CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindverslag inspraak Transitievisie Warmte Steenwijkerland.pdf

Politieke Markt 15 december 2021, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Rapportage Transitievisie Warmte: Samen aan de slag voor een aardgasvrij Steenwijkerland2.421 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verwerking zienswijzen Transitievisie Warmte Steenwijkerland 1. Inleiding Gemeente Steenwijkerland heeft het afgelopen jaar gewerkt aan het opstellen van de Transitievisie Warmte. In deze visie brengen we in kaart hoe woningen en andere gebouwen in de gemeente aardgasvrij kunnen worden gemaakt. De visie is tot stand gekomen met een brede vertegenwoordiging van belanghebbenden. Feedback van deze belanghebbenden is essentieel om te komen tot een maatschappelijk gedragen Transitievisie Warmte. 2. Procedure Ter inzage De conceptversie van de visie heeft ter inzage gelegen van 7 juli tot en met 7 september 2021. Deze inspraakperiode is gecommuniceerd via de Steenwijker Courant en de gemeentelijke website. Er is gekozen voor een verlengde periode, zodat onze inwoners ook buiten de vakantie voldoende mogelijkheid hadden een zienswijze in te dienen. Zienswijzen In totaal zijn twee inspraakreacties binnengekomen. Beide betreffen een inspraakreactie van een inwoner. In deze reactienota zijn de betreffende opmerkingen opgesomd en voorzien van commentaar. Hierbij is aangegeven of en op welke manier de opmerkingen hebben geleid tot aanpassing van de visie. Tezamen met andere feedback leiden de inspraakreacties tot een definitieve versie van de Transitievisie Warmte. Deze versie zal eind dit jaar ter besluitvorming worden voorgelegd aan de gemeenteraad. 3.

Samenvatting en beantwoording zienswijzen In de tabel hieronder wordt per zienswijze wordt een samenvatting van de zienswijze gegeven met de reactie van de gemeente. 3.1 Zienswijze 1 Samenvatting Reactie 1. In het stuk wordt op geen enkele wijze een relatie gelegd met het aan de transitievisie ten grondslag liggende G1000 traject. Van de destijds bijna 300 deelnemers is naar ik veronderstel niemand betrokken geweest bij de visie die nu voorligt. Ook deelnemers aan de daarna ingestelde werkplaatsen (een negental) zijn niet gehoord en/of betrokken. In de raadsvergadering over het Burgerbesluit heeft de Raad besloten dat alle rapporten van G1000 moeten worden betrokken in het vervolgtraject. Dat is kennelijk niet gebeurd. Ik vraag mij af waarom niet? Is het niet alsnog raadzaam om de rapporten van de werkplaatsen te betrekken bij de transitievisie? En nog beter, degenen die zich daar destijds voor hebben ingezet? De gemeente vindt het belangrijk inwoners, ondernemers en alle andere partijen in Steenwijkerland te betrekken bij de warmtetransitie en de energietransitie in brede zin. De burgertop en het Burgerbesluit Steenwijkerland zijn beide gericht op het energieneutraal worden van de gemeente, waar de warmtetransitie onderdeel van uitmaakt. Op pagina 5 van de Transitievisie Warmte (TVW) wordt de burgertop G1000 benoemd. Hier is beschreven dat 13 beslispunten zijn aangenomen.

Een deel van deze beslispunten gaat over warmte en is daarmee relevant voor de TVW en een deel gaat over (duurzame) elektriciteit, wat buiten de TVW valt. In het Burgerbesluit Steenwijkerland is het doel genoemd om in 2035 zo veel mogelijk aardgasvrij te zijn. In principe is het zo dat wij dit doel blijven nastreven, met name door in te zetten op de ambities voor groen gas van onze netbeheerder Rendo. De overige beslispunten die gerelateerd zijn aan de warmtetransitie, zoals het opstellen van een beleidsvisie Verduurzaming monumentale panden en ondersteuning van energiecoöperaties vormen belangrijke onderdelen in de uitvoering van de TVW. Dit gaan we concretiseren in de uitvoeringsplannen. Naar aanleiding van deze reactie hebben wij de koppeling met het G1000-traject duidelijker naar voren gebracht in hoofdstuk 1 van de TVW. 2. Bewustwording: daar begint het mee. Er is in Steenwijkerland nog een wereld te winnen. Temeer omdat de bewoners eerder negatief dan positief worden beïnvloed door de wijze waarop de energietransitie thans vorm wordt gegeven. Vanuit de werkplaats IK BEGIN is een werkgroep aan de slag gegaan om invulling te geven aan het bewustwordingsproces. Het bevreemdt dan waarom de gemeente een krant uitbrengt onder de titel Duurzaam Steenwijkerland i.p.v. IK BEGIN. De Energiewinkel die binnenkort wordt geopend in Steenwijk heeft nog geen naam.

Dat er in communicatie uitingen van de gemeente niet nadrukkelijk gemeld is dat de winkel onder de naam IK BEGIN wordt geopend, doet het ergste vrezen. Ik vraag me af of gelet op het streven eerst de inwoners initiatieven te doen nemen zich verhoudt tot de grootse plannen in de voorliggende concept visie. Moet dat niet beter? Bewustwording is inderdaad een belangrijke eerste stap. Daarvoor vormt deze Transitievisie Warmte het begin. De Transitievisie Warmte is echter nog op hoofdlijnen en daardoor wellicht voor veel inwoners te abstract. Op het moment dat we gaan werken aan de uitvoeringsplannen per wijk, dan wordt de warmtetransitie ook concreter voor inwoners. Dan zetten we ook intensiever in op het betrekken van en samenwerken met inwonersinitiatieven. Communicatie met betrekking tot de energietransitie moet breed ingestoken worden en we zijn altijd bezig deze communicatie verder vorm te geven aan de hand van nieuwe ontwikkelingen. Daarbij werken we zoveel mogelijk samen met inwoners, zoals we onder meer hebben gedaan voor de krant ‘Groener in de Kop’. Ook de naam van de energiewinkel, ‘Infopunt Duurzaam Doen Steenwijkerland’, is door onze inwoners tot stand gekomen. Bewonersinitiatieven zijn zeker een belangrijk startpunt, maar niet het enige.

Ook geplande activiteiten en renovaties in de openbare ruimte, nieuwe wijk- en dorpsvisies, initiatief vanuit de woningcorporaties, de noodzaak van onderhoud aan het gasnet of de nabijheid van een warmtenet kan een reden zijn om ergens te beginnen. 3. De energietransitie is vrijwel geheel gericht op inwoners. Bedrijven komen niet in beeld. Tijdens de zoomsessie werd gemeld dat de ondernemers aan een andere tafel zitten. Dat kan zo zijn maar de inwoner zou toch inzicht moeten krijgen hoe e.e.a. zich verhoudt? Bijvoorbeeld de opdracht qua omvang huidige gebruik van energie ligt voor ondernemers 4x zo hoog dan voor inwoners. Tot nu toe worden inwoners geconfronteerd met enorme door grote investeerders geëxploiteerde velden met zonnepanelen. Onduidelijk blijft voor wie die stroom is (ondernemers of inwoners). Wel is duidelijk dat de inwoners steeds verder achterop raken omdat de infrastructuur voor transport achter blijft en/of wordt aangewend t.b.v. grote investeerders. Kortom uitleg hoe e.e.a. in elkaar steekt is gewenst. Bedrijven moeten zeker mee in de verduurzaming. Het onderwerp elektriciteit is echter een ander onderdeel van het Klimaatakkoord en daarmee geen onderdeel van de Transitievisie Warmte.

In onder ander de Regionale Energie Strategie, onderdeel van het spoor elektriciteit uit het Klimaatakkoord, wordt uitgewerkt hoe we omgaan met duurzame opwekking van elektriciteit. Daar komt ook nog eens bij dat de warmte of elektriciteit die bedrijven nodig hebben voor hun bedrijfsprocessen, ook geen onderdeel is van de Transitievisie Warmte. Proceswarmte is onderdeel van het spoor industrie uit het Klimaatakkoord. Overigens levert ieder zonneveld en windmolen de opgewekte elektriciteit aan het elektriciteitsnet, waar zowel woningen als utiliteitsbouw op zijn aangesloten. Dus je kunt niet stellen voor wie specifiek de stroom is. Behalve bij bijvoorbeeld zonnepanelen op daken van particulieren of zonnepanelen op bedrijfsdaken. Daar gaat (in eerste instantie of helemaal) de elektriciteit naar de betreffende woning of bedrijf. Tenzij er meer energie mee wordt opgewekt dan er wordt verbruikt. Dan wordt er namelijk energie geleverd aan het elektriciteitsnet. Tot slot hebben we inzicht in het aardgasverbruik van ondernemers in de gemeente. In de gemeente Steenwijkerland wordt 92% van het aardgas gebruikt voor de verwarming van woningen en gebouwen. In totaal gaat 75% van het aardgasverbruik naar het verwarmen van woningen en 17% van het aardgasverbruik naar het verwarmen van utiliteitsbouw. Onder utiliteitsbouw vallen bijvoorbeeld zorginstellingen, hotels, horeca, bioscopen. 4.

Ondernemers betalen voor elektriciteit een fractie t.o.v. de prijs die inwoners betalen. Het is schrijnend dat de inwoners de lasten dragen (aantasting leefomgeving) en de ondernemers straks weer een lage energie betalen. Waarom geen maatregelen op industrieterreinen en op daken van panden van ondernemers? Zij nemen de energie 1:1 af en een eventueel overschot kan geleverd aan particulieren in de omgeving. Dergelijke maatregelen zouden het draagvlak onder inwoners bevorderen. Deelt u deze mening? En zo ja waarom staat daar niets over in de visie? Ondernemers moeten zeker mee in de verduurzaming. Het onderwerp elektriciteit is echter een ander onderdeel van het Klimaatakkoord en daarmee geen onderdeel van de Transitievisie Warmte. In onder ander de Regionale Energie Strategie, onderdeel van het spoor elektriciteit uit het Klimaatakkoord, wordt uitgewerkt hoe we omgaan met duurzame opwekking van elektriciteit. Wat betreft kosten kunnen we aangeven dat in het Klimaatakkoord haalbaarheid en betaalbaarheid voorop staat. In het Klimaatakkoord is beschreven dat de maandelijkse financieringslasten niet hoger mogen zijn dan de maandelijkse financiële besparing op de energierekening (woonlastenneutraal). Op dit moment is dat nog niet haalbaar voor elke woningeigenaar, maar hier wordt op rijksniveau hard over nagedacht. Inderdaad zijn inwoners niet de enige die aan de slag moeten.

Ondernemers moeten de komende jaren aan steeds strengere eisen voldoen. Zo moeten bijvoorbeeld kantoren vanaf 2023 verplicht een energielabel C of hoger hebben. Daarbij moeten alle gebouwen in 2050 aardgasvrij verwarmd worden, dus ook kantoren, zorginstellingen, de lokale garage, winkels, enzovoort. Bedrijven zijn echter verschillend en vereisen maatwerk, dat het lastig is daar nu al uitspraken over te doen. Conclusie: De zienswijze leidt tot een aanscherping in de Transitievisie Warmte. In hoofdstuk 1 hebben we een uitvoerigere beschrijving van het voortraject rondom de G1000 -burgertop opgesteld. Ook hebben we de koppeling met de mogelijke uitvoeringstrajecten die vanuit de G1000-burgertop zijn besloten en de uitvoering van de Transitievisie Warmte duidelijker omschreven. 3.2 Zienswijze 2 Samenvatting Reactie 5. In de visie staat dat er naar gestreefd wordt om groengas alleen in te zetten in buurten waar alternatieve warmtevoorziening veel duurder of technisch niet haalbaar is. Zo geformuleerd lijkt het alsof op voorhand het gesprek met de burgers en buurten wordt ingekaderd, omdat de beschikbaarheid van groen gas nog onbekend of onzeker is dan wel voor industrieel gebruik wordt bestemd. Het is opvallend dat in de Transitievisie Warmte geen visie is opgenomen over de bijdrage aan de transitie die van bedrijven en industrie wordt verwacht.

Het lijkt alsof de burger aan de slag moet en kosten moet maken terwijl bedrijven worden ontzien. Dit doet geen recht aan het uitgangspunt van “De burger centraal”. We willen het vooraf inkaderen van opties voor bewoners beperken. Toch willen we in de Transitievisie Warmte wel al een indicatie geven van technieken en een realistisch beeld schetsen over de (on)mogelijkheden, waaronder van groengas. Definitieve keuzes maken we uiteindelijk samen met de bewoner bij de volgende stap; de wijkuitvoeringsplannen. Daarbij houden we zeker oog voor individuele aanpak. Wat betreft kosten kunnen we aangeven dat in het Klimaatakkoord haalbaarheid en betaalbaarheid voorop staan. In het Klimaatakkoord is beschreven dat de maandelijkse financieringslasten niet hoger mogen zijn dan de maandelijkse financiële besparing op de energierekening (woonlastenneutraal). Op dit moment is dat nog niet haalbaar voor elke woningeigenaar, maar hier wordt op rijksniveau hard over nagedacht. Bedrijven en de industrie moeten zeker mee in de warmtetransitie. Het verwarmen van alle woningen en gebouwen moet uiteindelijk aardgasvrij gebeuren. In elke buurt zal in meer of mindere mate sprake zijn van een diversiteit qua soort woning, ruimte, en isolatie(mogelijkheden). Dat vraagt om een meer individuele aanpak en variabiliteit in mogelijke oplossingen.

Het vooraf inkaderen van de opties voor burgers en buurten zal de bereidheid van burgers om te investeren niet bevorderen en contraproductief zijn bij het bereiken van de beleidsdoelstelling. Het gesprek met buurten en burgers moet open worden aangegaan met ruimte voor de burger om oplossingen te kiezen die recht doen aan zijn specifieke situatie. Daarbuiten is het aardgasgebruik voor bedrijfsprocessen in de gemeente Steenwijkerland beperkt. In de gemeente Steenwijkerland gebruiken we 92% van het totale aardgasverbruik voor het verwarmen van woningen en gebouwen. 8% van het aardgas wordt gebruikt door industrie. Het aardgas dat gebruikt wordt voor bedrijfsprocessen is onderdeel van een ander spoor van het Klimaatakkoord en is niet meegenomen in de Transitievisie Warmte. Het verwarmen van bedrijfsruimten en warm water in bedrijfsruimten (utiliteitsbouw) is wel onderdeel van de warmtetransitie. Dit is echter in veel gevallen maatwerk en daardoor nog niet meegenomen in deze Transitievisie Warmte. De Transitievisie Warmte wordt elke 5 jaar of zoveel eerder als nodig herzien. Dan zullen we de warmteopgaven voor bedrijven concreter meenemen. 6. In de wijken Paddenpoel en Kornputkwartier wordt gekozen voor een individuele, elektrische warmtepomp.

In deze wijken staat echter een brede diversiteit aan woningen (van rijtjeshuizen tot vrijstaand), voornamelijk gebouwd in de periode 1995 tot nu. Een periode waarin de bouweisen voor de isolatie een sterke ontwikkeling hebben doorgemaakt. De generieke keuze voor een individuele elektrische warmtepomp doet geen recht aan die diversiteit en is te eng geformuleerd. Groen gas met hybride warmtepomp is een optie die daar in ieder geval aan moet worden toegevoegd. Voor bepaalde woningen is de terugverdientijd van een hybride wa rmtepomp met groengas namelijk veel lager dan met een all - electric warmtepomp. Ook is er niet in elke woning ruimte voor het buffervat en de boiler die nodig zijn bij een all -electric oplossing. Ik ben dan ook van mening dat voor de betreffende wijken in i eder geval ook een oplossing van een hybride warmtepomp met groen gas tot de opties moet behoren. Het vinden van de beste warmteoplossing per buurt en woning is een complexe opgave. De woningtypes en bouwjaren in Steenwijkerland zijn inderdaad divers, ook in de buurten Paddenpoel en Kornputkwartier. De koppeling van Paddenpoel en Kornputkwartier aan een individuele, elektrische warmtepomp volgen uit de Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). In deze Startanalyse zijn voor alle buurten in Nederland scenario’s berekend die gemiddeld de laagste nationale kosten geven.

Nationale kosten zijn de totale kosten in Nederland van alle maatregelen die nodig zijn om ergens (bijvoorbeeld in een buurt) een strategie uit te voeren, ongeacht wie die kosten betaalt, inclusief de baten van energiebesparing. Dit betekent dus niet dat dit de laagste nationale kosten bedraagt voor alle woningen in deze buurt en het gaat dus ook niet om de laagste kosten voor een bewoner. De Startanalyse geeft een beeld van de mogelijkheden en biedt handvatten bij het gesprek over de alternatieven voor aardgas; de Startanalyse vormt géén advies. Wanneer deze buurten aan de slag gaan met een wijkaanpak, bepaalt de gemeente samen met inwoners, (andere) gebouweigenaren en andere belanghebbenden de warmtebron en -techniek voor het gebied en op welke datum de levering van aardgas daadwerkelijk beëindigd wordt. De diversiteit in de buurt wordt dan meegenomen in de afwegingen. Een hybride warmtepomp in combinatie met (groen) gas hoort ook tot de mogelijkheden in beide genoemde wijken. In de tabel in de TVW waarin Paddenpoel en Kornputkwartier aan bod komen, wordt alleen de techniek met de laagste gemiddelde nationale kosten weergegeven. Dit is geen advies en niet de enige mogelijke warmtetechniek in deze wijken. Conclusie: De zienswijze geeft ons geen aanleiding de Transitievisie Warmte aan te passen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/4bbc274c-dc01-46ed-adc8-35ac62df82bb?agendaItemId=b0843a64-177b-4570-a770-1ffef56a21f2