Het Hernieuwd Perspectief (HHP) - ADVIESNOTA.pdf
Tekst van het document
Politieke Markt - 23 juni 2020 - 1/7 Politieke Markt Zitting van 23 juni 2020 Concernstaf & Interne controle - Concernstaf Het Hernieuwd Perspectief (HHP) - advies vragen Auteur Wilfried Gerner Overlegd met Velen Portefeuillehouder T. Bijl Andere betrokken portefeuillehouders R. Bats M. Scheringa B. Harmsma T. Jongman Samenvatting Zie adviesnota. Adviesnota Inleiding Zie beschrijving van het vraagstuk. Adviesaanvraag De vragen aan de raad zijn verwerkt in de adviesvraag als geheel. Beschrijving van het vraagstuk In het voorjaar van 2018 sloten wij het coalitieakkoord 2018-2022, met als titel “Door verbinding naar resultaat”. Als college zijn wij toen gestart met onze vierjarige reis om onze gezamenlijke droom, zoals we die in het akkoord hebben verwoord, waar te maken. Inmiddels zijn we ruim 2 jaar verder. Er is veel bereikt. Tegelijkertijd staat er nog veel te gebeuren, we zijn immers nog maar halverwege. Begin dit jaar ontstond bij ons het idee om u met een apart document inzicht te bieden hoe de realisatie van onze ambities gevorderd was. Daarnaast een vooruitblik op de komende jaren, en specifiek die van de resterende collegeperiode. Met die tussenbalans wilden we met u het gesprek aangaan over de prioriteiten en focus in de komende jaren. Door de coronacrisis is deze vooruitblik in een geheel ander daglicht komen te staan.
Deze crisis heeft dusdanige impact, dat we ambities moeten heroverwegen. Ook los van deze crisis vraagt onze financiële situatie om opnieuw na te denken welke ambities realiseerbaar zijn en welke niet. Er staan ons compleet andere uitdagingen te wachten dan die we ruim twee jaar geleden voor ons zagen, toen we de ambitiekaarten opstelden. Beleidsmatig en financieel. Vragen die wij ons nu stellen zijn: Wat is door de coronacrisis niet meer of minder relevant? Wat is nu vooral belangrijk en heeft prioriteit? Wat moet nu op een andere wijze invulling krijgen? Politieke Markt - 23 juni 2020 - 2/7 Heldere keuzes zullen we moeten maken. Een herprioritering, waarbij we ons blijvend afvragen of we de juiste dingen doen gelet op de steeds veranderende omstandigheden. Noodzakelijke keuzes voor een goede aanpak van de crisis, maar ook noodzakelijk om tot een sluitende begroting in het najaar te komen. Dat deze veranderende omstandigheden onzekerheid geven is duidelijk. Wat voor ons echter als een paal boven water staat, is dat we samen moeten optrekken om deze crisis goed het hoofd te kunnen bieden. Coalitie en oppositie. Om er samen te zijn voor de inwoners en ondernemers die nu kwetsbaar zijn. Voor inwoners die geen baan meer hebben of in de schulden belanden. Voor bedrijven die nauwelijks nog omzet draaien en hun toekomst in gevaar zien.
Het samen optrekken willen we starten door u om advies te vragen. Advies over de koers die we samen willen varen in de komende periode. Het document Het Hernieuwd Perspectief (HHP) geeft hiervoor het nodige inzicht als onderlegger voor dat advies. Naast een terugblik per ambitie op wat inmiddels bereikt is en welke vervolgstappen we voor ons zien, gaat het vooral in op wat de huidige crisis betekent of kan betekenen voor onze inwoners en ondernemers. In deze adviesnota geven we u enkele denkrichtingen en vragen mee, waarover wij graag uw visie willen horen. Allereerst gaan wij daarbij in op ons leidend principe, en de daaruit voortvloeiende 3 kernthema’s. Per onderdeel geven we u enkele vragen mee, op basis waarvan wij met u het gesprek tijdens de Politieke Markt van 23 juni willen aangaan. Doel is om op deze manier te komen tot een gezamenlijk gedragen Hernieuwd Perspectief voor de komende jaren. Deze koers willen wij in het najaar zijn weerslag laten krijgen in de nieuwe begroting 2021-2024: realistisch, haalbaar en betaalbaar. En dat vooral ook ons antwoord is op de gevolgen die deze crisis met zich meebrengt. Leidend principe en 3 kernthema’s Inwoner op 1 blijft voor ons het leidend principe: meer nog dan ooit zetten wij de inwoner op 1. Nu de maatregelen langzaamaan weer worden versoepeld merken we, na een eenzame periode, hoe belangrijk onze sociale contacten zijn.
Dat we kunnen sporten, naar school, de bibliotheek of misschien wel weer af en toe naar kantoor. En we merken hoe belangrijk bepaalde voorzieningen zijn. Voorzieningen waar vaak de gemeente een belangrijke rol bij speelt. Veel inwoners hebben door de crisis een ander perspectief gekregen: (toegenomen) schulden, faillissement, werkloos, gescheiden of worstelend met mentale of fysieke problemen. Voor die inwoner willen en moeten we er als gemeente nu ook zijn. Daar ondersteuning geven waar het echt nodig is. In deze tijden van crisis vinden herbezinning en vernieuwing sneller plaats dan voorheen. We zien een grote mate van zelfredzaamheid ontstaan. We spreken mensen die door wegvallende zorg beseffen dat ze sommige dingen ook zelf kunnen doen. En dat graag ook willen doen. Een bijzondere gewaarwording. Is dit de tijd om op onderdelen even afstand te nemen om te herijken waar we als overheid “van zijn”? De huidige situatie vraagt bewuste keuzes en afwegingen. Wat kan en wil de inwoner zelf en hoe versterken we dat? Niet door over te nemen, wel door te stimuleren. Met elkaar te bepalen welke mate van hulp, zorg, ondersteuning nodig is waar mensen het zelf niet meer redden. Op diverse gebieden pakt de inwoner dat initiatief al. Zie het enthousiasme onder inwoners die zijn begonnen met de werkgroep ‘IK BEGIN’, om iedereen bewust te maken van het belang van duurzaamheid.
De 8 lokale energie coöperaties waarbij samen energie wordt bespaard of opgewekt. Of de vele “gouden inwonersinitiatieven” die de afgelopen periode zijn ontstaan. Wel is het tijd voor verdere doorontwikkeling van onze samenwerking met inwoners en de wijze waarop wij participatie vormgeven. Inwoner op 1 en participatie gaan hand in hand. Participatie in deze tijd, waarin we afhankelijk zijn van digitaal (samen)werken, vraagt om een andere aanpak. De ‘oude’ manieren volstaan niet meer of Politieke Markt - 23 juni 2020 - 3/7 onvoldoende. Crisis leidt tot creativiteit en versnelt dat wat al voorzichtig ingezet was: vernieuwd participeren. We willen daarom met behulp van de participatieladder een actief en eenvoudig participatiebeleid formuleren: wanneer zetten we welke vormen in en wat mag de inwoner of ondernemer verwachten. Van belang is om vooraf goed te benoemen wie welke rol heeft en wat er met de inbreng gedaan wordt. Juist nu het toch al echt anders moet, kunnen we dit versneld doorontwikkelen. Laten wij de inwoner uitdagen: wat kunt u zelf? Wat kunt u beter dan wij? Kom met uw plannen, en dan faciliteren wij. En waar het echt onze verantwoordelijkheid is verdient de inwoner duidelijkheid, snelheid en een eerlijk antwoord. Zeker ook digitaal. Kernthema’s De gevolgen van de coronacrisis zijn dusdanig groot, dat het vraagt om het opnieuw afwegen van ambities.
Steeds bezien vanuit ons ‘leidmotief’: de inwoner op 1. Geredeneerd vanuit die gevolgen komen wij tot drie kernthema’s voor de resterende bestuursperiode: 1.In stand houden vitale lokale samenleving 2.Wie het nodig heeft ontvangt (basis) zorg 3.Herstel economie en werkgelegenheid Deze drie kernthema’s zijn voor ons bepalend voor de wijze waarop wij de huidige crisis willen aanpakken. Hieronder worden genoemde thema’s verder uitgelicht en geven we een beeld hoe wij deze vorm willen geven in relatie tot onze ambities. Adviesvragen: Zijn dit de kernthema’s waarop volgens u de aanpak van de crisis en daarmee de prioriteiten in de resterende bestuursperiode gebaseerd zou moeten worden? Mist u één of meerdere thema’s dan wel zijn er andere belangrijker? Welke verandering brengt deze crisis naar uw mening met zich mee voor wat betreft inwonersparticipatie en dienstverlening? In stand houden vitale lokale samenleving Als eerste kernthema zien wij dat we de lokale samenleving vitaal moeten houden. Vitale kernen en wijken vormen voor velen een belangrijke basis voor een aangenaam leven in onze gemeente. Goede voorzieningen verspreid over de gemeente, een gezonde, groene en verzorgde omgeving en een vitaal platteland. Veel mogelijkheden voor ontmoeting en ontspanning.
Deze voorzieningen, of het nu gaat om dorpshuizen of een bloeiend verenigingsleven, zijn van wezenlijk belang voor de lokale gemeenschappen. Datzelfde geldt voor het faciliteren en stimuleren door de gemeente van het eigen initiatief. We zien dat door de crisis de leefbaarheid in de kernen en wijken verder onder druk komt te staan. Deels was deze druk door demografische en economische ontwikkelingen er al. Het coronavirus heeft deze druk op een bijzondere en ingrijpende manier verhoogd. Stichtingen, maatschappelijke partijen en instellingen als multifunctionele centra, (sport)verenigingen, zwembaden, theaters, musea worden in hun voortbestaan bedreigd. Willen we de leefbaarheid in de kernen en wijken op peil houden, dan is een overlevingspakket voor hen hard nodig. Hiervoor willen wij een steunfonds Vitale, lokale samenleving in het leven roepen. Het fonds zou naar onze inschatting over tenminste €500.000 moeten kunnen beschikken. De exacte verdeling van het budget over de verschillende onderdelen hangt af van de nog te bepalen criteria en de (aanvullende) landelijke- en provinciale regelingen die eventueel nog volgen. Samen met u willen wij nadenken over de te stellen kaders voor zo’n fonds. Onlosmakelijk verbonden met leefbare wijken en kernen is het huisvestingsvraagstuk.
Inzet op verduurzaming, wijkvernieuwing, woonbehoefte en planvorming, pilots rondom woon-zorgcentra blijft Politieke Markt - 23 juni 2020 - 4/7 actueel en noodzakelijk. Voor verduurzaming blijven wij werken aan bewustwording, het ondersteunen van bewonersinitiatieven, het goed scheiden van waardevolle grondstoffen en realiseren van een dekkend netwerk voor elektrische oplaadpunten voor auto en fiets. Bij een vitale lokale samenleving hoort naar onze mening ook het uitgangspunt dat bij grootschalige energieopwekking de lasten en lusten eerlijk worden gedeeld. Veel huisvestingsplannen zijn projecten waarbij uitgebreide participatie noodzakelijk is. Omdat bijeenkomsten met veel mensen op dit moment niet mogelijk zijn, kunnen deze projecten vertraging oplopen. Iets wat niet gewenst is. Het zijn juist dit soort projecten waarbij wij graag anders met participatie willen omgaan: meer vanuit regie samenwerken met inwoners en andere betrokkenen. Ook bij andere infrastructurele projecten zou vertraging kunnen ontstaan, doordat de noodzakelijke participatie niet op de gebruikelijke manier kan. Toch streven we ernaar om deze investeringen zo snel mogelijk uit te voeren en op die manier de lokale economie te ondersteunen. Dus moet dit met een andere manier van participeren; bewuster en effectiever. Deze nieuwe manieren ontwikkelen we nu met voorrang.
De crisis, en de bijhorende extra noodzakelijke inzet voor de lokale samenleving en infrastructuur houdt tevens in dat er prioriteiten inhoudelijk wijzigen, opnieuw beoordeeld worden op urgentie of getemporiseerd moeten worden. Dat laatste geldt bijvoorbeeld voor investeringen in duurzaamheid als aanvullende rijkssubsidies in deze tijden herbezien worden. Ook voor het bouwen van scholen komen nieuwe vragen op, zoals de kwaliteit van ventileringssystemen en of het nodig is om van grotere vloeroppervlakte per leerling uit te gaan. Dat behoeft nadere discussie en kan financiële consequenties hebben. Het concept uitvoeringsplan dat hoort bij de Strategische Mobiliteitsvisie gaan we opnieuw beoordelen aan de hand van de drie kernthema’s, net als voor delen uit het biodiversiteitsplan. Projecten waar al afspraken met derden over zijn gemaakt en die rechtstreeks verband houden met de bestrijding van de eikenprocessierups voeren we volgens plan uit. Adviesvragen: Ons idee is om een fonds Vitale, lokale samenleving in te stellen.
Hoe kijkt u aan tegen het instellen van zo’n fonds, ook al leidt dat mogelijk tot een negatief saldo over het jaar 2020? Bent u met ons van mening dat risico-reserves juist voor deze huidige situatie aangeboord mogen worden? Welke kaders zou u voor een dergelijk fonds mee willen geven? Verdeling over sectoren (sport, cultuur, welzijn, onderwijs)? Op welke wijze speelt voor u duurzaamheid een rol in het vitaal houden van de lokale samenleving? Wie het nodig heeft ontvangt (basis) zorg De coronacrisis zorgt in korte tijd bij vele inwoners voor grote inkomensdalingen. We zien in de afgelopen maanden al een toegenomen instroom in de bijstand van de kwetsbaren op de arbeidsmarkt, zoals de jongeren. Ook zien wij een toegenomen hulpvraag op zorgvlak door een toename in het aantal echtscheidingen, huiselijk geweld, jeugdzorg. De kans op schulden neemt toe. Aangezien dit een belangrijke bron is voor veel ellende, moeten we veel energie steken in schuldhulpverlening en preventie. Extra inzet vanuit Sociaal Werk De Kop met name op het voorkomen of beperken van armoede, kan later veel tijd en geld besparen, evenals een heleboel leed. Dit brengt wel met zich mee dat, als er hier geen extra middelen voor beschikbaar worden gesteld, de middelen binnen de begroting anders moeten worden ingezet. Basiszorg betekent voor ons een brede invulling van het begrip zorg.
Het gaat om meedoen, preventie, ondersteuning en curatieve zorg. De gemeente is echter niet overal van, ook de inwoner kan het nodige zelf doen. Dat heeft de crisis ons ook geleerd. Veel inwoners hebben zelf ervaren dat er ook andere mogelijkheden zijn dan alleen bij de gemeente aan te kloppen. Dat het voor sommigen Politieke Markt - 23 juni 2020 - 5/7 juist fijn is dat die hulp niet elke week langs komt en mensen zelf wat kunnen oppakken. Niet altijd is (dure) zorg de oplossing, maar kunnen inwoners ook zelf oplossingen bedenken. Om zelfredzaamheid te bevorderen kunnen we onderzoeken of de zorg ook via een PGB geleverd kan worden. Mits uiteraard de inwoner beschikt over de juiste (PGB-) vaardigheden. Ook de toenemende zorgvraag door de coronacrisis maakt dat er een tweede reden is om terug te gaan naar een niveau van basiszorg. Dat is een financiële noodzaak. De inzet op basiszorg en minder (dure) zorg ziet er wat ons betreft als volgt uit: 1. Het sneller terugschakelen van dure zorg naar een netwerk van gezin, school, vereniging, en dat optimaal inzetten. Dat vraagt een goed netwerk wat dat kan. Hierbij is het soms inschakelen van gespecialiseerde ondersteuning bij verenigingen of gezin behulpzaam. En het vergt bij onze toegang meer tijd om na afloop een zorgtraject goed te beëindigen of over te dragen. 2.
We zullen meer uitdragen dat inwoners zullen moeten accepteren dat het leven soms lastig kan zijn en dat we hen leren hier goed mee om te gaan. De gemeente kan nu eenmaal niet altijd helpen. Leer om met tegenslagen of ongemakken om te gaan in plaats van dat we puur inzetten op zorg. 3. Daarnaast willen we nog meer insteken op de benadering vanuit Positieve gezondheid. De focus op ‘gezondheid’ in plaats van op ziekte geeft geregeld betere oplossingen. Ook op het gebied van de uitvoering van de Participatiewet speelt het thema zelfredzaamheid. Tot op heden lag onze focus voor wat betreft de begeleiding naar werk zeker ook op de grote groep mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Wat betreft de nieuwe instroom in de bijstand ontstaat echter nu wel een dilemma.
Zijn dit de inwoners die, als de economie weer aantrekt, veelal zelfstandig in staat zijn om weer een baan te vinden? Of moeten we juist op deze nieuwe instroom (veelal profiel 1 en 2) snel en resultaatgericht de focus zetten, en (tijdelijk) iets minder aandacht geven aan de mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt? Adviesvragen: Is naar uw mening extra inzet op preventie en schuldhulpverlening gerechtvaardigd, wetende dat dit tot extra lasten en tekorten op korte termijn leidt? Bent u het met ons eens dat de keuze voor basiszorg impliceert dat we hulp, ondersteuning en zorg bieden voor wie dat nodig heeft, maar tevens dat we duidelijker sturen op het beëindigen daarvan? Bent u het met ons eens dat de keuze voor basiszorg betekent dat we de vrijheid om de zorgaanbieder te kiezen beperken, zodat we met slechts enkele aanbieders betere afspraken kunnen maken en daarmee kosten kunnen besparen? Hoe kijkt u aan tegen een aanpak, waarbij in de begeleiding naar werk tijdelijk meer focus wordt gelegd op de nieuwe instroom van uitkeringsgerechtigden? Herstel economie en werkgelegenheid Het coronavirus heeft een grote impact op onze samenleving en lokale economie. Ondernemers hebben een onzeker toekomstbeeld voor ogen. Met name ons MKB, familiebedrijven en de maakindustrie – het DNA van ons gebied - dreigt extra hard geraakt te worden.
Voor Steenwijkerland zijn dit belangrijke sectoren. De crisis heeft een grote impact op onze inwoners, de economie én op het realiseren van onze ambities. Opgaven veranderen. In plaats van onze ambitie om de werkgelegenheid uit te breiden, praten we nu eigenlijk alleen nog maar over het herstellen ervan. Met daarbij een gerichte inzet op realiseerbare, maar zeker ook ambitieuze doelen. Voor de komende bestuursperiode ligt wat ons betreft die focus voor economie en werkgelegenheid op de gerichte en lokale support voor de sterk geraakte sectoren, zoals de toeristische sector en de Politieke Markt - 23 juni 2020 - 6/7 detailhandel (binnenstad). Daarnaast willen we focus leggen op het zo snel mogelijk weer aan het werk krijgen van onze inwoners die werkloos raken en het waar mogelijk voorkomen van deze werkloosheid. Dit kunnen we het beste samen met andere overheden en samenwerkingsverbanden. Voor dat laatste staat de uitvoering van het actieplan Werk (logischerwijs) nu onder druk. Nieuwe afspraken maken over ons “Steenwijkerlands model” zijn nodig om de bemiddelende rol goed te kunnen vervullen tussen bedrijven/sectoren die personeel vragen en andere die juist nu teveel personeel hebben. Regionale samenwerking, onder meer via de Human Capital Agenda, is hierbij onmisbaar.
De toeristische sector (verblijf, horeca, cultuur, evenementen) is de zwaarst getroffen sector door de coronacrisis. In deze voor ons belangrijke sector blijven investeren is cruciaal, nu maar zeker ook voor de langere termijn. We hebben de afgelopen twee jaar met succes gelobbyd en meer dan € 11 miljoen subsidie binnengehaald. Stoppen of deels stoppen met deze projecten betekent dat deze subsidies (deels) teruggevorderd zullen worden en dat we met forse desinvesteringen te kampen krijgen. We hebben een goede startpositie met iconen als Giethoorn, Blokzijl en onze andere prachtige kernen en natuurlijk Weerribben-Wieden. Ook het nu goede imago van de gemeente bij het rijk en de provincie helpt ons. Samen met hen willen we dan ook toekomstgericht en gebalanceerd blijven investeren in Duurzaam (Be-)leefbaar Toerisme (DBT) in heel Steenwijkerland. Dat betekent voor ons dat we juist investeren in Weerribben-Wieden, Giethoorn en de Regiodeal. Wel kijken we binnen die programma’s in hoeverre we activiteiten moeten en kunnen herprioriteren. In Giethoorn, waarin we samen met de provincie werken aan een betere infrastructuur en meer kwaliteit, willen we op onderdelen investeringen wijzigen. Gerichter op de meerdaagse kwaliteitstoerist en minder focus op bepaalde investeringen in vastgoed (zoals de molen in Giethoorn of het stationsgebouw Steenwijk).
Herstelcampagnes en marketingacties zijn nu relevanter. Ook voor de bijdrage vanuit de Regiodeal kunnen wij ons voorstellen dat we minder inzetten op fysieke investeringen en vooral investeren in slimme mobiliteit en bijzondere gastvrijheid. Dit kan enorm bijdragen aan spreiding van het toerisme over de regio en aan een evenwichtige ontwikkeling ervan binnen de gemeente. Ook voor onze binnenstad geldt dat ondernemers veel pijn ervaren. De zorg is groot en wordt groter als de 1,5 meter samenleving (lang) aanblijft. Dat maakt de opgave te komen tot een levendige, vitale stad nog belangrijker, maar ook complexer. Met de centrummanager en de Stichting Steenwijk Vestingstad gaan we na hoe de binnenstad er weer ‘bovenop’ kan komen en wat prioriteit krijgt. Verder gaan wij volop door met de ontwikkelingen aan het Steenwijkerdiep. Andere ambities, zoals het museumproject of het ambitiedocument Eeserwold, zetten wij op een lager pitje.
Adviesvragen: Welke nieuwe invulling moet er volgens u gegeven worden aan het Actieplan Werk en de Human Capital Agenda? Onderkent u de waarde van de samenwerking met zowel de Business Club Steenwijkerland als die in de Regio Zwolle om de lokale economie en arbeidsmarkt te versterken? Welke focus zou u in deze samenwerkingsverbanden willen aanbrengen? Hoe kijkt u aan tegen het continueren van de investeringen in het programma DBT en het binnen totale programma (Giethoorn/Stichting Weeribben-Wieden/Regio Deal) herprioriteren van activiteiten? Op welke wijze is naar uw mening de binnenstad van Steenwijk levendig en vitaal te krijgen? Wat is de belangrijkste opdracht (voor bijvoorbeeld de centrummanager) om hier invulling aan te geven? Bent u het met ons eens dat we andere ambities, zoals het museumproject Steenwijk of het ambitiedocument Eeserwold, temporiseren? Tot slot Politieke Markt - 23 juni 2020 - 7/7 Bovenstaande is een samenvatting van hoe wij de resterende bestuursperiode de focus willen leggen, gelet op de impact van de coronacrisis. Wij willen graag met u als raad samen optrekken om deze crisis goed het hoofd te kunnen bieden. Uw inzicht en visie kunnen wij hierbij goed gebruiken. De adviesvragen zijn hiervoor een voorzet om uw advies van invulling te voorzien. Daarnaast bieden wij u voor het formuleren van uw advies Het Hernieuwd Perspectief (HHP) aan.
Hierin schetsen wij een beeld per ambitiekaart van wat er is bereikt en welke plannen we hebben voor de resterende bestuursperiode. Uiteraard is dat geen uitputtend en compleet overzicht van alle activiteiten die binnen onze bestuursprogramma’s lopen. Het geeft wel een goed inzicht in waar we staan en welke actuele overwegingen er zijn voor belangrijke onderdelen per programma. Vervolg Doel van de besprekingen tijdens de Politieke Markt is te komen tot een gezamenlijk gedragen Hernieuwd Perspectief voor de komende jaren. Deze koers willen wij zijn weerslag laten krijgen in de nieuwe programmabegroting 2021 - 2024, waarover wij in het najaar met u in gesprek gaan. Wij wensen u een goede voorbereiding toe voor de bespreking van HHP op de Politieke Markt van 23 juni aanstaande.