeds meer mensen wonen in de stad. En dat aantal zal alleen maar toenemen. De stad en het landelijk gebied mogen echter niet van elkaar vervreemden: het buitengebied is de plek waar mensen uit de stad ontspannen en genieten. Veel mensen zien de verstening van onze steden met lede ogen aan. De aantrekkelijkheid van de stad vermindert, evenals de luchtkwaliteit en de mate waarin we water kunnen opvangen. Kinderen willen dat er plek blijft om te spelen en te ontdekken, op het voetbalpleintje, in bomen en bosjes, aan de waterkant of bij een stads­ moestuin. Honderden kinderen vertelden ons hun wensen voor de stad van de toekomst. Wij zetten de aanval in en pleiten voor: 20. Een verbinding tussen groen en blauw in de stad en daarbuiten. De nieuwe Nationale Parken van Wereldklasse worden dermate ruim begrensd dat deze de traditionele natuurgebieden omvatten én het omliggende landschap.

Juist in de natuuront­ wikkeling van deze recreatief vaak aantrekkelijk overgangsgebieden wordt geïnvesteerd; 21. De noodzakelijke realisatie van groen en natuur bij de stad. De grond, die nu veelal een agrarische of woonbestemming heeft, wordt afgewaar­ deerd naar natuurwaarde. Gemeenten worden in staat gesteld die afwaardering te financieren; 22. Het hanteren van ‘wat wel kan’ bij burger­ initiatieven in plaats van ‘wat niet mag’. Burgers kunnen meer van hun groene omgeving maken en heel vaak willen ze dat ook; 23. Het stimuleren van vrijwillig landschapsbeheer, onder andere door de uitbreiding van de succes­ volle regeling Groen en Doen. Landschaps­ beheer is essentieel voor de vitaliteit en maat­ schappelijke betrokkenheid van het landschap; 24. Het bieden van meer ruimte voor natuuronder­ wijs op de basisscholen en voor meer Stad van Straks­festivals. Jong geleerd is oud gedaan! 32 Pleidooi om de handen ineen te slaan! Natuurmonumenten maakt zich zorgen over het behoud van karakteristieke Nederlandse land­ schappen en de natuur die daar in voorkomt. Deze zorg wordt bevestigd door onze achterban en veel andere Nederlanders, die wij spreken tijdens door ons georganiseerde streekconferenties. Tijdens deze conferenties blijkt dat veel deelnemers in actie willen komen om de natuur en het landschap in hun omgeving te beschermen.

Mensen zoeken herkenning en schoonheid in hun leefomgeving. De herinneringen uit hun jeugd zijn daar vaak leidend in. Als de herkenning verdwijnt, verdwijnen gebondenheid, trots en ontroering. Zo ver willen we het niet laten komen! Wij stimuleren daarom dat mensen zelf actief gaan bijdragen aan verbetering van hun landschap. We bieden begeleiding, vormen een platform. Daar blijft het voor ons niet bij. Wij doen alles wat binnen onze mogelijkheden ligt om het landschap te beschermen. Zo gaan we in samenwerking met de landbouw de omslag van pachter naar partner maken. In samenspraak met de agrarische onder­ nemers die gronden van Natuurmonumenten pachten, ontwikkelen wij een nieuw verdienmodel. Ondernemerschap waarin landbouw en natuur wel samengaan. Maar daarmee redden we het niet. De zorg voor het landschap is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheden, bedrijven, organisaties en burgers en kan niet slechts rusten op de schouders van enkele partijen. We streven daarom naar een grotere betrokkenheid in denken en doen van iedereen om recht te doen aan de zorgen die leven in onze samenleving. Gelukkig groeit het aantal mensen, organisaties en overheden dat zich actief inzet voor het landschap. Er worden veel verschillende goede initiatieven ontplooid. Het is de opgave om deze initiatieven te verbinden en te vergroten. Samen staan we sterk.

Maar dan moeten de voorwaarden ook juist zijn. In dit aanvalsplan hebben we geschetst wat daarvoor moet gebeuren. 33 november 2016 Natuurmonumenten Noordereinde 60 1243 JJ ’s­Graveland Postbus 9955 1243 ZS ’s­Graveland natuurmonumenten.nl auteurs: Frans Bosscher, Kirsten Haanraads, Paul Smeulders eindredactie: Frans Bosscher beeldredactie: Stefan Claessens projectcoördinatie: Marlies Tenback vorm en opmaak: Sjansen Design BNO drukwerk: Klomp Offsetdrukkers B.V., Amersfoort opdracht: Paul Smeulders, senior adviseur public affairs Beeld Cover Natuurmonumenten / Martin Stevens, P2 Natuurmonumenten / Jan Kriek, P3 Verbeeld / Erik van der Burgt, P4 Natuurmonumenten / Paul van der Blom, P6 Natuurmonumenten / Arjan de Wit, P7 Verbeeld / Erik van der Burgt, P8 Natuurmonumenten / Gieny van Asten, P9 Natuurmonumenten / Marten van Dijl, P10 Natuurmonumenten / Jan Kriek, P11 Natuurmonumenten / Roelof Bos, P14 Natuurmonumenten / Rene Koster, P15 Natuurmonumenten / Frans Bosscher, P16 Natuurmonumenten / René Koster, P18 Natuurmonumenten / Geurt Besselink, P19 Natuurmonumenten / Frans Bosscher, P20 Natuurmonumenten / Andries de la Lande Cremer, P21 Natuurmonumenten / Andries de la Lande Cremer, P22 Natuurmonumenten / Geurt Besselink, P23 Natuurmonumenten / Frans Bosscher, P24 Natuurmonumenten / Geurt Besselink, P25 Hollandse Hoogte / Michiel Wijnbergh, P26 Natuurmonumenten / Geurt Besselink,

P29 Natuurmonumenten / René Koster, P31 Natuurmonumenten / Andries de la Lande Cremer, P32 Natuurmonumenten / Andries de la Lande Cremer Bronnen infographic AD (RIVM/WHO) Buth­Natuurlijk Centraal Bureau voor de Statistiek Chris Westra (Offshore wind, schone elektriciteit van zee) Compendium voor de Leefomgeving EM­Cultuur Windstats Colofon

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/7f4da54e-aad2-4493-ab14-cd0a7ddd2108?agendaItemId=25f09c7d-03e8-4319-b4d1-761c98afa497