CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeente Steenwijkerland - Jaarrekening 2025 - t.b.v. Raadsbehandeling 16-06-2026

Raadsvergadering 16 juni 2026, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Jaarstukken 2025 (jaarrekening en jaarverslag) Steenwijkerland17.676 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Jaarrekening 2025

1 Jaarrekening 2025 1. INLEIDING ......................................................................................................................................................... 2 1.1 Resultaat rekening 2025........................................................................................................................... 3 1.2 Rechtmatigheidsverklaring 2025 college van B&W .............................................................................. 4 1.3 Opvang ontheemden uit Oekraïne en wethouderpensioenen naar ABP .............................................. 4 1.4 Pensioenen (voormalig) bestuurders naar ABP ..................................................................................... 5 1.5 Voorstel tot bestemming van het resultaat 2025 .................................................................................... 5 1.6 Het overzicht van baten en lasten ........................................................................................................... 7 1.7 De balans ................................................................................................................................................... 8 1.8 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ............................................................................10 2.

TOELICHTING OP HET OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN ....................................................... 15 2.1 Woningbouw ............................................................................................................................................15 2.2 Werk en Economie ..................................................................................................................................18 2.3 Samenredzaam ........................................................................................................................................20 2.4 Vitaal Platteland ......................................................................................................................................25 2.5 Duurzaam ................................................................................................................................................26 2.6 Leefbare steden en kernen ......................................................................................................................29 2.7 Financiën en dienstverlening ..................................................................................................................35 2.8 Grondexploitaties ....................................................................................................................................42 2.9 Overzicht algemene dekkingsmiddelen,

dividend, overhead, beleggingen en onvoorzien ................50 3. TOELICHTING OP DE BALANS .................................................................................................................. 52 3.1 Toelichting op de vaste activa.................................................................................................................52 3.2 Toelichting op de vlottende activa..........................................................................................................58 3.3 Toelichting op de vaste passiva ..............................................................................................................63 3.4 Toelichting op de vlottende passiva .......................................................................................................65 3.5 Schatkistbankieren ..................................................................................................................................68 3.6 Garanties ..................................................................................................................................................68 BIJLAGEN ................................................................................................................................................................

71 Bijlage 1: Controleverklaring van de onafhankelijke accountant .........................................................................71 Bijlage 2: Beleidsindicatoren ....................................................................................................................................72 Bijlage 3: Verloop reserves en Voorzieningen .........................................................................................................74 Bijlage 4: Mutaties reserves per programma ..........................................................................................................75 Bijlage 5: Incidentele baten en lasten / Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan en van reserves ..........77 Bijlage 6: Afgesloten projecten .................................................................................................................................84 Bijlage 7: Restantkredieten: Ten laste van reserves / Geactiveerde investeringen ..............................................85 Bijlage 8: Mutaties in de reserves en voorzieningen ...............................................................................................90 Bijlage 9: Bijlage Taakvelden ...................................................................................................................................94 Bijlage 10: SISA, verantwoording specifieke uitkeringen

......................................................................................98 2 1. Inleiding Beste belanghebbende, Voor u ligt de jaarrekening 2025 van de gemeente Steenwijkerland. Met deze jaarrekening legt het college van burgemeester en wethouders verantwoording af over de uitvoering van beleid en de besteding van publieke middelen in het verslagjaar. De informatie in dit document biedt inzicht in de activiteiten die in 2025 zijn uitgevoerd met de daarbij behorende resultaten en de financiële positie van de gemeente. Het jaar 2025 stond in het teken van uiteenlopende maatschappelijke en financiële ontwikkelingen. De uitvoering in zowel het sociale domein als het fysieke domein werd beïnvloed door factoren zoals schommelingen in rijksbijdragen, ontwikkelingen binnen de woningbouw, een stijgende zorgvraag, netcongestie en voortgaande opgaven op het gebied van duurzaamheid . Ondanks deze context sluit de exploitatie af met een positief rekeningsaldo van € 13,5 miljoen. Daarnaast bedraagt de reservepositie vóór resultaatbestemming ultimo boekjaar € 56,1 miljoen. Deze omvang is ook vóór verwerking van restantkredieten. Na verwerking van restantkredieten resteert een stand van € 42,6 miljoen. Het saldo van de primitieve begroting 2025 bedroeg € 3,6 miljoen. Het rekeningsaldo van 1 3,5 miljoen ligt daarmee ruim € 9,9 miljoen hoger dan initieel begroot.

Het financiële beeld is in belangrijke mate bepaald door de ontwikkelingen binnen het gemeentefonds. Gedurende het jaar zijn de rijksmiddelen substantieel toegenomen: de primitieve raming van € 110 miljoen is door middel van verschillende circulaires bijgesteld naar € 118 miljoen, terwijl de uiteindelijke ontvangst uiteindelijke ontvangst uitkwam op bijna € 119 miljoen. Deze toename van ruim € 8,9 miljoen vormt daarmee het grootste aandeel in het uiteindelijke rekeningsaldo. Binnen het sociaal domein heeft de voortgezette opvang van ontheemden uit Oekraïne aanzienlijke financiële impact gehad. Door een relatief hoge landelijke normvergoeding ten opzichte van de gerealiseerde kosten is per saldo een positief saldo ontstaan op d eze taak, wat zichtbaar bijdraagt aan het rekeningsaldo. Tegelijkertijd hebben diverse financiële verplichtingen geleid tot extra lasten, waaronder een dotatie van circa 1,5 miljoen aan de voorziening voor maatschappelijk vastgoed, die noodzakelijk was op basis van geactualiseerde onderhoudsgegevens. Verder is de voorziening voor pensioenen van (voormalige) bestuurders aangevuld, zodat deze aansluit bij het benodigde niveau in aanloop naar de overdracht van deze pensioenverplichting aan het ABP per 1 januari 2028. Daarnaast is de financiële uitkomt beïnvloed door ontwikkelingen binnen grondexploitaties.

In 2025 zijn stappen gezet om de financiële beheersing en voorspelbaarheid te verbeteren. Dit betreft onder meer de actualisatie van onderhoudsplannen voor maatschappelijk vastgoed, waar in het afgelopen boekjaar beleid voor is opgesteld en vertaald in een onderliggend meerjarenonderhoudsplan. Ook zijn diverse complexen binnen het grondbedrijf afgesloten. Deze ontwikkelingen dragen bij aan een solide basis voor de komende begrotingsjaren. De jaarrekening bevat een uitgebreide toelichting op de behaalde resultaten per programma, de belangrijkste financiële afwijkingen en de ontwikkeling van balansposten, reserves, voorzieningen en investeringen. Hiermee wordt een volledig transparant beeld geboden van de financiële huishouding van de gemeente Steenwijkerland in 2025. 3 1.1 Resultaat rekening 2025 De jaarrekening 2025 sluit met een positief saldo van € 13,5 miljoen, zijnde 7,3% van de lasten van de exploitatierekening. De financiële resultaten geven per programma 1 het volgende beeld: Naast het positieve rekeningsaldo stijgt ook de reservepositie naar € 69,5 miljoen. (2024: € 57,3 miljoen).

Deze reservepositie zal op basis van de door de raad beschikbaar gestelde restant -kredieten per ultimo boekjaar van € 13,5 miljoen, afnemen naar bijna € 56 miljoen.2 Verschil Actuele Begroting en Rekeningresultaat in hoofdlijnen Woningbouw: € 1,5 miljoen voordeel - Realisatiestimulans – SISA € 1,1 miljoen (+) - Omgevingsvergunningen € 0,4 miljoen (+) Werk en economie: € 0,4 miljoen voordeel - Pachten en grondverkoop € 0,4 miljoen (+) Samenredzaam: € 1,6 miljoen voordeel - Oekraïnegelden – SISA € 1,6 miljoen (+) Duurzaam: € 0,6 miljoen voordeel - Klimaatakkoord – SISA € 0,6 miljoen (+) Leefbare steden en kernen: € 0,4 miljoen nadeel - Voorziening maatschappelijk Vastgoed € 1,5 miljoen (-) - Openbaar groen, sport en verkeer € 0,9 miljoen (+) - Overige € 0,2 miljoen (+) Financiën en dienstverlening: 0,8 miljoen voordeel - Verplichtingen en voorzieningen bestuur € 0,9 miljoen (-) - Bedrijfsvoering € 1,1 miljoen (+) - Decembercirculaire en nabetaling € 0,9 miljoen (+) - Overige € 0,3 miljoen (-) TOTAAL→ € 4,5 miljoen (+) In hoofdstuk 2 is per programma een nadere analyse opgenomen. 1 Inclusief grondexploitatie 2 Op basis van de eind 2025 nog beschikbare en door de raad beschikbaar gestelde kredieten van € 13,5 miljoen, exclusief raadsbesluiten 2025 en meerjarenbegroting.

4 1.2 Rechtmatigheidsverklaring 2025 college van B&W De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het college van burgemeester en wethouders toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door de raad vastgestelde kaders zoals de begroting en gemeente lijke verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door de raad op 16 december 2025 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door de raad bepaald en bedraagt 2% van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 3.712.340, -.

De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV van september 2025. De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de commissie BBV. Bevinding Het college stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen € 611.000,- bedraagt. Dit is lager dan de daarvoor gestelde grens van € 3.712.340,-. Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties is volgens het college overigens een bedrag van € 173.000, - acceptabel op basis van door de gemeenteraad vastgestelde afspraken. In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met de raad aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het college ook beschreven welke actie hij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen 1.3 Opvang ontheemden uit Oekraïne en wethouderpensioenen naar ABP Oekraïne De opvang van ontheemden uit Oekraïne is gecontinueerd en zal waarschijnlijk ook in 2026 niet geheel tot een einde komen. Het Rijk heeft voor deze opvang extra middelen beschikbaar gesteld. We hebben hierbij, gelijk aan voorgaand boekjaar gebruikt gemaakt van de normvergoeding.

In totaliteit is er voor de opvang bijna € 9,1 miljoen uitgegeven en is er een bedrag van ruim € 11,4 miljoen gedeclareerd, dit betreft een normbijdrage. 5 1.4 Pensioenen (voormalig) bestuurders naar ABP Wethouderpensioenen naar ABP Per 1 januari 2028 worden de pensioenen van politieke ambtsdragers, waaronder wethouders, overgeheveld naar het ABP en ondergebracht in het nieuwe pensioenstelsel op grond van de Wet toekomst pensioenen (Wtp). In aanloop naar deze stelselwijziging zijn, an ticiperend op de circulaire van het ministerie van BZK ‘Aanpassingen Appa-pensioenen en inhoudingen’, alle (voormalige) wethouders, inclusief degenen die hun ambt vervulden vóór de gemeentelijke fusie, ultimo boekjaar 2025 opgenomen in de voorziening wetho uderpensioenen. Hiermee wordt vooruitlopend op de toekomstige overdracht een volledige en juiste verwerking van de verplichting gewaarborgd. Totale dotatie 2025 bedraagt ruim 1,8 miljoen.

1.5 Voorstel tot bestemming van het resultaat 2025 Voorstel tot bestemming van het resultaat 2025: - een bedrag van € 152.000 toe te voegen aan de Algemene reserve - vaste buffer; - een bedrag van € 152.000 te onttrekken van de Algemene reserve - vrij besteedbaar; - een bedrag van € 85.000 beschikbaar te stellen voor Joodse eigendommen ter afbetaling van de ereschuld; - een bedrag van afgerond € 13.367.000 ten gunste te brengen van de Algemene reserve - vrij besteedbaar. 1. Norm vaste Buffer Met de vaststelling van de nota “Reserves en voorzieningen 2023” wordt een norm van 10% van het totaal van de Algemene uitkering en de opbrengst OZB gehanteerd voor het opvangen van risico’s. Ultimo boekjaar is de omvang van de reserve € 11,7 miljoen exclusief toekomstige uitgaven uit het Vitaliteitsfonds. Met inachtneming van de dotatie in de begroting 2026 -2029 zal deze toenemen tot ruim € 12,6 miljoen. Op grond hiervan wordt voorgesteld een bedrag van € 152.000 toe te voegen aan de Algemene reserve vaste buffer.

6 2. Joodse eigendommen Voorgesteld wordt om € 85.000 beschikbaar te stellen ten gunste van joodse eigendommen ter afbetaling van de ereschuld. 3. Algemene reserve vrij besteedbaar Voorgesteld wordt om het saldo 2025 van afgerond € 13.367.014 ten gunste van de Algemene reserve vrij besteedbaar te brengen. Resumé: Voorstel tot bestemming

7 1.6 Het overzicht van baten en lasten

8 1.7 De balans

9

10 1.8 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling 1.8.1 Inleiding De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening Activa en passiva worden gewaardeerd op basis van historische kostprijs. Voor posten waarvoor dit gebruikelijk is, zoals vorderingen en schulden, betekent dit dat zij tegen nominale waarde worden opgenomen, tenzij bij de betreffende balanspost anders is vermeld. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben (stelsel van baten en lasten). Baten en winsten worden slechts verantwoord voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden vóór het einde van het begrotingsjaar, worden in de jaarrekening verwerkt indien zij vóór het opmaken daarvan bekend zijn. Dividendopbrengsten uit deelnemingen worden verantwoord op het moment waarop het dividend betaalbaar wordt gesteld, tenzij sprake is van afgegeven garantstellingen. Voor verplichtingen die voortvloeien uit arbeidskosten en die jaarlijks een vergelijkbaar volume kennen, wordt geen voorziening gevormd of op andere wijze een verplichting opgenomen.

Dit betreft onder meer het wettelijke en bovenwettelijke verlof voor zover hiervoor een vervaltermijn geldt van maximaal twee jaar na balansdatum. Voor bovenwettelijk verlof met een vervaltermijn van meer dan twee jaar en voor het volledige spaarverlof wordt, conform de uitspraak van de commissie BBV, wel een voorziening gevormd. Indien sprake is van incidentele gebeurtenissen met financiële gevolgen , zoals reorganisaties, dan wordt daarvoor een voorziening of verplichting opgenomen. 1.8.2 Balans Activa De artikelen 59 tot en met 65 BBV leiden er samen toe dat alle investeringen die voldoen een de definitie van een actief (economisch nut, maatschappelijk nut, of immaterieel actief volgens art. 59) verplicht moeten worden geactiveerd. Kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde zijn hiervan uitgesloten. Compensabele BTW wordt niet geactiveerd. Vaste activa Immateriële vaste activa De kosten immateriële vaste activa worden overeenkomstig toegelicht in de financiële verordening al dan niet geactiveerd. Bijdragen aan activa van derden worden niet geactiveerd , maar rechtstreeks ten laste van de exploitatie gebracht, eventueel met een bijdrage uit een reserve. De gemeenteraad neemt hierover een besluit.

Onderzoekskosten / aanloopkosten die na instemming van de gemeenteraad en binnen afzienbare termijn (maximaal 5 jaar) in een grondexploitatie worden opgenomen worden onder immateriële vaste activa opgenomen. 11 Materiële vaste activa met economisch nut De in erfpacht uitgegeven percelen worden gewaardeerd tegen de oorspronkelijke uitgifteprijs, zijnde de waarde die bij eerste uitgifte als basis voor de canonberekening is gehanteerd. Overige investeringen met economisch nut zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; op het resterende saldo wordt afgeschreven. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikname lineair afgeschreven op basis van de verwachte gebruiksduur. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven. Bij de waardering wordt rekening gehouden met een duurzame waardevermindering indien deze naar verwachting optreedt. In het verslagjaar 2025 heeft zich geen dergelijke waardevermindering voorgedaan. Op investeringen die vóór 2004 zijn gedaan, is in het verleden incidenteel extra afgeschreven zonder economische noodzaak, ter verlichting van toekomstige lasten. Ook zijn in voorkomende gevallen reserves op dergelijke investeringen afgeboekt.

Bijdragen uit reserves mogen niet in mindering worden gebracht op de waarde van activa met economisch nut. Investeringssubsidies en bijdragen van derden mogen wel worden verrekend. Materiële vaste activa met maatschappelijk nut Investeringen met maatschappelijk nut worden geactiveerd en vanaf het moment van ingebruikname lineair afgeschreven op basis van de verwachte gebruiksduur. De afschrijvingstermijnen zijn vastgelegd in de actuele financiële verordening. Afwijkingen van deze termijnen zijn uitsluitend toegestaan na expliciete instemming van de gemeenteraad.

12 Financiële vaste activa Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en verstrekte leningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde conform beschreven in BBV, waarin staat dat alle activa opgenomen moeten worden tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, tenzij anders bepaald. Bij vermoedens van oninbaarheid wordt voor de geschatte omvang een voorziening gevormd. Participaties in NV’s, BV’s en andere deelnemingen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Bij het blijvend en structureel achterblijven van de marktwaarde ten opzichte van de verkrijgingsprijs vindt een afwaardering plaats. Vlottende activa Voorraden (grondexploitatie) Gronden die zijn aangekocht voor toekomstige bouwgrondontwikkeling worden in eerste instantie opgenomen onder de materiële vaste activa. Nadat de gemeenteraad heeft besloten deze gronden in exploitatie te nemen, worden zij gepresenteerd onder de voorraden in de balans. Bouwgronden in exploitatie (BIE) worden gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs of, indien lager, tegen de marktwaarde. De vervaardigingsprijs omvat alle kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend, zoals grondaankopen, kosten bouw - en woonrijp maken, rentekosten en administratie- en beheerkosten, verminderd met gerealiseerde opbrengsten . Compensabele BTW wordt niet geactiveerd en maakt geen onderdeel uit van de vervaardigingsprijs.

Winsten uit grondexploitaties worden genomen conform de verplichte Percentage of Completion (POC) - methode, zoals voorgeschreven in de Notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken van de commissie BBV. Dit betekent dat naar rato van de voortgang van een complex, zowel in kosten als opbrengsten, tussentijdse resultaten worden verwerkt. Verliezen worden direct genomen zodra deze voorzienbaar zijn. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Voor vorderingen geldt dat deze bij eerste opname en daarna worden gewaardeerd tegen nominale waarde, verminderd met een voorziening voor oninbaarheid. Deze voorziening wordt gevormd op basis van geschatte inningskansen en de ouderdom van de vorderingen. Toelichting onzekerheid eigen bijdrage WMO Een aanvrager van een voorziening, hulp in de huishouding of een financiële tegemoetkoming (persoonsgebonden budget) is op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een eigen bijdrage verschuldigd. De berekening, oplegging en incasso van deze bijdrage wordt uitgevoerd door het Centraal Administratie Kantoor (CAK). De informatievoorziening van het CAK naar gemeenten is vanwege wettelijke beperkingen op gegevensuitwisseling beperkt, waardoor de gemeente niet de juistheid en volledigheid op persoonsniveau en totaalniveau kan vaststellen.

De commissie BBV heeft in de Kadernota rechtmatigheid bevestigd dat deze verantwoordelijkheid bij de wetgever ligt en niet bij gemeenten. Dit betekent dat de gemeente geen zekerheid kan verkrijgen over de omvang en hoogte van de eigen bijdragen. In overeenstemming met de verplichte BBV -uitspraak worden de eigen bijdragen op basis van het kasstelsel verantwoord. Dit houdt in dat alleen de in het verslagjaar ontvangen bedragen worden opgenomen; ontvangsten in 2026 die betrekking hebben op 2025 worde n niet meegenomen. 13 Liquide middelen en overlopende posten Liquide middelen en overlopende activa, zoals vooruitbetaalde posten en nog op te leggen aanslagen, worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vaste passiva Reserves Reserves worden opgenomen tegen nominale waarde. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd tegen het nominale bedrag van de verplichting of het voorzienbare verlies, tenzij de contante waarde significant afwijkt. De vorming van een voorziening of een toevoeging aan een bestaande voorziening wordt als last in het boekjaar verantwoord waarin de verplichting of het risico ontstaat. Aanwendingen van voorzieningen worden rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht en niet via de exploitatie verwerkt.

De gemeente vormt voorzieningen voor verplichtingen die voortvloeien uit bestaande afspraken, zoals pensioenen en wachtgeld, en voor risico’s die hun oorsprong vinden vóór balansdatum. Daarnaast worden voorzieningen getroffen voor het egaliseren van lasten over meerdere jaren, bijvoorbeeld voor onderhoud van kapitaalgoederen. Voor deze egalisatievoorzieningen geldt dat er onderliggend een actueel beleidsdocument met een meerjarig onderhoudsplan aan ten grondslag ligt. Achterstallig onderhoud wordt niet ten laste van de voorziening gebracht, maar via de exploitatie verantwoord. Onder de voorzieningen vallen ook en egalisatievoorzieningen voor riolering en afvalverwijding. Deze worden gevormd uit door derden verkregen middelen en dienen ter dekking van toekomstige lasten en ter egalisatie van tarieven over meerdere jaren. Voorzieningen zijn niet rentedragend en kennen geen waarderingswijziging , behalve bij actuariële berekeningen voor pensioenverplichtingen. Deze berekeningen zijn gebaseerd op de meest recente overlevingstabellen van het Actuarieel Genootschap en de actuele rekenrente conform richtlijnen van het ministerie van BZK. Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Vaste schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. Er vindt geen herwaardering plaats.

De schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer en worden aangegaan ter financiering van investeringen of ter dekking van liquiditeitsbehoeften. Rente en aflossing worden verwerkt in de exploitatie van het jaar waarin zij verschuldigd zijn. Eventuele waarborgsommen die voor een periode langer dan één jaar zijn verstrekt, worden eveneens onder deze categorie opgenomen. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Het betreft kortlopende verplichtingen met een looptijd korter dan één jaar, zoals crediteuren, nog te betalen bedragen en overlopende passiva. 14 Overlopende passiva Onder de overlopende passiva worden ontvangen voorschotten en vooruitontvangen bedragen opgenomen die betrekking hebben op toekomstige perioden. Deze posten worden afzonderlijk gepresenteerd om inzicht te geven in verplichtingen die voortvloeien uit specif ieke bestedingsdoelen, zoals ontvangen voorschotten van het Rijk en andere overheden. Vennootschapsbelasting Indien sprake is van een verplichting uit hoofde van vennootschapsbelasting, wordt deze opgenomen tegen het nominale bedrag van de verwachte afrekening. Voor de jaren waarvoor nog geen definitieve vaststelling heeft plaatsgevonden, wordt geen schuldpositie opgenomen zolang er onzekerheid bestaat over de omvang.

Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen Borg- en garantstellingen Borg- en garantstellingen worden buiten de balans gehouden. Het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar wordt in de toelichting vermeld. Daarnaast worden leasecontracten en andere aangegane verplichtingen die niet leiden tot balansposten toegelicht. Gebeurtenissen na balansdatum Tussen het einde van het boekjaar en de vaststelling van de jaarrekening worden gebeurtenissen beoordeeld op hun invloed op de financiële positie. Indien deze gebeurtenissen nadere informatie geven over de situatie per balansdatum, worden zij verwerkt in de jaarrekening. Gebeurtenissen die geen invloed hebben op de situatie per balansdatum, maar wel van belang zijn voor het inzicht, worden toegelicht. 15 2. Toelichting op het overzicht van baten en lasten De presentatie van de rekening geschiedt overeenkomstig de aan ons opgelegde voorschriften, het BBV, en is op basis van het coal itieakkoord per programma opgebouwd. In de toelichtingen zijn alle afwijkingen van minimaal € 20.000 of 10% van het taakveld binnen een programma vermeld. 2.1 Woningbouw De lasten en baten van het programma Woningbouw3: De belangrijkste verschillen tussen de realisatie en de raming na wijziging zijn: Ruimte en leefomgeving (bestemmingsplannen) Er is een positief saldo ontstaan van € 49.000.

Dit voordeel is als volgt te verklaren: Binnen het project nieuwe buurt Blokzijl ontstaat een overschot van € 40.000 en binnen het budget voor vrijkomende agrarische bebouwing ontstaat een overschot van € 16.000. Voor het project actualiseren bestemmingsplan Eeserwold zijn nog kosten gemaakt voo r € 9.000 en is daarmee een nadeel. Daarnaast zijn er nog enkele kleinere verschillen. 3 De actuele begroting is ten opzichte van de primitieve begroting in alle programma’s hoger op zowel de baten en lasten als de mutaties in de reserves. Dit wordt veroorzaakt door nieuwe besluiten van de raad, maar met name door de restantkredieten zoals in de jaarrekening 2024 in bijlage 7 zijn opgenomen.

16 Grondexploitatie woningbouw De grondexploitatie Terrein Kornputkazerne heeft een verlies genomen van € 247.000, wat met name het negatieve resultaat van € 249.000 ten opzichte van begroot veroorzaakt. De winsten van de grondexploitatie, onderdeel woningen, zijn overeenkomstig de verplichte POC 4 methode berekend. Deze winst komt niet in het resultaat maar is gestort in de Algemene reserve vrij besteedbaar. Dit wordt gedaan om de begroting niet positief te beïnvloeden door incidentele resultaten uit de grondexploitatie. Hierdoor wordt het structurele evenwicht van de begroting gegarandeerd. De POC methode houdt in dat de winsten worden berekend op basis van de voortgang van het complex. Deze wordt bepaald door zowel de vorderingen in de kosten als de baten in een percentage tot uitdrukking te brengen. Het kan voorkomen dat deze in de loop der tijd berekende risico’s leiden tot een bijgestelde lagere winst. In de notitie grondexploitatie uit 2019 wordt verplicht om eventueel teveel geboekte winst in het verleden “terug te boeken”. In de rekening is de gerealiseerde “winst” van € 321.000 conform uitgangspunten aan de Algemene reserve vrij besteedbaar toegevoegd. In de begroting na wijziging was een “winst” van € 179.000 begroot. Dit betekent geen voordeel voor de rekening, maar een hogere dotatie in de Algemene reserve vrij besteedbaar.

In paragraaf 2.8 en in de toelichting op de balans wordt een nadere uiteenzetting van de ontwikkelingen per complex gegeven. Wonen en bouwen Dit taakveld sluit met een voordeel van € 1.692.000 en bestaat uit de 2 volgende onderdelen: Woonbeleid Het positieve resultaat wordt voornamelijk veroorzaakt door de opgenomen realisatiestimulans (RSS) van € 1.148.000. Dit bedrag is als nog te ontvangen op de balans verantwoord naar aanleiding van de uitspraak van het BBV van 23 maart jl. Het betreft 164 woningen waarvan de bouw in 2025 is gestart. Daarnaast is het voordeel wat hier ontstaat veroorzaakt doordat er weinig kosten zijn gemaakt voor de wet goed verhuurderschap en de wet betaalbare huur. Leges Omgevingsvergunningen In de primitieve begroting gingen we uit van € 1.475.000 aan inkomsten uit leges. Bij het opstellen van de Najaarsnota leek het verstandig om deze inkomsten bij te stellen naar € 1.315.000, omdat het leek dat inkomsten aan leges achter bleven. Uiteindelijk zagen we in het laatste kwartaal nog enkele individuele hoge inkomsten aan leges. Hierdoor hebben wij uiteindelijk € 1.598.000 aan leges binnengekregen, resulterend in een voordeel van € 283.000. Ook de leges van vergunning die zijn aangevraagd in afwijking van het bestemmingsplan wijken af van wat wij hebben begroot. Dit heeft geleid tot een voordeel van € 160.000. 4 Percentage of Completion

17 Verder zien we dat de er minder kosten zijn gemaakt dan vooraf begroot. Er zijn voor de omgevingsvergunning € 39.000 minder kosten gemaakt. Dit komt omdat we minder advies hebben gevraagd aan onze partner voor het behandelen van omgevingsvergunningen, daar naast hebben we de welstandstoetsen (veelal) zelf uitgevoerd in plaats van dit te laten uitvoeren door externen. In 2025 is ook ons project voor het actualiseren van de archeologische verwachtingenkaart afgerond. Deze kaart geeft aan hoe groot de kans is dat op een bepaalde plek archeologische vondsten gedaan kunnen worden. Vanuit de omgevingswet zijn gemeenten verplicht deze potentiële vondsten te beschermen. Voor de realisatie van deze kaart hebben wij uiteindelijk € 14.000 meer uitgegeven. Aantal verleende vergunningen (369) per bedrag: Ontvangen leger (€ 1.817.661) ingedeeld naar bedrag: Waarvan incidenteel gerealiseerd De richtlijnen schrijven voor dat in de rekening de incidentele baten en lasten moeten worden toegelicht. Deze hebben betrekking op voorzienbare en onverwachte gebeurtenissen en besluiten. In dit programma hebben deze op hoofdlijnen betrekking op: o Investeringen met een dekking uit reserves die op grond van de regelgeving via de ex ploitatie worden verantwoord (Experimentele woonvormen, extra impuls woningbouw, werkbudget woningbouw etc.) tot een bedrag van € 405.000.

o Uitgaven en lasten van subsidie bouwimpuls van € 445.000.

18 2.2 Werk en Economie De lasten en baten van het programma Werk en Economie5: De belangrijkste verschillen tussen de realisatie en de raming na wijziging zijn: Beheer overige gebouwen en gronden (grondzaken) Binnen dit taakveld is een voordeel ontstaan van € 364.000. Dit komt door een voordeel op grondzaken van € 127.000. Belangrijkste oorzaak hiervan zijn hogere inkomsten uit erfpacht. Op het budget voor verkoop onroerende zaken is een voordeel ontstaan ter g rootte van € 246.000. Belangrijkste oorzaak is de verkoop van een perceel grond in Oldemarkt voor € 175.000 waar in de begroting geen rekening mee was gehouden. Daarnaast is er aan verkoop van grondpercelen ook meer binnengekomen dan begroot. Op de erfpachtgronden zit een nadeel van € 9.000. Economische ontwikkelingen Binnen dit taakveld is een voordeel ontstaan van € 50.000. Op het budget voor economisch beleid ontstaat een voordeel van € 20.000. Op het budget voor economische promotie resteert een budget van € 35.000. Daarnaast zijn er enkele kleinere nadelen voor € 5.000. Fysieke bedrijfsinfrastructuur Binnen dit taakveld is een voordeel van € 24.000 gerealiseerd. Het belangrijkste voordeel wordt veroorzaakt omdat tussentijds geld beschikbaar is gesteld voor de eenmalige kosten van het voormalig Edahterrein, die niet in zijn geheel zijn besteed.

5 De actuele begroting is ten opzichte van de primitieve begroting in alle programma’s hoger op zowel de baten en lasten als de mutaties in de reserves. Dit wordt veroorzaakt door nieuwe besluiten van de raad, maar met name door de restantkredieten zoals in de jaarrekening 2024 in bijlage 7 zijn opgenomen.

19 Ruimte en leefomgeving Hier is een nadeel ontstaan van € 27.000 omdat de kosten voor de sloop en sanering Tukseweg 27 hoger zijn uitgevallen dan begoot. De aannames rondom de kosten voor de sloop zijn achteraf te ambitieus gebleken. Grondexploitatie bedrijven De uitgangspunten zoals verwoord bij het onderdeel woningen in het vorige programma zijn ook voor de bedrijventerreinen van toepassing. Over 2025 was een “winst” beoogd van € 170.000. De werkelijke winstneming grondexploitatie bedrijventerreinen bestaan uit complex 11 Oostermeentherand en complex 67 Weg van Rollecate Vollenhove. De winsten bedragen respectievelijk € 165.000 en € 103.000. In paragraaf 2.8 en in de toelichting op de balans wordt een nadere uiteenzetting van de ontwikkelingen per complex gegeven. Waarvan incidenteel gerealiseerd De richtlijnen schrijven voor dat in de rekening de incidentele baten en lasten moeten worden toegelicht. Deze hebben betrekking op voorzienbare en onverwachte gebeurtenissen en besluiten. In dit programma hebben deze betrekking op investeringen met een de kking uit reserves .

Deze worden op grond van regelgeving via de exploitatie verantwoord (bijdrage aanjaagfonds ondernemers, Regio Zwolle, ondernemersrekening, Projectleider arbeidsmarkt, Economische agenda, Uitbreiding personeel toerisme en duurzaam, Uitvoeringsagenda binnenstad en Sanering eenmalige kosten Rijkmans) tot een bedrag van afgerond € 679.000. 20 2.3 Samenredzaam De lasten en baten van het programma Samenredzaam 6: De belangrijkste verschillen tussen de realisatie en de raming na wijziging zijn: Onderwijsbeleid en leerlingzaken Binnen dit taakveld is sprake van een nadelig saldo van € 23.000. Het nadeel ontstaat doordat we aantal bedragen hebben begroot op SPUK’s onderwijsachterstanden en onderwijsvertraging Covid-19. De impact hiervan betreft een nadeel van € 11.000 euro. Per saldo loopt dit op nihil, omdat wij dit via de rijksmiddelen kunnen benutten. We hadden echter meer uitgaven dan inkomsten begroot, waardoor dit nadeel ontstaat. Daarnaast hebben we een nadeel van € 16.000 voor kortdurende peuteropvang. Dit nadeel ontstaat doordat wij meer hebben uitgegeven dan begroot. Ditzelfde zien we ook voor leerlingen vervoer, dit leidt ook tot een nadeel. Het nadeel bedraagt € 19.000. Verder zien we een voordeel op volwasseneneducatie van € 27.000.

6 De actuele begroting is ten opzichte van de primitieve begroting in alle programma’s hoger op zowel de baten en lasten als de mutaties in de reserves. Dit wordt veroorzaakt door nieuwe besluiten van de raad, maar met name door de restantkredieten zoals in de jaarrekening 2024 in bijlage 7 zijn opgenomen.

21 Samenkracht en burgerparticipatie Binnen dit taakveld is sprake van een batig saldo van € 1.559.000 en bestaat uit de volgende componenten: Per opvangplek per dag ontvangen wij een normbijdrage. Dit boekjaar zien we dat de Oekraïners zelfredzamer worden. Dit betekent dat de locatiekosten voor de opvang van hen lager worden. Hierdoor zijn er minder uitgaven per opvangplek, waardoor we ten opzic hte van de normbijdrage een voordeel hebben. Hierdoor komt het voordeel uit op € 1.643.000 Kinderdagopvang We hadden verwacht dit jaar € 55.000 extra aan toezichtskosten te hebben van de GGD. De kosten die de GGD bij ons in rekening heeft gebracht, zijn lager dan begroot. Hierdoor hebben wij een voordelig saldo van € 26.000 Gemeentelijke hulp toeslagenproblematiek Het voordelige saldo van € 101.000 komt voornamelijk vanwege de definitieve eindafrekeningen van de Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp gedupeerden toeslagenproblematiek. We hebben de eindafrekeningen van eerdere jaren ontvangen en ook hebben we een nog te ontvangen bedrag van 2025 ingeboekt. Kinderdagopvang Sociaal medische Indicatie (SMI) In 2024 zagen we al dat er meer en meer een beroep wordt gedaan door ouders op deze Wmo - ondersteuning. Dit is een landelijke trend. Daarnaast zien we ook dat er een grote bekendheid bij ouders is over dit Wmo-product.

Hoewel we in de Perspectiefnota 2025-2029 structureel meer geld hebben bijgeraamd, zien we toch een nadeel van € 16.000. Algemene voorzieningen Resultaat gerichte inkoop wordt niet meer gedekt uit de reserve . Dit valt vrij waardoor er een batig saldo ontstaat van € 196.000. Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Onder toegang en eerstelijnsvoorzieningen een voordeel ontstaan va n € 92.000 bestaande uit de volgende onderdelen: Hulpverlening voordeling saldo € 74.000 Begin boekjaar hebben wij de pilot zorg – onderwijs naar een reguliere werkstructuur omgezet. In deze werkstructuur wordt de functie van schoolmaatschappelijk werk en jeugdconsulent structureel toegevoegd aan de zorg -adviesteams op scholen. We hadden verwacht dat dit eer st nog meer geld zou kosten en dat dit vanaf 2026 zal gaan leiden tot een besparing als gevolg van minder instroom van jeugdigen. Echter zien we dat € 54.000 minder aan kosten kwijt waren dan op voorhand ingeschat. Verder zien we een voordeel van € 10.000 op de kosten van de praktijkondersteuners van de huisarts voor jeugd GGZ en de locatiekosten bij de huisarts. We waren minder kosten kwijt dan op voorhand ingeschat. Ditzelfde geld voor de kosten voor de preventie van jeugdproblematiek. Dit voordeel bedraagt ook € 10.000. Eerstelijnsloket WMO en Jeugd voordelig saldo € 18.000 We hebben een € 18.000 minder uitgegeven dan begroot.

Hierdoor ontstaat dit voordeel. 22 Inkomensregelingen Binnen dit taakveld is een nadelig saldo ten opzichte van de begroting tot stand gekomen van € 8 31.000. Overzicht van de diverse afwijkingen: - Met betrekking tot de uitgaven voor de loonkostensubsidie hebben wij € 454.000 meer uitgegeven dan begroot. Dit heeft te maken doordat er meer verstrekkingen aan loonkostensubsidies zijn en de gemiddelde prijs van de loonkostensubsidie is gestegen. - Deze zelfde trend zien wij ook terugkomen met betrekking tot de uitkeringen participatiewet hier zijn wij een overschrijding van € 142.000. Ook dit komt weer doordat er meer uitkeringen worden verstrekt aan mensen en ook de hoogte van de uitkeringen zijn g estegen. We zien dat de uitstroom achterblijft omdat er meer mensen met complexe problematiek instromen. De hoogte van de uitkering is hoger geweest dan vooraf ingeschat, we gingen uit van een gemiddelde uitkering per persoon van € 17.200. De werkelijke gemiddelde hoogte van de uitkering is uitgekomen op € 18.000. We gingen uit van een gemiddelde van 723 personen die in 2025 een uitkering zouden ontvangen van ons. In werkelijkheid lag dit gemiddelde op 734. - IOAW en IOAZ € 67.000. Ook hier zagen wij dat de gemiddelde uitkering per persoon hoger lag, dan vooraf ingeschat. We gingen uit van een gemiddelde uitkering van € 17.800, in werkelijkheid kwam dit uit op gemiddeld € 20. 000.

We hadden ingeschat dat de groep gemiddeld 21 personen bevatte, dit gemiddelde lag in werkelijkheid op 22. Minimabeleid/schuldhulpverlening Als gevolg van meer mensen die gebruikt maken van ons minimabeleid en schuldhulpverlening is ons budget met € 117.000 overschreden. Het beschikbare budget minimabeleid ter hoogte van € 3.268.000 is met € 151.000 overschreden. Op schuldhulpverlening is een klein voordeel behaalt van € 4.000. Besluit Zelfstandigen We hebben € 28.000 meer uitgegeven dan begroot . Dit komt voornamelijk doordat wij meer hebben uitgegeven aan uitkeringen namelijk € 1 57.000 ten opzichte van begroot € 52.000. Tegelijkertijd is er ook een voordeel van € 75.000 aan onderzoeks- en voorbereidingskosten.

23 Maatwerkvoorzieningen Wmo Op de maatwerkvoorzieningen WMO is een voordeel behaalt van € 114.000. Dit komt doordat er € 66.000 minder is uitgegeven aan Wmo voorzieningen voor wonen dan vooraf begroot. Daarnaast is er ook sprake van een voordeel van € 49.000 op Wmo voorzieningen rollen. Beide ontwikkelingen zijn een gevolg van het minder verstrekken van voorzieningen. Maatwerkdienstverlening 18+ Wmo Hulp bij het huishouden Als gevolg van de groei van het aantal inwoners en de indexatie van de prijs als gevolg van de nieuwe aanbesteding hadden wij extra kosten verwacht. In werkelijkheid zijn deze kosten minder gestegen dan ingeschat. Dit resulteert in een voordeel van € 354.000 euro (Zorg in Natura en PGB) . Vanaf het tweede kwartaal van 2025 zijn we gaan werken met een nieuw normenkader. De verwachting is dat dit op termijn gaat leiden tot lagere kosten. Wel moet blijven rekening worden gehouden met autonome stijgingen (indexatie etc.) Verder is de eigen bijdrage hoger uitgevallen dan vooraf ingeschat dit resulteert in een plus van € 13.000. Begeleiding WMO Begeleiding Het beschikbare budget van € 5,82 miljoen (Zorg in Natura en zorg in de vorm van een persoonsgebonden budget (PGB)) is overschreden met een bedrag van € 111.000. We zien het aantal cliënten stijgen.

We hadden in de PPN hier al extra gelden voor gevraagd, per saldo blijkt dat we nog meer kosten hebben gehad, dan ingeschat. Ook zijn we meer kosten kwijt geweest aan vervoersvoorzieningen dan verwacht. Dit bedraagt in totaal € 22.000. De taakvelden die betrekking hebben op jeugdhulp ambulant en jeugdhulp met verblijf is een voordeel tot stand gekomen van € 136.000 euro. Jeugdhulp Jeugdhulp lokaal: nadeel € 205.000 Met betrekking tot de jeugdhulp lokaal een nadeel van € 205.000. Dit komt omdat sprake is van client gebonden contracten met zorgaanbieders. Deze contracten vallen buiten de inkoop via de RSJ. Jeugdhulp regionaal: voordeel € 244.000 Deze zorg wordt verleend op basis van een raamovereenkomst gesloten contracten die worden ingekocht. Hier is een voordeel op behaald. Jeugdhulp landelijk: voordeel € 90.000 De VNG sluit met landelijke aanbieders contracten af. Deze aanbieders kunnen op basis van de jeugdwet hun verleende zorg bij ons declareren. Er is hier minder beroep opgedaan wat resulteert in een voordeel van € 90.000. Jeugdhulp PGB € 133.000 Er is minder beroep gedaan op de jeugdhulp persoonsgebonden budgetten. Het aantal cliënten in de PGB is gedaald. Hierdoor ontstaat een voordeel van € 133.000. 24 Beschermd wonen en vrouwenopvang Voor de regio wordt beschermd wonen uitgevoerd door de gemeente Zwolle. Net als voorgaande jaren is er budget overgebleven.

Hierdoor ontstaat een voordeel van € 73.000. Op de bestedingen voor maatschappelijke en vrouwenopvang is een voordeel behaald van € 13.000. Gezondheidszorg Hier hebben wij per saldo een voordeel behaald van € 22.000. Waarvan incidenteel gerealiseerd De richtlijnen schrijven voor dat in de rekening de incidentele baten en lasten moeten worden toegelicht. Deze hebben betrekking op voorzienbare en onverwachte gebeurtenissen en besluiten. In dit programma hebben deze op hoofdlijnen betrekking op: o Investeringen met een dekking uit reserves die op grond van de regelgeving via de exploitatie worden verantwoord (Beschermd wonen naar beschermd thuis, intensivering jeugd corona, beweging van nul, regenboogbeleid etc.) leiden tot een bedrag van per saldo € 484.000. o Kosten en rijksbijdragen van ruim € 9.1 en € 11,4 miljoen, voor de opvang van ontheemden uit Oekraïne.

25 2.4 Vitaal Platteland De lasten en baten van het programma Vitaal platteland7: De belangrijkste verschillen tussen de realisatie en de raming na wijziging zijn: Recreatieve havens Er is een voordeel ontstaan van € 37.000 doordat het herstraten van het tegelpad langs de kade aan de Beulakerweg lager uitvalt dan geraamd. Economische promotie Er is een nadeel ontstaan ter grootte van € 55.000. Op de vermakelijkhedenretributie zit een nadeel van € 73.000. Dit komt door een nadeel van € 48.000 op de inkomsten. De inkomsten zijn al lager bijgesteld naar € 425.000, maar de werkelijke inkomsten blijven hierop achter. Aan de uitgavenkant zijn de uitgaven € 25.000 hoger uitgevallen. Voor de rest zijn er kleinere positieve verschillen van € 18.000. Waarvan incidenteel gerealiseerd De richtlijnen schrijven voor dat in de rekening de incidentele baten en lasten moeten worden toegelicht. Deze hebben betrekking op voorzienbare en onverwachte gebeurtenissen en besluiten. In dit programma hebben deze op hoofdlijnen betrekking op: o Investeringen met een dekking uit reserves die, op grond van de regelgeving, via de exploitatie worden verantwoord (programma Leader , gele gebieden Ossenzijl, startbudget gebiedsinitiatieven, etc.) tot een bedrag van € 353.000.

7 De actuele begroting is ten opzichte van de primitieve begroting in alle programma’s hoger op zowel de baten en lasten als de mutaties in de reserves. Dit wordt veroorzaakt door nieuwe besluiten van de raad, maar met name door de restantkredieten zoals in de jaarrekening 2024 in bijlage 7 zijn opgenomen.

26 2.5 Duurzaam De lasten en baten van het programma Duurzaam 8: De belangrijkste verschillen tussen de realisatie en de raming na wijziging zijn: Economische promotie Binnen het taakveld economische promotie zit een nadeel van € 59.000 door een nadeel op het inzamelen van afval bij evenementen. Afval Binnen het taakveld afval is sprake van een batig saldo van € 30.000. Op het onderdeel grondstoffenplan zit een voordelig saldo van € 16.000 en de vrijwilligerskosten voor inzamelingskosten oud papier vallen € 14.000 lager uit dan begroot. De overige budgetten maken wel onderdeel uit van de gesloten huishouding en maken onderdeel uit van het tarief afvalstoffenheffing. Dit houdt in dat overschotten en tekorten worden verrekend met de voorziening reiniging. Hierdoor wordt bewerkstelligd dat d e “door derden verkregen middelen’ benut kunnen worden voor het opvangen van nadelen en het dempen van het tarief en de financiële voordelen weer terugvloeien naar de burger. Baten De opbrengsten afvalstoffenheffing vallen € 128.000 hoger uit dan begroot. De hogere inkomsten zitten met name in het variabele deel van het tarief (€ 75.000), omdat er nog kosten over 2024 in rekening zijn gebracht (€ 60.000). Er zit nog een voordeel op d e lasten voor betaal - en inningenverkeer van € 15.000. Het overige voordeel van € 38.000 is een voordeel op het vaste tarief.

8 De actuele begroting is ten opzichte van de primitieve begroting in alle programma’s hoger op zowel de baten en lasten als de mutaties in de reserves. Dit wordt veroorzaakt door nieuwe besluiten van de raad, maar met name door de restantkredieten zoals in de jaarrekening 2024 in bijlage 7 zijn opgenomen.

27 Lasten De vergoeding van Verpact valt € 213.000 hoger uit dan begroot. Dit komt met name door een nabetaling over 2023 en 2024 voor het inzamelen van zwerfafval van € 174.000. De tonnages liggen redelijk in lijn met voorgaande jaren en de vergoeding per ton ligt iets hoger. Dit zorgt voor het overige verschil. Op de kosten voor de inzameling van de ROVA is een voordeel ontstaan van € 261.000. De belangrijkste voordelen zijn een hogere oud papier prijs dan waar bij het opstellen van de begroting rekening mee is geh ouden, lagere kosten voor GFT, met name door een lagere prijs per ton en een voordelige nacalculatie exportheffing restafval. De kosten voor de kwijtschelding vallen € 12.000 lager uit dan begroot. Daarnaast vallen de kosten voor zwerfafval € 16.000 lager uit dan begroot. Daarnaast zijn er nog overige verschillen ter grootte van € 12.000. Er was een onttrekking uit de voorziening begroot van € 987.000. Door de voordelen van in totaal € 644.000 is nog een onttrekking van € 343.000 noodzakelijk. Voor een volledig beeld geven wij de ontwikkelingen van de voorziening weer:

28 Milieubeheer Per saldo is er op dit taakveld een voordeel van € 665.000. Het grootste voordeel doet zich voor op het onderdeel klimaatakkoord en bedraagt € 571.000. In de loop van het boekjaar is een extra bedrag van € 99.000 ontvangen. Omdat we in staat zijn geweest de ontvangen gelden voor een groter deel in relatie te brenge n tot bestaande budgetten is hier een voordeel ontstaan. In totaal is er binnen onderdeel duurzaamheid sprake van een voordeel van € 584.000. Betreft het deel milieubeheer zien we dat er een voordeel van € 81.000 is behaald. Hoewel we wel kosten hiervoor hebben gehad, zien een voordeel van 56.000 op milieubeheer. De kosten die wij hebben gemaakt zijn op het taakveld openbare orde en veiligheid geboekt. Deze kosten hadden betrekking op geluidsmetingen die worden gedaan ter controle van evenementen. Dit is dus ergens anders verwerkt in de jaarrekening. Verder hebben wij een klein voordeel op het budget van de omgevingsdienst. Dit komt (mede) door de afrekening van 2024 die wij in 2025 hebben ontvangen. Het voordeel bedraagt € 16.000. Waarvan incidenteel gerealiseerd De richtlijnen schrijven voor dat in de rekening de incidentele baten en lasten moeten worden toegelicht. Deze hebben betrekking op voorzienbare en onverwachte gebeurtenissen en besluiten.

In dit programma hebben deze op hoofdlijnen betrekking op: o Investeringen met een dekking uit reserves die, op grond van de regelgeving, via de exploitatie worden verantwoord (Energie maatschappelijke instellingen, energiebesparende maatregelen maatschappelijke instellingen etc.) tot een bedrag van € 587.000. 29 2.6 Leefbare steden en kernen De lasten en baten van het programma Leefbare steden en kernen9: De belangrijkste verschillen tussen de realisatie en de raming na wijziging zijn: Beheer overige gebouwen en gronden Binnen het taakveld Beheer Overige gebouwen en gronden is sprake van een nadeel van € 1.301.000. In de jaarrekening 2024 is een nadeel verwerkt op de huisvesting van de huisartsen in Giethoorn. In het huidige boekjaar is dit verrekend en bovendien grond verkocht aan de huisartsen. Voor de jaarrekening ontstaat hierdoor een voordeel van € 195.000. Op de kosten voor energie ontstaat een voordeel van € 46.000. Op het onderhoud van de gebouwen zit een nadeel van ruim € 1,5 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door een noodzakelijk extra storting in de voorziening maatschappelijk vastgoed. Op basis van het onderhoudsprogramma Planon komt steeds meer inzicht in het noodzakelijk onderhoud voor de komende jaren.

Doordat deze gegevens zijn geactualiseerd is ook inzichtelijk geworden dat er om de gebouwen te 9 De actuele begroting is ten opzichte van de primitieve begroting in alle programma’s hoger op zowel de baten en lasten als de mutaties in de reserves. Dit wordt veroorzaakt door nieuwe besluiten van de raad, maar met name door de restantkredieten zoals in de jaarrekening 2024 in bijlage 7 zijn opgenomen.

30 kunnen onderhouden een aanvullende storting noodzakelijk is. Omdat er nu 1 jaar ervaring is met het onderhoudsprogramma, zullen we ook de gevolgen moeten verwerken. Op basis van de ervaring van het komende jaar, zullen we meer kunnen zeggen over het benodigde niveau van de structurele budgetten en de omvang van de voorziening maatschappelijk vastgoed. Openbare orde en veiligheid Binnen dit taakveld is een nadeel tot stand gekomen van € 58.000. Op integrale veiligheid zit een nadeel van € 24.000. Dit wordt veroorzaakt doordat hier in 2025 een factuur is betaald voor het Zorg- en Veiligheidshuis. Op het budget voor de controleurs openbare ruimte ontstaat een nadeel van € 18.000 door hogere lasten voor vorming en opleiding en een schadegeval. Een nadeel van € 10.000 is ontstaan door extra geluidsmetingen. Daarnaast is en nog een nadeel van € 8.000 door lagere inkomsten uit leges Algemeen Plaatselijke Verordening (APV). Er zijn daarnaast nog kleinere positieve verschillen voor € 2.000. Verkeer en vervoer Op het taakveld verkeer en vervoer zit een voordeel van € 443.000. Het onderdeel wegen, straten en pleinen sluit met een voordeel van € 291.000. Vertraging in de uitvoering heeft geleid tot een overschot van € 695.000 op het budget groot onderhoud wegen.

Het overschot is benut voor een noodzakelijke dotatie van € 600.000 aan de voorziening groot onderhoud wegen zodat deze werkzaamheden alsnog uitgevoerd kunnen worden. Er zit een voordeel op de kapitaallasten van € 100.000 omdat niet alle investeringen zijn gerealiseerd. Op het budget dagelijks beheer wegen zit een voordeel van € 71.000, wat met name wordt veroorzaakt door hogere inkomsten voor kabels en leidingen. Er is een voordeel op het budget voor toegankelijkheid openbare ruimte van € 47.000. Veel van de maatregelen die noodzakelijk zijn worden ook betaald vanuit ander e budgetten binnen wegen. Het budget voor straatmeubilair sluit met een nadeel van € 13.000 en de doorberekende waterschapslasten vallen € 9.000 hoger uit. Het onderdeel gladheidsbestrijding sluit met een nadeel van € 27.000 doordat er meer strooiroutes zijn uitbesteed. Het onderdeel openbare verlichting sluit met een nadeel van € 14.000. Op de energielasten zit een nadeel van € 30.000 en op het onderhoud zit een voordeel van € 16.000. Het budget voor de oeververbindingen sluit met een overschot van € 95.000. Dit komt deels door een voordeel op niet gerealiseerde investeringen van € 11.000 en deels door een voordeel op onderhoud van € 84.000. Op de verkeersplannen zit een voordeel van € 85.000 doordat de subsidiabele kosten voor infrastructurele verkeersmaatregelen hoger zijn uitgevallen.

Op de verkeersmaatregelen zit een voordeel van € 13.000. Economische havens en waterwegen Op dit taakveld is sprake van een nadeel van € 43.000. Het maaien van stedelijk water heeft € 25.000 meer gekost en aan het vervangen van een aantal opstapplaatsen aan het Binnenpad in Giethoorn is € 18.000 duurder uitgevallen. Onderwijshuisvesting Op dit taakveld is sprake van een batig saldo van € 24.000. Er zit een voordeel op de verzekeringen van € 25.000 en een nadeel op de OZB van € 13.000. Daarnaast zijn er nog kleinere algemene voordelen van € 12.000. 31 Sportbeleid en activering Er resteert een bedrag van € 125.000. We zien een voordeel op sportbeleid en activering vanwege de ontvangsten van de SPUK stimulering sport 2025. Dit levert een voordeel € 142.000. Op evenementensubsidie is € 15.000 meer uitgegeven dan begroot. Sportaccommodaties Op dit taakveld resteert een bedrag van € 246.000. Dit voordeel voor 235.000 tot stand gekomen omdat voor zwembad de Waterwyck 235.000 minder lasten zijn uitgegeven dan geraamd. Cultureel erfgoed Op dit taakveld is sprake van een voordeel van € 35.000. Gemeentelijke monumenten Dit komt omdat er minder geld is uitgegeven aan gemeentelijke monumenten. Het gaat om een bedrag van € 25.000. Dit ligt in lijn met vorig jaar. Er wordt minder gebruik gemaakt van subsidies, dan waarvoor budget beschikbaar is.

Tegelijkertijd zijn we aan verzekeringen € 2.000 meer kwijt dan begroot. Rijksmonumenten We zien een onderbesteding van € 13.000 op Rijksmonumenten. Dit heeft te maken met lage kapitaallasten. Openbaar groen en (openlucht)recreatie Binnen dit taakveld is een voordeel ontstaan van € 175.000. Het voordeel bestaat voor € 77.000 aan gerealiseerde voordelen bij aanbesteding van het snoeien van struiken en bomen. Ook de kosten van het bermonderhoud viel € 43.000 lager uit. Daarnaast is er € 28.000 minder besteed aan het onderhouden van monumentale tuinen en zijn er kleinere verschillen met een positief resultaat van € 27.000. Samenkracht en burgerparticipatie Binnen dit taakveld is een nadelig saldo tot stand gekomen van € 35.000 Dit nadeel wordt veroorzaakt door een nadeel op het onderhoudsbudget voor ’t Torennest van € 18.000 en een nadeel van € 14.000 op inkomsten van Dalzicht wat niet is ontvangen omdat de investering nog niet was gerealiseerd. Daarnaast zijn er nog kleinere verschillen. 32 Riolering Binnen dit taakveld resteert een saldo van € 28.000. Baten: Per saldo bedraagt het voordeel op rioolrechten € 171.000. Er is € 154.000 meer aan belastinginkomsten binnengekomen dan begroot, wat een voordeel oplevert. Daarnaast is er een voordeel van € 17.000 op de kosten voor betaal- en inningverkeer.

Het voordeel op de belastinginkomsten is als volgt verdeeld: € 67.000 bij de grootverbruikers en het resterende bedrag van € 87.000 bij de eigenaren en gebruikers. Lasten: Per saldo bedraagt het voordeel op riolering € 10.000. Het budget voor riolering algemeen eindigt met een overschot van € 92.000. Dit komt door minder advieskosten door vertraging in de uitvoering van klimaat adaptieve projecten. Daarnaast zijn er lagere kosten voor kwijtschelding van € 18.000. Voor elektra is een nadeel van € 141.000 gerealiseerd. Dit komt onder andere door nakomende kosten uit 2024 van ongeveer € 50.000. Het budget voor onderzoek sluit af met een nadeel van € 15.000. Het voordeel op strategische planvorming bedraagt € 37.000, w at vooral te danken is aan de lagere kosten voor de verbrede rioolplannen en lagere kosten voor het maken van berekeningen en het operationeel programma riolering. De budgetten voor onderhoud riolering sluiten met een voordeel van € 4.000. Er zitten nadelen op het onderhouden van gemalen en minigemalen en er zitten voordelen op de aanpak van wateroverlast en voorbereidende maatregelen. De kapitaallasten vallen € 33.000 lager uit dan begroot, doordat niet alle projecten in 2025 zijn gerealiseerd. Het resultaat op water sluit met een voordeel van € 168.000. Het onderhoudsbudget voor beschoeiingen vertoont een voordeel van € 92.000.

Dit komt door vervallen kosten voor het vaarwegbeheer door het waterschap. Het budget voor baggeren sluit af met een voordeel van € 125.000. Het opstarten van baggerprojecten had m eer voorbereidingstijd nodig. Er is een voordeel van € 25.000 op de kosten voor het maaien van stedelijk water. Dit komt omdat het maaien van stedelijk water deels is gebeurd in combinatie met de bestrijding van invasieve exoten. Het budget voor de verwerking van schouw - en slootafval vertoont een nadeel van € 37.000, omdat er meer schouw – en slootafval is afgevoerd dan was begroot. Er was een onttrekking van € 746.000 begroot. Door het hiervoor toegelichte voordeel van € 349.000 is per saldo nog een onttrekking van € 379.000 nodig. 33 Het resultaat 2025 riolering en rioolrechten: Voor een volledig beeld geven wij de ontwikkelingen van de voorzieningen weer: In bovenstaande tabel zijn zowel de begrote onttrekkingen en dotaties 10 opgenomen alsmede het resultaat 2025. Hierdoor wordt bewerkstelligd dat de “door derden verkregen middelen” benut kunnen worden voor het opvangen van nadele n en het dempen van het tarief met als gevolg dat de verkregen financiële voordelen weer “terugvloeien” naar de burger. 10 Conform primitieve begroting en bijstellingen in perspectiefnota en najaarsnota 2025.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/a4234a47-04d7-453d-b8e2-fce206c5d51f?agendaItemId=e249699d-2559-4a8a-8598-db2ed61ebcbb