Friesland - handreiking-elektriciteitsstations-fryslan_definitief-gecomprimeerd
Tekst van het document
In openbare groenstrook, zichtbaar met maatwerkoplossing Centraal op plein, maatwerk oplossing Op trottoirzone, grenzend aan groene verblijfsruimte In straat met kunstschilderij door bewoners 28 2.21 & 2.22 Middenspanningsstation Amsterdam 2.23 & 2.24 Middenspanningsstation Leiden 2.25 Middenspanningsstation Heerenveen 2.26 Middenspanningsstation
? Hoe zit dat? C BMiddenspanningsstation Verdeelstation Verdeelstation Grote stations 29 3.1 Verdeelstation
30 ? Hoe zit dat? C BMiddenspanningsstation Verdeelstation 3.1 Verdeelstations Het vinden van een geschikte locatie voor een nieuw verdeelstation is een complexe opgave. Het verdeelstation vraagt zowel boven- als ondergronds om ruimtebeslag, er zijn omgevingsaspecten waar rekening mee gehouden moet worden en de beschikbaarheid van een perceel speelt een rol. De inpassing van een verdeelstation is daarbij vaak een afweging tussen verschillende belangen. De verdeelstations belanden veelal aan de randen van de steden en dorpen of in het buitengebied. In de bebouwde kernen is niet of nauwelijks plaats voor de inpassing van deze grote stations, of de ruimte is te beperkt om de kabels van en naar het verdeelstation in de bestaande straatprofielen in te passen. Het inpassen van grote stations in het buitengebied kan vergeleken worden met andere programma’s zoals ontwikkeling van agrarische schuren, kassen, sportvelden of kleinschalige zonnevelden. Hiermee is al veel ervaring opgedaan binnen de provincie met voorbeelden zoals ‘De Nije Pleats’ en ‘Sinnefjilden yn it lânskip’. De bevindingen uit deze documenten hebben we meegenomen bij het opstellen van de handreiking. De situering van verdeelstations in het landelijk gebied is daarbij gebonden aan regels van de Veiligheidsregio Fryslân (VRF) en bij inwerkingtreding van de omgevingswet aan de Omgevingsverordening (OVO).
Het is goed hier op voorhand al rekening mee te houden om te voorkomen dat, bijvoorbeeld, een ontheffing al snel aan de orde zou kunnen zijn en om duidelijk te hebben welke locaties op voorhand absoluut zijn uitgesloten. Liander neemt in de locatiescan dit soort beleid en regelgeving ook al mee. Naast deze wet- en regelgeving stelt Liander ook eisen ten aanzien van de verdeelstations. • Hier zijn de belangrijkste eisen weergegeven die impact hebben op de ruimtelijke inpassing. Bij de VNG zijn de belangrijkste eisen ten aanzien van afstanden voor geluid en veiligheid te vinden voor de verschillende vermogens; • De regels van de Veiligheidsregio Fryslân zijn raadpleegbaar via deze link ; • De Omgevingsverordening is raadpleegbaar via deze link; • Hier zijn de onderdelen van een verdeelstation weergegeven. Er is sprake van een goede landschappelijke inpassing als de ruimtelijke karakteristieken en kernkwaliteiten van het landschap behouden blijven of versterkt worden. In sommige gevallen gaat het ook om een aanpassing of transformatie van 3.2 Meest voorkomende type verdeelstations.
Schakelstation 10 kV, 20 MVA / 20kV, 40 MVA (station maat: 7,8 x 27m) kavelmaat: 22 x 42m) Regelstation 20/20 kV, 40 MVA (station maat: 7,8 x 37,24m) kavelmaat: 25,8 x 52,78m) Regelstation 20/10 kV, 40 MVA (station maat: 17,4 x 38,1m) kavelmaat: 33x55m) Onderstation 110/20 kV, 160 MVA (station maat: 20 x 59,3m) kavelmaat: 44 x 77,3m) het landschap. Als dat het geval is, moet het nieuwe landschap eenzelfde of betere ruimtelijke kwaliteit opleveren. Om hieraan te voldoen zijn een drietal aspecten van belang: • Locatieladder; • Principes voor positionering in het landschap; • Terreininrichting en vormgeving.
31 ? Hoe zit dat? C BMiddenspanningsstation Verdeelstation 3.1.1 Uit welke onderdelen bestaat een verdeelstation? Transformatorcel Transformator Brede ruimte voor opstellen kraan Terreinafscherming Schakelruimte Parkeerplaatsen Verharding Toegangsweg Onderhoudsdeur Bliksempiek Elektromagnetisch veld Let op afstand t.a.v. geluid (afstand geluid afhankelijk van het vermogen van het station, open/ dichte transformatoren en lokaal beleid) Onderdelen verdeelstation.
32 ? Hoe zit dat? C BMiddenspanningsstation Verdeelstation 3.4 Het ruimtebeslag van het station is groter dan het gebouw met installaties en transformatoren zelf. De maat is afhankelijk van het type station. Deze ruimte is nodig voor werkzaamheden, onderhoud bij calamiteiten en geeft het gebied van elektromagnetische velden aan. 3.5 Zowel op het terrein zelf als in de omgeving daarbuiten moet rekening worden gehouden met voedende en afgaande kabels. De drie voedende kabels moeten minimaal 1 meter uit elkaar liggen. De afgaande kabels moeten minimaal 0,3 meter uit elkaar liggen. Dit zijn er minimaal 14 en maximaal circa 40. 3.7 Toegangsweg moet minimaal 6m breed zijn voor goede bereikbaarheid van groot materieel (bij bouw & storingen). Afhankelijk van de ligging en het hekwerk is Liander of de gemeente verantwoordelijk voor beheer en onder- houd van deze weg. Bij uitwerking van het station moeten hier afspraken over worden gemaakt. 3.6 Er zijn geen bovengrondse obstakels in de vorm van gesloten verhar- ding, bomen etc. aanwezig op de kabeltracés. 3.8 Eisen ten aanzien van water: - Geen verdeelstation t.p.v. oppervlaktewater; - Mantelbuizen toepassen bij onderdoorgang sloot; - Rekening houden met waterveiligheid; - Realiseren watercompensatie.
3.9 Afstand tussen beplanting - gebouw moet minimaal de maximale hoogte van de beplanting zijn, zodat bij het omvallen van bomen de instal- laties niet kunnen worden beschadigd. 3.1.2 Eisen ten aanzien van een verdeelstation
33 ? Hoe zit dat? C BMiddenspanningsstation Verdeelstation 3.2 Stappenplan De werkgroep heeft gezamenlijk een aantal casussen van verdeelstations bestudeerd. Daaruit is een werkwijze geformuleerd die enerzijds recht doet aan een goede ruimtelijke inpassing van verdeelstations en anderzijds zorgt voor versnelling.
34 ? Hoe zit dat? C BMiddenspanningsstation Verdeelstation Stap 1. Aanwijzen zoekgebied Naar aanleiding van een knelpunt in het netwerk kan Liander tot de conclusie komen dat er een nieuw verdeelstation nodig is in het netwerk. Hiervoor wordt in eerste instantie een zoekgebied aangewezen. Dit is een gebied waar op basis van nettechnische uitgangspunten een nieuw verdeelstation gewenst is. Hierbij is gekeken naar de huidige netstructuur in het gebied en naar de verwachte vermogensvragen (waar wordt de energie gevraagd en/of aangeboden). De grootte van het zoekgebied is afhankelijk van het voedingsgebied en de grootte van het station. Stap 1: • Liander constateert knelpunt in elektriciteitsnetwerk. • Liander wijst zoekgebied aan. De locatie van het verdeelstation is centraal gelegen in het voedingsgebied.
Stap 1: Aanwijzen zoekgebied Stap 2: Onderzoek naar focusgebieden Gebied waar op basis van nettechnische uitgangspunten een nieuw verdeelstation gewenst is, op basis van: • Huidige netstructuur • Verwachte vermogensvra- gen Gis-analyse laat zien waar geen sprake is van ‘harde belemmeringen’: • Veiligheid • Cultuurhistorie • Natuur • Vrijwarringszones • Water • Toekomstige ontwikkeling Omgevingstafel • Gemeente • Provincie • Wetterskip Integraal team samenstellen dat verantwoordelijk is dan wel advies geeft Stap 3: Omgevingstafel Stap 4: Integrale locatie-afweging - • Volg de locatieladder • Koppelkansen • Beschikbare grond • Kosten • Techniek, ontsluiting, geluid, bodem, • Uitgangspunten voor inpassing van het station • Uitgangspunten voor vormgeving gebouwen • Input Hûs & Hiem Stap 5: Spelregels voor inrichting en vormgeving Bestuurlijke afstemming/ principe verzoek Stap 6: Participeer met de omgeving Stap 7: Uitvoering Keuze voor vorm van participatie bepaald in stap 4. Ontwerp en inpassing UitvoeringR.O. procedure Voorkeurslocatie(s)Focusgebieden Andere mogelijke deelnemers: • Staatsbosbeheer • Landschapbeheer Friesland • It Fryske Gea Meeweten (informeren) Meedenken (raadplegen) Meebeslissen (adviseren)
35 ? Hoe zit dat? C BMiddenspanningsstation Verdeelstation Stap 1: Aanwijzen zoekgebied Stap 2: Onderzoek naar focusgebieden Gebied waar op basis van nettechnische uitgangspunten een nieuw verdeelstation gewenst is, op basis van: • Huidige netstructuur • Verwachte vermogensvra- gen Gis-analyse laat zien waar geen sprake is van ‘harde belemmeringen’: • Veiligheid • Cultuurhistorie • Natuur • Vrijwarringszones • Water • Toekomstige ontwikkeling Omgevingstafel • Gemeente • Provincie • Wetterskip Integraal team samenstellen dat verantwoordelijk is dan wel advies geeft Stap 3: Omgevingstafel Stap 4: Integrale locatie-afweging - • Volg de locatieladder • Koppelkansen • Beschikbare grond • Kosten • Techniek, ontsluiting, geluid, bodem, • Uitgangspunten voor inpassing van het station • Uitgangspunten voor vormgeving gebouwen • Input Hûs & Hiem Stap 5: Spelregels voor inrichting en vormgeving Bestuurlijke afstemming/ principe verzoek Stap 6: Participeer met de omgeving Stap 7: Uitvoering Keuze voor vorm van participatie bepaald in stap 4. Ontwerp en inpassing UitvoeringR.O. procedure Voorkeurslocatie(s)Focusgebieden Andere mogelijke deelnemers: • Staatsbosbeheer • Landschapbeheer Friesland • It Fryske Gea Meeweten (informeren) Meedenken (raadplegen) Meebeslissen (adviseren) Stap 2. Onderzoek naar focusgebieden Het zoekgebied voor de verdeelstations kan enkele kilometers beslaan.
Binnen dit zoekgebied moet worden ingezoomd om te bekijken of er geschikte locaties zijn, de zogenaamde focusgebieden. Dit zijn gebieden binnen het zoekgebied waarbij er geen sprake is van ‘harde belemmeringen’. Harde belemmeringen komen voort vanuit milieutechnische eisen en wensen die zowel door de wetgever als door Liander worden gesteld aan de locatiekeuze van verdeelstations. De basis vormt het wettelijke kader waaraan altijd – vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening (Wro) en een goede toedeling van functies in de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) – voldaan moet worden. Het gaat hierbij om thema’s, zoals bodem, cultuurhistorie, geluid, landschap, natuur, water en externe veiligheid. Middels een GIS-analyse worden belemmeringen en kansen in kaart gebracht en worden locaties verder onderzocht, bijvoorbeeld met betrekking tot de ondergrondse situatie. Ook de leggerkaart van het Wetterskip Fryslân dient te worden geraadpleegd om zo te kunnen zien waar beperkingen gelden met betrekking tot de ligging van waterstaatwerken. Indien er geen waterstaatkundige belangen worden geraakt, hoeft het Wetterskip Fryslân verder niet te worden betrokken in het gehele proces. In aanvulling op de wettelijke eisen, is een aantal eisen, wensen en verplichtingen opgenomen die voor Liander van belang zijn met het oog op de reductie van risico’s, kosten en doorlooptijd.
Bij het zoeken naar locaties voor verdeelstations is het goed om niet alleen te denken vanuit belemmeringen, maar ook kansen te onderzoeken. Gemeenten en soms ook de provincie weten welke ontwikkelingen spelen in een gebied, welke locaties wellicht beschikbaar komen of waar mogelijkheden liggen om meerdere programma’s met elkaar te verknopen. Het is van belang dit in deze eerste stap met elkaar te verkennen. Voor de verdeelstations is een planologische procedure nodig en/of een omgevingsvergunning (uitgebreide procedure), met uitzondering van de locaties die al passend zijn qua bestemmingsplan. Stap 2: • Liander doet een scan naar mogelijke locaties. In de scan worden alle relevante beleidslagen meegenomen. Hierbij wordt rekening gehouden met nationaal, provinciaal en lokaal beleid. • Gemeenten leveren input over toekomstige ontwikkelingen en mogelijke koppelkansen. Liander houdt in de locatiestudie voor een verdeelstation rekening met relevante beleidslagen, zoals onder andere het niet bouwen in de risico-contour van een windturbine, in een weidevogelgebied, in de beschermingszones van hoofdwatergangen of op keringen en bijbehorende beschermingszones (voor dit laatste punt kan de Leggerkaart: “Onderhoudsplicht en onderhoudseisen van Wetterskip Fryslân” worden geraadpleegd).
36 ? Hoe zit dat? C BMiddenspanningsstation Verdeelstation Stap 1: Aanwijzen zoekgebied Stap 2: Onderzoek naar focusgebieden Gebied waar op basis van nettechnische uitgangspunten een nieuw verdeelstation gewenst is, op basis van: • Huidige netstructuur • Verwachte vermogensvra- gen Gis-analyse laat zien waar geen sprake is van ‘harde belemmeringen’: • Veiligheid • Cultuurhistorie • Natuur • Vrijwarringszones • Water • Toekomstige ontwikkeling Omgevingstafel • Gemeente • Provincie • Wetterskip Integraal team samenstellen dat verantwoordelijk is dan wel advies geeft Stap 3: Omgevingstafel Stap 4: Integrale locatie-afweging - • Volg de locatieladder • Koppelkansen • Beschikbare grond • Kosten • Techniek, ontsluiting, geluid, bodem, • Uitgangspunten voor inpassing van het station • Uitgangspunten voor vormgeving gebouwen • Input Hûs & Hiem Stap 5: Spelregels voor inrichting en vormgeving Bestuurlijke afstemming/ principe verzoek Stap 6: Participeer met de omgeving Stap 7: Uitvoering Keuze voor vorm van participatie bepaald in stap 4. Ontwerp en inpassing UitvoeringR.O. procedure Voorkeurslocatie(s)Focusgebieden Andere mogelijke deelnemers: • Staatsbosbeheer • Landschapbeheer Friesland • It Fryske Gea Meeweten (informeren) Meedenken (raadplegen) Meebeslissen (adviseren) Stap 3.
Stel een omgevingstafel samen Stap 3 start met het bekijken welke partijen betrokken moeten worden bij het maken van een locatie afweging. Hiervoor wordt een omgevingstafel opgesteld. Afhankelijk van de ligging en positie van de focusgebieden die overblijven wordt de samenstelling van de omgevingstafel bepaald. In principe zitten de gemeente, provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân aan tafel. In sommige gevallen liggen de locaties van de focusgebieden tegen de randen van de gemeenten, op bedrijventerreinen of op plekken binnen de bebouwingsgrenzen. In dat geval kan de gemeente het alleen met Liander afhandelen. In andere gevallen vraagt de locatie om betrokkenheid van extra partijen aan de omgevingstafel, zoals Staatsbosbeheer , Landschapsbeheer Friesland en It Fryske Gea. Op deze manier kunnen deze partijen ook worden aangesproken op hun rol. Belangrijke disciplines aan de omgevingstafel zijn energie en duurzaamheid, ruimtelijke ordening, stedenbouw en/of landschap, beheer en groen. In een omgevingstafel-overleg wordt de locatie integraal vanuit meerdere disciplines besproken en afgewogen. Dit zorgt voor versnelling van het proces en de besluitvorming. Voor een integrale afweging – tussen techniek, ruimte en kosten - is het belangrijk de omgevingstafel goed voor te bereiden, zodat alle betrokkenen bij aanvang op een gelijk kennisniveau zitten.
De gemeente en de provincie geven aan waar bepaalde ontwikkelingen spelen en kunnen ook alternatieve locaties in de omgeving aandragen die onderzocht kunnen worden. Tevens verkennen de provincie en de gemeente de locaties op koppelkansen. Aan de omgevingstafel wordt ook de betrokkenheid van bestuur, college en de raad vastgesteld. Met het instellen van een omgevingstafel is het ook mogelijk met elkaar na te denken over ontwikkelingen in de toekomst en, vooruitlopend op de feiten, een strategie voor locaties en plaatsing te bedenken. De volgende twee stappen - stap 4 en 5 - vinden plaats aan de omgevingstafel. Stap 3: • Omgevingstafels zorgen voor versnelling in de besluitvorming, kansen en knelpunten komen vroegtijdig op tafel; • Continuïteit en transparantie aan de omgevingstafel is belangrijk; • Er zit een verschil in samenstelling van de omgevingstafel per schaal en locatie. Wanneer het meer concreet wordt, haken meer partijen aan; • Alle deelnemers zitten goed voorbereid aan tafel. Stap 4. Integrale locatie-afweging Voor een goede ruimtelijke en landschappelijke inpassing is de locatiekeuze van groot belang. Door de gemeente en Liander, of aan de omgevingstafel, wordt daarom een locatieladder- zie 3.3 Locatieladder voor verdeelstations - gebruikt. Elke trede beschrijft een type locatie die geschikt is voor het inpassen en plaatsen van het station.
Hoe hoger op de ladder, hoe wenselijker de locatie vanuit ruimtelijk oogpunt. Voor het aflopen van de ‘ladder’ dienen de deelnemers aan de omgevingstafel te onderbouwen waarom een locatie afvalt. In deze onderbouwing worden andere afwegingen, zoals de beschikbaarheid van grond, kosten, ontsluiting, geluid, bodem, netefficiëntie en techniek - hieronder valt ook het wegkomen met kabels in het gebied - nadrukkelijk afwogen. Ook mogelijke andere criteria van de betrokken stakeholders wordt meegenomen. Door naast de ladder ook eisen vanuit techniek en financiën mee te nemen, kan een integrale afweging worden gemaakt. Bij de afweging van de locaties kunnen wederom de mogelijke koppelkansen in beeld worden gebracht. Stap 4: • Volg de locatieladder voor het afwegen van diverse mogelijke locaties vanuit ruimtelijk oogpunt en leg alle keuzes vast, zodat het navolgbaar is; • Bij het volgen van de locaties uit de locatieladder is het belangrijk om de afweging inzichtelijk te maken tussen beschikbare grond en ruimtelijke, financiële en technische aspecten (afwegingskader); • Breng nogmaals koppelkansen in beeld.
37 ? Hoe zit dat? C BMiddenspanningsstation Verdeelstation Stap 1: Aanwijzen zoekgebied Stap 2: Onderzoek naar focusgebieden Gebied waar op basis van nettechnische uitgangspunten een nieuw verdeelstation gewenst is, op basis van: • Huidige netstructuur • Verwachte vermogensvra- gen Gis-analyse laat zien waar geen sprake is van ‘harde belemmeringen’: • Veiligheid • Cultuurhistorie • Natuur • Vrijwarringszones • Water • Toekomstige ontwikkeling Omgevingstafel • Gemeente • Provincie • Wetterskip Integraal team samenstellen dat verantwoordelijk is dan wel advies geeft Stap 3: Omgevingstafel Stap 4: Integrale locatie-afweging - • Volg de locatieladder • Koppelkansen • Beschikbare grond • Kosten • Techniek, ontsluiting, geluid, bodem, • Uitgangspunten voor inpassing van het station • Uitgangspunten voor vormgeving gebouwen • Input Hûs & Hiem Stap 5: Spelregels voor inrichting en vormgeving Bestuurlijke afstemming/ principe verzoek Stap 6: Participeer met de omgeving Stap 7: Uitvoering Keuze voor vorm van participatie bepaald in stap 4. Ontwerp en inpassing UitvoeringR.O. procedure Voorkeurslocatie(s)Focusgebieden Andere mogelijke deelnemers: • Staatsbosbeheer • Landschapbeheer Friesland • It Fryske Gea Meeweten (informeren) Meedenken (raadplegen) Meebeslissen (adviseren) Stap 5.
Spelregels voor inrichting en vormgeving In de vijfde stap worden de spelregels voor uitwerking en participatie afgestemd. Als er in stap 3 gekozen is voor een omgevingstafel, worden globale wensen en eisen voor inrichting en vormgeving aan de omgevingstafel opgehaald. De gemeente en Liander werken deze vervolgens, al dan niet in overleg met Hûs en Hiem en de omgeving, verder uit in spelregels. Spelregels inrichting en vormgeving Na een integrale locatiekeuze worden de inrichting en vormgeving van het terrein en de gebouwen vastgesteld. Het type locatie, mate van zichtbaarheid en de belevingswaarde van een plek bepalen de spelregels. Daarin wordt ook de nabijheid van woningen en zicht vanuit andere functies in ogenschouw genomen. Ook dient er een conceptuele keuze te worden gemaakt. Mag het gebouw en de energie zichtbaar zijn of wil je het verstoppen? De vormgeving van gebouw en terrein draagt bij aan de inpassing van het verdeelstation. Voor de vormgeving van het verdeelstation is de maatvoering van het modulaire bouwblok leidend. In 3.5 is voor terreininrichting en vormgeving een overzicht gemaakt van mogelijke ontwerpoplossingen voor het inpassen van de verdeelstations uitgaande van het modulaire bouwblok.
De ruimtelijke advies- of welstandscommissie, zoals Hûs en Hiem, moet in deze fase, met name bij grotere opgaven en/of gebieden met een hoog welstandsniveau, worden betrokken. De gemeente maakt hiervoor zelf een inschatting. De spelregels voor inrichting en vormgeving zijn kaderstellend in het participatietraject. Stap 5: • Stel spelregels op voor inrichting en vormgeving, betrek waar nodig de ruimtelijke advies- of welstandscommissie, zoals Hûs en Hiem; • Maak gebruik van de bouwstenen verderop in deze handreiking; • Probeer eerst altijd uit te gaan van de standaard stations en bouwstenen. Waar het echt niet anders kan, is maatwerk nodig. Stap 6. Participeer met de omgeving Participatie is een proces waarbij (groepen) inwoners, organisaties, bedrijven of overheden invloed uitoefenen op en werken aan collectieve vraagstukken, beslissingen of diensten die hen aangaan. De participatie met de omgeving en andere belanghebbenden begint voor verdeelstations in principe na het kiezen van de voorkeurslocatie. Deze keuze is gemaakt om te kunnen versnellen, maar ook om een weloverwogen keuze te maken voor de locatie. De impact op en nabijheid van omwonenden wordt in de locatieafweging meegewogen. Het aantal omwonenden, afstand tot het verdeelstation en de omvang ervan bepalen de vorm van participatie.
Bij het opstellen van de spelregels voor participatie zijn de volgende vragen belangrijk: • Wie worden betrokken? Alleen direct omwonenden, binnen welke straal en/of ook andere organisaties of belanghebbenden? W at is de gewenste grootte van de groep?; • Wat zijn de kaders waarbinnen de participatie plaatsvindt? W at ligt vast en waar kan nog over geparticipeerd worden? Welke eisen stellen de betrokken partijen?; • Wat is de mate van invloed die de participanten hebben?; • Hoe worden alle geluiden en belangen opgehaald?. Voor elektriciteitsstations zijn in hoofdlijnen drie vormen van participatie gedefinieerd die als leidraad gebruikt kunnen worden: meeweten (informeren), meedenken (raadplegen) en meebeslissen (adviseren). Maatwerk op basis van de lokale situatie is altijd mogelijk. De mate van participatie neemt toe als met als het een omgeving betreft waar meer belanghebbenden zijn.
38 ? Hoe zit dat? C BMiddenspanningsstation Verdeelstation Stap 1: Aanwijzen zoekgebied Stap 2: Onderzoek naar focusgebieden Gebied waar op basis van nettechnische uitgangspunten een nieuw verdeelstation gewenst is, op basis van: • Huidige netstructuur • Verwachte vermogensvra- gen Gis-analyse laat zien waar geen sprake is van ‘harde belemmeringen’: • Veiligheid • Cultuurhistorie • Natuur • Vrijwarringszones • Water • Toekomstige ontwikkeling Omgevingstafel • Gemeente • Provincie • Wetterskip Integraal team samenstellen dat verantwoordelijk is dan wel advies geeft Stap 3: Omgevingstafel Stap 4: Integrale locatie-afweging - • Volg de locatieladder • Koppelkansen • Beschikbare grond • Kosten • Techniek, ontsluiting, geluid, bodem, • Uitgangspunten voor inpassing van het station • Uitgangspunten voor vormgeving gebouwen • Input Hûs & Hiem Stap 5: Spelregels voor inrichting en vormgeving Bestuurlijke afstemming/ principe verzoek Stap 6: Participeer met de omgeving Stap 7: Uitvoering Keuze voor vorm van participatie bepaald in stap 4. Ontwerp en inpassing UitvoeringR.O. procedure Voorkeurslocatie(s)Focusgebieden Andere mogelijke deelnemers: • Staatsbosbeheer • Landschapbeheer Friesland • It Fryske Gea Meeweten (informeren) Meedenken (raadplegen) Meebeslissen (adviseren) In alle participatietrajecten is het belangrijk de stakeholders van het juiste informatieniveau te voorzien.
Het gaat hierbij om het helder en transparant communiceren van de nut en noodzaak van de uitbreiding en de locatiekeuze. Het afwegingskader uit stap 4 vormt daarvoor de basis. Participatie vraagt aandacht, tijd, geld en energie van alle deelnemers. Bij participatie kunnen wensen en dromen van deelnemers een rol spelen, maar ook zorgen. Het is belangrijk hier gehoor aan te geven, maar ook om duidelijk te zijn over de mate van invloed. Wrijving en ongemak zijn soms ook nodig om samen verder te komen. Het is belangrijk open te zijn over de voorkeuren van alle partijen aan tafel en de beleidsruimte. Voor het beantwoorden van vragen en zorgen over geluid, straling (magnetische velden), uitzicht en woningwaarde zijn bij Liander diverse kennissites aanwezig die met de omgeving gedeeld kunnen worden. Stap 6: • De mate van participatie wordt bepaald door de gemeente; • Liander en de gemeente geven de participatie samen vorm; • In participatie met omwonenden en andere belanghebbenden worden ontwerp en inrichting van het elektriciteitsstation verder uitgewerkt; • Afhankelijk van de mate van invloed wordt het ontwerp aan het begin van stap 6 gemaakt of pas na het ophalen van informatie. Na stap 6 kan worden overgegaan op de RO procedure en vervolgens tot uitvoering.
Meeweten (informeren) Bij informeren wordt de omgeving op de hoogte gebracht van de voorgenomen ontwikkeling en realisatie van een verdeelstation. Het ontwerp voor inrichting en uitwerking van het verdeelstation is al voorafgaand aan de participatie uitgewerkt. Deze vorm zien we met name bij verdeelstations waarvan de impact op de omgeving beperkt is. • Mate van invloed: laag • Doorlooptijd: kort • Middelen: huis-aan-huisfolder, brief, website, sociale media, informatiekrant en inloopavonden. Meedenken (raadplegen) De gemeente en Liander raadplegen omwonenden en andere belanghebbenden over het ontwerp en de inrichting van het verdeelstation. De participanten worden om input gevraagd en ze hebben de mogelijkheid een reactie achter te laten voor de definitieve inrichting en vormgeving. Kaders, waarbinnen men mee kan denken, liggen vast. Dit kan door varianten voor te leggen waaruit gekozen kan worden. • Mate van invloed: gemiddeld • Doorlooptijd: kort • Middelen: inloopavond, enquêtes, interviews, straatgesprekken, digitaal participatieplatform, keukentafelgesprekken, filmpje, 3D-beelden. Meebeslissen (adviseren) Omwonenden en andere belanghebbenden worden om advies gevraagd. Het ontwerp is nog niet uitgewerkt en er kan nog worden geschoven met het station op het perceel. Met de input van de omwonenden wordt de vormgeving en inrichting verder uitgewerkt en weer voorgelegd.
Omwonenden adviseren, maar de uiteindelijke keuzes worden door de partijen en betrokken besturen gemaakt. • Mate van invloed: groot • Doorlooptijd: langer • Middelen: enquêtes, interviews, klankbordgroep, werkatelier, ontwerp-sessie, inloopavond, digitaal participatieplatform, meedenktafel, filmpje, 3d beelden, maquettes.
39 ? Hoe zit dat? C BMiddenspanningsstation Verdeelstation 3.3 Een vorm van informeren is de inloopavond waar uitleg wordt gegeven over nut en noodzaak, locatieonderzoek en visualisatie van het station met VR-brillen. Via een audiotour kunnen omwonenden de informatie tot zich nemen en met VR-brillen de nieuwe situatie bekijken. 3.4 t/m 3.6 Een vorm van adviseren is toegepast in Sint Maarten, waarbij de gemeente en Liander belanghebbenden hebben uitgenodigd mee te denken over een ontwerp van het station dat aansluit bij de identiteit van de Zijperpolder. Tijdens de ontwerpateliers gingen de betrokkenen - een klankbordgroep bestaande uit omwonenden, landschapsorganisatie en dorpsraad - samen aan de slag met referentiebeelden en maquettes. Het waren inspirerende sessies, waarin iedereen gehoord is en er meer inzicht ontstond in elkaars wensen en belangen (participatie Station Sint Maarten).
40 ? Hoe zit dat? C BMiddenspanningsstation Verdeelstation Er is een ‘ladder’ opgesteld die helpt in de afweging voor een geschikte locatie. Vanuit het ontstaan en de opbouw van het landschap zijn er locaties die zich beter lenen voor het inpassen van een verdeelstation dan andere. Elke trede beschrijft een type locatie die geschikt is voor het inpassen en plaatsen van een verdeelstation. Deze locaties zijn afgeleid uit de kernkwaliteiten van het bestaande landschap. Hoe hoger op de ladder, hoe wenselijker de locatie vanuit landschappelijk oogpunt. Het volgen van de treden van de ladder is een goed hulpmiddel om tot een zorgvuldig afgewogen locatie te komen, zie hierbij ook stap 3 van de werkwijze. Pas nadat de keuze voor trede 3 niet haalbaar blijkt, komt het landschap als mogelijkheid in beeld. Hiermee zorgen we ervoor dat het verdeelstation in een open landschap plaatsen - waar de impact het grootst is - pas als laatste stap in het keuzeproces in beeld komt. Per gekozen locatie moet vervolgens bepaald worden of daar volstaan kan worden met een standaard uitvoering of dat er visuele aanpassingen nodig zijn. De belevingswaarde van de locatie bepaald in welke mate dit nodig is. Modulaire stations Verdeelstations zijn opgebouwd uit modulaire bouwblokken. Vanuit de huidige techniek is het niet mogelijk het modulaire bouwblok aan te passen.
Wel is het mogelijk de bebouwde schil rondom het modulaire bouwblok vorm te geven, evenals de terreininrichting. In de ladder spreken we over het ‘standaard modulair station’, waarbij nog keuze mogelijk is tussen verschillende kleuren en materialen (baksteen, damwand profiel, beton, houten gevelbekleding). Zie hiervoor 3.5. Zolang de detaillering niet hoeft te worden aangepast, wordt dit gezien als een ‘standaard modulair station’. Bij een standaard modulair station bestaat de inrichting uit standaard hekwerken, klinkers en gras. Als de locatie vraagt om een groene inpassing spreken we van een ‘standaard station + groen’. Bij het ontwerpen van een nieuwe schil met andere detaillering spreken we van ‘standaard station + special’. De special kan alleen in hele specifieke gevallen een oplossing zijn. Op de volgende pagina’s zijn per trede van de ladder de kernkwaliteiten en aanknopingspunten voor de verschillende locaties toegelicht.
3.3 Locatieladder voor verdeelstations Standaard modulair station + groen Standaard modulair station Bestaande locatie uitbreiden Nee Op bestaand bedrijventerrein Onderdeel van bebouwingsstructuren (stads- en dorpsrand, lint, erf) Onderdeel van infrastructurele trajecten en knooppunten In het landschap (in besloten, half-open of open landschap) Nee Nee Nee 1: 2: 3: 4: 5: Lage belevingwaarde Hoge belevingwaarde Standaar modulair station + special Besloten landschap Half-open landschap Open landschap
41 ? Hoe zit dat? C BMiddenspanningsstation Verdeelstation Trede 1: Bestaande locatie uitbreiden Er moeten op de korte en lange termijn veel nieuwe verdeelstations worden gerealiseerd. Om verrommeling in het landschap te voorkomen, heeft het clusteren van bestaande met nieuwe verdeelstations de voorkeur. Uitbreiding van een bestaande locatie kan betekenen dat een nieuw modulair station wordt toegevoegd aan het terrein, maar het kan ook betekenen dat vervanging van het bestaande verdeelstation plaatsvindt. Het meest wenselijke is om de bestaande locatie te vervangen zodat er bij uitbreiding in ieder geval geen waardevolle landschappelijke randen aangetast worden. Bij het vervangen van de bestaande locatie is het meestal noodzakelijk het bestaande verdeelstation te laten staan en in bedrijf te houden tot het nieuwe verdeelstation gereed is. Daarna kan het oude verdeelstation worden afgebroken. Ondanks dat clustering en uitbreiding van bestaande locaties de voorkeur heeft, is het wel van belang te onderzoeken of het ruimtelijk past op de aangewezen locatie. Daarbij zijn de volgende punten van belang: Aanknopingspunten: • Het nieuwe verdeelstation kan niet op bestaande kabels geplaatst worden dus moet het op enige afstand van het bestaande verdeelstation worden geplaatst; • Het verdeelstation volgt de kavelrichting en voegt zich in de maat en schaal van het bestaande landschap.
Wanneer uitbreiding van het perceel noodzakelijk is, moet daarmee rekening worden gehouden; • In de regel wordt er een standaard modulair station geplaatst wanneer een bestaande locatie wordt uitgebreid. Wanneer de locatie echt vraagt om een uitzondering, kan een standaard modulair station + groen of een standaard modulair station + special worden ingepast; • Als er rondom het huidige verdeelstation een landschappelijke rand aanwezig is, moet uitbreiding hierbinnen plaatsvinden of moet de bestaande landschappelijke rand worden uitgebreid; • Aandacht voor natuurinclusief bouwen en de wateropgave is belangrijk; • Wanneer het huidige verdeelstation een bijzondere of afwijkende materialisatie of architectuur heeft, dan moet daar in de inrichting, plaatsing en vormgeving rekening mee worden gehouden. Er kan gekozen worden voor een oud en nieuw gebouw , of voor een duidelijk contrast. Anderzijds kunnen er elementen zijn die overgenomen worden, zodat er een familie ontstaat. Dat is maatwerk. Bouwstenen bestaande locaties uitbreiden Als er rondom het huidige verdeelstation een landschappelijke rand aanwezig is, moet uitbreiding hierbinnen plaatsvinden of moet er een nieuwe rand worden gemaakt.
42 ? Hoe zit dat? C BMiddenspanningsstation Verdeelstation 3.7 & 3.8 Voorbeeld station Emmeloord. Standaard modulair station Een uitbreiding binnen het huidige perceel ligt nauwelijks in het zicht. 3.9 & 3.10 Voorbeeld station Bemmel. Standaard modulair station + groen. Door de uitbreiding wordt het perceel groter. Een nieuwe landschappelijke rand zoomt het terrein als totaal af.
43 ? Hoe zit dat? C BMiddenspanningsstation Verdeelstation Trede 2: Op bestaand bedrijventerrein Bedrijventerreinen zijn als nieuwe lagen die aan het onderliggende landschap zijn toegevoegd. Veelal zijn de bedrijventerreinen gekoppeld aan grotere infrastructurele lijnen, zoals snelwegen, spoorlijnen en watergangen. Heel grof is er onderscheid te maken tussen ‘nieuwe’ en ‘oude’ terreinen. Bij de nieuwe of nog te ontwikkelen bedrijventerreinen is/wordt doorgaans ingezet op een efficiënte indeling, grote percelen en goede bereikbaarheid. Bij de ontwikkeling van deze terreinen liggen kansen om verdeelstations in te passen en ze een plot te geven. De maat en schaal van het gebouwde deel sluit aan op de bestaande gebouwen. Bij transformatie is het mogelijk een ruimte aan te wijzen voor een verdeelstation. Bij de verouderde bedrijventerreinen, die aan herstructurering toe zijn of een transformatie naar gemixt gebied ondergaan, is de ruimte vaak volledig volgebouwd. Hier is weinig ruimte voor het toevoegen van een verdeelstation. Kernkarakteristieken • Vaak rechtlijnig en efficiënt verkavelingspatroon en organisatie; • Grote gebieden verhard, niet bebouwd oppervlak; • Mono-functioneel; • Relatief veel aansluitpunten netwerk. Aanknopingspunten: • Vraag en aanbod liggen dicht bij elkaar .
Op bedrijventerreinen liggen grote kansen de verdeelstations te koppelen aan het gebruik van energie door bedrijven; • Wellicht is het mogelijk terreinen van bedrijven zelf in te zetten. Mits de toegankelijkheid is gewaarborgd; • In de regel wordt er een standaard modulair station geplaatst op een bestaand bedrijventerrein. Wanneer de locatie echter vraagt om een uitzondering, kan een standaard modulair station + groen of een standaard modulair station + special worden ingepast. Op sommige terreinen is een beeldkwaliteitsplan van kracht en moet het verdeelstation aansluiten op het welstandsniveau van het terrein. Daar moet rekening mee worden gehouden bij de vormgeving van het verdeelstation. W anneer dit het geval is, kan een standaard modulair station + special worden ingepast. Op een groen bedrijventerrein kan het wenselijk zijn een standaard modulair station + groen in te passen. • Aandacht voor natuurinclusief bouwen en de wateropgave is belangrijk; • De gebouwen van het verdeelstation sluiten aan op de gebiedseigen architectuur qua materiaal- en kleurgebruik; • Aansluiten op de bestaande kavels door het aanhouden van dezelfde rooilijn, positie van hekwerk en hoogte van gebouwen. Heeft het huidige verdeelstation een bijzondere of afwij- kende materialisatie of architectuur dan moet hierop wor- den aangesloten, zodat het geheel een ensemble vormt.
Bouwstenen op bestaand bedrijventerrein
44 ? Hoe zit dat? C BMiddenspanningsstation Verdeelstation 3.13 Voorbeeld station Apeldoorn Zuidbroek. Standaard modulair station + special. 3.11 Voorbeeld station Oosterhout Nijmegen. Standaard modulair station. 3.12 Voorbeeld station Schalkwijk. Standaard modulair station + special.
45 ? Hoe zit dat? C BMiddenspanningsstation Verdeelstation Trede 3 is het plaatsen van een verdeelstation als onderdeel van infrastructurele trajecten en knooppunten, deze locatie komt niet vaak voor. Infrastructurele lijnen doorkruisen de verschillende streken en landschapstypes. Het spoor- en snelweglandschap is een langgerekte structuur met een eigen karakter dat een verbinding aangaat met de omliggende landschappen. Vanaf de snelweg of vanuit de trein ervaar je op veel plekken de bossen en open landschappen. Die beleving wordt versterkt op het moment dat de infrastructuur zich voegt naar het landschap en waar het aantal geleiderails, lichtmasten, portalen en kunstwerken minimaal zijn. De inpassing van verdeelstations langs infrastructuur wordt als kansrijk gezien, omdat de infrastructuur zelf vaak al als ‘een inbreuk op het landschap’ wordt gezien. Er wonen en recreëren relatief weinig mensen rondom de infrastructuur, waardoor er voor dergelijke locaties vaak meer draagvlak is. Ook sluit de technische uitstraling van een verdeelstation aan op het technische karakter van de weg. Er dient echter wel zorgvuldig gekeken te worden naar het huidige ontwerp van de infrastructurele lijn in het landschap. Op veel plekken is die namelijk uiterst zorgvuldig ingepast. Daarnaast moet ook rekening worden gehouden met trillingen.
Kernkarakteristieken: • Doorkruising van verschillende landschappen; • De Friese infrastructuur ligt bescheiden in het landschap; • Lange lijnen; • Smalle en langgerekte locaties; • Knooppunten, verzorgingsplaatsen en middenbermen behoren tot het infra-landschap. Aanknopingspunten: • Het is het landschap waar de aandacht naar uitgaat. Benadruk daarom de lijnen van de infrastructuur in open landschappen niet door de opstelling van een verdeelstation; • Op andere locaties kan een verdeelstation parallel aan de weg de langgerekte vorm van infrastructurele lijnen in het landschap begeleiden. Bijvoorbeeld ter hoogte van besloten landschappen, bedrijventerreinen en/of bebouwd gebied; • Versnippering van het landschap en de route dient bij plaatsing van een verdeelstation te worden voorkomen; • Rekening houden met de vele gebruikers die elke dag vanaf de snelweg het landschap beleven; • In veel bermen en in knooppunten is de ecologische waarde en biodiversiteit op dit moment hoog. Dit dient meegewogen te worden voordat eventueel een verdeelstation wordt geplaatst; • Aandacht voor natuurinclusief bouwen en de wateropgave is belangrijk; • Vanuit verkeer en beheer worden veel technische eisen gesteld aan de ruimte rondom snelweg en spoor , waar rekening mee dient te worden gehouden. Het is het landschap waar de aandacht naar uitgaat.
Benadruk daarom de lijnen van de infrastructuur in open landschappen niet door de opstelling van een verdeelstation. Een verdeelstation parallel aan de weg kan de langgerekte vorm van infrastructurele lijnen in het landschap begeleiden. Bijvoorbeeld ter hoogte van bedrijventerreinen. In knooppunten of als onderdeel van afslagen maakt het verdeelstation onderdeel uit van het infra-landschap. Alzijdigheid is van belang. Trede 3: Onderdeel van infrastructurele trajecten en knooppunten Bouwstenen onderdeel van infrastructurele trajecten en knooppunten
46 ? Hoe zit dat? C BMiddenspanningsstation Verdeelstation 3.14 & 3.15 Voorbeeld station Keulen. Standaard modulair station + special. In knooppunten/als onderdeel van afslagen maakt het station onderdeel uit van het infralandschap. Alzijdigheid is van belang. 3.16 Voorbeeld station Vuren. Standaard modulair station.
47 ? Hoe zit dat? C BMiddenspanningsstation Verdeelstation Trede 4. Onderdeel van bebouwingsstructuren in het landschap Als bovenstaande treden niet mogelijk zijn, kan een verdeelstation worden ingepast als onderdeel van een bestaande bebouwingsstructuur. Dit kan in een zachte en groene stads- of dorpsrand, in een lint of in een structuur met verspreide erven. Het is belangrijk na te gaan in welk landschapstype het verdeelstation terecht komt. Per landschapstype kan de opbouw, schaal en vormgeving van deze bebouwingsstructuren namelijk verschillen. Trede 4.1 Zachte stads- en dorpsranden Stads- en dorpsranden liggen als schil rondom de kernen. Het bebouwd gebied loopt hier over in het omliggende landschap. Deze overgang is soms geen harde lijn, maar een zachte gemixte en dynamische zone. Het ruimtegebruik in de randzones is divers met functies, zoals sportvelden, wandelgebieden en randfuncties. Verdeelstations kunnen daarin ingepast worden, maar daarbij dient wel aandacht te zijn voor functiecombinaties. Een verdeelstation kan ook als aanjager voor de ontwikkeling van een ander programma gelden. Op deze plekken kunnen thema’s als energie en klimaat, voedsel en natuur, mobiliteit en leefomgeving bij elkaar komen.
Kernkarakteristieken • Overgangszone tussen stedelijk gebied en landelijk gebied; • Relatief kleinschalig; • Diverse verkavelingspatronen en organisaties; • Multifunctioneel en dynamisch. Aanknopingspunten • In de dorps- en stadsrandzones kunnen verdeelstations onderdeel uitmaken van groengebieden of onderdeel zijn van een bestaand raamwerk, zoals bijvoorbeeld rondom sportvelden; • In de dorps- en stadsrandzones liggen grote kansen voor het verbeteren van de toegankelijkheid van het landschap, de inpassing van een verdeelstation kan daaraan bijdragen door het gebied eromheen mee te nemen; • De ontwikkeling van recreatieve groengebieden en ecologische zones kan hier goed gecombineerd worden met de ontwikkeling van een verdeelstation; Bouwstenen stads- en dorpsranden Onderdeel van een bestaand groen raamwerk zoals bijvoorbeeld bij sportvelden. De ontwikkeling van recreatieve groengebieden kan gecombineerd worden met de ontwikkeling van een verdeelstation. • Aandacht voor natuurinclusief bouwen en de wateropgave is belangrijk; • In de dorps- en stadsrandzones verdwijnen soms programma’s, zoals sportvelden of verouderde infrastructuur .
Dit geeft kansen voor het plaatsen van verdeelstations; • Als er sprake is van een harde dorps- of stadsrandzone, bijvoorbeeld een ontsluitingsweg of spoor, maakt het verdeelstation onderdeel uit van het aangrenzende landschapstype en gelden de aanknopingspunten die daarvoor van toepassing zijn.
48 ? Hoe zit dat? C BMiddenspanningsstation Verdeelstation Trede 4.2 Bebouwingslinten en losse erven De bebouwingslinten zijn lange, vaak cultuurhistorische, lijnen door het landschap met bebouwing. Van vroeger uit zijn het met name losse agrarische erven en is er ter hoogte van buurtschappen of kernen meer verdichting van de bebouwing. Het is belangrijk na te gaan in welk landschapstype het verdeelstation terecht komt. Per landschapstype verschilt de opbouw, schaal en vormgeving van de erven en bebouwingslinten. In bijvoorbeeld de zeekleipolders liggen de erven meer verspreid in het landschap en op afstand van de weg. Kernkwaliteiten • Afwisseling tussen losse korrels en open ruimtes (per lint varieert de onderlinge afstand van groot tot plaatselijk verdicht); • Per landschapstype verschilt de omvang van de erven en het aantal doorzichten; • Doorzichten naar het achterliggende landschap; • Ritmiek in positionering van erven in het landschap. Aanknopingspunten: • Versterk het eigen karakter van het lint. Neem de onderlinge karakterverschillen tussen de linten als uitgangspunt bij de inpassing van de verdeelstations; • Behoud de doorzichten vanaf de linten op het open landschap.
Bij een lint met veel open doorzichten kan het verdeelstation ook achter een bestaand erf worden geplaatst, zodat de doorzichten blijven gewaarborgd; • Sloop van kassen of agrarische schuren in een lint bieden kansen en ruimte voor een verdeelstation; • Aandacht voor natuurinclusief bouwen en de wateropgave is belangrijk; • Bij het plaatsen van een verdeelstation in linten en/of als vrijstaand erf kunnen deels de principes van Nije pleats gebruikt worden, zoals hoe je het verdeelstation positioneert in het landschap en hoe om te gaan met beplanting en omlijstingen van het object; • Hierbij is vooral de inrichting op en rondom het terrein van belang; • Voor de vormgeving van de gebouwen hoeven niet in alle gevallen de beeldeisen van de bestaande agrarische erven te worden gevolgd. In sommige gevallen mag het ook een zichtbare nutsvoorziening zijn. Volgens principes van Nije Pleats: bomen kunnen op de hoekpunten van het terrein worden geplaatst. Plaatsing in bestaande linten. Nieuwe erven die aansluiten op de schaal en het ritme van de bestaande erven. Plaatsing achter bestaande erven vanuit de weg gezien. Bouwstenen bebouwingslinten en losse erven
49 ? Hoe zit dat? C BMiddenspanningsstation Verdeelstation 3.19 & 3.20 Voorbeeld station Hengelo. Standaard modulair station + groen 3.17 Voorbeeld station Waskemeer. Standaard modulair station + groen. 3.21 Voorbeeld station Berg en Dal. Standaard modulair station + groen. 3.18 Voorbeeld station Joure. Standaard modulair station + groen.
50 ? Hoe zit dat? C BMiddenspanningsstation Verdeelstation Trede 5. In het landschap De laatste trede is inpassing van het verdeelstation in het landschap. De kansen om een passende locatie te vinden, waar een verdeelstation in het landschap ingepast kan worden, verschilt per landschapstype. In algemene zin (ruimtelijk gezien) kunnen de Friese landschappen in drie hoofdcategorieën worden ingedeeld: • Besloten landschappen, met veel dichte, opgaande beplanting (singels, houtwallen, bossen); • Halfopen landschappen, met een kleinschalige afwisseling van relatief kleine open ruimtes (bijvoorbeeld weides, akkertjes, heideveldjes) die begrensd worden door (deels transparante) opgaande beplanting (lanen, houtwallen, bosjes); • Open landschappen, met grootschalige openheid en weinig hoge beplanting (bomen). De aanwezige beplanting is vooral gekoppeld aan erven en dorpen. De mate van openheid bepaalt sterk of een ingreep in het landschap meer of minder zichtbaar is. De zichtbaarheid speelt een belangrijke rol in de belevingswaarde en daarom ook bij het landschappelijk inpassen van een verdeelstation. Trede 5.1 Besloten landschappen In het Friese landschap zijn de hoger gelegen landschappen van Gaasterland, de noordelijke en de zuidelijke wouden het meest besloten.
In een besloten landschap (bijvoorbeeld een open ruimte binnen singelstructuren) gaat de komst van een station niet ten koste van open zicht(lijn)en. Het station valt juist veel meer weg tegen de opgaande beplantingsstructuren eromheen. Bovendien kan een station aan het zicht worden onttrokken door het met een dichte beplantingsrand van bomen en struiken te omgrenzen of door in één van de landschappelijke kamers van het besloten landschap op te gaan. Je maakt dan gebruik van de singel- en houtwal structuren. In de noordelijke en zuidelijke wouden is dit heel kenmerkend. De volgende landschapstypen hebben een besloten karakter: • Stuwwallenlandschap; • Woudontginningen; • Fries essenlandschap; • Landgoederenzones in het stuwwallenlandschap, heide- en woudontginninglandschap; • Heideontginninglandschap met bebossing. moeten we bijzonder open landschap op de kaart aangeven? dat benoemen we nergens in de tekst nml 3.22 Boswal met overstaande eiken in Woudontginninglandschap.
51 ? Hoe zit dat? C BMiddenspanningsstation Verdeelstation Kernkarakteristieken: • Het landschap is kleinschalig en er is afwisseling tussen beboste gebieden en kleinschalige open plekken. Deze open bouwlandjes en graslanden worden vaak omzoomd door bos of houtsingels en lijken daardoor op ‘groene kamers’; • In besloten landschappen varieert het verkavelingspatroon van (on)regelmatige blokverkavelingen tot meer gevarieerde ontginningsstructuren; • In besloten landschappen vind je twee type dorpen; weg- of streekdorpen met meer opstrekkende verkaveling en esachtige dorpen (op de zuidelijke flank van de stuwwal). Boerderijen zijn veelal gekoppeld aan de dorpen en ontsluitingswegen; • Besloten landschappen worden gekarakteriseerd door een rijke variatie aan beplanting, zoals naald- en loofbossen, lanen, landgoedbossen, boombeplanting langs wegen, houtwallen en elzensingels als perceelsbegrenzing. Aanknopingspunten: • Inpassing in het landschap kan, mits het verdeelstation in of tegen een bestaande beplantingsmassa (bijvoorbeeld bos) geplaatst kan worden en daarmee nauwelijks in het zicht staat vanuit de omgeving.
Met gebiedseigen beplanting kan een landschappelijke rand worden toegevoegd, zodat het zicht op het verdeelstation nog verder beperkt wordt en het verdeelstation nog meer een onderdeel van de massa wordt; • Aandacht voor natuurinclusief bouwen en de wateropgave is belangrijk; • Specifiek in Gaasterland (op de randen van het plateau) liggen tuunwallen. Dit zijn wallen van gestoken graszoden die in de 17e eeuw gebruikt werden om percelen te scheiden. Bouwstenen besloten landschappen Het station valt weg in de opgaande beplantingsstructuren eromheen. Beplanting op de kabels mag niet diepwortelend zijn, dus met name heesters. Omgrenzen met dichte beplantingsrand. Beplanting op de kabels mag niet diepwortelend zijn, dus met name heesters. Omsloten door Tuunwallen.
52 ? Hoe zit dat? C BMiddenspanningsstation Verdeelstation Trede 5.2 Halfopen landschappen In halfopen landschappen is de afwisseling van open en besloten delen kenmerkend. Daardoor ontstaan doorzichten en kleinschalige open ruimtes. De zichtbaarheid van verdeelstations zijn hier wel een aandachtspunt, maar de verdeelstations zijn in half- open landschappen niet altijd (van verre) zichtbaar. Dit geeft een zekere mate van vrijheid om met open en dichte delen (zichtbaar en onzichtbaar vanuit verschillende hoeken) om te kunnen gaan. In de Provincie Fryslân hebben de volgende landschappen een halfopen karakter: • Hoogveenontginningen; • Heideontginningen; • Veenderijen; • Beekdalen bovenloop. Kernkarakteristieken: • Halfopen landschappen hebben vaak een klein- tot middenschalig karakter; • Verkavelingspatronen die voorkomen in halfopen landschappen zijn langgerekte opstrekkende verkaveling en onregelmatige en, af en toe, regelmatige vierkante verkaveling; • In halfopen landschappen liggen verschillende type dorpen: weg-, es-, heidedorpen en lintbebouwing. Agrarische erven liggen bij dorpen of verspreid; • Wegen en erven zijn beplant met enkel- of dubbelzijdige bomenrijen, houtwallen of -singels (elzen); • In halfopen landschappen liggen verspreide bosstroken, moerasbosjes en eendenkooien.
Aanknopingspunten: • De opgaande elementen, zoals bosstroken en moerasbosjes, geven kans om het verdeelstation onderdeel te maken van een bestaande massa of een vergelijkbare massa aan het landschap toe te voegen. Houd daarbij wel rekening met de cultuurhistorische waarde van deze landschappelijke elementen; • In halfopen landschappen liggen ook relatief open gebieden zonder beplantingsmassa’s. Op sommige plekken kan het gewenst zijn een nieuwe beplantingsmassa toe te voegen. Hier kan een nieuw verdeelstation onderdeel van uitmaken; • Met gebiedseigen beplanting of riet kan een landschappelijke rand toegevoegd worden, waardoor het verdeelstation nauwelijks in het zicht staat vanuit de omgeving; • Aandacht voor natuurinclusief bouwen en de wateropgave is belangrijk; Bouwstenen halfopen landschappen Verdeelstation koppelen aan opgaande elementen in half- open landschappen. Nieuwe beplantingsmassa toevoegen. Beplanting op de kabels mag niet diepwortelend zijn, dus met name heesters. Landschappelijke rand van gebiedseigen beplanting. Beplanting op de kabels mag niet diepwortelend zijn, dus met name heesters. • Wanneer het niet wenselijk is in een relatief open gebied een nieuwe beplantingsmassa toe te voegen, zal het verdeelstation volledig in het zicht liggen. In dat geval is het van belang het verdeelstation alzijdig vorm te geven en aandacht te hebben voor de gevel.
De vormgeving van het verdeelstation kan de aanwezigheid van het verdeelstation in de overwegend open ruimte verzachten of juist als architectonisch object versterken.
53 ? Hoe zit dat? C BMiddenspanningsstation Verdeelstation 3.23 Voorbeeldschets station in woudontginningenlandschap (Oldeberkoop) Standaard modulair onderstation + groen. Het bestaande bosje wordt vergroot, waardoor het station wordt opgenomen in het groen. 3.24 Voorbeeld station Neerrijnen. Standaard modulair onderstation + groen. Het station is onderdeel van een bosschage op de rand tussen halfopen en open landschap. X 205646.329 Y 549404.832 X 205659.860 Y 549383.795 X 205675.095 Y 549392.057 X 205695.102 Y 549360.963 X 205691.914 Y 549365.919 X 205562.070 Y 549355.610 X 205559.860 Y 549357.870 X 205510.113 Y 549327.930 X 205515.485 Y 549319.312 8000 59780 25800 X 205604.388 Y 549303.477 X 205572.354 Y 549353.191 Toegangsweg, 6 meter breed (exacte aansluiting nader te bepalen) Stationsterrein Groenstrook 8 meter Toekomstig stationsterrein Schaal: blad: Get. Datum Formaat: Fase: opdrachtgever: Gec. Gez. Status: Afdeling: Akkoord: Datum: Verv.: Verv.door: Naam Oorspr.:Rev. Wijziging Datum Get. A0Amerikaanse projectie Autodesk Docs://RLI 1130 Li19344 RS Oldeberkoop nieuwbouw BDR/OBKZ_BWK_410610_R2023-RLI 1130-SO-BWK.rvt OBKZ Situatie nieuw STUDIELiander MO Bouwkundige tekening CONCEPT BTI 11-09-2023 11-09-2023 Arnhem 001 SH19-07-2023 AKdJ 11-09-2023 410610-001 1:350 AKdJ 1 : 350 Situatie nieuw optie 1 1 : 100 Legenda situatie nieuw Kabelroutes op basis van ZRO!
54 ? Hoe zit dat? C BMiddenspanningsstation Verdeelstation Trede 5.3 Open landschappen Open landschappen worden gekenmerkt door grootschalige openheid en verre zichten. In een open landschap is een verdeelstation vrijwel altijd (van verre) zichtbaar in het landschap en zijn er weinig opgaande landschapselementen waar een verdeelstation aan gekoppeld kan worden en/of tegen weg kan vallen. Het is niet altijd wenselijk nieuwe bosschages of andere opgaande beplantingselementen toe te voegen aan het landschap, maar vanuit de geschiedenis waren er wel plekken met meer opgaand groen. Dit vraagt om een andere benadering bij inpassing. De positionering vraagt veel aandacht, zodat belangrijke open zicht(lijn)en op de openheid niet minder goed beleefbaar worden. Hierbij spelen zowel de keuze voor de plek in het landschap als de inrichting van het terrein een rol. Om de zichtbaarheid van het verdeelstation te beperken, houd je de hoeveelheid opgaande elementen op het terrein bij voorkeur beperkt. In open landschappen moet inpassing van hekwerken dus ook zorgvuldig gebeuren, eventueel gekoppeld aan een watergang als terreinafscheiding.
Landschappen met een open en weids karakter zijn: • Klei op veengebieden; • Oude zeepolders; • Kleiterpenlandschap; • Kwelderwallen; • Kweldervlaktes; • Jonge zeepolders; • Laagveen droogmakerijen; • Laagveen veenweidegebieden; • Beekdalen midden- en benedenloop. Kernkarakteristieken: • Het karakter van open landschappen varieert van middenschalige tot zeer grootschalige open landschappen; • Er zijn verre zichten. De soms onbegrensde horizon draagt bij aan de grootschaligheid van het landschap; • De verkavelingspatronen in open landschappen zijn gevarieerd: van onregelmatige blokken en opstrekkende verkaveling tot regelmatige blokverkaveling; • Bebouwing is vaak geclusterd in (terp)dorpen of bebouwingslinten. Boerderijerven liggen ook verspreid door het landschap; • (Hoofd)wegen zijn schaars beplant met bomen. Verder ligt beplanting puntsgewijs in het landschap bij (terp)dorpen, linten en boerderijerven. Bouwstenen open landschappen Inrichting van het terrein rondom het verdeelstation kan bijdragen aan biodiversiteit in het gebied. Terugbrengen van gedempte sloten.Houd bij positionering rekening met het zoveel mogelijk behouden van het zicht op de openheid vanaf de wegen.
55 ? Hoe zit dat? C BMiddenspanningsstation Verdeelstation 3.26 Voorbeeld station in open landschap Standaard modulair onderstation + special. 3.25 Voorbeeld station in open landschap Standaard modulair onderstation. Aanknopingspunten: • Aandacht voor de positionering zorgt ervoor dat de impact op de openheid beperkt blijft. Denk daarbij aan haakse plaatsing ten opzichte van de weg of plaatsing verderop in het landschap, waardoor de open ruimte dominant blijft; • Bij watergangen is soms oevervegetatie, zoals riet te vinden. Aanleggen van natuurvriendelijke oevers met riet rondom het verdeelstation kunnen het verdeelstation deels uit het beeld halen en biodiversiteit aan het gebied toevoegen; • Aandacht voor natuurinclusief bouwen en de wateropgave is belangrijk; • Het terugbrengen van gedempte sloten kan de leesbaarheid en kleinschaligheid van het landschap herstellen; • In een open landschap vallen alle opgaande elementen, zoals hekwerken op. Onderzoek de mogelijkheid om de hoeveelheid opgaande elementen zo klein en laag mogelijk te houden. Hekwerken moeten voldoen aan de eisen of aan het beleid van Liander; • Wanneer je kijkt naar de geschiedenis van open landschappen, kwamen in een aantal open landschappen (zoals kwelderwallen, kleiterpenlandschap en beekdalen) wel opgaande elementen voor , zoals pluksgewijze beplantingen en bosjes.
Zowel van die elementen, als van het gebruik van bredere rietoevers, kan gebruik worden gemaakt bij de inpassing van verdeelstations in het open landschap; • Naast de inrichting van het terrein is, in dit geval ook de vormgeving van het gebouw van belang. Omdat het gebouw hier altijd in het zicht staat vanuit de omgeving, ligt het voor de hand aandacht te hebben voor de gevel. De vormgeving van het gebouw kan de aanwezigheid van het verdeelstation in de overwegend open ruimte verzachten of juist als extra (energie) laag in het landschap versterken.
56 ? Hoe zit dat? C BMiddenspanningsstation Verdeelstation Na de keuze van de locatie is er een aantal algemene principes dat geldt bij de inpassing van verdeelstations. Hieronder zijn deze algemene principes uitgewerkt en toegelicht. 1. Raadpleeg voor behoud en versterken van bestaande landschapsstructuren: Cultuurhistorische- en landschapstypenkaart Fryslân of Grutsk op ‘e Romte; 2. Het is belangrijk een locatie te kiezen waar voldoende ruimte is voor zowel het verdeelstation als de aankleding en inrichting van de ruimte rondom het terrein. Bedenk, voordat de maat van de locatie wordt vastgesteld, welke uitstraling past bij de omgeving (industrieel of landschappelijk) en bekijk hoeveel ruimte nodig is; 3. Houd het landschap zichtbaar en beleefbaar. Dat geldt zowel voor het zicht vanuit belangrijke (recreatieve) routes als omliggende bebouwing. Daarbij is de snelheid waarmee passanten bewegen van invloed op de wijze van beleven; 4. De waterstructuren in Fryslân zijn aantrekkelijk om op of langs te bewegen: houd een ruime respectzone vrij voor (toekomstige) publieke functies, zoals paden, wegen, kades, onderhoud etc.; 5. Benut kansen voor multifunctioneel ruimtegebruik, zoals waterberging (als dat samengaat met de kabels), natuurontwikkeling, andere vormen van duurzame energieopwekking, het verhogen van de biodiversiteit en recreatieve voorzieningen, zoals paden.
3.4 Principes voor positionering in het landschap
57 ? Hoe zit dat? C BMiddenspanningsstation Verdeelstation 6. Sluit zoveel mogelijk aan op de hoofdrichting en oriëntatie van de verkavelingsstructuur. 7. Sluit aan bij maten van landschappelijke eenheden die aanwezig zijn in het landschap, zoals (van klein naar groot): erven, kavels en/of landschappelijke ‘kamers’ (open ruimtes omgrensd door wegen of opgaande structuren van beplanting en/of bebouwing). 8. Kavelpatroon en maat van de kavels blijven behouden, ook bestaande sloten worden bij voorkeur niet gedempt. 10. Voor ontsluiting gebruik maken van bestaande structuren of aansluiten bij de karakteristieken van het betreffende landschap. 11. Benut de kansen om door middel van inpassing van verdeelstations de oude landschapsstructuren te herstellen. 9. Maak, waar mogelijk gebruik, van de bestaande massa (opgaande beplanting). De locatie van het verdeelstation met groene inpassing kan ingezet worden om ruimtelijke ontwikkelingen verderop in het landschap te maskeren. Dit kan binnen de bestaande groene ruimte worden gemaakt, waardoor de hoofdstructuur niet wordt gewijzigd. Dat gaat echter wel ten koste van het bestaande groen.